↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Beter schrijven loont

Louise Cornelis Geplaatst op 20 februari 2012 door LHcornelis20 februari 2012  

Afgelopen weekend kregen wij een brief van één van de nutsvoorzieningen. Meteen bij de eerste zin ging die goed mis:

Onlangs heeft <bedrijf> contact met u gehad en een (technisch) onderzoek uitgevoerd om uw gegevens in ons administratiesysteem te actualiseren.

Wij wisten van niets, en een ‘(technisch) onderzoek’ heeft niet plaatsgevonden, althans niet met ons medeweten. Tsja, dat stemt niet welwillend.

De rest van de brief maakte het niet veel beter. We wonen bijna zes jaar in dit huis en ineens komt dat bedrijf ermee aanzetten dat het eigenlijk twéé huizen zijn, en dat we dus meer moeten betalen. Pardon?

Administratief gezien klopt het wellicht, want we wonen in een samengevoegde boven- en benedenwoning die ooit huisnummer A en B hadden. De voordeur van A is echter weg, en als dat (technisch) onderzoek daadwerkelijk had plaatsgevonden, had het bedrijf met eigen ogen kunnen zien dat het in de praktijk één huis is. Maar nu moeten we dat administratief gaan aantonen. Leek ons een gevalletje omgekeerde wereld.

Dus ik heb net gebeld, en wat blijkt? Ik was nummer zoveel die was gestruikeld over die eerste zin. Er was inderdaad bij een aantal huizen zo’n onderzoek geweest, en ze hadden één standaardbrief naar iedereen gestuurd. Dat is schriftelijke-communicatie-fout #1, en eentje die helaas heel veel voorkomt. Druk pas op ‘merge’ of ‘print all’ ofzoiets als je echt zeker weet dat de tekst geldt voor alle adressen.

Fout #2 zat hem in het ontbreken van de aanleiding in de brief. Dit bedrijf heeft onlangs de administratie overgenomen van een ander, en er bleken dingen niet te kloppen. Dus hebben ze alles opnieuw vergeleken met de gemeentelijke basisadministratie en toen bleek er ook bij ons een discrepantie – wat dan weer wel klopt, want daar zijn we inderdaad nog A en B. Als dat in één keer duidelijk was uitgelegd, hadden we tenminste begrepen waar dit verzoek na al die jaren vandaan kwam.

Dan nog hadden we het gevoel overgehouden dat de bewijslast verkeerd om ligt. Dat komt door fout #3: het bedrijf gaat ervan uit dat het gelijk heeft. Tenminste, zo komt het wel over. Dat ligt voor een deel aan wat er staat, bijvoorbeeld:

<Bedrijf> heeft u de afgelopen tijd ten onrechte te weinig (…) gefactureerd
Het is mogelijk dat het feitelijk gebruik van de zojuist genoemde woningen of panden afwijkt van de wijze waarop deze staan vermeld in BAG.

Daar staat dus eigenlijk dat het zeker is dat we te weinig betaald hebben, maar dat er eventueel een mogelijkheid is dat het anders zit. Dat lijkt me gezien de aanleiding te gelijkhebberig. Het zou heel anders overkomen als er zou staat dat er in principe twee mogelijkheden zijn: het is één woning, of toch twee. ‘In het eerste geval… en in het tweede…’ Bedrijven en administraties kunnen zich vergissen immers.

Maar de gelijkhebberigheid blijkt nog meer uit het ontbreken van enige empathie met ons als lezer. Als er iets in zou staan dat duidelijk zou maken dat <Bedrijf> beseft dat het voor een deel van de lezers alleen maar gedoe is om een al bestaande, kloppende situatie te handhaven, was het een stuk sympathieker overgekomen.

Er is ook nog een vierde fout, en dat is dat zo’n zin als de tweede hierboven, die met ‘feitelijk gebruik’ en ‘in BAG’ erin, simpelweg te moeilijk is, te abstract vooral, voor een groot deel van de lezers.

Maar goed, we gaan zorgen voor het benodigde papiertje, zo erg is dat nou ook weer niet.

Dit bedrijf had zich een boel telefoontjes kunnen besparen met een betere brief, of meerdere betere brieven, namelijk voor elke mogelijke situatie een aparte, in plaats van één standaardbrief met onvolledige uitleg. Beter uitleggen, simpelere woorden, en je iets bescheidener opstellen.

