↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Beter niet te veel homogeniseren

Louise Cornelis Geplaatst op 11 juli 2023 door LHcornelis11 juli 2023  

De meest recente editie van Tekstblad (nummer 2 van 2023) is weer zeer de moeite waard. Ook aandacht voor Large Language Models natuurlijk, waaronder wel een vermakelijke column van Eric Tiggeler, die in de AI-toepassing van Bing tekst van zichzelf tegenkwam: hij had zelf iets geschreven over het nut van AI voor tekstredacteurs en toen hij Bing vroeg naar dat nut, kreeg hij zijn eigen tekst gepresenteerd.

Het interessantst vond ik het interview door mijn gewaardeerde collega Jeanine Mies met Harrie van Rooij. Van Rooij promoveerde op onderzoek naar de taal van de Belastingdienst. Wat hij vertelt, geldt voor alle overheidsschrijven.

Van Rooij introduceert het begrip homogeniseren: het proces van vijlen en schaven aan een tekst totdat iedereen het met elkaar eens is. Daar zijn drie talige strategieën voor:

  • Strategische ambiguïteit. Iets ruim omschrijven, met van die ‘buigzame’ woorden als zelfredzaamheid. Daar is nooit iemand tegen. Maar het is wel de beruchte vaagtaal natuurlijk.
  • Zelfreferentialiteit: uitgaan van het gelijk van je eigen organisatie. Dat is als de gemeente zegt: ‘er zijn gewoon groepen die we moeilijk bereiken’.
  • Reïficatie: iets presenteren alsof het een natuurverschijnsel is, en daarmee keuzes maskeren. Digitalisering en alles een crisis noemen zijn daar voorbeelden van.

In het interview komt naar voren dat Van Rooij vindt dat er te veel gladgestreken wordt, en dat de overheid bij spanningen meer gesprekken zou moeten organiseren. Als er dan toch een beleidsnota moet komen, zouden de betrokkenen beter eerst langer met elkaar kunnen praten over de inhoud en over het doel van de tekst. Die kan dan echt helderder. Ik ben het daar zeker mee eens!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Zeg niet AI, zeg LLM

Louise Cornelis Geplaatst op 7 juli 2023 door LHcornelis7 juli 2023  

‘Waarom zou je nog leren schrijven, dat gaat AI toch overnemen?’ – ik hoor die vraag, net als veel andere schrijfdocenten en -trainers. Ik ben me aan het verdiepen in ChatGPT en aanverwanten ermee bezig om een beter antwoord te kunnen geven. De afgelopen dikke week zette ik daarin grote stappen: vorige week in Groningen door de presentatie van Lieve de Wachter over de aanpak van de KU Leuven, en afgelopen dinsdag in Leiden door de ‘salon’ van de NACV over ‘AI in higher education’, met AI onderzoeker Sophie Horsman en een panel van schrijfdocenten in het hoger onderwijs.

Als ik alles overzie, heb ik nu de volgende ingrediënten voor het antwoord:

  • Schrijven kan AI weliswaar grotendeels overnemen, maar denken niet. Dus zo gauw als het gaat om zaken waar je als schrijver eigen gedachtevorming voor nodig hebt, voor jezelf dan wel voor de lezer, dan moet je het zelf doen. Er is dus nog steeds een grote rol voor ‘writing to learn’ en voor schrijven om te komen tot een dieper begrip. Echt begrip. Want begrijpen, dat doet AI niet, het berekent alleen. Die I in AI, intelligentie, is daarom eigenlijk onterecht. In plaats van over AI zouden we voor schrijven beter kunnen praten over Large Language Models, LLM, en in het algemeen beter over toegepaste statistiek. Dat is immers wat het is: ‘woordenkramerij zonder beoogde betekenis’ (zei De Wachter). Je kunt het resultaat van het diepere denkwerk vervolgens wel door ChatGPT en aanverwanten laten checken en oppoetsen, zoals je daar vroeger een huisgenoot voor vroeg of wat een redacteur kan doen. Het meest interessante en vernieuwende schrijfwerk blijft dus over.
  • In leren schrijven moet het accent meer op het proces komen te liggen. Van hoe je dat diepe denkwerk doet bijvoorbeeld (ik denk: piramideprincipe!), maar ook van hoe je LLM in kan zetten in je schrijfproces. De aanpak van de KU Leuven was dan ook sterk procesgericht, met procesverslagen, onder andere van hoe de studenten de door ChatGPT gegenereerde tekst hadden herschreven.

