↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Adviseren is hartstikke relationeel

Louise Cornelis Geplaatst op 8 april 2016 door LHcornelis8 april 2016  

De studenten van het vak Adviseren over Communicatie hebben de afgelopen weken in duo’s een praktijkonderzoek gedaan. Ze gingen op bezoek bij een adviseur en diens opdrachtgever om te kijken wat er in de praktijk van een advies terechtkomt. Twee duo’s gingen naar een adviseur uit mijn netwerk, de andere twaalf naar een student uit het jaar ervoor die net klaar is met de stage en daarin een advies gegeven heeft. In de afgelopen week hebben mijn studenten er op college en op papier over gepresenteerd.

Het is niet in één term te vatten wat er van een communicatieadvies in de praktijk terechtkomt: dat is zeer divers. Wat wel duidelijk naar voren komt uit de presentaties is dat adviseren erg ‘hangt’ op de relatie tussen adviseur en geadviseerde. Als die goed is, kan het advies zelf soms best een beetje rammelen, en dan nog is de geadviseerde tevreden. Als de relatie minder goed is, lukte het mijn studenten soms niet eens om de geadviseerde te spreken te krijgen, zo weinig verbonden voelde die zich kennelijk.

Het relationele karakter van adviseren viel vooral op in de context van zo’n stage. Want op de universiteit kun je best in je uppie goed onderzoek doen, en dan op de laatste avond er een paar aanbevelingen bij bedenken. Zo is het wel gegaan in die stages, en dat leidt mogelijk tot een goed stage-resultaat, maar de opdrachtgever vindt de aanbevelingen dan ‘leuke ideetjes’ en dat is niet echt een compliment.

Ik herken dat wel van de adviseurs met wie ik werk: zo lang hun rolopvatting die van expert is (vakinhoudelijk specialist, deskundige, onderzoeker), bungelt het adviseren er altijd een beetje losjes bij. Als je de rol van adviseur serieus neemt, streef je naar gezamenlijkheid, gelijkwaardigheid, gedeelde verantwoordelijkheid, partnerschap (de term van Block). Omdat dat tot een beter resultaat leidt (geen ‘leuke ideetjes’ maar iets waar de opdrachtgever daadwerkelijk mee aan de slag kan), maar ook omdat je zo gaandeweg commitment kweekt.

Als het relationele aspect bij adviseren zo belangrijk is, betekent dat dat je zelf als adviseur daar ook een belangrijke rol in speelt: jij bent de helft van die relatie. Met je hele hebben en houden, inclusief je vakkennis. Uit het praktijkonderzoek kwam naar voren dat opdrachtgevers vaak niet zo zitten te wachten op theorie. Maar anderzijds dus wel, want daarom laten ze zich adviseren. Ze zitten volgens mij niet te wachten op theorie-om-de-theorie, en dat snap ik wel. Maar ze hebben wel degelijk behoefte aan goede vakkennis.

En daar komt de link met het piramideprincipe. Iedereen kan feiten op een rijtje zetten, maar alleen een deskundige is in staat die te interpreteren in het licht van de belangen van de geadviseerde. En precies dat is wat je doet door (hoofd-)boodschappen te formuleren. In het praktijkonderzoek kwamen ook nog andere verschillen tussen schrijven en presenteren in de adviespraktijk en op de universiteit naar voren: opdrachtgevers willen het kort en bondig, ze willen wat kunnen met de resultaten, en ook schrijven doe je in de praktijk niet alleen.  

Het vak zit er nu bijna op; de studenten schrijven volgende week nog een reflectieverslag en we hebben een afrondend college. Als ze meenemen van dit vak hoe belangrijk de relatie is, dan vind ik dat winst. Zekere als ze zich realiseren dat ze zelf een heleboel kunnen en moeten doen om zo’n goede adviesrelatie tot stand te brengen. Het ging af en toe over de ‘klik’ die je al dan niet kunt hebben, en ja, die speelt een rol. Maar een klik kun je bevorderen. Dat begint met simpelweg investeren in die relatie. Hopelijk gaan ‘mijn’ studenten dat in hun stage én daarna doen!