En weet je wat? Dat kan lonen. Want hoe veel tijd en dus geld hebben al die telefoontjes gekost? Nou dan!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Een workshop is geen presentatie

Louise Cornelis Geplaatst op 17 februari 2012 door LHcornelis17 februari 2012 1

Ik heb een extreme week: ik heb tussen maandag en gisteren maar liefst 15 uur in groepsverband zitten luisteren naar een spreker en/of kijken naar een Powerpointpresentatie. Maandagavond had ik een journalistieke cursus (daar schrijf ik over enige tijd nog wel meer over hier), dinsdag was Het Taalcongres waar ik eerder al over schreef en gisteren had ik nog een workshop over ondernemerschap.

Mijn conclusie: het noemt zich ‘cursus’ of ‘workshop’, maar het komt neer op zitten en luisteren naar een spreker, kijken naar een Powerpoint en af en toe een vraag stellen. Dat noem ik sowieso geen workshop, want daarin moet ik als deelnemer aan het werk. Het is sowieso niet de beste manier van leren, en leren is toch het doel van zulke dingen. Leren doe je in het algemeen niet zo heel erg van zitten luisteren, maar in het bijzonder leer je er niet beter van schrijven. Dat is een doe-vak immers.

Dat zitten luisteren/kijken niet de beste manier van leren is, kun je al snel duidelijk maken: leren is iets wat cursisten/deelnemers doen. Zíj moeten werken. Maar wie is er het hardst aan het werk bij een presentatie? Juist, de spreker. Als luisteraar kun je volledig passief blijven. Daar gaat dus sowieso iets mis.

Ik kon het zelf keer op keer voelen gebeuren deze week: dan zakte mijn energie weg en schakelde ik over op de ‘kom maar op’-stand. In het gunstigste geval zakte ik dan onderuit. In andere gevallen kreeg ik de neiging om in zo’n betoog gaten te schieten. Dat is ook erg leuk, maar ik doe niet dit soort dingen om alleen maar super-kritisch te zitten zijn. Al met al heb ik weinig geleerd deze week.

Hoe moet het dan wel? Nou, schrijven leer je eigenlijk alleen maar door het veel te doen en er goede feedback op te krijgen. Verder is er een boel bekend over hoe je wel leerprocessen in gang zet. Ik noem maar wat: Kolb met z’n leerstijlen en leercyclus waarin ervaren een belangrijke rol speelt, maar ook simpelweg activerende werkvormen. En oja: differentiatie. Als alle deelnemers hetzelfde doen, negeer je de verschillen tussen hen. Nog één dan, die sluit daar nauw bij aan: zelfsturend leren. Niet de persoon voor de groep bepaalt wat de deelnemers moeten leren, maar zij zelf.

Ik ben zelf in het inrichten van mijn trainingen altijd bezig met dit soort principes. Deze week ben ik me ervan bewust geworden hoe weinig vanzelfsprekend dat is. Ik vond al dat zitten en luisteren en al die Powerpoint deze week af en toe enorm afzien, maar dat zelfinzicht neem ik er dus van mee.

En verder motiveert dit me natuurlijk weer sterk om te blijven zeggen dat we met z’n allen in een kwalijke Powerpoint-reflex zitten. Wat in elke presentatie-training aan de orde móet komen: als je ‘iets’ gaat doen met een groep, zet dan niet klakkeloos sheets achter elkaar, maar begin eens met nadenken over wat je wilt bereiken bij de groepsleden. Welke benadering past daar het beste bij? Vaak niet: zitten en luisteren. Er zijn talloze andere mogelijkheden. Met een andere werkvorm dan een standaard presentatie heb je in elk geval al één voordeel binnen: je valt op.

Geplaatst in Opvallend, Presentatietips | 1 reactie

Verschenen: drie mini-columns

Louise Cornelis Geplaatst op 17 februari 2012 door LHcornelis17 februari 2012  

Net uit: Oase jaargang 4, nummer 4, met daarin van mij drie mini-columns over sport. Klein trendbreukje: twee ervan gaan over voetbal. Dat is de meerderheid, en dat is voor het eerst. Meestal schrijf ik over mijn eigen sporten, dus vooral over fietsen/wielrennen en over lopen/atletiek. Dit is ook wel eens leuk.

