↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Rest and incubate

Louise Cornelis Geplaatst op 17 mei 2013 door LHcornelis17 mei 2013  

Hét onderzoek op het gebied van het schrijfproces is gedaan door het duo Flower & Hayes. Eén van de fasen die zij onderscheiden heet ‘rest and incubate’ – het beroemde ‘even wegleggen’ c.q. ‘er een nachtje over slapen’. Voor mij is dat een zeer belangrijke fase, maar ik worstel er ook al mijn hele schrijvende leven mee, omdat het voelt alsof ik niets doe, nergens toe kom, niks uit mijn handen krijg. Schuldgevoel en frustratie liggen op de loer. In het voorwoord van mijn proefschrift verwoordde ik dat eind 1996 als volgt:

(…) my impression at times that the writing strategy ‘rest and incubate’ was almost too fruitful for me.

De afgelopen weken had ik bij vlagen ook weer dat gevoel: er komt niks uit mijn handen, ik schiet niet op, die doe niks, ik laat me door alles afleiden, bleh! Onterecht.

Onterecht omdat het enige wat niet opschoot, het zichtbaar intypen was van nieuwe tekst voor het vakboek dat ik wil schrijven. Dus het ging niet om alles, het ging alleen om dat nieuwe vakboek. Voor de rest kwam er wel degelijk van alles uit mijn handen. Zo veel zelfs aan gewoon werk, dat ik, met ook nog al die feestdagen, een tripje naar Rome en even ziek zijn, sowieso heel weinig tijd over had.

En onterecht om dat het alleen maar ging om niet opschieten qua ingetypte tekst. Daar is al een paar maanden lang niets bijgekomen, en wat ik had, moet overhoop. Sinds februari ben ik vooral aan het denken, praten, denken, nog meer denken… er schiet me regelmatig iets te binnen als ik de afwas doe, onder de douche sta of op de fiets zit. En af en toe schrijf ik daar iets over op in mijn morning pages (die ik al jaren vrijwel dagelijks schrijf). Als ik naar die ‘krabbels’ kijk, is mijn denken wel degelijk flink opgeschoten.

Denken, dat was nodig namelijk. Ik had het boek nog niet goed gepositioneerd, en moest ’terug naar de tekentafel’ (dank aan Ina voor de feedback!). Inmiddels begint de positionering ergens op te lijken – inhoudelijk volgende week meer daarover.

Gek toch eigenlijk: denken, krabbelen, praten… dat voelt niet als opschieten. Alsof je alleen met ingetikte letters ‘echt’ schrijft. Dat is onterecht. ‘Rest and incubate’ van het computerwerk betekent geen stilstand. Integendeel zelfs! Schrijven is meer dan alleen maar zichtbare, digitale output leveren. Ik zeg dat wel tegen anderen, sterker nog, het komt in dat nieuwe boek. Maar ik ga het ook nog vaak tegen mezelf zeggen!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Theo Janssen is er vorig jaar weer bij!

Louise Cornelis Geplaatst op 16 mei 2013 door LHcornelis16 mei 2013  

Vind ik af en toe leuk, gekke fouten in teksten hier bespreken. Een komische in de Voetbal International van deze week. Onder de kop ‘Janssen: ik vond dat speculeren wel aardig’ staat:

Theo Janssen speelt ook volgend seizoen voor Vitesse. De 31-jarige middenvelder heeft nog een tweejarig contract, maar sprak eerder zijn vraagtekens uit over zijn sportieve toekomst. ‘Ik heb serieus getwijfeld, maar ik ben er vorig jaar weer bij.’

Argh, zo’n redactie-duiveltje!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verloren en verdwaald in Rotterdam

Louise Cornelis Geplaatst op 14 mei 2013 door LHcornelis14 mei 2013 3

In de beginjaren van het internet had ik de ervaring wel vaker: van verdwaald zijn, het ‘lost in hyperspace’. Dat kwam misschien door eigen onervarenheid ermee, maar ook zijn webontwerpen in de loop der jaren stukken verbeterd. Maar afgelopen zondag had ik het weer eens: ik raakte in een cirkel en vond nergens een antwoord op wat ik wilde weten. Inmiddels durf ik te concluderen dat het niet aan mij ligt: ik ben inmiddels een zeer ervaren surfen, en iemand anders heeft het ook geprobeerd, en kwam er ook niet uit. Gewoon heel slechte website(s) dus.

