↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Tol betalen als dat niet kan

Louise Cornelis Geplaatst op 10 mei 2026 door LHcornelis30 april 2026  

Een tijdje geleden, namelijk op zaterdagochtend 7 maart, kwam een vriend van me uit omgeving Haarlem deze kant op via de ’toeristische’ route: over de dammen en de dijken (N59). Dan is het het handigste om via de tunnel in de A24 te rijden: de Blankenburgverbinding. Dat is een toltunnel, en dus keek hij van tevoren op de site hoe dat werkt. Toen zag hij dit:

Hij appte het mij nog: ik bof, en wat grappig dat ze excuses maken voor het niet hoeven te betalen van tol.  

Ik moet zeggen, als ik dat nou opschrijf, denk ik: ja, daar had een alarmbelletje moeten gaan rinkelen. Maar eerlijk gezegd: ik interpreteerde het precies zoals hij, namelijk dat hij bij een passage door de tunnel op die zaterdagochtend geen tol hoefde te betalen.

Hij keek dus aardig op z’n neus toen hij een tijdje later een rekening kreeg. Voor de tol, € 1,57, plus € 9 ‘administratiekosten’. Nou moe!

En toen pas viel het kwartje. Door de toch wat bijzondere constructie van die tolheffing betekent ’tol betalen’ het afrekenen dat je naderhand (of ervoor) zelf moet doen. Dat lag eruit – de website dus. Niet het systeem van tol heffen (de camera’s boven de weg).

Je moet dus tol betalen, ook op momenten dat je niet kunt betalen. Ja, dat is toch een beetje een kronkel. Die – denk ik – voor een deel ligt aan verwarrend taalgebruik. Iets meer woorden misschien, bijvoorbeeld:

U kunt dan niet op deze site terecht om uw tolbedrag te voldoen.

Of misschien helemaal expliciteren met een uitleg-zin erachteraan nog:

U kunt dan wel door de tunnel rijden en bent in dat geval ook tol verschuldigd.

Dat is iets wat je echt even zou moeten testen: wat werkt het beste?

Later die maand was het in het nieuws dat het vaak fout gaat met dat betalen. Ik vind dat niet gek. Ik ben er zelf ondertussen ook weer een keer doorheen gereden en toen viel me op hoe subtiel eigenlijk de signalen zijn. Je moet behoorlijk intensief de borden lezen om te weten dat je tol moet betalen, en dan moet je daarna dus nog gaan uitzoeken hoe dat moet. Wat me ook nog opviel: op de borden stonden de oude prijzen, met een melding erbij dat die niet meer golden (ik weet niet precies wat er stond, maar zoiets). Dat vond ik ook niet heel netjes. Het scheelt 6 cent ofzoiets, maar dat zouden ze toch moeten aanpassen, vind ik.

Het blijft natuurlijk ook gewoon echt raar:  er staan daar geen poortjes, maar je moet wel tol betalen, en dat moet je zelf maar uitzoeken verder. Paradoxaal genoeg rijd je bij de Westerscheldetunnel wél door poortjes, compleet met slagboom, maar hoef je géén tol te betalen. Het is echt lastig te begrijpen.

Of liever gezegd: het is allemaal heel logisch als je het weet….

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Regionaal betekenisverschil

Louise Cornelis Geplaatst op 25 maart 2026 door LHcornelis23 maart 2026  

De afgelopen tijd deed ik een cursus verkeerskunde, overigens erg leuk, ik schreef er op mijn andere blog meer over. Aan verkeer zit natuurlijk ook een talige kant, en inderdaad ging het af en toe ook over borden, al dan niet in relatie met gedragsbeïnvloeding. Maar het grappigste moment qua taal was toen het ging over hubs. Dat zat zo.

Ruim een jaar geleden schreef ik hier dat ik me verbaasde over het gebruik van het woord hub als aanduiding van de plek waar de Flex stopt, of binnenkort gaat stoppen. Ik vind dat nog steeds wel: de hub hier vlakbij maakt toch vooral de overstap op de benenwagen mogelijk, en dan is dat toch echt een te ronkend woord. Maar een jaar later is het woord in die betekenis voor mij een stuk gewoner geworden. Zo gaat dat: ik zie de bordjes overal en ik hoor er mensen over praten. Dus hub betekent nu: Flex-halte, voor vraag-afhankelijk OV. 

