↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Herschrijven met klanten?

Louise Cornelis Geplaatst op 17 december 2010 door LHcornelis17 december 2010 1

Interessante post op het blog van tekstschrijver Marcel Uljee. ABN Amro beweert samen met klanten de voorwaarden voor spaarrekeningen te hebben herschreven (zie hier). Maar Uljee concludeert: het resultaat is teleurstellend. Moraal: laat het schrijfwerk over aan een professional, laat klanten meelezen. Mee eens. Mij zou het wel benieuwen hoe ABN Amro dat ‘samen met de klanten herschrijven’ heeft aangepakt.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

In hoeverre is schrijven te leren?

Louise Cornelis Geplaatst op 17 december 2010 door LHcornelis17 december 2010  

Het blijft een regelmatig terugkerende discussie: in hoeverre kun je schrijven leren? Heeft een opleiding zin, of is het een kwestie van talent en oefenen? Trouw deed gisteren een duit in het zakje, naar aanleiding van de start van een nieuwe ‘creative writing’ opleiding, een volledige bachelor op een hogeschool. Het gaat dan om literair schrijven. De vraag ligt dan iets anders dan bij zakelijk schrijven, maar bij allebei geldt dat een opleiding geen garantie is voor succes, maar dat je het aandeel van creativiteit en inspiratie nou ook weer niet moet overschatten: het is ook gewoon een ambacht. Oefenen is super-belangrijk – en daar krijg je natuurlijk in zo’n bachelor veel gelegenheid toe.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Voeg labels toe aan de inhoudsopgave (‘advies:’)

Louise Cornelis Geplaatst op 16 december 2010 door LHcornelis16 december 2010 5

Op basis van de voorlopige uitkomsten van het piramideprincipe-onderzoekscollege, waarover ik gister ook al iets schreef, ga ik zelf in elk geval één ding anders doen en aanraden in de toekomst: in de inhoudsopgave niet alleen de boodschappen zetten, maar die ook benoemen, de hoofdboodschap met het woord ‘advies’ en de onderbouwing met labels als ‘argument’ of ‘maatregel’. 

Wat?
Bij het opvolgen van het piramideprincipe bevat de inhoudsopgave alleen boodschaptitels. Die lezen samen als mini-samenvatting van het rapport. Het kan er bijvoorbeeld zo uitzien:

Inleiding: Alleen zwangere vrouwen die behoren tot een risicogroep dienen gevaccineerd te worden.
1. Er is sprake van beperkte risico’s voor zwangere vrouwen.
2. De bevindingen die lijken te pleiten voor vaccinatie van álle zwangere vrouwen hebben geen rekening gehouden met mogelijke vertekeningen in het materiaal.
3. In Nederland bleef gecompliceerd beloop bij infectie (…) beperkt.
4. Bij vertaling van buitenlandse gegevens zou in Nederland een gecompliceerd beloopt  (…) slechts een klein aantal zwangere vrouwen treffen.
5. Vaccinatie van álle zwangere vrouwen heeft slechts een beperkte gezondheidswinst.

 Het voorstel is om daar dit van te maken, zeker voor lezers die geen ervaring hebben met piramidale rapporten:

Advies: Alleen zwangere vrouwen die behoren tot een risicogroep dienen gevaccineerd te worden.
Argument 1. Er is sprake van beperkte risico’s voor zwangere vrouwen.
Argument 2. De bevindingen die lijken te pleiten voor vaccinatie van álle zwangere vrouwen hebben geen rekening gehouden met mogelijke vertekeningen in het materiaal.
Argument 3: (enzovoort)

Bij een actiegericht rapport zou er telkens ‘maatregel’ voor kunnen staan, of ‘stap’ of iets dergelijks. De woorden vet maken voegt wellicht ook nog wel wat toe.

Waarom?
Uit onderzoek van één groepje studenten (Jan en Fleur) is gebleken dat de meeste proefpersonen niet zagen hoe zeer de inhoudsopgave van een piramidaal rapport hen al hielp. Als taak kregen deze proefpersonen het snel lezen van een rapport om vervolgens een samenvatting op hoofdlijnen van het advies te kunnen geven. Eigenlijk kon dat simpelweg door het voorlezen van de inhoudsopgave, maar dat zag vrijwel niemand. De proefpersonen zochten in de inhoudsopgave naar woorden als ‘conclusie’, ‘samenvatting’, ‘aanbevelingen’ of ‘advies’, maar die staan niet in een piramidaal rapport. Dat gaf verwarring. Eén van de proefpersonen vond het rapport daarom maar ‘ongestructureerd’. Met het toevoegen van labels verminderde de verwarring en verbeterde de uitvoering van de leestaak, al waren er dan proefpersonen die achterdochtig werden van het gemak: was dat echt alles al, die inhoudsopgave?