Wat mij betreft is dat de kern voor mijn eigen werk. Daar komt dan nog bij:

  • LLM goed leren gebruiken is geen sinecure. Je moet daarvoor dus eigenlijk een geheel nieuwe set vaardigheden aanleren, waaronder het formuleren van een goede ‘prompt’ maar ook kritisch lezen – LLM genereert ook nogal wat onzin.
  • Schrijfopdrachten moeten de moeite waard zijn. LLM kan bijvoorbeeld goed reproduceren, dus dat moet niet alles zijn wat een schrijfopdracht behelst.
  • LLM vergroot de ongelijkheid. Dat is mogelijk nu al zo: het ging maar om één groep, maar goede studenten aan de KU Leuven scoorden nog beter, zwakke slechter. En het zal zeker het geval zijn als er straks voor het gebruik van goede programma’s betaald moet worden.
  • Er zit een hele zwik ethische problemen aan het gebruik van ChatGPT, waaronder op het gebied van privacy, macht en energieverbruik. Daarom kun je het in elk geval niet verplicht stellen.

Ik ken de NACV van de expertmeetings; zo’n salon is kleinschaliger: één thema, minder mensen, korter. Ik vond het zeer de moeite waard. In dit geval was ik vooral blij met de zorgvuldige, genuanceerde en toegepaste behandeling van AI. In de reguliere media heb je nogal felle voor- en tegenstanders met heftige argumenten, en bovendien lees ik daar de laatste tijd vaak hetzelfde. Deze bijeenkomst verdiepte mijn begrip, ook van de werking van LLM. Ik ben daarover nog niet uitgeleerd, dus ik zeg: wordt vervolgd!

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Bewuste schrijfvaardigheid in Groningen

Louise Cornelis Geplaatst op 30 juni 2023 door LHcornelis30 juni 2023 1

Ik heb gister een nuttige en aangename dag beleefd in Groningen. Daar gaf ’s middags Kees de Glopper zijn afscheidscollege als hoogleraar Taalbeheersing. Dat college werd voorafgegaan door een symposium over ‘bewuste schrijfvaardigheid’. Ik was verheugd uitgenodigd te worden – dat ik in Groningen en voor Kees werkte is al best wel lang geleden. Het was daar dat ik samen met Masterstudenten onderzoek naar het piramideprincipe heb gedaan, ik kijk daar nog steeds met veel plezier op terug. Kees was toen een deel van de tijd mijn baas.

Ik vond het gezellig, heb oude bekenden gesproken en nieuwe mensen leren kennen, ik vond het leuk om in Groningen te zijn, alles vond plaats in het prachtige Academiegebouw, en zelfs de treinreizen, zo herinnerde ik me ook nog, hadden wel wat: een uitgelezen kans om urenlang rustig te zitten en een heleboel achterstallig leeswerk te doen. De NS voegde er op de heenweg nog een klein uur aan toe, en daardoor miste ik nog net wat meer van het symposium dan waar ik bewust voor had gekozen om de vroege ochtend en de lengte van de dag behapbaar te houden. (Ik ben daarmee overigens qua treinperikelen nog goed weggekomen, begreep ik van anderen.)

Ik heb van het symposium nog vier presentaties wel kunnen bijwonen. Die waren vooral heel verschillend: schrijfvaardigheidsonderzoek is breed. Voor dit blog ga ik altijd op zoek naar raakvlakken met m’n praktijkwerk. Dat is zoeken, want schrijfvaardigheidsonderzoek richt zich op het onderwijs, niet op schrijvende professionals. Desalniettemin vind ik die raakvlakken altijd wel. Soms zit dat in globale inspiratie, soms in dingen waar ik meteen iets mee kan. 

