↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Er staat een goed stuk in de ochtendkrant

Louise Cornelis Geplaatst op 24 mei 2022 door LHcornelis24 mei 2022  

Ik begon vandaag de dag met een goed stukje in de krant. Dat is sowieso bijzonder, en nog steeds een beetje wennen, want nog maar een paar weken geleden veranderde de NRC van een middag- in een avondkrant. In de rubriek ‘Woord’ achterop het eerste katern, schrijft Eva Peek over het woord er.

Ik herken wat ze schrijft: dat het een imagoprobleem heeft. Voor leerders van het Nederlands is het onbegrijpelijk (wat doet er in ‘er is iets ergs gebeurd’ of ‘ik heb er vijf’?) en onder journalisten heeft het ook slechte naam. Van journalisten wist ik dat niet in het bijzonder, maar het gaat er in mijn trainingen ook wel eens over: voor sommige zakelijke schrijvers is het een woord om te vermijden.

Het was mij altijd onduidelijk waarom. Het enige wat ik wist is dat er verschillen in dialect (regio), sociolect (klasse) en zelfs idiolect (individueel) zijn in het zeggen van er. Dus waar er voor sommige schrijvers een er moet, hoeft dat van anderen niet. Als je, zoals ik altijd aanraad, hiervoor blind vaart op je taalgevoel, kan het zijn dat je botst met je baas – met diens taalgevoel. Bijvoorbeeld. Maar meer wist ik niet.

Peek heeft twee andere verklaringen:

  • Er wordt vaak gebruikt in lijdende zinnen, in een vorm die niet past bij goede journalistiek. ‘Er wordt gezegd…’ door wie? Als voorbeeld geeft ze ook ‘er vallen doden’ – wie doodt, waar? Dat is geen passief, maar dat terzijde. Inderdaad is het goed kritisch te zijn op je passieven, maar er is hier niet de hoofdschuldige, zou ik zeggen. Tussen ‘politici zijn corrupt’ en ‘er zijn corrupte politici’ is een groot betekenisverschil.
  • Er past niet bij de tijdgeest omdat het leidt tot minder efficiënte zinnen, althans, dat zou je kunnen vinden. Er maakt het mogelijk op je gemakje ‘de zin in te glijden’ (schrijft Peek) doordat het het mogelijk maakt het nieuwswaardige in de zin aan het eind te zetten, daar waar het Nederlands dat wil hebben. Vergelijk ‘er staat een paard in de gang’ met ‘een paard staat in de gang’ dan wel ‘in de gang staat een paard’. Je wordt niet aan het begin van de zin meteen gebombardeerd met nieuwe informatie, dat duurt met er net heel eventjes. Daar hebben inderdaad sommig schrijvers moeite, of liever gezegd: ik hoor ook wel eens dat schrijvers ‘hoofdboodschap voorop’ willen doorvoeren tot op het niveau van de zin, en dan krijg je een informatievolgorde in de zin die verkeerd-om is. Ergens houdt het op, de efficiëntie van het meest informatieve voorop zetten. En dan heb je er soms hard nodig. Peek schrijft:

Mag dat nog in onze oververhitte op efficiëntie gerichte kapitalistisch samenleving? Het is geen verrassing dat juist een Nederlandse econoom trots een boek schreef zonder het woordje ‘er’. Als je er even bij stilstaat, past ‘er’ haast bij de slow food-beweging in een ideaal van ’trage taal’. Doe er je voordeel mee.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Zorg voor consistentie

Louise Cornelis Geplaatst op 17 mei 2022 door LHcornelis17 mei 2022  

Gister zat ik in Utrecht in de bus op weg van het station naar een opdrachtgever. Daar zouden we met een groepje enkele teksten van hen gaan bespreken. In een was me opgevallen dat er een alinea onder een tabel stond die ongeveer beschreef wat ook al in de tabel stond, maar dan in net iets andere woorden en ook in een andere volgorde dan in de tabel. Het ging zo ver dat ik af en toe in verwarring was of ik nou hetzelfde zat te lezen, of net iets anders. Mijn diagnose was: inconsistentie tussen tabel en tekst.

In de bus zag ik een ander mooi voorbeeld van inconsistentie, dit keer tussen figuur en tekst. Het was een bord onder het plafond en het was lastig het goed op de foto te krijgen in dat drukke en hobbelende ding, maar dit was ‘m:

Wat ik zie is dat plaatje 3 één op één overeenkomt met bullet 5. Plaatje 1 zit niet in de tekst. Plaatjes 2 en 4 valt misschien onder bullet 3, en 5 onder bullet 4, maar dat is dan niet precies en de volgorde is ook verre van logisch. Bullets 1, 2 en 6 moeten het stellen zonder plaatje. En hoe veel huisregels zijn het nou in totaal?