De aanleiding was niet leuk: ik ben zaterdag mijn portemonnee verloren. Echt zo’n geval domme pech: moet op straat uit mijn te ondiepe broekzak gevallen zijn. Bleh, wat een gedoe. Ik belde op zondag naar de politie, in de hoop dat er misschien al een eerlijke vinder geweest was. Maar de politie gaat daar niet meer over, ik moest bij de gemeente zijn en een landelijke website: https://www.verlorenofgevonden.nl/ Daar zou ik ‘m kunnen aanmelden.

Als je bij ‘Meld uw voorwerp’ als plaats Rotterdam intikt, krijg je een lijst met de deelgemeentes. De mijne, Overschie, aangeklikt. Maar dan kom je dus niet bij iets waar je je voorwerp kunt melden (eerste teleurstelling), maar op een informatieve pagina van de (hele) gemeente: http://www.rotterdam.nl/product:gevondenofverlorenvoorwerpen (wat doet dat ‘product’ trouwens in de URL?)

Nergens op die pagina staat echter wat je moet doen met een verloren voorwerp – waar je dat kunt melden. Wel dat dat niet digitaal kan. Da’s jammer, want de politie had gezegd van wel. En hoe kan het dan wél? Ik kom er niet uit. Ja, ik kan weer terug naar die landelijke zoekmachine, maar dan zit ik in een cirkel.

Maar eens apart gezocht bij de deelgemeente. Googlend vind ik dan een pagina, maar die verwijst ook weer naar verlorenofgevonden.nl – en zo ver was ik al. Bij de balie van de stadswinkel dan? Ik de openingstijden opzoeken. Een moment lang denk ik, op basis van m’n eerste Google-treffer: bah, die is morgen pas laat open. Dan realiseer ik me dat die hele stadswinkel sinds een paar maanden is wegbezuinigd (ik had hier een link opgenomen naar het bericht daarover op de site van de deelgemeente, maar dat gaat niet goed, dus dat werkt niet).

Vreemd genoeg heeft de deelgemeente nog wel een tabje ‘aan het loket’ op de website, maar waar dat loket is, staat nergens. Openingstijden lijken te suggereren dat er nog wel iets open is, maar dat is niet zo. De pagina ‘contact, openingstijden en route‘ is in dat opzicht wel interessant, want het adres dat daar staat, is niet de plek die op het googlemaps-kaartje wordt aangegeven (deelgemeentekantoor versus  de ex-stadswinkel). Help, ik word gek!

Nou had ik bij het politiebureau een briefje zien hangen dat je wel nog op de locatie van die voormalige stadswinkel moest zijn voor gevonden en verloren voorwerpen, en zoiets zei een vrienden van ons ook. Dat is het Prachthuis (nog uit de Vogelaar-tijd, die naam), maar op die website vind ik ook weer helemaal niks. En trouwens, de eerste drie hits op google zijn verouderd en zouden me ook weer op het verkeerde been kunnen zetten.

Ten einde raad heb ik gister maar gebeld met 14010, en die verwezen me, bij gebrek aan een stadswinkel dus, naar het centrale stadhuis. Niet naar het Prachthuis dus. Maar dat heb ik ook maar even gebeld, en inderdaad houden ze daar gevonden voorwerpen een tijdje vast, voordat ze naar de gemeente gaan.

Je gaat bijna denken dat er nooit iemand iets kwijtraakt in Overschie. En is het nou zo moeilijk, een beetje heldere informatie geven? Ik vind dit vanuit de gemeente gewoon vér onder de maat. Enige wat hen niet helemaal te verwijten is, is dat er zo veel verouderde informatie meekomt als je googlet. Het enige wat je daaraan kan doen, is zorgen dat Google een voorkeur heeft voor de actuele informatie, maar dat is lastiger dan alleen zelf goed voor je informatie zorgen. Maar dat doet de gemeente dus ook niet.

