↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Rationaliteit is beperkt

Louise Cornelis Geplaatst op 1 oktober 2010 door LHcornelis1 oktober 2010  

Klein interessant artikeltje in de UniversiteitsKrant van Groningen. Het gaat over een artikel in het tijdschrijf voor ‘risk research’ van deze maand. Fictieve tekstjes met twee tegenovergestelde standputen over bijvoorbeeld klimaatveranderingen werden voorgelegd aan twee groepen proefpersonen: ‘linkse’ en ‘rechtse’. Wat bleek? Beide groepen bleken even slecht in het inscahtten van de mate van wetenschappelijke consensus; beide groepen overschatten de mate van ondersteuning voor hun eigen visie.

De conclusies: (1) meer wetenschapsvoorlichting helpt niet, want alleen niet-bedreigende informatie komt aan.  (2) We zijn minder rationeel dan we denken. En die laatste conclusie heeft implicaties voor schrijven en presenteren. Kort gezegd: met alleen maar meer rationele argumenten word je niet overtuigender.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

De schrijfcanon van de journalistiek?

Louise Cornelis Geplaatst op 24 september 2010 door LHcornelis24 september 2010  

Leuk boekje: Canon van de jounalistiek, net uit. Ik heb het gekocht omdat ik naar twee dingen nieuwsgierig was.

In de eerste plaats was ik benieuwd welke journalistieke meesterwerken ik nog niet kende, zodat ik daarmee mijn verlanglijst nog te lezen boeken kan aanvullen. Er staan veertig werken in het boek, allemaal kort getypeerd en toegelicht. Een aantal ken ik er, maar ik heb zeker ook ideeën opgedaan – niet alleen voor boeken, maar ook voor films en websites die ik graag eens zou bekijken. Wat dat betreft voldoet het boek dus aan mijn verwachtingen.

In de tweede plaats was ik benieuwd welke rol de tekstkwaliteit zou spelen bij de werken die in de canon zijn opgenomen. Zitten er artikelen of boeken bij simpelweg omdat ze zo goed geschreven zijn? Nee. Het gaat vooral om de opzienbarende inhoud (denk: Watergate, bouwfraude) of de bijzondere journalitieke methoden (zoals undercover). De kwaliteit van het schrijfwerk speelt hooguit een afgeleide rol.

Uit de paar opmerkingen over de tekstkwaliteit in de toelichtingen zijn wel een paar kenmerken af te leiden die de samenstellers van de canon kennelijk goed bevallen:

  • Veel details, als in een ooggetuigenverslag, scherp waargenomen, precies (liever dan bijvoorbeeld grote woorden en algemeenheden)
  • Letterlijke dialogen en citaten
  • Gebruik maken van literaire technieken; ook literaire non-fictie komt in de canon voor
  • De persoon van de journalist mag zichtbaar zijn (als de feiten maar niet uit beeld raken)
  • En natuurlijk: een dijk van een inhoud – die staat in de canon centraal.

Wat mij betreft ontbreekt er dan één ding: humor. Tenminste, van wat ik ken uit deze canon, staat bij mij Joris Luyendijks Het zijn net mensen op de eerste plaats. Toen ik dat boek las, dacht ik regelmatig: ik wou dat ik zo kon schrijven. Dat zat hem in de vijf bullets van hierboven, zeer zeker. Maar het zat hem bovenal in dat zesde element: ik heb tijdens het lezen zitten gniffelen en hardop zitten lachen. En dat bij zo’n onderwerp – ik vind het een enorme prestatie.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Pascal: geen tijd voor kort

Louise Cornelis Geplaatst op 20 september 2010 door LHcornelis20 september 2010 3

Al een hele tijd geleden schreef ik op dit weblog een stukje over een beroemd citaat met als strekking ‘sorry dat deze brief zo lang is geworden; ik had geen tijd om een kortere te schrijven’. Dat komt nogal eens ter sprake als het gaat over de kunst van beknopt en to-the-point schrijven, en dat dat een inspanning is, moeilijker dan lange stukken schrjiven. 