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Waarom geleerd proza lelijk is

Louise Cornelis Geplaatst op 7 april 2016 door LHcornelis7 april 2016  

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een column van Harald Merckelbach met als titel ‘Waarom geleerd proza lelijk is’. Het stuk pleit in dezelfde richting als Willy Francissen en ik laatst al voor de tweede keer deden op een conferentie: laat studenten in het hoger onderwijs niet alleen maar schrijven voor de wetenschap. Dit zijn Merckelbachs slotwoorden:

Wees er vroeg bij en geef studenten veel schrijfopdrachten. En laat dan niet wetenschappers, maar journalisten aan studenten uitleggen wat een goed geschreven tekst is. Af en toe organiseren mijn collega’s en ik zo’n bijeenkomst, waarbij journalisten door studenten geschreven stukken van commentaar voorzien. De studenten vinden dat een nuttige oefening. Een vaak gehoorde opmerking is dat ze dan pas begrijpen waarom het makkelijk is om lelijk te schrijven. Want, inderdaad, schrijven is denken, mooi schrijven is helder denken en dat is waarom  het zo verdomd moeilijk is.

Uit mijn hart gegrepen! En de rest van de column lees ik ook met veel instemming. Dat wetenschappelijk schrijven zo lelijk is, ligt volgens Merckelbach aan twee oorzaken:

  • De kennisvloek, de curse of knowledge – hij verwijst daar naar Pinker, van wie ik dat ook heb geleerd en inmiddels al héél vaak dankbaar heb gebruikt: dat je je niet kunt voorstellen dat iemand anders niet weet wat jij wel weet. Daardoor wordt een tekst al gauw niet te harden voor oningewijden.
  • Al te veel nuance, leidend tot een krampachtige stijl. Merckelbach richt zich vooral op zombie-woorden: woorden die betekenisloos, maar wel een aura van diepgang bezitten, zoals framework, dimensie, model, proces, of in zijn eigen vakgebied: non-cognitieve processen bij leerlingen, maar ook chemische onbalans: een metaforisch begrip waarmee dubieuze aannames verdoezeld worden. Achter chemische onbalans zit de aanname dat depressies ontstaan door een serotonine-tekort, maar dat is helemaal niet bewezen en het doet mensen geloven dat een depressie net zoiets is als suikerziekte (insulinetekort), waarvoor je je hele leven medicijnen moet gebruiken. Kijk, dat lees ik niet alleen met instemming, daar leer ik nog wat van ook.

 

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Een achterhaalde column en 4 andere

Louise Cornelis Geplaatst op 5 april 2016 door LHcornelis5 april 2016  

Het is vaste prik: er zijn weer vijf mini-sportcolumns van me verschenen in Oase Magazine. Tegen wil en dank is eentje ervan super-actueel, of zelfs alweer achterhaald, althans, daar lijkt het op. Ik schrijf namelijk bij het thema ‘daar zit meer achter’ dat ik moeite heb om onbevangen van uitzonderlijke sportprestaties te genieten, omdat zo vaak achteraf is gebleken dat doping daar een rol in speelde. Als recent voorbeeld van die moeite geef ik de eerste schaatser die de 500 meter onder de 34 seconden aflegde. Helaas is Pavel Koelizjnikov inmiddels zwaar verdacht (iets wat ik nog steeds ook weer niet vertrouw, maar dat terzijde). Dat nieuws kwam binnen op de dag dat ik de drukproeven van die column corrigeerde. Ik zuchtte maar weer eens diep…

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

Sommige passieven kun je beter wel vermijden

Louise Cornelis Geplaatst op 30 maart 2016 door LHcornelis22 maart 2016  

Voor de trouwe lezers van dit weblog is het geen nieuws dat ik het schrijfadvies ‘vermijd de lijdende vorm’ veel te ongenuanceerd vind, in het algemeen, maar zeker ook voor literaire teksten. Ik schreef in september bijvoorbeeld nog over een geslaagde passief in een boek van de toen net overleden Joost Zwagerman. Maar onlangs las ik een boek waarin de lijdende zinnen mij wel stoorden; volgens mij zijn ze daar niet functioneel.