Ik zou het anders doen: de regels tot de essentie beperken, zo concreet mogelijk maken (wat is overlast?), en dan allemaal in beeld én taal uitdrukken. Door het verkleinen van de zwarte balk met ‘onze huisregels’ kun je bovendien ruimte winnen. 

In de groep kwamen we ’s middags tot dezelfde conclusie over het belang van consistentie, maar tot een andere oplossing voor de tekst. De paar kleine dingetjes die extra in de tekst stonden, konden wel naar de tabel verhuizen, en dan kon de hele tekst vervallen. Dat leek me inderdaad prima: geen inconsistentie meer, en sterk ingekort. Het is voor een béétje ervaren lezers niet nodig om een tabel te ‘ondertitelen’.

Wel moest er nog een hoofdboodschap bij die de strekking van de tabel uitdrukte. Door het wegvallen van de alinea was daar gelukkig plek genoeg voor.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

68 piramides –> grafieken aanpassen

Louise Cornelis Geplaatst op 9 mei 2022 door LHcornelis9 mei 2022  

Vorig jaar heb ik voor een opdrachtgever mijn e-learning op maat gemaakt. Als afrondende opdracht kregen de deelnemers een casus waarvoor ze een managementsamenvatting moesten maken, volgens het piramideprincipe, en bijvoorbeeld in de vorm van een tekstpagina met enkele vervolg-data-slides. Dat is dit jaar gaan lopen, eerst met een pilot, later met de grotere groep.

Ondertussen is de grote bulk voorbij: ik heb de laatste maanden 68 van die samenvattingen van feedback voorzien. Die feedback was in de vorm van een checklist met de belangrijkste punten van het piramideprincipe. Hier een impressie.

De feedback die ik het meest heb gegeven was dat de relatie tussen de tekstpagina en de slides explicieter moest. Misschien, zo dacht ik, is dat een beetje een artefact van de opdracht. De deelnemers kregen vier slides met ruwe data in grafieken. De meesten hebben die allevier gebruikt en ook nog eens op de volgorde laten staan waarin ze die hadden gekregen in de opdracht. Het viel mij op hoe gauw het dan een totaal raadsel wordt wat waarop slaat – wat een gepuzzel. Het zinnetje feedback ‘als er geen voor de hand liggende een-op-een-relatie is tussen de tekst en de slides, moet je de relatie expliciet maken, bijvoorbeeld door paginanummers toe te voegen’ had ik ergens klaarstaan en dat heb ik heel vaak copy-paste gedaan.

Artefact of niet, herkenbaar is het toch wel: voor de schrijver is de relatie ongetwijfeld logisch, maarja, de lezer ziet die logica niet. ‘In het echt’ gaat dat misschien niet op deze manier, maar toch wel vaak mis.

De andere dingen waar ik veel feedback op heb gegeven betroffen onvoldoende synthese (zie ik sowieso vaak: hoofdboodschap die het niveau eronder samenvat in plaats van overkoepelt, titels van slides die de data beschrijven in plaats van zeggen wat de betekenis is), wiebelige logica (snap ik – blijft lastig, die strenge eisen van het piramideprincipe) en onheldere centrale vraag (vaak een dubbele, dus met en erin, mogelijk ook ingegeven door de opdrachtformulering, maar ik zie het wel vaker).

Maar er waren ook heel goede uitwerkingen bij. Die ik soms beslist goed genoeg vond om zó naar een cliënt uit te laten gaan. En die ik een enkele keer opvallend origineel vond. De beste uitwerkingen klopten zowel qua piramideprincipe als in hun mate van creativiteit. De creatievelingen hadden er niet voor teruggedeinsd enkele grafieken eruit te gooien of ingrijpend te veranderen.

Sterker nog, ik denk dat de enige echt goede oplossingen niet te braaf met die grafieken waren. Dat gold op hoog niveau, dus dat de creatieven het verhaal naar hun eigen hand hadden gezet, dus. Ja, zo voeg je waarde toe, zo doe je echt aan betekenisgeving voor de cliënt.

Maar het gold ook het niveau van elke afzonderlijke grafiek, en dat had ik me nog nooit eerder zo gerealiseerd. Ik leg het uit.