Ik ken het citaal al jaren, maar wist de herkomst niet, meende dat het een Brit was (Churchill of Orwell). Op internet worden verschillende namen genoemd, waaronder Pascal en Voltaire, maar ook Multatuli.

Eerder deze maand hoorde ik dat het wel degelijk Blaise Pascal is van wie de uitspraak afkomstig is, en inmiddels kreeg ik ook het origineel. Het is afkomstig uit Pascals Lettres Provinciales (1657) no. 16 en het luidt:

J’ai fait celle-ci plus longue parce que je n’ai pas eu le loisir de la faire plus courte.

Mooi dat dat eindelijk opgehelderd is – met dank aan Raymond!

Geplaatst in schrijftips | 3 reacties

Feedback geven aan een schrijver

Louise Cornelis Geplaatst op 14 september 2010 door LHcornelis14 september 2010  

In Schrijven Magazine (nr. 4, 2010) staat een artikel over het geven van feedback aan schrijvers. Het is een interview met Amelie Vailland, docente aan een prozaopleiding in Arnhem, geschreven door Leo Kop. Het artikel gaat over schrijvers van literaire teksten, maar er staan beharigenswaardige zaken in die net zozeer gelden voor het geven van feedback aan schrijvers van zakelijke teksten:

  • Niet alleen is het zo dat een tekst en de vaardigheden van de ontvanger van feedback kunnen verbeteren, maar ook van het geven van feedback wordt iemand een betere schrijver: een zelfstandige schrijver kan zijn eigen teksten goed verbeteren, en het geven van feedback op anderen is daar oefening in.
  • Feedback op elkaars teksten in een groep uitwisselen (wat ik ‘intervisie’ noem) heeft een meerwaarde: je ziet dat mensen verschillend kunnen reageren op één tekst, en je ziet ook dat anders schrijvers met dezelfde dingen worstelen als jij.
  • De gever van feedback dient zich op te stellen als lezer, niet als schrijver. Lezersfeedback wil zeggen dat je aangeeft ‘hoe de tekst bij jou werkt, hoe hij bij jou is binnengekomen.’ Stel het geven van tips dus zo lang mogelijk uit.
  • Schrijvers mogen hun tekst niet vooraf toelichten, want zulke uitleg vertroebelt het zicht op de tekst voor de lezer.
  • Feedback moet passen bij de fase in het schrijfproces. Als je nog bezig bent met het ontwikkelen van de inhoud, is feedback op formuleringen nog niet zinnig.
  • Een goede schrijver stuurt de feedback en vraagt wat hij nodig heeft.
  • Het niveau van de structuur/opbouw is het lastigste om feedback op te geven – terwijl het wel belangrijk is. Feedback geven op structuur is iets wat lezers moeten leren.
  • Voor het beoordelen van je eigen werk is het noodzakelijk dat je dat eerst een tijdje weglegt. En ook dan geldt: bepaal op welk niveau je jezelf feedback gaat geven. Dat zou moeten zijn: eerst de grote lijn, daarna pas de details. Dus ga geen typfouten zitten verbeteren terwijl je de opbouw aan het beoordelen of verbeteren bent.
Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Grote aanpassing eerdere post

Louise Cornelis Geplaatst op 9 september 2010 door LHcornelis9 september 2010  

Ik breng het maar even onder de aandacht in een aparte post: mijn stukje van 27 augustus over schrijven tegen Alzheimer heeft enkele edits ondergaan, de laatste nogal uitgebreid. Van het bericht dat schrijven zou helpen tegen Alzheimer blijft (helaas?) niets overeind. Maar interessant is het wel.

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Het tweede beroep

Louise Cornelis Geplaatst op 7 september 2010 door LHcornelis7 september 2010 1

Bij twee van mijn huidige opdrachtgevers speelt hetzelfde probleem, hetzelfde obstakel voor adviserend schrijven: de adviseurs hebben moeite met hun tweede beroep.

