↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Een product die het met een slechte tekst moet doen

Louise Cornelis Geplaatst op 8 oktober 2010 door LHcornelis8 oktober 2010 2

Schreef ik gister over ‘het kabinet, die’, sta ik een paar uurtjes later opnieuw oog-in-oog met het oprukkende betrekkelijk voornaamwoord die. Ik zie het sowieso wel vaker, maar dit vond ik toch wel frappant. Het ging namelijk om de tekst op het etiket van mijn flesje echinacea – ik ben verkouden en dan gebruik ik dat als weerstandsverbetering (ik geloof dat het baat, en het schaadt niet). Mijn huidige flesje bevat nog een aantal andere kruiden en aanverwanten, waar ik níet in geloof, maar waarvan ik zeker hoop dat ze niet schaden, en zelfs met die toevoegingen was dit nog het goedkoopste merk (Bloem).

Enfin, daar sta ik dus, met m’n snotneus en m’n flesje, en dan lees ik:

Door Echinacea te combineren met Sambucus nigra (vlierbes) is er een superieur product ontwikkeld, die het herstel na ziekte enorm versnelt.

‘Het product, die’… auw!

Maar daar blijft het niet bij. Is dat latijn nodig? En wat is het versnellen van het herstel na ziekte? Dan ben je toch al beter? Wat versnelt er dan? Zoiets zou wel een ongelukkige formulering kunnen zijn omdat dit soort ‘voedingssupplementen’ geen misleidende medische claims mogen doen (bron).

En het wordt nog erger. Zo gaat de tekst verder:

De combinatie van de Echinacea met Sambucus nigra verhoogt niet alleen de weerstand van het organisme, maar ook ondersteunen en stimuleren zij krachtig het immuunsysteem.

Nóg een grammaticale fout: de combinatie is enkelvoud, en daarnaar verwijst zij in de tweede zin met een meervoud terug, wat blijkt uit de meervouden van de werkwoorden ondersteunen en stimuleren. Twee zinnen, twee grammaticale fouten – dat vind ik heftig.

Wat me ook opvalt, zijn de dure woorden – nog een keer dat Latijn, immuunsysteem en organisme. Wat een poeha, en ik vind dan het enorm in de eerste zin een stijlbreuk. Met het organisme en de lijdende vorm in de eerste zin is het ook nog eens een heel onpersoonlijke tekst – terwijl het gaat om mijn verkouden hoofd.

Ik weet het: er wordt veel slecht geschreven. Maar dit vond ik toch wel een opvallend knap staaltje, zeker omdat er aan etiket-teksten vanuit marketingoogpunt wel aandacht besteed wordt. Helemaal opvallend is dat het op Bloems website wel beter kan:

De combinatie van Echinacea met Sambucus (vlierbes) verhoogt de weerstand van ons organisme.

Van ons organisme zou ik graag uw lichaam maken, maar misschien is dat al misleidend?

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 2 reacties

Het piramideprincipe en beleefdheid

Louise Cornelis Geplaatst op 7 oktober 2010 door LHcornelis7 oktober 2010 1

Gisteren ging het in het piramide-college onder andere over de vraag of een piramidale tekst onbeleefd is (naar aanleiding van een artikel van Daniël Janssen en Joep Jaspers over beleefdheid in accountantsteksten). Op het eerste gezicht natuurlijk wel: zo’n tekst is nogal stellig en hij valt met die stellige deur in huis. Het prototype van een piramidale tekst heeft namelijk in één van de eerste zinnen iets als ‘u moet X doen, want daar zijn drie goede redenen voor, namelijk: …’ Zeker als X iets vervelends of negatiefs is, kan dat hard aankomen.

Het betekent dat je met het piramideprincipe op moet passen. Altijd, en zeker bij intercultureel contact. Immers, de Nederlandse cultuur is al een directe, en wordt door veel buitenlanders als lomp ervaren. Het piramideprincipe is ontwikkeld voor de zelfs door ons als hard ervaren Amerikaanse zakenwereld. Een potentieel hard instrument in de handen van lompe communiceerders, ja, daar kunnen zeker brokken van komen.

