↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

En weer de links

Louise Cornelis Geplaatst op 18 november 2019 door LHcornelis4 december 2019  

Het is alweer even geleden, hier de oogst aan nuttige, leuke en interessante links van de afgelopen maanden, in vier groepjes:

Eerst twee keer nuttige en praktische tips van het Taalcentrum-VU:

  • Voor slotzinnen van brieven
  • Voor genderneutraal schrijven.

Nog een keer twee – interessante bespliegelingen van Marc van Oostendorp op Neerlandistiek.nl:

  • Over het genre ‘weblog’: openbare brief over een zaak, met een mening en rafelige stijl.
  • Over zinnen als sociaal contract, de common ground uitbreidend.

Drie vooral voor het leuk:

  • Een leuke voor mij in combinatie met m’n andere bezigheid, op sportgebied: het maakt uit hoe je je self-talk formuleert. Als je jezelf in de tweede persoon toespreekt (‘je kan het!’), presteer je beter.
  • Altijd leuk, en mee eens: een paar verouderde schoolmeestersregels op taal- en schrijfgebied de nek omdraaien.
  • En ook leuk, en terecht: kritiek op de kolder van het bedenken van het thema van het Songfestival, met purpose, co-creatie en vernieuwende concepten.

En tot slot twee interessante:

  • In mijn vorige post had ik het over inzicht in de (on)begrijpelijkheid van overheidscommunicatie – hier een vergelijkbaar verhaal van Redactieprofs (die wel een spamfilter op hun reacties moeten zetten…)
  • Het zit een beetje weggestopt in een lang verhaal, maar hier is weer eens een mooi pleidooi voor het piramideprincipe, van een succesvolle manager die er veel baat bij had.


Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Wales: de boeken in Hay

Louise Cornelis Geplaatst op 29 oktober 2019 door LHcornelis23 december 2019  

In Wales brachten we een middagje door in boekenstad Hay-on-Wye. Dat is een plek waar ik als leesbeest niet omheen kon!

Hay heeft 1600 inwoners en 30 boekwinkels, waaronder een paar gigantische. Zo groot dat ik amper wist waar ik moest beginnen met zoeken naar iets leuks:

Dat Hay zo’n boekenstad is geworden, komt door Richard Booth, die er in 1961 een eerste boekwinkel begon. Hijzelf is er niet meer, de boekwinkel nog wel:

Er is in Hay een jaarlijks cultureel festival, waar een half miljoen mensen op afkomt en wat door Bill Clinton ’the Woodstock of the mind’ genoemd werd. Toen wij er waren, was het er echter stilletjes. Wat het natuurlijk wel mogelijk maakte om door de boekwinkels te dwalen.

Helaas regende het ook, dus van de buitenstalletjes was niet veel te zien.

Uiteindelijk kochten we een paar boeken, waaronder de Welshe klassieker How green was my valley van Richard Llewellyn. Ik ben er nu in bezig en het is erg mooi, zeker omdat het speelt in een omgeving waar we tijdens onze reis ook zijn geweest: die van de (inmiddels voormalige) kolenmijnen in Zuid-Wales. We bezochten het museum daarover – indrukwekkend.

Een ander boek dat ik kocht was Enid Blyton – Five go on a strategy away day, van Bruno Vincent. Het is een parodie, voor volwassenen, op de boeken over De Vijf, die ik als kind las. Het neemt het managementjargon op de hak en het is zeker grappig, maar ook wat flauw.

En dat dus allemaal in een piepklein vlekje, verscholen in een dal tussen de Welshe en Engelse heuvels:


Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

De oogst aan links van de laatste tijd

Louise Cornelis Geplaatst op 8 juli 2019 door LHcornelis4 juli 2019  

Er is weer een boel leuks, goed en interessants verschenen de laatste tijd. Om te beginnen twee blogposts over het geven van goede feedback op een tekst:

  • Dat kan in één minuut, als je de schrijver een paar goede vragen stelt, zo laat Wout Sorgdrager zien.
  • Als je iets verder gaat, kun je jezelf als feedbackgever ook vragen stellen om verder te komen.

Meer schrijftips:

  • Bijzonder – dat een blog met schrijftips begint over de curse of knowledge. Dan denk ik: die snapt het! En inderdaad: de rest stelt ook niet teleur.
  • Zeg ik ook vaak, nu op het blog van Protaal: van lezen word je een betere schrijver.
  • Kiezel Communicatie is ook altijd goed voor zinvolle tips: over dat het verschil tussen u of je gebruiken méér is dan alleen dat woordje.
  • Ook goed: hoe je ervoor zorgt dat je e-mails wél beantwoord worden.

