Net uit: Fiets van april, met daarin mijn 57e Fietsvrouwcolumn, een mini-reisverslagje van mijn bezoek aan de Olympische Spelen en de fietstochten die ik vanuit Vancouver maakte, en een prachtig artikel over Afzien voor Beginners, met daarin een voorpublicatie: een stukje uit hoofdstuk 2 van dat boek.
Konsequent
Gister schreef ik over het belang van een consequente hantering van bijvoorbeeld indelings- en structureringsprincipes bij de nog wat minder uitgekristalliseerde media. Het woord consekwent zat nog in mijn hoofd toen ik kort daarna ZAM onder ogen kreeg.
In de lead van een artikel op p. 42 staat een typo: ‘dat ik word aanzien als een…’. Kan gebeuren. Maar in de tekst blijkt bijna precies hetzelfde stukje voor te komen. Aangezien staat daar goed, maar nu is de typ-duivel in word gesloten: ‘dat ik wordt aangezien voor’. Hahaha!
Het doet me denken aan een artikel dat ik laatst las (maar al bij het oud papier heb gegooid) waar de schrijver of redacteur duidelijk had zitten worstelen met het woord luchtwegverwijder, medicijn tegen astma, bij sporters in dit geval. Jawel hoor, er stond een paar keer luchtwegverwijderaar, één keer luchtwegverwijdaar, en, hoera, aan het eind stond het een keer goed. Luchtwegverwijderaar geeft trouwens meer dan 2.000 hits bij Google. Hihihi!
Moraal van dit verhaal: als je fouten wilt maken, doe het dan konsekwent (en schrijf dat woord ook consequent!). En zo niet: hartelijk lachen!
Start voor gewoontedieren
Eén van de lastige dingen aan nieuwigheden is dat er nog geen uitgekristalliseerde conventies zijn. Dat zeg ik in trainingen wel eens over bijvoorbeeld het aangeven van de structuur in Powerpoint – de een doet het zus, de ander zo, en dat is allemaal goed. Vergelijk dat eens met tekst. Dankzij een eeuwenlang bestaan zijn er conventies voor bijvoorbeeld de inhoudsopgave, koppen, hoofdstukken, paragrafen en alinea’s. Die bieden houvast, en ze zijn natuurlijk bepaald niet toevallig.
Vandaag liep ik tegen een andere nog-niet-conventie aan: de betekenis van het woord start op internetforums. Dat start een lastig woord is, weten we allemaal sinds we er van Windows op moeten klikken om te stoppen met computeren. Maar dit is net anders.
Al een tijdje lees ik mee en post ik wel eens wat op twee forums: dat van Schrijven Online en dat van Fiets. Op beide pagina’s staat er een start-optie bovenaan, als broodkruimel. Bij forum 1 (Schrijven Online) leidt dat naar de homepage van de site; bij forum 2 (Fiets) naar de overzichtspagina van het forum. Dat is onhandig; ik begrijp nu waarom ik zo vaak ergens kwam waar ik niet wilde zijn. Liever gezegd: waarom ik bij Schrijven Online zo vaak op de homepage kom terwijl ik terug wil naar het overzicht van het forum.
Want ik vind het het handigste zoals het bij Fiets gaat. Dat is voor mij intuïtiever. En misschien ben ik er ook al meer aan gewend, want volgens mij is dat de meest voorkomende start-verwijsmethode. Maar het is dus kennelijk nog geen uitgekristalliseerde conventie. Jammer.
Want in elk geval belangrijk is, is om binnen je eigen site of Powerpointpresentatie eenduidig te zijn. We zijn gewoontedieren, en daar kun je als presentatiemaker maar beter bij aansluiten. Tenzij je bewust wil verwarren natuurlijk!
Morgen is het…
Van methode naar praktijk
Vorig semester gaf ik in Leiden een college over debatteren aan ouderejaars studenten Nederlands. Ik deed daar wekelijks verslag van op dit weblog. Vandaag ben ik begonnen met een andere serie colleges, aan tweedejaars: methoden van taalbeheersingsonderzoek. Dat onderwerp leent zich minder voor een op de praktijk gericht verslag.
Toch ga ik dat weer proberen, of liever gezegd: mijn plan is om elke week één krentje uit de pap te halen dat relevant is voor schrijvende en/of presenterende professionals. Want ook al ligt de nadruk op de wetenschappelijk, vooral methodologische kant, toch zou het zo moeten zijn (vind ik – en ik niet alleen) dat taalbeheersingsonderzoek relevant moet zijn voor de praktijk. Dat is niet altijd zo, of liever gezegd: ik ervaar vaak een kloof tussen wat ik vanuit de praktijk graag zou willen weten en wat de wetenschappelijke literatuur voor antwoorden geeft. Het lijkt er zelfs op dat hoe degelijker en verantwoorder het onderzoek in wetenschappelijk opzicht is, des te minder heb ik eraan. En omgekeerd: het meest relevante onderzoek voor de praktijk is methodologisch vaak helemaal niet zo goed.