In het gedeelte over mobiliteitsmanagement in de cursus ging het ook over hubs, met een slide erbij met onder andere dit beeld:

Aan zoiets dacht ik vroeger ook bij dat woord. Toen zei ik: ‘Hub betekent in Zeeland (en vast ook in andere OV-arme gebieden) ondertussen iets heel anders.’ Hij keek nogal wazig, volgens mij had hij geen idee waar ik het over had. Ik meende bij hem op dat en ook op andere momenten een licht dédain te proeven, zo van: met zulke uithoeken kunnen we geen rekening houden. Het zijn die dingen waar ik me sinds ik in Zeeland woon bewuster van ben geworden en waar het in de media ook best vaak over gaat: de Rand- of grootstedelijke arrogantie. Alsof ze zelf de maat der dingen zijn. Verder vond ik het trouwens wel een goede en prettige docent. 

Wat het me over taal maar weer eens deed inzien, was hoe zeer je referentiekader de betekenis van uitingen bepaalt, en dat dat kader nogal kan verschillen, van persoon tot persoon, van generatie tot generatie (mijn stuk in Tekstblad over de andere lezing van een lijdende vorm door de jongere generatie ging daarover), en dus ook van regio tot regio. Dat dat geldt voor, pak ‘m beet, bolus of ramp (de ramp hier kan er maar één zijn) ligt voor de hand. Maar het geldt dus ook voor een woord als hub.

Oftewel: als je schrijft voor een landelijk publiek en je doet een pretest, betrek dan je proefpersonen uit het hele land. 

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

AI analyseerde mijn stijl

Louise Cornelis Geplaatst op 23 maart 2026 door LHcornelis23 maart 2026  

Op neerlandistiek.nl kom ik voor in een stijlanalyse door AI van enkele bloggers voor die site. Ik kreeg de langere analyse dit weekend van Marc van Oostendorp toegestuurd. Ik heb het meteen gelezen, maar wist eerst niet zo goed wat ik ermee moest, dus ik heb het even laten bezinken tot eerder vanmiddag. Toen postte ik deze reactie:

Ik ben een van de geanalyseerde bloggers, kreeg er van Marc ook mail over met de langere analyse. Ik ben daar niet onverdeeld gelukkig mee. Ik voel me vereerd en vind het grappig om te lezen, maar ik denk ook: wat mij betreft is het zonde van het water en de energie die Claude hiervoor heeft verbruikt. Dit is voor mij typisch het gebruik van AI waarvan ik vind dat we het niet moeten doen. Want waarom wel? Dat AI best wel kan analyseren en schrijven maar niet zoals echte mensen, dat weten we al. Ik lees ook in de grotere analyse niets nieuws of verrassends. Wel een opmerkelijk geval van stereotypering: ik ben typisch ‘Zeeuws’. Ik woon welgeteld weer 2 jaar in Zeeland, na 40 jaar Randstad, waar mijn werk zich ook nog steeds afspeelt. Maarja, dat AI grossiert in stereotypes wist ik ook al.

(En naar aanleiding van de reacties: voor mij is het juist glashelder wat er voor menselijke schrijvers te doen overblijft. AI is echt niet op iets origineels of kritisch te betrappen. En het naar je hand zetten en fatsoeneren van wat AI genereert is soms meer werk dan zelf schrijven.)

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

De d’s en t’s van ‘mijn’ schrijvers

Louise Cornelis Geplaatst op 11 maart 2026 door LHcornelis11 maart 2026 5

In mijn stukje over het VIOT-congres schreef ik dat ik nog apart zou terugkomen op spelfouten van ervaren schrijvers. Dat was naar aanleiding van de presentatie van Alex Reuneker, taalkundige en beheerder van de website Gespeld.nl, waar je kunt oefenen met werkwoordspelling (en daarnaast ook bevriende mede-sporter, maar dat terzijde). De data die het oefenen op Gespeld.nl oplevert, gebruikt Reuneker voor analyses: wat zijn de struikelblokken in de werkwoordspelling?