Ook al is het vanwege de beperktheid van het onderzoek onmogelijk te generaliseren, toch laten deze observaties zien dat een piramidaal rapport zo ‘anders’ is dat dat verwarrend kan zijn. In ieder geval is het te simplistisch om te beweren dat de inhoudsopgave ‘als vanzelf’ ook als mini-samenvatting fungeert. Voor lezers ligt dat helemaal niet voor de hand. Het toevoegen van labels als ‘advies’ en ‘argument’ kan hen helpen.

Overigens kan er een effect geweest zijn van de formulering van hoofdboodschap en inhoudsopgave in het experiment, want bij een ander onderzoek, met een ander rapport, zagen lezers wel dat de hoofdboodschap al in de inhoudsopgave stond. Nader onderzoek zou nodig zijn om dat te verhelderen – zo gaat dat natuurlijk altijd bij onderzoek, dat het ene antwoord de volgende vraag oproept.

Maar ach, tot die tijd maar het zekere voor het onzekere nemen, zou ik zeggen. De aanpassing is voor een schrijver makkelijk te maken, en kent (voor zover ik nu kan overzien) geen enkel nadeel. Doen, dus.

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | 5 reacties

Open deuren intrappen? Over het formuleren van de hoofdboodschap

Louise Cornelis Geplaatst op 14 december 2010 door LHcornelis14 december 2010  

Het formuleren van een hoofdboodschap is best lastig. Risico is namelijk enerzijds dat het nogal een open deur wordt (‘Verbeter X’) en anderzijds dat je, in piramide-termen, niet synthetiseert maar samenvat, oftewel: dat de hoofdboodschap per ongeluk ‘afzakt’ naar het niveau van de rode draad (bij Minto de key line): ‘je moet drie dingen doen’ (dan sluipt er ook nog een moeten in, terwijl er niks moet, althans, dat is niet de positie van adviseur tegenover opdrachtgever). Lastig-lastig.

Afgelopen week bleek in de trainingen die ik gaf dat het ineens veel makkelijker wordt om een hoofdboodschap te formuleren als je de positionering van het hele verhaal helder hebt. Het gaat dan vooral om de aanleiding tot de adviesvraag en die vraag zelve. Als je die echt scherp hebt, rolt een goede hoofdboodschap er makkelijker uit, als antwoord op die vraag.

Als je alleen maar kijkt naar de rode draad, dan staan daar bijvoorbeeld drie te nemen maatregelen op. Samen betekenen die niet veel meer dan ‘Verbeter X’. Maar uit de aanleiding en de vraag blijkt dat het niet om een paar vrijblijvende maatregelen gaat, maar om drie pijnlijke acties die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van het bedrijf. En zo wordt de hoofdboodschap dan ‘Om te overleven in de drastisch veranderde markt, is het nodig de bedrijfsvoering diepgaand te veranderen’.

Niet alleen wordt de hoofdboodschap zo een stuk minder een open deur, ook kleurt die de hele rest van het verhaal. De hoofdboodschap maakt de sense of urgency helder – en dat kan alleen daar, moet ook daar.

Niet toevallig begint de hoofdboodschap nu met ‘om te…’. Die formule leidt tot best practice hoofdboodschappen. ‘Om te…’ grijpt terug op de vraag, en die weer op de aanleiding. De hoofdboodschap vervult zo zijn schakelfuntie tussen enerzijds die context en anderzijds de rest van het verhaal. Zo richt je uiteindelijk de data en de resultaten op de belangen van de opdrachtgever – want daartussen schakelt de hoofdboodschap dus.

Een ander voorbeeld was een presentatie waarin de vraag was ‘wat kunnen we doen om X te verbeteren?’, met als antwoord eigenlijk ‘drie dingen’. Dat is dus een hoofdboodschaploze tekst: wat er als hoofdboodschap staat, is eigenlijk een samenvatting van de rode draad, geen eigen boodschap, geen synthese. Die bleek ook niet zo makkelijk te geven, althans, het bleek niet makkelijk om tot iets anders te komen dan ‘verbeter X’, maar dat is geen antwoord op de adviesvraag, maar een herhaling ervan. Daarachter zat een ander probleem: het rapport betrof een regelmatig terugkerend onderzoek, zonder eigen aanleiding, zoiets als een kwartaalrapportage. De adviesvraag is dan dus ook geen echte: ‘wat kunnen we op basis van dit onderzoek adviseren?’