Maar laten we wel eens even verder kijken dan dat eerste gezicht. Zeven kanttekeningen:

  1. Lang niet elk advies is vervelend of negatief.
  2. Soms _wil_ een adviseur dat een boodschap hard aankomt. Dat noemen ze wel het creëren van een sense of urgency. Slecht nieuws, direct gebracht, schudt iemand wakker. Er zijn bij de overheid en in het bedrijfsleven talloze verhalen van managers die maar niet wilden luisteren naar een bepaale boodschap. Misschien had die dan directer, harder gebracht moeten worden?
  3. Volgens de regels voor het voeren van een slecht-nieuws-gesprek (zie hier bijvoorbeeld) is het juist belangrijk om meteen met het slechte nieuws te komen, er niet omheen te draaien, en de gesprekspartner zeker niet te laten gissen naar de boodschap.
  4. Als het goed is, is het advies tegen de tijd dat het rapport verschijnt al besproken tussen opdrachtgever en adviseur. Als een piramidaal rapport hard overkomt, is er dus daarvoor al iets misgegaan.
  5. De geadviseerde heeft om het advies gevraagd. Dat maakt het makkelijker om met de deur in huis te vallen dan wanneer dat niet zo is.
  6. Beleefdheid is voor een groot deel een kwestie van formuleren. Ik zou bijvoorbeeld het werkwoord moeten vermijden. De opdrachtgever moet immers niets. Met vage, indirecte en afgezwakte formuleringen blijft de piramidale structuur intact, en wordt de boodschap toch beleefder verpakt. (Het is overigens de vraag of dat wenselijk is, maar dat is een formuleringskwestie en geen structuurkwestie).
  7. Het piramideprincipe kan weliswaar negatief onbeleefd zijn, maar juist positief beleefd. Ik leg het (ietsje kort door de bocht) uit. Negatieve en positieve beleefdheid zijn begrippen uit de politeness theory. Negatieve beleefdheid betekent dat je de ander de vrijheid laat om te handelen zoals hij/zij wil. Je sluit daarmee aan bij de behoefte aan autonomie van de ander. Door stellig en directief te zijn (‘doe X’) bedreig je juist die vrijheid. En ja, dat doet het piramideprincipe.
    Positieve beleefdheid betekent dat je laat merken dat je er samen in staat; het sluit aan bij de behoefte aan verbondenheid van de ander. En ook dat kan het piramideprincipe, in de handen van een goede schrijver tenminste. Met een goed geformuleerde inleiding bijvoorbeeld. Daarin verwoordt de adviseur al zijn begrip van de situatie en de vraag van de opdrachtgever, en hij kan er ook gezamenlijkheid in tot uitdrukking brengen (‘Samen met enkele van uw medewerkers hebben wij dit uitgezocht’). Bovendien past de hele structuur bij positief beleefde handelingen als dienstverlenen, helpen en vertrouwen opbouwen (daarover gaat mijn artikel in Tekstblad van 2006, ‘Structuur is goed voor je relatie’, en het is er ook regelmatig over gegaan op dit weblog).

En er zit nog een kant aan het beleefdheidsverhaal. In mijn ervaring zijn schrijvende professionals die het piramideprincipe te direct en onbeleefd vinden, vooral bang. Die angst is niet alleen een edelmoedige consideratie van de behoeften van de lezer. Die angst heeft ook veel te maken met contact maken, echt iets zeggen, iets van jezelf laten zien… al die dingen die komen kijken bij de rol van adviseur. Als je heel duidelijk zegt ‘dit moet jij doen’, neem je een risico – stel dat je opdrachtgever het niet doet? Dat is een afgang. Met het wat minder duidelijk en stellig zeggen zorg je dan dus ook beter voor jezelf.