In de lezing laatst ging het over de fouten die ervaren schrijvers maken. Het ging om 453 personen met een WO- of HBO-achtergrond. Die blijken minder fouten te maken dan scholieren, en ook andere. Op de eerste plaats bij die ervaren schrijvers staan leenwerkwoorden. Die hebben wat freaky kanten. Het is bijvoorbeeld hypeten, ik basketbal versus baseball (want verschil in uitspraak), gestrest (met 1 s want gewoon Nederlandse regel) en geüpdatet, wat een idioot woordbeeld oplevert. Op 2 staan de homofonen van de tweede persoon: word je, versus wordt je broer ziek?

De gebiedende wijs met een misplaatste t erachter (houdt rekening met) staat niet in de top-drie, terwijl die bij scholieren op 2 staat. Scholieren hebben minder problemen met de leenwerkwoorden, wat wellicht een leeftijdskwestie is. Zij schrijven altijd al geüpdatet, mijn generatie heeft dat ooit moeten aanleren.

Wat mij opviel bij de lezing, was dat ik in het werk van ‘mijn’ schrijvers volgens mij nooit fouten met de leenwoorden aantref, en ook niet met die homofonen van de tweede persoon. Wat ik het meest zie, is wat die leerlingen ook fout doen: gebiedende wijzen met een t erachter waar dat niet moet. Gister had ik er twee achter elkaar in één tekst, allebei in een opsomming met andere gebiedende wijzen waarbij je hoort dat er geen t achter moet: regel, bepaal. Dus de leden van de opsomming begonnen met zoiets als: regel, bepaal, houdt, en onderzoek. Vind ik altijd frappant, kennelijk ziet zo’n schrijver de inconsistentie niet.

Die twee achter elkaar brachten de totaalscore van d/t-fouten in het werk dat ik sinds die lezing eind januari onder ogen heb gehad op vier. Dat was drie keer de gebiedende wijs en één keer gebeurd in plaats van gebeurt. Vier fouten in een dikke maand, valt nogal mee, en dat klopt – ik werk met echt goede schrijvers. Het is zo weinig dat er qua onderzoek niets over te zeggen is. Ik verzamel verder.

Maar ondertussen dan toch: hoezo zijn ze zo anders dan in Reunekers data? Ik denk dat dat er vooral aan ligt dat noch leenwoorden noch de tweede persoon veel voorkomen in de teksten die ‘mijn’ schrijvers schrijven, en gebiedende wijzen juist wel. Zo formuleren ze immers veelal adviezen. 

Als ‘mijn’ schrijvers op Gespeld.nl zouden oefenen, komen ze daar problemen tegen die in hun dagelijkse schrijfwerk niet voorkomen. Dat is niet erg natuurlijk, vooral niet omdat ze wel voor kunnen komen, in je eigen werk of als je bijvoorbeeld je kinderen met huiswerk helpt, ik noem maar wat. In mijn geval wil ik echt wel weten hoe je geüpdatet schrijft, ook al gebruik ik het zelf nooit: ik wil gewoon weten hoe het moet. Ik had Reunekers vijf opgaven gelukkig allemaal goed, maar gestresst kwam daar niet in voor en zou ik met twee s’en schrijven. Weer wat geleerd dus.

Het allerbelangrijkste is dat je leert de problemen die in je eigen werk wél voorkomen op te lossen. Dus vraag ik me af:  is er een truc om zeer ervaren en goede schrijvers bewust te maken van die inconsistentie in hun gebiedende wijzen? Bij de homofonen dringt het woordbeeld met een t zich kennelijk enorm op. Wat zou daartegen te doen zijn?

 

Geplaatst in schrijftips | 5 reacties

Stuur gewoon de prompt

Louise Cornelis Geplaatst op 27 februari 2026 door LHcornelis27 februari 2026  

Vallend kwartje vanochtend toen ik Neerlandistiek.nl bijlas: ja, natuurlijk kun je gewoon je prompt sturen, als alternatief voor een AI-tekst! Prikkelend inzicht!

Overigens weet ik niet helemaal zeker of je AI-gebruik altijd kunt ‘ruiken’. Het is alweer van een tijdje geleden en de ontwikkelingen gaan razendsnel, maar er was ooit onderzoek waarin lezers daar totaal in faalden. Wat ik dan weer wel herken is dat AI-gebruik niet echt tot tijdwinst leidt. Eerst moet je al moeite stoppen in dat prompten, en daarna heb je er ook nog werk aan om er iets goeds en eigens van te maken.

