↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Veranderende informatiestromen

Louise Cornelis Geplaatst op 20 mei 2026 door LHcornelis30 april 2026  

Tot bijna twee jaar geleden postte ik hier regelmatig een ‘oogst aan links’: een overzicht van interessante online bronnen die ik was tegengekomen. Die laatste post noemde ik al ‘karig’ en sindsdien is het er niet meer van gekomen. Dat komt volgens mij door een opeenstapeling van verschillende oorzaken die maar weinig met elkaar te maken hebben. Er is een vage gemeenschappelijke deler en dat is de rol van technologie, maar die pakt dan wel op verschillende manieren uit:

  •  SlideMagic was altijd goed voor een paar links in die oogst. Eerst viel dat stil vanwege de oorlog in Gaza en toen het weer een beetje op gang kwam, ging het over de integratie van AI in de presentatie-software, wat mij niet zo interesseert.
  • Ik haalde nogal wat van Twitter, en daar ben ik mee gestopt enige tijd nadat dat X werd. Ergens is dat jammer: ik mis zo echt wel interessante dingen, van vakgenoten die zelf schrijven of die verwijzen naar interessante zaken die zij elders zijn tegengekomen. Maar ik wilde niet meer meedoen met dat zootje van Elon Musk en ik vond ook dat ik veel te veel bagger moest verwerken om er de leuke dingen tussenuit te pikken.
  • Dat van die bagger geldt ook voor LinkedIn. Dat volg ik nog wel zijdelings, maar ook daar moet ik tussen grote hoeveelheden van wat een vriendin van me noemt ‘schaamteloze zelfpromotie’ te hard zoeken naar interessante zaken.  Wat ook niet meewerkt, is dat ik na een hack van mijn LinkedIn-account alleen kan inloggen met twee keer het dual-authentication-proces te doorlopen. ‘Even’ een blik werpen is er zo niet bij.
  • Schrijven met generatieve AI is zo mainstream geworden dat ik ben gestopt met het verwijzen naar interessante stukken daarover. Dan kan ik wel bezig blijven namelijk. Je moet wel onder een steen leven om niet te lezen over de kansen en mogelijkheden én de risico’s, zorgen en problemen ermee. Alleen de hoogst relevante dingen voor mijzelf en/of schrijvende adviseurs neem ik hier mee, en daarover post ik dan meteen.
  • Ook al eerder gesignaleerd: er verschijnt niet zo heel veel opzienbarends over schrijven, anders dan hoe je dat met AI doet (zie vorige bullet). Mijn indruk is dat het vakgebied hard bezig is met het absorberen van die grote verandering. 

Ook ik worstel met de overdaad aan sociale en andere media, en sommige daarvan begrenzen is zelfbescherming. Er blijven nog wel bronnen over die ik nauwgezet volg, daar ligt het niet aan. Ik bedoel: ik ben niet mijn interesse verloren ofzoiets. De belangrijkste daarvan is Neerlandistiek.nl. Ook lees ik van papier: naast de krant Onze Taal, Tekstblad, Tijdschrift voor Taalbeheersing en Schrijven Magazine. Ik blijf interessante dingen daaruit hier rapporteren, maar dat doe ik dan meteen, want opsparen duurt te lang. Ten opzichte van de tijden dat ik regelmatig een oogst aan links kon posten is dat jammer: toen leerde ik meer uit zulke bronnen. Maarja, de tijden veranderen, het is niet anders.

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Informatieparadox: de leesinspanning waard

Louise Cornelis Geplaatst op 14 mei 2026 door LHcornelis30 april 2026  

In mijn blogpost van een tijdje geleden beloofde ik terug te komen op de tweede leestip uit het tekstkadertje in het boek bij Marieke. Dat betreft De informatieparadox. Een blinde vlek in het openbaar bestuur van Ed van Thijn en Teresa Cardoso Ribeiro. Het is uit 2004 en niet meer in de handel; ik kreeg een tweedehands exemplaar. 