Een voorbeeld van inspiratie vond ik de vraag ‘wat is schrijfvaardigheid eigenlijk?’ Die stelde Rob Schoonen en hij liet dit antwoord zien:

Dat leidde tot wat gegniffel in de zaal: hoe moeilijk en wollig kun je het maken? Toen kwam de aap uit de mouw: het was een definitie van Kees de Glopper himself, van lang geleden!

Aan mijn begrip van schrijfvaardigheid werd nog wel wat toegevoegd, eerst door diezelfde Schoonen en later ook nog in het eigenlijke afscheidscollege: de rol van kennis. Schoonen gaf een overzicht van maar liefst twaalf soorten kennis die een rol spelen bij schrijven: van spelling en grammatica tot de ‘metacognitieve kennis’ die je nodig hebt om je eigen schrijfproces in goede banen te leiden. Dat blijft een goede voorspeller van schrijfvaardigheid.

Schoonen betoogde dat docenten (en onderzoekers) beter moeten peilen wat hun lerende schrijvers eigenlijk weten, en, zo bedacht ik: datzelfde geldt voor mij. Daar kan ik wel wat mee. Ik ben er in mijn trainingen altijd mee bezig om te benadrukken dat je bij schrijven niet alleen op het product (de tekst) gericht moet zijn, maar vooral ook op het proces: de handelingen die je verricht. Kennis is eigenlijk nog een derde aspect, en, inderdaad, onderbelicht.

Weer meer richting inspiratie ging de presentatie van Jeroen Steenbakkers. Die benadrukte het belang van schrijfonderwijs dat helemaal is aangepast aan klas, docent, moment en het unieke van het individu. Hij benadrukte het belang van de ‘drempelervaring’ en had mooie voorbeelden van wat zulk ‘subjectief’ schrijfonderrwijs kan opleveren, waaronder een geweldig gedicht dat door een VMBO-leerling was geschreven. Die beheerst de d’s en t’s niet, maar dat zou niemand moeten beletten om een eigen stem te vinden.

Dat de presentatie van Jack Hoeksema een concreet spoor heeft nagelaten, merk ik bij het schrijven van deze blogpost. Hij liet frequenties zien van woorden en woordcombinaties door de jaren heen. Het woord leuk komt bij jonge, beginnende schrijvers veel vaker voor dan bij professionele. Ik heb tot nu toe in deze post dan ook leuk al twee keer weggeredigeerd 😉 Hij eindigde met een oproep tot leesbevordering: goed voor meer variatie in je woordenschat. Helemaal mee eens.

De laatste presentatie, van Lieve de Wachter, ging over hoe de KU Leuven ChatGPT inzet. Ik vond het een constructief en realistisch verhaal, daar waar de nuance over AI vaak ver te zoeken is. Over ChatGPT later meer.

Het afscheidscollege zelf benadrukte dus nog een keer die rol van kennis. Kees de Glopper gaf een overzicht van wat schrijfvaardigheid bevordert. Sparren, was een van de dingen die hij noemde, praten over de tekst. Hij noemde dat sparren met verwijzing naar de lezing van Renske Bouwer die ik door de treinproblemen had gemist, en dat tot mijn spijt. Gelukkig kon ik dat even tegen haar zeggen en hopelijk krijg ik nog een keer een herkansing, want haar ideeën over het belang van praten over schrijven en teksten vind ik zeer interessant.

Ikzelf leerde ook nog een nieuw woord: kakografie. Populair in de negentiende eeuw, en de invloed ervan reikt tot het hedendaagse formuleeronderwijs, waarin veel te veel nadruk ligt op het voorkomen van fouten die leerlingen nauwelijks maken, zoals tautologie en pleonasme.

De Gloppers ‘openbare les’ was goed te volgen en fraai visueel ondersteund. Erna werd hij toegesproken en daarna volgde nog een buffet, met heerlijke pasta. Ik ging dus met een goed gevulde maag terug de trein in. Wat een uitje! Mijn werk zit net op de rand van de intredende zomerrust, en dan heb ik gelukkig ook tijd voor zoiets.