Het op te lossen probleem van de fictieve cliënt van de casus betrof de mislukte markt-introductie van een product. De cliënt vroeg zich af of herintroductie mogelijk was (nouja, dat was een van de mogelijke interpretaties). In een van de gegeven grafieken zat een stevige hint richting een mogelijke oplossing. In die ene grafiek stond het resultaat van onderzoek naar mogelijke veranderingen aan het product: twee daarvan waren kansrijk bij specifieke doelgroepen. De grafiek bestond uit een staafdiagram met zeven staven op willekeurige volgorde, de andere vijf onderzochte veranderingen waren minder kansrijk

Als je niks aan de grafiek veranderde, moest je bijna wel een lange, beschrijvende titel maken: ‘Verandering X richten op doelgroep A en verandering Y richten op doelgroep B zijn kansrijke veranderingen aan het product’. Dat is een lange, beschrijvende titel voor een Powerpoint.

Stap 1 vooruit is het veranderen van de grafiek, dusdanig dat die twee kansrijke veranderingen eruit springen. Je kunt daartoe de staven een accentkleur geven of er een lijntje omheen zetten – enzovoort. De titel kan dan worden ‘Er zijn twee kansrijke veranderingen aan het product’. Dat scheelt al veel lengte, en dat is sowieso iets wat je wat mij betreft zou moeten doen.

Nog een stap vooruit is de echte synthese: antwoord geven op de vraag ‘dus?’ (‘so what?’) Dat kan zijn: ‘Breng twee veranderingen aan’/’Onderzoek de twee mogelijkheden nader’/’Kies uit twee mogelijke doelgroepen’ – en ook nog steeds ‘Vergeet het’ (want toch te weinig kansrijk wellicht).

Dan heb je ‘m waar je ‘m moet hebben – en dan is die visuele aanpassing ook nog steeds nodig. Misschien zelfs iets meer, want bijvoorbeeld bij dat ‘vergeet het’ zou het goed zijn een norm zichtbaar te maken, waar zelfs die twee beste opties dan onder blijven. Enzovoort.

Zo hangt visueel design samen met structureren: de data leiden tot een boodschap en die boodschap, doorgedacht tot in de uiterste ‘so what’, bepaalt vervolgens de vorm die die data krijgen.

* * *

68 piramides en samenvattingen – het was massaproductie, maar verspreid over de tijd en ik vond het leuk om te doen. Er zullen nog wat late inleveraars komen, en daarna nieuwe mensen – de training blijft gewoon bestaan. Voor een eventuele volgende versie ga ik wel de instructie aanpassen om meer ruimte voor creativiteit te creëren.

 

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Woordvervreemding

Louise Cornelis Geplaatst op 6 mei 2022 door LHcornelis3 mei 2022 1

Deze week gaat het boek waar ik mee bezig ben naar een paar proeflezers. Ik heb het daarom de afgelopen dagen geredigeerd – nog niet helemaal tot in detail, maar wel al op woordniveau. Ik heb daarvoor weer eens mijn ‘schrijfchecklist’ gebruikt, daarmee practicend wat ik preach: ik heb een lijstje met woorden en leestekens ie bij het vlotte doorschrijven makkelijk uit mijn pen rollen maar waarvan ik weet dat ik er beter wat kritischer op kan zijn voor een goede, lezergerichte tekst. Daar zoek ik mijn tekst dan op door, gewoon met de zoekfunctie in Word.

Ik ben bijvoorbeeld geneigd om veel haakjes en dubbele punten te gebruiken en woorden als ook, echt, gewoon, natuurlijk, of om zinnen te starten met En – niet fout, daar gaat het niet om, het is meer overdadig gebruik.

Het was alweer een tijd geleden dat ik zo’n lange tekst (78.000 woorden) zo doorzocht. Ik herinnerde me dat dat soms heel vervreemdend kan zijn. Zoeken op ook bijvoorbeeld, dat woord komt best wel veel voor, en na een tijdje ziet het er dan heel gek uit, zo’n kort woordje. Ik had het ook sterk met hun. Daarop zoek ik omdat ik weet dat ik hen/hun niet automatisch helemaal feilloos doe. Maar hun komt veel voor als bezittelijk voornaamwoord en daar is niks mis mee. Maar na een heleboel keren hun zien voorbijkomen ziet ook dat woord er raar uit.

Ik had het vooral bij de kleine woorden. Ik heb ook gezocht op misschien, mogelijk en waarschijnlijk en die zijn al niet zo frequent maar ook groot genoeg om gewoon te blijven ogen. Gewoon ook, trouwens. En trouwens zelf ook. Echt – ja ook echt. Ook.