Adviseren is je tweede beroep – ik ontleen die term aan de titel van een goed boek over adviesvaardigheden. Je eerste beroep is je vakinhoudeljke specialisme. In dat gebied of op basis van die kennis adviseer je; je adviseert immers altijd over iets. Wat je er dan vooral bij moet gaan doen, is dat adviseren mensenwerk is: je bent bezig met het oplossen van het probleem van van je cliënt. Alles wat je doet of laat, dient dat belang. Adviseren is klangerichte dienstverlening.

Bij die twee opdrachtgevers zijn de adviseurs van eerste beroep onderzoekers. Een onderzoeker draagt bij aan de vermeerdering van onze kennis en streeft daarbij naar objectiviteit en reproduceerbaarheid. Dat is iets heel anders dan een cliënt vertellen wat hij morgen het beste kan doen met zijn bedrijf. Objectief en reproduceerbaar? Dat zal allemaal wel, de cliënt wil vooral weten of ze het gaat redden, hoe veel ontslagen er vallen en hoe veel het gaat kosten – ik formuleer het maar even kort door de bocht om het scherp te stellen.

De kunst en ook de lol van adviseren is niet dat je je eerste beroep verloochent. Een adviseur met een onderzoeksachtergrond wordt ingehuurd omdat hij (of zij) gedegen onderzoek kan verrichten, omdat hij goed is in zijn vak, en daar heeft de opdrachtgever belang bij, omdat juist dat nodig is voor het oplossen van het probleem. De kunst en de lol is wel om er iets bij te gaan doen, iets toe te voegen aan dat eerste beroep: het richten van het werk op de belangen van de opdrachtgever. Adviseren is relationeel en subjectief, of althans: veel relationeler en subjectiever dan onderzoek doen.

Voor schrijven en presenteren betekent adviseren dat je het document richt op de belangen van de opdrachtgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat je met het belangrijkste begint, zodat je gelijkwaardigheid creëert (je kaarten liggen op tafel) en voor de opdrachtgever de spanning weghaalt en efficiënt lezen en goed luisteren mogelijk maakt. Het betekent ook dat je een écht advies geeft, dus niet alleen de data presenteert en verder zoekt de opdrachtgever het zelf maar uit. Je voorziet alle data van een ‘so-what’ die ook echt iets zegt, en niet alleen een open deur intrapt. Enzovoort.

Dat is onwennig. Voor echt iets zeggen dien je je nek uit te steken, en het relationele en subjectieve kan glibberig voelen: “kan ik dat wel maken?”  Het is lastig voor iemand die gwend is aan het rapporteren van onderzoeken, met alle ruimte voor de mitsen en maren en de verantwoording van de methodologie, en met de conclusie aan het eind. Die onwennigheid is soms een kwestie van oefenen, goede voorbeelden zien, feedback krijgen, nog meer oefenen, kortom, van een nieuwe vaardigheid onder de knie krijgen. Daar leent een training adviserend schrijen of presenteren zich natuurlijk prima voor.

Soms gaat het echter wel wat verder dan dat. Dat enge terrein van de mensgerichtheid kan onzekerheid oproepen en daardoor een verlangen naar de veiligheid van de objectieve data en de methodologie. Daar is een onderzoeker immers goed in. Over die onzekerheid kan in een training gepraat worden, en dat scheelt vaak al een stuk. Ik heb al vaak uitgelegd dat klantgerichtheid niet van je vraagt dat je oppervlakkiger moet worden, of dat je een heleboel waardevolle inhoud weg moet laten. Daar gaat het niet om; het gaat eerder om méér (het tweede beroep voegt iets toe aan het het eerste) dan om minder. Dat bijvoorbeeld rapporten toch korter worden, ligt er vooral aan dat je je niet meer hoeft te verantwoorden. Er hoeft niet meer zo veel nadruk te liggen op de mitsen en de maren of op de methodologie, en dat scheelt.

