↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Debatparodie

Louise Cornelis Geplaatst op 15 juni 2010 door LHcornelis15 juni 2010  

Zo vaak gaat het op dit weblog niet meer over debatteren, maar deze is toch te leuk, ik kreeg ‘m doorgespeeld van een collega in Leiden: http://www.youtube.com/watch?v=Oc56Qn6cIrE En dat naar aanleiding van ons gesprek dat debatteren toch ook wel erg een rituele dans is. Die wordt hier meesterlijk ingevuld!

Ook opmerkelijk waren trouwens de woorden van een PVV-stemmer, afgelopen zaterdag geciteerd in de column van Bas Heijne in de NRC: ‘Het zal misschien niet allemaal kloppen wat Geert vertelt. Maar het is wel waar’. Argumenteren op z’n PVV’s…

Geplaatst in Gesprek & debat | Geef een reactie

Zere nek

Louise Cornelis Geplaatst op 14 juni 2010 door LHcornelis14 juni 2010  

Het is me nu twee keer pal achter elkaar overkomen, dus dan toch maar iets over schrijven: het lijkt wel alsof projectieschermen voor een presentatie steeds hoger komen te hangen. Of liever gezegd: wat me is overkomen, is dat ik tijdens een presentatie heb moeten oppassen om geen zere nek te krijgen.

Mijn nek is gevoelig voor lang omhoog kijken; ik ben niet zo goed in het hoofd in de nek werpen. Dat geeft al gauw veel spierspanning, te veel als ik niet uitkijk. Je zult mij dus ook nooit bijvoorbeeld zelf een plafond zien witten.

Een paar weken terug merkte ik aan het eind van de Middag van het Ik dat ik een stijve nek en schouders aan het krijgen was. Het scherm hing daar net iets te hoog. Voor een korte presentatie geen probleem, maar een hele middag, dat voelde ik wel. Afgelopen donderdag was ik bij een kortere presentatie in een zaal waar het scherm nog veel hoger hing. Alert geworden door de vorige ervaring merkte ik meteen dat ik niet langer dan heel even naar dat scherm moest kijken. Zo ben ik er zonder kleerscheuren doorheen gekomen.

Een hoog scherm voorkomt dat de spreker in het licht uit de projector kijkt en dat zijn schaduw op het scherm valt. Maar een te hoog scherm is vervelend voor het publiek.

Het is nog om een andere dan puur fysieke reden vervelend. Als spreker wil je contact met het publiek. Als het de bedoeling is dat je publiek ook naar je geprojecteerde beelden kijkt, houd je dat contact het makkelijkste als je zo dicht mogelijk bij je scherm gaat staan. Bij een hoog scherm kijken mensen over je heen –  letterlijk, maar ze zien je dan dus ook figuurlijk makkelijker over het hoofd.

Extra voordeel van een laag scherm is dat je met je gewone handen dingen op het scherm aan kan wijzen, en niet met zo’n bibberig laserstraaltje. De ideale (en helaas lang niet altijd realiseerbare) positionering van een scherm is dus zo dat je er met je ‘goeie’ hand op kunt wijzen zonder te draaien (want dan keer je je weer van het publiek af). Ik ben rechtshandig, dus zou het scherm voor mij rechts naast me moeten hangen, iets hoger dan ikzelf, maar niet al te hoog. Als ik er goed naast ga staan, sta ik ook niet in de beamerstraal. Zo heel moeilijk is dat niet.

Misschien komen schermen wel simpelweg hoger te hangen nu de beamer vaak aan het plafond hangt. Met de oude overheadprojector kon dat niet: daar moest je bij kunnen. Een beamer wegwerken tegen het plafond is prima natuurlijk. Maar richt hem dan wel zo dat fatsoenlijk presenteren mogelijk blijft!

Geplaatst in Presentatietips | Geef een reactie

Doe niet na

Louise Cornelis Geplaatst op 9 juni 2010 door LHcornelis9 juni 2010 1

Nog een Powerpointjuk, de tijd is kennelijk rijp voor weer eens lekker klagen over dat programma. In de Stadswerker, het personeelsblad van de gemeente Rotterdam (nummer 17, 28 mei 2010), staat een column met als titel ‘Power zonder point’. De schrijver, Marcel Jongmans, doet zijn beklag over de ‘letterlijk honderden slaapverwekkende Powerpoints’.