‘Het piramideprincipe is onbeleefd’ is dan een rationalisatie van ‘ik vind het piramideprincipe doodeng; ik verstop me liever achter m’n onderzoeksresultaten en in wollige formuleringen’. Met de echte behoeften van de lezer heeft dat niets te maken. Zodoende wordt de overweging ‘ik gebruik het piramideprincipe maar niet’ dan toch een schrijvergerichte (om niet te zeggen: navelstaarderige).

Het is dus verstandig om op te passen met het piramideprincipe. Zaak is daarbij wel als schrijver om je eigen angsten en behoeften te scheiden van die van de opdrachtgever. Eén van de manieren om dat te doen is in gesprek gaan met de opdrachtgever. Piramide of niet? Vraag het!

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek | 1 reactie

Het kabinet, die

Louise Cornelis Geplaatst op 7 oktober 2010 door LHcornelis7 oktober 2010 1

Nog een politiek taalobservatietje dan. Ik weet dat er al lang iets aan het verschuiven is in de betrekkelijk voornaamwoorden – vooral ‘het meisje die daar staat’ rukt op. Deze week heb ik in een uurtje radio luisteren minstens vijf keer ‘het kabinet, die’ gehoord.

Ik weet dat het inhoudelijk om heel belangrijke zaken ging en die stond mijn (on-)begrip daarvan niet in de weg. En ik weet ook dat het taalverandering is, dat het goed verklaarbaar is, dat het niet tegen te houden is, dat ik het zelf waarschijnlijk binnen enkele jaren ook ga zeggen… maar nu doet het nog echt pijn aan mijn horen. Veel meer dan ‘hun hebben’ of ‘ik irriteer me aan’.

Ach ja, ik weet: het is heel willekeurig. Maar ik heb ook wel eens medelijden met m’n oren. Daarom: beste Ad, Kathleen en Radio-1-journalisten, het is ‘de regering, die’ of ‘het kabinet, dat’.

Geplaatst in Opvallend | 1 reactie

Toonaangevend willen zijn

Louise Cornelis Geplaatst op 4 oktober 2010 door LHcornelis4 oktober 2010  

Er is al een boel gezegd en geschreven over het taalgebruik in deze politiek turbulente periode. Eén van de meest interessante dingen vind ik dat iets wat vanzelf spreekt, niet gezegd of opgeschreven hoeft te worden. Daarom vind ik het zorgelijk dat er in het regeerakkoord staat dat Nederland internationale verdragen zal respecteren, en dat er vooral in CDA-kringen zo vaak herhaald wordt dat er niet getornd zal worden aan de vrijheid van godsdienst en dat iedereen gelijke kansen heeft, ongeacht religie of afkomst. Ik snap wel waar het vandaan komt natuurlijk, maar het is wel erg.

Maar goed, ik wil niet in herhaling vallen. Ik wil één observatie toevoegen daaraan, over het gebruik van het woord toonaangevend. In de presentatie van het regeerakkoord afgelopen donderdag gebruikten Rutte en Verhagen het allebei. Verhagen zei:

Zodat Nederland een ambitieus en toonaangevend land blijft in Europa en de wereld

Rutte:

We hebben alles in huis om een land te zijn dat toonaangevend is in de wereld.

Volgens mij kun je niet zomaar ’toonaangevend’ zijn. Je bent toonaangevend in iets. Uit de context valt nog wel af te leiden dat het gaat om iets wat met economische groei door internationale gerichtheid te maken heeft, maar dat is nogal vaag en impliciet. Zeker bij Verhagen, die het drie zinnen later heeft over ontwikkelingssamenwerking – iets waarin door bijna een miljard te bezuinigen Nederland juist minder toonaangevend wordt, lijkt me. Dus dan weet ik het niet meer.

Toonaangevend, uh, okee, maar waarin dan? Ik ben niet de enige die erop wijst dat uit het akkoord nou niet bepaald veel visie spreekt. Dat blijkt al uit het gebruik van dit ene woord.