Het was de moeite waard, maar wel een taaie dobber. Het is ronduit slecht geschreven. Ik snapte niks van de structuur, in de zin dat elke volgende paragraaf als een soort verrassing kwam, ik geen lijn te pakken kreeg en regelmatig dacht: ‘dit heb ik toch al gelezen?’ Het bevat nauwelijks alinea’s, en/of de alinea’s zijn veel te lang. Er zijn er van anderhalve pagina! En een fiks aantal zinnen is lang en complex, met een boel tangen en haakjes en gedachtestreepjes, en met abstracte woorden. Hier is een voorbeeld, de eerste zin van hoofdstuk 2 (p. 41):

De sterke groei en professionalisering van het ambtelijk apparaat in combinatie met de functionele inrichting van het openbaar bestuur – een hoge piramide met informatielijnen die langs vele beleidskolommen lopen geordend naar beleidsterrein van gemeente tot het rijk en van uitvoerende dienst op afstand (tussen Den Helder, Maastricht, Groningen en Middelburg) naar de secretaris-generaal (SG) – weerspiegelen het detailleringsvermogen van de bureaucratie om tegemoet te komen aan de sterk gedifferentieerde verwachtingen van de postmoderne burger/kiezer (Rosenthal, 1996: p. 4; Van Leeuwen 1997, p. 40). 

Een van de extremere voorbeelden, dat wel, maar wel typerend voor de stijl. Ik vond het boek op het randje van onleesbaar en heb het dan ook niet allemaal grondig gelezen. Wel de passages waarvan ik dacht: hé, daar zit iets in! Want dat was wel degelijk zo, en uiteindelijk was het dus toch de moeite van de inspanning waard. Het directe raakvlak met mijn eigen werk is dat het knetterbelangrijk is om de voorkeuren van je lezer helder te hebben. Ik werk dat hieronder uit.

De paradox van de titel houdt in dat er steeds meer informatie komt, maar dat er toch dingen mis gaan als gevolg van gebrekkige informatievoorziening. Dat slaat dan in het bijzonder op de rijksoverheid, dus op de informatievoorziening van ambtenaren naar de bewindspersonen en de Tweede Kamer. Uit parlementaire enquêtes bleek dat informatie steeds een grote rol speelde in de affaires uit de jaren voor de publicatie van het boek (onder andere Srebrenica, bouwfraude, Bijlmerramp).

De gebrekkige informatievoorziening heeft een inhoudelijke kant (ambtenaren moeten selecteren), maar ook een vormkant: hoe presenteren ze de geselecteerde informatie? Voor het antwoord daarop maakt het boek een onderscheid tussen twee typen lezers, meer in het bijzonder: twee typen ministers (‘archetypen’):

  • Dossiervreters. Die willen zo veel mogelijk informatie zelf ontvangen en kunnen maar weinig delegeren. Ze willen frequent gedetailleerde informatie ontvangen, ook over hoe het proces verloopt.
  • De liefhebbers van A4’tjes. Die vertrouwen op het selectievermogen van hun ambtenaren en willen alleen rapportage op hoofdlijnen, en niet te vaak. Accent moet dan liggen op het al dan niet behalen van het eindresultaat.

Ambtenaren moet dus weten voor welk van de twee typen ze schrijven. Op basis daarvan bepalen ze wat ‘relevant’ is. Dat is een kwestie van ‘fingerspitzengefühl’ – er zijn nergens richtlijnen voor. De auteurs noemen de informatievoorziening dan ook weinig geprofessionaliseerd, in een wereld die verder aan elkaar hangt van de protocollen en de richtlijnen.

Eigenlijk is het aan de bewindspersoon zelf om duidelijkheid te scheppen welke informatie en hoe veel die nodig heeft, maar dat werkt in de praktijk niet goed, onder andere omdat de minister de sluitpost is van een lang selectieproces in de ambtelijke hiërarchie dat ergens aan de basis begint. Wat de minister bereikt, is het resultaat van een lang proces van selecteren en interpreteren. De ambtenaren die dat doen, zijn niet eindverantwoordelijk; de minister wel – een recept voor problemen.

Die ambtenaren verschillen bovendien ook weer van elkaar. Je hebt er bijvoorbeeld meer en  minder risicomijdende types tussen, en dat maakt uit voor hoe ze communiceren. Iemand die ‘zeker’ wil zijn, stelt het informeren van de minister soms te lang uit. Voor het selecteren en interpreteren speelt bovendien de wijdere context een belangrijke rol: sommige dossiers liggen onder het vergrootglas van de media of kunnen de minister diens politieke kop kosten. Wat relevant is, is context-gebonden. Dat maakt het formuleren van criteria lastig.