Zo kan ik niet schrijven, hoor! En precies daarom doe ik het kritisch doorzoeken apart van het schrijven zelf.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 1 reactie

Bijzonder vraagteken achter krantenkop

Louise Cornelis Geplaatst op 28 april 2022 door LHcornelis28 april 2022  

Als ik het idee van de hoofdboodschap uitleg, maak ik vaak een vergelijking met krantenkoppen. Net als de hoofdboodschap beantwoordt een kop de vraag van een lezer (‘wat is er gebeurd?’), overkoepelt de inhoud van het artikel en is de formulering ervan dusdanig kernachtig dat een lezer ‘m in één keer kan vatten.

Wat ik daarmee ook illustreer, is het verschil tussen een boodschap en een vraag. Sommige leerders van het piramideprincipe hebben namelijk de neiging om de hoofdboodschap als vraag te formuleren. Ik vertel dan dat dat hetzelfde zou zijn als een krantenkop als ‘Wat is er vandaag gebeurd’ of iets specifieker, bijvoorbeeld, aansluitend bij iets in het actuele nieuws: ‘Hoe bewaakt Rusland zijn marinehaven?’ Niet voor niets is een vraagteken in een krantenkop taboe – al wordt daar ook wel eens mee gespeeld.

Tegen deze achtergrond vond ik het frappant om een veelbetekenend vraagteken achter een krantenkop tegen te komen in een boek dat ik onlangs las. Dat ik onlangs ademloos heb uitgelezen, moet ik zeggen, want ik vond het geweldig: Een Duitse Zomer, van Rolf Bos, over de gijzeling en dood van de Israelische equipe tijdens de Olympische Spelen van 1972 – mijn vroegste jeugdherinnering aan wereldnieuws, vandaar dat ik het boek graag wilde lezen toen ik zag dat het in de NRC-recensie vijf bollen kreeg. Het boek maakte mijn hoge verwachting helemaal waar.

Dat over de krantenkoppen is een klein maar saillant detail, op p. 229/230. In de bevrijdingsactie ging een heleboel mis, waaronder dat er te vroeg aan de media werd gemeld dat die was gelukt en dat de gijzelaars dus vrij waren. Dat nieuws kwam net voor de deadline van de ochtendkranten en dus kopten een boel kranten ‘Gijzelaars zijn vrij’, of, in The Jerusalem Post: ‘All Israeli hostages have been freed’.

Alle kranten? Nee, het Limbugs Dagblad had een ‘sceptische nachtredacteur’ en die zette er een vraagteken achter, ‘normaal een eindredactionele doodzonde’: ‘Gijzelaars bevrijd?’ 

Die redacteur had iets goed aangevoeld. Iets later moesten een heleboel kranten in hun volgende editie iets heel anders melden: ‘Massacre at the Games’, ‘Extra Ausgabe: alle Geiseln getötet’. Dan volgt er een prachtig beeld:

In lijn 4 van de S-Bahn van München zitten in de ochtend van 6 september mensen tegenover elkaar met verschillende edities van de ochtendbladen voor hun neus. ‘Alle Geiseln gerettet’, lees je aan de ene kant van de wagon; ‘Alle Geiseln tot,’ staat er aan de andere kant.

Mogelijk was dit niet, of niet alleen, overmacht: de West-Duitse overheid verspreidde ‘al dan niet bewust’ mist – lang niet alles is duidelijk geworden over die fatale nacht.

Het is maar een detail uit het boek, dat ik eruit haal omdat het raakt aan mijn werk. Het is lang niet het enige detail dat op mij grote indruk maakte. Heb je interesse in wereld- en/of sportgeschiedenis? Lezen, dat boek!

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Motie over ‘gewoon’ format

Louise Cornelis Geplaatst op 4 april 2022 door LHcornelis4 april 2022  

Opmerkelijke motie vorige week, van Tweede-Kamerleden Van Weerdenburg en Van Haga. Zij vonden de I-Strategie Rijk 2021-2025 een ‘nodeloos uitgebreide en overdreven vormgegeven reclame-brochure’ en willen dat soort teksten in het vervolg graag gewoon in Kamerbriefformat. Ik werd erop geattendeerd door iemand met wie ik bij de Rijksoverheid samenwerk, aan terughoudend opgemaakte en weloverwogen beknopte rapporten die ook bij de Tweede Kamer terechtkomen.

Ik kan me wat voorstellen bij die wens uit de Tweede Kamer. Ik weet niet of het een motie waard is, en ik zeg het met enig knarsetanden omdat het tot cognitieve dissonantie bij me leidt om het met een PVV’er en Van Haga eens te zijn.

