↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Nieuwe stijloefeningen

Louise Cornelis Geplaatst op 28 april 2011 door LHcornelis28 april 2011 2

Al jaren gebruik ik het boekje Stijloefeningen bij mijn trainingen, als het gaat over stijl. Het boekje bevat 99 variaties op één (nogal sloom) verhaaltje, en die verschillen dus allemaal qua stijl. Ik lees er wel eens een paar voor, en laat vervolgens deelnemers aan trainingen een stukje van zichzelf herschrijven in een paar extreme andere stijlen: goed voor de flexibiliteit van de pen.

Daarom verheugt het me dat er een Nederlands initiatief is om het oorspronkelijke werk (door Queneau, vertaald door Rudy Kousbroek), voort te zetten en uit te breiden. Op http://nieuwestijloefeningen.blogspot.com/ verschijnen nieuwe variaties op het verhaal. Het zijn meer dan alleen oefeningen in stijl; de stukjes verschillen ook nogal in bijvoorbeeld de eigenaardigheden van de protagonisten. Maar dat was bij Queneau ook al wel eens het geval. Leuk initiatief dus!

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Minimum/maximum aantal woorden

Louise Cornelis Geplaatst op 21 april 2011 door LHcornelis21 april 2011  

Op het ogenblik worstel ik er weer eens mee dat ik erg leuke inhoud tot 800 woorden moet beperken. Dat aantal heb ik opgekregen van de redactie, maar het interview dat voor de inhoud zorgde, was leuk genoeg voor het dubbele aantal. Kort schrijven is lastiger dan lang.

Dat brengt me erop dat ik me al vaker heb afgevraagd waarom er bij veel opleidingen juist minimum eisen gesteld worden aan het aantal woorden, bijvoorbeeld bij scripties en werkstukken. Dat is echt een ontzettend schoolse eis. Uit de praktijk ken ik alleen maar maxima: voor journalistiek werk, maar ook in organisaties zegt er nooit iemand ‘zorg ervoor dat je adviesrapport minimaal 10 kantjes beslaat’. Zeker niet – het enige verzoek is altijd tot kort, korter, kortst.

Ik snap wel waar de minimum eis vandaan komt: het is lastig om een inhoudseis concreet genoeg te maken. Ik geef zelf net weer eens een inleidend vak wetenschappelijk schrijven, en daar geldt als eis: 1500 woorden. Dat is geen streng minimum of maximum, eerder een ‘orde van grootte’. In veel minder woorden kun je denk ik geen wetenschappelijk betoog opbouwen. Dus het aantal woorden staat eigenlijk voor een bepaalde diepgang, maar welke, dat is lastiger te omschrijven.

Ik zal geen enkele student afrekenen op te weinig woorden. Eventueel wel op te veel, maar dan geldt toch nog: als de inhoud goed is en het stuk me blijft boeien, vind ik meer woorden ook geen probleem.

En studenten zouden wat mij betreft mogen protesteren tegen strenge minimum eisen. Dat liever dan sites raadplegen als http://www.wikihow.com/Make-an-Essay-Appear-Longer-Than-It-Is of http://iwebuniversity.com/howtos/how-to-make-your-essay-or-research-paper-longer/ …

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verschenen: columnpjes

Louise Cornelis Geplaatst op 20 april 2011 door LHcornelis20 april 2011  

Net uit: Oase Magazine (jaargang 3, nummer 5), met daarin van mij drie mini-columns over sport.

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

Leven voorjaar 2011

Louise Cornelis Geplaatst op 13 april 2011 door LHcornelis13 april 2011  

Hij is alweer even uit, maar ik had hem hier nog niet gemeld: de nieuwe editie van Leven. Het blad is vernieuwd en dikker geworden, en dat ziet er goed uit! Boel interessante artikelen plus meer recepten. Van mij dit keer maar een kort stukje: een recensie van de website leukelunch.nl.

