Als één van de laatste posts van het jaar een terugblikje, namelijk op de laatste scriptie die ik heb begeleid in Groningen, als tweede begeleider. Daarmee is er een eind gekomen aan een paar jaar onderzoek doen samen met Groningse MA-studenten Communicatie- en Informatiewetenschap, al is dat einde niet per se definitief: ik kan zelf geen studenten meer ‘werven’ omdat ik geen college meer geef, maar wellicht word ik nog eens ingeschakeld door mijn Groningse collega’s, zoals in dit geval door Veerle Baaijen als eerste begeleider.
De laatste scriptie betrof die van Henk Werkman, ook een oud-student van het piramideprincipe-onderzoekscollege. Hij heeft gekeken naar het schrijfproces van schrijvers die het piramideprincipe hanteren en dat vergeleken met ‘gewone’ schrijvers, bij het schrijven van een adviesbrief. De opdracht was het schrijven van een adviesbrief. Zijn gedachte was dat piramide-schrijvers tijdens het structureren meer zouden nadenken over wat ze schrijver tegen de lezer willen zeggen (‘substantieve doelen’ heet dat in het schrijfprocesonderzoek).
Dat bleek echter niet het geval: schrijvers die het piramideprincipe gebruikten, hadden wel meer cognitieve processen met betrekking tot substantieve doelen (= ze dachten inderdaad meer na over wat ze tegen de lezer wilden zeggen), maar juist niet tijdens het plannen van de tekst, maar tijdens het eigenlijke schrijven. Die ‘knip’ had Henk namelijk gemaakt: eerst maakten de schrijvers een outline (een piramide of een gewoon bouwplan voor de tekst); daarna schreven ze hem uit. En dus pas in die tweede fase bleken de piramidale schrijvers meer na te denken.
Nou ging dit om kleine groepen en is het altijd heel lastig om iets te zeggen over cognitieve processen, want we kunnen niet in de hersenen kijken wat er precies gebeurt. Henk heeft gebruik gemaakt van retrospectieve interviews met stimulated recall: de schrijvers achteraf vragen waar ze aan dachten, op basis van hun tekst en een video-opname van hun schrijfproces. Dat is een beproefde methode, maar het blijft natuurlijk gissen naar wat er echt in de koppies gebeurt tijdens schrijven.
Mij valt bijvoorbeeld aan de uitwerkingen op dat de piramidale adviesbrieven een stuk korter zijn dan de andere, zonder dat ze aan relevante inhoud veel verliezen: de niet-piramidale brieven bewegen veel meer mee met het denken van de schrijver. Henk heeft naar de kwaliteit of lengte van de brieven niet gekeken, dat hoefde ook niet, dat was niet zijn onderzoeksdoel. Maar ergens hakken schrijvers daar toch knopen over door, en hoe en wanneer en met hoe veel cognitieve inspanning dat gepaard gaat, dat is uit dit onderzoek niet te weten te komen. Zo blijft er nog een boel onontgonnen terrein over!
Bron: Werkman, Henk (2014) Het plannen van substantieve schrijfdoelen en het piramideprincipe. Een onderzoek naar de vraag of schrijven volgens het piramideprincipe leidt tot meer cognitieve processen met betrekking tot het plannen van substantieve doelen ten opzichte van schrijven volgens de methodologische manier. MA-scriptie CIW Rijksuniversiteit Groningen.