Enkele voorbeelden van hoe dat selectieproces mis kan gaan, komen me erg bekend voor:

  • Aan de minister voorleggen van een dichtgetimmerd beleidsadvies, waar keuzes met hun voors en tegens meer op hun plek waren geweest. Dat doen adviseurs ook, al doen ze vaker juist het omgekeerde, maar dat is de andere kant van dezelfde medaille: de voorkeur van de lezer onvoldoende voor ogen hebben. 
  • Compromissen worden verborgen achter verhullende taal. Zo houd je het conflict weg bij de minister. Eén van de oorzaken voor de ‘wolligheid’ van veel beleidsschrijven, niet op te lossen met er zomaar B2 of een andere norm voor heldere taal op los te laten. 
  • Als je de minister niet in het proces meeneemt, loop je het risico dat die te laat bijstuurt. Citaat: ‘Dan kan je weer opnieuw beginnen als het niet goed is’ (p. 80).

Een leuke anekdote vond ik nog dat minister Dales (BZK) via een cassettebandje werd bijgepraat, met klassieke muziek tussen de updates. Wat een mooi maatwerk! Zo zijn er wel meer heel persoonlijke voorkeuren.

In de bijlage staat dan wel een voorbeeld van een soort protocol, namelijk van toetspunten van BSG (?). Dat gaat echter nogal om de tekst, niet om het selectieproces. Het bepleit tot mijn genoegen hoofdboodschap voorop (‘Nota begint bij voorkeur met een kort en bondig advies, liefst vet gedrukt’, p. 107). Wel laat zo’n protocol wat mij betreft zien hoe moeilijk het is, want het bepleit bondigheid maar vraagt ook ‘Is alle relevantie informatie aanwezig?’ en ‘Zijn de afwegingen zichtbaar?’ (p. 106). Dat zijn voor alle schrijvers lastige spanningsvelden.

En als ik het dan toch over de bijlagen heb… daarin staat een lijst van 30 redenen om de minister (nog) niet te informeren, allemaal  naar voren gekomen uit het bevragen van ambtenaren. Die vonden ze allemaal ‘dwingend, legitiem’. Het gaat dan om redenen als ‘onderwerp te futiel’, ‘geen slapende honden wakker maken’, ‘geen maten naaien’ en ‘minister is on his way out‘ (p. 103/104). Daar keek ik wel van op!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Boek over een soort collega besproken

Louise Cornelis Geplaatst op 7 april 2026 door LHcornelis7 april 2026  

Op Neerlandistiek.nl worden, in enkele maanden tijd, alle boeken besproken die zijn aangemeld voor de Libris Literatuurprijs (‘groslijst’). Dat doen een heleboel verschillende lezers van de site. Ik ben daar een van: gister is mijn recensie verschenen. Die gaat over Het tekstbureau van Alfons Hoefjes. Ik had dat boek uitgekozen omdat het gaat over een mede-tekst-ZZP’er. Ik vond het leuk om te doen, ook al vond ik het boek maar zo-zo. Hoe dat zit, lees daarvoor maar die recensie!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

AI analyseerde mijn stijl

Louise Cornelis Geplaatst op 23 maart 2026 door LHcornelis23 maart 2026  

Op neerlandistiek.nl kom ik voor in een stijlanalyse door AI van enkele bloggers voor die site. Ik kreeg de langere analyse dit weekend van Marc van Oostendorp toegestuurd. Ik heb het meteen gelezen, maar wist eerst niet zo goed wat ik ermee moest, dus ik heb het even laten bezinken tot eerder vanmiddag. Toen postte ik deze reactie:

Ik ben een van de geanalyseerde bloggers, kreeg er van Marc ook mail over met de langere analyse. Ik ben daar niet onverdeeld gelukkig mee. Ik voel me vereerd en vind het grappig om te lezen, maar ik denk ook: wat mij betreft is het zonde van het water en de energie die Claude hiervoor heeft verbruikt. Dit is voor mij typisch het gebruik van AI waarvan ik vind dat we het niet moeten doen. Want waarom wel? Dat AI best wel kan analyseren en schrijven maar niet zoals echte mensen, dat weten we al. Ik lees ook in de grotere analyse niets nieuws of verrassends. Wel een opmerkelijk geval van stereotypering: ik ben typisch ‘Zeeuws’. Ik woon welgeteld weer 2 jaar in Zeeland, na 40 jaar Randstad, waar mijn werk zich ook nog steeds afspeelt. Maarja, dat AI grossiert in stereotypes wist ik ook al.

(En naar aanleiding van de reacties: voor mij is het juist glashelder wat er voor menselijke schrijvers te doen overblijft. AI is echt niet op iets origineels of kritisch te betrappen. En het naar je hand zetten en fatsoeneren van wat AI genereert is soms meer werk dan zelf schrijven.)