En laat dat schrijven maar zeker niet over aan dat lumo.ai van de samenvatting onderaan, want dat schrijft raar lange zinnen.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Op een mens lijken

Louise Cornelis Geplaatst op 23 februari 2026 door LHcornelis23 februari 2026  

Ik betrap mezelf er sinds een week of twee op dat ik in mijn eigen schrijven en redigeren bewust dingen vermijd die naar ChatGPT ruiken. Ik wil dat mijn lezers de indruk krijgen van een echt mens. Inmiddels let ik daarom meer dan ooit eerder op deze dingen:

  • Ik houd nogal van het liggende brede streepje (de em-dash of kastlijntje), maar ChatGPT ook, heb ik begrepen, dus dwing ik mezelf daar een komma, puntkomma of nieuwe zin van te maken.
  • Ik heb me laten vertellen dat ChatGPT ook nogal van rondom houdt. Ik toch al niet, ik vind het wollig, want foute metafoor: als het gaat om een proces rondom X, zoals onlangs in een tekst, gaat het juist niet om om X heen, maar om X zelf. En als het dan ook nog een AI-kenmerk is…. weg ermee!
  • De laatste aanwinst hierin is de drieslag. Ik had net dit stukje gelezen waarin Marc Kregting me op scherp zette qua overdaad daaraan in AI-tekst toen ik er in de eerste twee zinnen van een inderdaad met de hulp van ChatGPT geschreven tekst meteen twee na elkaar aantrof: Centraal staat X, Y en Z. Dat vraagt A, B en C. Dat viel dus enorm op, maar mogelijk was ik er toch al over gestruikeld omdat zes elementen in twee zinnen nou niet bepaald makkelijk op gang komen is. Ik heb stevig geschrapt, omgegooid en gesynthetiseerd.

Maarja, nou heb ik in dit stukje drie bullets, dus ook een drieslag. Uh….

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Het is niet zeker dat deze korte tip werkt

Louise Cornelis Geplaatst op 18 februari 2026 door LHcornelis18 februari 2026  

Leuk stukje op Tekstblad.nl: vier onderzoeksresultaten over het communiceren van onzekerheid, in vier verschillende contexten. De tweede gaat over leiders in het bedrijfsleven. Als die onpersoonlijk formuleren (‘het is niet zeker’) komen ze als competenter over dan als ze dat persoonlijk doen (‘ik ben niet zeker’).

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Zware studiedag over schrijven met AI

Louise Cornelis Geplaatst op 9 februari 2026 door LHcornelis9 februari 2026  

Kort na het VIOT-congres had ik vrijdag alweer zoiets: de jaarlijkse NACV-dag voor docenten academische communicatieve vaardigheden waar ik graag heen ga (zoals vorig jaar). Op basis van het programma stelde ik me voor dat het dit keer een soort studiedag ‘schrijfonderwijs in tijden van AI’ voor me zou worden, en daar had ik wel zin in.

Nou, dat liep wat anders. Op de heenweg strandde mijn trein in Rotterdam in meervoudige storingen; een stuk Randstadrail, tram en bus via Zoetermeer later was ik uiteindelijk een uur te laat ter plekke. En dat viel nog mee: er vervielen een paar praatjes omdat de spreker zich gewonnen had gegeven in de treinenchaos. (Ik kon me dat voorstellen: ik had ook overwogen om te draaien, vooral toen ik opgepropt in een benauwde metro druk stond te hannesen met de relevante apps om uit te vogelen hoe ik misschien toch nog in Leiden kon komen – wat overigens wel verbondenheid gaf met de lotgenoten.)

Bovendien waren er zieken, en zo was het programma nogal op de schop gegaan, en het was al niet zo heel veel. Daarbij een praktische consequentie: met soms maar 2 in plaats van 4 parallelsessies was er niet genoeg plek in de zaaltjes voor alle belangstellenden. Dat betekende staan en op de grond zitten. Na die reis trok ik dat even niet, en zo liet ik nóg een ronde praatjes gaan, waarin mijn voorkeurslezing toch al was vervallen.