Maar inderdaad. Mooie vormgeving vind ik nog tot daaraan toe (mag wat kosten kennelijk?). Maar 128 pagina’s zonder eenduidige of overzichtelijke structuur, zonder inhoudsopgave en zonder snel vindbare hoofdboodschap, en met van die holle frasen als ‘We leven in uitdagende tijden’ – tsja…. 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Als je echt om taal geeft, ben je niet pedant

Louise Cornelis Geplaatst op 18 maart 2022 door LHcornelis18 maart 2022  

En nóg een leuk boek, al is het voorlopig het laatste: ik ben door de stapel heen, het was  een rijke leestijd! Het gaat om Accidence will happen. The non-pedantic guide to English van Oliver Kamm. In die titel zit een dubbele grap: het is accidents, niet accidence, en accidence is ook nog eens taalkundig jargon: verbuiging. 

Waar het boek over gaat is dat veel mensen zich te druk maken om de regeltjes van de taal, en daar heel erg pedant in kunnen zijn: iemand fijntjes wijzen op een spelfout, rammelende interpunctie, grammaticaal probleem of stijlbloempje. Terwijl de strekking duidelijk is en heel vaak de desbetreffende regel bepaald niet zwart-wit. Nederlandse voorbeelden zijn de d’s en de t’s, hun als onderwerp (‘hun hebben dat gezegd’), groter als, de meisje, me moeder, en in zakelijk schrijven onder andere de lijdende vorm en andere moeten’s en mag-niet’s. Ik herinner me nog dat ik jaren geleden een ingezonden brief had in Onze Taal waarop in het nummer erna een reactie stond: in mijn laatste zin had ik een grammaticale blunder begaan. Met de neus op de feiten gedrukt dacht ik: oja, nu je het zegt… 

Oliver Kamm laat zien dat taal lééft en zich niet door een set regels in toom laat houden, dat goed Engels (of Nederlands) is wat mensen spreken, niet wat erover in boekjes staat, dat er variatie is tussen sprekers, dat je als moedertaalspreker de grammatica perfect beheerst, dat afwijken van de norm niet betekent dat de taal ten onder gaat, dat de taalkunde een verschil maakt tussen descriptie en prescriptie (en dat laatste niet doet – er is noch voor het Engels, noch voor het Nederlands, een regelgevende instantie), dat de selectie regeltjes waar het altijd over gaat nogal beperkt is (voorbeeld), dat afwijken van de norm vaak communicatief functioneel is, dat wat als ‘goed’ gezien wordt, een kwestie is van conventie.

Die conventies kennen is nuttig als je communiceert met een publiek dat die conventies belangrijk vindt, of meer in het algemeen: met een breed publiek. Denk maar aan de rol van de regio: onderling kun je best dialect spreken, maar daarbuiten is het handiger om je aan algemene conventies te houden. Dialect en andere variaties zijn niet stom of raar of fout of armoedig of weet-ik-veel-wat, ze zijn alleen anders.

Het is me allemaal uit het hart gegrepen en dan ook nog eens overtuigend opgeschreven. Hier en daar leer ik ook nog wat nieuws, vooral doordat ik meer thuis ben in het normen-debat over het Nederlands dan over het Engels. Voor het Engels is het bijvoorbeeld makkelijker om stellig te zijn over dat de taal niet bedreigd wordt: de positie van die taal in de wereld is reusachtig. Die paragraaf klinkt dus anders dan het equivalent over het Nederlands, waarover mensen bezorgd zijn juist vanwege die positie van het Engels.

Een leuk klein weetje vond ik het inzicht in het Engelse equivalent van onze d’s en t’s: het verschil tussen it’s en its: eigenlijk is it’s de logische spelling van its, want andere bezitsvormen krijgen ook ‘s erachter (the King’s men).

Er is dus niks logisch aan its schrijven, je moet het gewoon weten. Zo willekeurig is het vaak, wat sommige pedanteriken ook beweren. Vaak worden ‘fouten’ immers gezien als teken van domheid, als shibboleth. Als je wél weet hoe het moet, hoor je lekker bij de goeien. Met inzicht in taal heeft dat allemaal weinig te maken. Pedanteriken beweren soms echt ontzettend domme dingen over taal (voorbeeld).

Met hun dogma’s vervreemden ze bovendien andere taalgebruikers van de intuïties over hun moedertaal. Voordat ik dit weblog begon, verscheen van mij een artikel in Tekstblad (jaargang 8, 2005, nummer 3) over hoe knetterhard jongeren op een forum oordelen over groter als. In een zin met zo’n oordeel maken de pedanteriken zelf soms meerdere andere spelllings- en grammaticale fouten, maar dat maakt niet uit: als je maar niet groter als zegt, want dan ben je ‘super dom’. De angst zulke ‘domme’ fouten te maken belemmert anderen in hun expressie. (Er ligt daar ook nog een grote rol voor het onderwijs natuurlijk.)