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Een vernieuwend eerste deel, daarna jeuk

Louise Cornelis Geplaatst op 19 maart 2026 door LHcornelis19 maart 2026  

Onlangs schreef ik hier dat ik nog terug zou komen op een soort zelfhulpboek waar ik wel enthousiast over was. Ik was op dat moment halverwege The Way of Excellence en ik moet bekennen dat ik door het tweede deel iets minder enthousiast ben geworden, maar dan nog: de moeite waard om hier aandacht aan te besteden.

The Way of Excellence, ondertitel ‘A Guide to True Greatness and Deep Satisfaction in a Chaotic World’ is het nieuwe boek van Brad Stulberg, een kerel die ik al jaren nauwgezet volg (zie deze blogpost over zijn vorige boek bijvoorbeeld). Ik vind hem en zijn vaste maatje Steve Magnuss originele en denkers die stevig onderbouwde vraagtekens durven te zetten bij dominante, hippe ideeën en zo een bijdrage leveren aan betere zelfzorg, zo vat ik het maar even samen.

The Way of Excellence is de jongste loot aan die stam. Het valt uiteen in twee delen: het eerste deel heet ‘Foundations’ en is beschouwend, meer theoretisch; het tweede heet ‘Mindsets, habits and practice’ en dat is meer zoals je je een zelfhulpboek voorstelt: het beschrijft wat je moet doen om te excelleren. Dat tweede deel is veel langer dan het eerste.

Ik vond het Foundations-deel smullen. Ik noemde in die vorige post The Way of Excellence vernieuwend, en dat zat ‘m in dit deel. Dat is enerzijds omdat ik graag dingen lees die me helpen om de wereld en het leven te begrijpen, en anderzijds omdat voor mij in het tweede deel veel te veel de maakbaarheid centraal staat.

Of nouja, centraal… het zit hem vooral in de voorbeelden. In zo’n beetje elk hoofdstuk wordt iemand opgevoerd die die zo’n mindset, habit of practice (de usual suspects ook nog, zoals discipline, focus, geduld, nieuwsgierigheid, gemeenschap en plezier) uitvoert en daar enorm succes mee heeft gehad. Dat is een vorm van de narratieve drogreden: iemand doet X en wordt succesvol, en legt daar een causaal verband tussen. Maar nee. Er zijn duizenden, miljoenen mensen die ook X deden en die niet succesvol werden. De maakbaarheidsillusie is dat als jij ook maar X doet, jij ook succesvol zult worden.

De narratieve drogreden is in maakbaarheidskringen zeer populair (dat eerdere zelfhulpboek, Essentialisme, stond er ook bol van), en het verbaast me een beetje dat Stulberg ‘m niet doorziet. Of, als hij hem wel doorziet, er toch zo veel gebruik van maakt. Ik kreeg er jeuk van. Maar dat kreeg ik dus pas in deel 2.

In deel 1 zet Stulberg uiteen wat hij onder excelleren verstaat. Dat is, grappig genoeg, niet eens knetter succesvol zijn, althans, niet in de zin van bestsellers verkopen, een topbedrijf runnen of een wereldrecord vestigen. Waar het om gaat, is ‘mastery and mattering’: je bent actief betrokken (‘involved engagement’) waar je goed in bent en steeds beter in wordt, en wat in lijn is met wat in jouw leven waardevol is. Zodoende maak je de wereld dus steeds een beetje beter. Dat geeft diepe voldoening.

Wat voor mij nieuw was, is dat Stulberg de drang om de wereld steeds een beetje beter te maken uit de biologie verklaart. Zelfs eencelligen doen dat al, die voelen zich aangetrokken tot ‘het goede’ en bewegen in die richting. Ik heb altijd gedacht dat het ‘better never stops’ een bijverschijnsel is van het kapitalisme en dat er tussen individuen nogal verschil zit in hoe zeer ze zich door een verbeterwens laten drijven. Maar Stulberg betoogt dus dat het dieper zit, en in ons allemaal. Wel verschilt natuurlijk nogal wát we willen verbeteren, hoe zich dat uit, en hoe goed iemand is.