Vandaag kwam dat meteen al aan de orde, want we bespraken een verslag van praktijkonderzoek naar schrijfvaardigheidsonderwijs, dat ik enkele jaren geleden deed met studenten aan de lerarenopleiding en waar we over publiceerden in Levende Talen tijdschrift. Praktijkonderzoek, waar methodologisch nogal wat tegen in te brengen valt, maar wat wel recht uit het hart van mijn studenten kwam en wat ook ik nog steeds belangwekkend vind, minstens als aanzet tot discussie en vervolgonderzoek. Daarom is het belangrijk dat er voor dat soort onderzoek ruimte is, dus dat niet alles wat er aan onderzoek gepubliceerd kan worden moet voldoen aan de allerstrengste wetenschappelijke normen. Dan zou de ivoren toren helemaal hoog worden namelijk.
Ons artikel bevat aanbevelingen voor de praktijk, maar dat betreft de onderwijspraktijk. Wat kunnen schrijvers in organisaties eraan hebben? Net als voor leerlingen in het middelbaar onderwijs geldt voor hen dat schrijven een complexe, veeleisende bezigheid is die je vooral met veel oefenen onder de knie krijgt. Oefenen wil niet alleen zeggen: ‘doen’. Het wil ook zeggen: er feedback op krijgen, daarop reflecteren en het resultaat daarvan in de volgende schrijfopdracht toepassen. Die feedback zou zowel op het product als op het proces moeten zijn.
Maarja, dat heb ik al heel vaak gezegd… Volgende week gaat het artikel dat we op college bespreken over de plek van overgangszinnen in een Powerpointpresentatie: voor of na de ‘klik’ naar de volgende slide? Daar heb ik op dit weblog nog nooit wat over gezegd. Dus volgende week echt iets nieuws, en het komt nog uit een pas verschenen artikel ook!
Druk-druk-druk… moet nog wennen aan mijn nieuwe rol als boekverkoper en -marketeer. Weinig echte tekst- en communicatiedingen te bloggen, dus. Eén klein dingetje dan: komende woensdag ben ik jurylid bij de debatavond van NNP.
Veel leiden lijdt tot lijden. Ofzoiets.
De ‘d’s en t’s’ zijn een struikelblok in onze spelling. Of eigenlijk zijn alleen de doubletten dat. Doubletten zjin de paren van bestaande woorden waarvan de een eindigt op een t en de ander op een d, terwijl ze hetzelfde klinken. Een voorbeeld is gebeurd/gebeurt. Daar moet je over nadenken en de spellingschecker kan je er niet bij helpen. Voor krijgd en gezegt hoef je geen regels te kennen om te weten dat ze fout zijn. Als je niet vanzelf ‘oeps’ denkt (want het woordbeeld klopt niet), dan haalt de spellingschecker ze er wel voor je uit.
Nu is het van die doubletten een bekend verschijnsel dat de meest gemaakte spelfout in de richting van de meest frequente vorm is. Gebeurd komt vaker voor dan gebeurt, en dus schrijven mensen vaker gebeurd waar het gebeurt moet zijn dan andersom.
Is het daarom dat ik eerder deze week betrapt werd op lijden waar het leiden moest zijn? Dat is ook een doublet, maar van een andere soort. En ik ben in mijn leven al veel met lijden bezig geweest. Dat klinkt dramatisch, maar dat valt wel mee: ik ben gepromoveerd op onderzoek naar de lijdende vorm, en in mijn pas verschenen boek Afzien voor beginners definieer ik afzien als ‘zelf verkozen lijden van enige duur’. Lijden is voor mij dus een heel gewoon en frequent woord. Schreef ik daarom in een persbericht over het boek dat iets tot meer afzien lijdt?
Ik ben kennelijk nog niet vaak genoeg in Leiden geweest om al dat lijden te compenseren!
Verschenen: Leven met een boel van/over mij
Net verschenen: Leven 1 (2010) met daarin maar liefst drie artikelen van en één over mij. Ik schreef een stuk over de plussen en de minnen van de vleestaks en twee recensies: een grote van de Culinaire Werkplaats (met foto’s van Henk) en een kleinere over de website van Goede Waar & Co. En er staat een aankondiging in van Afzien voor Beginners, mét foto!
De piramide van ‘Afzien voor beginners’
Vandaag verschijnt mijn boek Afzien voor beginners. In de flyer daarvan staat dat ik met de vorm van het boek knipoog naar principes die ik ken uit het zakelijk schrijven. Wat wil dat zeggen?