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

Het nieuwe schrijven?

Louise Cornelis Geplaatst op 15 februari 2012 door LHcornelis25 februari 2019 2

Gisteren was ik op Het Taalcongres, een met notal wat tamtam in de markt gezette dag die helaas zijn verwachtingen niet waarmaakte. Vermakelijk was het wel, vooral de twee plenaire onderdelen met Herman Pleij en Frank van Pamelen, en gezellig ook, met een aantal bekenden en nieuwe vakgenoten.

Maar de workshops vielen me tegen. Ze waren te theoretisch: waar ons in de opening nog ‘schrijfkramp’ beloofd was van het vele oefenen, heb ik vooral naar Powerpointpresentaties zitten luisteren. Daar leer ik niet beter van schrijven. 

De workshops waren bovendien te oppervlakkig voor de doelgroep, althans voor mij en de andere deelnemers die ik sprak, allemaal mensen met al de nodige werkervaring in het tekstenvak. Ik kan natuurlijk pech gehad hebben met mijn workshopkeuze – de eerste twee waren in de praktijk iets heel anders dan wat er op de website stond aangekondigd, dus moest ik mijn verwachtingen hard bijsturen. Grootste teleurstelling daarbij was de workshop ‘Basiskennis tekstschrijven B1′, waarvan ‘B1’ bleek weggevallen. Op een ‘basiscursus tekstschrijven’ zat ik echt niet te wachten. Jammer.

Maar dan nog. Grootste probleem was dat de workshops het niveau van ‘do’s en don’ts’ niet ontstegen, en dat goed schrijven iets heel anders is dan dat. Bij elke do en don’t is er namelijk meteen wel een tegenvoorbeeld te geven, wat aantoont dat het veel subtieler ligt dan makkelijke vuistregels doen geloven. Ik geef drie voorbeelden:

  • ‘Lees je speech niet voor’ was één van de do’s en don’ts in de speechschrijf-workshop. ‘Maar dat doet Obama toch ook?’ zei iemand uit het publiek. ‘Ja, hij wel,’ zei de workshopleider.
  • In alle vier de workshops (!) hoorde ik dat je de lijdende vorm moet vermijden. Nou moet je daarmee natuurlijk sowieso niet bij mij komen aanzetten (zie mijn bloglijntje uit december dat hier begint en via de trackbacks te volgen is), maar in diezelfde workshop hadden we net het volgende goede voorbeeld van een nieuwsbericht gezien*:

De Amerikaanse rappoer P. Diddy is beroofd van juwelen ter waarde van € 10 miljoen. De kostbare sieraden werden gestolen tijdens een overval op het hoofdkwartier van Diddy’s platenmaatschappij Bad Boy Records. Er zijn aanwijzignen dat de diefstal werd gepleegd door iemand die voor het platenlabel werkt, omdat buitenstaanders de sieraden onmogelijk hadden kunnen vinden.

Maar liefst drie van de zes zinnen (eigenlijk: gezegdes) zijn passief: is beroofd, werden gestolen, werd gepleegd. Ik kon het niet laten om dat op te merken. ‘Ja, maar dat is omdat je dan niet weet wie het gedaan heeft,’ zei de workshopleidster. Ja, dus?
In mijn ogen betekent dat  dús dat het passief soms heel nuttig is – beter dan actief. Van actief maken verbetert dit tekstje echt niet, dan wordt het ineens een stuk over een vage partij ‘daders’ ofzoiets.
Bovendien: hoe veel ervaren schrijvers gebruiken te veel lijdende zinnen? ‘Vermijd het passief’ kan een zinnig advies zijn, maar dan voor andere schrijvers dan die er gister rondliepen.

  • Schrijf alsof je een gesprek voert’ , hoorde ik een aantal keren. Maar talloze herschrijvingen kregen daardoor de vorm van eerst een voorwaardelijke vraag en daarna een antwoord, dus zoiets als dit:

Bent u geïnteresseerd in het werk van X? Kijk dan op…
Wilt u besparen op uw energie-kosten? Dan volgen hier tips…

Als echt al je teksten zo worden, dan is dat saai en betuttelend. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Bovendien is uit onderzoek ook nog helemaal niet gebleken dat dit soort taal, ook wel relationeel genoemd, echt werkt. Ik las deze week een artikel van Hanny den Ouden en Maartje Doorschot waarin ze aan het eind ook twijfels uiten over de effectiviteit ervan. Over de stijl van een voorlichtingstekst voor jongeren zeggen ze: ‘Het onderwerp is tot nog toe slecht onderzocht, en dat terwijl veel professionals pretenderen te weten hoe ze met jongeren moeten communiceren’.* Inderdaad. 