De tweede vernieuwing vond ik dat Stulberg de koppeling maakt met voelen. Daar kom ik kop enigszins bekend gebied, want in ‘mijn’ tak van de taalkunde, de cognitieve, stond in de tijd dat ik er nog actief in was de gedachte van ‘ik voel dus ik ben’ ook in de aandacht. Ik kom zelfs dezelfde naam tegen: Antonio Damasio, die van: ‘ik voel dus ik ben’. Ik ken dat gedachtegoed dus, maar las met plezier hoe Stulberg dat verbindt met excelleren: meesterschap is gebaseerd op gevoel en verbonden met ons hele lichaam, niet alleen op denkwerk met ons hoofd. Omdat we met heel ons wezen voelen wat goed en slecht is, en daarnaar handelen.
Als we ons dan richten naar het goede, dan voelen we dat dus ook, en dat gevoel is wat ons in essentie menselijk maakt en wat ons leven zin geeft. Juist ook als we daar moeilijkheden bij overwinnen.

Ik herken daarin het diepe genoegen dat doelgericht trainen in de sport geeft, maar ook hoe ik schrijf en vooral: redigeer. Er zijn doorwrochte checklists voor een goede tekst in omloop en ik kijk soms zeker ook analytisch (met dat hoofd-denkwerk dus), en toch is mijn gevoel doorslaggevend in het verbeteren van een zin of passage. Zo’n 25 jaar geleden heb ik geprobeerd daar iets van onder woorden te brengen in het kader van mijn opleiding in de Gestalttherapie toen. Ik paste toen de Gestalt-term awareness toe op lezen en herschrijven en dat zit in die hoek. In het vakgebied is dat aspect van tekstenwerk een ondergeschoven kindje. En dat is eigenlijk wat Stulberg ook zegt: de manier waarop we praten over het verwerven van vaardigheden is eenzijdig, te weinig relationeel-interactief met de omgeving (‘you feel your way forward’).

Ik schrijf nu nog maar over de eerste 25 van de 276 pagina’s van het totaal en van van de 61 in deel 1 van het boek. In de rest van deel 1 contrasteert Stulberg vooral excelleren met dat waartoe het moderne leven nogal verleidt: de afleiding en chaos van sociale media en het streven naar externe waardering (geld, medailles), hedonistische kortetermijngeluk of immorele zaken. En daarna gaat het dus over het hoe van dat excelleren. Daar komt nogal wat bij kijken en dat is een goed samenhangend en hier en daar leerzaam verhaal, maar met dus die maakbaarheids-suggestie. Daar kreeg ik dus jeuk van, maar dat doet niets af aan mijn enthousiasme voor deel 1.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Essentialisme

Louise Cornelis Geplaatst op 2 maart 2026 door LHcornelis2 maart 2026 1

Op bezoek bij collega Marieke bladerde ik in december door het boek Zelf infographics maken van Paul van Elk. Dat zag er tof uit. Mijn oog viel in het bijzonder op een tekstkadertje op p. 37 (nouja, mijn oog werd daar op advies van Marieke heengestuurd, dat is preciezer uitgedrukt) met leestips over het voorkomen van ‘detailblubber’ in je infographic. Oftewel: hoe kom je tot de rode draad, tot de essentie?

Marieke vond dat nogal piramideprincipe-achtig klinken, en daar was ik het mee eens. Details zijn in een piramidaal rapport bepaald niet onbelangrijk, maar wel altijd ondergeschikt aan die essentie, aan die rode draad. Je voorkomt dat ze blubberig worden door ze altijd te voorzien van een boodschap die hun betekenis uitdrukt (‘so what’) en ze pas te presenteren na die boodschap. De link met infographics is dat de visuele vorm die boodschap ondersteunt.

Dus was ik wel nieuwsgierig naar de leestips, want die kende ik nog niet. Het zijn er twee, de eerste heb ik inmiddels gelezen: Essentialisme, van Greg McKeown. Dat is best een aardig boek over het onderscheiden van hoofd- en bijzaken in je leven, ‘zodat je tijd overhoudt voor voor dingen die er voor jou echt toe doen’. De link met het piramideprincipe zie ik echter nauwelijks.

Eén voorbeeld herkende ik wel direct, op p. 87-88. en dat gaat precies over die ‘so what’. Ik kende het voorbeeld van McKinsey; we gebruikten het daar in piramide-trainingen zonder nadere brondvermelding. Hier wordt het toegeschreven aan Nora Ephron (schrijfster onder andere van Sleepless in Seattle en When Harry Met Sally). Van haar is het een jeugdherinnering aan een les journalistiek op de middelbare school. De leerlingen moesten een lead schrijven waarvoor de feiten waren dat de schooldirecteur had aangekondigd dat alle docenten komende donderdag naar een colloquium zouden gaan, inclusief nadere details over onderwerp en sprekers. Alle studenten probeerden die feiten zo beknopt mogelijk op te schrijven, volgens het waarom-wat-wanneer-wie-principe van de lead. Ze hadden het allemaal fout. De lead moest zijn:

Donderdag is er geen school.

