↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Adviseren als een haas

Louise Cornelis Geplaatst op 3 september 2026 door LHcornelis25 augustus 2026  

Soms komt inspiratie voor dit blog uit onverwachte hoek. Ik was Een haas in huis aan het lezen, een mooi boek waarin Chloe Dalton beschrijft hoe ze zich tijdens de eerste corona-lockdown ontfermt over een jonge haas en daar een bijzondere band mee opbouwt. Dat ’tijdens de lockdown’ doet ertoe, want normaal gesproken zou zij veel te druk zijn geweest en te veel weg uit haar huis op het platteland om zoiets te kunnen doen. Ze heeft namelijk een veeleisende baan, met ook veel reizen in binnen- en buitenland. Wat die baan precies inhoudt, had ik nog niet uit het boek opgepikt toen ik ergens bijna halverwege las hoe ze overpeinst:

Om goed te kunnen adviseren moet je jezelf uitwissen. Je moet je eigen meningen en gevoelens opzijzetten, onthecht raken of jezelf camoufleren – want eigenbelang is onverenigbaar met objectiviteit – en je onttrekken aan de schijnwerpers. Die onverstoorbare, oplettende, ingetogen houding houding, die ik jarenlang had volgehouden, was voor mij een manier van leven geworden. Ik was voortdurend bedacht op een valkuil, zag gevaar van ver aankomen en stond klaar om onmiddellijk in actie te komen of me aan te passen en zo nodig uit beeld te verdwijnen, een beetje zoals een haas. Zou ik misschien al te zeer zijn opgegaan in de achtergrond van mijn leven, als een haas in een heg, waardoor mijn identiteit was vervaagd zonder dat ik zo sereen was als een haas?  

Aha, dacht ik, ze is adviseur – op de pagina bij de uitgever waarnaar ik hierboven link staat inderdaad ‘politiek adviseur’.

Maar ik ben het niet met haar eens; ik deel haar visie op adviseren niet. Jezelf uitwissen, niet alleen kan dat niet, het is ook juist niet de bedoeling van goed adviseren. Adviseren is persoonlijk, je werkt juist met je hele hebben en houden. Met je levenservaring, bijvoorbeeld, die niet los te knippen is van je kennis. En juist ook met je gevoelens, die je op intuïtieve sporen zetten, bijvoorbeeld naar waar iets niet klopt. Het is niet onthecht, je maakt je juíst druk om de belangen van de geadviseerde. Het lijkt erop dat Dalton vindt dat een adviseur een keuze moet maken tussen eigenbelang en objectiviteit. Maar dat is niet óf óf. 

Een van de redenen waarom jezelf uitwissen niet kan, gaat ook dagen bij Dalton: dat leidt tot spanning en uitputting. Ze wordt zich bewust van het harde pantser dat ze zichzelf had aangemeten. Wat dus ook helemaal niet ‘objectief’ is – want dat bestaat ook niet, in adviseren. 

Waar het wat mij betreft om gaat is dat je je zo veel mogelijk bewust bent van dat hele hebben en houden, dus wat je allemaal meeneemt als adviseur, én dat je je adviezen baseert op feiten. Je eigen bagage kleurt die feiten, maar doet ze – als het goed is – geen geweld aan. 

Bij Dalton was er contact met een haas voor nodig om tot zulke reflecties te komen. Helaas gaat het er in het boek niet over of dat ook tot daadwerkelijke veranderingen leidt in haar manier van adviseren – haar werk komt verder hooguit zijdelings ter sprake. Het enige wat ik afleid, is dat ze het rustiger aan is gaan doen, en vaker thuis is – bij de haas en diens nakomelingen, bij de natuur. Het kan bijna niet anders of dat maakt haar ook tot een andere adviseur, want zo gaat dat. En dat is dus helemaal prima.

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

In- en output na vakanties

Louise Cornelis Geplaatst op 31 augustus 2026 door LHcornelis25 augustus 2026  

Het is nu een jaar geleden dat we terugkwamen van onze fietsvakantie in Ierland. Ik ben me al langer bewust van wat ik een jaar geleden deed, en sinds ik Strava gebruik, kan ik mijn sportieve bezigheden van een jaar terug dagelijks bekijken, daar zorgt het programma voor. Met ook nog de fietsvakantie naar Spanje van dit jaar redelijk vers in het geheugen, ging me een groot verschil opvallen in hoe ik thuiskwam: vorig jaar heb ik toen eerst wekenlang veel gelezen, ik voelde me een spons die lettertjes opzoog; dit jaar heb ik veel geschreven, onder andere in totaal 9 vakantieterugblik-blogposts (en dit is de 10e). Vergelijk: vorig jaar waren het er 3 (met deze erbij 4).  