Van onderzoek trokken deze workshopleiders zich sowieso niet veel aan, en nou is dat ook bepaald niet de snelweg naar goed schrijvern. Maar goede schrijfadviezen zijn wel veel subtieler en preciezer dan ‘vermijd het passief’ en ‘schrijf alsof je een gesprek voert’. Voor dat soort vuistregels werd wel de term ‘het nieuwe schrijven’ gebruikt. Nou heb ik ‘het nieuwe werken’ wel een beetje door, Maarten Ducrot’s ‘het nieuwe wielrennen’ al minder, maar wat ‘het nieuwe schrijven’ is, dat snap ik dus echt niet.

Voorlopig blijf ik in mijn eigen trainingen nog maar bij het oude. Wat vooral wil zeggen: heel precies kijken naar wat wel en niet werkt voor die ene tekst in die specifieke context. Wel nuttig om dat weer eens zo helder voor ogen te hebben.

(*Bronnen bij deze post: Tijdschrift voor Taalbeheersing 2010, p. 256; handout Merel Roze.)

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 2 reacties

Tot slot: vooruitblik

Louise Cornelis Geplaatst op 13 februari 2012 door LHcornelis13 februari 2012  

Om een lang vervolgverhaal over de resultaten van het recente piramideprincipe-onderzoek af te ronden, vandaag een vooruitblik: wat zijn volgende stappen?

Welnu, zelf ga ik aan de slag met publicaties over het onderzoek. Er staat er twee op de rol. Eerder was ik natuurlijk al ‘de boer op’ op het VIOT-congres, en ik houd sowieso in de gaten hoe ik onze resultaten breder bekend kan maken.

Dan zijn er drie studenten bezig met scripties over het piramideprincipe. Dit zijn hun onderwerpen:

  • Werkt het piramideprincipe ook voor pleitnota’s? Interessant experiment, want in de juridische wereld zijn genre-conventies zeer hardnekkig, al blijkt er ook wel interesse te zijn in een wat krachtiger vorm voor dit genre.
  • Is het mogelijk om bij de genre-verwachtingen die we steeds tegenkomen, het effect van de stijl te onderscheiden van dat van de structuur? Dus in hoeverre is het de stijl van het piramideprincipe die lezers van reguliere adviesrapporten zand in de ogen strooit, en in  hoeverre puur en alleen de structuur?
  • Kunnen zakelijke lezers uit de voeten met een piramidaal rapport als webtoepassing, dus als hypertext? De piramide is een hiërarchische structuur die je 1 op 1 in een hypertext vorm zou kunnen geven, en bovendien lezen steeds meer mensen van digitale media, dus wie weet biedt dit mogelijkheden.

En er is meer: de vierde scriptiestudent maakt aanstalten en heeft aangegeven iets te willen doen met leesinstructies, en ik ben ook nog tweede begeleider bij een scriptie die inhoudelijk over iets anders gaat, maar die die student graag piramidaal wil schrijven.

Wat er ten slotte ook nog zou moeten/mogen/kunnen gebeuren is een herhaling van het experiment dat Jan deed voor zijn scriptie, maar dan onder ouderejaars studenten. Dat zou er licht op kunnen werpen of inderdaad geldt dat naar mate lezers meer ervaring hebben met de methodologische manier van rapporteren, ze meer moeite hebben met het piramideprincipe. Zoiets vermoeden we nu wel.

Kortom, er is nog een boel te doen, en dit wordt vervolgd dus, alleen nu weer met grotere tussenpauzes.

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek | Geef een reactie

Zet de piramide stevig op de grond

Louise Cornelis Geplaatst op 10 februari 2012 door LHcornelis10 februari 2012 1

Uit de piramideprincipe-onderzoekscolleges nu een iets andere observatie, niet zozeer over de inhoud van de resultaten, maar over de vorm van het werk door de studenten. Ik had gevraagd om de eindrapportages in een zo piramidaal mogelijke vorm te gieten.