Ik begreep dat een afscheidscollege in Groningen geen vanzelfsprekende zaak is, en al helemaal niet in de aula van het academiegebouw. Fijn dat De Glopper het wel voor elkaar heeft gekregen.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 1 reactie

Studenten geven tekstadvies

Louise Cornelis Geplaatst op 13 juni 2023 door LHcornelis13 juni 2023  

Gister heb ik de tekstadviezen aan het AcICT van de studenten Tekstanalyse nagekeken (zie eerdere posts). Dat was hun eindopdracht voor het vak dat ik afgelopen semester gaf. Ze hadden van tevoren gezegd dat ze het een moeilijke opdracht vonden, maar ik vond dat ze het goed hadden gedaan (gemiddeld – eentje moet de tekst nog wat aanpassen om er een echt advies van te maken, dat was net wat te veel verslag voor mij in plaats van advies aan het AcICT. Overigens begrijp ik die verwarring goed en komt die vaker voor: veel schrijvende professionals weten het verschil niet tussen een verslag en een advies).

Inhoudelijk ga ik er nu nog niet veel over zeggen hier, want ik wil de adviezen eerst met het AcICT bespreken. Daar lenen ze zich wel voor namelijk, en ik weet ook dat er belangstelling voor is. De adviezen lopen uiteen, maar er zijn in elk geval twee rode draden uit te halen: eentje over het toelichten van begrippen die de lezer mogelijk niet kent (jargon en afkortingen) en eentje over zinslengte en -complexiteit. Een mogelijke derde draadje is ‘behoud het goede’, want ook daar ging het in de adviezen over.

Wat ik vooral goed vond, was de mate waarin het de meeste studenten was gelukt om er een ‘echte’ adviestekst van te maken, naar stijl, structuur en vormgeving. Een deel van de studenten had de manier van schrijven van het AcICT succesvol overgenomen. Dat is prima: zij hebben de kunst goed afgekeken en sluiten nauw aan bij de beoogde lezers. Een ander deel had er een eigen draai aan gegeven, wat ook past bij de persoonlijke aard van adviseren.

Ik trof tot mijn genoegen ook geslaagde piramides aan als basis voor de tekststructuur, en dat vond ik knap, want de studenten hadden niet veel zelf geoefend met het schrijven volgens het piramideprincipe.

Dus: tevreden docent. Het vak zit er nu bijna op: die ene herschrijving nog, de eindcijfers doorgeven. En met de resultaten op naar het AcICT. Wordt toch nog een beetje vervolgd dus!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Actiefoto’s van een geslaagd VDSMH-congres

Louise Cornelis Geplaatst op 8 juni 2023 door LHcornelis8 juni 2023  

Afgelopen maandag heb ik een korte introductie in lezergerichte adviezen schrijven gegeven op het congres van de Vereniging van Deskundigen Steriele Medische Hulpmiddelen in Breukelen. Dat was erg leuk!

De fotograaf van de vereniging, Sing Dekker, maakte foto’s die ik mag plaatsen hier, dus zo wordt het een rijkelijk geïllustreerde blogpost. Om te beginnen zie je hier op de achtergrond een oefening die ik veel gebruik:

Aan het microfoontje is te zien dat het om een grote zaal en groep ging: zo’n zeventig mensen. Dat is indrukwekkend, vond ik, want het totaal aantal leden van de vereniging is rond de honderd, dus ze weten voor zo’n congres een groot deel van hun leden te interesseren.

De ochtend was over vakinhoudelijke onderwerpen gegaan, in de middag was het thema communicatie, en dan vooral beïnvloeding. Ik trapte af, en na mij verzorgde Esther Giesselbach, organisatie-adviseur van het Maasstad Ziekenhuis, een uur over gesprekken. Esther en ik hadden het voorbesproken met elkaar zodat we een op elkaar afgestemd programma hadden. Dat pakte goed uit.

Inhoudelijk ging er een wereld voor me open, door hun teksten, casussen en ook wel door het rondje langs de stands dat ik maakte. Ik kom wel eens in een ziekenhuis dus ik kon het wel plaatsen en dat maakte het interessant.

Bovendien ken ik voldoende mensen in de zorg om te weten dat dit type adviseurs best wel moeite kunnen hebben om hun adviezen opgevolgd te krijgen. Daar ging het dus ook veel over.