In oktober reflecteerde ik op mijn leesdrang: toen was ik meer gericht op input, constateerde ik. Dit jaar duidelijk meer op output. Ik heb dan ook een groot verschil ervaren tussen de beide vakanties. In Ierland heb ik het ook goed gehad en fijn gefietst – maar we hadden door allerlei omstandigheden onze plannen een paar keer moeten omgooien, daardoor kwam ik niet geheel verzadigd thuis, en toen kreeg ik prompt nog corona ook, vermoedelijk opgedaan op de terugweg (ik zie dat ik het daar niet over heb gehad op dit blog toen, wel schreef ik de eerste blogpost pas toen we al een week thuis waren – toen was ik daar weer fit genoeg voor). De fietsreis van dit jaar was veel onbevangener leuk en geslaagd, en ik kwam fit en energiek thuis. 

Het lijkt er dus op dat ik vorig jaar gretig ben gaan lezen, onder andere over Ierland, om me verzadigder te voelen, waar ik dit jaar graag veel van die toffe reis wilde delen. Grappig om te zien hoe dat werkt. Ik heb niet eerder die periodes van input en output waar ik vorig jaar over schreef zo vergeleken, ik ga eens in de gaten houden of er vaker zoiets over te zeggen is.

Wat overeind bleef: ook in de tussentijd las ik maar heel weinig interessante vakboeken op het gebied van zakelijk schrijven: een proefschrift en een boek uit 2004. Ik kan daarom één ding gewoon kopiëren van vorig jaar:

Als ik in het afgelopen jaar iets heb gemist, houd ik me aanbevolen voor tips. Sowieso trouwens.

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Van een boek over Ierland leren over Vlaams

Louise Cornelis Geplaatst op 25 augustus 2026 door LHcornelis18 augustus 2026  

Ik denk dat mijn passieve beheersing van het Vlaams voor een Nederlander bovengemiddeld is. Ik kom van niet zo ver van de grens vandaan, kom er dus ook al mijn hele leven, ik heb mijn hele leven Vlaamse televisie gekeken en doe dat nog steeds relatief veel (wielrennen!), ik volg het Vlaamse nieuws, ik heb Vlamingen in de familie en vriendenkring gehad – en ik versta het eigenlijk altijd goed, behalve als het echt heel plat is, maar dat geldt voor Noord-Nederlands ook.

Maar nou las ik net een boek van een Vlaming en toen stuitte ik toch op 2 verschillen die ik niet kende en waarvan ik eerst ‘fout!’ dacht. Het gaat om Ierland van Peter Vandermeersch. Daarin gaat het over het IRA en over rundsvlees. Ik weet echt niet beter of het moet de IRA zijn en rundvlees, maar ik heb het allebei opgezocht, en jawel: beide is standaard Vlaams. Voor de/het IRA is dat weliswaar in beweging; rundsvlees staat gewoon in de Woordenlijst, alleen is het in Nederland niet gebruikelijk. Als vegetariër zal me dat  overigens ‘worst’ wezen, ik denk niet dat ik het woord spontaan ga gebruiken, maar wel een leuk weetje.

Er zo over nadenkend, vond ik het frappant dat de beide Vlaamse vormen eigenlijk logischer zijn. IRA is een leger, dat is een het-woord, dus waarom dan de afkorting met de doen? En we zeggen ook varkensvlees en kalfsvlees, dus waarom is bij rundvlees die tussen-s weg? 

Ik vond het boek ook verder wel de moeite (bijna 600 pagina’s!) waard, precies een jaar nadat ik zelf in Ierland was. Ik had het best daarvoor willen lezen, maarja, toen was het er nog niet. Ik stak er nu nog heel wat van op en vond het lekker lezen. Hooguit vond ik het even wennen dat het allemaal korte stukjes zijn, column-achtig, geordend per thema, en dat er soms in een van die korte stukjes iets bekend verondersteld werd waar het pas later over ging. Dat kwam gaandeweg goed, maar ik denk wel dat een andere vorm tot wat meer diepgang had kunnen leiden. En die diepgang had ik verwacht op basis van wat ik over het boek gelezen had.

