↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Sprekend proefschrift

Louise Cornelis Geplaatst op 27 januari 2026 door LHcornelis21 januari 2026  

Ik heb het hier eerder gehad over het onderzoek van Geerke van der Bruggen naar begrijpelijkheid en acceptatie van rechterlijke uitspraken. Vorige maand promoveerde ze; haar proefschrift heet Sprekende uitspraken. We hadden elkaar net ervoor gesproken bij een bakje koffie in Utrecht en afgesproken proefschriften uit te wisselen. Ik heb het net gelezen, nouja, zeker niet alles. Dat is bij proefschriften sowieso niet helemaal realistisch, zal ik maar zeggen, en bovendien kende ik een deel van het boek al, want het is een verzameling van enkele andere publicaties van haar. Zo staat het cirkelmodel er ook weer in.

Van der Bruggen houdt zich bezig met een ander genre dan ik, maar er zijn wel overeenkomsten. Dat cirkelmodel herken ik bijvoorbeeld heel goed van mijn opdrachtgevers bij de overheid en ze onderzocht onder andere of ‘hoofdboodschap voorop’ de begrijpelijkheid bevordert. Desalniettemin moet ik oppassen om het proefschrift te lezen met mijn genre, adviesrapporten, in mijn achterhoofd, want dat zijn echt andere teksten. Toch ga ik er twee dingen uit op mijn eigen werk betrekken:

  • Geerke zei het al toen we elkaar spraken: als nou iets de begrijpelijkheid bevordert, is het extra uitleg van de vaktermen en andere moeilijke begrippen. Dat ga ik onthouden. Ik vind mezelf regelmatig terug in discussies over jargon, en dan ga ik dit onderzoeksresultaat in de strijd werpen: als je dan geen gewoner woord kunt bedenken, leg het jargonwoord dan tenminste uit!
  • De resultaten voor ‘hoofdboodschap voorop’ zijn niet eenduidig. In een experiment ging het om twee teksten; bij de ene verbeterde had vooropplaatsing van de conclusie een positief effect op het begrip van leken, bij de andere niet. Van der Bruggen geeft als verklaring (p. 152) dat bij die eerste tekst vraag en antwoord beter (meer intuïtief) op elkaar aansluiten dan bij de tweede. In die tweede staat de vraag centraal of de gedaagde een rekening moet betalen aan een derde partij. Het antwoord is dat de vordering van de derde partij ‘onvoldoende onderbouwd’ is. Daar zit een gat tussen, ja. Als het een adviesrapport zou zijn, zou ik zeggen: dat gat is te dichten door de ‘so what’ te expliciteren: wat betekent dat antwoord nou precies? Moet de gedaagde die rekening wel, niet of misschien later betalen? Als je die strekking verwoordt, sluit het antwoord wel goed aan, met mogelijk beter tekstbegrip als gevolg. Maar misschien kan dat juridisch niet. 

Dan nog iets wat te maken heeft met vorm en inhoud én met mijn eigen proefschrift. Aan het eerdere contact met Geerke hield ik verdiept inzicht over in de achtergrond van de tekstconventies die naast het juridische en adviesdomein ook het wetenschappelijke schrijven bepalen.  Ik schreef ook daar eerder over: eraan ten grondslag ligt het instandhouden van de modernistische mythe van objectiviteit. In Sprekende uitspraken gaat het daar ook weer over en ik las dat met plezier (paragraaf 3.5). Sprekende uitspraken doorbreekt zelf die mythe met een formuleringskeuze: voor een proefschrift staat er vaak ik in. Dat is nogal taboe, maar niet voor mij. Ik heb me in het vermijden van ik verdiept voor mijn proefschrift, want veel schrijvers kiezen dan maar voor lijdende vormen, een van de conventionele stijlkenmerken in de wetenschap. Daar wordt de tekst bepaald niet leesbaarder van, en het is ook weer zoiets dat die mythe in stand houdt: alsof je er als onderzoeker zelf niet toe doet. Ik heb zelf dus ook I gebruikt in mijn Engelstalige proefschrift, vooral in de rol van ‘regisseur’ van de tekst: ‘I will introduce/discuss… ‘ enzovoort. Daarnaast veel meervoud we, bijvoorbeeld als ik onderzoek samen met scriptiestudenten had gedaan. 

