↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Vermijd de naamwoordstijl niet!

Louise Cornelis Geplaatst op 24 mei 2013 door LHcornelis24 mei 2013  

Gisteren was ik bij de promotie van Margreet Onrust aan de VU.  Tijdens de receptie ontstond er met diverse vakgenoten uit praktijk en wetenschap een geanimeerd gesprek: proefschrift en promotie hadden ons duidelijk geïnspireerd. Ik denk dat dat hem vooral zat in de bijzondere invalshoek ervan, namelijk een die praktijk en wetenschap dicht bij elkaar brengt, dichter dan gebruikelijk in de taalbeheersing.

Dr. Onrust heeft een schrijfadvies onder de loep genomen, namelijk ‘Vermijd de naamwoordstijl’. Iets wat je inderdaad vaak hoort, zie bijvoorbeeld bij taaladvies.net of de tweede tip hier. Is dat een zinvol advies? Nou, nee.

Nouja, zo stellig concludeert Onrust dat niet, ze behoudt wetenschappelijke nuance en ze wil niet al te belerend zijn. Maar op basis van haar onderzoek is het wel de conclusie. Het is geen goed advies, want:

  • Onder ‘naamwoordstijl’ wordt een groot aantal uiteenlopende verschijnselen verstaan, die misschien gemeenschappelijk hebben dat je iets met een zelfstandig naamwoord uitdrukt waar een werkwoord aan ten grondslag ligt, maar er is nogal een verschil tussen verbetering, (het) vaststellen en keuze, om er maar drie uit te pikken, en ook tussen simpelweg de keuze en de zin waar ik net in een tekst van een opdrachtgever over struikelde omdat ik die twee keer moest lezen om te weten hoe hij in elkaar zat: Slechts over het statistisch betrouwbaar onderscheiden kunnen oordelen worden toegekend op basis van… en dat komt dus mede door het onderscheiden.
  • Het advies zegt er niet bij wat je dan wél moet doen, en dat is best wel ingewikkeld, want zo makkelijk is het omzetten naar allemaal werkwoorden niet. Maak ik me ook wel druk over: het is zo’n typische magniet waar je als schrijver meer last dan steun van hebt.  En dan geven de schrijfadviseurs vaak ook nog een heel aantal uitzonderingen, dus ‘goed gebruik’ van de naamwoordstijl, en dan wordt het helemaal ingewikkeld!
  • Zo veel ‘foute’ naamwoordstijl heb je helemaal niet, of althans, dat verschilt per genre, maar in de twee die Onrust onderzocht, voorlichtingsteksten en wetenschappelijke teksten, valt het wel mee met de formuleringen die het verschijnsel zijn slechte reputatie hebben bezorgd.
  • Een deel van het mogelijk ongewenste effect van de naamwoordstijl ligt niet aan het naamwoordelijke ervan, maar aan iets anders: in die voorbeeldzin van mij van hierboven ligt het zeker ook aan de tang (over het [ statistisch betrouwbaar ] onderscheiden), en ook abstractie is niet alleen aan naamwoordstijl voorbehouden: Onrusts voorbeeld (p. 303) is dat de belangrijkste bijwerking is beschadiging van de slokdarm (twee keer naamwoordstijl) niet abstracter is dan de grootste factor is uithoudingsvermogen. En dat klopt natuurlijk.
  • En vooral: de naamwoordstijl heeft juist heel vaak een goede functie. Bijvoorbeeld in wetenschappelijke teksten.

En misschien ben ik zo nog niet eens volledig! Weg ermee, dus, met dat advies. Hoe moet het dan wel? Onrust stelt voor om het advies (en misschien wel schrijfadvisering in het algemeen) genre-afhankelijk te maken. Voor wetenschappelijke teksten moet je de naamwoordstijl misschien wel aanraden, omdat ze bijvoorbeeld heel geschikt zijn voor generaliserende uitspraken en wetmatigheden. Misschien zit het probleem ervan wel in andere genres, zoals beleidsteksten? Dan heeft een algemeen afraad-advies dus geen zin.