Een belangrijke boodschap, dus, van Kamm. In de eerste 100 pagina’s van het boek zet hij de argumentatie uiteen. Dat is leuk om te lezen, het is hooguit wat lang. Na de inleiding (8 pagina’s) had ik de kern al wel te pakken – maar goed, met die andere pagina’s heb ik me prima vermaakt. Het tweede deel van het boek (175 pagina’s) behandelt al die dingetjes waar pedanteriken zich druk over maken en waar taalgebruikers over kunnen twijfelen. Het behandelt die problemen met alle nuance die je mag verwachten op basis van het eerste deel.

Ik vind het een hartstikke leuk boek. Ik heb alleen geen idee of de pedanteriken waar Kamm tegen ageert het zullen lezen. Zo’n rationeel debat is het immers niet. Desalniettemn: ik hoop dat zijn boodschap doordringt.

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Inspirerende ideeën voor niet al te kritische schrijvers

Louise Cornelis Geplaatst op 3 maart 2022 door LHcornelis3 maart 2022  

De In Onze Taal (nr. 1 van 2022, p. 34) werd het boek Teksten die wél worden gelezen. 20 schrijfadviezen voor een betere zakelijke tekst aangekondigd als ‘anders’: waar veel schrijfhulpboeken voor zakelijke teksten op elkaar lijken (inderdaad), legt dit boek het accent meer op het verleiden van de lezer. Ik was meteen nieuwsgierig en bestelde het boek.

Het klopt wat in Onze Taal staat: het boek bevat de standaardhoofdstukken met voorspelbare adviezen over de lijdende vorm, zinslengte en woordkeus, maar doet daarnaast een heleboel dingen die ik (bijna) nooit ergens anders heb gezien. Meteen in het eerste hoofdstuk was ik bijvoorbeeld blij verrast te zien staan dat een samenvatting vaak een pleister is voor een slecht gestructureerde tekst, en dus onnodig, met als extra risico’s dat een samenvatting vaak te lang wordt en/of geen goede afspiegeling van de hele tekst. Ha, dat roep ik ook zo vaak, maar het staat bijna nergens!

Ik leerde tijdens het lezen ook nog wat. Het interessantste vond ik hoofdstuk 15, met het advies ‘Gebruik approaches om je lezer de tekst binnen te trekken’. Nadat mijn jeuk over het woord approaches was weggetrokken, bleek het een leuk hoofdstuk te zijn waarin de uitnodiging voor een ledenvergadering van een sportclub op 10 verschillende manieren begint, bijvoorbeeld met een vergelijking, een drieslag, een woordspeling of iets uit de actualiteit. Dat is leuk en creatief, en handig om die tien zo op een rijtje te hebben staan.

Ik heb wel ook nog een paar kritische noten te kraken. Ik zou het boek niet aan ‘mijn’ schrijvende professionals aanraden, om twee hoofdredenen:

  • Ik vind het boek praktisch niet zo bruikbaar, vanwege twee problemen ermee:
    • Het bereik is te breed. Het gaat over allerlei genres door elkaar, van direct mail via 1-op-1-mails naar ‘zware’ adviesrapporten. Mijn adviesrapportenschrijvers hebben een groot deel dus niet nodig. Waarmee het boek zijn eigen titel ondermijnt, en ook enkele van de eigen adviezen, zoals over het doseren van de informatie met het oog op de lezer (advies 12).
    • De twintig adviezen zijn niet nader geordend, en al helemaal niet op een manier die aansluit bij de schrijfpraktijk. Twintig is al veel, en je moet ze toepassen op uiteenlopende momenten in het schrijfproces (waar het overigens nauwelijks over gaat). Hoe ga je daar nou in de praktijk mee om? .
  • Bij een kritisch publiek kom je niet overal mee weg. Twee voorbeelden, allebei over het – ook weer interessante en originele – advies ‘Gebruik het Toulmin-model om de logica in je teksten te verbeteren’ te geven (advies 3).
    • Als je Stephen Toulmin ‘de grondlegger van de argumentatieleer’ noemt (p.33) – oei, dat zit er duizenden jaren naast. En dat weten best veel mensen, is mijn ervaring: ik kom er regelmatig tegen die wel wat klassieke retorica hebben geleerd. 
    • De voorbeeldtekstjes die op het Toulmin-model gebaseerd zijn, zijn voor ‘mijn’ adviseurs niet goed genoeg. Ze bevatten de door Toulmin aangeraden concessie (misschien en waarschijnlijk enzo in de stelling) en voorbehoud (tenzij…). Dan krijg je dus adviesteksten als:

We krijgen waarschijnlijk meer marktaandeel als we meer investeren in duurzaamheid (…) tenzij onze concurrenten dat in dezelfde mate doen (..).

