↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Fysieke basisbehoeften

Louise Cornelis Geplaatst op 14 januari 2009 door LHcornelis14 januari 2009  

Het was wat stilletjes op dit weblog. Duidelijke oorzaak: fysiek ongemak. Vorige week ben ik door mijn rug gegaan en had ik een paar dagen lang veel pijn; sinds maandag heb ik een stevige verkoudheid te pakken. Nou is dit geen medisch of dagboek-weblog – dus wat wil dit zeggen voor tekst en communicatie? Dat fysiek ongemak creativiteit in de weg staat. Normaal gesproken heb ik regelmatig wel ideetjes voor een weblog-verhaal, maar nu niet. Een duidelijk geval van de Piramide van Maslow: als er aan fysieke basisbehoeften niet is voldaan, kom je aan hogere behoeften niet toe. Oftewel: als je pijn hebt of niet fit bent, kun je niet creatief zijn. En als je honger of dorst hebt ook niet.

Als je wilt schrijven of presenteren, dient er dus aan je fysieke basisbehoeften te zijn voldaan. Ik werk echter wel eens voor bedrijven waarin het lijkt alsof de mensen geen lijven hebben. Waar bijvoorbeeld maaltijden worden overgeslagen (“Maar dan heb je toch geen tijd om te lunchen?” was laatst mijn bezorgde vraag. “Geeft niet! Geeft niet!” het antwoord) en de dagen zo vol worden gepland dat acht uur slapen onmogelijk is. Dat lijkt productief, zo hard werken. Lijkt. En het is zeker niet creatief.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Niet, te, veel, komma’s, graag!

Louise Cornelis Geplaatst op 31 december 2008 door LHcornelis31 december 2008 2
Komma

Komma

De komma is een lastig dingetje. Zo klein, boel lastige regels, en soms belangrijk, zo belangrijk dat de betekenis erdoor kan veranderen. Dat is bijvoorbeeld het geval met de beruchte uitbreidende en beperkende bijvoeglijke bijzinnen, weet je nog? Dat soort komma’s, die moeten heel precies geplaatst worden. Maar veel andere regels zijn veel grijzer: dan heb je een keuze.

Als een komma de lezer dan helpt bij het doorgronden van de structuur van een zin, dan zou ik zeggen: plaats hem. In andere gevallen: bij twijfel liever niet.

Te veel komma’s is vervelend lezen. Een komma is een pauzetje, en van te veel komma’s ga je dus haperend lezen. Ik heb dat laatst zelf weer eens ervaren toen ik het decembernummer van de Wielerrevue las. Er staan in verschillende artikelen een heleboel foutieve komma’s – echt foute, niet eens uit de grijszone. Het gaat dan steeds om komma’s voor dat, in van die zinnen als (uit het jaaroverzicht, juni, van p. 66):

ASO maakt bekend, dat de komende ronde van Frankrijk wordt gereden onder de regels van de Franse bond (…).

(…) Prudhomme zegt nog maar eens, dat Astana niet alsnog voor de Tour wordt uitgenodigd.

De Fransen zeggen, dat ze niet de regie in handen willen krijgen.

Een veel voorkomende zinsconstructie, en dus veel overbodige komma’s. Gevolg: haperend lezen. Erg irritant!

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Leestip: artikel over schrijfproblemen

Louise Cornelis Geplaatst op 24 december 2008 door LHcornelis24 december 2008  

Mocht je onder de kerstboom ineens gaan zitten tobben over je eigen schrijven of over dat van je schoolgaande kinderen, dan heb ik hier nog een leestip: het artikel ‘Schrijfontwikkeling en leerproblemen’  van Charles MacArthur. Met een beetje moeite is het voor een leek goed te volgen, en het is erg goed. Het gaat vooral over het schrijven van leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs, maar het is relevant voor iedereen die moeite heeft met schrijven of die geïnteresseerd is in hoe complex schrijven is. Er wordt bijvoorbeeld in betoogd dat leerlingen moeten leren dat schrijven communiceren is. Nou, dat weten veel volwassenen ook nog niet, zo is mijn ervaring bij trainingen. Of nouja, ze wéten het misschien wel, maar die kennis heeft geen relevantie voor hun eigen aanpak van de schrijfklus: een lezer hebben ze niet in gedachten…