Soms gaat het nog verder. Er zijn onderzoekers die weliswaar zijn aangesteld als adviseur, maar die zich in hun hart nog steeds alleen maar onderzoeker voelen. Zo’n onderzoeker ziet zichzelf niet als adviseur en hij heeft dus ook geen boodschap aan adviesvaardigheden. In een training kan dat ter sprake komen; het gaat dan over rolopvatting. Verder is dit een zaak voor de leidinggevende. Een training adviesgericht schrijven/presenteren kan wel een belangrijk onderdeel zijn van een bredere opleiding in of aanpak van adviesvaardigheden in een organisatie, en dus niet alleen vanwege de technische vaardigheden, maar ook om het over onzekerheid en de rolopvatting te hebben.

Over de rolopvatting moet het trouwens wat mij betreft altijd gaan in een training adviserend communiceren. Anders is de nieuwe vaardigheid een aangeleerd, misschien wel afgedwongen kunstje. Dat leidt niet tot echt goed schrijven, laat staat tot blije adviseurs. Want dat is uiteindelijk wel het resultaat, als het goed is: dat adviseurs de lol doorkrijgen van adviseren, ook op papier of in een presentatie. Je cliënt écht vooruit helpen, in jargon heet dat ‘impact hebben’ – dat is toch wat je wil?!

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | 1 reactie

Week van twee thema’s

Louise Cornelis Geplaatst op 6 september 2010 door LHcornelis6 september 2010  

Voor wie het nog niet op een andere manier aangekondigd had gezien: het is deze week zowel de week van het schrijven als de week van de alfabetisering, allebei met een boel activiteiten. Om maar iets te noemen: de kranten komen met pagina’s speciaal voor laaggeletterden en er zijn overal in het land allerlei schrijf-bijeenkomsten. Zelf ga ik eerlijk gezegd niks bijzonders doen. Ik zou bijna zeggen: voor mij is (bijna) elke week een week van het schrijven!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

En de nadelen dan?

Louise Cornelis Geplaatst op 1 september 2010 door LHcornelis1 september 2010  

Mijn post van gister vraagt natuurlijk om de andere kant: wat is er dan tégen het piramideprincipe?

Welnu, het piramideprincipe als manier om je denken over de resultaten van onderzoek klantgericht te maken en naar een zo hoog mogelijk niveau van saillantie en logica te trekken is volgens mij ongeëvenaard. Het gaat dan om het structureren als activiteit en het piramideprincipe als instrument daarbij. Het zou hooguit kunnen zijn dat mensen die uit zichzelf al geneigd zijn tot converteren door het piramideprincipe helemaal last krijgen van tunnelvisie. Dat is een bezwaar dat ik me kan voorstellen en dat ik wel eens hoor, maar waar ik nog nooit iemand echt over heb horen mopperen. Te veel converteren is voor de meeste mensen in de praktijk het niet probleem, het omgekeerde wel, en daar helpt het piramideprincipe juist bij.

Het piramideprincipe als recept voor de structuur van rapporten en presentaties kent volgens mij wel één belangrijk bezwaar: het past bij een nogal directieve manier van adviseren. De adviseur neemt dan de rol aan van: ‘beste klant, u moet dit doen, en wel hierom…’ Dat valt soms fout, en dat is niet altijd onterecht. Met voorzichtigere formuleringen is hier wel iets aan te doen, maar niet alles. Er zijn andere manieren van adviseren, met de adviseur bijvoorbeeld meer als counselor die de cliënt helpt zijn eigen beslissingen te nemen. Samen naar de piramide kijken is dan een mogelijkheid, maar daarmee is het dan weer het hierboven genoemde instrument geworden, niet het pasklare recept.

En er zijn veel communicatiesituaties die ook niet vragen om die directiviteit, maar om interactie – vrijwel alle presentaties, bijvoorbeeld. Het piramideprincipe klakkeloos toepassen kan ertoe leiden dat je het publiek een trechter op z’n kop zet en daar je informatie in giet. Tot een levendige uitwisseling kom je dan niet altijd. 