Ja, denk ik dan: dus (‘so what’)? Moeten dat investeren zou wel of niet doen? Het is de taak van een goede adviseur om dat uit te zoeken. 

Zo is dit vooral een leuk boekje voor niet al te kritische of veeleisende zakelijke schrijvers die er wat in willen grasduinen op zoek naar losse inspirerende ideeën. Daar is het zeer geschikt voor.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Concentratieblokjes

Louise Cornelis Geplaatst op 11 februari 2022 door LHcornelis4 februari 2022  

Met al dat thuiswerken in combinatie met coronastress kreeg ik eind vorig jaar last van concentratiegebrek. Wat ik ook op de computer aan het doen was, en dat was zo’n beetje m’n hele werk natuurlijk, de sociale media, nieuwssites en e-mail bleven trekken. Al dat geschakel tussen mijn bezigheden vrat energie en ik had vaak een ontevreden gevoel over wat ik deed met mijn tijd, want al die afleiders bevredigen meestal helemaal niet. Niks nieuws onder de zon natuurlijk: ik ben bepaald niet de enige van wie de aandacht maar al te makkelijk versnippert (zie bijvoorbeeld ook deze zeer herkenbare blogpost op Tekstnet).

Ik zat er wel mee, want ik wilde er iets in veranderen maar ik realiseerde me maar al te goed dat dat puur op wilskracht doen, gedoemd is te mislukken: ‘ik mag niet op Twitter kijken’ maakt de aantrekkingskracht alleen maar groter en geeft alleen maar meer stress. Helemaal van Twitter af was het ook niet, want ik houd mezelf al de hele pandemie mede op de been door het volgen van deskundige en kritische mensen op dat medium. Enzovoort. Dus hoe verder?

Rond de jaarwisseling las ik het nieuwe boek van Brad Stulberg: The practice of groundedness.  Eerder besprak ik hier de boeken die hij samen met Steve Magness schreef, maar dit keer is-ie de enige auteur. Hij is overigens ook een van de waardevolle Twitteraars – ik moet nog heel vaak denken hoe hij al in maart 2020 waarschuwde om de pandemie niet aan te gaan als een sprint, maar als een marathon. Maar dat terzijde.

Ik heb The practice of groundedness weer met plezier gelezen. Ik zou er een boel over kunnen schrijven maar dat gaat buiten het bereik van dit blog. In elk geval is wat ik beschrijf, dus de zuiginngskracht van de digitale afleiders, een belangrijke oorzaak voor het door zo veel mensen ervaren gebrek aan die ‘groundedness’. Er gaat een heel hoofdstuk over. Dat heet ‘Be present so you can own your attention and energy’. 

In dat hoofdstuk stond een tip voor geconcentreerd werken die ik sinds januari met succes toepas (beetje toeval, hoor, die timing, geen goed voornemen). Het is eigenlijk supersimpel, maar ik had het zelf niet bedacht: zet een kookwekker voor een bepaald aantal minuten en werk gedurende die tijd aan één ding. Als het alarm afloopt, ‘mag’ je weer even losgaan op de afleiders. 

Voor mij werkt het heel goed. Ik begon met een half uur, zit nu op 45 minuten. Ik hoef dan dus tussentijds niet zelf te bepalen of ik op een zwak moment inderdaad naar Twitter, mail, Strava of nieuws zal kijken – nee, nu niet, maar mag straks wel. Heel gauw. Echt álles daarvan kan wel maximaal 45 minuten wachten.

Voor mij werkt het zo: geconcentreerd redigeren (bijvoorbeeld) in blokjes van 45 minuten. Met het aftel-alarm aan of met een ‘oude’ en dus korte CD als achtergrondmuziek. En dan weer een rondje langs van alles, even lopen (ook heel belangrijk) en weer door. Ik houd ‘m erin!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Twee inspirerende artikel in één nummer van TvT

Louise Cornelis Geplaatst op 7 februari 2022 door LHcornelis3 februari 2022  

Van het wetenschappelijke tijdschrift op mijn vakgebied, Tijdschrift voor Taalbeheersing, gaan eerlijk gezegd wel eens jaargangen voorbij zonder dat ik er één artikel echt van lees – meer dan de abstract, bedoel ik. En dan ineens verschijnt er een nummer zoals het derde van volume 43 (jaargang 2021). Dat bestaat uit slechts twee artikelen, maar die heb ik allebei van A tot Z gelezen en ik heb over één ervan zelfs even contact gehad met een auteur. Het abonnement is dan ineens weer de moeite waard!