Tsja, en daarbij nog wat randzaken die me anders misschien niet zwaar waren gevallen, maar nu wel: de zalen door de drukte warm en benauwd, geen garderobe, dus lopen sjouwen met tas en jas, heel slechte koffie, een rij voor de lunch, eerst niet genoeg vegetarische broodjes (was foutje, het kwam later goed)… Overmacht speelde een grote rol en mijn verwachtingen op basis van eerdere NACV-meetings ook, maar toch: ik vond het ronduit armoedig en voor mij zelf werd het alles bij elkaar zo een best wel zware dag.  

Eerlijk gezegd: daar stond inhoudelijk niet genoeg tegenover. Ik heb uiteindelijk drie praatjes wel bijgewoond en die waren leuk, maar van het niveau: ‘dit is hoe wij in onze opleiding omgaan met AI’. Ik herkende vrij veel, vond af en toe een andere inkadering of werkvorm wel interessant maar ik hoorde weinig écht nieuws en ik miste overstijging van de ervaringen of iets van onderzoek of theorievorming.

Dat was jammer, maar het glas is beslist ook halfvol, zo concludeerde ik: ik ben wel goed bij, qua schrijven met AI. Ik bedoel: toen ChatGPT opkwam en ik ineens in trainingen vragen kreeg als ‘waarom moeten we zelf nog leren schrijven?’ wist ik me geen raad en ben ik me dus snel gaan verdiepen in het thema en ermee gaan experimenteren, zelf en in mijn trainingen. Dat heb ik echter niet heel erg veel gedaan: ik vind dat er aan het gebruik van generatieve AI dusdanig veel haken en ogen zitten dat ik er voor mezelf zeer terughoudend in ben. Daardoor is mijn ervaring ermee beperkt, vind ik zelf. Dat maakt me wel eens wat onzeker tegenover ‘heavy users’.

Maar vandaag stelde me gerust over wat ik weet over wat de opmars van AI betekent voor het leren schrijven voor hoger opgeleiden. Iedereen is nog aan het experimenteren kennelijk en echt vernieuwende inzichten zijn er niet. Ja, studenten moeten leren waarvoor ze AI wel en beter niet kunnen gebruiken, dat het het soms moeilijker dan wel slechter maakt, en dat het alleen maar belangrijker is geworden om zelf kritisch te kunnen lezen en denken én het schrijfproces goed te beheersen.

Dat wist ik allemaal al, zie mijn artikel in Tekstblad, maar de geruststelling dat ik niet ergens iets over het hoofd zie is de moeite waard. En gelukkig was het, net als in Antwerpen de week ervoor, wel gezellig en reed de trein terug naar huis gewoon in een keer door.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Zweedse koks in Antwerpen

Louise Cornelis Geplaatst op 2 februari 2026 door LHcornelis23 februari 2026  

Als het enigszins uitkomt, ga ik er altijd heen: het VIOT-congres, de wetenschappelijke conferentie op mijn vakgebied. Vorige week was het weer zover, in Antwerpen, op een mooie plek in de oude binnenstad. De keer daarvoor was twee in plaats van de gebruikelijke drie jaar geleden en dat is de nieuwe frequentie, begrijp ik. Van mij mogen ze over twee jaar wat kritischer kijken naar het programma, want dat ging wat mij betreft als een nachtkaars uit: de eerste dag was overladen, de tweede dag was nog tot half 3 interessant, en daarna was er voor mij te weinig om nog voor in Antwerpen te blijven en dat heb ik dan ook niet gedaan.

Die krappe twee dagen waren echter wel weer de moeite waard, als uitje, reünie (zo noemde een vakgenoot het terecht) en ook wel omdat ik het leuk vond om het deel van mijn hoofd dat zich graag bezighoudt met methoden van onderzoek weer eens aan te spreken. Punt. Wat er ontbreekt hier is dat het zakelijk nuttig en dus inhoudelijk relevant voor mijn werk was, en dat klopt. De trend die ik twee jaar geleden signaleerde, dat ‘schrijven door/teksten van professionals’ uit is, zet zich voort.

