↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Publieksgericht weerleggen

Louise Cornelis Geplaatst op 2 november 2009 door LHcornelis2 november 2009  

Vorige week ging het op het debatcollege over de tegenargumentatie: het weerleggen van een stelling. Dat doen beide partijen: de tegenstanders weerleggen de argumentatie van de voorstanders, en omgekeerd. Het tweede hoofdstuk ging in het algemeen over de compositie van een debatbeurt: hoe kom je van een droog overzicht van de argumentatie tot een aantrekkelijk pleidooi?

Bovendien naderen de proefdebatten van de studenten, dus de hoogste tijd voor hen om eens even uit te proberen hoe dat is, debatteren. Ik had ze gevraagd om te bedenken wat zij graag zouden willen veranderen aan iets waar ze zelf onderdaan of lid van zijn, dus bijvoorbeeld in ons land, op de universiteit, of bij een vereniging. Die wens moesten ze omzetten in een beleidsstelling die ze in maximaal anderhalve minuut moesten verdedigen. Vervolgens mochten de anderen daar kort tegenwerpingen tegen inbrengen. Een heel kort en informeel debatje per student, dus. Er zijn er vijf aan de beurt geweest, de rest volgt woensdag.

Wat bleek?

  • Bij de weerlegging van een standpunt zijn de studenten erg voorzichtig. Ze hebben de neiging om de voor-pleiter een vraag te stellen, zoiets als ‘zou het niet ook kunnen zijn dat….?’ of ‘maar heb je dan wel gedacht aan….?’ Terwijl een echt verweer stellig is: ‘je ziet dit helemaal verkeerd’ of ‘je vergeet een belangrijk punt’. Kunst is om dan wel netjes te blijven!
  • Als het onderwerp dichterbij komt, is het voor de spreker makkelijker om het publiek te bereiken, maar voor de weerleggers ook makkelijker om tegenargumenten te bedenken. Een stelling die te maken heeft met de vertrektijden van de bussen vanaf de universiteit vindt dus makkelijk een welwillend luisterend publiek, maar datzelfde publiek bedenkt zonder enige moeite een hele serie tegenargumenten. Bij een stelling over de introductie van een kiesdrempel voor het parlement (het Duitse model) ging het publiek veel glaziger kijken – maar het was ook het zwijgen opgelegd. Daar konden ze zo gauw niks tegenin bedenken. Enerzijds is dat mooi, anderzijds is het de vraag of je zo het debat kunt winnen. Dat kan immers niet als de argumenten over de hoofden van het publiek (of de jury) heen gaan. De argumenten kunnen nog zo goed zijn, ze moeten publieksgericht worden gebracht.
  • De tijd was te kort om een standpunt echt goed te verdedigen. Dat zat hem vooral in de voorbereiding: als de studenten er langer over na hadden kunnen denken en wat informatie hadden kunnen zoeken, zouden ze hun standpunt veel beter hebben kunnen verdedigen, als tenminste hun spreektijd dan niet te kort geweest was. Anders gezegd: goed debatteren vergt een degelijke voorbereiding, óók op de beperkte tijd. Want straks in de proefdebatten is de spreektijd weliswaar langer, maar ook begrensd. en de voorbereidingstijd heb je weliswaar vóór het debat, maar niet meer tussendoor, dus soms zul je ad hoc iets moeten verzinnen om de tegenpartij van repliek te dienen. Dat snelle reageren is in zo’n informeel mini-debatje te oefenen.

 

PS Ik heb de studenten net via Blackboard geattendeerd op http://www.human.nl/?pg=nws&nwsid=3998, een tip die ik weer kreeg van één van hen: vanavond een documentaire over Theo van Gogh.