Volgens mij zijn dit de enige echte bezwaren. De andere mogelijke tegenwerpingen die ik wel hoor, zijn meer pragmatisch: ze hebben meer te maken met de toepassing van het piramideprincipe dan met het principe als zodanig. Ik noem er een paar:

  • Het is lastig te leren en in de praktijk te brengen. (klopt, het is een hele investering en goed schrijven of presenteren is sowieso niet makkelijk. Bovendien is dit een andere manier van structureren dan wat we allemaal op school en universiteit geleerd hebben, en dus nieuw)
  • De lezers zijn er niet aan gewend en bladeren dus tevergeefs door naar de laatste pagina van het rapport, op zoek naar de aanbevelingen. (ja, grappig eigenlijk: de lezers zetten zo zelf de hoofdboodschap voorop, want dat is wat ze willen! Dat dat niet meer hoeft door door te bladeren is een kwestie van wennen)
  • Het leidt niet automatisch tot goede rapporten en presentaties. (ook dat klopt: het is zeker geen succes gegarandeerd, en al helemaal niet als je het principe niet goed beheerst. Schrijven/presenteren is meer dan alleen het piramideprincipe hanteren)
  • Het is oppervlakkig omdat je niet het hele onderzoeksproces kunt uiteen zetten. (indergaat gaat het niet om het proces. Maar oppervlakkiger hoeft het niet te zijn, integendeel. Je gebruikt immers de onderzoeksgegevens om de boodschappen te onderbouwen. Het is zeker niet de bedoeling van het piramideprincipe om belangrijke inhoud weg te werken ofzoiets)
  • Het vraagt wel heel veel onderling vertrouwen (dat vraagt adviseren sowieso, en door het piramideprincipe te gebruiken bouw je daar ook aan)

Dus? Gebruik het piramideprincipe altijd als structureer-instrument en pas het vaak, maar niet klakkeloos toe als recept voor rapporten en presentaties.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Waarom het piramideprincipe?

Louise Cornelis Geplaatst op 31 augustus 2010 door LHcornelis31 augustus 2010 1

Vorige week kreeg ik de vraag of ik een overzichtje had van waarom je bij adviseren het piramideprincipe zou willen/moeten toepassen – wat zijn de voordelen ervan? Daar meteen maar even een piramide van gemaakt. Hieronder heb ik die weer ‘platgeslagen’ in tekstvorm, dat maakt het wat leesbaarder:

 

Waarom het piramideprincipe?

Omdat het de tekststructuur is die het beste aansluit bij adviseren, want:

1. Je dient de belangen van de opdrachtgever ermee, op twee manieren:

  • De hoofdboodschap voorop maakt efficiënt lezen mogelijk vanwege:

(1) ‘Oprolbaarheid’ zoals in een goed krantenartikel: geeft snel duidelijkheid, ook in haast

(2) Spanningsreductie: maakt het makkelijker om details op te nemen (i.t.t. een detective).

  • De inhoudelijke structuur vertelt de lezer wat hij moet doen en waarom (i.t.t. de methodologische, die vertelt wat jij gedaan hebt).

2. De structuur past bij de relatie tussen adviseur en opdrachtgever, met drie kenmerken:

  • Vertrouwen (i.t.t. de methodologische opbouw, die verantwoording aflegt aan een wantrouwende lezer)
  • Persoonlijk (vooral door de op maat gemaakte ‘so what’s’ waarmee je de boodschap afstemt op de vraag en de belangen van de opdrachtgever)
  • Gelijkwaardig (vooral door het effect van de hoofdboodschap voorop: leg je kaarten op tafel).

3. De structuur maakt je verhaal maximaal overtuigend doordat de hoge eisen voor de onderbouwing van de hoofdboodschap zorgen voor logische consistentie.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | 1 reactie

Schrijven tegen Alzheimer? Uh…

Louise Cornelis Geplaatst op 27 augustus 2010 door LHcornelis27 augustus 2010 3

Een nieuwsberichtje op Schrijven Online trok onmiddellijk mijn interesse. ‘Schrijven op jonge leeftijd voorkomt Alzheimer’ is de kop. ‘Echt waar?’ dacht ik, ‘wauw, dat zou spectaculair zijn! En met de verwachting dat Alzheimer in de komende decennia sterk gaat toenemen, zou nu dus iedereen moeten gaan schrijven’. Benieuwd las ik verder.