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

D’s en t’s in een rijtje

Louise Cornelis Geplaatst op 12 april 2011 door LHcornelis12 april 2011  

Nog eentje over spelling dan. In de wetenschapsbijlage van NRC van afgelopen weekend zag ik een spelfout die mij vaker opvalt en altijd intrigeert. Dit is ‘m (p. 9, in een artikel over obesitas):

Mijn advies zou zijn: zorg dat de calorieën die je inneemt in balans zijn. Eet ‘echte’ voedingsmiddelen, vermijdt bewerkte producten, breng variëteit aan.

Hier is sprake van een rijtje gebiedende wijze achter elkaar, vier in totaal: zorg, eet, vermijd en breng. Drie daarvan staan in dezelfde zin. Aan eet kun je het niet horen of zien, maar aan zorg en breng kun je zowel zien als horen dat er géén t achter moet.

Waardoor heeft deze schrijver zich dan toch laten verleiden tot het zetten van de ‘foute’ t achter vermijd? Je hoeft daar geen enkele spellingsregel voor toe te kunnen passen; je hoeft niet te beredeneren hoe het zit met de regels voor de d’s en de t’s in gebiedende wijzen. Je hoeft alleen maar gewoon hetzelfde te doen als bij die andere werkwoorden: er geen t achter zetten.

Frappant dat het dan toch fout gaat. Bij een ervaren speller, tenminste, dat lijkt me zo: het zal toch door een journalist geschreven zijn. Op zo’n moment zou ik wel eens in het hoofd willen kijken van zo’n schrijver, om te zien hoe die z’n keuzes maakt…

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Socratisch gesproken

Louise Cornelis Geplaatst op 11 april 2011 door LHcornelis11 april 2011 2

Mijn cursus socratisch gesprek is inmiddels al achter de rug: vorige week was de laatste sessie. Ik heb er helaas van de zes eentje moeten missen door ziekte, maar de cursus als geheel gelukkig toch kunnen afronden. Nouja, ik ga ter compensatie van die gemiste keer nog een stukje schrijven over wat ik uit de cursus denk te kunnen gaan toepassen in mijn dagelijkse werk, en dat is alleen maar leuk natuurlijk, want dat levert dan ook wel weer een blogpost op. Dat komt dus nog.

Nu een terugblik. Aan het eind van de laatste bijeenkomst vroeg de docent wat we ervan gevonden hadden. Na even denken zei ik ‘een openbaring’ – beetje groot woord, misschien, maar het drukt voor mij wel uit wat ik wilde zeggen. ik vond het een hele openbaring hoe anders het socratisch gesprek is van alle andere gesprekken die ik ooit voer. In een werksituatie zit er altijd een soort  haast, tijdsdruk, druk om efficiënt te zijn, bij overleggen en gesprekken. Daardoor ben je het al gauw een beetje met elkaar eens, of je zoekt een compromis, en vooruit dan maar. Bij een socratisch gesprek is dat niet de bedoeling, en dan blijkt hoe veel tijd het neemt om écht tot consensus te komen en samen te denken.

Heel anders maakte dat het ook voor mij, ik schreef dat al eerder: doordat er niet per se gauw iets uit moest komen, had ik veel meer geduld dan anders en ook minder structuurbehoefte. Ik kon me ook wel vermaken met wat er gebeurde – al was het zeker ook zo dat ik het af en toe taai vond en lang vond duren, frustrerend ook dat ik dacht dat we er bijna waren, en dat was dan niet zo – maar dat zette me dan toch ook wel aan het denken. Mijn eigen kijk op liegen en de rechtvaardiging daarvan is zeker veranderd!

We hebben net geen consensus bereikt; in het nagesprek bleek dat we er bíjna waren. Ik had net ervoor de verleiding gevoeld om de bal snel in het doel te trappen, want ik heb het laatste deel van het gesprek voorgezeten. Ik vond het opvallend moeilijk om dan niet gehoor te geven aan de druk om toch ergens toe te komen, en aan het eind lukte dat niet helemaal.