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Kwaliteit

Louise Cornelis Geplaatst op 1 oktober 2010 door LHcornelis1 oktober 2010  

Het heeft maar deels met tekst en communicatie te maken, maar toch… ik ben geloof ik nog niet eerder zo veel tijd kwijt geweest aan het corrigeren van fouten van organisaties en bureaucratieën als de afgelopen twee weken. Ik heb onder andere aangebeld en -gemaild achter een blunder van een notaris, een administratiefout van een hypotheekbank, een onduidelijke brief van de Belastingdienst, niets horen van de Belastingdienst, een kwijtgeraakte factuur, een verkeerde vermelding op een website, een verkeerde druk van een besteld boek, het niet-ontvangen van een beloofde terugstorting door een bank, een niet-gecommuniceerde actie van onze internetprovider… Doet er nog iemand zijn werk wél goed?

Met wachttijd en een keer de horde moeten nemen van een spraakcomputer die de CC in onze postcode maar als ST blíjft horen kost zoiets úren. Het was om niet goed van te worden.

De eerste relatie met het onderwerp van dit weblog is enerzijds het woord kwaliteit. Je moet niet eens beginnen aan beter willen schrijven en presenteren als je dat woord niet hoog in je vaandel hebt staan.

De tweede relatie is de organisatie die ik twee keer bij naam noem: de Belastingdienst. In de tijd dat ik afstudeerde (begin jaren ’90) had de Belastingdienst als doel om zo helder mogelijk te communiceren, ook op papier. Er zijn studiegenoten van mij gaan werken om de brieven en formulieren misschien niet leuker, maar wel makkelijker te maken. en dat was merkbaar, vond ik altijd. Maar sinds een jaar of wat heb ik al een aantal keren moeten bellen, simpelweg omdat ik een brief of aanslag kreeg die ik niet begreep, waar bijvoorbeeld tegenstrijdige dingen op stonden.

Op een definitieve aanslag stond bijvoorbeeld ‘Dit bedrag dient voor 31 december 2010 op de rekening van de Belastingdienst te staan’. Maar volgens mij kreeg ik geld terug, en stond er dus op het moment van schrijven te veel geld op die rekening. Dan is dat toch een verwarrende formulering?

Mijn indruk is dat de Belastingdienst minder moeite stopt in eenduidige schriftelijke communicatie dan vroeger. En dat is jammer. Het had me één van bovengenoemde telefoontjes gescheeld.

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Rationaliteit is beperkt

Louise Cornelis Geplaatst op 1 oktober 2010 door LHcornelis1 oktober 2010  

Klein interessant artikeltje in de UniversiteitsKrant van Groningen. Het gaat over een artikel in het tijdschrijf voor ‘risk research’ van deze maand. Fictieve tekstjes met twee tegenovergestelde standputen over bijvoorbeeld klimaatveranderingen werden voorgelegd aan twee groepen proefpersonen: ‘linkse’ en ‘rechtse’. Wat bleek? Beide groepen bleken even slecht in het inscahtten van de mate van wetenschappelijke consensus; beide groepen overschatten de mate van ondersteuning voor hun eigen visie.

De conclusies: (1) meer wetenschapsvoorlichting helpt niet, want alleen niet-bedreigende informatie komt aan.  (2) We zijn minder rationeel dan we denken. En die laatste conclusie heeft implicaties voor schrijven en presenteren. Kort gezegd: met alleen maar meer rationele argumenten word je niet overtuigender.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Wat is adviseren? En een blik in een stapel handboeken

Louise Cornelis Geplaatst op 30 september 2010 door LHcornelis30 september 2010 1

Het piramideprincipe-college van deze week viel in twee delen uiteen. Eerst hebben we gezamenlijk een definitie van adviseren gegeven. Dit is ‘m, opgedeeld in bouwstenen en met de minder essentiële onderdelen tussen haakjes:

– (Gevraagd of ongevraagd)
– Welgemeend
– Een bepaald vraagstuk of probleem van de geadviseerde oplossen
– De oplossing te beargumenteren/onderbouwen op basis van (vak-)kennis
– Met de bedoeling de geadviseerde vooruit te helpen/te sturen (waarbij de adviseur kennis die de geadviseerde ontbeert aanvult)
– Zonder dat de adviseur de geadviseerde kan dwingen.