Ondertussen hoop ik nog steeds op een eerlijke vinder.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 3 reacties

Anders dan verwacht

Louise Cornelis Geplaatst op 3 mei 2013 door LHcornelis7 mei 2013  

In de meest recente Tekstblad staat een artikel dat mij opluchtte. Het is van Mark van Bogaert, heet ‘Tests met tekstversies. Tien frustrerende voorbeelden’, en de eerste zin luidt: ‘Uit onderzoek blijkt dat lang niet altijd de leukste, creatiefste of meest voor de hand liggende versie van een tekst het beste scoort bij de ontvanger.’ Dat is zo’n beetje de frustratie van 2,5 jaar piramideprincipe-onderzoek in een notedop! Vandaar dat ik nieuwsgierig verder las.

In het artikel staan tien voorbeelden van ‘splitruntests’, onderzoeken waarin twee versies van een tekst gebruikt worden, zodat je kunt zien welke versie de meeste respons oplevert. En dat is verrassend vaak juist níet de leuke, goeie, mooie, creatieve en anderzins meest veelbelovende versie. De recht-toe-recht-ane kopregel doet het beter dan de woordspeling; het lelijke lettertype beter dan het mooie; het goedkope papier beter dan het dure; de blanco envelop beter dan de bedrukte; zonder folder beter dan met; de irritante onderwerpsregel (in een mail, namelijk met je naam erin) beter dan een niet-irritante; de lelijke lay-out beter dan de mooie, enzovoort, en als je net denkt dat je het doorhebt, levert wéér de onverwachte variant de meeste respons op. En ik kan daar dus zelf aan toevoegen: heb je zo’n hartstikke mooi, super-lezergericht piramidaal rapport gemaakt, snappen lezers er níks van omdat ze de ‘conclusie’ niet kunnen vinden, en hebben ze dus een voorkeur voor die saaie, traditionele versie…

De conclusie van het stuk is: ‘nooit denken dat je het al weet. Blijven testen is de boodschap.’ Helemaal mee eens – eigenlijk weten we nog maar heel weinig van wat lezers écht willen, en hoe je ze écht in beweging krijgt. Als adviesrapportenschrijver heb je wel één voordeel ten opzichte van de schrijvers van massale mailings: je kunt het je lezer vragen. Doen!

Aanvulling 7 mei: de hele tekst van het artikel staat inmiddels online bij Tekstblad.

 

Geplaatst in Leestips, Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

Inspirerende masterclass storytelling

Louise Cornelis Geplaatst op 29 april 2013 door LHcornelis26 april 2013  

Vorige week volgde ik een inspirerende masterclass storytelling en leiderschap bij StoryVentures. Aan het eind vroegen de trainers, Astrid Schutte en Carin Tiggeloven, wat we ervan hadden gevonden, en toen dacht ik: ik vond het te kort. En dat bedoelde ik op de manier zoals ik het zelf ervaar als ik dat als feedback krijg over mijn eigen trainingen: dat ik er wel meer van had gewild. Dus dat is een compliment.

Storytelling is ‘hot’: steeds meer mensen ontdekken verhalen als middel om iets te bereiken in organisaties. In de meest recente editie van Tekstblad staat bijvoorbeeld weer een verhaal over ‘de kracht van storytelling’ met als titel ‘Waarom verhalen ons eeuwig verleiden’. Nou, dat weet ik al  heel lang: toen ik 10 was, las ik Die ene seconde, een verhaal over een broer en zus ten tijde van de atoombom op Hiroschima. Dat boek heeft mijn rechtvaardigheidsgevoel voor altijd beïnvloed. Om maar één voorbeeld te noemen. Managers ontdekken die kracht van verhalen, en dus ook dat ze te gebruiken zijn, bijvoorbeeld om mensen ‘mee’ te krijgen.