Ik heb een passage ook nog even aan een andere lezer voorgelegd, want soms denk ik wel eens: ik heb last van beroepsdeformatie, ik ben immers op die constructie gepromoveerd. Maar ook die lezer vond dat er wat rammelde.

Het gaat om het boek Strak plan van Judy Westerveld. Sowieso geen heel geweldig boek: ik vond de verhaallijn ‘beveiliger neemt junk in huis en raakt dan uiteindelijk zelf verslaafd en aan lager wal’ vermakelijk maar ook ongeloofwaardig. En ik ergerde me dus aan de stijl. In het boek kijken we mee met die beveiliger, Roel, de hij in het boek. Vaak is dat probleemloos, zoals bijvoorbeeld op p. 20:

‘Nu mag jij iets zeggen,’ zegt Roel terwijl hij gaat zitten. Hij probeert vriendelijke te klinken, na zijn instructies moet hij de teugels een beetje laten vieren, correcties hebben alleen maar resultaat als iemand er ontvankelijk voo ris. Hij zoek naar woorden (…) Dan glimlacht hij maar een beetje.

Maar soms is die Roel/hij buiten beeld in een passief, zoals twee pagina’s verderop  na een witregel:

Onder uit de muurkast worden de dubbel lock-handboeien gevist die hij ooit bij zijn favoriete dumpzaak aan de Korte Hoogstraat kocht. Voor het eerst doet hij ze bij iemand om. Het is fijn, zo soepel als de sleuteltjes draaien en met voldoening hoort hij het klikgeluid…

Ik kan dat bijna niet anders lezen dan dat degene die dat ‘vissen’ doet, niet zomaar Roel is. Immers, Roel is de hele tijd Roel of hij in de tekst, terwijl de lijdende vorm hem juist buiten beeld zet. Maar het is Roel toch echt wel. Net alsof hij zich een beetje van zichzelf distantieert?

Nog een pagina verderop, ondertussen is Roel steeds weer hij-hij-hij geweest die boodschappen gaat doen, en dan staat er:

Twaalf minuten later worden niet alleen meel, melk en eieren, maar ook schenkstroop, appels en andere in de winkel haastig bij elkaar gegriste etenswaren op het aanrecht uitgestald. Ieder product wordt hardop benoemd.

Weer zo’n moment: hè, doet Roel dat niet zelf? Is die junk dan boodschappen gaan doen? Maar die zit met die handboeien vast. Of kijken we nu door de ogen van die junk? Maar nee, want de tekst gaat daarna weer gewoon met hij verder en dan blijkt dat we nog steeds ook een beetje in Roels hoofd kunnen kijken:

Dat gaat vanzelf, en nu hij er eenmaal mee begonnen is, kan hij niet meer stoppen.

De lijdende vorm kán een bijzonder en sterk perspectiefeffect bewerkstelligen juist door die vervreemding van de handelende persoon, maar hier is dat alleen maar verwarrend. Hier zou ik zeggen: ga juist maar door met dat persoonlijke, identificatie-mogelijk-makende perspectief van het persoonlijk voornaamwoord. De hoofdpersoon is dan gewoon Roel of hij, en niet een onzichtbare handelende persoon van een passief.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Cruijff als taalvirtuoos

Louise Cornelis Geplaatst op 24 maart 2016 door LHcornelis24 maart 2016  

CurijffIk ben al te jong eigenlijk om me Johan Cruijff als actieve voetballer te kunnen herinneren. Als ik een jongen was geweest, had dat mogelijk anders gelegen, maar voetbal was in mijn tijd niks voor meisjes – en dat dat niet zo is, heb ik pas op latere leeftijd ontdekt.