De rest van het artikeltje vond ik wat onduidelijk en ik wilde veel meer weten (vooral: ‘wat is jonge leeftijd?’ en ‘gaat het nou om taalvaardigheid of schrijfoutput?’), en dus klikte ik op de link onderaan het stukje. Helaas, daar vond ik eigenlijk niets. Nouja, achtergrond over de nun study, maar geen recent nieuws en zeker niets over schrijven. Zie ik iets over het hoofd, of wat? Ook googlen levert niets op, en dus blijf ik met meer vragen zitten dan antwoorden.

Maar ik post dit toch maar. Voor het geval dat. Voor jullie, maar zelf heb ik dan tenminste vandaag misschien ook weer wat aan Alzheimer-preventie gedaan.

 

Edit, 31 augustus: ik had een mailtje gestuurd naar Schrijven Online over hoe het zat met dit bericht. Ik kreeg een linkje toegestuurd en dat staat nu ook toegevoegd aan het nieuwsbericht: http://gerontologist.oxfordjournals.org/content/37/2/150.abstract Maar dat leidt naar een artikel uit 1997 waarvoor je $ 32 moet betalen om het in te zien. Dat moet dus maar even wachten op een bezoek aan een bibliotheek, en nog steeds vraag ik me af waar het bericht als nieuwtje op gebaseerd is.

En nog een edit, 1 september: ik had die laatste vraag, dus waar het nieuwtje vandaan kwam, ook nog maar gesteld aan de redactie van Schrijven Online. Antwoord: ‘het kwam bovendrijven’. Uhm, ja… Nou goed, blijft staan dat ik echt een keer op zoek ga naar dat artikel van hierboven, maar dat kan wel even duren.

Edit, 8 september. Van een vriendin kreeg ik de PDF van het artikel toegestuurd (dank, Carla!), dus ik kan er sneller op terugkomen dan ik had verwacht. Ik heb het vandaag gelezen, enne… er staat niets over schrijven in. Het wordt hoe langer hoe mysterieuzer. Ik vond het overigens wel een interessant artikel. Punt is vooral dat ze bij een non hebben kunnen aantonen dat hoewel haar hersenen de tekenen van Alzheimer vertoonden, ze cognitief ‘intact’ was tot aan haar dood op hoge leeftijd (over de 100). Maar over een eventuele relatie met schrijven dus geen woord. Wie wél weet hoe het zit, mag het zeggen….
(Enne: het artikel is welgeteld zeven pagina’s lang. $ 32 vragen voor een artikel van zeven pagina’s uit 1997 – ik vind het schandalig. Maar dat terzijde.)

Edit 9 september: Ik heb inmiddels (opnieuw dankzij Carla) de artikelen waar Kim in de reactie hieronder het ook al over heeft: over de relatie tussen idea density in de teksten van de nonnen en Alzheimer: de hoeveelheid informatie per zin. Dat is een voorspeller, maar dat wil niet zeggen dat het zou helpen tegen Alzheimer om mensen te trainen meer informatie in hun zinnen te stoppen. Ik ga de artikelen binnenkort lezen, en kom er dan hier op terug. Wordt weer vervolgd, dus!

Later: Okee, hier komt-ie dan. Het is inderdaad zoals ik hierboven al kort aangaf: schrijven helpt niet tegen Alzheimer; bepaalde tekstkenmerken in ‘vroeg’ schrijfwerk kunnen wel duiden op een verhoogd risico op Alzheimer.