Niet de feiten, maar hun betekenis. Bepalen waar het om gáát. Ja! 

Dat was de enige link met het piramideprincipe. Essentialisme is meer een soort algemeen zelfhulpboek. En als zodanig vind ik het gemiddeld. Er staan goede ideeën in, maar het ademt ook een sfeer van maakbaarheid en controle uit waar ik niet in geloof. Alsof iedereen helder voor ogen heeft waar het leven om draait. Het is wat mij betreft veel meer een zoektocht op de tast.

Desalniettemin heb ik het helemaal uitgelezen. Nog steeds op zoek naar meer snippers piramideprincipe, maar ook wel omdat ik het goed geschreven vond, met leuke voorbeelden en hier en daar nuttige inzichten, met zowel herkenning als nieuws.

Alleen hoe je er betere infographics van gaat maken – geen idee. Nouja, ruwweg zoiets als: laat je niet te veel afleiden door randzaken, maak heldere keuzes in je leven. Daar wordt alles beter van, dus infographics ook. 

Ik kom later terug op het tweede boek uit die leestips, en op een boek met vergelijkbare thematiek als Essentialisme dat ik vernieuwender vind. Wordt vervolgd, want ik lees vrolijk verder! 

 

Geplaatst in Leestips | 1 reactie

Het is niet zeker dat deze korte tip werkt

Louise Cornelis Geplaatst op 18 februari 2026 door LHcornelis18 februari 2026  

Leuk stukje op Tekstblad.nl: vier onderzoeksresultaten over het communiceren van onzekerheid, in vier verschillende contexten. De tweede gaat over leiders in het bedrijfsleven. Als die onpersoonlijk formuleren (‘het is niet zeker’) komen ze als competenter over dan als ze dat persoonlijk doen (‘ik ben niet zeker’).

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Intelligentie voor atleten?

Louise Cornelis Geplaatst op 11 februari 2026 door LHcornelis11 februari 2026  

Op mijn sportweblog postte ik net een stukje over mijn ervaringen met een maand ‘athlete intelligence’ op duursportapp Strava. Het gaat over sportinhoudelijke dingen, maar ook een beetje over taal en schrijven en generatieve AI in het algemeen. Zo schrijf ik bijvoorbeeld dat ik die AI-toepassing graag zo zou opvoeden dat het niet parafraseert tussen kop en tekst. Er staat namelijk eigenlijk twee keer hetzelfde, maar dan in net andere woorden. Dat is wat ik sommige menselijke schrijvers ook moet leren overigens: de hoofdboodschap moet overkoepelen, niet samenvatten (= kort herhalen). Wel was ik onder de indruk van de goede zinnetjes. Inhoudelijk had ik er niets aan. Dat is de korte samenvatting, lees verder maar op dat andere blog.

Overigens: ik vertaal athlete met atleet, maar dat moet natuurlijk sporter zijn. Alleen ben je dan de afkorting AI kwijt, en SI betekent iets heel anders!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Sprekend proefschrift

Louise Cornelis Geplaatst op 27 januari 2026 door LHcornelis21 januari 2026  

Ik heb het hier eerder gehad over het onderzoek van Geerke van der Bruggen naar begrijpelijkheid en acceptatie van rechterlijke uitspraken. Vorige maand promoveerde ze; haar proefschrift heet Sprekende uitspraken. We hadden elkaar net ervoor gesproken bij een bakje koffie in Utrecht en afgesproken proefschriften uit te wisselen. Ik heb het net gelezen, nouja, zeker niet alles. Dat is bij proefschriften sowieso niet helemaal realistisch, zal ik maar zeggen, en bovendien kende ik een deel van het boek al, want het is een verzameling van enkele andere publicaties van haar. Zo staat het cirkelmodel er ook weer in.