Vandaar dat ik Cruijff vooral ken als iemand die regelmatig illustere uitspraken deed. Ik mag hem graag citeren, en het is dan ook niet voor niets dat mijn enige wetenschappelijke publicatie van de laatste dikke 15 jaar heet: ‘Het piramideprincipe – je gaat het pas zien als je het doorhebt.’ (in Studies in taalbeheersing 4) Om Cruijff daar precies te citeren heb ik toentertijd het citatenboek van Sytze de Boer gekocht – en met veel plezier gelezen. Cruijff was waarlijk een (net een beetje gekke) taalvirtuoos! Met een knipoog, en dat is precies wat ik graag heb. Op een dag als vandaag sta ik daar dus even bij stil.

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Spanningsvelden bij goed adviseren

Louise Cornelis Geplaatst op 23 maart 2016 door LHcornelis24 maart 2016  

In het college Adviseren over communicatie hebben de studenten vorige week allemaal een antwoord geschreven op de vraag ‘wat maakt een communicatie-advies goed?’, op basis van de stof van de eerste tien colleges (literatuur, practica, gastcolleges). Ik heb me met het nakijken goed vermaakt. Met 28 studenten geeft dat even zo veel antwoorden, en met de meeste daarvan kan ik het prima eens zijn. Ze verschillen in aanpak, breedte en invalshoek en ook wel van mening. En dat kan en mag, bij zo’n thema.

Twee verschillen van mening waarbij het volgens mij geen kwestie is van gelijk/ongelijk hebben haal ik er even apart uit – ze zetten me aan het denken, want volgens mij begeef je je als adviseur op deze twee spanningsvelden en pakt de uitkomst elke keer anders uit:

  1. De mate van maakbaarheid. Is goed adviseren iets wat je als adviseur in de hand hebt, bijvoorbeeld een kwestie van het doorlopen van een goed stappenplan of het hanteren van een goed instrument, of is het toch grotendeels of helemaal buiten je eigen controle, en hangt het er bijvoorbeeld vooral vanaf of de geadviseerde zelf wel voldoende betrokken is? Ikzelf ben geneigd weinig in maakbaarheid te geloven. Je kunt nog zo zeer je best doen, het is altijd maar afwachten hoe het advies valt bijvoorbeeld.
    Maar dat neemt niet weg dat je als adviseur wel degelijk je werk goed moet doen, en daar kan een stappenplan of instrument bij helpen. In het college speelden bijvoorbeeld het stappenplan van ’t Lam en instrumenten als TGI, de performance benadering en Kotters planned change een rol. Nuttige hulpmiddelen – als je je maar een beetje bescheiden opstelt over wat je daarmee kunt bereiden. Ik heb bijvoorbeeld bij een paar studenten wat tegengas gegeven tegen het idee dat een adviseur een ‘helicopterview’ kan of moet hebben. Niemand heeft die; geen enkel instrument geeft je die – je bent toch eerder een nietige worm. Maar in je analyse streven naar een breed beeld is prima natuurlijk.
  2. De klant centraal stellen versus bij jezelf blijven. Al te zeer hameren op de geadviseerde centraal stellen kan worden: jezelf wegcijferen. Een al te grote stelligheid over wat de adviseur allemaal ‘moet’ vind ik daarom niet zo geschikt, en andere al te absolute uitspraken over de plichten van de adviseur ook niet. ‘100 % onvoorwaardelijke aandacht geven’ bijvoorbeeld – wie kan dat, ooit? Gewoon goed je best doen is goed genoeg. En daarbij komt dus zeker ook: bij jezelf blijven, grenzen stellen, ‘nee’ durven zeggen, confronteren, het oneens durven zijn met de klant, enzovoort. Maar dat is wel een spanningsveld. Adviseren is daarin niet alleen: in alle dienstverlenende beroepen is het laveren tussen de belangen van jezelf en van die ander. Die overigens helemaal niet zo strijdig hoeven te zijn. Klanten hebben immers op de langere termijn niks aan ja-knikkers. Om dat te onderstrepen hebben nogal wat studenten met instemming verwezen naar een artikel van Willy Francissen in Tekstblad over adviseren als tekstschrijver. Zij bepleit standvastigheid – soms moet je gewoon streng zijn!