Geplaatst in Gesprek & debat | Geef een reactie

Verschenen: jip-en-jannekebrief

Louise Cornelis Geplaatst op 2 november 2009 door LHcornelis2 november 2009  

Hèhè, kan ik eindelijk weer bloggen… sinds de vorige post hadden we een probleem met onze internetverbinding – wat ik overigens zelf veroorzaakt bleek te hebben, zo ontdekten we na een poosje. Kwestie van verkeerde stekkertje, je kent dat wel. En maar mopperen op XS4All ondertussen, tsja… Het kwam goed op de valreep van een druk weekend. En nu kan ik me dus eindelijk weer eens melden. Ondertussen is mijn ingezonden brief aan Onze Taal verschenen over de oorsprong van de term jip-en-janneketaal, waar ik al twee eerdere posts aan wijdde: https://lhcornelis.nl/weblog/?p=440 en https://lhcornelis.nl/weblog/?p=422.

PS paar dagen later: ik heb ook het lemma van Wikipedia over Jip en Janneke aangepast voor wat betreft de herkomst van de term Jip-en-Janneke-taal. Dat was voor het eerst dat ik ‘wikipediade’ – en wat gaat dat verbazingwekkend makkelijk, zeg! Kan ik weer wat ‘afvinken’: omdat het allemaal schriftelijke communicatie is en dat mijn vak is, wil ik zo veel mogelijk van de nieuwe media op z’n minst uitproberen. Van de zomer deed ik dat met Twitter, eerder al eens met MSN; forummen en bloggen doe ik al jaren, en nu heb ik dus een klein dingetje bijgedragen aan Wikipedia – en dat kan ik best vaker doen!

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

Zelf geredigeerd worden

Louise Cornelis Geplaatst op 26 oktober 2009 door LHcornelis26 oktober 2009  

Op dit moment ben ik bezig met het verwerken van de correcties die mijn redacteur, Nicole Soons, heeft aangebracht in het manuscript van mijn boek over mijn fietsreis door Afrika. Het doel van zo’n redactieslag is natuurlijk het verhogen van de kwaliteit van het boek. Maar daarnaast leer ik er ook van. Ik leer vooral een paar nieuwe blinde vlekken van mezelf kennen: automatismen die makkelijk uit mijn pen rollen, maar die ofwel gewoon fout zijn, ofwel die beter kunnen, wat wil zeggen: lezergerichter.

Grappig voorbeeld van die eerste categorie: ik heb ooit eens het woord bloedzuchtig opgeschreven waar het ging over malariamuggen. Dat woord komt weliswaar vaker voor op internet, maar het moet eigenlijk natuurlijk bloeddorstig zijn. Ergens wéét ik dat wel, maar in de maanden dat ik met het boek bezig ben geweest, was bloedzuchtig voor mij een normaal woord geworden. Een mooi voorbeeld van hoe lastig het redigeren van je eigen tekst is: alles wordt op den duur ‘gewoon’, je krijgt een soort tekstblindheid.

Voorbeeld van de tweede categorie was dat Nicole een aantal aanhalingstekens heeft toegevoegd op plekken waar ik mezelf denkend opvoerde. Ik had dus staan:

Toen ik vier jaar voor ons vertrek van het bestaan van de Tour d’Afrique hoorde, dacht ik meteen: dat kan ik misschien wel, maar dat schud ik niet uit mijn mouw – maar zo’n doel om voor te trainen is wel aantrekkelijk.

Dat is nu:

Toen ik vier jaar voor ons vertrek van het bestaan van de Tour d’Afrique hoorde, dacht ik meteen: ‘Dat kan ik misschien wel, maar dat schud ik niet uit mijn mouw – maar zo’n doel om voor te trainen is wel aantrekkelijk.’

Klein verschil, wel beter voor de lezer. Want die ziet nu waar mijn gedachten beginnen en eindigen.

Redigeren leidt ook weer tot nieuwe dilemma’s. Ik gebruik nogal eens de ondanks dat-constructie:

Leon fietste tot in Zuid-Ethiopië alles, ondanks dat hij tobde met de gevolgen van een val in Soedan: ontstoken wonden.

