In de vorige posts zijn al wat markante bordjes van onze recente fietsvakantie in Frankrijk en Spanje gepasseerd; hier komt een verzamelpost van 10 andere, allemaal dingen die me opvielen vanaf de fiets.
Om te beginnen: de Franse bordjesoverdrijving. Ik denk dat iedereen het wel weet: in het Franse verkeer doen ze het met veel meer bordjes dan wij. Zo hangt er onder elk driehoekig bord ‘voorrangsweg’ ook nog een kleintje met de tekst ‘cédez le passage’, waarbij ik altijd denk: ‘maar dat betekent het bord ook al’. Of neem de talrijke rappel-bordjes, alsof ze een heel slecht geheugen hebben. Op de voies vertes, de gecombineerde fiets- en wandelpaden, barst het van de bordjes die dat aanduiden:

Vaak voorzien van zo’n obstakel. Hier snap ik het helemaal niet, maar ook als het alleen maar was bij de oversteek van een karrenpad uit een weiland leek het me nogal overdreven. Overal moeten fietsers voorrang geven, en draaien om die hekken… Verder was het er heerlijk op fietsen.
Ook die voie verte-borden spreken niet voor zich, want er hing heel vaak een bord onder dat de toegang voor auto’s specificeerde, zoals dit:

Maar daar is iets geks mee. Er staat eigenlijk: dit is een pad voor voetgangers en fietsers, behalve voor rechthebbenden. Huh? Je moet daar zelf eerst een tussenstap zetten: ‘dus verboden voor auto’s’. Daar grijpt behalve op aan. Dat maakt het een extra interessante, maar los daarvan denk ik: bij ons hoeft dat er niet elke keer onder te staan, dat spreekt voor zich, dat bijvoorbeeld een dienstauto over het fietspad mag.
Dat was niet de enige keer dat de borden verwarden. In Saint-Jean-Pied-de-Port hebben we een tijdje staan puzzelen op deze overdosis met wat fascinerende details (bijvoorbeeld: het ontbreken van 3 in het bovenste Eurovelo-symbool):

Pampelune voor Pamplona vond ik dan weer leuk klinken.
De voie vertes bepaalden dagenlang ons fietsende bestaan. De ViaRhôna volgden we het langst, 4,5 dag, en toen konden we dit bordje dromen:

In Spanje hadden we ook nog een keer een weg met heel veel bordjes, namelijk toen we het dal van de Erro volgden. De weg stak het riviertje regelmatig over, en bij elk bruggetje stond een bordje. Ook daarbij dacht ik: alsof ik het zo snel vergeet. Na een paar dacht ik: ik had ze moeten tellen. Ik nam me voor om de eerstvolgende dan maar op de foto te zetten, en toevallig was dat net de meest aftandse:

Wat ik in Frankrijk dan weer grappig vond, was dat ik sommige geografische aanduidingen nogal met wijn associeer, en dus bijvoorbeeld moest grinniken bij de naam van dit kanaal:

Dat klinkt in mijn oren toch een beetje als de slokdarm van een wijnliefhebber.
En dan nog een, beetje flauw, maar als Bevelander is het grappig om te zien dat het Franse Goes er een accentje bij krijgt:

Ook een grappige: in Spanje word je, als er een snelweg nadert, als fietser op een hoop gegooid met paard en wagen:

Op de fiets zijn pasbordjes me altijd dierbaar. Het waren er niet veel, maar deze in de Pyreneeën stond op het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van ons fietsen:
Dan nog eentje waarvan dit de enige foto is, bij een bakker, maar het verschijnsel heb ik vaker gezien: aankondigen dat je tous les jours open bent, terwijl op het bordje blijkt dat dat niet zo is.
Daar zou ik toch ander advies over geven, maar aangezien ik het vaker zag, is het in Frankrijk misschien minder ‘fout’ of verwarrend dan hier? Merk ook op dat de verdeling van de tekst over het blad ook niet handig is, vooral voor wat betreft de mededeling over de machine waar je ’s middags brood uit kunt halen.
Dit soort observaties, ja, het is beroepsdeformatie, maar ik vind het echt iets toevoegen aan mijn vakantieplezier. Dat is gelukkig niet strijdig met elkaar: mijn vak hoeft niet ‘uit’ als ik op vakantie ben.




Daar moesten we hartelijk om lachen. Maar sneu voor de niet-kampeerders is het wel!







Ze leken bovendien nogal op Catalaans, wat inderdaad nauw verwant is, bijvoorbeeld met ciutat (‘stad’) erin. Daardoor leek het af en toe wel anders dan de rest van Frankrijk.