Van der Bruggen schrijft bijna overal ik als uitvoerder van het onderzoek: ‘Omdat… deed ik een vervolganalyse’ (p. 119) of ‘Voordat ik stellingen over de tekst aan de procespartijen voorlegde, vroeg ik ze om een rapportcijfer voor de tekst…’ (p. 123). Dat zijn heel willekeurige voorbeelden, zulke formuleringen staan overal. De tekst wemelt van ik. Dat is echt ongebruikelijk. Ik waardeer de doorbreking van de mythe.

Wel gaat dat me af en toe te ver: te veel ik. Nouja, de ik‘en zijn nog tot daaraan toe, maar ik zou mijn in bijvoorbeeld ‘Hiervoor heb ik mijn vier hypotheses (…) gepresenteerd’ en ‘Voor mijn experimenten gebruikte ik twee relatief korte rechterlijke uitspraken…’ (p. 136) vervangen door een lidwoord: de hypotheses/experimenten. Makkelijk te realiseren, en net wat neutraler. Naar mijn smaak staat anders te zeer de persoon van de onderzoeker centraal. Maar ik realiseer me wel: dat is dus een kwestie van smaak, en het kan ook gewenning zijn. Als meer wetenschappers zo zouden schrijven, zou het minder opvallen. Zou ik het dan wel okee vinden? Leuk als een proefschrift dat soort bespiegelingen oproept.

Nog eentje dan. Mij valt ook nog op dat er af en toe juist wel een passief staat – iets wat mij ongetwijfeld veel meer opvalt dan een willekeurige lezer. Bijvoorbeeld op p. 112: ‘De constructen uit het model zijn in de vragenlijst geoperationaliseerd als sets van stellingen’. Dat is typisch academisch proza, zal ik maar zeggen – hoezo daar wel zo? Twee zinnen in dezelfde alinea later staat er wel weer ik – een alinea met een perspectiefbreuk dus. Net als waar het op p. 114 gaat over de brieven die bij de vragenlijsten stonden: het specifieke doel ‘werd niet vermeld’ en ‘in de brief werd gesproken’. Twee vage lijdende vormen: ze laten in het midden wie dat heeft gedaan. De versturende partijen, twee rechtbanken? Distantieert Van der Bruggen zich daar zo net een beetje van? Dat zou namelijk passen bij mijn visie op de lijdende vorm: dat geeft meer distantie ten opzichte van de handelende persoon (het is de opeenstapeling van distantie die teksten met veel passieven zo slecht te pruimen maakt). 

Maar goed, dat is wel erg in detail op een klein aspect van de vorm. Terug naar de inhoud van Sprekende uitspraken: dit boek inspireert mij om vraagtekens te blijven zetten bij de mythe van objectiviteit, in elk geval omwille van de lezer (ik denk dat het belang groter is dan dat). Hopelijk geldt dat voor meer vakgenoten.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Engelse woorden steken over

Louise Cornelis Geplaatst op 23 januari 2026 door LHcornelis18 januari 2026 1

Al een tijdje denk ik af en toe als ik Engels hoor of lees: hé, dat woord is van grammaticale categorie veranderd, het is ‘overgestoken’.

Het begon een paar jaar geleden, toen de consultants in Engelstalige bedrijven ask gingen gebruiken voor question, in het geval van ‘grote’ vraag, zoals de hoofdvraag van een tekst of de adviesvraag van de opdrachtgever. Zo van: ‘what is the client’s ask?’ Tot dan had ik dat nooit gehoord, en ik blijf het gek vinden: een werkwoord dat een zelfstandig naamwoord geworden is. Ik kan het zelf niet zo zeggen. Maar die jonge consultants vinden het heel gewoon.

Het vaakst zie ik oversteekjes op Zwift, het online platform voor binnen fietsen. Daar worden bijvoeglijk naamwoorden regelmatig zelfstandig. In de workout die ik onlangs deed stond ‘Unlock your strong’ en ‘Unlock the fast’. Ik zou daar power of strength respectievelijk speed verwachten. Nou zou er achter één keer nog een niet-native speaker kunnen zitten, maar ik heb het vaker gezien – te vaak om toevallige foutjes te zijn. Mogelijk is het ‘zwifts’?