Het eerste artikel (van Evi Dalmaijer, Maarten van Leeuwen en Elise van de Putte) gaat over de relatie tussen taalgebruik en welzijn, nouja, een heel specifieke vorm van welzijn: de onderzoekers hebben gekeken naar teksten die geschreven werden door jongeren met chronisch vermoeidheidssyndroon, in het kader van hun behandeling. Bij hun taalgebruik ging het vooral om de mate waarin ze zelf verantwoordelijkheid namen voor hun handelingen. Zeg je ik voor iets wat je gaat doen of al gedaan hebt, of gebruik je – bijvoorbeeld – een lijdende vorm of je? Dus dit (voorbeelden uit het artikel):

Voor mijn gevoel moeten er echt bergen verzet worden voordat ik weer gezond ben.

Voor mijn gevoel moet ik echt bergen verzetten voordat ik weer gezond ben.

Je bent je er op het moment dat je daaraan denkt niet zo van bewust

Vooral ook vanwege die relatie met de lijdende vorm vind ik dit een interessante invalshoek voor onderzoek. Ik heb zelf ook al wel eens gespeculeerd over de relatie tussen het gebruik van passieven en je psychische gesteldheid. Wel heb ik met één van de auteurs nog even een stevig nootje gekraakt over hun analyse van een passief, maar dat ga ik hier niet helemaal uit de doeken doen, dat is echt taalkundig geneuzel en het doet niet af aan de conclusie.

Want die luidt dat er een verschil te zien is in het gebruik van ‘onpersoonlijke’ formuleringen in de loop van de behandeling, en dan vooral bij de groep die daadwerkelijk herstelt. Die groep formuleert vanaf het begin al net wat anders – over of dat betekenisvol is, kunnen de onderzoekers alleen maar speculeren. Maar er is dus inderdaad een relatie tussen herstel en de mate waarin de persoon in de taal zichzelf handelingen toeschrijft.

Fascinerend. De uitkomst verbaast me niet, maar ik vind het wel fraai onderzocht, dus mooi zichtbaar gemaakt – dat is in ons vakgebied nog best wel moeilijk. Ik heb sinds het lezen van het artikel ook al een paar keer opvallende onpersoonlijke zinnen gehoord uit de mond van mensen met ‘problemen’ – daartoe inspireerde het.

Het tweede artikel (zes auteurs, Astrid van Winden als eerste) gaat over kenmerken van alinea’s in teksten van havo-leerlingen. Het is een vervolg op een artikel dat ik hier ook heb aangehaald, en er volgt nog iets – leuk, al die aandacht voor structuur. In dit huidige artikel gaat het erover hoe goed alinea’s van leerlingen zijn, dus de mate waarin ze voldoen aan de normen waar het vorige artikel over ging.

Die normen liggen best wel hoog. Ik keek bijvoorbeeld op van de eisen waarin alinea’s moeten voldoen, volgens de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen. In de onderbouw moeten ze bijvoorbeeld verbindingswoorden goed gebruiken en inhoudelijk verband tussen zinnen kunnen leggen. In de bovenbouw moet de gedachtegang logisch en consequent zijn.

‘Tsjonge’, dacht ik, ‘dat zijn de dingen waar ik met ‘mijn’ schrijvende professionals ook nog steeds aan werk’. Okee, die schrijven complexere teksten dan e-mails en betogen, maar toch. Is het niet wat al te veel gevraagd van havo-leerlingen?

Het gaat inderdaad niet zo goed, als je kijkt naar de teksten van de leerlingen. Het enige wat wél echt goed gaat, is dat de teksten überhaupt alinea’s bevatten (en zelfs dat spreekt bij ‘mijn’ schrijvers niet altijd voor zich). Verder rammelen de alinea’s aan alle kanten. In 5havo gaat het wel beter dan in de 2e, maar dat geldt niet voor alle normen.

Het vervolgartikel zal daarom ingaan op de didactiek van het leren schrijven van goede alinea’s. Ben ik hartstikke benieuwd naar! Voor mijn schrijvende professionals kan ik daar vast ook nog wat van opsteken.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