Daar staat tegenover dat het heel breed is: van geschiedenis en economie tot de beste Ierse popmuziek, de heftigste misdadigers en de beroemdste mode-ontwerpers, en een boel daartussenin. Als je voldoende interesse hebt in het land om er 600 pagina’s over te lezen, is het een ‘dikke’ aanrader. 

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Veranderende informatiestromen

Louise Cornelis Geplaatst op 20 mei 2026 door LHcornelis30 april 2026  

Tot bijna twee jaar geleden postte ik hier regelmatig een ‘oogst aan links’: een overzicht van interessante online bronnen die ik was tegengekomen. Die laatste post noemde ik al ‘karig’ en sindsdien is het er niet meer van gekomen. Dat komt volgens mij door een opeenstapeling van verschillende oorzaken die maar weinig met elkaar te maken hebben. Er is een vage gemeenschappelijke deler en dat is de rol van technologie, maar die pakt dan wel op verschillende manieren uit:

  •  SlideMagic was altijd goed voor een paar links in die oogst. Eerst viel dat stil vanwege de oorlog in Gaza en toen het weer een beetje op gang kwam, ging het over de integratie van AI in de presentatie-software, wat mij niet zo interesseert.
  • Ik haalde nogal wat van Twitter, en daar ben ik mee gestopt enige tijd nadat dat X werd. Ergens is dat jammer: ik mis zo echt wel interessante dingen, van vakgenoten die zelf schrijven of die verwijzen naar interessante zaken die zij elders zijn tegengekomen. Maar ik wilde niet meer meedoen met dat zootje van Elon Musk en ik vond ook dat ik veel te veel bagger moest verwerken om er de leuke dingen tussenuit te pikken.
  • Dat van die bagger geldt ook voor LinkedIn. Dat volg ik nog wel zijdelings, maar ook daar moet ik tussen grote hoeveelheden van wat een vriendin van me noemt ‘schaamteloze zelfpromotie’ te hard zoeken naar interessante zaken.  Wat ook niet meewerkt, is dat ik na een hack van mijn LinkedIn-account alleen kan inloggen met twee keer het dual-authentication-proces te doorlopen. ‘Even’ een blik werpen is er zo niet bij.
  • Schrijven met generatieve AI is zo mainstream geworden dat ik ben gestopt met het verwijzen naar interessante stukken daarover. Dan kan ik wel bezig blijven namelijk. Je moet wel onder een steen leven om niet te lezen over de kansen en mogelijkheden én de risico’s, zorgen en problemen ermee. Alleen de hoogst relevante dingen voor mijzelf en/of schrijvende adviseurs neem ik hier mee, en daarover post ik dan meteen.
  • Ook al eerder gesignaleerd: er verschijnt niet zo heel veel opzienbarends over schrijven, anders dan hoe je dat met AI doet (zie vorige bullet). Mijn indruk is dat het vakgebied hard bezig is met het absorberen van die grote verandering. 

Ook ik worstel met de overdaad aan sociale en andere media, en sommige daarvan begrenzen is zelfbescherming. Er blijven nog wel bronnen over die ik nauwgezet volg, daar ligt het niet aan. Ik bedoel: ik ben niet mijn interesse verloren ofzoiets. De belangrijkste daarvan is Neerlandistiek.nl. Ook lees ik van papier: naast de krant Onze Taal, Tekstblad, Tijdschrift voor Taalbeheersing en Schrijven Magazine. Ik blijf interessante dingen daaruit hier rapporteren, maar dat doe ik dan meteen, want opsparen duurt te lang. Ten opzichte van de tijden dat ik regelmatig een oogst aan links kon posten is dat jammer: toen leerde ik meer uit zulke bronnen. Maarja, de tijden veranderen, het is niet anders.

