↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Dubbele ontkenning niet onnodig

Louise Cornelis Geplaatst op 20 december 2011 door LHcornelis20 december 2011  

Kort achter elkaar hoorde ik mensen mopperen over dubbele ontkenningen. Zo van dat ‘niet onaardig’ hetzelfde betekent als ‘aardig’, en wel zo simpel. Enerzijds is die gedachtegang logisch, zeker als je wiskundig denkt: twee keer min is plus. Anderzijds is taal geen wiskunde, en speelt er bij taal veel meer een rol dan simpelweg de logische betekenis.

Bij dubbele ontkenning speelt dat ‘veel meer’ een rol. Als je zegt ‘hij is aardig’, dan zeg je recht-toe-recht-aan dat hij aardig is. Maar als je zegt ‘hij is niet onaardig’, dan kun je je dat als volgt voorstellen:

Er zijn mensen die hem onaardig vinden. Ik ben het daar niet mee eens.

Dit wordt wel polyfonie genoemd: het is alsof er in ‘hij is niet onaardig’ twee stemmen te horen zijn, eentje die beweert dat hij onaardig is, en de stem van de spreker die dat ontkent.

Meer in het algemeen roept niet op wat het ontkent. Dat is een bekende – denk níet aan een roze olifant…. en waar denk je dan juist aan? Zelfs opvoeders weten het al, heb ik begrepen: zeg niet dat een kind iets niet mag doen, maar herformuleer het positief, zonder niet. Want als je zegt ‘niet vervelend doen tegen je zusje’ roep je dat vervelend doen juist op.

‘Niet onaardig’ roept dus een wereld op waarin die onaardigheid er wel is, of zou kunnen zijn. Het is dus een complexere uitspraak dan ‘aardig’, en dat kan soms nodig of nuttig zijn. Risico is natuurlijk wel dat de zin in zijn totaliteit te complex wordt, of dat die andere stem, andere wereld die je oproept er eentje is waar de lezer geen weet van heeft. Dat geldt bijvoorbeeld nogal eens in teksten waar veel input op is geweest. Eén van de input-gevers geeft gezegd dat de gekozen oplossing ‘ongeschikt’ is, en dan staat er later in de tekst dat die oplossing ‘niet ongeschikt’ is. Maar de lezer heeft geen weet van de ongeschiktheid, en kan die tweede stem dus niet plaatsen. Dan is ‘geschikt’ beter op zijn plaats.

Dus: niet zomaar gebruiken, die dubbele ontkenningen, maar ook niet nooit, dat hoeft niet!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

De NS staart talig navel

Louise Cornelis Geplaatst op 19 december 2011 door LHcornelis19 december 2011  

Vorige maand had ik het al over het opmerkelijke taalgebruik van de NS. Vandaag wil ik er graag nog wat aan toevoegen. Niet zozeer omdat dit blog bedoeld is als NS-bashing, maar meer omdat ik het fraaie voorbeelden vind van hoe een bedrijf talig kan gaan navelstaren en z’n eigen terminologie opdringt aan klanten (reizigers, in dit geval). Klant-/reizigergericht schrijven is iets anders.

Het begon vandaag met iets wat leek op wat ik in mijn vorige post signaleerde. Ik stond de gele borden met vertrekinformatie te bestuderen. Het viel me op dat het begrip stoptrein niet meer bestaat: alles is intercity óf sprinter. Klinkt stoptrein te sloom? Maar het drukt wel uit wel wat het is: een trein die overal stopt. Sprinter klinkt vooral snel, en dat is verhullend en misschien zelfs onduidelijk.

Vervolgens ging ik mijn Voordeelurenkaart verlengen. Zo zou ik het zeggen, maar in NS-speak heet dat ‘bestelling ophalen’. Tenminste, die optie moest ik kiezen bij de automaat. Ik heb bij mijn weten nooit wat besteld; de kaart loopt gewoon door. Dus dat is een voorbeeld van intern gericht taalgebruik dat niet aansluit bij hoe reizigers praten en denken.