Ik hoop dat ik een steentje heb bij kunnen dragen, ook al relativeerde ik de rol van schrijven in beïnvloeding en heb ik – hopelijk – aangezet tot vooral meer praten. En áls je dan gaat schrijven, doe het dan lezergericht. De reacties waren enthousiast.

Ik ging ook nog eens naar huis met een fles wijn en een bos bloemen – wat echt niet had gehoeven, want ik krijg er gewoon voor betaald, maar ik vind het wel heel leuk natuurlijk:

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

De bril van je eigen vakgebied

Louise Cornelis Geplaatst op 19 mei 2023 door LHcornelis19 mei 2023  

Deze week was het laatste college Tekstanalyse. Dat was een bijzondere, want we hadden bezoek van Monique Heetebrij, onderzoeksmanager bij het Adviescollege ICT-toetsing. De studenten gaan immers als eindopdracht een tekstadvies schrijven voor het AcICT, en dan is contact met de geadviseerde onontbeerlijk.

Een van de thema’s waar we in het vak mee bezig zijn geweest, was lezergericht woordgebruik. Of iets concreter: vakjargon. Dat is alomtegenwoordig in adviesrapporten. Dat is deels onvermijdelijk, en voor een deel van de lezers is het geen probleem, maar voor andere wel. De AcICT-rapporten worden bijvoorbeeld enerzijds gelezen door de mensen in het getoetste project en door ICT-journalisten en -wetenschappers, maar ook door Kamerleden en – wie weet – een enkele burger. Hoe bepaal je dan wat je wel en niet kunt gebruiken, wat je moet uitleggen – en waar en hoe doe je dat dan het beste?

Monique had daar geen kant-en-klare antwoorden op, die zijn er ook niet. Ze had wel een mooi voorbeeld van hoe jargongebruik afhangt van – in termen van het vak – de functionele context van de tekst. Ze had in eerder werk meegemaakt dat de communicatie-afdeling het ICT-jargon uit een vacaturetekst had weggehaald. Maar als je op zoek bent naar een deskundige op het gebied van, zeg, SAP S4/HANA, heeft het natuurlijk geen zin om die term te omzeilen.

Monique betrapte ons ook op jargongebruik, of liever gezegd: ik werd me er door wat Monique zei van bewust hoe vanzelfsprekend de bril is die je in een bepaald vakgebied opzet. Dat doen ICT-specialisten, maar dan doen taalwetenschappers net zo goed. De studenten hadden van tevoren vragen voor Monique aangeleverd, en in een daarvan ging het over de overstap van academisch naar zakelijk schrijven. Dat vind ik een vanzelfsprekend thema. Maar Monique snapte eigenlijk niet zo goed wat we daarmee bedoelden. Dat onderscheid, tussen die genres, is niet de manier waarop ‘leken’ over hun eigen schrijven en teksten denken.

In het vakgebied van de tekstwetenschap en van schrijven is het een doodnormaal onderscheid. Dat wordt nogal ingegeven natuurlijk door het feit dat tekstwetenschap plaatsvindt op de universiteit, en dat tekstwetenschappers dus tot over hun oren in het academische schrijven zitten. Alles wat daarbuiten aan serieus schrijven plaatsvindt, is ‘zakelijk’ schrijven. Dat is een beetje wij-zij-denken, wat ik wel begrijp, maar vanuit buiten de academie gezien is het maar een abstract onderscheid. Sowieso zijn genres abstract. Maar zo kijken tekstwetenschappers wel naar teksten: die bril zetten ze op.

In onze voorbespreking vroeg Monique of dat onderscheid academisch-zakelijk betekent dat er in de wetenschap binnen zakelijk geen onderscheid gemaakt wordt tussen bijvoorbeeld het bedrijfsleven en de overheid. Ik vertelde toen dat beleidsschrijven juist wel veel aandacht heeft gekregen, met het proefschrift van Daniël Jansen (Schrijven aan beleidsnota’s, 1991) als baanbreker, al is het weer een beetje ‘uit’.