Dat ligt helemaal niet voor de hand, want adviseren en wetenschap zijn verschillende dingen en niet voor niets is de standaard rapportagevorm in de wetenschap methodologisch). In Groningen leren de studenten bovendien een in mijn ogen ook nog eens maximale vorm daarvan aan, alsof ze alles wat ze in het onderzoek doen en laten zo uitvoerig mogelijk op moeten schrijven. Lezergericht is in mijn ogen anders.

Hoe van zwaar methodologisch over te stappen op piramidaal, dat was de vraag voor de studenten. Ik hoop dat ik ze daarbij heb geholpen door aan te moedigen zich voor te stellen dat ze mij adviseerden. Bijvoorbeeld over wat er in een publicatie over het onderzoek zou moeten komen, of over wat ik in de praktijk anders zou moeten vertellen.

De studenten zijn er allemaal redelijk tot goed uitgekomen: ik kreeg min-of-meer piramidale rapporten. Het ‘min’ was soms doelbewust, bijvoorbeeld bij de onderzoekers van de ‘light’ variant van het principe, ik schreef daar eerder over. Niet altijd was het gelukt om tot volledige integratie te komen en bungelden de aanbevelingen toch wat los van de onderzoeksresultaten als zodanig. Dat is ook inderdaad knap lastig, dat vindt elke piramide-leerder. De goede rapporten hadden die integratie wel, dus een adviserende hoofdboodschap met onderbouwing.

De beste rapporten blonken daarbij uit aan de onderkant: die waren echt doorgezet tot op het niveau van de ruwe data. Aangezien het vooral ging om interviews, betekende dat dat er quotes in de tekst stonden. Dat maakt het lekker concreet. Bovendien is het me niet eerder zo duidelijk geworden dat een rapport zijn overtuigingskracht grotendeels daaraan dankt: pas dan toon je aan dat het echt zo is, en niet alleen maar jouw interpretatie.

Ik ga daar in de praktijk beter op letten. Ik concentreer me vaak vooral op de hoogste niveaus van de piramide: de hoofdboodschap en de directe onderbouwing daarvan. Als daar iets rammelt, rammelt het hele verhaal. Maar het omgekeerde daarvan geldt niet. Als het bovenin klopt, is het nog niet altijd een goed rapport. Dan kan het nog steeds een piramide zijn die niet tot op de bodem is doorgezet, en die dus ‘zweeft’.

Dat zweven geeft je als lezer het gevoel dat je het maar op gezag van de schrijver moet aannemen allemaal – alsof je als lezer ook geen vaste grond onder de voeten krijgt. Grappig hoe de bouwwerk-metafoor en de leeservaring overeen komen. Goed schrijven betekent: stevig op de grond staan.

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | 1 reactie

Houd kopjes kort

Louise Cornelis Geplaatst op 7 februari 2012 door LHcornelis7 februari 2012  

Zo langzamerhand nadert hier op het weblog het einde van de verslaglegging van de resultaten van het piramideprincipe-onderzoek van de afgelopen maanden. Er is één ding dat uit diverse onderzoekjes naar voren kwam en dat niet onvermeld mag blijven: tegenstrijdige meningen over boodschaptitels.

Vorig jaar was al gebleken dat niet alle lezers doorzien dat boodschaptitels in een adviesrapport net zo werken als koppen in de krant, in die zin dat ze de inhoud van de tekst beknopt samenvatten. Lezers zien dat niet, zo gewend als ze zijn aan generieke koppen als ‘conclusie’ en ‘aanbevelingen’, en áls ze het zien, geloven ze het niet.

Dit jaar bleek dat iets genuanceerder te liggen: sommige lezers doorzien de koppen van sommige rapporten wel. Die hadden dan een positief oordeel over boodschaptitels: handig dat daar ‘alles al in staat. Of, zoals één van de respondenten (van Nynke, Nynke Ant en Marèll) verwoordde:

Je moet aan een inhoudsopgave gelijk kunnen zien waar het over gaat.

Maar ook weer niet allemaal, want sommigen vonden de boodschaptitels te lang, en daardoor onoverzichtelijk. Lange titels hinderen de leesbaarheid:

Dan waardeer ik deze beter, omdat deze beter leesbaar is door de kortere zinnen.