Nadat ik op ‘bestelling ophalen’ had gekozen, werd het echter nog een graadje erger. Er verschenen vier dingen op het scherm, waarvan ik er één rechtstreeks in verband kon brengen met wat ik wilde – daar stond iets van ‘Voordeelurenabonnement activeren’ ofzoiets. De andere drie dingen snapte ik niet, en vond ik zelfs enigszins verontrustend: er iets bij als ‘Reizen op saldo de-activeren’ – wat ik niet wilde. Eronder stond gelukkig ‘Reizen op saldo activeren’, maar toch… Een keuze maken kon ik niet, dus op hoop van zegen maar op ‘Volgende’ gedrukt.

Ik geloof dat het goed is gegaan. Maar toch. Het kan best zijn dat het systeem vier dingen heeft moeten doen om mijn kaart te verlengen, waaronder ‘reizen op saldo’ eerst de-activeren en daarna activeren, maar ik hoef dat allemaal niet te weten. Ik kon toch niet kiezen, en voor mij was maar één ding van belang: dat ik weer met korting kon reizen. Het lijkt erop dat hier het systeembelang geldt boven de begrijpelijkheid en duidelijkheid voor mij als reiziger.

Jammer. Klantgerichtheid zit hem ook in formuleringen en woordkeuze.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

‘Zakelijke alternatieven’ voor de lijdende vorm

Louise Cornelis Geplaatst op 12 december 2011 door LHcornelis12 december 2011  

In mijn post van vrijdag maakte ik duidelijk dat een tekst met veel passieven problematisch kan zijn, doordat er steeds een veroorzaker wordt opgeroepen, maar die kan niet dienen als identificatiefiguur. Simpelweg de passieve zinnen actief maken is meestal geen goede oplossing daarvoor, want dan komt die veroorzaker zeer centraal te staan. En dat was nou net niet de bedoeling, vandaar al die passieven!

Wat dan wel? In de eerste plaats is mijn ervaring dat problemen op het gebied van zinsbouw vaak ‘vanzelf’ verdwijnen door een beetje dieper te graven. Bijvoorbeeld: hoe wil je eigenlijk met je lezer omgaan (en waarom zou je dan dus géén ik en jij/u gebruiken)? Is die vaagheid echt wel nodig voor de lezer, of dek jezelf in – en is dat wat je echt wilt? Of: als de hele tekst duidelijk een adviserend perspectief heeft, dan zijn die telkens herhaalde aanloopjes ‘er wordt geadviseerd om…’ overbodig. Met andere woorden: ‘los’ aan zinnetjes gaan knutselen heeft niet zo veel zin; een slechte stijl is een symptoom van dieper liggende problemen.

Maar dat lost niet alles op. Wat je aan een overblijvende overdosis passieven kunt doen, is op zoek naar naar ‘zakelijke alternatieven’ ervoor. Het gaat om de rol van de veroorzaker. Actief zet die centraal, het passief roept hem op, maar zet hem niet centraal; een zakelijk alternatief ervoor roept hem niet eens op. Een paar voorbeelden:

  • Er kan worden geconcludeerd dat… –> De conclusie luidt/is…
  • Hieronder zal worden uiteengezet… –> Hieronder komt aan de orde/staat/gaat het over…
  • Krijgen. In mijn afstudeerscriptie heb ik een passiefrijke tekst over de renovatie van studentenflats als voorbeeld gebruikt. Het wemelde in die tekst van de passieven als ‘de kastjes zullen worden geverfd, het linoleum op de vloer wordt vervangen, de deuren zullen worden voorzien van nieuwe kozijnen’. Een prima alternatief daarvoor bleek krijgen te zijn: ‘de deuren krijgen nieuwe kozijnen’. Enzovoort.

Punt is wel dat dit geen makkelijk schrijfadvies is. Het passief is namelijk meestal al een eerste alternatief, voor ik of wij zeggen bijvoorbeeld. Om schrijvers dan nog naar een tweede alternatief te laten zoeken, waarbij ze zichzelf of een andere voor de hand liggende identificatiefiguur moeten ‘wegdrukken’, dat is niet niks. Schrijvers blijken het wel te kunnen (was de conclusie van mijn afstudeerscriptie). En ik heb op dit blog gelukkig nooit beweerd dat goed schrijven makkelijk is….