Zo’n ondanks dat is eigenlijk een spreektalige verkorting van ondanks het feit dat. Onze Taal vindt het niet heel fout, dus ik zou het kunnen laten staan. Om het echt netjes te doen, is simpelweg het feit toevoegen een oplossing, en ook de oplossing die Nicole had aangedragen. Maar dat vond ik niet kloppen: ergens mee tobben is in mijn ogen te subjectief om het een feit te noemen. Hoewel is een aardige oplossing, maar uiteindelijk heb ik gekozen voor ‘ondanks getob met…’

Dit soort details – voor mij is het niet het leukste of interessantste aan schrijven. Maar ik vind het wel belangrijk. En gelukkig leer ik er zelf van. De volgende keer zoek ik mijn eigen tekst door op ondanks en op denk/dacht. En bloeddorstig zal me nog lang even doen glimlachen. ‘Bloedzuchtig,’ denk ik dan.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Nogmaals Been en Luyendijk

Louise Cornelis Geplaatst op 26 oktober 2009 door LHcornelis26 oktober 2009  

Twee aanvullingen op de posts op dit weblog van vorige week:

1. ‘Hmm,’ bromde mijn Feyenoord-informant nadat hij vorige week mijn stukje over de schrijfstijl van Mario Been had gelezen, ‘Been laat het deze week anders mooi afweten.’ Wat is het geval? Vorig weekend verloor Feyenoord van Sparta, een gevoelige nederlaag gezien de ranglijst en de Rotterdamse rivaliteit. Voor het eerst dit seizoen volgde er niet binnen 24 uur een mailtje van Mario Been. Eerder verlies had hij nog ruiterlijk toegegeven; ging dit hem te ver? Kom op, Mario, noblesse oblige!

2. Over Joris Luyendijks hekel aan Powerpoint: in Villamedia Magazine van 23 oktober duikt op p. 8 (‘Nieuws’) Luyendijk weer op. Het stukje gaat over Luyendijks visie op de werkwijze van de Nederlandse journalistiek, die hij achterhaald vindt. Hij verwoordde die visie in de Johan de Witt-lezing. Wat mij opviel, was dat er staat dat Luyendijk een ‘niet-uitgesproken lezing’ hield: hij heeft zijn tekst alleen in papieren vorm uitgereikt. Hij wordt geciteerd: ‘Drie kwartier luisteren naar een persoon die een tekst voorleest, kunt u zich iets voorstellen dat nog saaier is?’ In plaats daarvan sprak hij ‘losse gedachten’ uit.

Enerzijds heb ik hierbij een sterk gevoel van herkenning: Luyendijk doet wat ik zo vaak heb aangeraden. Als een presentatie alleen maar dient om mensen iets mede te delen, zet het verhaal dan op papier en geef het ze. Daarvoor hoef je zelfs niet bij elkaar te komen.

Anderzijds weet ik ook dat ik dat altijd slechts quasi-aanraad: om mensen erover na te laten denken waarvoor je dan wél bij elkaar komt. En met dat in mijn achterhoofd vind ik Luyendijks actie toch jammer. Drie kwartier luisteren naar een goede spreker is helemaal niet saai, en kan juist betrokkenheid creëren die je op papier nooit krijgt. Tekst voorlezen is niet hetzelfde als goed spreken.

Net als met het Powerpointverhaal lijkt het erop dat Luyendijk zich nogal laat bepalen door slechte voorbeelden van spreken en presenteren. Het is goed dat hij die slechte praktijk niet accepteert, en misschien weet hij ook wel dat hij geen goede spreker is, en inderdaad bloedeloos zou moeten voorlezen. Maar het is jammer dat hij niet zelf probeert het wél goed te doen.

Geplaatst in Presentatietips | Geef een reactie

Luyendijk over Povere Pruts Presentaties

Louise Cornelis Geplaatst op 23 oktober 2009 door LHcornelis23 oktober 2009 1

Niet te versmaden natuurlijk: Joris Luyendijk, bezig met een journalistiek experiment met elektrische auto’s, ging afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad tekeer tegen Powerpoint. Zijn column staat gelukkig ook online, zodat hij nog te lezen is, maar vooral ook omdat de reacties de moeite waard zijn.

Ik kan me overigens goed vinden in Luyendijks verhaal, en vooral in zijn belangrijkste diagnose: een te grote focus op het Powerpointmateriaal staat contact maken met het publiek in de weg. Dat is gewoon waar. Zowel in mijn boeken over het maken van presentatiemateriaal als in alle trainingen gaat het daarom in de eerste plaats niet over het prutsen met Powerpoint, maar om de twee dingen die veel belangrijker zijn dan dat: betrokkenheid creëren met het publiek en het vertellen van een goed verhaal.