Oplossing van dit probleem ligt buiten de tekst: ga praten met de opdrachtgever van het kwartaalonderzoek c.q. het beoogde publiek van de presentatie, om te zien hoe je werkelijk kunt helpen. Pas met goed begrip van die achtergrond is de context scherp te krijgen, en dat is nodig om een goede, interessante hoofdboodschap te formuleren.

Worstelen met het formuleren van een hoofdboodschap is dus niet zozeer een formuleringskwestie (nouja, misschien een beetje: hoe formuleer je sturend maar niet dwingend?), maar een signaal van een probleem met het schakelen tussen aanleiding en vraag enerzijds, en onderbouwing/het verhaal anderzijds. En dat is soms dus helemaal geen schrijfprobleem, maar iets wat al in de hele aanpak van het onderzoek zit besloten. Als dat niet meer op te lossen is (kan gebeuren), ach, trap dan maar een open deur in. Da’s nog altijd beter dan niks.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Best schrijvende ambtenaar verkozen

Louise Cornelis Geplaatst op 8 december 2010 door LHcornelis8 december 2010  

Er is een jaarlijkse wedstrijd voor de ambtenaar die het beste schrijft. De winnaar van 2010 is sinds vorige week bekend: Piet de Nijs van de gemeente Breda. Zie http://www.deoverheidschrijftstukkenbeter.nl/

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Ik erger me wél

Louise Cornelis Geplaatst op 7 december 2010 door LHcornelis7 december 2010  

Uit recent onderzoek blijkt dat mensen zich steeds minder ergeren aan d/t-fouten, zo staat te lezen in Onze Taal en in De Volkskrant. Nou, ik erger me er wél aan, en ik kan ook uitleggen waarom: omdat ik ze stom vind. Een groot deel van onze spelling is niet logisch en alleen maar een kwestie van het toevallig weten, het goede woordbeeld te pakken hebben. Maar nou net de d/t-regels, die zijn zo logisch als wat, die zijn dus hartstikke leerbaar. Je hoeft er maar een heel klein beetje voor te kunnen ontleden, of zelfs dat niet eens: een vorm van ‘lopen’ invullen doet het meestal ook al.

Dat je niet weet hoe je przewalskipaard schrijft of vicieuze (van die cirkel), daar kan ik mee leven. Nog veel beter kan ik leven met variatie op het gebied van de rare kronkels in de spellingsregels. Ik zal het accent op appèl blijven zetten ook al mag dat niet meer, ik weet zelf niet eens of het nou re-integratie of reïntegratie is en het zal me wordt wezen; ik erger me niet aan pannenkoek. Maar dat betekent en betekend verwarren, of zelfs hij krijgd en wat dat betrefd schrijfven… nee!

Maar ik begrijp: ik vecht tegen een bierkaai.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verkeerde-spatie-wedstrijd

Louise Cornelis Geplaatst op 30 november 2010 door LHcornelis30 november 2010 1

Altijd leuk: kies de slechtst geschreven samenstelling (‘samen stelling’) van 2010: http://www.spatiegebruik.nl/despatievan2010.html

Geplaatst in Gezocht, schrijftips | 1 reactie

Tevens ook

Louise Cornelis Geplaatst op 23 november 2010 door LHcornelis23 november 2010  

Grappige mededeling in de trein van zondagavond, bij het naderen van Rotterdam Centraal vanuit Zeeland. Nadat de conducteur via de omroep-installatie had verteld dat dat het geval was en waar we allemaal op konden overstappen zei hij:

Tevens bevindt u zich in de intercity richting Amsterdam Centraal, die nog zal stoppen te…

Mijn reisgenoot en ik keken elkaar geamuseerd aan, met dezelfde gedachte: in welke andere trein bevinden we ons dan ook nog?

Ik denk dat tevens betrekking heeft op de taalhandeling. Ik leg het uit. Je kunt de woorden van de conducteur parafraseren door ‘ik deel u mee dat…’ voor de zinnen te denken. Dat maakt de handeling expliciet die de conducteur verricht met zijn uiting: een mededeling doen. Nadat hij een aantal mededelingen had gedaan, kwam de laatste: ’tevens deel ik u mee dat…’ Die tevens is per ongeluk op de verkeerde plek terechtgekomen.