De essays van de studenten waren trouwens geschreven volgens het piramideprincipe. Ook dat was leuk om te zien: de meesten konden daar goed mee uit de voeten, ondanks dat ze maar beperkte instructie gehad hadden. Het meest weerbarstige punt voor ze, en dat verbaast me niets, was het formuleren van de hoofboodschap! Ze kunnen de komende tijd nog een paar keer oefenen, want er volgen nog twee geschreven stukken en een presentatie.

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Etiquette-overzicht

Louise Cornelis Geplaatst op 21 maart 2016 door LHcornelis15 maart 2016  

In mijn vakblad Tekstblad stond laatst een recensie van een boek over zakelijke etiquette van wijlen Magda Berman. Tekstdeskundigen komen natuurlijk in contact met andere mensen in de zakenwereld en dan zijn goede manieren belangrijk, maar ook leunt ons vak tegen de etiquette aan. In het boek staan hoofdstukken over taalgebruik en non-verbale communicatie. Ik was er wel benieuwd naar, vanuit beide perspectieven, dus of ik er nog wat van kon leren op het gebied van mijn omgang met zakelijke contacten, en naar de talige etiquette.

Het boekje is aardig vanwege de voorbeelden, sommige met humor, en de interviews tussen de gewone tekst in. Maar ik vind het ook wat rommelig (onduidelijke volgorde van de hoofdstukken) en uit balans. De verschillende dress codes en tafelmanieren staan uitgebreid beschreven maar over andere onderwerpen gaat het kort, waardoor bijvoorbeeld het gedeelte over omgang met buitenlanders wel heel erg oppervlakkig en daardoor stereotiep is – je kunt moeilijk in acht paginaatjes uitleggen hoe je om moet gaan met Engelsen, Amerikanen, Duitsers, Fransen, Japanners, Belgen, Zweden en Chinezen. Toch doet ze dat wel. Een enkele keer staat er ook een zwaktebod dat een beroep doet op je eigen gevoel voor wat wel en niet kan, bijvoorbeeld als het gaat over humor op het werk (p. 40).

Het gedeelte over communicatie valt wat mij betreft onder de te summiere categorie. Bijvoorbeeld: er staat in dat het niet netjes is om in gezelschap met je telefoon bezig te zijn. Wat mij betreft een waarheid als een koe, en dat is nou echt iets wat iedereen wel aanvoelt, lijkt me. Maar toch gaat dat heel vaak mis. Waarom? Dus waarom is het op dit punt zo moeilijk om respect te tonen voor de aanwezigen? Daar had ik wel graag iets over gelezen.

Dat punt van respect, dat vond ik wel een aardige invalshoek voor etiquette. Het is dan minder een dwangbuis van ‘zo heurt het’. Toch blijf ik dat nog wel vinden. De rangen en standen en sexeverschillen zijn bijvoorbeeld nadrukkelijk aanwezig. Is dat nou echt zo nodig?

Ik vond het leuk om het eens allemaal zo op een rijtje te zien, want het boekje wel breed. Maar ik ga niet mijn best doen te onthouden hoe ik mijn servet precies moet vouwen, neerleggen en weer oppakken. Gelukkig zit ik ook niet zo heel vaak zo formeel aan tafel dat dat moet. Net zoals ik me ook al jaren niet meer het hoofd heb hoeven breken over wat ik aan moet bij black tie. In de tijd dat ik dat nog wel eens deed, was dit boekje welkom geweest.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

E-boek Adviseren met perspectief

Louise Cornelis Geplaatst op 18 maart 2016 door LHcornelis15 maart 2016  

Onlangs is mijn boek Adviseren met perspectief ook als e-boek verschenen. Het is bijvoorbeeld te koop bij Mijn Studieboek. Het is een PDF van de gedrukte versie, en even duur. Ik moet bekennen dat ik me daar zelf voor schaam, voor die prijs-kwaliteitverhouding; ik heb er niets over te zeggen gehad (komt misschien nog wel).