In dit regelmatig terugkerende links-overzicht ontbreekt Slidemagic eigenlijk nooit, het blog van Jan Schultink over zakelijke presentaties. Hier komen de vijf highlights van de laatste tijd:

  • Altijd leuk: een kritische analyse van een slechte grafiek – over Ajax!
  • Houd bij schrijven rekening met de grote haast en ongeduld van lezers.
  • Laat je niet in de luren leggen door ontwerpmythes – die ik inderdaad ookwel hoor, zoals ‘If your design is good, small details don’t matter’.
  • Doe niet aan overfocus op de presentatie; het gaat beslissers vaak om andere zaken.
  • Een post waardoor ik – introvert – mezelf beter begrijp en die dus nogal is blijven hangen bij me: dat presenteren voor introverten zoiets is als netwerken voor extraverten. Het vraagt wel wat doorklikken op Twitter om de achtergrond te achterhalen.

Nog even dan een voorbeeld van hoe het niet moet: alle begrip dat de Gooise apothekers staakten. Maar met zo’n ellenlange brief op je deur bereik je niet zo veel. Heftige stijlbreuken ook: het hebben over doosje en doosjeswisselingen als het gaat over medicijnen, en ook rustig derhalve, inzake en preferentiebeleid gebruiken.

In mijn vakgebied is veel te doen over de afkalving van enerzijds de neerlandistiek en anderzijds de aangekondigde verschuiving van de academische budgetten naar de technische en natuurwetenschappen – iets waar ik me ook boos over kan maken, maar dat terzijde. Er is veel over verschenen; ik pik er twee dingen uit die me bijzonder opvielen:

  • Ik vond dat dit stuk goed laat zien wat er met de neerlandistiek is gebeurd – die is ‘kapotgeframed’.
  • Over het rapport over die verschuiving van budgetten maakte Marc van Oostendorp zich druk, en die blogpost snijdt voor mij aan twee kanten: het gaat niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm van zo’n rapport: de naamgeving, het logo, de vormgeving en het taalgebruik. Zeer herkenbaar – en triest.

Tot slot op iets meer afstand van de schrijfpraktijk:

  • Een mooie post waarin schrijvende hardlopers c.q. hardlopende schrijvers vertellen over de inspiratie over en weer tussen die twee activiteiten.
  • Bubbelonië is een behartigenswaardig initiatief om tegengeluid te geven tegen de ‘vereconomisering’ van onze taal.

(Met dank aan de blogs en tweets van collega’s en vakgenoten, en aan Lisa voor het apothekervoorbeeld.)

Geplaatst in Leestips, Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Okee, meer dan 20 jaar dan…

Louise Cornelis Geplaatst op 14 juni 2019 door LHcornelis14 juni 2019  

Meer dan tien jaar geleden kwam ik een interessante gedachte tegen in het werk van schrijfprocesonderzoeker Kellogg: dat het dertig jaar oefenen kost om echt volleerd schrijver te zijn. Ik schreef daar onder andere over op dit blog en in een Tekstblad-column. Ik heb het er bovendien in de afgelopen tien jaar regelmatig over gehad, onder andere om aan opdrachtgevers duidelijk te maken dat je van, zeg, een middagje schrijftraining geen wonderen mag verwachten.

Afgelopen zondag had ik het er ook weer eens over, dit keer op een informeel feestje. Mijn gespreksgenoot was wel geïnteresseerd in die Kellogg, en dus beloofde ik het artikel op te sturen. Ik herinner me als bron in elk geval Kelloggs presentatie op een SIG-conferentie, daarnaar verwijs ik in beide bovenstaande stukken. Die link loopt echter ondertussen dood, en ook googlend of op de site van SIG vind ik die presentatie niet meer. Wel had ik toen naar aanleiding daarvan contact gezocht met Kellogg en toen van hem een concept-artikel had gekregen. Dat heb ik inderdaad nog kunnen opdiepen, maar ‘netter’ is natuurlijk de officiële publicatie. Ook die had ik snel gevonden.

Maar…. de termijn van dertig jaar is daaruit! Althans, het staat nergens meer zo letterlijk. Wat er wél staat, is dat het ‘meer dan twintig jaar’ duurt, of, iets preciezer:

The theme of this paper is that learning to become an accomplished writer is parallel to becoming an expert in other complex cognitive domains. It appears to require more than two decades of maturation, instruction, and training.