Een goed begrip van adviseren is nodig om te kunnen begrijpen en omschrijven waarom het piramideprincipe er zo goed bij aansluit. Dat zit hem vooral in drie elementen:

  • het vooruit helpen/sturen van de geadviseerde  (dat doe je óók door lezergericht te schrijven)
  • het beargumenteren/onderbouwen op basis van kennis (zo bouw je de piramide immers op, en dat is dus niet voor niets)
  • het gericht zijn op oplossingen (de ideale piramide bevat actiegerichte boodschappen).

Voor het tweede gedeelte van het college had ik een stapel van 16 boeken meegenomen, voor elke student één. Het waren allemaal handboeken die gaan over zakelijk schrijven in het algemeen of het schrijven van adviesrapporten in het bijzonder. Een overzicht staat hieronder. Samen geven deze boeken geen volledig, maar wel een representatief beeld van hoe er zoal in Nederland over adviesrapporten geschreven wordt.

De vraag was: raden deze boeken ook het piramideprincipe aan? De studenten hebben snel elk van hun eigen boek gekeken welk advies erin gegeven wordt voor de structuur van adviesrapporten. Dat was niet eens altijd even makkelijk te vinden, wat frappant is, want ook voor een handboek (net zoals voor een adviesrapport) zou volgens mij moeten gelden dat een lezer gauw antwoord moet kunnen krijgen op een redelijke vraag. De vraag ‘hoe structureer ik een adviesrapport?’ is volgens mij voor elk van de 16 boeken een redelijke en relevante.

Voor slechts twee van de 16 boeken kon de vraag ‘komt het advies overeen met het piramideprincipe?’ met ‘ja’ beantwoord worden. Die twee boeken, Stukken beter schrijven en Rapporteren, zijn geschreven door mensen die ik persoonlijk ken en met wie ik samengewerkt heb (De Geus en Braas); de twee boeken verwijzen dan ook naar mijn boek Adviseren met perspectief en dat is geen toeval. Dus zou je de indruk kunnen krijgen dat ik de enige pleitbezorger ben van piramidaal schrijven in Nederland. Dat is niet helemaal zo, want er zijn veel meer partijen die trainingen piramideschrijven en aanverwanten aanbieden.

Eén zo’n partij is trainingsbureau Vergouwen Overduin. Enkele medewerkers daarvan hebben ook handboeken geschreven die schatplichtig zijn aan het piramideprincipe en bij onze inventarisatie in de categorie ‘deels overeenkomstig met het piramideprincipe’ vielen. VO is echter veel minder eenduidig dan ik in het promoten van het piramideprincipe. In een recensie van Adviseren met perspectief (in 2002 in Tekstblad verschenen) vonden VO’s Elsbeth Teeling en Michiel Boswinkel mij dan ook te stellig in mijn enthousiasme over bijvoorbeeld het voorop zetten van de hoofdboodschap. Nog los van het gegeven dat ik inderdaad sta voor wat ik promoot en er veel argumenten voor kan aandragen, is stelligheid volgens mij wat schrijvende professionals willen van hun schrijfadviseurs: ze hebben graag eenduidige adviezen. Ik kom hier waarschijnlijk volgende week op terug, want dan bespreken we op het college deze recensie – dan staat wat kritischere literatuur centraal namelijk.