In de eerste plaats heb ik voor de structuur van het boek gekozen voor een piramide. Enerzijds is dat natuurlijk niet zo gek voor iemand die een groot deel van haar brood verdient met schrijvende professionals trainen in het gebruiken van die lezer- en klantgerichte structuur. Anderzijds is het toch opmerkelijk, want de meeste reisboeken hebben een chronologische of geografische structuur. De structuur is daarmee volgens mij één van de unieke eigenschappen van Afzien voor beginners.
De logische vorm van de structuur is deze:
(De cijfers 1 t/m 4 geven ‘deelredenen’ aan en de lege lijntjes op het onderste niveau geven aan dat daar nog een niveau onder zit – ik verklap hier niet alles.)
In het boek ligt de nadruk op de linkerhelft van de piramide. Mijn vijf overwegingen vormen vijf hoofdstukken, soms ook nog met wel twee niveaus van onderbouwing eronder. De overwegingen die voor anderen kunnen gelden, heb ik in de vorm van ‘vraagtekens’ tussen de hoofdstukken in gezet. Dat zijn korte stukjes, als tekstvak in de tekst verwerkt – veel korter dan de hoofdstukken.
Dus de structuur voor wat betreft de volgorde in het boek is zo:
De logica is dus piramidaal, maar de volgorde is niet strikt zoals door de logica gedicteerd – dat hoeft ook niet van het piramideprincipe; je structureert eerst naar inhoud en logica en bepaalt daarna de volgorde.
Dat geldt ook voor de plek van de hoofdboodschap. In Afzien voor beginners staat die eind, in een hoofdstuk ‘conclusie en aanbevelingen’. Ik geef weliswaar in de inleiding al wel een hint dat er een overkoepelende boodschap in zit (‘Ik trek daar een conclusie uit die deels persoonlijk is en deels een aanbeveling voor gebalanceerd afzien.’), maar ik heb ervoor gekozen om de spanning erin te houden en de lezers aan te zetten tot meedenken. Dat is wel gelukt, vertelden proeflezers mij. ‘Leuk, een denkboek’ zei er eentje.
De hoofdboodschap aan het eind maakt het boek bovendien meer essay dan advies, en dat accent klopt.
Binnen de hoofdstukken staat de hoofdboodschap wel prominent vooraan in de vorm van de hoofdstuktitel (boodschaptitels) en ook per paragraaf geef ik vooraan al veel inhoud weg. Niet altijd alles, want ook binnen de hoofdstukken mag wel iets van essayistische spanning blijven. Soms volg ik binnen het hoofdstuk of paragraaf overigens wel een ‘gewone’ chronologische of geografische structuur.
De hoofdstuktitels zijn syntheses van het hoofdstuk, en ik heb in het schrijfproces maar weer eens ervaren hoe zeer de strengheid van het piramideprincipe helpt om goed na te denken. Ik kan het me nu bijna niet meer voorstellen, maar het synthetiseren van de paragrafen die nu hoofdstuk 1 vormen, heeft heel wat tijd en moeite gekost, en ook het moeilijkste vierde hoofdstuk is van boodschap en perspectief veranderd doordat ik anders ging denken over de inhoud. Ik heb zo van het schrijven ook inhoudelijk nog veel geleerd.
Tot zover het piramideprincipe. Waar ik ook mee speel, zijn twee vormkenmerken die je meer ziet in zakelijke teksten dan in literaire: bullet-opsommingen en tekstvakken. De bullet-opsommingen zijn echt een knipoog, en ze passen bij een strakke structuur waar ik van houd. De tekstvakken fungeren samen met de foto’s als illustraties: je kunt ze overslaan en/of los van de hoofdtekst lezen.
Met de hoofdstukken, paragrafen, sub-paragrafen, bullet-opsommingen en tekstvakken is de structuur goed zichtbaar en is er bijna geen pagina met alleen maar ononderbroken tekst. In die zin ga ik met mijn tijd mee: grote lappen tekst is voor moderne lezers steeds lastiger. Het de lezer ter wille zijn is iets wat ik ook vooral voor zakelijke teksten heb geleerd.
* * *
Ik ben benieuwd wat de lezersreacties zullen zijn, naar inhoud maar ook naar vorm. Ik heb zelf met het schrijf- en uitgeefproces weer nuttige ervaringen opgedaan die ik in mijn trainingen en adviezen kan verwerken. Over het allerbelangrijkste schreef ik al eerder: goed schrijfwerk heeft veel denkwerk nodig, en dat laat zich niet altijd dwingen in de beperkte tijd. Het schrijven aan Afzien voor beginners heeft langer geduurd dan ik had verwacht. Of liever gezegd: het denkwerk heeft langer geduurd. Daar is het boek wel beter van geworden.