Het waarom en de theorie van storytelling, die wist ik dus wel zo’n beetje, onder andere door de boeken van Astrid Schutte, die ik al een tijdje ken en met wie ik al eens eerder had gepraat over de raakvlakken tussen storytelling en mijn werk. Verhalen gebruik ik ook al: ik vertel regelmatig relevante verhalen in mijn trainingen, en ik zou zonder verhalen geen columns kunnen schrijven – om maar twee voorbeelden te noemen. Ik houd dan ook heel erg van verhalen, ik lees niet voor niets zo graag, op mijn tiende al, en nog steeds (zie ook m’n vorige post).

Ik wilde in de masterclass aan de slag met bewuster verhalen uitdenken om in organisaties te kunnen gebruiken. En dat is gelukt! Want we hebben vooral veel zelf gedaan. Waar ik ook op dit weblog de laatste tijd regelmatig heb geklaagd over bijeenkomsten die ‘workshop’ heten maar waar je als deelnemer alleen maar zit te luisteren en naar Powerpoint zit te kijken, daar was dit wel degelijk werken voor ons als deelnemer, meteen vanaf het begin, want we hebben ons met een verhaal uit onze kindertijd voorgesteld (voor mij dat over Die ene seconde). Dat is nog eens wat anders dan het verplichte riedeltje naam-functie-bedrijf-verwachtingenvandetraining! Het geeft een veel persoonlijker inkijkje in die andere deelnemers.

Uiteindelijk hebben we ’s middags zelfs ons eigen visieverhaal uitgewerkt. Nouja, een deel ervan, en al eerste concept. Om het helemaal uit te werken, Daarvoor was één middag te kort. Ik had meer nadenk- en suddertijd nodig gehad, de feedback verwerkt, en ook graag verschillende versies uitgeprobeerd om te ervaren wat er wel en niet werkt, bij mijn eigen verhaal, maar ook wel bij die van de andere zeven deelnemers. Want dat vond ik ook leuk: luisteren naar de verhalen-in-wording van de anderen. Nou goed, met het verder uitwerken en uitproberen ga ik aan de slag, want dat is precies waar ik op dit moment mee bezig ben: mijn visie op schrijven als manier om als individu en organisatie beter te gaan werken (klantgerichter, logischer, creatiever, eigenzinniger).

Wat ik bij een cursus ook altijd doe, is meekijken in de keuken van een andere trainer, en ook op dat punt was ik tevreden. Activerende werkvormen dus, in een prettige sfeer, plus een paar originele dingen die ook functioneel waren: we zaten niet op stoelen achter tafeltjes, maar in en kring van comfortabele fauteuils; we kregen de theorie op kaartjes met een afdruk van een dia, in plaats van in een boekje of op losse A4’tjes. Geen standaard map ook, maar een mooi schrift – net een paar van die dingetjes die opvallend anders waren dan meestal, en die mij wel bevielen.

Als ik dan één punt van kritiek moet hebben, dan is het dat ik vond dat er een soort schijntegenstelling kwam tussen enerzijds organisatietaal (abstract, onpersoonlijk, spreekt niet aan, doet ’t niet – dus fout) en anderzijds verhalen (concreet, beeldend, persoonlijk, spreekt wel aan, is effectief – dus goed). Maar dat is te zwart-wit: ook een verhaal kan mislukken, of vol zitten met managementjargon, en ook een niet-narratieve presentatie of tekst kan concreet zijn, goede metaforen bevatten, aanspreken en effectief zijn. Verhalen hebben hun plek, maar, om maar iets te noemen, met data onderbouwde betogen kunnen ook heel effectief zijn. Daaraan werken met schrijvende professionals is mijn dagelijkse werk.

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Piramide in de steigers zetten

Louise Cornelis Geplaatst op 24 april 2013 door LHcornelis24 april 2013 1

Ik was de afgelopen dagen naar Rome, om die stad te leren kennen. Op het metrokaartje zag ik een station ‘Piramide’ staan, en even neuzen in de reisgids bevestigde dat Rome inderdaad zijn eigen piramide heeft. Hij is gebouwd vlak voor het begin van onze jaartelling, toen Egypte net veroverd was, en daardoor ‘hip’ onder de Romeinen.