Bron: mijn doctoraalscriptie dus, van de VU in 1991, maar zie vooral ook het onvolprezen boek Formuleren – echt op eenzame hoogte op dat gebied!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Wat dan wel met de lijdende vorm?

Louise Cornelis Geplaatst op 9 december 2011 door LHcornelis6 maart 2015 2

Gister beloofde ik praktische adviezen die zijn af te leiden uit mijn proefschrift over de lijdende vorm. Laten we daarvoor eerst eens wat preciezer kijken naar waar we het dan over hebben (iets preciezer dan – ten opzichte van mijn proefschrift natuurlijk kort en ongenuanceerd).

Het passief wordt altijd als een soort alternatief voor, spiegelbeeld van de actieve zin gezien: hond bijt man -> man wordt door hond gebeten. Maar je kunt ook gewoon naar de passieve zin zelf kijken. Dit bevat twee vaste onderdelen:

  • worden, wat betekent: in een bepaalde toestand komen
  • Een voltooid deelwoord – en dat drukt een bepaalde (eind-)toestand van een proces uit. Dat proces is wat het werkwoord uitdrukt: het eindresultaat van bijten is gebeten zijn.

Samen betekent het passief dus: in een bepaalde (eind-)toestand van een proces komen. Zo’n proces, zo zit er in ons hoofd, heeft een veroorzaker. Iets of iemand moet dat bijten gedaan  hebben, is daar verantwoordelijk voor. De gedachte daaraan wordt door het passief dwingend opgeroepen, en de zin kan die veroorzaker expliciet maken achter door: De deur wordt geopend… door Sinterklaas! (= door het toedoen van Sinterklaas komt de deur in geopende toestand).

Bij een standaard voorstelling van zaken, als er sprake is van een deur, openen en Sinterklaas, zijn  we geneigd Sinterklaas centraal te stellen. Daar identificeren we ons immers mee: je kunt jezelf in die situatie alleen als Sinterklaas voorstellen. Algemener: ‘de veroorzaker is net als ik’. Juist die identificatiemogelijkheid doorbreekt het passief: ‘er is wel een veroorzaker, maar die is niet net als ik’.

Het passief drukt dus uit: ‘iets komt in een bepaalde (eind-)toestand van een proces, en met de veroorzaker van dat proces vindt geen identificatie plaats’. Dat maakt het passief bijvoorbeeld geschikt voor niet-menselijke veroorzaking, zoals hij werd door de bliksem getroffen.  Het actieve de bliksem trof hem klinkt ongemakkelijk, bijna als personificatie van de bliksem, alsof die bewust zou handelen. Het passief vermijdt die bijgedachte: ‘deze veroorzaker is niet net zoals ik’.

Wat betekent dit nu voor teksten, schrijven en schrijfadvies? Nou, vooral dat je goed moet kijken en dat ‘schrijf actief’ te ongenuanceerd is. Namelijk:

  1. Passief en actief zijn niet simpelweg elkaars spiegelbeeld of omkering; het ligt subtieler dan dat. Vandaar dat passieve zinnen recht-toe-recht-aan actief herschrijven in een tekst vaak wringt. Het perspectief komt dan ineens heel anders te liggen, met ineens een prominent aanwezige (‘identificeer je met mij!’) veroorzaker.
  2. Passieven hebben verschillende handige en mooie functies. In mijn proefschrift geef ik voorbeelden uit literaire teksten (een prachtfragment dat wemelt van de passieven uit Kinderjaren), computerhandleidingen en sportverslagen. In computerhandleidingen kun je een handig verschil maken tussen de dingen die de gebruiker (mee identificeren!) moet doen en wat de computer automatisch doet (niet mee identificeren!), bijvoorbeeld: als u op F7 drukt, wordt het document afgedrukt. In de verslagen van het landskampioenschap van Ajax in 1995 gebruikte het NRC meer passieven waarin Ajax de veroorzaker was dan het Parool, en lezers blijken dat soort subtiele signalen ook op te pikken als indicator van de ‘partijdigheid’ van de krant.
  3. Door het ontbreken van het specifieke identificatiefiguur maakt het passief een soort algemene identificatie mogelijk, wat ik ‘wie de schoen past, trekke hem aan’-passieven heb genoemd. Als er in een beleidsnota staat Afdeling X moet racisme met alle mogelijke middelen bestrijden gaan er vast partijen steigeren.  Maar Racisme moet met alle mogelijke middelen bestreden worden is okee. Zo kun je het passief dus tactisch gebruiken, zij het dat het dan wel wat vaag wordt allemaal. Maarja, duidelijkheid is nou eenmaal niet altijd gewenst.
  4. Een bijzondere vorm van tactiek is het vermijden van ik, bijvoorbeeld in wetenschappelijke teksten (dit-en-dat werd uitgevoerd, verricht en gedaan, en toen kon er worden geconcludeerd dat…). Het passief maakt hier de ik veel minder prominent aanwezig dan in de actieve zinnen. Dat kan soms terecht zijn: het is niet de bedoeling dat een tekst een ego-trip wordt. Maar ook hier kan vaagheid problematisch worden.
  5. Aangezien identificatiefiguren ons houvast geven bij het begrijpen van een tekst (vergelijk het meekijken door de ogen van een hoofdpersoon), zijn te veel passieven storend: er wordt wel steeds een veroorzaker opgeroepen, maar houvast – homaar. Steeds maar weer dat signaaltje ‘identificeer je niet’. Dat geeft ‘passivitis‘ z’n slechte naam. Wat eraan te doen? Je moet goed kijken naar hoe die grip dan wel te verkrijgen is, anders dan door simpelweg te zeggen: maak maar actief. Immers, dan zou bijvoorbeeld in geval 3 weerstand te verwachten zijn en in geval 4 de tekst wél een ego-trip worden. Over die geschikte alternatieven voor de lijdende vorm schrijf ik de volgende keer.

Okee, en de bron dan  nog één keer expliciet: Cornelis, Louise H. Passive and perspective. Amsterdam: Rodopi, 1997 (dissertatie Universiteit Utrecht).

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Twee schrijfcarousselkaarten

Louise Cornelis Geplaatst op 8 december 2011 door LHcornelis8 december 2011  
Een tijdje geleden schreef ik op dit blog dat ik enthousiast was over mijn kennismaking met de Schrijfcaroussel. Ik heb toen zelf een paar kaarten gemaakt om te gebruiken in een training over adviesrapporten schrijven, volgens de methode in Adviseren met perspectief. Ik stuurde ze op aan Freerk van de Schrijfcaroussel en hij heeft twee ervan (in overleg met mij) algemener toepasbaar gemaakt, zodat ze zowel met als zonder mijn  methode bruikbaar zijn. Dit zijn ze geworden:
  • Het belangrijkste eerst
  • De vragen van de lezer
Ze gaan de komende tijd uitgeprobeerd worden in trainingen, ik ben benieuwd! En het spreekt me zeer aan dat de Schrijfcaroussel op deze manier een gemeenschappelijke creatie wordt.
Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Het passief moet vermeden worden!

Louise Cornelis Geplaatst op 8 december 2011 door LHcornelis8 december 2011 2

Op Vaagtaal staat een artikel over de lijdende vorm dat bij mij het tegenovergestelde effect heeft van bedoeld: de voorbeelden laten mij zien waarom taalgebruikers kiezen voor het passief – en dus ook waarom zeggen dat je dat niet moet doen, niet werkt.

Zo’n voorbeeld als dat ‘de kantine wordt gesloten’ eigenlijk ‘de directeur sluit de kantine’ moet zijn, maakt duidelijk waarom geen enkele directeur daar voor die actieve zin kiest: die zin schuift 100 % verantwoordelijkheid in de directeur z’n schoenen. En zelfs als dat al zo is (ik zou toch graag persoon van functie scheiden), wil je het als directeur niet zo brengen. Duidelijkheid is niet het enige schrijf- of spreekdoel immers.