Mensen die Powerpoint gebruiken hebben, zo schrijft Jongmans ‘geen power of geen point’. Presentaties duren te lang, er staat veel te veel tekst op (‘beleidsplakkers’ zetten hele beleidsstukken op hun dia’s), presenteerders worden verblind door het licht uit hun eigen beamer (‘knijpoogambtenaren’), en ‘rechtsinvliegende statements met ‘whoooosh’ geluidjes’ – daar krijgt Jongmans vlekken van.

Het is allemaal heel herkenbaar, begrijpelijk, en vermakelijk. En goed dat er aandacht voor is. Alleen jammer dat Jongmans aan het eind van zijn column met deze adviezen komt:

Daarom beste collega’s: Niet meer dan tien sheets, niet langer dan twintig minuten en het lettertype minimaal dertig punten groot.

Dat is niet de oplossing. Dat is zeggen: ‘gebruik een zaag’, terwijl je nog niet eens precie weet welke klus je op moet gaanknappen. Het is het in isolement formuleren van eisen aan het instrument of middel, terwijl dat middel idealiter afhangt van het doel.

Je kunt presenteren met 1 of 100 sheets, in 1 minuut of een hele dag, het lettertype kan groot of klein zijn – als het allemaal maar functioneel is: in dienst staat van het doel dat je wilt bereiken bij het publiek. En wat ik dinsdag ook al schreef: onderdeel van dat doel hoort te zijn het creëren van betrokkenheid en interactie met het publiek.

Er is een Powerpointpraktijk ontstaan van elkaar nadoen ‘omdat het zo hoort’. Iets wat eigenlijk een middel is, en een prachtig en krachtig middel kan zijn, is tot doel op zich verheven. Met die praktijk is vrijwel niemand echt gelukkig. Daarom, als ik één advies zou mogen geven, zou ik zeggen: doe niet klakkeloos na; denk zelf.

Geplaatst in Presentatietips | 1 reactie

Verschil samenvatting en inleiding

Louise Cornelis Geplaatst op 9 juni 2010 door LHcornelis9 juni 2010 1

(Inleiding:)  En nu dan het slot van een hele ketting. Ik kom nog even terug op punt 1 van de post van maandag, die weer te maken had met eerdere, die allemaal de afgelopen twee weken gingen over het thema ‘zo schrijven dat je efficiënt lezen mogelijk maakt’. Ik schreef het nogal makkelijk: een samenvatting is iets anders dan een inleiding. Dat blijkt in de praktijk niet voor iedereen duidelijk te zijn. Een toelichting.

Inleiding en samenvatting hebben wel wat gemeenschappelijk, en dat is dat de hoofdboodschap erin staat. Maar verder zijn de functies verschillend:

  • De inleiding praat in een paar stappen naar die hoofdboodschap toe (bijvoorbeeld door achtergrond, probleem en vraagstelling kort te schetsen) en vertelt hoe de rest van het document de hoofdboodschap gaat uitwerken. Aan het eind van de inleiding weet de lezer waar hij kan verwachten bij de rest van het stuk.  
  • De samenvatting geeft de hele inhoud beknopt weer. Dus naast de hoofdboodschap ook de uitwerking, en misschien ook wel, heel in het kort, achtergrond, probleem en vraagstelling. Aan het eind van de samenvatting weet de lezer de hele inhoud van het stuk, alleen nog niet tot in detail. 

(Samenvatting: ) Inleiden = lezersverwachtingen managen; samenvatten = verkleinen.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Powerpoint ‘moet’ helemaal niet

Louise Cornelis Geplaatst op 8 juni 2010 door LHcornelis8 juni 2010 1

Op een informele bijeenkomst van vrouwelijke ondernemers hoorde ik één van de aanwezigen klagen over Powerpoint. Sinds ze dat programma moest gebruiken bij haar trainingen en prsentaties, had ze er geen lol meer in. Twee dingen schoten door mijn hoofd om meteen te zeggen: “Doe het dan zonder; Powerpoint moet helemaal niet” en “Hoezo?”. Ik vermoedde ook meteen dat het gevoel van ‘moeten’ afkomstig was uit nadoen wat iedereen doet.