Hoe dan ook, ik verkondig wel een minderheidsstandpunt in de schrijfadviesliteratuur. Dat komt denk ik vooral door de kracht van de traditie van de traditionele, methodologische structuur, die je vrijwel overal ziet: in rapporten, maar dus ook in handboeken. Bovendien heb ik bij veel van de handboeken de indruk dat ze te globaal en algemeen zijn, en dus onvoldoende aansluiten bij de specifieke praktijk van adviseren. Ik vraag me dan wel eens af, zeker als het handboek uit de hoek van het onderwijs of wetenschap komt: hebben die mensen ooit wel eens gezien hoe bijvoorbeeld een manager een adviesrapport leest? Weten ze wat diens belangen zijn? Weten ze eigenlijk wel wat een adviseur doet – wat adviseren is, en hoe anders dat is dan schrijven in wetenschap of onderwijs?

En zo sloten de twee delen van het college toch op elkaar aan. Ik denk dat je, om iemand echt vooruit te helpen en echt te kunnen sturen, in diens huid moet kruipen. Dat geldt voor alle adviseurs, altijd en overal. En dus ook voor schrijfadviseurs.

De boeken (auteur – titel)

Berg, van den – Leesbaar en doeltreffend schrijven
Boswinkel & Jaspers – Overtuigen op één A4
Braas & Van Couwelaar – Rapporteren
Grubben & Vriends – Professioneel schrijven
Hogeweg – Een goed rapport
Horst, ter – Rapporteren in de hulp- en dienstverlening
Houët & Teeling – Overtuigende advies- en beleidsrapporten
Jansen (e.a.)  – Professioneel communiceren
Janssen (red.) (e.a.) – Zakelijke Communicatie deel 1.
Jaspers & Van Weeren Braaksma – Professionals & Schrijfwerk
Loomans & De Geus – Stukken beter schrijven
Overduin – Rapporteren
Ruck – Overtuigen op papier
Spek, van der – Schrijven met perspectief
Steehouder (e.a.) – Leren communiceren
Westen, van der – Goed geschreven

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek | 1 reactie

De schrijfcanon van de journalistiek?

Louise Cornelis Geplaatst op 24 september 2010 door LHcornelis24 september 2010  

Leuk boekje: Canon van de jounalistiek, net uit. Ik heb het gekocht omdat ik naar twee dingen nieuwsgierig was.

In de eerste plaats was ik benieuwd welke journalistieke meesterwerken ik nog niet kende, zodat ik daarmee mijn verlanglijst nog te lezen boeken kan aanvullen. Er staan veertig werken in het boek, allemaal kort getypeerd en toegelicht. Een aantal ken ik er, maar ik heb zeker ook ideeën opgedaan – niet alleen voor boeken, maar ook voor films en websites die ik graag eens zou bekijken. Wat dat betreft voldoet het boek dus aan mijn verwachtingen.

In de tweede plaats was ik benieuwd welke rol de tekstkwaliteit zou spelen bij de werken die in de canon zijn opgenomen. Zitten er artikelen of boeken bij simpelweg omdat ze zo goed geschreven zijn? Nee. Het gaat vooral om de opzienbarende inhoud (denk: Watergate, bouwfraude) of de bijzondere journalitieke methoden (zoals undercover). De kwaliteit van het schrijfwerk speelt hooguit een afgeleide rol.

Uit de paar opmerkingen over de tekstkwaliteit in de toelichtingen zijn wel een paar kenmerken af te leiden die de samenstellers van de canon kennelijk goed bevallen:

  • Veel details, als in een ooggetuigenverslag, scherp waargenomen, precies (liever dan bijvoorbeeld grote woorden en algemeenheden)
  • Letterlijke dialogen en citaten
  • Gebruik maken van literaire technieken; ook literaire non-fictie komt in de canon voor
  • De persoon van de journalist mag zichtbaar zijn (als de feiten maar niet uit beeld raken)
  • En natuurlijk: een dijk van een inhoud – die staat in de canon centraal.