Meer weten of het boek bestellen? www.afzienvoorbeginners.nl Van harte aanbevolen!
En nou moet het wéér anders….
Ik had laatst een wat frustrerende ervaring die me inzicht gaf in hoe lastig schrijven in een organisatie kan zijn. Ik bedoel: ik hoor daarover veel verhalen, maar aangezien ik zelf al jaren een eenvrouwszaak ben, heb ik er weinig recente ervaring mee.
In een groepje waar ik met andere kleine zelfstandigen samenwerk, zegde ik toe een klein tekstje te schrijven met uitleg over een procedure. Zo gezegd, zo gedaan. Toen ik de anderen de tekst rondmailde, kreeg ik vooral reacties over de inhoud van de procedure. Ineens zagen de anderen dat het veel simpeler kon (ja, zo werkt het wel eens, iets zwart-op-wit zien). Dus ik de tekst aanpassen op basis van de nieuwe procedure. Rondgemaild. Toen klopte er volgens elk van de anderen iets anders net niet: vier wijzigingen. Met nog een paar extra van mij erbovenop om er tekstueel iets fatsoenlijks van te maken. Geprint, ter vergadering ingebracht. En toen moest het wéér anders, op een manier waardoor ik er geen fatsoenlijke tekst meer van kon maken… Ik voelde me zelfs enigszins aangetast in mijn professionaliteit: hallo, ik kan toch wel schríjven?! En jullie blijven maar doorgaan met commentaar leveren!
Ik heb het toen maar helemaal naar mijn eigen hand gezet; weg inspraak en democratie: de laatste versie geschreven, geprint, gekopieerd en verspreid. Geen commentaar op gehad.
Wat is het probleem, dus hoe kan ik dit generaliseren naar wat talloze schrijvende professionals overkomt?
- Er moet al geschreven worden nog voordat men uitgedacht is. Of liever gezegd: door het schrijven gaat het denkwerk pas echt goed van start. Daar is niets mis mee, zo lang de schrijver maar niet denkt met de eerste tekst meteen het eindproduct afgeleverd te hebben. Ik herkende bij mezelf de fout waar ik het al zo vaak in trainingen over gehad heb: gehechtheid aan mijn eerste product. Dat was een lekker tekstje, het liep prima, de procedure stond er glashelder in, enzovoort. Maar, zo had ik moeten beseffen, het was nog geen (bijna) te publiceren tekst, nee, het was het begin van een denk- en samenwerkingsproces. En zo zijn er in organisaties talloze schrijvers die gefrustreerd terugkomen van de bespreking van hun eerste versie van het rapport met hun baas. Die bedenkt ter plekke dat het allemaal nog anders ligt, en dat moet er allemaal ook nog in verwerkt worden. Soms lijkt het wel nóóit goed!
- Er willen te veel mensen hun zegje doen over de tekst. We is nou eigenlijk de baas? Mag de schrijver zeggen: ik doe het zo, en niet anders, want zo is het goed genoeg? Of bepaalt de baas dat? Of alle betrokkenen samen? Dat laatste is niet zo’n goed idee, hoe aardig het misschien ook is. Iedereen steeds maar opnieuw commentaar laten geven is voor een schrijver een grote inspanning. Bovendien wordt de tekst er vaak slechter van. Want iedereen wil zijn/haar zegje gehonoreerd zijn, en als je het ene aanpast vanwege commentaar van Pietje, heeft dat invloed op de passage waar Jantje wat over zei, dus moet je de nieuwe versie aan zowel Pietje als Jantje voorleggen. Die willen zich erin herkennen en soms zelfs per se nog een opmerking bij plaatsen… uiteindelijk blijf je zitten met iets waar de betrokkenen zich in herkennen, maar waar de lezer niet bepaald blij mee is. Mijn procedurebeschrijvinkje dijde bijvoorbeeld aanzienlijk uit.
De oplossing van beide problemen ligt niet in het schrijven zelf, maar in het maken van goede afspraken. Dat doen vind ik wel de verantwoordelijkheid van de schrijver. Hoe lastig het kan zijn, heb ik zelf net ervaren. Terugkijkend had ik duidelijker moeten zijn over dat ik wel inhoudelijk, maar geen tekstueel commentaar zou verwerken, en ik had misschien beter de eerste ronde commentaar per e-mail kunnen overslaan zodat het denkwerk op de vergadering had plaatsgevonden. Daarna had ik kunnen beloven: okee, ik verwerk het, en dat is het dan.
Voordeel van hoe het nu ging is dat het wel ging met veel openheid voor ieders inbreng. Dat kan ook een functie hebben. Het maakt het schrijfleven misschien niet makkelijker, maar dat is niet het enige wat telt.