Na afloop van het college realiseerde ik me mogelijk daardoor dat ik de rapporten van het AcICT qua genre had ingedeeld bij ‘adviesrapporten’, maar dat dat net zo goed zou kunnen bij ‘beleidsteksten’ als je die definieert als teksten die functioneren binnen de Rijksoverheid. Maar je zou ze ook ‘brieven’ kunnen noemen, afgaande op geadresseerde, aanhef en ondertekening – duidelijke genre-kenmerken. Dat ik het ‘adviesrapporten’ noem, heeft er deels mee te maken dat ze ze zelf zo noemen, maar ook met mijn eigen bril: in mijn werk voor het adviescollege, behandel ik ze zo, onder andere door er het piramideprincipe op los te laten. 

Als ik me van één ding bewust ben geworden woensdag, is het wel van de hardnekkigheid van onze eigen denkkaders, dus van de bril waardoorheen je kijkt. Je kunt niet zonder – maar je moet je er wel bewust van zijn.

De studenten gaan nu aan de slag met hun eindopdracht = tekstadvies. Ik ben benieuwd – en Monique en het AcICT ook. Ik kom er nog op terug, maar niet meer in de vorm van wekelijkse rapportages.

 

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Online registeranalyses

Louise Cornelis Geplaatst op 12 mei 2023 door LHcornelis12 mei 2023  

Het college van deze week was online. Ik ben namelijk al de hele week snipverkouden, woensdag zelfs met lichte koorts. Niet alleen hoefde ik zo zelf niet te reizen met m’n futloze lijf, ook kon ik zo niemand besmetten. Fijn dat dat tegenwoordig zo kan.

Ik had alleen al lang niet in Kaltura gewerkt, de toepassing die de Leidse universiteit gebruikt voor online video-colleges. Het was even zoeken hoe het ging, en het ging voor mij en enkele studenten gepaard met wat technische problemen met de camera’s. Dat deed me denken aan de begintijd van online werken, nu drie jaar geleden. Eigenlijk loopt het tegenwoordig meestal gesmeerd. Het ging gelukkig wel.

We hebben de registeranalyses van enerzijds de rapporten van het AcICT en anderzijds willekeurige ‘eigen’ adviesrapporten voortgezet. Mij werd vooral duidelijk dat de variatie binnen die twee groepen best groot is: bij een enkel talig verschijnsel week een AcICT-rapport duidelijk af, en in meer gevallen was er flinke variatie in de andere rapporten. Eén van die andere rapporten viel zelfs op door de grote afwijkingen, mogelijk omdat dat nogal veel getallen bevat.

Ik moest in elk geval mijn beeld bijstellen over de jargon-rijkdom van de AcICT-rapporten. Gemiddeld valt dat best wel mee. Er is geen adviesrapport zonder jargon, dat kan waarschijnlijk gewoon niet.

Iets wat me ook opviel, was de kleurloosheid van de bijvoeglijke naamwoorden. Die woordsoort heeft een slechte reputatie (voorbeeld schrijfadvies), maar toch troffen we er vrij veel aan, ongeveer evenveel bij het AcICT als in de andere rapporten. Best wel saaie: onderlinge (samenwerking), inhoudelijke (invulling), gezamenlijke (mijlpalen), noodzakelijke (functionaliteit).  Eén van de andere rapporten had bijvoorbeeld vaak intergemeentelijk in de frase ‘intergemeentelijk plan’. Als dat twaalf keer op één pagina voorkomt, denk ik inderdaad: dat kan best wel een beetje minder.

De resultaten van het tellen van de talige verschijnselen konden we woensdag makkelijk aan elkaar doorgeven via de chat. Online werken heeft best wel voordelen. Desalniettemin hoop ik woensdag weer fris en fruitig live in Leiden te kunnen zijn. Dat is dan al het laatste!

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Tellen is beperkt

Louise Cornelis Geplaatst op 4 mei 2023 door LHcornelis4 mei 2023  

Op het college van gister hebben we registeranalyse gedaan – letterlijk. We hebben allemaal een ander, recentelijk gepubliceerd rapport van het Adviescollege ICT-toetsing en een willekeurig ‘eigen’ adviesrapport.