Toch krijgt Powerpoint in Luyendijks verhaal en in de reacties erop te veel schuld. Sprekers die zo bezig zijn met hun sheets dat ze de zaal vergeten, konden zonder Powerpoint ook dat contact niet maken. Die sheets zijn een bliksemafleider van hun eigen angst. Een goede spreker kan ondanks en zelfs dankzij sprekende sheets juist wél dat contact maken. Powerpoint is immers slecht een middel. Dat middel kun je goed en slecht inzetten.

Dat je veel slechte Powerpointpresentaties meemaakt, heeft ermee te maken dat er simpelweg veel slecht gepresenteerd wordt. Vroeger was dat ook zo. Eén vorobeeldje: ik kan me herinneren dat mijn scriptiebegeleider al zei dat op een gemiddelde wetenschappelijke conferentie hooguit eenderde van de presentaties echt goed was. Hij doelde vooral op de inhoud, maar als die al te slecht gebracht wordt, krijg je daar niet veel van mee. En ik heb het nu over 1991, een tijd waarin bij ons alfa’s zelfs het handmatig tekenen of schrijven op overheadsheets nog niet voorkwam.

Anders gezegd: je hebt goede presentaties en slechte presentaties. En je hebt Powerpoint. Met Powerpoint kan je het goed doen, of slecht. Slechte, en dat is vaak: bange, sprekers zullen misschien al eerder naar Powerpoint grijpen, en daar vervolgens te afhankelijk van worden. Maar dat is dus niet de schuld van het computerprogramma.

Wel is het inmiddels zo dat er een tamelijk bloedeloze presentatiecultuur ontstaan is, waarin Powerpoint een hoofdrol speelt. En de neiging tot ‘per plaatje peroreren’ (uit één van de reacties op Luyendijks blog) is ook een bijverschijnsel van het programma – aan de hand van Powerpoint vertel je een verhaal anders, meer per plaatje, dan wanneer je het zonder zou doen. In die zin bepaalt het programma wel degelijk onze presentatiewijze.

De kunst is dat je Powerpoint laat doen wat jij wilt dat het doet, niet andersom. Als je het hulpmiddel beheerst, is het precies dat: een hulpmiddel. En soms een bijzonder fraai, handig en nuttig hulpmiddel.

Geplaatst in Presentatietips | 1 reactie

Wiens spelling?

Louise Cornelis Geplaatst op 22 oktober 2009 door LHcornelis22 oktober 2009  

Soms komen er dingen uit onverwachte hoek bij elkaar. Zoals sommigen van jullie weten, ben ik fan van The Who. Nou is er, jawel, op de site van de New York Times een spellingsdiscussie losgebarsten naar aanleiding van een knipoog van een columnist naar het Who-nummer ‘The kids are alright’. Alright, nee, all right, zoals de stijlgids van de NYT het wil…

Mag een columnist spellen zoals hij wil? Van mij wel!

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Niets is beter dan dat ene woord…

Louise Cornelis Geplaatst op 21 oktober 2009 door LHcornelis21 oktober 2009 1

Van het volgende type mailtjes worden er dagelijks in ons land duizenden rondgestuurd:

Geachte meneer [achternaam],

Regel al uw Y-zaken online!
Graag informeer ik u via dit bericht over de mogelijkheden om diverse zaken online te regelen via de online service omgeving: MijnY
U ontvangt dit service bericht van Y op het e-mail adres dat op dit moment bij uw account geregistreerd staat.
Heeft u vragen of opmerkingen over MijnY, dan kunt u een e-mailbericht sturen naar  ..@Y.nl
Bent u verhuisd, heeft u een nieuw telefoonnummer gekregen? Houd Y hiervan op de hoogte zodat u geen post hoeft te missen. U kunt uw adres op MijnY wijzigen en/of ontbrekende gegevens aanvullen.