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Informatieparadox: de leesinspanning waard

Louise Cornelis Geplaatst op 14 mei 2026 door LHcornelis30 april 2026  

In mijn blogpost van een tijdje geleden beloofde ik terug te komen op de tweede leestip uit het tekstkadertje in het boek bij Marieke. Dat betreft De informatieparadox. Een blinde vlek in het openbaar bestuur van Ed van Thijn en Teresa Cardoso Ribeiro. Het is uit 2004 en niet meer in de handel; ik kreeg een tweedehands exemplaar. 

Het was de moeite waard, maar wel een taaie dobber. Het is ronduit slecht geschreven. Ik snapte niks van de structuur, in de zin dat elke volgende paragraaf als een soort verrassing kwam, ik geen lijn te pakken kreeg en regelmatig dacht: ‘dit heb ik toch al gelezen?’ Het bevat nauwelijks alinea’s, en/of de alinea’s zijn veel te lang. Er zijn er van anderhalve pagina! En een fiks aantal zinnen is lang en complex, met een boel tangen en haakjes en gedachtestreepjes, en met abstracte woorden. Hier is een voorbeeld, de eerste zin van hoofdstuk 2 (p. 41):

De sterke groei en professionalisering van het ambtelijk apparaat in combinatie met de functionele inrichting van het openbaar bestuur – een hoge piramide met informatielijnen die langs vele beleidskolommen lopen geordend naar beleidsterrein van gemeente tot het rijk en van uitvoerende dienst op afstand (tussen Den Helder, Maastricht, Groningen en Middelburg) naar de secretaris-generaal (SG) – weerspiegelen het detailleringsvermogen van de bureaucratie om tegemoet te komen aan de sterk gedifferentieerde verwachtingen van de postmoderne burger/kiezer (Rosenthal, 1996: p. 4; Van Leeuwen 1997, p. 40). 

Een van de extremere voorbeelden, dat wel, maar wel typerend voor de stijl. Ik vond het boek op het randje van onleesbaar en heb het dan ook niet allemaal grondig gelezen. Wel de passages waarvan ik dacht: hé, daar zit iets in! Want dat was wel degelijk zo, en uiteindelijk was het dus toch de moeite van de inspanning waard. Het directe raakvlak met mijn eigen werk is dat het knetterbelangrijk is om de voorkeuren van je lezer helder te hebben. Ik werk dat hieronder uit.

De paradox van de titel houdt in dat er steeds meer informatie komt, maar dat er toch dingen mis gaan als gevolg van gebrekkige informatievoorziening. Dat slaat dan in het bijzonder op de rijksoverheid, dus op de informatievoorziening van ambtenaren naar de bewindspersonen en de Tweede Kamer. Uit parlementaire enquêtes bleek dat informatie steeds een grote rol speelde in de affaires uit de jaren voor de publicatie van het boek (onder andere Srebrenica, bouwfraude, Bijlmerramp).

De gebrekkige informatievoorziening heeft een inhoudelijke kant (ambtenaren moeten selecteren), maar ook een vormkant: hoe presenteren ze de geselecteerde informatie? Voor het antwoord daarop maakt het boek een onderscheid tussen twee typen lezers, meer in het bijzonder: twee typen ministers (‘archetypen’):

  • Dossiervreters. Die willen zo veel mogelijk informatie zelf ontvangen en kunnen maar weinig delegeren. Ze willen frequent gedetailleerde informatie ontvangen, ook over hoe het proces verloopt.
  • De liefhebbers van A4’tjes. Die vertrouwen op het selectievermogen van hun ambtenaren en willen alleen rapportage op hoofdlijnen, en niet te vaak. Accent moet dan liggen op het al dan niet behalen van het eindresultaat.

Ambtenaren moet dus weten voor welk van de twee typen ze schrijven. Op basis daarvan bepalen ze wat ‘relevant’ is. Dat is een kwestie van ‘fingerspitzengefühl’ – er zijn nergens richtlijnen voor. De auteurs noemen de informatievoorziening dan ook weinig geprofessionaliseerd, in een wereld die verder aan elkaar hangt van de protocollen en de richtlijnen.

Eigenlijk is het aan de bewindspersoon zelf om duidelijkheid te scheppen welke informatie en hoe veel die nodig heeft, maar dat werkt in de praktijk niet goed, onder andere omdat de minister de sluitpost is van een lang selectieproces in de ambtelijke hiërarchie dat ergens aan de basis begint. Wat de minister bereikt, is het resultaat van een lang proces van selecteren en interpreteren. De ambtenaren die dat doen, zijn niet eindverantwoordelijk; de minister wel – een recept voor problemen.