Ik begon maar met mijn ‘hoezo’-vraag. Kern in het antwoord was dat deze presenteerder zich met een stapel sheets en een overheadprojector vrijer en flexibeler had gevoeld. Ze trok gewoon de sheet uit de stapel die ze op dat moment passend en nodig vond. Met Powerpoint liet ze zich meer bepalen door de vooraf bedachte volgorde en inhoud. Ze volgde in haar verhaal de dia’s, in plaats van andersom.

Bovendien had ze recentelijk te maken gehad met technische problemen, die voortkwamen uit de verschillende Office-versies. Toen ze noodgedwongen zonder Powerpoint optrad, was de feedback geweest dat het ‘rommelig’ was.

Als vervolg daarop kwam er een aap uit de mouw: ze maakte haar presentaties vooral als geheugensteun… voor zichzelf. Toen zei ik dat ze dan net zo goed een handgeschreven spiekbriefje voor zich kon leggen: een geheugensteun is prima, maar val er je publiek niet mee lastig. Wat je projecteert, hoort wél op het publiek gericht te zijn. Als Powerpoint al ‘moet’ (wat niet zo is), dan ‘moet’ het voor het publiek, niet voor jezelf. Er viel bij haar een kwartje.

Inderdaad klopte wat ik vermoedde: dat het gevoel van ‘moeten’ afkomstig was uit het nadoen van de grootste gemene deler: iederéén presenteert tegenwoordig met Powerpoint, dus je kunt niet meer zonder aankomen toch? Dan vertel ik altijd maar dat ik regelmatig mensen vraag herinneringen op te halen aan de presentatie die ze als publiek hebben bijgewoond die ze zich het beste herinneren. Als ik dan vraag waarom die presentatie zo’n indruk heeft gemaakt, zeggen ze nooit spontaan: ‘Vanwege de geweldige Powerpoints!’ (Tegenwoordig zeg ik trouwens ook wel eens: ‘Echte leiders gebruiken geen Powerpoint. Denk maar aan Obama’. Werkt ook.)  

Verder pratend kwamen we uit op de tweede aap: ze gebruikte alleen tekst op haar sheets, omdat ze ‘een hekel had aan de toeters en bellen van Powerpoint’. Alsof de keuze is óf toeters en bellen óf alleen tekst. Mijn reactie: als je alleen maar tekst gebruikt, laat je de kracht van Powerpoint onbenut. Maar goede beelden kiezen is een hele klus.

Verder praatten we over waar het volgens mij in wezen omdraait: wat wil je bereiken met je publiek? Daarin horen bij een presentatie interactie en betrokkenheid een rol te spelen, anders hoef je niet te presenteren. Pas als je weet wat je wilt bereiken, kun je gana nadenken over de manier waarop je dat het beste kunt gaan doen. En pas nog een paar stappen verder kun je je af gaan vragen: past een Powerpointpresentatie daarbij? En zo ja, welke? En hoe gebruik ik die dan zo dat het presentatiemateriaal werkt voor mij in plaats van andersom?

Met de laatste vragen hoop ik deze onderneemster binnenkort verder te helpen. Ik hoop nu al dat ik het Powerpoint-juk op haar schouders wat lichter heb gemaakt.

Geplaatst in Presentatietips | 1 reactie

Maar daar is de samenvatting toch voor?

Louise Cornelis Geplaatst op 7 juni 2010 door LHcornelis7 juni 2010 1

Deel vier, of eigenlijk 3b. Want als deelnemers niet angstig vragen ‘maar wat als-ie niet verder leest?’, zeggen ze wel: ‘maar daar is de samenvatting toch voor?’ En dat gaat dus nog steeds over mijn bewering dat een lezer binnen 30 seconden de kern van een zakelijke tekst te pakken moet hebben.