Wat mij betreft ontbreekt er dan één ding: humor. Tenminste, van wat ik ken uit deze canon, staat bij mij Joris Luyendijks Het zijn net mensen op de eerste plaats. Toen ik dat boek las, dacht ik regelmatig: ik wou dat ik zo kon schrijven. Dat zat hem in de vijf bullets van hierboven, zeer zeker. Maar het zat hem bovenal in dat zesde element: ik heb tijdens het lezen zitten gniffelen en hardop zitten lachen. En dat bij zo’n onderwerp – ik vind het een enorme prestatie.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Hoofdboodschap middenin ofzoiets?

Louise Cornelis Geplaatst op 23 september 2010 door LHcornelis23 september 2010 1

Gister heb ik in de pauze van het college over het piramideprincipe heel snel een heleboel adviesrapporten bekeken. De studenten hadden er namelijk allemaal één meegenomen die ze gaan analyseren en vervolgens ‘piramidaal’ herschrijven. Het was gelukkig iedereen gelukt een echt adviesrapport te vinden. Dat moet ook niet zo moeilijk zijn natuurlijk: er wordt ontzettend veel geadviseerd, en in iedere organisatie moeten talloze adviesrapporten te vinden zijn. Stageplekken, bijbanen en ouders bleken een bron, en enkele studenten hadden zelf al iets ontvangen (studiekeuze-advies bijvoorbeeld) of geschreven.

Ik heb snel naar alle rapporten gekeken, vooral om te zien of ik het wel echt ‘adviesrapporten’ vond, en vooral of het niet te veel ‘beleidsrapport’ was, want dat is een ander genre en aan de verschillen wil ik in het college geen aandacht besteden (we hebben al genoeg te doen). Ik heb alle rapporten goedgekeurd, maar me wel verbaasd over wat ik zag. Geen enkel rapport was al piramidaal. Dat verbaast me niet, of nouja: het had me ook niet verbaasd als het er één of twee waren geweest. Maar ik weet natuurlijk wel dat er over het algemeen ‘anders’ geschreven wordt.

Wat ik vooral ken, is de methodologische opbouw: inleiding – vraagstelling – methode van onderzoek – bevindingen – evaluatie – conclusie – adviezen (of iets soortgelijks). Dat is het type rapport dat veel lezers meteen doet doorbladeren naar de laatste pagina, want daar staat waar het werkelijk om gaat. Die rapporten zaten er gister zeker ook tussen. Wat me verbaasde, was dat er óók een boel rapporten tussen zaten, misschien in totaal wel de helft, waarbij de structuur nog een heel andere was. Ik heb niet heel precies geïnventariseerd, dit is een indruk:

  • Een stuk of drie rapporten hadden wel een hoofdstuk of paragraaf die ‘conclusie’ of ‘advies’ heet, maar die stond dan noch vooraan, noch achteraan, maar ergens, tsja, in het midden ofzoiets. Het was dan bijvoorbeeld het derde hoofdstuk van vijf, en in één geval was het paragraaf 2.8 terwijl er daarna nog een hoofdstuk 3 volgde zonder conclusie dat er inhoudelijk toch echt wel bij leek te horen. Als lezer weet je in zo’n geval tenminste nog wel een beetje waar je het belangrijkste kunt verwachten, maar ik vraag me wel af wat de logica is van zo’n opbouw. Mij lijkt het niet bepaald te veel gevraagd dat een lezer bij een snelle blik op de inhoudsopgave of de tussenkoppen moet kunnen begrijpen hoe een rapport in elkaar zit.
  • Net zo veel rapporten hadden niet eens een zichtbaar, herkenbaar onderdeel ‘conclusie’ of ‘advies’. Dat wil dus zeggen dat je als lezer eigenlijk helemaal niet weet waar je moet zoeken naar het voor jou belangrijkste. Eigenlijk waren deze rapporten bijna helemaal ongestructureerd. De informatie was weliswaar in een bepaalde volgorde gezet, maar er was verder weinig mee gedaan. In één geval vond ik het echt bijna alleen maar de onderzoeksresultaten (tabellen, tekeningen) met een nietje erdoorheen. Waar dat aardig bij aansloot, was wat we net in het college besproken hadden: dat structureren méér is dan alleen maar bij elkaar zetten wat bij elkaar hoort.
  • Dan waren er nog een paar rapporten met een heel andere structuur, bijvoorbeeld heel erg gefragmenteerd, met per pagina drie paragrafen met elk eerst een stukje inleidende tekst en daaronder het kopje ‘advies’. Zo’n rapport bevat dan, zeg, 20 adviesjes. De rode draad is dan niet zichtbaar, maar misschien is hij er wel en wordt hij duidelijk tijdens het lezen, dat kon ik zo snel niet beoordelen (en ik vrees dat het tamelijk los zand zal blijven).