Die ambtenaren verschillen bovendien ook weer van elkaar. Je hebt er bijvoorbeeld meer en  minder risicomijdende types tussen, en dat maakt uit voor hoe ze communiceren. Iemand die ‘zeker’ wil zijn, stelt het informeren van de minister soms te lang uit. Voor het selecteren en interpreteren speelt bovendien de wijdere context een belangrijke rol: sommige dossiers liggen onder het vergrootglas van de media of kunnen de minister diens politieke kop kosten. Wat relevant is, is context-gebonden. Dat maakt het formuleren van criteria lastig.

Enkele voorbeelden van hoe dat selectieproces mis kan gaan, komen me erg bekend voor:

  • Aan de minister voorleggen van een dichtgetimmerd beleidsadvies, waar keuzes met hun voors en tegens meer op hun plek waren geweest. Dat doen adviseurs ook, al doen ze vaker juist het omgekeerde, maar dat is de andere kant van dezelfde medaille: de voorkeur van de lezer onvoldoende voor ogen hebben. 
  • Compromissen worden verborgen achter verhullende taal. Zo houd je het conflict weg bij de minister. Eén van de oorzaken voor de ‘wolligheid’ van veel beleidsschrijven, niet op te lossen met er zomaar B2 of een andere norm voor heldere taal op los te laten. 
  • Als je de minister niet in het proces meeneemt, loop je het risico dat die te laat bijstuurt. Citaat: ‘Dan kan je weer opnieuw beginnen als het niet goed is’ (p. 80).

Een leuke anekdote vond ik nog dat minister Dales (BZK) via een cassettebandje werd bijgepraat, met klassieke muziek tussen de updates. Wat een mooi maatwerk! Zo zijn er wel meer heel persoonlijke voorkeuren.

In de bijlage staat dan wel een voorbeeld van een soort protocol, namelijk van toetspunten van BSG (?). Dat gaat echter nogal om de tekst, niet om het selectieproces. Het bepleit tot mijn genoegen hoofdboodschap voorop (‘Nota begint bij voorkeur met een kort en bondig advies, liefst vet gedrukt’, p. 107). Wel laat zo’n protocol wat mij betreft zien hoe moeilijk het is, want het bepleit bondigheid maar vraagt ook ‘Is alle relevantie informatie aanwezig?’ en ‘Zijn de afwegingen zichtbaar?’ (p. 106). Dat zijn voor alle schrijvers lastige spanningsvelden.

En als ik het dan toch over de bijlagen heb… daarin staat een lijst van 30 redenen om de minister (nog) niet te informeren, allemaal  naar voren gekomen uit het bevragen van ambtenaren. Die vonden ze allemaal ‘dwingend, legitiem’. Het gaat dan om redenen als ‘onderwerp te futiel’, ‘geen slapende honden wakker maken’, ‘geen maten naaien’ en ‘minister is on his way out‘ (p. 103/104). Daar keek ik wel van op!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Boek over een soort collega besproken

Louise Cornelis Geplaatst op 7 april 2026 door LHcornelis7 april 2026  

Op Neerlandistiek.nl worden, in enkele maanden tijd, alle boeken besproken die zijn aangemeld voor de Libris Literatuurprijs (‘groslijst’). Dat doen een heleboel verschillende lezers van de site. Ik ben daar een van: gister is mijn recensie verschenen. Die gaat over Het tekstbureau van Alfons Hoefjes. Ik had dat boek uitgekozen omdat het gaat over een mede-tekst-ZZP’er. Ik vond het leuk om te doen, ook al vond ik het boek maar zo-zo. Hoe dat zit, lees daarvoor maar die recensie!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

AI analyseerde mijn stijl

Louise Cornelis Geplaatst op 23 maart 2026 door LHcornelis23 maart 2026  

Op neerlandistiek.nl kom ik voor in een stijlanalyse door AI van enkele bloggers voor die site. Ik kreeg de langere analyse dit weekend van Marc van Oostendorp toegestuurd. Ik heb het meteen gelezen, maar wist eerst niet zo goed wat ik ermee moest, dus ik heb het even laten bezinken tot eerder vanmiddag. Toen postte ik deze reactie:

Ik ben een van de geanalyseerde bloggers, kreeg er van Marc ook mail over met de langere analyse. Ik ben daar niet onverdeeld gelukkig mee. Ik voel me vereerd en vind het grappig om te lezen, maar ik denk ook: wat mij betreft is het zonde van het water en de energie die Claude hiervoor heeft verbruikt. Dit is voor mij typisch het gebruik van AI waarvan ik vind dat we het niet moeten doen. Want waarom wel? Dat AI best wel kan analyseren en schrijven maar niet zoals echte mensen, dat weten we al. Ik lees ook in de grotere analyse niets nieuws of verrassends. Wel een opmerkelijk geval van stereotypering: ik ben typisch ‘Zeeuws’. Ik woon welgeteld weer 2 jaar in Zeeland, na 40 jaar Randstad, waar mijn werk zich ook nog steeds afspeelt. Maarja, dat AI grossiert in stereotypes wist ik ook al.

(En naar aanleiding van de reacties: voor mij is het juist glashelder wat er voor menselijke schrijvers te doen overblijft. AI is echt niet op iets origineels of kritisch te betrappen. En het naar je hand zetten en fatsoeneren van wat AI genereert is soms meer werk dan zelf schrijven.)

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Een vernieuwend eerste deel, daarna jeuk

Louise Cornelis Geplaatst op 19 maart 2026 door LHcornelis19 maart 2026  

Onlangs schreef ik hier dat ik nog terug zou komen op een soort zelfhulpboek waar ik wel enthousiast over was. Ik was op dat moment halverwege The Way of Excellence en ik moet bekennen dat ik door het tweede deel iets minder enthousiast ben geworden, maar dan nog: de moeite waard om hier aandacht aan te besteden.

The Way of Excellence, ondertitel ‘A Guide to True Greatness and Deep Satisfaction in a Chaotic World’ is het nieuwe boek van Brad Stulberg, een kerel die ik al jaren nauwgezet volg (zie deze blogpost over zijn vorige boek bijvoorbeeld). Ik vind hem en zijn vaste maatje Steve Magnuss originele en denkers die stevig onderbouwde vraagtekens durven te zetten bij dominante, hippe ideeën en zo een bijdrage leveren aan betere zelfzorg, zo vat ik het maar even samen.

The Way of Excellence is de jongste loot aan die stam. Het valt uiteen in twee delen: het eerste deel heet ‘Foundations’ en is beschouwend, meer theoretisch; het tweede heet ‘Mindsets, habits and practice’ en dat is meer zoals je je een zelfhulpboek voorstelt: het beschrijft wat je moet doen om te excelleren. Dat tweede deel is veel langer dan het eerste.

Ik vond het Foundations-deel smullen. Ik noemde in die vorige post The Way of Excellence vernieuwend, en dat zat ‘m in dit deel. Dat is enerzijds omdat ik graag dingen lees die me helpen om de wereld en het leven te begrijpen, en anderzijds omdat voor mij in het tweede deel veel te veel de maakbaarheid centraal staat.

Of nouja, centraal… het zit hem vooral in de voorbeelden. In zo’n beetje elk hoofdstuk wordt iemand opgevoerd die die zo’n mindset, habit of practice (de usual suspects ook nog, zoals discipline, focus, geduld, nieuwsgierigheid, gemeenschap en plezier) uitvoert en daar enorm succes mee heeft gehad. Dat is een vorm van de narratieve drogreden: iemand doet X en wordt succesvol, en legt daar een causaal verband tussen. Maar nee. Er zijn duizenden, miljoenen mensen die ook X deden en die niet succesvol werden. De maakbaarheidsillusie is dat als jij ook maar X doet, jij ook succesvol zult worden.

De narratieve drogreden is in maakbaarheidskringen zeer populair (dat eerdere zelfhulpboek, Essentialisme, stond er ook bol van), en het verbaast me een beetje dat Stulberg ‘m niet doorziet. Of, als hij hem wel doorziet, er toch zo veel gebruik van maakt. Ik kreeg er jeuk van. Maar dat kreeg ik dus pas in deel 2.