Uit de vergelijking die Onrust maakte tussen beginnende en ervaren schrijvers kun je ook adviezen afleiden. Een verschil tussen de groepen schrijvers van voorlichtingsteksten is bijvoorbeeld dat beginners meer dan gevorderden de neiging hebben om een naamwoordelijke formulering met van te kiezen. Ze schrijven bijvoorbeeld: dit kan gemakkelijk voorkomen worden door het nemen van een griepprik. Een gevorderde schrijver laat daar het nemen van weg, dat kan prima.

En gevorderde schrijvers durven ook korter naar een complex begrip terug te verwijzen. Waar een beginner blijft schrijven afbraak van botten (bij osteoporose) maakt een gevorderde daar eerder botafbraak van. Gevorderden schrijven compacter.

Interessant proefschrift, fraaie verdediging ervan, geanimeerde borrel-na – wat wil je nog meer? Nou, vaker dit type werk! De kloof tussen wetenschap en praktijk is veel te groot. Onrust concludeerde dat gister ook, in haar antwoord op de laatste vraag, dus vlak voor het hora est. Het ligt volgens haar aan beide kanten, en daarmee ben ik het eens.

Ik ben benieuwd of haar werk de kloof gaat overbruggen, dus of ik in de toekomst genuanceerdere adviezen over de naamwoordstijl ga horen. Ik ga ze, als de situatie zich ertoe leent (ik doe weinig met dit soort taaltechnische verschijnselen), zeker geven!

Bron: Onrust, M. Vermijd de naamwoordstijl! Een onderzoek naar de houdbaarheid van een schrijfadvies. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 2013.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Model zakelijk schrijven

Louise Cornelis Geplaatst op 22 mei 2013 door LHcornelis22 mei 2013  

Gister beschreef ik dat je door middel van goed/anders schrijven tegemoet kunt komen aan de steeds hogere eisen van klanten in de zakelijke dienstverlening. Niet zozeer met betere teksten, maar door hen beter bij te staan bij het nemen van een duurzame beslissing.

Die hogere eisen aan adviseurs, die zijn volgens mij als volgt samen te vatten: met het oog op zo’n duurzame beslissing willen klanten steeds meer…

  • Transparantie, in de zin van: dat je hun taal spreekt, dat ze begrijpen wat je bedoelt, dat je openheid van zaken geeft en je kennis met hen deelt.
  • Interpretatie: het is niet genoeg als jij de feiten voor hen op een rijtje zet, nee, ze willen weten wat die feiten voor hen betekenen. Bijvoorbeeld: wat kunnen ze nou het beste doen?
  • Lef&flair. Nee, klanten willen geen botte lomperik, maar wel een adviseur met een gezicht, smoel, karakter, die durft te zeggen waar het op staat.

Om aan deze eisen tegemoet te komen, heb je als adviseur volgens mij drie vaardigheden nodig die je door middel van schrijven kunt verwerven, ontwikkelen en permanent verbeteren: inlevingsvermogen, creativiteit en helder denken (in de zin van: logica, redeneren en argumenteren).

Die drie vaardigheden ontwikkel je tegen de achtergrond van drie dingen die in de context van adviseren gegeven zijn, maar die je wel goed moet benutten:

  • Je vakkennis, als inhoudelijke basis een noodzakelijke maar nog niet voldoende voorwaarde waar je de driehoek bovenop zet.
  • Contact met de klant (dat moet je hebben om goed te kunnen schrijven én adviseren; goed schrijven kan je ertoe aansporen).
  • Schrijven als vrijplaats (zoals bij freewriting): jezelf toestaan om gekke dingen te schrijven en zo te werken aan je creativiteit, directheid en lef.