Een inhoudsopgave met allemaal boodschaptitels in volzinnen oogt inderdaad veel minder overzichtelijk dan wanneer alle hoofdstuktitels slechts uit één woord bestaan.

Ik concludeer hieruit dat áls je boodschaptitels gebruikt, het goed is om die kort te houden. Zo kort mogelijk. Een boodschap formuleren kan in twee woorden: het onderwerp en iets daarover, bijvoorbeeld een actie (werkwoord) of evaluatie (bijvoeglijk naamwoord). Dat lukt niet altijd, maar is wel een mooi streven.

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

Piramideprincipe ‘light’

Louise Cornelis Geplaatst op 3 februari 2012 door LHcornelis3 februari 2012 1

Twee van de groepjes in het piramideprincipe-onderzoekscollege hebben zich beziggehouden met de mogelijkheid van een ‘piramideprincipe light’: een soort tussenvorm tussen een piramidaal en een methodologisch rapport dat wellicht voor niet-ingewijde lezers makkelijker te doorzien is, en voor schrijvers makkelijker te maken. Naar dat laatste, dus het schrijfgemak, is niet apart gekeken dit jaar, maar vorig jaar was al gebleken dat schrijvers het lastig vinden om het hele principe toe te passen, en dat je je kunt afvragen of die inspanning wel de moeite waard is.

Naar lezers is dit jaar wel gekeken, in twee onderzoeken:

  • Koen en Thijs maakten een rapport dat je een soort omgekeerde methodologische opbouw zou kunnen noemen, met explicietere boodschappen. het begint met een hoofdstuk ‘conclusie en advies’ en daarna twee hoofdstukken met analyse en onderbouwing. De kopjes hadden zowel de methodologische term als een boodschaptitel. De hoofdboodschap stond ook alvast in de inleiding. Hun respondenten konden hier prima mee uit de voeten en vonden het op alle punten beter dan het methodologische origineel: het is duidelijker, sneller te lezen, goed te doorzien, helderder, enzovoort.
  • Marèll, Nynke en Nynke Ant maakte een soortgelijk rapport, of althans: alleen de inhoudsopgave. Ook bij hen een omgekeerde methodologische volgorde met boodschappen op het niveau van de hoofdstukken. Zij vergeleken dit met een echt piramidale structuur. Belangrijkste verschil is dat daarin de structuur niet door de methode wordt bepaald, maar door de inhoud: argumenten voor de hoofdboodschap. Bij hen waren de resultaten minder eenduidig, maar wel relatief gunstig voor de tussenvorm: respondenten begrepen die beter dan de piramide. Beter, dat wel, maar niet iedereen vond de tussenvorm even overzichtelijk. De piramidale inhoudsopgave werd niet doorzien: ook hier deed zich het verschijnsel voor dat de respondenten er hun methodologische verwachting op projecteerden.

Positieve geluiden dus over een ‘light’ versie van het piramideprincipe, maar ik zag zelf meteen ook het probleem. Beide groepjes hadden min of meer gepracticed wat ze preachten, dus zelf ook semi-piramidaal gerapporteerd over hun onderzoek. Op zich vond ik dat prima, want ik had de studenten gevraagd te experimenteren met piramidaal rapporteren over onderzoek (wat nog lastig zat is, gezien de andere conventies in de wetenschap). Maar voor mij was zichtbaar dat ‘light’ niet in dezelfde mate dwingt tot een echt goede logica in de structuur. Het gaat toch meer in de richting van bij elkaar zetten wat bij elkaar hoort – maar het volledige piramideprincipe dwingt tot het veel beter onderbouwen van je hoofdboodschap.

Dát is waar je die inspanning voor levert. Dat is misschien niet altijd nodig, en dan zou zo’n makkelijkere variant uitkomst kunnen bieden. Maar in de mate waarin het je denken uitdaagt is en blijft het piramideprincipe ongeëvenaard.

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek | 1 reactie

Jouw lezer stelt zich voor

Louise Cornelis Geplaatst op 3 februari 2012 door LHcornelis3 februari 2012 1

Gauw lezen: http://www.dialogos.nl/ik-ben-jouw-lezer/ !