Niks op aan te merken, maar ook bepaald niet hartverwarmend. Dit is qua stijl (en misschien ook qua inhoud) de moderne zakelijke schrijfstijl, of, iets negatiever geformuleerd: de huidige clichés en stereotiepe formuleringen.

Rond dezelfde tijd kwam uit dezelfde hoek en naar ongeveer dezelfde groep ontvangers een mailtje dat als volgt begon:

Beste [voornaam],

Toen ik me zaterdagavond na de wedstrijd tegen W in de catacomben van Stadion De K meldde, waren de vragen van de journalisten kritisch. Ik vond dat wel mooi. We winnen met 3-0, houden de nul, hebben na negen wedstrijden twintig punten, zijn in elk geval voor een dag medekoploper en toch is men kritisch. Dat zegt iets over hoe er nu al tegen ons aangekeken wordt. De mensen verwachten iets van Y en dat is een goed teken.

Natuurlijk, de inhoud is anders. Maar ook de stijl is ten opzichte van de keurige clichés en stereotiepen in positieve zin een klap in je gezicht: hier stáát iemand! Zelfs zonder te weten wat Y is, denk je hier: wauw, daar praat een mens van vlees en bloed! En als je weet wie het is, zíe je hem voor je. ‘Tsjonge’, dacht ik toen ik dit las, ‘Mario Been praat tegen me’ (en vul nu zelf in wat Y, W en Stadion De K is (-;  ).

Ook al gaat dit mailtje naar een grote groep, toch is het persoonlijk. Dat zit hem er vooral in dat Mario Been (of zijn tekstschrijver) het durft om vanuit zichzelf te schrijven, in een stijl die hem op het lijf geschreven is. Ik vind dat hartstikke goed, net zoals ik het indrukwekkend vind dat dit soort mailtjes er steeds zijn nog voor de volgende werkdag begint: ze worden na en competitiewedstrijd op zondag nog ’s avonds of ’s nachts gemaakt en verzonden. Wat een dienst aan de fans!

Toch zou ik deze stijl niet aan iedereen willen aanraden. Dit is een mailtje voor fans, en die willen graag dichtbij zijn. Van vergelijkbare pogingen van organisaties die ik liever wat meer op afstand houd, krijg ik alleen maar jeuk. Een groot kabelbedrijf drukt op de facturen mijn factuur. Dat is een soort nabijheid en vertrouwdheid waar ik helemaal niet van gediend ben. En misschien vinden Ajax-fans of zelfs Y-fans die Mario Been niet zo hoog hebben (zijn die er?) dit mailtje zelfs al te klef.

Stijl komt heel nauw. Het zit hem soms inderdaad in dat ene woord: de voornaam in plaats van de achternaam, jij versus u, een fout geplaatste mijn. Met elke afwijkende keuze loop je een risico.

Als je risico’s wilt ontlopen, zijn er altijd nog die makkelijke clichés. Daar is niets mis mee. Maar bloedeloos en saai is het wel. Ik daag zakelijke schrijvers graag uit om iets meer van zichzelf te laten zien. Een Mario Been hoeven ze niet te worden. Maar iets meer vlees en bloed in zakelijk schrijven – graag.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Schrijven helpt!

Louise Cornelis Geplaatst op 19 oktober 2009 door LHcornelis19 oktober 2009  

Al vaker over gehad: dat schrijven goed is voor de geestelijke gezondheid. Wordt binnenkort weer eens aangetoond, of liever gezegd: het is al aangetoond, de promotie volgt nog. http://applicaties.csc.uu.nl/uupona/bekijkpromotie.cfm?npromotieid=2783

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Wetenschappelijke teksten tussen saai en stijlvol

Louise Cornelis Geplaatst op 19 oktober 2009 door LHcornelis19 oktober 2009 1

Interessante discussie in NRC Handelsblad. Die begon in september met publicatie van een lezing van Marita Mathijsen waarin zij betoogt dat wetenschappelijke teksten ervan zouden opknappen als de schrijvers zich zouden bedienen van meer literaire middelen: persoonlijker, meer stijlfiguren en retorische middelen, een grotere helderheid, meer creativiteit.