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Structuur in balans

Louise Cornelis Geplaatst op 17 december 2008 door LHcornelis17 december 2008  
Structuur uit balans

Structuur uit balans

Tijdens een training vorige week kreeg ik de vraag voorgelegd hoe erg het is als de structuur van een rapport uit balans is. Symptomen daarvan zijn bijvoorbeeld: een hoofdstuk is extreem veel korter of langer dan de rest, het ene hoofdstuk heeft geen onderverdeling in paragrafen terwijl het andere wel tot vier decimalen door-onderverdeelt (paragraaf 1.2.3.4), of het structuurontwerp, de ‘boom’ of piramide,  is naar één kant veel dieper dan naar een andere (zie afbeelding).

Ik werd een beetje verlegen van die vraag. Ik voelde me niet in de positie om er een scherp antwoord op te geven. De afgelopen weken ben ik namelijk zelf met precies die vraag aan het worstelen geweest. De structuur van het boek over mijn Afrika-reis waar ik mee bezig ben, was uit balans. Ik had een eerste hoofdstuk met vier paragrafen waarvan ik na kritische herlezing vond dat ik twee van de vier onderwerpen er met de haren bij had gesleurd. Toen heb ik er dus maar drie nieuwe hoofdstukken van gemaakt, maar die waren extreem kort: het kortste was zes pagina’s, terwijl de hoofdstukken verderop de 30 halen. Hoe erg was dat?

In principe hoeft een disbalans tussen de hoofdstukken geen groot probleem te zijn. Soms heb je nu eenmaal over een deel van het verhaal meer of juist minder te vertellen dan over de rest. Als je er na kritische beschouwing achterkomt dat dat het geval is – soit. Dan maar een beetje uit balans.

Vaak echter is er toch echt een probleem, waarvan de disbalans een symptoom is. Dan is er nog nadere synthese nodig (wat betekenen die korte stukjes samen?), of is het juist noodzakelijk een grote klont op te splitsen. Of er is nog nader onderzoek of denkwerk nodig om de korte stukken uit te diepen. Of misschien klopt de hele structuur nog niet. Doorslaggevend moet zijn of je de lezer er een dienst mee verricht de materie op deze manier in te delen.

Ik heb uiteindelijk besloten de disbalans in mijn boek-in-wording erg te vinden. Gaandeweg werd het probleem me duidelijk: ik wilde met die losse stukjes iets zeggen wat ik nog niet eerder goed onder woorden had gebracht. Om dat wel te doen, was nieuw denkwerk nodig, plus een herverkaveling van de structuur. Eén ding moest er helemaal uit, een paar kleine stukjes verhuisden naar andere hoofdstukken of vice verse, er kwam een nieuw onderwerp bij en zo werd het toch een samenhangend eerste hoofdstuk van ongeveer dezelfde lengte als de andere. Hèhè. Veel beter. Maar wat een werk!  Al dat schuiven met tekst, het leek wel rummikubben. Is dat nou schrijven? Ja, zeer zeker!

Op de vraag hoe erg een disbalans in de structuur is, is geen eenduidig antwoord mogelijk, en er is al helemaal geen eenduidige oplossing te geven. Het maken van een goede structuur is niet een kwestie van het opvolgen van een paar tips of trucjes. Sterker nog, het gaat er niet zozeer om in hoeverre een structuur van een tekst of presentatie volgens de regeltjes van de theorie is. Waar het om gaat, is dat je in de voorbereiding kritisch, lezergericht denkwerk verricht. Structureren is een werkwoord.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijf eens niet

Louise Cornelis Geplaatst op 16 december 2008 door LHcornelis16 december 2008  

Een tijdje terug is mijn portemonnee met daarin mijn NS-Voordeelurenkaart gestolen. Heel onhandig en prijzig allemaal natuurlijk, vooral dat het maar liefst tien werkdagen duurt voordat ik een duplicaat van die kaart heb, en in de tussentijd kan ik niet met korting reizen en er is geen tijdelijk alternatief ofzoiets. Dat was me allemaal duidelijk en ik wist niet beter of ik had de procedure om een duplicaat te krijgen al in gang gezet door middel van een telefoontje vorige week woensdag met de NS. Ik had nog even afgewacht namelijk of mijn portemonnee zou opduiken, maar nee.