In een voorlopig visueel modelletje ziet dat er dan zo uit:

modelDe eisen staan in de hoeken, de vaardigheden en hun context langs de zijden, samen gaat het om input voor de te nemen beslissing. En zo zou je schrijven in de zakelijke dienstverlening dus kunnen zien. Het model heeft verder geen pretenties, het is vooral bedoeld om inhoud aan op te hangen. En ook wel om te laten zien wat schrijven is. Als je in je opleiding het beeld hebt gekregen dat schrijven vooral inhoudt het zo verantwoord mogelijk op een rijtje zetten van vakkennis, dan is dit heel andere koek!

Dit is een heel voorlopige eerste versie van het model. Ik ga er zelf mee verder, dus wie weet wordt het nog heel anders. Ik ben nog niet helemaal gelukkig met de termen en misschien gaat het sowieso nog wel een keer op z’n kop. Maar in dit model komt wel een boel denkwerk en allerlei ervaringen en kennis van al jaren voor me samen. Meer natuurlijk dan ik in zo’n blogpost kan uitleggen. Maar ik wilde het toch graag even laten zien.

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Passief is niet terughoudend

Louise Cornelis Geplaatst op 22 mei 2013 door LHcornelis22 mei 2013  

Ik hoor het vaak zeggen: dat je beter actief dan passief kunt schrijven. Iets waar ik sowieso genuanceerd over denk, en waarbij mij de laatste tijd in toenemende mate het vermoeden bekruipt dat mensen (leken, dus niet taal- of schrijfexperts) er iets heel anders mee bedoelen dat ik eronder versta.

Dat vermoeden werd gister bevestigd. Ik las toen de eerste, voorlopige resultaten van het onderzoek van mijn Groningse scriptiestudent Kiki, die zakelijke lezers heeft geïnterviewd, onder andere over hun voorkeuren. Inderdaad, daar is-ie weer: liever actief dan passief.

Dan geeft er één respondent een voorbeeld: ze heeft liever de volgens haar actieve zin ‘bij ziekte A dient behandeling B te worden gebruikt’ dan de passieve ‘bij ziekte A zou eventueel kunnen worden overwogen om dit en dit te gebruiken’.

Die twee zinnen zijn grammaticaal allebei passief. Dat is het verschil niet, ‘worden gebruikt’ versus ‘worden overwogen’. De tweede zin bevat wél veel meer modale hulpwerkwoorden en andere ‘disclaimers’: ‘zou eventueel overwogen kunnen worden’. Hij is dus veel voorzichtiger, terughoudender geformuleerd. Niet gek om dat ‘passief’ te noemen, maar wel verwarrend.

Dit vermoeden heb ik al vaker gehad, dat mensen terughoudend, voorzichtig, met veel disclaimers en misschien ook wel veel grammaticale passieven erin ‘passief’ noemen, en ik ga er toch eens vaker naar vragen. Gewoon, ter verheldering.

Overigens, net zoals het passief z’n plek heeft, hebben modale hulpwerkwoorden dat ook. Zonder is krachtiger en duidelijker, maarja, dat is nou eenmaal niet altijd de bedoeling. Goed schrijven is zorgvuldige afwegingen maken!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Anders schrijven leidt tot eigenzinnig adviseren

Louise Cornelis Geplaatst op 21 mei 2013 door LHcornelis21 mei 2013  

Vorige week beloofde ik iets te laten zien van de nieuwe positionering van het boek waar ik mee bezig ben. Even wat achtergrond: tegen het eind van 2012 realiseerde ik me dat anders (meestal: piramidaal, maar dat hoeft niet) gaan schrijven voor een organisatie tot een veel diepere verandering leidt dan alleen maar betere teksten. Daarom is het ook zo moeilijk: het gaat om veel meer dan een teksttrucje. En puur voor de tekst hoef je het ook niet te doen (omdat, zo bleek onder andere in mijn piramideprincipe-onderzoek, zakelijke lezers helemaal niet zo gevoelig zijn voor tekstkwaliteit). Het gáát juist om die verder gaande verandering. Je kunt schrijven daar als instrument voor zien.