Van der Bruggen houdt zich bezig met een ander genre dan ik, maar er zijn wel overeenkomsten. Dat cirkelmodel herken ik bijvoorbeeld heel goed van mijn opdrachtgevers bij de overheid en ze onderzocht onder andere of ‘hoofdboodschap voorop’ de begrijpelijkheid bevordert. Desalniettemin moet ik oppassen om het proefschrift te lezen met mijn genre, adviesrapporten, in mijn achterhoofd, want dat zijn echt andere teksten. Toch ga ik er twee dingen uit op mijn eigen werk betrekken:

  • Geerke zei het al toen we elkaar spraken: als nou iets de begrijpelijkheid bevordert, is het extra uitleg van de vaktermen en andere moeilijke begrippen. Dat ga ik onthouden. Ik vind mezelf regelmatig terug in discussies over jargon, en dan ga ik dit onderzoeksresultaat in de strijd werpen: als je dan geen gewoner woord kunt bedenken, leg het jargonwoord dan tenminste uit!
  • De resultaten voor ‘hoofdboodschap voorop’ zijn niet eenduidig. In een experiment ging het om twee teksten; bij de ene verbeterde had vooropplaatsing van de conclusie een positief effect op het begrip van leken, bij de andere niet. Van der Bruggen geeft als verklaring (p. 152) dat bij die eerste tekst vraag en antwoord beter (meer intuïtief) op elkaar aansluiten dan bij de tweede. In die tweede staat de vraag centraal of de gedaagde een rekening moet betalen aan een derde partij. Het antwoord is dat de vordering van de derde partij ‘onvoldoende onderbouwd’ is. Daar zit een gat tussen, ja. Als het een adviesrapport zou zijn, zou ik zeggen: dat gat is te dichten door de ‘so what’ te expliciteren: wat betekent dat antwoord nou precies? Moet de gedaagde die rekening wel, niet of misschien later betalen? Als je die strekking verwoordt, sluit het antwoord wel goed aan, met mogelijk beter tekstbegrip als gevolg. Maar misschien kan dat juridisch niet. 

Dan nog iets wat te maken heeft met vorm en inhoud én met mijn eigen proefschrift. Aan het eerdere contact met Geerke hield ik verdiept inzicht over in de achtergrond van de tekstconventies die naast het juridische en adviesdomein ook het wetenschappelijke schrijven bepalen.  Ik schreef ook daar eerder over: eraan ten grondslag ligt het instandhouden van de modernistische mythe van objectiviteit. In Sprekende uitspraken gaat het daar ook weer over en ik las dat met plezier (paragraaf 3.5). Sprekende uitspraken doorbreekt zelf die mythe met een formuleringskeuze: voor een proefschrift staat er vaak ik in. Dat is nogal taboe, maar niet voor mij. Ik heb me in het vermijden van ik verdiept voor mijn proefschrift, want veel schrijvers kiezen dan maar voor lijdende vormen, een van de conventionele stijlkenmerken in de wetenschap. Daar wordt de tekst bepaald niet leesbaarder van, en het is ook weer zoiets dat die mythe in stand houdt: alsof je er als onderzoeker zelf niet toe doet. Ik heb zelf dus ook I gebruikt in mijn Engelstalige proefschrift, vooral in de rol van ‘regisseur’ van de tekst: ‘I will introduce/discuss… ‘ enzovoort. Daarnaast veel meervoud we, bijvoorbeeld als ik onderzoek samen met scriptiestudenten had gedaan. 

Van der Bruggen schrijft bijna overal ik als uitvoerder van het onderzoek: ‘Omdat… deed ik een vervolganalyse’ (p. 119) of ‘Voordat ik stellingen over de tekst aan de procespartijen voorlegde, vroeg ik ze om een rapportcijfer voor de tekst…’ (p. 123). Dat zijn heel willekeurige voorbeelden, zulke formuleringen staan overal. De tekst wemelt van ik. Dat is echt ongebruikelijk. Ik waardeer de doorbreking van de mythe.

Wel gaat dat me af en toe te ver: te veel ik. Nouja, de ik‘en zijn nog tot daaraan toe, maar ik zou mijn in bijvoorbeeld ‘Hiervoor heb ik mijn vier hypotheses (…) gepresenteerd’ en ‘Voor mijn experimenten gebruikte ik twee relatief korte rechterlijke uitspraken…’ (p. 136) vervangen door een lidwoord: de hypotheses/experimenten. Makkelijk te realiseren, en net wat neutraler. Naar mijn smaak staat anders te zeer de persoon van de onderzoeker centraal. Maar ik realiseer me wel: dat is dus een kwestie van smaak, en het kan ook gewenning zijn. Als meer wetenschappers zo zouden schrijven, zou het minder opvallen. Zou ik het dan wel okee vinden? Leuk als een proefschrift dat soort bespiegelingen oproept.