Toen kreeg ik afgelopen zaterdag een brief. Even was ik blij: post van de NS, nu al m’n duplicaat? Helaas, dat was te vroeg gejuicht. Het was een brief. Na alle gewone dingen als datum en kenmerken enzo (maar geen vermelding van het onderwerp) en een aanhef, luidt die als volgt – de brief zelf in vet, mijn leeservaring cursief.

Graag beantwoorden wij uw reactie. Welke reactie? Ik heb nergens op gereageerd, naar mijn beleving. Ja, op een diefstal, maar dat zal de NS niet bedoelen. Ik heb gebéld, en in dat telefoongesprek is de zaak wat mij betreft al helemaal afgehandeld. De mevrouw aan de telefoon heeft op mij gereageerd. U laat ons weten dat u wegens diefstal tijdelijk niet in het bezit bent geweest van uw abonnement. Huh? Was het maar waar dat ik tijdelijk niet in het bezit was van mijn abonnement, want dan had ik het nu weer terug. Ik ben het niet tijdelijk kwijt, het is is weg, foetsie, verdwenen. Wij vinden het vervelend dat u dit is overkomen. Dat is dan wel aardig.

Wij zullen aan uw verzoek voldoen. Uh, ja, dat lijkt me nogal wiedes, want dat zei woensdag de mevrouw aan de telefoon ook al. Bovendien, het is mijn goed recht om een duplicaat-kaart te krijgen. Met dat verzoek’klinkt het alsof ik ervoor op m’n knieën moet. Het was wat mij betreft gewoon een administratieve aanvraag.

U kunt het duplicaat binnen 10 werkdagen tegemoet zien. De kosten van het duplicaat zijn € 11,00. Dit bedrag zal binnenkort van uw rekening worden afgeschreven. Dat wist ik allemaal al, uit het telefoongesprek.

Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn. Overbodig. Jullie zijn me pas van dienst als ik m’n kaart terug heb, liefst zo gauw mogelijk. En als jullie me echt van dienst hadden willen zijn, hadden jullie me een tijdelijke overbrugging aangeboden.

En dan een groet, handtekening, naam en functie, en eronder nog ‘Bijlagen(n)’ – wat enigszins verwarrend is, want die zaten er niet bij, dus laat dat dan weg, maar goed – het écht goed programmeren van automatisch gegenereerde brieven is voor veel organisaties een kunst apart.

Over de tekst zou ik tekstadvies kunnen geven. Een positief punt: het inlevende ‘Wij vinden het vervelend dat u dit is overkomen’. Formuleer precies, zodat woorden als reactie, tijdelijk en verzoek niet net ernaast zijn. Laat overbodige en ouderwetse beleefdheidsclichés zoals ‘Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn’ weg. Herformuleer het verzoek van de geadresseerde. Enzovoort.

Maar dan is het nog steeds geen heel geweldige brief. Simpelweg omdat hij overbodig is. Hij voegt voor mij niets toe aan wat ik al wist en wat ik telefonisch al rond had gekregen. Ik hoef dan geen brief, en zeker geen nét ernaast geformuleerde. Dan denk ik: doe mij mijn kaart maar sneller en goedkoper terug. In 9 dagen en voor € 10,00, ofzoiets – en dan zonder brief. Zoals de banken dat doen, bijvoorbeeld. Sterker nog: ik heb inmiddels alles alweer terug, behalve mijn Voordeelurenkaart.

Goed communiceren is belangrijk. Maar soms kun je gewoon beter je werk goed doen.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Drie succesfactoren voor columns

Louise Cornelis Geplaatst op 25 november 2008 door LHcornelis25 november 2008 1

Een paar weken terug kondigde ik het verschijnen aan van mijn 40e Fietsvrouw-column. Wat ik toen nog niet wist, was dat deze column veel reacties op zou gaan leveren: e-mails naar de redactie van Fiets of direct naar mij. In totaal waren het er ongeveer net zo veel als op de eerdere 39 columns bij elkaar!