Maar voor wie mijn boek liever digitaal heeft: dat kan dus nu.

 

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

ACCA en de piramide: one step at the time

Louise Cornelis Geplaatst op 15 maart 2016 door LHcornelis2 maart 2017  

Ik geef nog steeds met enige regelmaat een piramideprincipetraining bij McKinsey. We gebruiken daar een fraai aanvullend framework, ACCA. Anders dan sommige andere McKinsey-frameworks is dat een redelijk onbekende. Laatst was ik voor een andere opdrachtgever op zoek naar publicaties erover en toen vond ik het genoemd op een pagina over strategische communicatie en, in iets andere woorden maar wel mooi uitgelegd, over problem solving. Daar wordt het echter niet in verband gebracht met het piramideprincipe en dat is nou juist het bijzondere eraan.

Het ACCA-framework is op zich een simpel model van hoe mensen een verandering gaan accepteren, bijvoorbeeld in een organisatie die in zwaar weer is terechtgekomen. Dat gaat in die vier stappen: Awareness, Comprehension, Commitment en Action. Stel, ze weten eerst nog van niks. Dan is de eerste stap dat ze zich bewust worden van het zware weer: de A van Awareness. Als ze eenmaal ‘aware’ zijn, kunnen ze vervolgens gaan begrijpen hoe de oplossing eruit gaat zien: de C van Comprehension. Als ze de oplossing begrepen hebben, kunnen ze zich ermee gaan verbinden: de tweede C, van Commitment. En daarna (pas daarna!) kunnen ze in Actie komen.

Het hele eiereneten van strategische communicatie in zo’n lastige situatie is dat mensen per communicatiemoment maar één stap tegelijk kunnen zetten. Als mensen nu nog denken ‘niks aan de hand’, kun je ze niet in één speech ’toeduwen’ naar actie ten behoeve van de reorganisatie of iets dergelijks. Managers, consultants en andere lieden op strategisch niveau zouden dat wel graag willen – in hun ogen duurt het proces van ACCA altijd heel lang. Publiek te snel langs ACCA jagen geeft echter de beruchte weerstand.

Voor elke communicatie in zo’n lastige verandersituatie, formeel of informeel, is het belangrijk in te schatten waar je communicatiepartner op dat moment op ACCA staat. Je doel is dan dus hem/haar maximaal één lettertje op te laten schuiven, om over die volgende letter overeenstemming te bereiken.

Wat nu de aardige relatie met het piramideprincipe is, is dat wat de hoofdboodschap is in de piramide voor een betoog dat mensen Aware wil maken,  in de presentatie daarna (Comprehension) in de inleiding zit. Je veronderstelt dus telkens het voorafgaande als bekend, en met zoiets bekends kun je prima openen. Op die manier kun je dus de vier piramides in hun samenhang ontwerpen. Dat kan er dan ongeveer zo uitzien:

A: Jullie hebben in het nieuws gehoord dat onze markt onverwacht hard krimpt. Jullie vragen je misschien af wat dat voor ons bedijf betekent. Ik heb slecht nieuws: we verkeren in zwaar weer’

C: ‘De vorige keer hebben we gezien dat ons bedrijf in zwaar zit. Jullie vragen je nu af: wat is daaraan te doen? Welnu, de oplossing is X’

C: ‘De vorige keer hebben we gezien dat we met X aan de slag gaan. Jullie vragen je nu af: wat betekent dat voor jullie werk?’ 

A: ‘De vorige keer hebben we in grote lijnen gezien wat er op jullie afkomt. We gaan nu bekijken precies wie wat de komende tijd moet doen’. En dan aan de slag! 

Verder is het ook zo dat in het begin de vervolgvraag onder de hoofdboodschap vooral waarom zal zijn, en daarna meer hoe. De eerste A vraagt om een stevige argumentatie over waarom het bedrijf er zo slecht voor staat; de laatste A leidt tot een implementatieplan, voorzien van namen en deadlines. Bij de twee C’s kun je verschillende kanten uit, die vind ik vanuit communicatie ontwerpen lastig van elkaar te scheiden. Wat ik sowieso verwarrend vind aan ACCA is dat de eerste A slaat op het probleem, en de CCA daarna op de oplossing. Maar goed.