Is een samenvatting daarvoor? Ja en nee. Een samenvatting kan zeker helpen, maar moet niet nodig zijn. Ik gebruik maar weer de krant als voorbeeld: daar hoeft geen samenvatting bij, en toch is efficiënt lezen mogelijk.

Een goed gestructureerde tekst heeft geen samenvatting nodig, en als je boodschaptitels gebruikt, leest de inhoudsopgave als een mini-samenvatting. Een samenvatting is ook niet voldoende: een slecht gestructureerd rapport is een zoekplaatje, en dat verhelp je er niet mee.

Je mag best een samenvatting toevoegen, en dat kan ook nog wel een beetje helpen bij het lezen van langere stukken. Als je een samenvatting toevoegt, doe het dan wel goed. Hier zijn een paar richtlijnen:

  1. Zorg ervoor dat de samenvatting echt los staat van het hoofddocument. Als je de samenvatting los zou knippen, moet je nog twee zelfstandig leesbare teksten overhouden.
    (Toelichting: wat ik vaak zie gebeuren, is dat de functies van samenvatting en inleiding door elkaar zijn gaan lopen. Het eerste hoofdstuk heet dan ‘samenvatting’ en bevat de hoofdboodschap en daarnaast een willekeurige selectie uit inhoudselementen als aanleiding, vraagstelling en/of rest van het verhaal op hoofdlijnen. Het tweede hoofdstuk is dan meteen het eerste inhoudelijke hoofdstuk. Als je die twee stukken los zou knippen, ontbreekt in het hoofddocument onder andere de hoofdboodschap. En die is er dan dus ook niet in 30 seconden in te vinden!)
  2. Bepaal voor welke lezer je samenvat. Dat kan dezelfde lezer zijn als het hoofddocument (zo’n samenvatting heet dan ‘representatief’), maar het kan ook een andere zijn. Dan krijg je bijvoorbeeld de executive summary bij een technisch document. De samenvatting is bedoeld voor de beslissers, de hoofdtekst voor de uitvoerenden. De samenvatting kan dan andere inhoudelijke accenten leggen dan het hoofddocument, en ook de opbouw kan verschillen.  
  3. Beperk je. Oftewel: vat echt samen. Ik zie wel eens samenvattingen die amper korter zijn dan de hoofdtekst. Dat is natuurlijk zinloos. Wil je de lezer iets overzichtelijks bieden, beperk de samenvatting dan tot één kantje.

Samenvattend: een samenvatting is bij een goed gestructureerde tekst niet nodig! En bij een slecht gestructureerde tekst is het hooguit een lapmiddel, geen oplossing. Het is hooguit een nice to have, geen must have.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Kennismaking met het digitale schoolbord

Louise Cornelis Geplaatst op 4 juni 2010 door LHcornelis4 juni 2010  

Vorige week heb ik kennisgemaakt met presenteren via het digitale schoolbord. Ik kende dat al van horen zeggen, maar nu heb ik er zelf mee gewerkt, nouja, op geklikt. Het werkt wel handig, trouwens: je klikt met een soort pen op het beeldscherm. Daardoor kun je met lichaam en aandacht bij het bord blijven en hoef je niet naar de muis te duiken. En dat zonder bibberig lasterstraaltje. Alleen heb ik eigenlijk het liefst mijn handen vrij, maarja.

Meer info over de presentatie: http://fietseninafrika.web-log.nl/mijn_weblog/2010/05/afzien-in-groep-6-een-fotoverslag.html

Geplaatst in Presentatietips | Geef een reactie

Hoe schrijven jongeren gedichten?

Louise Cornelis Geplaatst op 4 juni 2010 door LHcornelis4 juni 2010  

Leuk artikel: http://www.ltprojecten.nl/node/13 Snel doorschrijven en durven ingrijpen, goh, dat lijkt wel op wat ook werkt voor zakelijke schrijvers!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Een rijke oogst aan beelden. Of: met Zeeland kun je alle kanten op!