Redacties zien ingezonden brieven als iets positiefs: je wordt dan gelezen en serieus genomen, serieus genoeg om in de pen te klimmen. Dus wat leer ik hiervan over de succesfactor van columns?

  1. Zorg voor herkenning. De meerderheid van de reacties had precies die strekking: wat een herkenbaar verhaal! Het ging over allerlei gekke dingen die ik in de afgelopen jaren bij spinning in sportscholen had meegemaakt. Kennelijk komen die dus vaker voor…
  2. Steek je nek uit – wees ‘spits en uitdagend’ (zie Wikipedia-omschrijving van een column). De kritischere reacties vonden dat ik het allemaal verkeerd dan wel wel erg zwart zag. en gingen op dat punt met me in discussie. Niet alle reageerders beseffen dat een column vertekent. In één reactie staat bijvoorbeeld: ‘ik kan me niet voorstellen dat het allemaal zo erg is als jij schrijft’. Natuurlijk is het niet allemaal zo erg als ik schrijf. Ik heb omwille van de column zeven incidenten uitgelicht uit twee jaar, dus misschien wel bijna 100 keer, spinnen.
  3. Ontwikkel eelt op je ziel. Want van ‘ik ben het niet eens met wat je schrijft’ (het vorige punt) is het voor sommigen maar een kleine stap naar het oordeel ‘jij deugt niet’: ik zie het fout, ben een arrogante betweter en pas me onvoldoende aan. Tsja. Met een mooie sportmetafoor: zulke reageerders spelen niet op de bal, maar op de persoon.

Het laatste punt laat mij maar weer eens voelen dat écht iets zeggen heftige, negatieve reacties kan oproepen. Ik kan me dan ook goed verplaatsen in de deelnemers aan mijn trainingen met een specifiek soort schrijfangst: de angst om zich uit te spreken in hun tekst, want daar kunnen anderen over vallen. ‘Dat kan ik toch niet maken,’ zeggen ze als ik ze uitnodig om de data niet alleen te beschrijven, maar ook te interpreteren, dus van boodschappen te voorzien, ‘mijn baas ziet me al aankomen/dat pikken ze nooit/stel dat ik ernaast zit’. Of, in een minder expliciete vorm: ‘Dat kunnen/moeten mijn lezers zelf bedenken’.

Voor zover reacties op een tekst de strekking van punt 2 van hierboven hebben, denk ik alleen maar: prima. Schrijf liever met lef iets waar mensen het niet mee eens kunnen zijn dan uit angst en voorzichtigheid helemaal niets. Goed schrijven is je nek durven uitsteken, kleur bekennen.

Mochten de reacties doorschieten richting punt 3 en persoonlijk worden, dan heb je ofwel geen probleem (dat is hún oordeel), of een probleem dat met geen tekst te ondervangen is. Ik heb wel eens iemand aangeraden een andere baas te zoeken…

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Schrijftip: 30 jaar oefenen

Louise Cornelis Geplaatst op 18 november 2008 door LHcornelis18 november 2008

Eén van de interessantste ideeën over goed leren schrijven die ik de laatste tijd ben tegengekomen, is de stelling van de Amerikaanse hoogleraar Ronald Kellogg dat het 30 jaar oefenen kost om schrijven tot in de puntjes te beheersen. Hij laat aan de hand van voorbeelden van beroemde literaire schrijvers zien hoe veel die hebben moeten oefenen en dus afkeuren voordat ze hun meesterwerk schreven. Maar voor zakelijke schrijvers geldt het ook. En aangezien die minder nadruk op schrijven leggen, bereiken ze lang niet allemaal het meesterschap.