Met allemaal bedoel ik: de zes studenten, en ik ook. Met zeven rapporten aan beide kanten hebben we een aardige massa om de rapporten van het AcICT te vergelijken met een – kleine – steekproef aan andere adviesrapporten.

Met letterlijk bedoel ik dat we gister aan het tellen zijn geslagen. Want dat is wat registeranalyse volgens Conrad & Biber is: kwantitatief met talige verschijnselen aan de slag, op basis van hypotheses over verwachte verschillen tussen genres. We hebben onder andere gebiedende wijzen, persoonlijke voornaamwoorden, toekomende tijden en lijdende vormen geteld.

Daaruit bleek vooral behoorlijk wat variatie, soms ook binnen de AcICT-rapporten. En er waren ook wat verrassingen. Ik noem er twee:

  • Met een enkele uitzondering vonden we in de rapporten nauwelijks die toekomende tijden, gedefinieerd als voorkomens van zul (inclusief zult en zullen) en zal. Ik zou voorspeld hebben dat het meer is, aangezien adviseren gaat over toekomstige activiteiten. In mijn twee rapporten vond ik in totaal welgeteld één zal, dat was alles. Verrassend. Ik heb ook niet zo gauw een verklaring. Het gebruik van zullen is in sommige kringen taboe, omdat het als wollig wordt gezien, misschien is dat het?
  • In de AcICT-rapporten troffen we meer passieven aan dan verwacht. De hypothese was dat de directheid die het Adviescollege voorstaat daar strijdig mee is. Toch waren het er nog best wel veel. We telden in het advies-gedeelte. In mijn AcICT-rapport waren het er zes, tegen acht in een vergelijkbaar volume in het ‘andere’ rapport. Dat ontloopt elkaar niet veel. Maar ik zag al gauw dat het om heel andere passieven ging.
    • In mijn ‘andere’ rapport, dat over de fundering van ons huis waar ik over vertel in het filmpje in de e-learning, was de verzwegen handelende persoon van elk van de passieven de ik of wij van de adviseurs: er wordt geadviseerd, er wordt geconcludeerd, er wordt verwacht. Persoonlijke voornaamwoorden van de eerste persoon komen er dan ook niet in voor. Het rapport lijkt daarmee op hoe er in de wetenschap geschreven wordt: onpersoonlijk.
    • In mijn AcICT-rapport was de verzwegen handelende persoon nooit wij. Als het AcICT het over zichzelf heeft, schrijft het gewoon wij. De passieven betroffen meestal juist de kant van de lezers, bijvoorbeeld:

Zorg dat er invulling wordt gegeven aan de volgende punten:

Werk (…) een scenario uit waarbij GPS (…) moet worden aangepast

Dat laatste punt, dus het verschil in hoe de lijdende vormen gebruikt worden, is kwalitatief, dus dat kom je niet op het spoor als je alleen maar telt. Tellen is een goede start, maar getallen zeggen niet alles.

Ik vond het tellen leuk, dat is ‘echt’ onderzoek-in-actie. We gaan er volgende week mee verder. Wordt vervolgd dus!

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

It just doesn’t sound…

Louise Cornelis Geplaatst op 20 april 2023 door LHcornelis20 april 2023  

Op het college van gister ging iets fout: de studenten bleken te werken met de oude druk van het boek. Ik wist dat niet, en dus hadden ze het verkeerde hoofdstuk gelezen. De oefening die ik had bedacht, viel in het water, en ik heb geprobeerd de stof te redden, want het hoofdstuk dat ze hadden moeten lezen uit de druk uit 2019 is nou juist zo interessant. Het gaat over wetenschappelijke en zakelijke teksten (hoofdstuk 6).

Aan alles is te merken dat de beide auteurs meer thuis zijn in de wetenschap dan in de zakelijke praktijk. In het deel over academisch schrijven gaat het over de vele disciplines, sub-genres (onderzoeksrapport, essay, paper e.d.) en ingebedde genres (de paragraaf over de onderzoeksmethoden is anders geschreven dan de conclusie). Het gedeelte over zakelijke teksten gaat over één discipline (civiele techniek) en twee sub-genres (rapporten en verslagen). Dat is dus maar één casus, en die wordt gelukkig wel grondig beschreven.