In het Nederlands is het ondenkbaar om in zo’n positie sterk en snel te zetten. Ontgrendel jouw sterk – uh, nee (even een beetje taalkundig doorneuzelen: het moet wel jouw zijn, want met je verandert de betekenis doordat dat dan een persoonlijk in plaats van bezittelijk voornaamwoord wordt – in het Engels kan dat niet omdat your eenduidig bezittelijk is).

Ik heb niet genoeg contact met native speakers om te weten hoe gebruikelijk zulke oversteekjes zijn en ik heb er ook nog niets over gelezen. Ik vind het een wonderlijk fenomeen. 

 

Geplaatst in Opvallend | 1 reactie

Kom bij Annie thuis!

Louise Cornelis Geplaatst op 19 januari 2026 door LHcornelis18 januari 2026  

Zaterdag was ik bij de start van een mooi initiatief hier in het dorp: Bij Annie thuis. Het geboortehuis van Annie M.G. Schmidt, de voormalige pastorie (haar vader was hier dominee) op het Kerkplein, is onlangs leeg komen te staan. Een stichting met als trekker Hendriek Flikweert van onze boekhandel, wil daar een bijzondere plek van maken. Ik citeer van de website:

Bij Annie Thuis willen we van dit huis een sociale lunchroom maken: een warme, levendige plek voor goede koffie, een versbereide lunch en vanzelfsprekende ontmoetingen. Een plek waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meewerken, leren en groeien in een betrokken team.

Annie is er niet nadrukkelijk aanwezig — maar wel voelbaar.
 In taal. In kleine verwijzingen. In verhalen die passen bij het huis en het dagelijks gebruik ervan – met ruimte om dit in de toekomst verder te laten groeien.

Zo ontstaat een huis waar verleden en heden elkaar ontmoeten.
 Waar je even blijft zitten.
 Waar ruimte is voor gesprek, verbeelding en samen zijn.

Nou, dat is leuk voor ons in Kapelle maar ook daarbuiten. De start zaterdag was leuk. Ik was voor het eerst in het pand, en het zette me aan het denken waarom ik als volwassene nog steeds Annies werk leuk vind. Toen dacht ik: vanwege het speelse – ik schreef laatst al over dat thema. Door Annies werk word ik zelf ook weer even kind te worden, een beetje stout kind vooral – Floddertje is mijn lievelingswerk van haar.

Daarnaast was Annie een bijzondere vrouw. Haar biografie leest óók als een geschiedenis van de twintigste eeuw met een vrouw centraal. Een vrouw met wie ik ook nog eens veel ‘geografie’ gemeen heb: naast Kapelle ook Vlissingen, Amsterdam en de omgeving van Overschie.

Vandaar dat ik Bij Annie thuis een geweldig initatief vind. Het zou een aanwinst zijn voor Kapelle en Annie verdient zo’n plek. Er gebeuren al mooie dingen. Zo is al bekend dat de piano van Harry Bannink er komt te staan en zijn onder andere Freek de Jonge, Erik van Muiswinkel, Loes Luca, Jan Peter Balkenende en Frank Evenblij ambassadeur van de stichting. Dat is nodig, want het eerste doel van de stichting is het aankopen van het pand. Wellicht willen mijn bloglezers daar ook een bijdrage aan leveren – om in de toekomst een kopje koffie te drinken bij Annie thuis in Kapelle.

Wie meer wil weten: zie het nieuwsbericht van Omroep Zeeland of beluister Hendriek en Annies zoon Flip in Met het oog op Morgen (na een dikke 20 minuten in de podcast).

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Louise Cornelis Geplaatst op 15 januari 2026 door LHcornelis12 januari 2026  

Van de sneeuw van vorige week had ik meer de lusten dan de lasten. Mijn werk zou sowieso al thuis/online zijn en een paar privé-afspraken gingen niet door, waardoor de week rustig was. Zodoende hadden manlief en ik op woensdag tijd om meteen na de sneeuwbuien een wandeling te maken. Het was prachtig, en ik vond het grappig om te zien wat de sneeuw met de tekst op borden deed. Hier voor de gein een paar bijzondere bordjes:

Drie verkeersbordjes, 2 besneeuwd, op de 3e is 'Goes 4' goed leesbaar Bordje over speelveld voor honden, alleen 'genieten van deze bijzondere plek' is goed te lezen, voor de rest zit er sneeuw over.