Schrijfontwikkeling
Volgens Kellogg doorlopen schrijvers in die 30 jaar drie fasen:

  1. Knowledge telling: schrijven is niet veel meer dan de feiten op een rijtje zetten. Jonge kinderen doen dit al; met als tekstkenmerk en toen en toen en toen. Maar veel schrijvers blijven er ook in steken: gekopieerde stukken van Google en Wikipedia aan elkaar lijmen of in woorden beschrijven wat er in de tabel ook al te lezen is zijn er voorbeelden van. Het vergt inzicht en oefening om een stapje verder te komen.
  2. Knowledge transforming: in deze fase bewerkt een schrijver de informatie zodanig dat er iets van een structuur, verhaal en kern in komt – maar dat is dan nog wel de eigen interpretatie van de schrijver.
  3. Knowledge crafting: op het hoogste niveau van schrijven is de schrijver in staat om zich een beeld te vormen van het beeld dat de lezer van de tekst heeft. Dat klinkt ingewikkeld, maar het komt neer op je als schrijver helemaal in kunnen leven in de lezer, en de tekst op hem/haar afstemmen. Dit stadium bereikt lang niet iedereen.

De manier van structureren waar ik mee werk en die ik in Adviseren met Perspectief uiteenzet (ook wel bekend als het piramideprincpe of delta-denken) kan helpen om van niveau 1 naar niveau 2 te komen, en, bij al wat ervarener schrijvers, ook tot stap 3. Dan is het niet meer een structureringstrucje, maar een manier om de tekst lezergericht te maken. In de handen van goede consultants heb ik dat wel zien gebeuren: ze overstijgen met hun structuur de data en richten het verhaal helemaal op hun cliënt.

Waarom duurt het zo lang?
Waarom duurt het 30 jaar voordat je comfortabel in fase 3 zit? Enerzijds is dat volgens Kellogg omdat schrijven zo ingewikkeld is. Je moet een groot aantal deelvaardigheden beheersen op een niveau dat ze zijn geautomatiseerd, en pas dan houd je tijdens het schrijven genoeg ruimte in je hoofd over voor de lezer, de ruimte die knowledge crafting kost. Je moet niet alleen klakkeloos kunnen typen, spellen, interpunctie aanbrengen en formuleren (dat moet al om op niveau 1 te kunnen schrijven), maar ook alinea’s kunnen opbouwen en op hoger tekstniveau structureren – en dat allemaal goed en vanzelfsprekend. Pas dan houd je genoeg ruimte over om je in te leven in de lezer en daar al je keuzes op af te stemmen.

Dat inleven in een ander is sowieso iets wat niet vanzelfsprekend komt en moeilijk is: je empathische vermogens moeten goed ontwikkeld zijn. En je hebt kennis en (levens-)ervaring nodig. Je schrijft immers niet zomaar, je schrijft óver iets, en ook op dat punt heb je pas iets interessants toe te voegen als je er zelf iets mee gedaan hebt. Voor goed schrijven heb je een zekere levenswijsheid nodig. Het is volgens Kellogg dan ook niet toevallig dat er geen schrijf-wonderkinderen bestaan.

Oefenen!
Het is misschien een deprimerende gedachte: zo veel oefenen is nodig. Mij prikkelt het wel om een vak uit te oefenen waarvoor 30 jaar oefenen nodig is. Ik zeg het wel eens als ik een training bespreek: verwacht niet dat de deelnemers door één training ineens ontzettend goede schrijvers worden.

Ik heb al zitten rekenen: op mijn 12e verscheen mijn eerste stukje in de schoolkrant. Ben ik er al? Ik weet wel dat knowledgde crafting ook voor mij nog niet vanzelf spreekt. Ik denk dat ik er op dit moment middenin zit voor wat betreft mijn boek over mijn Afrika-reis: de eerste versie was nog te veel alleen maar een bewerking van ons weblog en daarmee te navelstaarderig. Ik ben nu bezig met de tweede versie, en aan het craften. Dat vergt veel denkwerk – wat ook heel leuk is.