Nou, vanwege mijn bemoeienis met het piramideprincipe wilde ik daar wel heen natuurlijk, en dat kon met de metro ook erg makkelijk. Wat bleek? Hij stond in de steigers:

piramiderome piramiderome2

Enerzijds jammer, maar anderzijds ook wel weer heel grappig, want zo zeg ik het ook vaak: zet om te beginnen je piramide in de steigers… daarmee bedoelende dat je werkt vanuit een hypothese, schets, begin, en dat verfijn je gaandeweg.

Dus zo ziet dat eruit, een piramide in de steigers!

Geplaatst in Opvallend, Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | 1 reactie

Zet je lezer op het goede been

Louise Cornelis Geplaatst op 19 april 2013 door LHcornelis17 april 2013  

Mijn maatstaf voor een goede inleiding is dat die de verwachtingen van de lezer managet: aan het eind van de inleiding weet je als lezer waar je aan toe bent en kun je een weloverwogen besluit nemen wel of niet verder te lezen. Bedoeling is dan natuurlijk dat je dan niet bedrogen uitkomt. In dit stukje uit Wielersport, het blad van de KNWU, gaat dat mis:

IMG

(klik erop om het leesbaar te krijgen)

In de eerste alinea krijg ik de indruk dat het stukje zal gaan over het gevaar van te intensief sporten. Daar gaat het echter verderop helemaal niet meer over. Vagelijk lijkt het misschien te suggereren dat je door goede voeding dat gevaar kunt vermijden, maar dat is natuurlijk onzin. Zo gaat het artikeltje me irriteren, en als dan ook nog blijkt dat het reclame is… bleh!

In zakelijke teksten vind ik het nog nauwer komen dan in dit soort stukjes. Dus doe altijd de check: managet jouw inleiding de verwachtingen van een lezer, op een heldere en ook eerlijke manier? Zet je lezer niet op het verkeerde been!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

De …-anticlimax

Louise Cornelis Geplaatst op 15 april 2013 door LHcornelis15 april 2013  

Bij een beetje rondneuzen op Twitter zag ik afgelopen weekend twee leuke tweets van @jasperdeboer. Hij noemt het zelf ‘slogans waarin de bedenker een tromgeroffel heeft proberen te stoppen’. Hij had er foto’s van, ik citeer die hier letterlijk:

  • Achterop een bedrijfsbusje: ‘Altijd de……… goedkoopste!’
  • Op een raam van een winkel(ofzoiets), in lettertype comic sans ook nog : ‘Modelbouw en ……meer’

Vooral die twee vind ik echt een geweldige anticlimax! Enne, houd dat aantal puntjes in bedwang – drie is echt wel genoeg!

Een goeie slogan schrijven, het blijft…… lastig!

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Weg met de vaste formats!

Louise Cornelis Geplaatst op 12 april 2013 door LHcornelis12 april 2013  

Volgens mij is echt goed schrijven niet te verzoenen met vaste formats: schrijven is altijd maatwerk, en veel meer dan het invullen van stukjes tekst onder vaste kopjes. Stel je voor dat een romanschrijver dat zou doen: onder ‘hoofdpersoon’, ‘plot’, ‘setting’ en ‘conflict’ dingetjes invullen…

Laatst had ik een mooi voorbeeld bij de hand waarmee ik één van de problemen kan illustreren. Het ging om een vast format voor besluitvorming. Het had een kopje ‘Te nemen besluit’ en ergens verderop ‘Onderbouwing’. Ik zat meerdere voorbeelden van het volgende: het ’te nemen besluit’ was uiteengerafeld in zijn deelaspecten, en in ‘onderbouwing’ stond over elk van die deelaspecten iets gezegd. Maar wat nérgens stond, was de argumentatie voor het geheel – terwijl dat nou juist net doorslaggevend is bij besluitvorming (of zou moeten zijn).

Het duidelijkste voorbeeld vond ik een voorstel voor het gratis aanbieden van een gratis dienst aan een bepaalde doelgroep (ik houd het expres even vaag), en zowel die dienst als die doelgroep waren tot in detail gespecificeerd. Die details waren stuk voor stuk beargumenteerd. Maar waarom het überhaupt een goed idee was om die dienst gratis aan te bieden, stond nergens.