Nog eentje dan. Mij valt ook nog op dat er af en toe juist wel een passief staat – iets wat mij ongetwijfeld veel meer opvalt dan een willekeurige lezer. Bijvoorbeeld op p. 112: ‘De constructen uit het model zijn in de vragenlijst geoperationaliseerd als sets van stellingen’. Dat is typisch academisch proza, zal ik maar zeggen – hoezo daar wel zo? Twee zinnen in dezelfde alinea later staat er wel weer ik – een alinea met een perspectiefbreuk dus. Net als waar het op p. 114 gaat over de brieven die bij de vragenlijsten stonden: het specifieke doel ‘werd niet vermeld’ en ‘in de brief werd gesproken’. Twee vage lijdende vormen: ze laten in het midden wie dat heeft gedaan. De versturende partijen, twee rechtbanken? Distantieert Van der Bruggen zich daar zo net een beetje van? Dat zou namelijk passen bij mijn visie op de lijdende vorm: dat geeft meer distantie ten opzichte van de handelende persoon (het is de opeenstapeling van distantie die teksten met veel passieven zo slecht te pruimen maakt). 

Maar goed, dat is wel erg in detail op een klein aspect van de vorm. Terug naar de inhoud van Sprekende uitspraken: dit boek inspireert mij om vraagtekens te blijven zetten bij de mythe van objectiviteit, in elk geval omwille van de lezer (ik denk dat het belang groter is dan dat). Hopelijk geldt dat voor meer vakgenoten.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Kom bij Annie thuis!

Louise Cornelis Geplaatst op 19 januari 2026 door LHcornelis18 januari 2026  

Zaterdag was ik bij de start van een mooi initiatief hier in het dorp: Bij Annie thuis. Het geboortehuis van Annie M.G. Schmidt, de voormalige pastorie (haar vader was hier dominee) op het Kerkplein, is onlangs leeg komen te staan. Een stichting met als trekker Hendriek Flikweert van onze boekhandel, wil daar een bijzondere plek van maken. Ik citeer van de website:

Bij Annie Thuis willen we van dit huis een sociale lunchroom maken: een warme, levendige plek voor goede koffie, een versbereide lunch en vanzelfsprekende ontmoetingen. Een plek waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meewerken, leren en groeien in een betrokken team.

Annie is er niet nadrukkelijk aanwezig — maar wel voelbaar.
 In taal. In kleine verwijzingen. In verhalen die passen bij het huis en het dagelijks gebruik ervan – met ruimte om dit in de toekomst verder te laten groeien.

Zo ontstaat een huis waar verleden en heden elkaar ontmoeten.
 Waar je even blijft zitten.
 Waar ruimte is voor gesprek, verbeelding en samen zijn.

Nou, dat is leuk voor ons in Kapelle maar ook daarbuiten. De start zaterdag was leuk. Ik was voor het eerst in het pand, en het zette me aan het denken waarom ik als volwassene nog steeds Annies werk leuk vind. Toen dacht ik: vanwege het speelse – ik schreef laatst al over dat thema. Door Annies werk word ik zelf ook weer even kind te worden, een beetje stout kind vooral – Floddertje is mijn lievelingswerk van haar.

Daarnaast was Annie een bijzondere vrouw. Haar biografie leest óók als een geschiedenis van de twintigste eeuw met een vrouw centraal. Een vrouw met wie ik ook nog eens veel ‘geografie’ gemeen heb: naast Kapelle ook Vlissingen, Amsterdam en de omgeving van Overschie.

Vandaar dat ik Bij Annie thuis een geweldig initatief vind. Het zou een aanwinst zijn voor Kapelle en Annie verdient zo’n plek. Er gebeuren al mooie dingen. Zo is al bekend dat de piano van Harry Bannink er komt te staan en zijn onder andere Freek de Jonge, Erik van Muiswinkel, Loes Luca, Jan Peter Balkenende en Frank Evenblij ambassadeur van de stichting. Dat is nodig, want het eerste doel van de stichting is het aankopen van het pand. Wellicht willen mijn bloglezers daar ook een bijdrage aan leveren – om in de toekomst een kopje koffie te drinken bij Annie thuis in Kapelle.

Wie meer wil weten: zie het nieuwsbericht van Omroep Zeeland of beluister Hendriek en Annies zoon Flip in Met het oog op Morgen (na een dikke 20 minuten in de podcast).

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Recente berichten

  • Liever cijfers in getallen
  • Een memorabel cabaretseizoen
  • Veranderend werk – een reflectie op 7 jaar
  • Veranderende informatiestromen
  • Informatieparadox: de leesinspanning waard

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (332)
  • Opvallend (570)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (912)
  • Uncategorized (48)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (207)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • juni 2026
  • mei 2026
  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