En ik oefen. Alleen oefenen is overigens niet voldoende: feedback op je teksten is noodzakelijk. In je eentje word je geen knowledge crafter, en de meesten van ons al geen knowledge transformer. Voor wie feedback op schrijfwerk zoekt, houd ik me aanbevolen. Ik kan nog wel een jaartje of 30 mee…

Bron: o.a. deze presentatie van Kellogg

Geplaatst in schrijftips

Blog eens anders, maar niet te veel

Louise Cornelis Geplaatst op 17 november 2008 door LHcornelis17 november 2008  

Afgelopen donderdag ben ik naar een cursus geweest van het Centrum voor Communicatie en Journalistiek van de Hogeschool Utrecht over corporate blogging: zakelijk gebruik van weblogs. Om ideeën op te doen voor dit weblog maar vooral ook omdat ik adviseer over schriftelijke communicatiemiddelen, zoals het weblog.

De opbrengst: twee nieuwe ideeën om eens anders te bloggen:

  • Om zakelijk te bloggen, hoef je niet zelf een weblog bij te houden. In plaats van zelf te bloggen, kun je als bedrijf ook weblogs volgen. Als er dan aanleiding toe is, kun je een reactie plaatsen met bijvoorbeeld een advies en/of een link naar je eigen website (of toch weblog). Dat kan zijn als er op een weblog of forum geschreven wordt over je bedrijf of dienst, of als er andere aanknopingspunten zijn.
  • Weblogs kunnen ook een interne functie hebben. Je zou bijvoorbeeld bij een groot veranderingsproject een weblog op het intranet kunnen maken dat de ervaringen en vorderingen vanuit verschillende perspectieven beschrijft. Ik word soms betrokken bij de invoering van een nieuwe huisstijl, waar dan ook een nieuwe manier van schrijven of presenteren bij hoort. De volgende keer ga ik voor zo’n project voorstellen er een weblog aan te koppelen, waar de projectleider, de communicatie-afdeling, de deelnemers en ikzelf aan kunnen meeschrijven en bijvoorbeeld voorbeelden en tips op plaatsen.

Voor wat betreft het gewone, reguliere bloggen hoorde ik niet veel nieuws. Probleem daarbij blijft dat eigenlijk niemand weet wat het precies oplevert, en er gaat makkelijk heel veel tijd in zitten. Zo’n stukje schrijven als dit, dat valt wel mee. Maar als je dat elke dag wilt doen, en het weblog daarbij actief promoot, kan het een dagtaak worden. Actief promoten houdt bijvoorbeeld in dat je de hele ‘blogosfeer’ naloopt om in de gaten te houden wat er verschijnt, zodat je meteen over en weer kunt linken naar aanverwante posts op de blogs die je volgt. Daarbij kun je links achterlaten als je forumt, twittert en MSN’t – en dat moet je eigenlijk veel doen om een groot online netwerk op te bouwen. Zo groeit de community rond je blog. Dat is hartstikke leuk, maar wat leveren al die uren bloggen, surfen en chatten op voor het bedrijf? Waar is de kosten-baten-afweging?

Een ander discussiepunt tijdens de cursus was of blogs nou echt interactief zijn. Is het ‘communicatie met’ bijvoorbeeld je klanten? Ik vind van niet: een blog is een vergemakkelijkte vorm van een al veel langer bestaand medium, zoals de column in krant of nieuwsbrief bijvoorbeeld, of het gestencilde boekje met verhaaltjes. Op een papieren tekst kun je ook reageren, denk maar aan de ingezonden brieven. Een weblog wordt pas interactiever als je er veel moeite voor doet. Maar met een papieren tekst kun je ook oproepen om te reageren. Ik zie daar geen principieel verschil tussen. Als je echte communicatie wil mét je klanten, zul je ze rechtstreeks moeten benaderen, in plaats van ze alleen dingen te lezen geven waar een enkeling op reageert.

Wie meer wil lezen over zakelijk bloggen als communicatiemiddel kan het weblog van docent Jeroen Mirck volgen. Zo’n linkje is voor ons beider weblogs goed. Kom maar op met die extra bezoekers!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijftip: Onderscheidend formuleren met lef

Louise Cornelis Geplaatst op 6 oktober 2008 door LHcornelis6 oktober 2008  

Van de zomer verschenen de resultaten van onderzoek naar de termen die gebruikt worden in vacature-teksten (zie persbericht). Belangrijkste conclusie: alle formuleringen lijken op elkaar, door het gebruik van standaardtermen (elk bedrijf is ‘informeel, ambitieus en dynamisch’) en open deuren (de nieuwe medewerkers zijn ‘zelfstandig en flexibel’). En dat terwijl het steeds belangrijker wordt om werkzoekenden te lokken door creatief en onderscheidend te zijn.