Bovendien vind ik hem herkenbaar. Het schrijftalige tevens komt niet zo makkelijk uit mijn pen, maar ook wel. In alle belangrijke teksten zoek ik aan het eind op ook om te beoordelen of dat wel ergens op slaat. Bij een flink aantal is dat niet het geval en is het net zo’n loze ook als de tevens uit de zin van de conducteur. Ik denk dat die ook zich vooral afspeelt in mijn gedachten: ‘wat ik ook nog wil zeggen, is…’. Dat is dan mijn ook, een schrijvers-ook. Weg ermee!

Proef op de som: als ik de actuele pagina van mijn eigen weblog open, tel ik daar 41 ook‘s. Ik heb ze niet allemaal bekeken, maar ik zag er wel degelijk één die weg had gemoeten:

Vandaar ook dat de onderzoeken beperkt zijn van opzet en allemaal verschillend.
(post van 11 november).

Ik kan me zelfs nog vagelijk herinneren dat ik daarbij heb gedacht: dat wil ik ook nog even kwijt. En die ook staat er dus…

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Witregel

Louise Cornelis Geplaatst op 19 november 2010 door LHcornelis19 november 2010  

Van de week drukproeven bekeken van een column – zat er ineens een witregel tussen twee van de vijf alinea’s. Huh, had ik dat zo geschreven? Even in m’n origineel kijken: nee. Nagevraagd: ja, die zat erin om de kolom ‘netter vol te maken’. Zonder de witregel zou inderdaad onderaan de column een leeg stukje overblijven.

Maarre… een witregel is geen vulmiddel, een witregel is een element met een betekenis. Een subtiele betekenis, maar toch. Waar een alineagrens (harde return) wil zeggen ‘hier begint een nieuw onderwerp’, zegt een witregel dat ook, maar dan stelliger. Het is nog net geen ‘and now for something completely different‘, maar het is wel echt even iets anders, een breuk met het voorafgaande.

Schrijvers en vormgevers hebben wel eens vaker een verschil van mening over een tekst. ‘Mooi’ en ‘leesbaar’ zijn niet altijd hetzelfde, of, anders gezegd: esthetica en functionaliteit zijn niet altijd even goede vrienden. Meestal gelukkig wel – en mocht het niet zo zijn, dan pleit ik natuurlijk voor de leesbaarheid.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Hints

Louise Cornelis Geplaatst op 18 november 2010 door LHcornelis18 november 2010 1

Vandaag een overpeinzing over de complexiteit van schrijven, die de afgelopen dagen uitkristalliseerde uit wat leeservaringen en gesprekken over taal en schrijven.

In de wetenschap is het inmiddels tamelijk geaccepteerd dat het bij taal en communicatie niet zozeer gaat om de betekenis of informatie die we ‘overdragen’ aan elkaar, maar om de strekking van een uiting. Een schrijver of spreker doet een uiting, met daarin ‘ingebakken’ de bedoeling dat de luisteraar of lezer de strekking eruit afleidt.

Informeren
Het duidelijkste voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde indirecte uitingen, zoals ‘het tocht hier’. De gesprekspartner leidt de strekking af: hij doet de deur dicht – communicatie geslaagd. En dat terwijl de uiting informatief geformuleerd was en het woord deur er niet eens in voorkwam! De hint was duidelijk genoeg. In andere communicatievormen ligt het allemaal wat subtieler, maar komt het in principe op hetzelfde neer: de uiting, de geschreven of gesproken woorden, geeft eigenlijk alleen maar een hint. De bedoeling is dat de ander die hint interpreteert en daarmee de bedoeling van de schrijver afleidt. Ook als het oppervlakkig gezien alleen maar gaat om informeren.

Een schijnbaar puur informatieve zin als ‘de aarde draait om de zon’ is nog steeds bedoeld om geïnterpreteerd te worden. De schrijver hint dat het hem de moeite waard lijkt dat de lezer dit weetje aan zijn kennis toevoegt. Hij geeft daarmee dus ook het signaal af dat hij veronderstelt dat de lezer dit nog niet weet. De strekking van de uiting is daarmee dus óók: ‘beste lezer, ik denk dat jij dit brokje informatie nog niet hebt, dus geef ik het jou’. Daarom zou ‘de aarde draait om de zon’, zonder dat er andere interpretaties mogelijk zijn, vreemd zijn en wellicht wrevel opwekken: ‘huh, dat weet ik toch al lang, wat denkt de schrijver wel niet, dat ik achterlijk en ofzo?’ Daaruit kan ook een andere conclusie voortvloeien: ‘deze tekst is kennelijk niet voor mij bestemd’.