Louise Cornelis Geplaatst op 3 juni 2010 door LHcornelis3 juni 2010  

Ik ben altijd op zoek naar ansichtkaarten zonder tekst erop. En liefst zonder daar al te veel voor te betalen – niet alleen uit zuinigheid, maar ook omdat dat de keuze begrenst. Anders kan ik wel blíjven kopen namelijk, en het loont niet echt voor het doel. Dat doel is: gebruik in trainingen. En daarvoor is bijna elke kaart zonder tekst geschikt.

Enerzijds gebruik ik de beelden op de kaarten bij trainingen over het ontwerp van beelden, ten behoeve van het maken van presentaties. Anderzijds laat ik deelnemers wel eens een kaart kiezen die voor hen de kwaliteit verbeeldt die ze willen realiseren. Als ze zich aan het eind van een training bijvoorbeeld voornemen om ‘krachtiger’ te gaan presenteren – hoe ziet ‘krachtig’ er dan uit? Zo’n beeld kiezen en dat dan een plek geven zodat je het nog wel eens tegenkomt, dat is een manier om die kwaliteit te helpen realiseren. Zo heb ik althans geleerd van de imaginatie, en ook wel zelf ervaren. Zelf zo’n beeld tekenen kan ook, maar er eentje kiezen uit een verzameling ansichtkaarten is makkelijker. Daarvoor moet de verzameling divers zijn, maar verder maakt het eigenlijk niet zo veel uit.

Zeker bij de tweede toepassing nemen de deelnemers hun gekozen kaart mee. Ik moet er dus voor zorgen dat mijn voorraad op peil blijft en voldoende verschillende keuzemogelijkheden biedt. Ik ben dus altijd op zoek naar gratis of goedkope kaarten. Zonder tekst, dat is essentieel, want een tekst dwingt een bepaalde interpretatie af, terwijl het juist bij beide hierboven beschreven toepassing de bedoeling is dat je het beeld zelf een betekenis geeft: een boodschap of een kwaliteit bijvoorbeeld. Daar zit het psychologische proces van projectie in, en dat is precies de bedoeling.

Afgelopen dinsdag had ik wat tijd over in Vlissingen en daar liep ik door de stad en vond op twee plekken zeer betaalbare ansichtkaarten: 10 voor € 2,50. Ik heb er in totaal 40 gekocht. Dit was de oogst:

Bijna alle kaarten zijn bedoeld voor toeristisch gebruik, niet zo gek op die plek. Er zijn er bijvoorbeeld een boel bij met mensen in Zeeuwse klederdracht erop. Het thema daarvan is dus die klederdracht. Maar wat je daar zelf op kan projecteren, dat verschilt nogal. Een grote groep die in klederdracht staat te poseren kan bijvoorbeeld gezelligheid of verbondenheid uitdrukken; een vrouw die met een emmer in de weer is kan staan voor hard werken of iets zwaars.

Voor mij zijn ook de twee beelden van de Zeelandbrug mooi verschillend (al is één ervan een randgeval, want er staat met kleine letters ‘Zeelandbrug’ onder – kan net, maar meer of grotere tekst mag echt niet). Op de ene kaart zie je de hele brug in z’n volle lengte en met beide oevers. Zoiets drukt voor mij verbinding uit. Op de andere zie je, veel meer in close-up, enkele pijlers. Dat beeld staat voor mij voor een stevig, solide fundament. Twee vliegende meeuwen is een ander beeld dan een rijtje zittende, ook al is het thema steeds ‘meeuwen’. En wat te denken van een kaart met een rijtje stevige paardenkonten? Enzovoort, enzovoort. Zo kun je met ‘Zeeland’ alle kanten op.  

Zo zijn dus zelfs toeristische kaarten uit één gebied heel geschikt. De rijkdom aan uitdrukkingsmogelijkheden is heel groot. Groter nog dan ik kan bedenken, want iemand anders heeft eigen projecties en associaties – prima. Dat is vaak één van de inzichten bij een training over het ontwerpen van beelden: dat het nogal kan verschillen wat mensen erin zien. En zo kunnen mensen de beelden in een presentatie verkeerd interpreteren. Vandaar dat ik adviseer bij een presentatie altijd óók tekst te gebruiken, bijvoorbeeld boodschaptitels. Zodat verbinding niet geïnterpreteerd wordt als solide fundament, of omgekeerd.