Deze heeft geen tekst, maar de sneeuw is wel fraai scheef gezakt:

Driehoekig verkeersbord, driehoekige sneeuw is scheef en naar onder gezakt, maar nog wel precies de driehoek

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Frieten zonder c

Louise Cornelis Geplaatst op 12 januari 2026 door LHcornelis12 januari 2026  

In de winter kijk ik graag naar veldrijden, op tv en de laatste jaren ook een paar keer live, vaak in Vlaanderen – want daar moet je zijn voor veldrijden. Zodoende waren manlief en ik vorige maand in Hofstade, voor een dagje bij de Plagecross. Daar viel me voor het eerst op dat er een schrijffout stond op het spandoek van sponsor Belviva, een merk diepvriesfriet van Iglo: er stond Belgishe, zonder c, op.

Zo’n schrijffout vind ik fascinerend vanuit het oogpunt van tekstkwaliteitszorg. Als het expres is, dan denk ik: hoezo dan? Ik vind er verder geen enkel spoor naar. Als het een fout is, dan vraag ik me af hoe dat gaat bij zo’n bedrijf. Kost toch best wel geld, het maken van die spandoeken en het huren van de ruimte bij zo’n evenement. Laten ze de spandoeken ontwerpen door iemand die niet goed kan schrijven (dyslectisch, tweede taal,…)? Doet er dan niemand kwaliteitscontrole op zoiets? Was het te duur om nieuwe te maken? Want iemand zal het ondertussen toch wel gezien hebben, lijkt me?

In de auto naar huis dacht ik: daar had ik een foto van moeten maken voor dit blog. Afgelopen weekend kreeg ik een herkansing, want Belviva sponsorde ook het Belgisch kampioenschap. Deze foto maakte ik zaterdag van ons televisiescherm, tijdens de live-uitzending op Sporza van de vrouwen, met de latere winnares, Marion Norbert Riberolle, ook in beeld:

Belgishe frieten

Wonderlijk! Maar goed, aandacht genereert het wel. Ik had nog nooit van het merk gehoord, nu ken ik het!

 

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Fietsen langs de sporen van het Nederlands in de VS

Louise Cornelis Geplaatst op 23 december 2025 door LHcornelis18 december 2025  

Van Sinterklaas kreeg ik een leuk boek: De Tawl. Hoe de Nederlandse taal (bijna) Amerika veroverde. Er komen twee dingen in samen die voor mij belangrijk en interessant zijn: fietsen en taal. Dat had Sinterklaas dus goed gezien! Het fietsen speelt een bijrol, maar die is wel net groot genoeg om er reiskriebels van te krijgen: zo’n fietstocht, dat lijkt me ook wel wat!

Het accent ligt op de taal, zoals de ondertitel aangeeft. Philip Dröge ging op zoek naar de sporen van het Nederlands dat ooit volop gesproken werd in de staten New York en New Jersey. Globaal wist ik daar wel wat van af, bijvoorbeeld over de talige sporen van het Nederlands in het Amerikaanse Engels: woorden als cookie en boss. Ik wist ook wel dat de oorsprong van de stad New York Nederlands was, met namen als Huis-tuin-straat (Houston Street) en Konijneneiland (Coney Island). En ik wist ook dat het misschien niet eens zo heel veel heeft gescheeld of Nederlands was de taal van de nieuwe wereld geworden, niet Engels. 

Ergens daar pikt Dröge de draad op: in de tijd dat Nederlands in het prille New York de belangrijkste taal was. Die groeide en zich verspreidde, geografisch, maar ook qua sprekers: ook mensen zonder Nederlandse voorouders hadden het als moedertaal. Maar uiteindelijk legde het Nederlands het af tegen het Engels. De laatste moedertaalsprekers van de ‘Tawl’ overleden in de twintigste eeuw. 

De geschiedenis van het uitsterven is bijvoorbeeld op oudere begraafplaatsen te zien: de oudste grafstenen zijn in het Nederlands, en op een gegeven moment worden ze Engels. En zo zijn er nog een boel sporen waar je langs kunt fietsen, ook al is er veel uitgewist. Toen in New Jersey Nederlands werd gesproken, was het een agrarische staat, inmiddels zijn het dichtbevolkte forenzensteden; veel restanten Nederlands liggen onder de nieuwbouwwoningen, de snelwegen en de malls. Toch is er nog wel wat hier en daar, want het ging de Nederlandstaligen goed en velen konden huizen laten bouwen die nog steeds staan. 