Maar wat is die verandering precies? Daarover heb ik de afgelopen maanden nagedacht en gepraat met ervaringsdeskundigen (enkele van mijn eigen opdrachtgevers). Ik wil de verandering nu als volgt omschrijven:

Door anders te schrijven, kun je leren eigenzinnig te adviseren aan steeds veeleisender klanten.

Dat klanten in de zakelijke dienstverlening steeds veeleisender worden, dat hoorde ik van mijn opdrachtgevers, en ik merk het zelf ook, in beide rollen (als klant en als dienstverlener). Het heeft waarschijnlijk te maken met de krappere financiële middelen, dat klanten meer waar voor hun geld wensen. En daar vind ik niets mis mee: ik kan me er wel over verbazen hoe veel middelmatigheid er verkocht wordt – maar dat terzijde.

Wat die klanten eisen, is dat hun adviseur hen helpt bij het nemen van duurzame beslissingen. Onder ‘duurzaam’ versta ik dat de klant er echt wat mee opschiet, op de lange termijn. Dus als er een spanning is tussen de snelle oplossing die goed klinkt en lekker voelt, maar die op de lange termijn problemen oplevert, en de moeizamere weg die juist op de lange termijn houdbaar is, dan is die moeizamere weg toch de beste. En dat zul je dan dus als adviseur goed moeten uitleggen en beargumenteren. Op basis van solide vakkennis, maar met zeer goed begrip van de situatie en de belangen van de klant. Daarom moet je je klant dus heel goed kennen.

Hoezo is dat eigenzinnig? Een ander woord op die plek was klantgericht geweest, maar dat voldeed niet. Als term is het platgetreden, adviseren is altíjd klantgericht dus inhoudelijk is het te vanzelfsprekend, en klantgericht is soms verworden tot een wat al te slaafs doen wat de klant wil, ook al is dat níet duurzaam. Dat is het eigenzinnige eraan (deel 1): het ook tegen de klant durven zeggen als je vindt dat hij verkeerd bezig is. Daarin jezelf, je eigen expertise, serieus nemen.

Deel 2 van de eigenzinnigheid is dat je durft je vakkennis te overstijgen. De meeste professionals hebben in hun opleiding geleerd dat je elke uitspraak moet kunnen verantwoorden. Bij eigenzinnig adviseren durf je nét een stap verder te zetten. Niet alleen maar de data op een rijtje zetten, maar ook zeggen wat ze voor je klant betekenen. Dat is altijd enigszins een sprong in het duister: eigenzinnigheid vraagt om een beetje lef.

Eigenzinnig adviseren, zodat je je klanten steeds beter helpt bij het nemen van beslissingen. Dat kun je bereiken met schrijven. Beter schrijven, anders schrijven dan hoe je het in je vakopleiding hebt geleerd. Hoe? Nou, daarover gaat dat nieuwe boek. En morgen daarvan een vooruitblik: mijn nieuwe conceptuele model van zakelijk schrijven!

 

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Rest and incubate

Louise Cornelis Geplaatst op 17 mei 2013 door LHcornelis17 mei 2013  

Hét onderzoek op het gebied van het schrijfproces is gedaan door het duo Flower & Hayes. Eén van de fasen die zij onderscheiden heet ‘rest and incubate’ – het beroemde ‘even wegleggen’ c.q. ‘er een nachtje over slapen’. Voor mij is dat een zeer belangrijke fase, maar ik worstel er ook al mijn hele schrijvende leven mee, omdat het voelt alsof ik niets doe, nergens toe kom, niks uit mijn handen krijg. Schuldgevoel en frustratie liggen op de loer. In het voorwoord van mijn proefschrift verwoordde ik dat eind 1996 als volgt:

(…) my impression at times that the writing strategy ‘rest and incubate’ was almost too fruitful for me.

De afgelopen weken had ik bij vlagen ook weer dat gevoel: er komt niks uit mijn handen, ik schiet niet op, die doe niks, ik laat me door alles afleiden, bleh! Onterecht.