Het onderzoek van Snowdon (e.a., in twee publicaties) dat in de Nun Study is gedaan vergelijkt een bepaald aspect van taalvaardigheid op jonge leeftijd met het cognitieve functioneren op oudere leeftijd:

  • De taalvaardigheidskant betreft onderzoek naar korte autobiografieën die de zusters kort voor hun intrede moesten schrijven over hun jeugd en de aanleiding om in te treden. Ze waren toen gemiddeld 22 jaar oud. Die teksten zijn in het klooster-archief bewaard en door de onderzoekers geanalyseerd op twee kenmerken: grammaticale en inhoudelijke complexiteit (idea density) van de zinnen. Allebei kunnen worden beschouwd als maat voor het cognitieve vermogen van de schrijvende zuster.
  • Het cognitieve functioneren is ongeveer 58 jaar later onderzocht. De nog levende zusters deden tests; van de overleden zusters werd autopsie gedaan op de hersenen om het voorkomen van Alzheimer vast te stellen.

Uit het onderzoek bleek een duidelijke samenhang tussen een lage idea density in de teksten en het voorkomen van Alzheimer dan wel laag scoren op de cognitieve tests. De samenhang tussen cognitief functioneren op hoge leeftijd en grammaticale complexiteit is er ook, maar veel minder sterk.

Niet duidelijk is echter wat de oorzaak is van de samenhang. Lange tijd is gedacht dat de symptomen van Alzheimer zich pas openbaren als ze een bepaalde drempel overgaan, dus als een bepaalde kritieke grens in de hersenen is overschreden, en dat dat bij mensen met grote cognitieve vermogens langer duurt: hun drempel is hoger. Hoogopgeleiden bijvoorbeeld krijgen minder vaak Alzheimer. In het autopsie-gedeelte van de studie werd dat drempel-idee echter niet bevestigd. Van de zusters die tot hun dood helder waren geweest, vertoonden de hersenen niet de symptomen van Alzheimer in hun hersenen, en als dat wel het geval was geweest, was de zuster aan het eind van haar leven ook duidelijk cognitief achteruit gegaan Oftewel: Alzheimer of niet hebben is zichtbaar in de hersenen, ongeacht de cognitieve vermogens.

Het vermoeden is nu dat de lage score op jonge leeftijd aangeeft dat een persoon neurologisch en cognitief ‘suboptimaal’ ontwikkeld is, en dat dat zo iemand kwetsbaarder maakt voor Alzheimer op latere leeftijd.  Het zou ook nog kunnen dat Alzheimer al op heel jonge leeftijd begint, en dus op 22-jarige leeftijd al z’n sporen nalaat in het cognitieve functioneren (schrijven), maar daarvoor biedt hersenonderzoek geen ondersteuning.

Wel netjes aan de studie is dat is gecorrigeerd of gecontroleerd voor verschillen in opleiding, en dat alle deelnemers heel vergelijkbare levens leidden. Immers, als nonnen in het klooster aten ze hetzelfde eten, woonden ze in hetzelfde gebouw, waren ze allemaal niet getrouwd, hadden ze geen kinderen, enzovoort. Beperking is wel dat het alleen maar gaat om kloosterlingen, en dat de resultaten dus niet per se generaliseerbaar zijn.

Dat een bepaald tekstkenmerk een indicatie kan zijn voor een verhoogd risico op Alzheimer, wil niet zeggen dat het helpt om mensen te trainen op het bereiken van een hogere idea density in hun schrijven. Er is dus op basis van deze studie geen enkele reden om te beweren dat schrijven zou helpen tegen Alzheimer.

Mocht ik iets gemist hebben waardoor het berichtje op Schrijven Online toch ergens op slaat, dan hoor ik dat graag.

(Bronnen: Snowdon e.a. (1996) ‘Linguistic Ability in Early Life and Cognitive Function and Alzheimer’s Disease in Late Life. Findings from the Nun Study’. In: JAMA (275), p. 528-532) en Snowdon e.a. (2000) ‘Linguistic Ability in Early Life and the Neuropathology of Alzheimer’s Disease and Cerebrovascular Disease: Findings from the Nun Study’. In: Annals of the New York Academy of Sciences, Volume 903, Vascular factors in Alzheimer’s disease, p. 34-38.)

Geplaatst in schrijftips | 3 reacties

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (562)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (903)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