Het gesignaleerde probleem deed me denken aan andere lastige formuleerklussen, zoals de hoofdboodschap van een rapport of presentatie of de missie van een nieuwe onderneming. De overeenkomst is dat de tekst zich in weinig woorden moet onderscheiden. Hoe doe je dat?

Volgens de AMC Academie, uitvoerders van bovengenoemd onderzoek, gaat het hierom:

(…) is het allereerst belangrijk om te weten wie je zoekt. Een scherper profiel van de kandidaat is makkelijker om in een vacaturetekst te verwoorden en maakt dat werkzoekenden zich eerder herkennen in een functieprofiel. Als het gaat om de cultuuromschrijving moeten organisaties zich vooral afvragen wat hun organisatie uniek maakt.

Helemaal mee eens. Maar wat als je dan nog steeds niet verder komt dan die open deuren? Dan is een formuleertruck: schrijf alleen dingen op waarvan de ontkenning of het tegenovergestelde óók zinvol is. Niemand zal makkelijk van zichzelf zeggen dat hij of zij niet flexibel, communicatief, zelfstandig en dynamisch is, en geen bedrijf wil onsuccesvol, stijf en ouderwets zijn. Daarom zijn al die termen open deuren.

Scherpe formuleringen in vacatureteksten zijn bijvoorbeeld (met tussen haakjes het tegenovergestelde):

  • We zoeken een IT’er voor wie alleen achter de computer zitten te programmeren net zo’n plezierige en succesvolle werkdag vormt als eentje die gevuld is met gesprekken met opdrachtgevers en vergaderingen met collega’s (één van de twee is plezieriger/succesvoller).
  • We zoeken een collega van wie de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid beter is dan de mondelinge (omgekeerd: mondeling beter dan schriftelijk).
  • Je durft beslissingen te nemen, ook als nog niet alle informatie bekend is (je zoekt liever de dingen goed uit voordat je een beslissing neemt).

De voorbeelden maken duidelijk dat je zo ook zegt wat je niet wilt. Dat klopt, en dat houdt een risico in. In de woorden van AMC Academie weer: “Sommige werkgevers durven geen kandidaten uit te sluiten en beperken zich om die reden tot het gebruik van standaardtermen”. Inderdaad: in formuleringen wreekt zich gebrek aan lef altijd.

Precies formuleren wat het wel en niet moet zijn, kan zeker lastig zijn. Recentelijk heb ik gewerkt aan een project waarvoor ook ‘flexibiliteit, zelfstandigheid en stressbestendigheid’ nodig waren. Geen probleem, anders zou ik niet al jaren zelfstandige zijn natuurlijk. Nadat ik er een tijdje mee bezig was, kwam ik er echter achter dat ik toch bepaald niet de juiste persoon was voor die klus. Het was een rommelige situatie met slechte interne communicatie, en dat leidde tot een groot aantal fouten en slordigheden, zowel in het eindproduct als in de omgang met mensen. Eigenlijk had er in de functie-eisen moeten staan: ‘voldoende laconieke persoonlijkheid die zich fouten maken niet te zeer aantrekt’. Dát zou ik nooit over mezelf zeggen, daarvoor liggen mijn kwaliteitseisen te hoog. Maarja, welke organisatie durft zoiets wél te zeggen?

Louise

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Tip: cursussen spelling en grammatica

Louise Cornelis Geplaatst op 2 oktober 2008 door LHcornelis2 oktober 2008  

Aan de d’s en t’s en andere spellingkwesties en aan grammatica besteed ik in mijn trainingen en coaching zo min mogelijk aandacht, want, zo zeg ik altijd, daar zijn andere methoden voor. Eén zo methode kan ik van harte aanbevelen: de Taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal geeft in oktober en november cursussen praktische grammatica en spelling. Zie http://www.onzetaal.nl/cursussen/

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (562)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (903)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