In deel 1 zet Stulberg uiteen wat hij onder excelleren verstaat. Dat is, grappig genoeg, niet eens knetter succesvol zijn, althans, niet in de zin van bestsellers verkopen, een topbedrijf runnen of een wereldrecord vestigen. Waar het om gaat, is ‘mastery and mattering’: je bent actief betrokken (‘involved engagement’) waar je goed in bent en steeds beter in wordt, en wat in lijn is met wat in jouw leven waardevol is. Zodoende maak je de wereld dus steeds een beetje beter. Dat geeft diepe voldoening.

Wat voor mij nieuw was, is dat Stulberg de drang om de wereld steeds een beetje beter te maken uit de biologie verklaart. Zelfs eencelligen doen dat al, die voelen zich aangetrokken tot ‘het goede’ en bewegen in die richting. Ik heb altijd gedacht dat het ‘better never stops’ een bijverschijnsel is van het kapitalisme en dat er tussen individuen nogal verschil zit in hoe zeer ze zich door een verbeterwens laten drijven. Maar Stulberg betoogt dus dat het dieper zit, en in ons allemaal. Wel verschilt natuurlijk nogal wát we willen verbeteren, hoe zich dat uit, en hoe goed iemand is.

De tweede vernieuwing vond ik dat Stulberg de koppeling maakt met voelen. Daar kom ik kop enigszins bekend gebied, want in ‘mijn’ tak van de taalkunde, de cognitieve, stond in de tijd dat ik er nog actief in was de gedachte van ‘ik voel dus ik ben’ ook in de aandacht. Ik kom zelfs dezelfde naam tegen: Antonio Damasio, die van: ‘ik voel dus ik ben’. Ik ken dat gedachtegoed dus, maar las met plezier hoe Stulberg dat verbindt met excelleren: meesterschap is gebaseerd op gevoel en verbonden met ons hele lichaam, niet alleen op denkwerk met ons hoofd. Omdat we met heel ons wezen voelen wat goed en slecht is, en daarnaar handelen.
Als we ons dan richten naar het goede, dan voelen we dat dus ook, en dat gevoel is wat ons in essentie menselijk maakt en wat ons leven zin geeft. Juist ook als we daar moeilijkheden bij overwinnen.

Ik herken daarin het diepe genoegen dat doelgericht trainen in de sport geeft, maar ook hoe ik schrijf en vooral: redigeer. Er zijn doorwrochte checklists voor een goede tekst in omloop en ik kijk soms zeker ook analytisch (met dat hoofd-denkwerk dus), en toch is mijn gevoel doorslaggevend in het verbeteren van een zin of passage. Zo’n 25 jaar geleden heb ik geprobeerd daar iets van onder woorden te brengen in het kader van mijn opleiding in de Gestalttherapie toen. Ik paste toen de Gestalt-term awareness toe op lezen en herschrijven en dat zit in die hoek. In het vakgebied is dat aspect van tekstenwerk een ondergeschoven kindje. En dat is eigenlijk wat Stulberg ook zegt: de manier waarop we praten over het verwerven van vaardigheden is eenzijdig, te weinig relationeel-interactief met de omgeving (‘you feel your way forward’).

Ik schrijf nu nog maar over de eerste 25 van de 276 pagina’s van het totaal en van van de 61 in deel 1 van het boek. In de rest van deel 1 contrasteert Stulberg vooral excelleren met dat waartoe het moderne leven nogal verleidt: de afleiding en chaos van sociale media en het streven naar externe waardering (geld, medailles), hedonistische kortetermijngeluk of immorele zaken. En daarna gaat het dus over het hoe van dat excelleren. Daar komt nogal wat bij kijken en dat is een goed samenhangend en hier en daar leerzaam verhaal, maar met dus die maakbaarheids-suggestie. Daar kreeg ik dus jeuk van, maar dat doet niets af aan mijn enthousiasme voor deel 1.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Essentialisme

Louise Cornelis Geplaatst op 2 maart 2026 door LHcornelis2 maart 2026 1

Op bezoek bij collega Marieke bladerde ik in december door het boek Zelf infographics maken van Paul van Elk. Dat zag er tof uit. Mijn oog viel in het bijzonder op een tekstkadertje op p. 37 (nouja, mijn oog werd daar op advies van Marieke heengestuurd, dat is preciezer uitgedrukt) met leestips over het voorkomen van ‘detailblubber’ in je infographic. Oftewel: hoe kom je tot de rode draad, tot de essentie?