Die twee decennia zijn nodig om als jongvolwassene een beetje fatsoenlijk te leren schrijven, en daarna ‘professional writers advance further to an expert stage’ – maar daaraan is geen duidelijke termijn verbonden.

Dertig jaar of meer dan twintig jaar oefenen – het maakt niet uit natuurlijk, het betekent nog steeds dat je in dat middagje schrijftraining niet zo veel bereikt. En het betekent ook nog steeds dat schrijven een complexe, hoogwaardige cognitieve activiteit is, niet iets wat je zomaar even doet – dat maakt Kellogg ook op andere manieren duidelijk.

Maar ik ga Kellogg in het vervolg wel net iets netter citeren. Niet meer ‘dertig jaar’ zeggen maar ‘meer dan twintig jaar’.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Studenten lezen efficiënt en strategisch

Louise Cornelis Geplaatst op 9 mei 2019 door LHcornelis9 mei 2019  

Zoals ik hier onlangs schreef, zijn we op het college Tekst- en gespreksanalyse bezig geweest met lezen. Als slotopdracht van dat thema interviewden de studenten elk één student-lezer van een niet-talige opleiding (want die weten er misschien te veel van af om onbevangen te reageren) over diens leesgedrag.

Er zijn acht interviews gehouden, dat is te weinig voor generalisaties maar genoeg voor een paar indrukken. Wat me het meest opvalt is dat die studenten als het ware zakelijker lezen dan de zakelijke lezers van wie ik eerder zulke interviews las. Geen van de studenten heeft er veel moeite mee om te scannen en stukken over te slaan: de ‘must’ van alles lineair lezen om het te kunnen onthouden lijkt niet zo zwaar op hun schouders te drukken.

De studenten hebben ook ieder een eigen strategie, en daar zijn ze zich van bewust. Die strategieën lopen uiteen, tot zelfs tegenovergesteld aan elkaar: er is er eentje bij die lineair leest als het belangrijk, want anders raakt ze de draad kwijt, terwijl een ander zegt juist van lineair lezen de draad kwijt te raken – die doet o.a. aan scannen en selecteren. Twee lezers in het medische vakgebied spreken elkaar ook tegen: volgens de een moet je van medische teksten echt alles grondig lezen, de ander kan dat genre juist heel selectief doornemen. Het vakgebied is waarschijnlijk minder bepalend dan ze zelf zijn. Eén van de interviews heeft dan ook als conclusie dat lezen net zo persoonlijk is als je vingerafdruk.

De leesstrategieën zijn vooral gericht op efficiëntie en tijdwinst. Daarbij valt op dat er een paar zijn die zeggen meer over te gaan slaan als de tijd gaat dringen – dat is een riskante strategie. Wat me ook opvalt, is dat twee studenten aangeven het belangrijkste steeds aan het eind van een alinea, paragraaf of tekst te vinden. Hun teksten hebben dus kennelijk geen hoofdboodschap voorop?

Daarnaast lezen de studenten strategisch: gericht op hun eigen leesdoel. Ze maken een inschatting van wat ze moeten doen met een tekst, en kunnen ze dus onderscheid maken in het lezen van een tekst die ze voor een tentamen moeten kennen, ter voorbereiding op een college, om inspiratie uit op te doen voor eigen onderzoek, of voor iets praktisch wat ze moeten doen, zoals in het geval van een patiëntverslag in de geneeskunde. Als er geen helder doel is, ‘moeten’ ze toch wel alles lezen, vinden ze.

Op het college ging het over normen voor goed lezen, en die blijken de studenten ook wel te hanteren, al vergde dat wel wat doorvragen. Eentje zei dat ze ‘gewoon’ las, en dat bleek te zijn: lineair, alles (in de praktijk las ook zij leesdoelgericht overigens). Ook dat ‘de draad kwijtraken’ van hierboven is wel degelijk een norm: dat is niet de bedoeling kennelijk; aandacht erbij houden zodat je begrijpt wat je leest wel, maar dat is best lastig.

Efficiëntie is misschien zelfs dé norm: geen van de geïnterviewden heeft iets gezegd over lezen voor de lol en het is fijn als het verplichte nummer snel voorbij is. Althans, is dat efficiënt of effectief, of het is lui en nonchalant? Dat vragen er twee zichzelf af, en het is natuurlijk maar net hoe je het bekijkt.

Het lezen-als-verplicht-nummer blijkt ook uit één overeenkomst met de zakelijke lezers: de studenten vinden veel van hun leesteksten onnodig lang. Hopelijk weten ze dat nog als ze later in hun beroepspraktijk zelf gaan schrijven.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Passie (niet als jeukwoord!)

Louise Cornelis Geplaatst op 3 mei 2019 door LHcornelis3 mei 2019  

Bijna twee jaar geleden besprak ik hier enthousiast het boek Peak Performance van Brad Stulberg en Steve Magness. Ik ben de beide mannen sindsdien blijven volgen op Twitter en via hun nieuwsbrief. Ik heb veel van ze geleerd en ze zetten me regelmatig aan het denken. Dat is vast niet toevallig: het blijft bijzonder dat ‘mijn’ twee werelden zo bij elkaar komen, de sport (Magness) en schrijven en consultancy (Stulberg).

Cover van het boek

Dus ik moest natúúrlijk hun nieuwe boek ook lezen: The Passion Paradox. Alhoewel, ik aarzelde eerst, want passie, oef, wat een afgesleten en platgetreden term is dat, terecht tot jeukwoord gebombardeerd door Japke-d. Bouma. Misschien hier meer dan in het Engels? Nou goed, daar moest ik me dus overheen zetten en dat heb ik gedaan omdat ik weet dat Magness en Stulberg interessant zijn en goed kunnen schrijven.

Het woord passie is me eerlijk gezegd wel het hele boek lang dwars blijven zitten, vooral omdat ik me afvroeg of ik wel echte passie ken. Het lijkt namelijk het geval dat het ‘moet’ betekenen dat je ergens helemaal voor gaat – de ‘going all in’ uit de ondertitel (zie plaatje cover) en daar dan dus ook succes mee hebt. Ik ben weliswaar een gedreven adviesrapportenverbeteraar en dat legt me geen windeieren, maar ‘all in’? Nee – ik had het hierboven al over mijn twee werelden; ik ben ook in de sport zeer gedreven – maar succes? Mwah, het is maar hoe je dat definieert. Daar gaat het me juist niet alleen om. Het kenmerkt mij sowieso dat ik niet ‘all in’ ga. Dat moet toch ook niet?

Daardoor vond ik dit boek dus wel wat vervreemdender dan Peak Performance, al herkende ik ook nu weer veel, van mijzelf en van de mensen met wie ik, in beide werelden, werk. Interessantste gezichtspunt vond ik dat Stulberg en Magness verschillende soorten passie onderscheiden:

  • Gezonde passie is waarde-gedreven en kenmerkt zich door zelfreflectie: is dit inderdaad het leven dat ik wil leven, sla ik niet door? Immers, passie is ongebalanceerd, dat kan niet anders. Dat brengt risico’s met zich mee, en bij gezonde passie houd je die goed in het oog.
  • Bij ongezonde passie is er te weinig zelfreflectie en is de drijfveer niet zozeer meer de diepere waarde, de activiteit omwille van zichzelf, maar ofwel angst ofwel de behoefte aan externe bevestiging: aan scoren, succes, roem en eer. Een uit intrinsieke behoefte ontstane passie kan makkelijk in een ongezonde veranderen, bijvoorbeeld zodra het succes gaat komen. Dat succes kan verslavend zijn, maar ook kan juist dan faalangst de kop opsteken.

Zeer herkenbaar – ik weet van mezelf in elk geval dat mijn streven mijn werk goed te doen voort kan komen uit de angst te mislukken, of uit een hoge professionele standaard als waarde die ik wil realiseren in mijn leven. Ogenschijnlijk is er nauwelijks verschil, maar voor mijn geestelijke gezondheid verschilt het dag en nacht.

Wat Stulberg en Magness hier doen, is antwoord geven op de kritiek die ik op hun vorige boek had. Ik schreef in juli 2017 dat Peak Performance onvoldoende inging op de schaduwzijden van de topprestatie: de eenzijdigheid, de schade aan lichaam en relaties. Ik was vast niet de enige die dat naar voren bracht, en ik vind het fraai dat de auteurs zo snel daar dit boek tegenover hebben gesteld.

Opnieuw heb ik het met veel plezier gelezen: ze schrijven echt bijzonder goed. Het is inhoudelijk rijk, door veel literatuur en interviews met (ervarings-)deskundigen, en zeer toegankelijk opgeschreven. Ook in dat opzicht vind ik Stulberg en Magness inspirerend!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Goed lezen: leren selecteren?

Louise Cornelis Geplaatst op 29 april 2019 door LHcornelis29 april 2019  

Op het college (zie onder andere de vorige post daarover) van afgelopen donderdag hebben we het gehad over de vraag of je kunt zeggen wat ‘goed’ versus ‘fout’ lezen is. Hier nog wat gedachten daarover.

Het eindexamen Nederlands toetst leesvaardigheid, er kennelijk van uitgaande dat er zo’n norm is. Daar is de nodige kritiek op, en daar lazen we wat van, in de vorm van blogposts van Marc van Oostendorp. Die zegt bijvoorbeeld:


Aan de poort van het volwassen leven van de gemiddelde Nederlander staat een organisatie die met willekeur bepaalt wat ‘goed’ is en wat ‘fout’ en die wie het waagt dat in twijfel te trekken in de hoek zet.


Die organisatie, dat is het College voor Toetsen en Examens. Het zou natuurlijk kunnen dat die hun werk gewoon niet goed doen, en daar ijkt het zeker op – er zitten echte miskleunen tussen (voorbeeld). Een beter eindexamen is wenselijk, maar dan zit je er nog mee: wat is ‘goed’ lezen eigenlijk?

Uit mijn eigen onderzoek (nouja, eigenlijk dat van twee Groningse studenten van wie ik de scripties begeleidde, het artikel staat in mijn gratis e-boek) naar lezen bleek dat volwassen, zakelijke lezers inderdaad zo’n norm in hun hoofd hebben: de hele tekst grondig en lineair lezen, om te kunnen onthouden. Ik dacht daarbij: het is net alsof ze verwachten er vrij willekeurige vragen van een ander over te moeten kunnen beantwoorden – zoals op school.

In de dagelijkse praktijk drukt die norm als last op hun schouders: voor dat lezen hebben ze nooit tijd genoeg. ‘In het echt’ lezen ze dan ook heel anders: sterk gericht op hun eigen leesdoel. Ze selecteren, of ze nemen de informatie die ze nodig hebben heel gedetailleerd over – en van alles ertussenin. Wat ze dan doen, dus hun echte leesgedrag, zou je grillig of eigenzinnig kunnen noemen. Dat werkt; desalniettemin voelen ze zich er bezwaard over omdat ze ‘eigenlijk’ beter zouden moeten lezen.

De norm die in het onderwijs bestaat voor goed lezen kweekt mogelijk een leeshouding aan die in het werkende leven in de weg zit. Zakelijke lezers bepalen eigenlijk hun eigen norm: goed lezen is zo lezen dat je je leesdoel bereikt. Je eigen leesdoel, niet dat van een externe instantie.

Toch is ‘wat goed lezen is, bepaal je zelf’ mij ook te vrijblijvend. Ik ga er op college wel degelijk van uit dat de studenten iets gemeenschappelijks kunnen – ze moeten voor zo’n vak een heleboel lezen en daar moeten we het over kunnen hebben. Dat ‘iets’, daarvan verwacht ik dat ze het op school hebben geleerd en dat het eindexamen dat getoetst heeft.

Ook op andere momenten zit er een norm in mijn hoofd. Ik doe in schrijftrainingen regelmatig oefeningen waarbij de deelnemers elkaars teksten lezen. In de nabespreking daarvan blijkt enerzijds zeker die grillige eigenzinnigheid, en dat is prima: dat geeft de schrijvers een realistisch beeld van hun lezers (want ook schrijvers zitten met dat beeld van ‘alles lineair lezen’ in hun hoofd).

Maar met enige regelmaat denk ik toch ook wel stiekem ‘stom’ als iemand verslag doet van zijn of haar leeservaring. Op zo’n moment vind ik dat iemand slecht heeft gelezen. Ik onderdruk dat, want in een schrijftraining hamer ik erop dat de lezer principieel vrij is, en altijd gelijk heeft – dat is mijn uitgangspunt. Omdat schrijvers nooit mogen zeggen ‘dan had-ie maar beter moeten lezen’ of ‘mijn lezer moet alles lezen’ en dergelijke – dat kun je schudden. Maar mijn didactische principe komt niet helemaal overeen met wat ik soms zelf denk.

Wat vind ik dan goed lezen van een zakelijke tekst? In elk geval dat de lezer zich een beeld vormt van de hoofboodschap van de tekst en iets van de bedoeling van de schrijver – zodat die lezer op enigszins redelijke basis een oordeel kan vellen over wel of niet verder lezen en zo ja, wat en hoe dan. Daarna gaan de leesdoelen te ver uit elkaar lopen om er nog iets zinnigs over te kunnen zeggen.

Voor het onderwijs lijkt het me in elk geval zaak om iets te doen met leesdoelen, en om te leren dat het okee is om stukken of zelfs hele teksten níet te lezen. Zo voed je mijns inziens beter op voor een maatschappij die gekenmerkt wordt door een overvloed aan communicatie. Je móet selecteren, anders raak je opgebrand.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Wat er nieuw aan is, is niet zo gelukkig

Louise Cornelis Geplaatst op 18 april 2019 door LHcornelis17 april 2019  

Ik schreef hier even geleden dat ik met het gebruik van de term nieuwe media verraadde dat ik al zo oud ben dat ik me de tijd zonder die ‘nieuwlichterij’ nog goed kan herinneren. Daar moest ik aan denken bij de eerste zin van de paragraaf over rapporteren in PowerPoint in het boek Beter in rapporteren (p. 49):

In sommige organisaties is het PowerPoint-rapport in opmars.

Uh? Het boek is net uit. Al zo lang ik werk in de adviesrapportenwereld, en dat is 22 jaar, wordt er geschreven in PowerPoint. Sterker nog: in mijn waarneming is PowerPoint in sommige organisaties en branches op z’n retour.

Met die formulering verraden de auteurs hun onwennigheid – vind ik. Nouja, eigenlijk dacht ik er al aan bij de paragraaftitel ‘Een andere vorm: rapporteren in Powerpoint’ in combinatie met de hoeveelheid aandacht ervoor: een apart ‘hoekje’, van 3 paginaatjes, dat is alles – de andere dik 115 pagina’s gaan over tekst. Dus rapporteren in PowerPoint is toch nog iets raars en aparts en iets wat je moet noemen, maar meer ook niet.

Nou kunnen de auteurs daar mogelijk niet zo heel veel aan doen, althans, het is wél waar wat achterop het boek staat, namelijk dat die aandacht voor PowerPoint ‘nieuw’ is – in deze druk, maar meer in het algemeen ook in dit type handboeken over rapporteren. In het vakgebied is verder weinig aandacht voor deze praktijk. Het is niet gek dat ‘nieuw’ ook nog wat onwennig is.

Iets ernstiger vind ik dat de auteurs schrijven dat PowerPoint geschikt is voor snelle rapporten op hoofdlijnen, en niet voor feitelijk en gedetailleerd informeren. Wat doen dan al die managementconsultants, investeringsbankiers en andere kwantitatief geöriënteerde adviseurs dan met PowerPoint? PowerPoint leent zich júist voor het presenteren van zeer gedetailleerde kwantitatieve gegevens, in de vorm van grafieken. Dat PowerPoint ‘oppervlakkig’ is (mijn woord, niet dat van de auteurs) heb ik vaker gehoord, en is – in mijn ogen – een vooroordeel (ik schreef daar eerder over).

Op zich is het prima dat er weer eens zo’n boek verschijnt. Ik heb net even drie jaar teruggezocht op dit weblog, en in die tijd heb ik hier geen enkel rapporteren-handboek voor het hoger onderwijs besproken. Het kan zijn dat er wat aan mijn aandacht ontsnapt is, maar volgens mij verschenen er vroeger met wat meer regelmaat dit soort boeken. Waar kennelijk markt voor was en ook nog steeds wel is, en die aandacht voor schrijven is mooi.

Wel vind ik het al lang jammer dat vernieuwing ver te zoeken is. Oneerbiedig gezegd: de boeken schrijven elkaar allemaal over. Ook in Beter in rapporteren is de manier van structureren (met vaste vragen per rapportvorm) al minstens 39 jaar oud (1e druk Leren Communiceren, 1980). En overal altijd weer diezelfde moeten’s en mag-niet’s op stijlgebied: schrijf actief, pas op voor stijlfouten.

En werkt het – leidt die aanpak tot studenten die competente schrijvers zijn? Mwah. Ik zie het niet, ik heb daar eerder over geschreven op dit blog (voorbeeld), en ik ben niet de enige: de OESO vindt het ook.

Ook dit boek vernieuwt dus niet of nauwelijks, en wat er nieuw aan is, is niet zo gelukkig. Jammer. Wat er verder staat, is niet fout of slecht. Ik heb het alleen al zo vaak gelezen.

Maar met zo’n verzuchting verraad ik natuurlijk opnieuw mijn leeftijd.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Dikke Prins: scherp, knap en grappig geschreven

Louise Cornelis Geplaatst op 12 maart 2019 door LHcornelis4 maart 2019  

Meteen nog maar een inspirerend niet-vakboek. Waar het vorige nog echt wel een boek voor mij bleek te zijn, is dat van deze post een nogal onwaarschijnlijke: het gaat over Theo Janssen, oud-voetballer van onder andere Vitesse. Ik heb een beetje wat met voetbal, maar niet met Vitesse en al helemaal niet met Theo Janssen. En toch is het een fenomenaal boek.

Het gaat om Theo Janssen. Op stap met De Dikke Prins van Marcel van Roosmalen. Van Van Roosmalen ben ik al jaren fan, vanwege zijn columns in de NRC, tot voor kort zijn verslagen van beurzen en bijeenkomsten en dergelijke in One World,  en ook sinds ik hem een keer in het echt zag en hoorde tijdens mijn cursus voetbaljournalistiek, waarin ik hem de meest originele gastspreker vond,  met een verfrissend eigen en kritische blik op die rare voetbalwereld. Misschien als enige voetbaljournalist niet in de eerste plaats fan. 

Ik wilde zijn boek over Theo Janssen sowieso lezen, en al helemaal toen ik op Bol zag dat het gemiddeld uit 28 reviews maar een 3,2 scoort (op 4 maart), terwijl het nul 3’en scoort en vooral 5’en óf 1’en. Je vindt het kennelijk hartstikke goed of hartstikke slecht. 

Ik vind het hartstikke goed. Maar ik snap ook wel dat het veel lezers zal teleurstellen, juist omdat het zo’n afwijkend voetbalboek is. Geen heldenportret van Janssen, integendeel. Het beeld dat van hem naar voren komt uit het boek is niet heel verheffend. En er gebeurt eigenlijk ook niet zo veel in – het kabbelt.

Het boek is opgeschreven alsof het een letterlijk, chronologisch verslag is van enkele gesprekken die Van Roosmalen en Janssen voerden, meestal met de voormalige Vitesse-persvoorlichtster erbij, soms met nog anderen, in verschillende situaties. Je weet als lezer natuurlijk nooit wat er echt letterlijk gezegd is, maar wat er nu staat, komt over als een tamelijk frustrerende en futiele zoektocht van Van Roosmalen naar wat meer diepgang en interessantheid achter de persoon Theo Janssen. 

En die is er dus niet, of die laat Janssen niet zien. Die herhaalt zichzelf namelijk alleen maar, snijdt steeds dezelfde thema’s aan, zegt regelmatig dat er dingen niet in het boek mogen, vraagt zich al vanaf de helft af of het werk voor het boek er eindelijk op zit, wil het vooral over de titel en de boekpresentatie (met drank en hapjes) hebben – enzovoort. 

Van Roosmalen vraagt zich ‘hardop’ af hoe hij er nog wat van kan maken. Janssen is een oud-voetballer die een boek over zichzelf wil maar er niet echt aan mee wil werken. Het klinkt alsof Van Roosmalen er weinig lol aan beleeft, maar zo klinkt al zijn schrijfwerk. Hij is een genadeloos observeerder en chroniqueur die niet bereid is om er een mooi verhaal  van te maken.

En daardoor zit er juist toch ook heel veel lol in. Want die scherpe, genadeloze observaties zijn soms triest, maar soms ook ongehoord grappig. Ik ken geen andere schrijver die zo schrijft als hij. Het lijkt makkelijk: gewoon stroeve gesprekken uitschrijven. Maar ik denk dat dat het lastiger is dan dat – het blijft hoe dan ook een vormkeuze Het klinkt als eerlijk verhaal, maar het blijft een biografie natuurlijk; elke biograaf maakt keuzes (daar is onlangs een interessant proefschrift over verschenen, begreep ik uit een artikel in de NRC). Bovendien geeft Van Roosmalen van zichzelf ook niet alleen maar een positief beeld.

Eén voorbeeld: Van Roosmalen gaat met Janssen mee naar de eerste wedstrijd na de degradatie van diens oude club FC Twente, tegen Sparta. Ze zitten op de eretribune, en dat is vlak achter het Sparta-bestuur. Janssen gaat koffie halen en morst daarvan een half kopje op het colbert van één van die bestuurders, en dan staat er in Van Roosmalens woorden (p. 80):

…dat was het hoogtepunt van de wedstrijd

Dat is al hilarisch, en vervolgens kabbelt het verhaal over die avond pagina’s lang door nog. Op p.92 zitten ze in de auto op de terugweg en is er eerst wat gedoe vanwege de stinkende wind die Janssen  heeft gelaten (‘Zet effe een raampje over, er komt er  weer een’). het gaat wéér over een geschikte titel voor het boek en Janssen zegt ook nog dat hij op z’n tribune ‘alles meekrijgt’; die persvoorlichtster noemt hem ‘hoog sensitief’. Dan komt Van Roosmalen terug op de koffie op dat colbertje, over hoe lang het duurde voordat de koffie in de stof was getrokken en dat er ook spatten zaten op het hoofd van de Spartaan. Janssen:

Ik heb het zelf niet helemaal meegekregen.

Totaal futiel detail dus, die koffie, misgeslagen plank – elke andere schrijver zou zoiets wegredigeren, Van Roosmalen niet. Dat is scherp, knap en grappig. Schrijf een boek vol met dit soort details en je krijgt toch een beeld van, uh, ja, een dikke prins – prima titel!  

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Bevrijdend taalspel

Louise Cornelis Geplaatst op 8 maart 2019 door LHcornelis4 maart 2019  

Zo af en toe bespreek ik hier ook niet-vakboeken, bijvoorbeeld omdat van een literair of ander boek de taal of de vorm me opvalt. Ik heb er weer een: afgelopen week las ik Pussy album, van Stella  Bergsma. Een paar jaar oud alweer,  het was me ontgaan en ik werd erop geattendeerd toen Bergsma een paar weken terug te gast was in Winteruur, een programma met een licht verslavende uitwerking op mij als tekstliefhebber. 

ik heb Pussy album bijna in één ruk uitgelezen, zowel vanwege de inhoud als vanwege het taalspel erin. De titel is al een woordgrap natuurlijk, en dit is de eerste alinea:

Mannen zijn klootzakken. Dat zeggen ze zelf. ‘Ik ben een klootzak hoor,’ roepen ze trots. Ze steken hun hand in hun broek en gaan wijdbeens zitten. ‘Ik ben een enorme hufter,’ zuchten ze tevreden. Ik geloof dat het is omdat ze altijd willen neuken. Dat schijnt van een vreselijke klootzakte te zijn. Ze spugen wat, krabben in hun kruis en drinken hun biertje. Neuken willen ze, vaak met vrouwen.

De alinea daarna is ongeveer even positief over vrouwen, en eindigt met hoe ‘kut’ het is dat vrouwen kinderen willen. De alinea daarna gaat net zo door over kinderen (‘dictatoriale dramdwergen’), dan dieren en daarna dingen. Hallo lezer!

De taal is heftig, onverbloemd, snel en hard – en origineel, wat in het citaat vooral blijkt uit het neologisme klootzakte. Bergsma verzint vaker nieuwe woorden, ze schijnt bijvoorbeeld sletvrees geïntroduceerd te hebben: de angst van vrouwen om voor slet uitgemaakt te worden. In het boek staan er veel fraaie voorbeelden van.

Met de hoofdpersoon in het boek, Eva, gaat het niet goed – dat vermoeden geeft zo’n eerste alinea al. Ze raakt onder andere aan de drank, en als ze echt heftig dronken is, gaat haar taal eraan. Er staan dan passages als:

Het grijpt om zich hee en is onuitroeib ar. Het kust je wakke, mijn lieste, iedre morgen e he za je voor eeuwi in slaa suss.

En, nog meer naar het eind:

Het aller, aller. ALLUU aa. Pra prie hom. Halhal goe ba. Drrroouuu huu. Drouuhouu beel. Kazoopa vroa. 

Dat doet me denken aan de klassieker Hersenschimmen, waar de taal ook de aftakeling van de hoofdpersoon reflecteert.  

Heftig taalspel! Mij inspireert de grote vrijheid die Bergsma zich permitteert – sowieso, en al helemaal als vrouw. Haar stijl en taal zijn verre van standaard of aangepast, en de vrouwelijke hoofdpersoon is dat ook niet. Het boek is controversieel, begreep ik – sommigen vinden het niks. Maar ik vind het een goed en belangwekkend boek. 

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