Verder ging het leiden van het gesprek gelukkig wel goed, al vond ik het best lastig om mijn aanwezigheid als gespreksleider te doseren. Als het goed is, vervullen alle deelnemers in het gesprek de taken op strategie- en metaniveau (oftewel procedure- en betrekkingsniveau: de bijdragen aan een gesprek die niet over de inhoud gaan, maar over het gesprek en de deelnemers zelf), en hoef je als leider niet veel te doen. Zo aan het eind van het gesprek, met zes bijeenkomsten achter de kiezen, was dat zeker het geval.

Dus: leuk, interessant, nuttig, leerzaam, inspirerend… en binnenkort beschrijf ik wat ik voor toepassingsmogelijkheden zie in mijn werk als schrijfadviseur en -trainer.

Geplaatst in Gesprek & debat | 2 reacties

214.000 keer betrefd

Louise Cornelis Geplaatst op 11 april 2011 door LHcornelis11 april 2011 2

Ik wilde voor de studenten die ik op dit moment in Leiden het vak ‘nota schrijven’ geef, hard maken dat er echt vaak rare spelfouten op internet staan, zoals krijgd en betrefd: van die onmogelijke d/t-fouten, van een heel andere orde dan gebeurd/gebeurt, die immers allebei kunnen. Krijgd en betrefd doen pijn aan mijn ogen. Auw! 

Krijgt en betreft zijn bovendien woorden waar een beetje ervaren speller nooit over hoeft na te denken: de variant met een d kán gewoon niet. Afgaand op je geheugen voor woordbeelden spel je ze dus automatisch goed. Tenzij je misschien al te vaak op internetfora e.d. verkeert (verkeerd?) waar je de foute vorm onder ogen krijgt. Je ontwikkelt (ontwikkeld?) dan een minder stabiel woordbeeld. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het slechtere spellen van ‘de jeugd van tegenwoordig’ – en daarover, over gemopper over de schrijfvaardigheid van die ‘jeugd van tegenwoordig’, schrijven de studenten een nota.

Maar komen deze ‘auw!’-fouten nou echt vaak voor? Google maakt het mogelijk om zoiets razendsnel uit te zoeken. Ik vond dik 10.000 keer krijgd, en maar liefst 214.000 keer betrefd. Er zit wat vervuiling tussen de resultaten: bewust fout gespeld, uitleg over spelling, merknamen en dergelijke. Maar toch: ik vind het véél!

Geplaatst in Opvallend | 2 reacties

Blog = mini-rokje

Louise Cornelis Geplaatst op 6 april 2011 door LHcornelis6 april 2011  

Leuke tweet die me vandaag bereikte, van @kincavel1:

A good blog post is like a miniskirt – short enough to hold attention yet long enough to cover the essentials

Ik houd het vandaag dus maar kort.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Sporen van het schrijfproces in de tekst

Louise Cornelis Geplaatst op 5 april 2011 door LHcornelis5 april 2011  

In de meest recente Schrijven Magazine (die is alweer van februari) staat een stukje over het schrijven van fictie dat ik herkenbaar vind voor zakelijke teksten. Het is in de rubriek ‘voetangels en klemmen’: veel voorkomende problemen in manuscripten. Dit keer schrijft David Mulder (o.a. docent van Scriptplus) een stukje over de schrijver ‘die zich iets te voortvarend in het verhaal mengt en daardoor de fictionele droom doorbreekt’. Hij schrijft verderop:

Sommige zinnen zijn simpelweg te ‘mooi’ om nog voor geloofwaardig door te gaan. De lezer, in zijn comfortabele fauteuil, krijgt een storm aan bijzinnen te verwerken, gevangen in een dubbele tangconstructie, met over ekaar heen buitelende bijvoeglijke naamwoorden. Het resultaat is dat hij niet het beschrevene voor zich ziet, maar hij ziet een zwoegende gestalte, gekromd boven een papier vol doorhalingen en gekriebel in de kantlijn. We zien het puntje van de tong bewegen in een mondhoek en horen af en toe een gesmoord gegrinnik. De woorden staan niet in dienst van het beeld, of de gedachte, maar juist andersom. De schrijver gebruikt de verwikkelingen in het verhaal slechts als vehikel om de pracht van zijn schrijfstijl te etaleren.