Onterecht omdat het enige wat niet opschoot, het zichtbaar intypen was van nieuwe tekst voor het vakboek dat ik wil schrijven. Dus het ging niet om alles, het ging alleen om dat nieuwe vakboek. Voor de rest kwam er wel degelijk van alles uit mijn handen. Zo veel zelfs aan gewoon werk, dat ik, met ook nog al die feestdagen, een tripje naar Rome en even ziek zijn, sowieso heel weinig tijd over had.

En onterecht om dat het alleen maar ging om niet opschieten qua ingetypte tekst. Daar is al een paar maanden lang niets bijgekomen, en wat ik had, moet overhoop. Sinds februari ben ik vooral aan het denken, praten, denken, nog meer denken… er schiet me regelmatig iets te binnen als ik de afwas doe, onder de douche sta of op de fiets zit. En af en toe schrijf ik daar iets over op in mijn morning pages (die ik al jaren vrijwel dagelijks schrijf). Als ik naar die ‘krabbels’ kijk, is mijn denken wel degelijk flink opgeschoten.

Denken, dat was nodig namelijk. Ik had het boek nog niet goed gepositioneerd, en moest ’terug naar de tekentafel’ (dank aan Ina voor de feedback!). Inmiddels begint de positionering ergens op te lijken – inhoudelijk volgende week meer daarover.

Gek toch eigenlijk: denken, krabbelen, praten… dat voelt niet als opschieten. Alsof je alleen met ingetikte letters ‘echt’ schrijft. Dat is onterecht. ‘Rest and incubate’ van het computerwerk betekent geen stilstand. Integendeel zelfs! Schrijven is meer dan alleen maar zichtbare, digitale output leveren. Ik zeg dat wel tegen anderen, sterker nog, het komt in dat nieuwe boek. Maar ik ga het ook nog vaak tegen mezelf zeggen!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Theo Janssen is er vorig jaar weer bij!

Louise Cornelis Geplaatst op 16 mei 2013 door LHcornelis16 mei 2013  

Vind ik af en toe leuk, gekke fouten in teksten hier bespreken. Een komische in de Voetbal International van deze week. Onder de kop ‘Janssen: ik vond dat speculeren wel aardig’ staat:

Theo Janssen speelt ook volgend seizoen voor Vitesse. De 31-jarige middenvelder heeft nog een tweejarig contract, maar sprak eerder zijn vraagtekens uit over zijn sportieve toekomst. ‘Ik heb serieus getwijfeld, maar ik ben er vorig jaar weer bij.’

Argh, zo’n redactie-duiveltje!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verloren en verdwaald in Rotterdam

Louise Cornelis Geplaatst op 14 mei 2013 door LHcornelis14 mei 2013 3

In de beginjaren van het internet had ik de ervaring wel vaker: van verdwaald zijn, het ‘lost in hyperspace’. Dat kwam misschien door eigen onervarenheid ermee, maar ook zijn webontwerpen in de loop der jaren stukken verbeterd. Maar afgelopen zondag had ik het weer eens: ik raakte in een cirkel en vond nergens een antwoord op wat ik wilde weten. Inmiddels durf ik te concluderen dat het niet aan mij ligt: ik ben inmiddels een zeer ervaren surfen, en iemand anders heeft het ook geprobeerd, en kwam er ook niet uit. Gewoon heel slechte website(s) dus.

De aanleiding was niet leuk: ik ben zaterdag mijn portemonnee verloren. Echt zo’n geval domme pech: moet op straat uit mijn te ondiepe broekzak gevallen zijn. Bleh, wat een gedoe. Ik belde op zondag naar de politie, in de hoop dat er misschien al een eerlijke vinder geweest was. Maar de politie gaat daar niet meer over, ik moest bij de gemeente zijn en een landelijke website: https://www.verlorenofgevonden.nl/ Daar zou ik ‘m kunnen aanmelden.