In zijn omzwervingen komt Dröge bijzondere plekken en mensen tegen, en hij vertelt er fraai over, met een prettige dosis humor. Hij schuwt ook de rafelrandjes niet: uitvoerig gaat hij in op een geval van oplichterij. Dat leek een boel informatie en bronnen over de Tawl op te leveren, maar het was allemaal ‘fake’. Ook curieus is het gedeelte over een bevolkingsgroep die nog tot in de negentiende eeuw Nederlandstalig was en in de twintigste met succes de status van oorspronkelijke bewoners heeft aangevraagd. Dat zijn het niet: het zijn de nazaten van slaven en hun Nederlandstalige meesters. Hun achternamen geven het weg – en dat dat Nederlands was en niet een inheemse Amerikaanse taal, is tijdens het aanvraagproces niet echt opgevallen. De gemengde komaf maakte dat de groep met net zulke discriminatie te maken kreeg als de natives, dus helemaal gek is die status niet, maar de groep heeft nu liever niet dat er iemand in  hun geschiedenis komt neuzen. Voor de vorm hebben ze een totem in hun dorp gezet.

Ik heb lezenderweg een boel opgestoken over het Amerikaanse Nederlands. De grote lijn van de geschiedenis, maar ook veel anekdotes. Zoals bijvoorbeeld de oorsprong van OK. Martin Van Buren was in de negentiende eeuw president van de VS, hij was van Nederlandstalige komaf al sprak hij het zelf niet meer. Hij was geboren in Kinderhook, New York. OK verwijst naar Old Kinderhook, en dat is gaan verwijzen naar iemand die in orde is. (Het boek brengt dat als feit, maar van Wikipedia begrijp ik dat er verschillende concurrerende opvattingen zijn over de herkomst van OK).

Ook leuk vond ik de vele eigen- en plaatsnamen die zo zijn verbasterd en anders gespeld dat je het Nederlands niet meer herkent. Zoals een meneer Freece die ooit De Vries heette. Of het plaatsje Polifly: pollen en vlaai (denk: graspollen en koeienvlaaien). In Hackensack en Katsbaan zie je het nog beter. Albany heette vroeger Beverwijck – daar ben ik geweest zonder dat te weten. En dat is niet gek, want de geschiedenis ligt best wel verstopt. In Rotterdam en Amsterdam in de staat New York bijvoorbeeld hebben de inwoners geen flauw idee van de Nederlandse steden met die namen. Voor ons is dat gek, maar waarschijnlijk zegt het wat over de Amerikaanse cultuur. De mensen die Dröge spreekt, weten wel wat voor afstamming ze zelf hebben, maar het zijn passanten op hun plekken. De geschiedenis van die plek interesseert ze nauwelijks. Sowieso is Amerika nogal op de toekomst gericht.

Die toekomst, die was op een gegeven ogenblik duidelijk Engelstalig, en dat heeft het Nederlands in Amerika de kop gekost. Een tijdje werd het zelfs bespottelijk gemaakt, als achterlijk accent. Philip Dröge zet de Tawl echter weer in het spotlight, en dat levert een kostelijk boek op.

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Het kan wel: ‘Into my arms’ vertalen

Louise Cornelis Geplaatst op 18 december 2025 door LHcornelis15 december 2025  

Jaren geleden schreef ik hier een uitvoerige blogpost over songteksten, aan de hand van misschien wel de beste songtekst van allemaal: ‘Into my arms’, van Nick Cave. Ik had het daarin over de Nederlandse vertaling door Frank Boeijen. Die vond ik maar niks: de complexe tekst van Cave was platgeslagen tot een simpel liefdesliedje.

Afgelopen zondag leerde ik dat de tekst wel degelijk goed in het Nederlands te vertalen is, vertaald is: door Jaap Boots. Het nummer heet ‘Diep in ons hart‘ en is de enige cover op Boots’ meest recente plaat, Wilde Tulpen.

Ik zag Boots optreden op een bijzondere plek waar ik voor het eerst was:  bij Een Bunder Kunst in ‘s-Heer Arendskerke, in een yurt. Dat was sowieso heel sfeervol, op banken en stoelen rond een kachel. Ik vond het optreden ook goed. Het is een mengelmoes van liedjes, voordracht en vertellen. Hij was in de yurt alleen, met gitaar, zonder verdere begeleiding. Wat me opviel, was hoe goed verstaanbaar hij zingt, en zijn teksten zijn de moeite waard. 