Desgevraagd zei de schrijver dan ook ‘onderbouwing’ meer op te vatten als ’toelichting’. Maar de kern van een voorstel tot besluitvorming is de argumentatie ervoor!

In piramidetermen: de hoofdboodschap was ver uitgewerkt als antwoord op de vraag ‘hoe’, en onderin de boom werd ook nog een aantal ‘waarom’-vragen beantwoord. Maar het antwoord op de ‘waarom’-vraag direct onder de hoofdboodschap, stond nergens.

Dan was er bij dit format ook nog een problematische categorie ‘bestuurlijke achtergrond’, die sommige schrijvers opvatten als ‘argumentatie’, andere als ‘aanleiding’. Het is ook niet makkelijk om algemene kopjes te formuleren die eenduidig zijn en algemeen genoeg om alle mogelijke inhouden onder te vangen.

Het is zonde als schrijvers een groot deel van hun moeite moeten doen om hun inhoud in ‘onderbouwing’ en  ‘bestuurlijke achtergrond’ te moeten persen, daarmee ook nog eens de essentie missend, en het dan ook nog zo eigenzinnig opvatten dat de lezer er geen houvast aan heeft (wat bij echte precisie in het format nog wel zo zou werken).

Daarom: schrijven is geen invuloefening! Weg met de vaste formats!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Getallen: altijd lastig

Louise Cornelis Geplaatst op 9 april 2013 door LHcornelis9 april 2013  

Tekst en getallen, dat bijt elkaar nogal eens. Hier is een stukje uit Schrijven Magazine nr. 2 waar ik echt geen touw aan vast kan knopen:

IMG

Tussen vishaken zet ik mijn vragen:

Een kwart van de Britten heeft het afgelopen jaar gemiddeld twee boeken gelezen [ En die andere driekwart dan? Lezen die niet? Of lezen die meer? Of wat voor groep of steekproef was dat kwart dan -betekent ‘gemiddeld twee boeken’ dat dat kon variëren van 0 tot een heleboel? Of waren het de mensen die sowieso al lezen, dus minstens 1 boek per jaar? ]. Dat (…). Ook gaven vier miljoen volwassenen [ Vier miljoen? Hebben ze echt zo veel mensen gevraagd? Dat kan ik me niet voorstellen. En hoe verhouden die vier miljoen zich tot dat ‘kwart’ van hierboven? Bijvoorbeeld: is die vier miljoen de andere driekwart? Als je zowel delen of percentages als absolute getallen gebruikt, moet je wel ergens uitleggen hoe die zich tot elkaar verhouden, anders kun je ze niet vergelijken ] aan wegens tijdgebrek geen enkel boek meer voor hun eigen plezier te lezen [ dus wel voor het plezier van iemand anders? ]. In Nederland (…) Cijfers van de afgelopen twee jaar wijzen uit dat een op de vijf Nederlandse volwassenen dagelijks een papieren boek of e-boek leest [ dus 365 boeken per jaar? ]. Ook blijkt dat vrouwen vaker geneigd zijn een boek op te pakken [ beetje flauw natuurlijk, maarre… een boek oppakken? Hoe verhoudt zich dat tot het lezen? ] (…).[ En tot slot: de kop ‘Volwassenen hebben steeds minder tijd om te lezen’ – dat blijkt echt helemaal niet uit het stukje. ‘Steeds minder’ impliceert een vergelijking door de tijd, tussen vroeger en nu. Die komt in de tekst echter nergens terug. ]

Op mij wekt dit stukje de indruk van: we hadden nog wat data, pleur die maar in een klein stukje. Of hebben ze bij Schrijven Magazine wel verstand van woorden, maar niet van getallen?

Hoe dan wel? Als je getallen echt wilt laten spreken, bedenk dan eerst welke boodschap ze uitdrukken. Kies vervolgens een grafiek die die boodschap visualiseert. Als je een vergelijking door de tijd uit wilt drukken, zoals de kop hier doet, kun je voor kolommen of een lijn kiezen. Als het gaat om een deel-geheel-vergelijking (‘25 % van de Britten’), past daar een taartdiagram bij. Enzovoort.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