Als je bij ‘Meld uw voorwerp’ als plaats Rotterdam intikt, krijg je een lijst met de deelgemeentes. De mijne, Overschie, aangeklikt. Maar dan kom je dus niet bij iets waar je je voorwerp kunt melden (eerste teleurstelling), maar op een informatieve pagina van de (hele) gemeente: http://www.rotterdam.nl/product:gevondenofverlorenvoorwerpen (wat doet dat ‘product’ trouwens in de URL?)

Nergens op die pagina staat echter wat je moet doen met een verloren voorwerp – waar je dat kunt melden. Wel dat dat niet digitaal kan. Da’s jammer, want de politie had gezegd van wel. En hoe kan het dan wél? Ik kom er niet uit. Ja, ik kan weer terug naar die landelijke zoekmachine, maar dan zit ik in een cirkel.

Maar eens apart gezocht bij de deelgemeente. Googlend vind ik dan een pagina, maar die verwijst ook weer naar verlorenofgevonden.nl – en zo ver was ik al. Bij de balie van de stadswinkel dan? Ik de openingstijden opzoeken. Een moment lang denk ik, op basis van m’n eerste Google-treffer: bah, die is morgen pas laat open. Dan realiseer ik me dat die hele stadswinkel sinds een paar maanden is wegbezuinigd (ik had hier een link opgenomen naar het bericht daarover op de site van de deelgemeente, maar dat gaat niet goed, dus dat werkt niet).

Vreemd genoeg heeft de deelgemeente nog wel een tabje ‘aan het loket’ op de website, maar waar dat loket is, staat nergens. Openingstijden lijken te suggereren dat er nog wel iets open is, maar dat is niet zo. De pagina ‘contact, openingstijden en route‘ is in dat opzicht wel interessant, want het adres dat daar staat, is niet de plek die op het googlemaps-kaartje wordt aangegeven (deelgemeentekantoor versus  de ex-stadswinkel). Help, ik word gek!

Nou had ik bij het politiebureau een briefje zien hangen dat je wel nog op de locatie van die voormalige stadswinkel moest zijn voor gevonden en verloren voorwerpen, en zoiets zei een vrienden van ons ook. Dat is het Prachthuis (nog uit de Vogelaar-tijd, die naam), maar op die website vind ik ook weer helemaal niks. En trouwens, de eerste drie hits op google zijn verouderd en zouden me ook weer op het verkeerde been kunnen zetten.

Ten einde raad heb ik gister maar gebeld met 14010, en die verwezen me, bij gebrek aan een stadswinkel dus, naar het centrale stadhuis. Niet naar het Prachthuis dus. Maar dat heb ik ook maar even gebeld, en inderdaad houden ze daar gevonden voorwerpen een tijdje vast, voordat ze naar de gemeente gaan.

Je gaat bijna denken dat er nooit iemand iets kwijtraakt in Overschie. En is het nou zo moeilijk, een beetje heldere informatie geven? Ik vind dit vanuit de gemeente gewoon vér onder de maat. Enige wat hen niet helemaal te verwijten is, is dat er zo veel verouderde informatie meekomt als je googlet. Het enige wat je daaraan kan doen, is zorgen dat Google een voorkeur heeft voor de actuele informatie, maar dat is lastiger dan alleen zelf goed voor je informatie zorgen. Maar dat doet de gemeente dus ook niet.

Ondertussen hoop ik nog steeds op een eerlijke vinder.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 3 reacties

Anders dan verwacht

Louise Cornelis Geplaatst op 3 mei 2013 door LHcornelis7 mei 2013  

In de meest recente Tekstblad staat een artikel dat mij opluchtte. Het is van Mark van Bogaert, heet ‘Tests met tekstversies. Tien frustrerende voorbeelden’, en de eerste zin luidt: ‘Uit onderzoek blijkt dat lang niet altijd de leukste, creatiefste of meest voor de hand liggende versie van een tekst het beste scoort bij de ontvanger.’ Dat is zo’n beetje de frustratie van 2,5 jaar piramideprincipe-onderzoek in een notedop! Vandaar dat ik nieuwsgierig verder las.