Mulder beschrijft hier dat je aan de vorm (de tekst) kunt zien hoe het proces is verlopen. In dit geval is het een schrijver die vooral aan mooischrijverij doet. 

In het geval van zakelijke teksten zie ik de moeizaamheid van het proces wel eens terug in de moeizame zinnen. Frappant genoeg gaat het dan om dezelfde tekstkenmerken als die Mulder noemt: veel bijzinnen, ingewikkelde constructies, veel bijvoeglijke naamwoorden. De schrijver heeft dan moeilijk zitten doen, heeft misschien zelfs wel (al dan niet bewust) zitten proberen om er ‘echte schrijftaal’ van te maken.

Moeizame zakelijke tekst is vaak het resultaat van het niet scheiden van de schrijffasen ‘doorschrijven’ (vlot de inhoud op de goede plek zetten en zo een eerste versie van de tekst creéren) en ‘redigeren’ (kritisch naar die eerste versie gaan kijken om hem lezergericht te maken). Als je je vlotte doorschrijven belemmert door naar alles wat je opschrijft kritisch te kijken, schiet je niet op.

Dat uit zich als je met pen en papier schrijft in de zich met proppen vullende prullenbak: steeds is wat er staat niet goed genoeg; met een beetje pech kom je maar niet verder dan de eerste zin. En dan is die eerste zin eindelijk ‘perfect’, of de 2e, 3e of 400e, en dan is-ie van de weeromstuit hartstikke stroef geworden.

De oplossing? Doorschrijven, met je interne criticus uit (wat gemakkelijker gezegd is dan gedaan). Dat geeft vlotheid en gemak – zo slecht is het helemaal niet wat je spontaan produceert, en als dat wel zo is, kun je het later redigeren. De vlotheid van die doorschrijffase weerspiegelt zich in de vlotheid van je tekst. Want het omgekeerde van ‘moeizaam schrijfproces geeft moeizame tekst’ is ook waar. Probeer maar!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Leuke taalposter

Louise Cornelis Geplaatst op 4 april 2011 door LHcornelis4 april 2011 1
Taaltips

Taaltips

Wel een grappige poster – bron: http://tekstschrijver-tim.nl/wp-content/Tientekstsblunders.pdf (daar is-ie ook scherper dan hier, ik moest hem bewerken om hem als figuur hier te kunnen plaatsen), en met dank aan @Totemboek die dit via @coronadewert van @webjournalisten doortwitterde.

Het zijn natuurlijk geen tekstblunders: het gaat niet om tekst maar om taalverzorging, en blunders vind ik het ook niet, hooguit fouten. Een tekstblunder vind ik: een onleesbaar rapport ofzoiets. Maar goed.

En helemaal met alles eens ben ik het ook niet, of althans, ik vind het erg streng: van mij mag je best lokatie schrijven, sinds kort weet ik dat Paul’s jas ook mag van de witte spelling (bron), email leidt in de prakijk volgens mij helemaal niet tot verwarring met een materiaal voor pannen (en ook daarin sta ik niet alleen), en de regel achter ernaar uitzien is zo complex (vergt ontleden en  moeilijkdoenerij over de precieze betekenis) dat ik weiger hem helemaal te begrijpen en toe te passen. Nouja, ernaar uitzien zou ik goed doen, maar in z’n zeldzamere details schend ik die regel ongetwijfeld.

Maar goed, leuk zijn ze wel, en als je precies wilt zijn, ook belangrijk.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