Afgelopen zaterdag stond er een reactie van Ad Lagendijk in de krant. Hij betoogt dat wetenschappelijk proza juist zo stereotiep mogelijk moet zijn, opdat bijvoorbeeld ook lezers waarvan Engels (want daarover gaat het natuurlijk vooral) niet de moedertaal is ermee uit de voeten kunnen. Wetenschappers leren juist een kenmerkend soort clichés aan, steriel en vol met jargon. Buitenstaanders vinden dat maar niks, maar daar zijn zulke teksten dan ook niet voor geschreven.

Mathijsen reageert op haar beurt weer. Zij verduidelijkt dat ze niet pleit voor ‘mooischrijverij’, maar in de eerste plaats voor helderheid. Daarnaast is beheersing van stijl en kunnen variëren gewoon vakmanschap.

Ik ben geneigd om met Mathijsen mee te gaan. Mij valt op aan onervaren wetenschappelijke schrijvers (en overigens ook in het bedrijfsleven) dat zij een overtrokken idee hebben van neutraliteit en objectiviteit. Mathijsen schrijft dat élke schrijver, ook de allersaaise beta-schrijver, aan de lopende band beslissingen neemt over de positionering van de feiten in de tekst. Totale neutraliteit/objectiviteit bestaat bij schrijven niet (überhaupt niet, maar dat terzijde). Panische angst voor kleur bekennen leidt tot het meest kleurloze proza mogelijk. En daar zitten schrijvers hun lezers wel degelijk mee dwars.

Een paar jaar geleden las ik met een groepje post-HBO-studenten Nederlands een ‘echt’ wetenschappelijk artikel, hun eerste. Het ging om taalkunde. Het was in het Nederlands, dus dat was het probleem niet. En dom waren die studenten ook niet. Toch hadden ze enorme moeite gehad met het artikel. Ze konden feilloos aanwijzen waar hem dat in zat: de grote complexiteit van de zinnen. We namen er een paar onder de loep, en inderdaad: er zaten zinnen in van het type dat Mathijsen omschrijft als ‘schuurpapier’. Haar voorbeeldzin analyseert ze als volgt:

Driemaal ‘in’ binnen vijf woorden, daarna een beknopte bijzin met daarin nog een bijstelling gewrongen.

Wie heeft daar baat bij? Niemand toch? Ook iemand die een tekst leest in een taal die niet zijn moedertaal is.

Mij lijkt het een zaak van vakmanschap om complexe gedachten begrijpelijk op te schrijven. Want dat was de indruk van de studenten, en ik moest hen gelijk geven: iemand die zo ingewikkeld schrijft, wil vooral heel slim overkomen. Dat anderen gaan denken: tsjonge, wat ingewikkeld, zeg, wat heeft die man complexe gedachten!

Anders gezegd: er zit veel egovertoon in wetenschappelijke teksten. En/of angst, voor subjectiviteit of om niet serieus genoeg genomen te worden. Plus wat groepsgedrag: ‘wie dit kan lezen, hoort bij onze club’. Dat zijn op zich legitieme belangen van de schrijver. Van de _schrijver_. Een lezer is meer gebaat bij waar Mathijsens voor pleit: stijl.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | 1 reactie

Positief geluid

Louise Cornelis Geplaatst op 15 oktober 2009 door LHcornelis15 oktober 2009  

In de afgelopen weken verscheen er een artikel in de krant waarvan ik dacht: goh, dat zou ik op dit weblog wel letterlijk willen overnemen, zo leuk – eindelijk eens iets positiefs over de schrijfvaardigheid van ‘de jeugd van tegenwoordig’. Welnu, overnemen hoeft niet, want het staat online: http://www.nrcboeken.nl/nieuws/revolutie-iedereen-schrijft-nu-voor-de-lol

Lezen!!! Helemaal mee eens: ‘ze’ schrijven niet slechter dan wij, ze schrijven alleen ánders – ze kunnen dingen die wij niet kunnen, en zeker niet deden toen wij zo jong waren.

(Jammer dat er niet bijstaat welk artikel uit Reading and Writing bedoeld wordt; ik heb dat nu niet kunnen vinden. De Stanford Study of Writing wel.)

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (562)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (903)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