Geplaatst in Presentatietips | Geef een reactie

En wat als-ie dan niet verder leest?

Louise Cornelis Geplaatst op 2 juni 2010 door LHcornelis2 juni 2010 1

En nu deel drie van dit vervolgverhaal… want maandag borduurde ik al verder op een post van donderdag. Maandag zei ik dat het mogelijk maken van efficiënt lezen een keuze voor klantgerichtheid is. ‘Maar,’ hoor ik daar vaak op, ‘Stel dat de lezer dan na die dertig seconden niet meer verder leest?’ – en dat klinkt dan bangelijk.

Mijn eerste reactie daarop is: ‘Nou en?’ En dat licht ik dan toe door uit te leggen dat het mij geweldig lijkt voor je opdrachtgever als die in dertig seconden de kern te pakken heeft en dan klaar is: dat is pas efficiënt! Misschien betekent het ook dat je voortaan minder hoeft op te schrijven: dubbel efficiënt!

De schrijvers kijken dan altijd beteuterd. Dat begrijp ik wel. Heb je net zo veel moeite gedaan op je adviesrapport, is je lezer er in dertig tellen mee klaar. Dat is niet fijn. Soms zeggen ze dat ook wel: ‘Ik wil dat de lezer alles leest’. Nou, dat is een illusie. Ga maar weer eens na hoe je zelf leest. En bovendien: je hebt als schrijver geen enkel middel om de lezer ertoe te dwingen alles te lezen. De lezer is vrij. Je kunt hem of haar hooguit aanmoedigen om verder te lezen. Daar zijn trucs voor. Als je de hoofdboodschap bijvoorbeeld zo formuleert dat hij nieuwsgierigheid oproept, zal de lezer eerder geneigd zijn om door te lezen.

De bovenste kop van het NOS-nieuws op dit moment is ‘Honderden varkens in stal Schaijk gestikt’. Meteen denk ik: hoe kon dat nou toch gebeuren? En dan lees ik dus verder. Zo gemakkelijk gaat dat! Tenzij het me niet interesseert. Maar als je een rapport uitbrengt met een hoofdboodschap die niet interessant is voor de lezer, dan is er iets echt goed mis.

Meestal gaat het opwekken van nieuwsgierigheid met de hoofdboodschap vanzelf, want de hoofdboodschap is door zijn aard als overkoepelende uitspraak noodzakelijkerwijs altijd nogal algemeen en abstract. De concretere en interessantere inhoud bevindt zich meestal op het niveau eronder in de structuur, het niveau dat ik wel de ‘rode draad’ noem.

Grootste uitdaging is om geen open deur te formuleren. Laatst moesten deelnemers aan een training een hoofdboodschap formuleren als antwoord op de vraag ‘hoe kun je je het beste voorbereiden op een presentatie?’ Een hoofdboodschap als ‘Bereid je goed voor’ is dan een open deur, en die krijgt de lezer echt niet op het puntje van zijn stoel. Iets langer nadenken en brainstormen leidde bij alle deelnemers tot een inhoudelijke en dus interessante hoofdboodschap, die steeds de vraag opriep ‘en hoe doe je dat dan?’ Dan heb je de lezer waar je hem wil hebben. 

Dus die rode draad pikt een lezer heus wel mee. En als hij dan nog nader wil weten hoe die deel-adviezen uitgevoerd moet worden of waarom iets de beste oplossing is, dan leest hij nog verder – want zo zit een goed gestructureerd adviesrapport in elkaar. En op het moment dat hij stopt, mist hij alleen meer details, niet meer hoofdlijn.

Lezers lezen dus heus wel meer dan alleen de hoofdboodschap. Maar niet alles. Dat moet ook niet je streven zijn. Volgens mij wil je als schrijver van een adviesrapport graag de lezer beïnvloeden, je wilt impact hebben, zoals dat in het jargon heet. Een goed gestructureerd rapport stelt de lezer in staat eigen leeskeuzes te maken, op een manier die hem niet op het verkeerde been zet. En of hij dan 30, 300 of 3.000 seconden leest – dat doet er niet toe.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