Ik was dus niet bepaald onder de indruk van de kwaliteit van deze rapporten. Dat betekent dat ze voor het college zeer geschikt zijn, dus daar was ik wel blij mee. In veel gevallen zal helemaal herschrijven niet gaan lukken: de studenten niet, maar mij ook niet. Als er niet een begin van een verhaallijn is, is het gissen en ontbreekt het ons aan vakkennis om de data te kunnen interpreteren. Je kunt dan als tekstadviseur niet meer doen dan wat aanwijzingen geven.

Ik ben alleen wel bang dat dit stapeltje veel representatiever is voor hoe er gemiddeld in de Nederlandse advieswereld geschreven wordt dan wat ik in mijn werk onder ogen krijg. Immers, ik werk alleen maar met adviseurs die al ‘bewust onbekwaam‘ zijn. Ze realiseren zich niet alleen dat er op het gebied van hun schrijfvaardigheid nog iets te verbeteren valt, maar willen daar bovendien in investeren. Dat zijn niet de slechtste schrijvers…

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek | 1 reactie

Over lapwings en compartmentalization

Louise Cornelis Geplaatst op 21 september 2010 door LHcornelis21 september 2010  

De afgelopen week hadden we Canadese vrienden te logeren. Erg gezellig – en erg veel Engels gepraat dus. Nou doe ik dat op zich wel vaker, en mijn Engels is best wel okee. Maar afgelopen week liep ik toch weer tegen een paar dingen aan waardoor ik dacht: wat lastig toch, vertalen.

Het eerste probleem is dat ik in het Engels heb gepraat over dingen waar ik het vrijwel nooit in het Engels over heb, en dus ook de woordenschat niet voor heb. Heb ik ooit buiten Nederland over kieviten gepraat, ze gezien zelfs ooit? Dus hoe leg je dan uit dat er twee van die vogels daar bezig zijn ‘some sort of bird of prey’ weg te jagen – want dat zagen we bij Ouddorp zaterdagnamiddag? De roofvogel was een buizerd,  maar is dat nou buzzard of niet? En wat is waterhoentje? Anders gezegd: in het domein ‘Nederlandse vogels’ ontbreekt het mij aan Engelse woordenschat. En dat is toch wezenlijk als je hier een béétje om je heen kijkt…

Waterhoentje is moorhen en kievit is lapwing – het woordenboek helpt. Anders is dat bij woorden met een sterke culturele lading. De woordenboekvertaling zegt dan eigenlijk niet zo veel. Ik heb zaterdag proberen uit te leggen wat het Humanistisch Verbond is (want ik hield daarvoor zondag een lezing). Humanistic alliance okee, maar dat dat een soort kerk-achtige structuur heeft aangenomen als een gevolg van de compertmentalization (verzuiling) van onze samenleving na de oorlog, dat wordt al een stuk lastiger, en voor woorden als zingeving en levensbeschouwing heeft het Engels vreemd genoeg ook geen woorden die ‘onze’ lading dekken.

Over en in je eigen land in een vreemde taal moeten praten – knap lastig! Ik vond het af en toe een hele inspanning. Maar wel leuk! En ik heb een paar woordjes geleerd. Al weet ik niet of lapwing en moorhen blijven hangen. Misschien als ik ze ooit in Engeland zie?

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