In het artikel staan tien voorbeelden van ‘splitruntests’, onderzoeken waarin twee versies van een tekst gebruikt worden, zodat je kunt zien welke versie de meeste respons oplevert. En dat is verrassend vaak juist níet de leuke, goeie, mooie, creatieve en anderzins meest veelbelovende versie. De recht-toe-recht-ane kopregel doet het beter dan de woordspeling; het lelijke lettertype beter dan het mooie; het goedkope papier beter dan het dure; de blanco envelop beter dan de bedrukte; zonder folder beter dan met; de irritante onderwerpsregel (in een mail, namelijk met je naam erin) beter dan een niet-irritante; de lelijke lay-out beter dan de mooie, enzovoort, en als je net denkt dat je het doorhebt, levert wéér de onverwachte variant de meeste respons op. En ik kan daar dus zelf aan toevoegen: heb je zo’n hartstikke mooi, super-lezergericht piramidaal rapport gemaakt, snappen lezers er níks van omdat ze de ‘conclusie’ niet kunnen vinden, en hebben ze dus een voorkeur voor die saaie, traditionele versie…

De conclusie van het stuk is: ‘nooit denken dat je het al weet. Blijven testen is de boodschap.’ Helemaal mee eens – eigenlijk weten we nog maar heel weinig van wat lezers écht willen, en hoe je ze écht in beweging krijgt. Als adviesrapportenschrijver heb je wel één voordeel ten opzichte van de schrijvers van massale mailings: je kunt het je lezer vragen. Doen!

Aanvulling 7 mei: de hele tekst van het artikel staat inmiddels online bij Tekstblad.

 

Geplaatst in Leestips, Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

Inspirerende masterclass storytelling

Louise Cornelis Geplaatst op 29 april 2013 door LHcornelis26 april 2013  

Vorige week volgde ik een inspirerende masterclass storytelling en leiderschap bij StoryVentures. Aan het eind vroegen de trainers, Astrid Schutte en Carin Tiggeloven, wat we ervan hadden gevonden, en toen dacht ik: ik vond het te kort. En dat bedoelde ik op de manier zoals ik het zelf ervaar als ik dat als feedback krijg over mijn eigen trainingen: dat ik er wel meer van had gewild. Dus dat is een compliment.

Storytelling is ‘hot’: steeds meer mensen ontdekken verhalen als middel om iets te bereiken in organisaties. In de meest recente editie van Tekstblad staat bijvoorbeeld weer een verhaal over ‘de kracht van storytelling’ met als titel ‘Waarom verhalen ons eeuwig verleiden’. Nou, dat weet ik al  heel lang: toen ik 10 was, las ik Die ene seconde, een verhaal over een broer en zus ten tijde van de atoombom op Hiroschima. Dat boek heeft mijn rechtvaardigheidsgevoel voor altijd beïnvloed. Om maar één voorbeeld te noemen. Managers ontdekken die kracht van verhalen, en dus ook dat ze te gebruiken zijn, bijvoorbeeld om mensen ‘mee’ te krijgen.

Het waarom en de theorie van storytelling, die wist ik dus wel zo’n beetje, onder andere door de boeken van Astrid Schutte, die ik al een tijdje ken en met wie ik al eens eerder had gepraat over de raakvlakken tussen storytelling en mijn werk. Verhalen gebruik ik ook al: ik vertel regelmatig relevante verhalen in mijn trainingen, en ik zou zonder verhalen geen columns kunnen schrijven – om maar twee voorbeelden te noemen. Ik houd dan ook heel erg van verhalen, ik lees niet voor niets zo graag, op mijn tiende al, en nog steeds (zie ook m’n vorige post).