Of een voorbeeld als ‘De Arbo neemt maatregelen om de werkdruk te verlichten’ – zoals ik het woord Arbo begrijp, kan dat helemaal geen maatregelen nemen, en ik vind de actieve zin dus simpelweg onbegrijpelijk. Doe mij maar ‘Er worden maatregelen genomen om…’

Natuurlijk leidt een wildgroei aan passieven tot een onleesbare tekst. Maar het is best moeilijk om genuanceerd en zinvol schrijfadvies te geven op dit gebied. Gut, was daar niet een proefschrift over? Ik zal daar binnenkort eens wat praktische adviezen uit op dit blog zetten!

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

“Nederlandse columnisten onder de maat”

Louise Cornelis Geplaatst op 5 december 2011 door LHcornelis5 december 2011 1

Da’s best een stevige uitspraak, die ik gemiddeld niet voor m’n rekening zou durven nemen, al zie ook ik wel slechte columns, of vooral: dingen die ‘column’ heten maar het niet zijn (concreter: ik lees sinds kort Voetbal International en daarin valt me dat sterk op). Maar ik zie ook goede, en ik weet niet hoe ik die tegen de slechte af zou moeten wegen. Eric Tiggeler deed dat wel, zie dit persbericht. Dat kondigt ook een boekje aan, en dat zal ik natuurlijk gaan lezen – wordt vervolgd! De site bij het boekje bevat ook al nuttige informatie, zoals een column-checklist.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | 1 reactie

Een d/t-dag

Louise Cornelis Geplaatst op 5 december 2011 door LHcornelis5 december 2011 2

Als ik een blogpoast zou wijden aan alle d/t-fouten die ik zie, dan zou dit blog zich snel vullen maar ook erg vervelend zijn. Ik laat ze meestal maar gewoon passeren, alleen zag ik er vrijdag toch een paar kort achter elkaar dat ik dacht: dit ga ik toch even melden.

Het begon ermee dat ik weer eens met de trein vertrok vanaf station Schiedam Centrum. Daar zijn ze al een tijdje bezig, en daar staat dus ook al maandenlang op een bord te lezen:

U betreed een bouwterrein.

In de trein las ik Villamedia, waarvan ik toch altijd net iets hogere verwachtingen heb dan gemiddeld voor wat betreft taal en tekst – want het is het vakblad van de journalistiek. Kort na elkaar op p. 25 en 26, staan daar echter deze twee:

‘Word je idee gestolen, dan is dat heel vervelend.’

Word het idee voor je stuk toch ‘geleend’?

Met de trein ging ik naar Leiden, waar ik een paar boodschappen deed, onder andere een pullboy, waar deze gebruiksaanwijzing bij zat (het rode rondje is van mij natuurlijk):


Het moet niet gekker worden… en ik zit wel zo in elkaar dat ik voorlopig bij het zwemmen het gevoel heb met een d/t-fout in het water te liggen!

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Wat heb je aan een tekstschrijver?

Louise Cornelis Geplaatst op 2 december 2011 door LHcornelis2 december 2011  

Veel! (via @Tekstblad)

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Advies en beleid zijn niet hetzelfde

Louise Cornelis Geplaatst op 30 november 2011 door LHcornelis30 november 2011  

Vorige week schreef ik over een pas verschenen boek en dat is er één uit een serie (HvdS-reeks) waar er net nog één in is verschenen: Schrijven voor de lezers. Doelgericht schrijven van zakelijke teksten van Erik van der Spek. Ook een schreeuwerig gekleurde cover dus, ook € 24,95 maar daarvoor krijg je iets meer pagina’s (155, plus 5 blanco).

Net als bij De argumentatiecoach vind ik het boek breed en dus oppervlakkig: ik vraag me af wie er én rapporten én brieven én artikelen én scripties én webteksten schrijft terwijl die dat nog zo slecht kan dat zo’n beginnersboek nut heeft. Met zo’n 10 pagina’s per tekstsoort leer je er niet veel over. Als je er ‘even’ iets over wilt weten, dan google je tegenwoordig toch, lijkt me. Maar als je liever even bladert in iets uit de boekenkast, dan is dit misschien wel aardig.

Toch denk ik, zoals zo vaak: hier schiet een schrijver in de praktijk niks mee op, want dit is niet waar het om gaat – dit is te technisch, te instrumenteel, maar schrijven is veel meer dan dat, of iets anders zelfs. Ik denk dat (helaas) nogal vaak – veel taalbeheersingsboeken lijken op elkaar. Dus ik pik nu deze eruit om iets algemeners aan te illustreren, zonder dit boek in het bijzonder de zwarte piet toe te willen spelen.