‘Diep in ons hart’ was zondag de uitsmijter. Die kwam aan: de zaal was muisstil, de vertolking was prachtig. Voldoende reden om met gesigneerde CD’s naar huis te gaan en even een praatje te maken:

Jaap Boots – manlief – ik, in de yurt zondag; foto Anezka, met dank

Merk op dat deze vertaling inhoudelijk net iets afwijkt van Cave’s origineel – wat kan, misschien wel moet als de tekst gezongen wordt. Bij Boots gelooft de geliefde juist wél in een ‘interventionist God’, twijfelt de ik niet door het aanschouwen van zijn geliefde aan het niet-bestaan van engelen, en gaat het aan het eind niet om into my arms , maar in ons hart, met wat meer nadruk op samen. Maar strekking en sfeer zijn behouden. Terecht.

 

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Programma afgerond

Louise Cornelis Geplaatst op 15 december 2025 door LHcornelis11 december 2025  

Ik schreef hier eerder al dat ik voorzitter was van de programmacommissie van GroenLinks-PvdA voor de gemeenteraadsverkiezingen in Kapelle. Ik had er al een paar weken weinig werk meer aan gehad, want wij hadden de deadline gehaald en vervolgens werd de algemene ledenvergadering erover een paar keer uitgesteld omdat de kandidaatstellingscommissie wat meer tijd nodig had.

Vorige week kwam dan toch de afronding: op de ALV in Wemeldinge zijn twee amendementen aangenomen (de commissie had over beide positief geadviseerd) en we hebben samen aan een passage geschaafd waar we als commissie inhoudelijk niet goed uit waren gekomen – wat leuk was om te doen. Daarna werd het programma vastgesteld. Iedereen was dik tevreden, en de leden van de commissie kregen dan ook een bloemetje, zoals ik hier uit handen van GroenLinks-bestuurslid Jacques:

Bloemetje? Kan dat wel, qua gif en duurzaamheid enzo? Ja, deze rode rozen zijn van zijde!

 

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Makkelijke taal is moeilijk

Louise Cornelis Geplaatst op 11 december 2025 door LHcornelis11 december 2025  

Het is alweer een tijd geleden dat ik me voor het laatst hier op het blog druk maakte over ‘makkelijke taal’: in februari 2024 constateerde ik dat zinnetjes op B1-niveau niet zomaar tot een begrijpelijke tekst leiden. Ik kwam vandaag via wat omzwervingen die begonnen op een stuk op Neerlandistiek.nl terecht bij een blogpost van Marc Kregting (kende ik nog niet), en die fileert het ‘Oplichtings ABC’ (ja, met spatie) in makkelijke taal van ABN AMRO. Onder meer om iets wat ik ook maar niet wil snappen: waarom het begrijpelijker zou zijn om elk zinnetje op een nieuwe regel te beginnen. Inderdaad: de tekst lijkt op een gedicht, zeker in de originele vorm.

In de blogpost verwijst Kregting naar een column van Maxim Februari die ook al grote moeite had met het begrijpen van die simpele zinnetjes. Vooral herkenbaar vond ik dat Februari zich afvroeg hoe je weet of ‘het klopt’, in:

Scan je een QR-code? Kijk dan goed wat er op je scherm staat. Betaal pas als het klopt.

Dat doet mij denken aan mijn ervaring met die tekst toen in 2024: ik kan de zinnen wel snappen, maar ik blijf achter met vragen. Toen concludeerde ik: niet begrijpelijk, niet goed, en nog kleuterig ook. 

Met mijn beroepsdeformatie springt de gekozen structuur in het oog. Die is namelijk op alfabet van moeilijke woorden – die je niet hoeft te onthouden, want het gaat om het doorzien van trucs van oplichters. Maar je moet wel de naam weten om een bepaalde vorm van fraude op te zoeken, en daarvoor moet je ook nog vlot uit de voeten kunnen met het alfabet, inclusief Engelse woorden en klanken (phishing). Dat lijkt me bepaald niet intuïtief en ook niet het meest praktisch om weerbaar te maken tegen fraude. Dan zou ik toch eerder denken aan een structuur die hangt aan ervaringen of aan adviezen.