Ik wilde in de masterclass aan de slag met bewuster verhalen uitdenken om in organisaties te kunnen gebruiken. En dat is gelukt! Want we hebben vooral veel zelf gedaan. Waar ik ook op dit weblog de laatste tijd regelmatig heb geklaagd over bijeenkomsten die ‘workshop’ heten maar waar je als deelnemer alleen maar zit te luisteren en naar Powerpoint zit te kijken, daar was dit wel degelijk werken voor ons als deelnemer, meteen vanaf het begin, want we hebben ons met een verhaal uit onze kindertijd voorgesteld (voor mij dat over Die ene seconde). Dat is nog eens wat anders dan het verplichte riedeltje naam-functie-bedrijf-verwachtingenvandetraining! Het geeft een veel persoonlijker inkijkje in die andere deelnemers.

Uiteindelijk hebben we ’s middags zelfs ons eigen visieverhaal uitgewerkt. Nouja, een deel ervan, en al eerste concept. Om het helemaal uit te werken, Daarvoor was één middag te kort. Ik had meer nadenk- en suddertijd nodig gehad, de feedback verwerkt, en ook graag verschillende versies uitgeprobeerd om te ervaren wat er wel en niet werkt, bij mijn eigen verhaal, maar ook wel bij die van de andere zeven deelnemers. Want dat vond ik ook leuk: luisteren naar de verhalen-in-wording van de anderen. Nou goed, met het verder uitwerken en uitproberen ga ik aan de slag, want dat is precies waar ik op dit moment mee bezig ben: mijn visie op schrijven als manier om als individu en organisatie beter te gaan werken (klantgerichter, logischer, creatiever, eigenzinniger).

Wat ik bij een cursus ook altijd doe, is meekijken in de keuken van een andere trainer, en ook op dat punt was ik tevreden. Activerende werkvormen dus, in een prettige sfeer, plus een paar originele dingen die ook functioneel waren: we zaten niet op stoelen achter tafeltjes, maar in en kring van comfortabele fauteuils; we kregen de theorie op kaartjes met een afdruk van een dia, in plaats van in een boekje of op losse A4’tjes. Geen standaard map ook, maar een mooi schrift – net een paar van die dingetjes die opvallend anders waren dan meestal, en die mij wel bevielen.

Als ik dan één punt van kritiek moet hebben, dan is het dat ik vond dat er een soort schijntegenstelling kwam tussen enerzijds organisatietaal (abstract, onpersoonlijk, spreekt niet aan, doet ’t niet – dus fout) en anderzijds verhalen (concreet, beeldend, persoonlijk, spreekt wel aan, is effectief – dus goed). Maar dat is te zwart-wit: ook een verhaal kan mislukken, of vol zitten met managementjargon, en ook een niet-narratieve presentatie of tekst kan concreet zijn, goede metaforen bevatten, aanspreken en effectief zijn. Verhalen hebben hun plek, maar, om maar iets te noemen, met data onderbouwde betogen kunnen ook heel effectief zijn. Daaraan werken met schrijvende professionals is mijn dagelijkse werk.

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Piramide in de steigers zetten

Louise Cornelis Geplaatst op 24 april 2013 door LHcornelis24 april 2013 1

Ik was de afgelopen dagen naar Rome, om die stad te leren kennen. Op het metrokaartje zag ik een station ‘Piramide’ staan, en even neuzen in de reisgids bevestigde dat Rome inderdaad zijn eigen piramide heeft. Hij is gebouwd vlak voor het begin van onze jaartelling, toen Egypte net veroverd was, en daardoor ‘hip’ onder de Romeinen.

Nou, vanwege mijn bemoeienis met het piramideprincipe wilde ik daar wel heen natuurlijk, en dat kon met de metro ook erg makkelijk. Wat bleek? Hij stond in de steigers:

piramiderome piramiderome2

Enerzijds jammer, maar anderzijds ook wel weer heel grappig, want zo zeg ik het ook vaak: zet om te beginnen je piramide in de steigers… daarmee bedoelende dat je werkt vanuit een hypothese, schets, begin, en dat verfijn je gaandeweg.

Dus zo ziet dat eruit, een piramide in de steigers!

Geplaatst in Opvallend, Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | 1 reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Op een mens lijken
  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (906)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