Er was slechts één lezing met misschien een link naar mijn praktijk: die van Henk Pander Maat over herschrijven. Die was echter wel behoorlijk theoretisch en aan het eind ontging me iets – het was tegen het einde van die volle eerste dag en mijn hoofd was een beetje klaar. Mogelijk ook doordat de CO2-meter in de ruimte tot diepdonkerrode waarden was opgelopen – ik had zicht op de meter en vroeg me af waarom die er hangt als niemand er iets mee doet. Nouja, Henk gaat me z’n Powerpoint sturen en dan ga ik er nog eens beter over nadenken.

Er was wel een duidelijke rode draad – natuurlijk ook wel ingegeven door mijn keuzes in de parallel-sessies, maar de trend was meteen al gezet in de plenaire openingslezing: de taalbeheersing moet naarstig op zoek naar nieuwe onderzoeksmethoden. In die eerste lezing ging Hans Hoeken nader in op wat hij al samen met Daniel O’Keefe in 2021 op de kaart zette: dat het effect van tekstontwerpkeuzes op de overtuigingskracht in experimenteel onderzoek niet aan te tonen is.

Het effect van tekstontwerpkeuzes is er niet, klein en/of onvoorspelbaar. Later drukte Carel van Wijk het in zijn lezing uit als de ‘Januskop’ van tekstontwerpkeuzes: wat voor de een levendig geschreven is, is voor de ander verwarrend. De een vindt een informele stijl aardig een vertrouwd overkomen, een ander neemt zo’n tekst niet serieus. Mij leert dat dat je goed moet weten voor wie je schrijft, en ook dat je bij het schrijven niet je best hoeft te doen op perfectie.

Voor een schrijvende professional is zo’n relativerende boodschap niet verkeerd, maar voor onderzoekers is het slecht nieuws. Hoeken noemde zichzelf daarom tegenover het publiek de ‘meest deprimerende collega’. Maar zo zwart is het eigenlijk niet, zei hij zelf, en inderdaad: als met behulp van de juiste ontwerpkeuzes een tekst wel heel erg overtuigend te maken is, worden onze overtuigingen rechtstreeks bepaald door zo’n tekst. Dan zouden wij allemaal speelballen zijn in de handen van tekstschrijvers. Zo makkelijk is overtuigen gelukkig niet. 

Toch is het ergens wel het ideaalmodel van de taalbeheersing, zo schetste Hoeken: dat er een recept zou zijn als, zeg: pak drie sterke argumenten voor, weerleg een zwak argument tegen, voeg er wat humor aan toe en een bepaalde dosis levendigheid, en klaar is je overtuigende tekst. Hij toonde daarbij een plaatje van een topkok. Maar, zo zei hij, wij taalbeheersers lijken eerder op de…

Zweedse kok van de Muppetshow (bron plaatje: https://nl.pinterest.com/pin/2251868552177727/)

Zo’n plaatje zat echt in Hoekens presentatie, heerlijk! Met als strekking: taalbeheersers-Zweedse-koks weten dus eigenlijk niet wat de succes-ingrediënten zijn van een overtuigende tekst. Hoeken liet zien wat dat voor de methoden van onderzoek betekent. Eén van de problemen is de vaagheid van de gemeten termen. Wat is ‘levendig’ bijvoorbeeld, als het om een tekst gaat? Hoeken bepleitte een stevigere fundering in de theorie, betere definities bijvoorbeeld.

Nou, de toon was gezet. In de rest van de conferentie werd ik heen en weer geslingerd tussen een soort vertwijfeling als er wéér een Zweedse kok op zoek ging naar een ingrediënt op basis van weinig theorie, vage operationalisaties, twijfelachtige manipulatie van de onafhankelijke variabele* en wel een dikke dosis precisie-statistiek – steeds dikker, want dankzij een nieuwe methode kan iedereen aan de haal met mediërende factoren. Mij stoort dat al sinds ik als ‘buitenstaander’ (niet-wetenschapper) mijn vakgebied bekijk, dus al meer dan 25 jaar.

Maar aan de andere kant: er was ook hoop. Omdat het er nu eindelijk expliciet over ging. Meteen na Hoekens lezing verontschuldigden twee sprekers zich voor hun eigen verhaal, omdat ze moesten erkennen dat ze in de net door hem geschetste valkuil waren gevallen. En op donderdagochtend was een heel panel gewijd aan methoden voor het onderzoek naar het effect van stijl. Ook daar weer Zweedse koks, maar ook interessante discussie, overigens zonder duidelijke conclusie, hooguit iets over de waarde van ‘mixed methods’. 