Ik vond veel herkenbaar in die casus. Ik moest zelfs even grinniken toen het ging over weerstand tegen het gebruik van ik en wij in zakelijke teksten. Volgens die ingenieurs is dat niet zoals het hoort in hun vak: ‘it just doesn’t sound like civil engineering’. Dat is een over-generalisatie vanuit de wetenschap, waar de eerste persoon ‘just doesn’t sound academic’.

Weerstand hadden de ingenieurs ook tegen het veranderen van ‘vehicle turning movement counts’ in  ‘counts of vehicles turning’, want dat zou ‘ambigue’ zijn. De auteurs accepteren dat, ik zou geneigd zijn dat uit te dagen.

In de laatste paragraaf gaat het over structuur, en daarin scheiden de wegen: Biber & Conrad vinden het logisch dat een zakelijke tekst, net zoals een wetenschappelijke, de stappen van het onderzoek volgt. Volgende week ga ik het met de studenten dus maar eens hebben over het piramideprincipe.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Communicatieve functie voorop

Louise Cornelis Geplaatst op 6 april 2023 door LHcornelis6 april 2023  

Het college van gister was de start van het tweede deel van Tekstanalyse. We gaan daarin uiteindelijk inzoomen op adviesrapporten en daar registeranalyse op loslaten, maar daarvoor leren de studenten eerst de stappen die je daarvoor moet zetten:

  1. Het in kaart brengen van de situationele context van het desbetreffende genre. Dat was het onderwerp van gisteren. Je doet registeranalyse altijd in contrast, en gister hebben we de context in kaart gebracht van twee genres die met eten te maken hebben: recepten versus restaurantrecensies.
  2. Het opstellen van hypotheses over de verschillen in taalgebruik tussen de genres die je verwacht op basis van de verschillen in hun situationele context. Zo verwacht je in een recept op grond van het instructieve karakter van de tekst meer gebiedende wijzen en in een restaurantrecensie meer evaluerende bijvoeglijke naamwoorden. Dat ligt nogal voor de hand, onderzoek naar wat subtielere verschijnselen is wellicht interessanter. Ik denk zelf dat je in een recept relatief meer hoog-frequente, simpelere woorden aantreft dan in een recensie, ook vanwege dat recht-toe-recht-ane van een instructie dat geen ruimte biedt voor ’taalspel’, maar één van de studenten merkte op dat een specialistisch woord als blancheren ook in een recept voor kan komen. De betekenis daarvan moesten we even opzoeken. Onderzoek naar woordgebruik zou een mooi doel van registeranalyse kunnen zijn.
  3. Het bepalen van de frequentie van het te onderzoeken talige verschijnsel. Dus dan ga je daadwerkelijk gebiedende wijzen en bijvoeglijke naamwoorden tellen en van de gebruikte woorden bepalen hoe frequent ze zijn (daar zijn lijsten voor).
  4. Conclusies trekken, verklaren – stap 1 en 3 op elkaar betrekken. Vooral interessant natuurlijk als de hypotheses niet bevestigd worden.

Toen ik het college voorbereidde, zag ik dat ik een paar jaar geleden dit citaat uit het boek had laten zien, waar het gaat over het primaat van de communicatieve functie van een tekst:

Ik heb het nu niet gebruikt maar ik vind het nog steeds wel een grappige omschrijving van hoe taal – inderdaad – niet werkt. Ineens hoorde ik er nu bovendien een echo in. Toen ik onlangs bij de NACV-meeting was, zei een van de sprekers iets soortgelijks over leren schrijven: dat het het communicatieve doel is dat altijd voorop moet staan in schrijfonderwijs, en niet de lagere-orde-eisen zoals foutloos formuleren en spellen.

Inderdaad, niemand gaat schrijven met het doel of uit de behoefte geen fouten te maken. Dat ligt nogal voor de hand, maar ik had het zo nog niet eerder bekeken.

Met de grote nadruk op begrijpelijkheid en correctheid in het onderwijs lijkt schrijven wel eens daarom te gaan. Maar nee, de communicatieve functie staat altijd voorop. Wat daar dan voor taal bij past, leid je daarvan af.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