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Niet-ingewijde lezers helpen

Louise Cornelis Geplaatst op 31 januari 2012 door LHcornelis31 januari 2012  

Tot nu toe is een belangrijke bevinding van het piramideprincipe-onderzoek dat niet-ingewijde lezers de structuur ervan niet altijd doorzien. Vorig jaar is een voorzichtig begin gemaakt met kijken of er simpele manieren zijn om die lezers te helpen, bijvoorbeeld door het geven van een korte leesinstructie. Het effect ervan toen was nihiel: ze snapten het nog steeds niet (ik beschreef dat hier). Dit jaar zijn meerdere onderzoeksgroepjes op zoek gegaan naar andere vormen van instructie. Met wisselend resultaat.

Eén groep (Stanko, Jeroen en Marlies) vond dat het simpele soort structuuraanduiders dat vorig jaar niet werkte, het wél deed. In plaats van ‘Advies’ en ‘Argument + nummer’ noemden zij de hoofdboodschap ‘Conclusie’ en de onderbouwing ‘advies’ – want het was een praktisch gericht rapport (beantwoord onder de hoofdboodschap de hoe-vraag en niet de waarom-vraag). Hun lezers hadden geen moeite met dat rapport: ze vonden de hoofdboodschap en gaven geen blijk van verwarring. Wel was het nog steeds zo dat ze niet echt door hadden dat alles eigenlijk al in de inhoudsopgave stond.

Jeroen, Stanko en Marlies gingen nog een stap verder en voegden een soort krantenbericht met uitleg toe, maar dat had geen meerwaarde. Ook een ander groepje (Jacqueline, Marjolein en Charlotte) werkte met een krantenbericht. Dat ligt namelijk nogal voor de hand, omdat het idee van boodschaptitels en met het belangrijkste beginnen van dat genre is afgekeken. Dit drietal verwerkte niet de leesinstructie in een krantenbericht, maar maakten er een inhoudelijk bericht van, met nieuws gerelateerd aan het adviesrapport. Dat bleek lezers niet te helpen: ze legden niet de structurele link tussen krantenbericht en adviesrapport. Overigens hadden deze respondenten niet veel moeite met de piramidale tekst, die snapten ze sowieso wel. Het was dan ook een korte en overzichtelijke tekst.

Dan was er nog een groep (Alieke, Paul, Jacob en Nadine) die de inhoudsopgave visualiseerde, om te zien of dat zou helpen bij het doorzien van de piramidale opbouw. Met behulp van beeld is immers de hiërarchie van de structuur zichtbaar te maken. Maar nee, zo’n visuele inhoudsopgave maakte niet uit. De respondenten in dit onderzoek gingen maar weer eens op zoek naar de ‘conclusie’ en de ‘samenvatting’ en zeiden het maar een ongebruikelijke structuur te vinden. Ook zo’n visuele inhoudsopgave wijkt af van wat ze kennen, en ze herkenden het schema daarom soms niet eens als inhoudsopgave.

Ook Kiki en Erik vonden dat ze zelfs met een nogal royaal gedoseerde leesinstructie de verwachtingen niet konden bijsturen: ook hun respondenten bleven zoeken naar ‘conclusie’ en ‘samenvatting’. Het enige zo’n beetje wat zij níet in hun leesinstructie hadden gezet, was letterlijk dat die kopjes er niet in zouden staan. Verder waren ze behoorlijk expliciet geweest in hun uitleg van hoe het rapport in elkaar zat. Ze hebben geëxperimenteerd met de dosering daarvan – maar het effect daarvan was niet positief.

Wat kunnen we hier nou uit concluderen? Ik weet het nog niet precies. Twee voorzichtige conclusies:

  • Voor de praktijk: Het heeft waarschijnlijk niet zo veel zin om aan te raden voor een breed publiek ‘gekke’ dingen toe te voegen om een piramidaal rapport toegankelijk te maken: het nut van leesinstructies is beperkt.
  • Voor vervolgonderzoek: Het lijkt erop dat een kort, actiegericht rapport makkelijker te begrijpen is dan een lang en argumentatief rapport. Tenminste, dat is nu mijn beeld, maar daar was het onderzoek nu nog niet op gericht. Mooie volgende stap!

En voor alle duidelijkheid nog één keer, voor de zekerheid: in de praktijk van adviseurs die schrijven voor een opdrachtgever is dit allemaal amper een probleem, omdat hun lezer het piramideprincipe vaak wél kent, en zo niet – dan leg je het toch even uit? Dan wil die opdrachtgever al gauw niets anders meer!

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