Tot slot: er is  ook een overeenkomst met strategische communicatie binnen een adviestraject: ook daarin kan het handig zijn om eerst overeenstemming te bereiken over het probleem, dan over de oplossingsrichting, en die dan concreter te maken. Ook dan zie je de eerdere hoofdboodschap naar de situatie-complicatie van de inleiding verschuiven.

 

 

Geplaatst in Presentatietips, Veranderen | Geef een reactie

Een welkom boek

Louise Cornelis Geplaatst op 11 maart 2016 door LHcornelis7 maart 2016  

Cover boekOp de NACV-meeting kreeg ik een boekentip toen het ging over weerstand tegen adviezen: De onwelkome boodschap. Ik ging daarnaar op zoek en keek in eerste instantie een beetje op mijn neus omdat het én nogal oud is (1999 en zelfs alleen nog maar tweedehands verkrijgbaar) én als ondertitel heeft ‘hoe de vrijheid van wetenschap bedreigd wordt’ – terwijl ik niet doelde op weerstand tegen de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, maar het advieswerk in de praktijk.

Desalniettemin heb ik het besteld (was dus ook niet zo duur, als tweedehandsje; ik zie dat de prijs bij Bol inmiddels wat omhoog is gegaan) en gelezen, en in tweede instantie ben ik er juist heel enthousiast over: ik heb het ademloos uitgelezen. De schrijfstijl is hier en daar misschien ietsje oubollig en een tikkeltje langdradig, maar ook wel heel aangenaam (ik ben er niet achter waar dat ‘m precies in zit). En verder zijn het eigenlijk allemaal best wel spannende verhalen die misschien al van even geleden zijn, maar die (denk ik) onveranderd actueel zijn qua strekking.

Het boek bestaat, na een iets droge inleiding, uit allemaal voorbeelden van onderzoek waarvan de resultaten controversieel waren. Bijvoorbeeld voor de overheid: onderzoek naar de haringstand sloot niet aan bij het overheidsbeleid voor de visserij. Maar ook voor bedrijven: het meest ervan langs krijgt de farmaceutische industrie die bijvoorbeeld (dat herinner ik me nog vagelijk) onderzoek dat aantoonde dat de pil het risico op trombose vergroot bagatelliseerde. Bagatelliseren, ontkennen, negeren, aanvallen, monddood maken… de strategieën om met onwelkome boodschappen om te gaan zijn talrijk.

De onderzoeker hield in deze gevallen meestal voet bij stuk, waardoor dit allemaal affaires zijn kunnen worden. Aan het eind van het boek gaat het nog even over de persoonlijke kant ervan: het betreft mensen met een Galileïsche instelling, voor wie het gaat om de waarheid. Ze zijn daarbij wel vasthoudend, om niet te zeggen ‘hoekig’ (p. 159) of in de ogen van sommigen zelfs ‘querulant’ (p. 160). De vraag is of ze dat al waren vanaf het begin, of worden als ze in het nauw gedreven worden. Dat vind ik een interessante kwestie.

En er bleek wel degelijk een link met mijn werk. Waar het boek mij toe inspireert is om niet te makkelijk mee te gaan met de geluiden die ik wel eens hoor van adviseurs: ‘dit kan ik niet zo luid en duidelijk zeggen want dat pikt mijn  klant niet’ of ‘de opdrachtgever wil dat er niet in hebben’ of ‘laten we maar geen expliciete boodschap opnemen’ ofzoiets. Tactisch zijn is helemaal prima, maar ergens ligt daar een grens waarin je onwelkome waarheden weg gaat moffelen. Die grens ga ik scherper in de gaten houden.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid
  • Frieten zonder c
  • Fietsen langs de sporen van het Nederlands in de VS

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (323)
  • Opvallend (560)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (900)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