Een goede schrijver weet dit soort interpretaties en lezerconclusies te sturen in de gewenste richting. Bij schrijven heet dat wel dat je een representatie maakt van wat jouw tekst in het hoofd van de lezer teweegbrengt. En daar kan je dan dus mee spelen.

In gesprek met de lezer
Ik ben net een boek aan het lezen waarin de auteur ongeveer halverwege pagina’s lang boeken opsomt die ook over zijn thema gaan, met veel grote namen daarin. Gaandeweg zat ik te denken: ‘nou moe, die wil ook graag laten zien hoe veel hij gelezen heeft en dat hij zich in goed gezelschap bevindt’. Als dat zo is, is het verder aan mij om daar wat van te vinden. Als het niet zo is, als de schrijver een andere bedoeling had, had hij het anders op moeten schrijven, of corrigeren.

Tenzij ik niet tot de beoogde lezers behoor, want het zou natuurlijk kunnen zijn dat de schrijver zich richt tot lezers die al die werken van die grote schrijvers óók kent. Dan geeft zo’n opsomming het effect van vertrouwdheid en misschien ook wel van erkenning van elkaars belezenheid, met als strekking iets als: ‘beste lezer, jij en ik weten van elkaar dat we ons in goed gezelschap bevinden’. Jargon heeft ook zo’n soort functie: ‘wij zijn hier met vakgenoten onder elkaar’. Zodoende definieert de schrijver via zijn tekst ook de lezer.

Aan de tekst kun je dan dus zien met wie de schrijver in gesprek is – of denkt te zijn. In een ander boek dat ik deze week las, kreeg ik daar maar geen grip op, en bleef voor mij onduidelijk wie nou eigenlijk de beoogde lezer was. De gegeven informatie liep daarvoor te veel uiteen. Ik ben bang dat die schrijver eigenlijk helemaal geen lezer voor ogen heeft gehad en zich nooit een representatie heeft gemaakt, maar simpelweg is ‘leeggelopen’. De enige rode draad is dan: ‘dit is wat ik kwijt wilde’. Mijn conclusie: ‘ik ben als lezer niet bij deze schrijver in beeld’. 

Het hints-principe zit ook achter het zo vaak gehanteerde ‘show, don’t tell’ als norm voor goed verhalend schrijven. Als je de lezer vertelt dat iets heel gaaf was, moet hij dat maar van je aannemen – en dat communiceer je dan ook mee. Als je de lezer met een treffende beschrijving laat zien (voelen is het eigenlijk) hoe gaaf het was, zit de gaafheid ingebakken in de strekking en is dat voor de lezer dus geloofwaardiger (en aangenamer).

Moraal van dit verhaal
Niets wat je schrijft is neutraal of vrijblijvend. Het is ook nooit alleen maar informatie, want het is óók een hint. Elke keuze die je als schrijver maakt, heeft dus consequenties. De keuze voor een bepaald moeilijk woord kan de ene lezer het gevoel geven dat jij als schrijver weet waar je het over hebt en uit hetzelfde hout gesneden bent als hij, maar de ander dat jij een hautaine moeilijkdoener bent. Extra uitleg toevoegen geeft de ene lezer de kans om iets te leren en jaagt een andere lezer weg.

Gelukkig zijn deze mechanismen vrij subtiel en zijn lezers best bereid het een en ander van een schrijver te pikken. Je hebt bovendien kans om iets te corrigeren en je kunt ook strekkingen expliciet maken. Als een adviseur schrijft ‘De installatie voldoet niet aan de norm’, wat is dan de strekking? Is het de bedoeling dat de lezer concludeert dat hij de installatie moet vervangen? Maak dat dan maar expliciet, en formuleer anders expliciet dat de lezer de oplossing zelf mag bedenken. Anders is het risico dat de hint ook wordt begrepen als ‘oh, en nu mag ik het zeker verder zelf uitzoeken’. Dat moet je als adviseur volgens mij niet willen…

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (562)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (903)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