Buiten deze rode draad heb ik eigenlijk niet eens zo heel veel gehoord. Nouja, een paar andere presentaties. Over stoken als taalhandeling, spelfouten van ervaren schrijvers (kom ik nog een keer apart op terug), over herschrijven dus, en tot slot (nouja, voor mijn vertrek) een plenaire lezing door Walter Daelemans over generatieve AI, inzoomend op de mogelijkheden en beperkingen van Nederlandse taalmodellen.

Mijn conclusie van de twee dagen was: dikke inhoudelijke crisis. En daar ligt zowel dreiging als kans. De kans is dat er echt iets gaat veranderen. Ik zou niet weten welke kant op en hoe, maar dat is ook niet aan mij. Wel stemt het me hoopvol. Bij de dreiging voegt zich echter dat het geen makkelijke tijd is voor de wetenschap in het algemeen en voor Letteren in het bijzonder. Als Zweedse kok kun je wel over het ingrediëntje dat je toevoegt publiceren, en als dat voorop staat, verandert er weinig. Sterker nog, dan dreigt fragmentatie en steeds dieper wegkruipen in het laboratorium, in de zin van: steeds verder af komen te staan van wat gewone taalgebruikers doen met tekst. Want dat was bij sommige experimenten wel heel ver.

Ik kijk al uit naar het volgende congres, want ik ben benieuwd hoe de taalbeheersing er over 2 jaar voorstaat. Dat is wel spannend. Niet alleen signaleerde ik die inhoudelijke crisis en het nachtkaars-programma, maar ook waren er maar weinig deelnemers. Toch wat zorgelijke ontwikkelingen, lijkt me. Gaat het vakgebied die trend keren?

 

* Onafhankelijke variabele: de tekst en de herschrijving die je in het experiment aan proefpersonen voorlegt om ze met elkaar te vergelijken – als dat bijvoorbeeld maar één tekst is, kan alles wat je vindt toevallig aan die ene tekst liggen

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Met een pro-drop naar de sportschool

Louise Cornelis Geplaatst op 30 januari 2026 door LHcornelis27 januari 2026  

Afgelopen maandag stond er op nos.nl een sportbericht met deze kop:

Uit het bericht begreep ik dat ik dat citaat moet lezen met ik erin: ‘Maar ik ga niet mee naar de sportschool’. Bij mij wringt dat. Ik kan ga eigenlijk niet anders lezen dan als gebiedende wijs, dus al advies of waarschuwing van Van der Vaart aan Van Barneveld dat Raymond maar beter niet met Rafael mee kan gaan naar de sportschool, want niet leuk, te zwaar of iets dergelijks. 

Maar dat is het dus niet. Ga is geen gebiedende wijs maar de eerste persoon tegenwoordige tijd van gaan, alleen zonder ik. Dat is een geval van pro-drop: weggelaten voornaamwoord. In veel talen is dat heel gewoon (Spaans, Latijn en Russisch zijn bekende voorbeelden), maar in het Nederlands niet. Op de Wikipedia-pagina wordt het als behorend tot ‘zeer informele registers’ bestempeld. ‘Is goed’ er een veelvoorkomend voorbeeld van, maar ik kan me nog herinneren dat dat opviel toen het oprukte rond de eeuwwisseling, in elk geval bij taalkundigen. 

Voor mij is een nieuwskop met pro-drop ergens toch onacceptabel, althans, dat leid ik af uit mijn verkeerde interpretatie van de kop. Manlief had er echter geen moeite mee. Hij baseerde wel zijn correcte interpretatie op de aanwezigheid van mee in de zin. Dus meer uit de inhoud afgeleid dan uit de vorm van ga.

Dus zou ik zeggen: doe maar niet, pro-drop in een kop.

 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Recente berichten

  • Tol betalen als dat niet kan
  • Barbaar!
  • Dank!
  • Brief van de week
  • Boek over een soort collega besproken

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (330)
  • Opvallend (567)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (911)
  • Uncategorized (48)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (207)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • mei 2026
  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