Wat ik bedoel, kan ik goed illustreren aan de hand van de inleiding op het onderdeel ‘Rapporten’ (p. 100). De eerste woorden van de inleiding zijn ‘Een advies- of beleidsrapport…’ Aha, het gaat dus over allebei. De volgende twee alinea’s gaan echter alleen over beleidsrapporten. De tweede ervan luidt:

De grootste uitdaging in een beleidsnota is het overbruggen van tegenstellingen, van verschillende visies en belangen. Als partijen sterk van mening verschillen, kiest een schrijver er soms voor zijn formuleringen vaag en algemeen (‘diplomatiek’) te houden, in de hoop dat alle partijen zich erin kunnen vinden. Bewuste vaagheid kan in zo’n geval een functie vervullen. Maar een goede schrijver probeert duidelijk te schrijven en toch aan alle partijen recht te doen.

Op dat punt aangekomen frons ik al, want wat moet ik hier nou mee? Kun je duidelijk schrijven én aan alle partijen recht doen? Volgens mij kan dat niet, is dat inmiddels toch wel gebleken, onder andere door al het onderzoek dat er in de loop der jaren naar beleidsrapporten is gedaan. Tactisch (streven naar consensus en het recht moeten doen aan alle ‘insprekers’) en leesbaar schrijven zijn strijdig met elkaar. Je kunt niet zomaar zeggen: wees tactisch en toch duidelijk. Dan stap je wel heel makkelijk over hét probleem voor beleidsschrijvers heen.

Maar dan. De volgende alinea gaat zo verder:

Tussen advies- en beleidsrapporten bestaan maar weinig verschillen; daarom behandelen we ze als één teksttype.

En dat kan dus niet. Want de alinea daarboven behandelt het kenmerkende verschil tussen beleids- en adviesrapporten. Bij beleidsschrijven heb je wat wel de discongruente communicatiesituatie genoemd wordt: de lezer is erop gericht gaten te schieten in het betoog want zijn belangen zijn tegengesteld aan die van de schrijver. Maar bij adviseren is die situatie veel congruenter: adviseren is gericht op het dienen van de belangen van de opdrachtgever/lezer! Dat is dus juist wél heel anders, op een cruciaal punt!

Een opdrachtgever die een adviesrapport leest met het doel er zo veel mogelijk gaten in te schieten, heeft de verkeerde adviseur gekozen. Voor een adviesschrijver is het streven naar consensus en tactische vaagtaal en dergelijke dan ook veel minder belangrijk dan voor een beleidsschrijver. Alles kan directer: de formuleringen, maar ook de structuur – enfin, daar gaat dit hele weblog over, of lees anders mijn boek.

Ik schets het nu wat zwart-wit, ik weet wel dat er een grijszone is waar adviseren en beleid maken wel op elkaar gaan lijken. Maar als je het op één hoop gooit, doe je als tekstadviseur één ding niet goed, en dat wordt wel de functionele analyse genoemd: precies kijken naar de context waarin een tekst zijn werk moet doen. Het gaat dan óók om de relatie tussen schrijver en lezer en de rolopvatting van de schrijver.

Sterker nog: zonder daar iets mee te doen, hebben de puur instrumentele adviezen uit de taalbeheersing geen zin. Ik bedoel daarmee adviezen van ‘zorg dat de probleemanalyse niet te veel ruimte inneemt’ (p. 106), tot de andere oude bekende van me: ‘vermijd de lijdende vorm’, hier geformuleerd als ‘in het algemeen raden we u aan om actief te schrijven en het onderwerp voorop te zetten’ (p. 75) – gevolgd door drie goede redenen om de lijdende vorm wél te gebruiken – huh? Je maakt het er schrijvers alleen maar moeilijker mee, met al die moetens en mag-niets waar hun hoofd toch al vol van zit.

Als het kwartje van wat adviserend schrijven écht is gevallen is, hoef ik de lijdende vorm nooit meer te behandelen. Met die stijl komt het dan vanzelf goed namelijk.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