Marieke vond dat nogal piramideprincipe-achtig klinken, en daar was ik het mee eens. Details zijn in een piramidaal rapport bepaald niet onbelangrijk, maar wel altijd ondergeschikt aan die essentie, aan die rode draad. Je voorkomt dat ze blubberig worden door ze altijd te voorzien van een boodschap die hun betekenis uitdrukt (‘so what’) en ze pas te presenteren na die boodschap. De link met infographics is dat de visuele vorm die boodschap ondersteunt.

Dus was ik wel nieuwsgierig naar de leestips, want die kende ik nog niet. Het zijn er twee, de eerste heb ik inmiddels gelezen: Essentialisme, van Greg McKeown. Dat is best een aardig boek over het onderscheiden van hoofd- en bijzaken in je leven, ‘zodat je tijd overhoudt voor voor dingen die er voor jou echt toe doen’. De link met het piramideprincipe zie ik echter nauwelijks.

Eén voorbeeld herkende ik wel direct, op p. 87-88. en dat gaat precies over die ‘so what’. Ik kende het voorbeeld van McKinsey; we gebruikten het daar in piramide-trainingen zonder nadere brondvermelding. Hier wordt het toegeschreven aan Nora Ephron (schrijfster onder andere van Sleepless in Seattle en When Harry Met Sally). Van haar is het een jeugdherinnering aan een les journalistiek op de middelbare school. De leerlingen moesten een lead schrijven waarvoor de feiten waren dat de schooldirecteur had aangekondigd dat alle docenten komende donderdag naar een colloquium zouden gaan, inclusief nadere details over onderwerp en sprekers. Alle studenten probeerden die feiten zo beknopt mogelijk op te schrijven, volgens het waarom-wat-wanneer-wie-principe van de lead. Ze hadden het allemaal fout. De lead moest zijn:

Donderdag is er geen school.

Niet de feiten, maar hun betekenis. Bepalen waar het om gáát. Ja! 

Dat was de enige link met het piramideprincipe. Essentialisme is meer een soort algemeen zelfhulpboek. En als zodanig vind ik het gemiddeld. Er staan goede ideeën in, maar het ademt ook een sfeer van maakbaarheid en controle uit waar ik niet in geloof. Alsof iedereen helder voor ogen heeft waar het leven om draait. Het is wat mij betreft veel meer een zoektocht op de tast.

Desalniettemin heb ik het helemaal uitgelezen. Nog steeds op zoek naar meer snippers piramideprincipe, maar ook wel omdat ik het goed geschreven vond, met leuke voorbeelden en hier en daar nuttige inzichten, met zowel herkenning als nieuws.

Alleen hoe je er betere infographics van gaat maken – geen idee. Nouja, ruwweg zoiets als: laat je niet te veel afleiden door randzaken, maak heldere keuzes in je leven. Daar wordt alles beter van, dus infographics ook. 

Ik kom later terug op het tweede boek uit die leestips, en op een boek met vergelijkbare thematiek als Essentialisme dat ik vernieuwender vind. Wordt vervolgd, want ik lees vrolijk verder! 

 

Geplaatst in Leestips | 1 reactie

Het is niet zeker dat deze korte tip werkt

Louise Cornelis Geplaatst op 18 februari 2026 door LHcornelis18 februari 2026  

Leuk stukje op Tekstblad.nl: vier onderzoeksresultaten over het communiceren van onzekerheid, in vier verschillende contexten. De tweede gaat over leiders in het bedrijfsleven. Als die onpersoonlijk formuleren (‘het is niet zeker’) komen ze als competenter over dan als ze dat persoonlijk doen (‘ik ben niet zeker’).

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Recente berichten

  • Een kwals!
  • Een rund en een moeke in de Hoeksche Waard
  • Adviseren als een haas
  • In- en output na vakanties
  • Van een boek over Ierland leren over Vlaams

Categorieën

  • Geen rubriek (11)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (335)
  • Opvallend (586)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (155)
  • schrijftips (926)
  • Uncategorized (47)
  • Vakantieterugblik '26 (9)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (207)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • september 2026
  • augustus 2026
  • juli 2026
  • juni 2026
  • mei 2026
  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