 Nou goed, ik dacht de afgelopen jaren wel eens dat het hameren op B1 op z’n retour was. Kennelijk toch niet, helaas, maar goed dat er mensen kritisch op zijn.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Geef een reactie

Spelen bij Tekstblad

Louise Cornelis Geplaatst op 4 december 2025 door LHcornelis4 december 2025  

Vorige week was ik bij een bijeenkomst van de redactie van Tekstblad. Nogal mijn vak-lijfblad: ik ben abonnee sinds het tweede of derde nummer, 1995, en in 1996 al verscheen mijn eerste artikel erin. Er volgenden er meer en het einde is wat mij betreft nog niet in zicht. Maar al die jaren lang was dat als losse medewerker, en zodoende was ik nog nooit bij een redactievergadering ofzoiets geweest. Dat was dit ook niet echt: ze noemden het ‘brainstorm en borrel’ voor de redactie en de vaste medewerkers. Daar zijn ze een tijdje geleden mee begonnen. Het was nog niet uitgekomen om aan te schuiven, maar dit keer kon het wel. Dus op naar Utrecht. 

Ik vond het fijn om een aantal andere Tekstbladmensen te zien. Eén van de dingen waar we over brainstormden, was over de rol van spel/spelen in ons werk. Er was iemand bij om ons tot denken aan te zetten die Lego zakelijk inzet – helaas was dat donderdag niet het geval (en helaas ben ik zijn naam vergeten – dat ging nogal snel). Lego, daar speelde ik als kind erg graag mee. Het ging er rond ‘zakelijke Lego’ even over dat dingen vastpakken en voelen met je handen iets doet. Ik herinnerde me ineens een van mijn Tekstblad-artikelen: in 2001 schreef ik over de herontdekking van schrijven met de hand, en hoe anders dat is dan ‘hakken’ op een toetsenbord. Daar zat toen achter dat ik mijn hand gebroken had; die herontdekking was afgedwongen – maar leerzaam. Sowieso ervoer ik in die tijd hoe belangrijk het is om dingen letterlijk ‘in de hand’ te hebben. 

Dat was mijn eerste link tussen werk en spel. Ik ontdekte er nog vier meer:

  • De begeleider vroeg om na te gaan wat we als kind graag deden, en in hoeverre dat terugkwam in ons werk. Nou, dat wist ik wel: lezen! Ik was een kind dat graag ‘met een boekje in een hoekje’ zat, ik was een echt ‘leesbeest’. Lezen is nu de kern van mijn werk, meer dan schrijven. Het kritisch tegenlezen van adviesrapporten is misschien niet het meest speelse soort lezen, maar de overeenkomst is wel dat ik me ingraaf in de wereld van die tekst. En dat blijft fijn. (Nu ik dit zo opschrijf, zie ik me bij dat ‘ingraven’ ineens op het strand een kuil graven – ook een favoriete kinderbezigheid van me)
  • Ik gaf al jaren onderwijs en trainingen toen ik toneel ging spelen. De overeenkomst vond ik frappant. Zeker een hoorcollege is heel dichtbij wat een acteur op het toneel doet, althans, ik merkte dat ik uit hetzelfde vaatje tap daarbij. 
  • Ik ga altijd graag voor een sessie aan de slag moet met schaar, plakband, gekleurd papier en dergelijke. Soms doe ik het erom, dus dan bedenk ik expres een werkvorm waarbij ik me op dat punt kan uitleven. Al is het maar briefjes uitknippen voor een oefening! Ik ben er niet eens heel goed in – ik ben bijvoorbeeld een slordige knipper. Dat was ik als kind ook al. Het slaat mijn spel dood als ik al te precies moet zijn. Gelukkig bepaal ik dat nu zelf. Voor het doel van mijn oefeningen is een scheef stukje of een hapering niet erg.
  • Nogal voor de hand liggend is het ’taalspel’: van mooie zinnen maken via creatief schrijven tot me verwonderen over gekke bordjes!

Dit was leuk om over na te denken. Spelen is belangrijk, ik zei dat ook nog: het is voor mij al jaren een grotere uitdaging om mijn werk leuk te houden dan om genoeg te verdienen. Dat het voldoende speels is, speelt daar een rol in. 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Recente berichten

  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid
  • Frieten zonder c

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (560)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (901)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