↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Geen oog voor de lezer

Louise Cornelis Geplaatst op 31 mei 2019 door LHcornelis29 mei 2019  

Vorige week had ik het hier over een wat mij betreft de plank misslaande brief van de gemeente. Vandaag nog zo’n brief, dit keer van het Openbaar Ministerie. Opnieuw denk ik: met al die aandacht voor helder schrijven, waarom dóen instanties dit nou toch nog steeds?

Vorig jaar is er bij ons ingebroken; de dief is een paar maanden later gepakt (goeie actie). Wij hebben het OM laten weten wel op de hoogte gehouden te willen worden van hoe het verder gaat. Begin deze maand kregen we een brief van het IDV: het Informatiepunt Detentieverloop.

Eerste alinea:

U bent slachtoffer in de strafzaak van <naam>. Het Arrondissementsparket Rotterdam heeft het Informatiepunt Detentieverloop (IDV) verzocht u te informeren wanneer de veroordeelde voor het eerst op verlof gaat en op het moment dat de detentie eindigt.

Slachtoffer vind ik geen fijn woord, maar goed. Wat ik erger vind is dat in de tweede zin het perspectief ligt bij de twee instanties, die met hun zware, lange namen alleen al veel volume opeisen zo meteen aan het begin en kennelijk onderling iets hebben afgesproken over ons.

Dat beeld van het perspectief bij de zender wordt nog sterker als de tweede alinea helemaal over het IDV gaat:

Informatiepunt Detentieverloop

Het IDV is een landelijk informatiepunt van het Openbaar Ministerie. Het IDV informeert slachtoffers en nabestaanden over het detentieverloop vanaf het moment dat de rechter uitspraak heeft gedaan in de strafzaak en deze onherroepelijk is.

Met het briefhoofd erbij heb ik nu al zeven keer de naam IDV gelezen, waarvan drie keer vol uitgeschreven. En dat een informatiepunt een informatiepunt is, dat kan ik zelf ook wel bedenken. Kortom: een boel navelstaarderij hier.

In de volgende alinea’s blijkt dat de belofte uit de eerste alinea om ons te informeren wanneer de veroordeelde voor het eerst op verlof gaat en op het moment dat hij vrijkomt, niet wordt ingelost. Er staat namelijk eerst:

Zodra de veroordeelde in de toekomst in aanmerking komt voor verlof, zal ik u hierover informeren. Voor meer verlofmogelijkheden verwijs ik u naar de bijlage.

Die bijlage, daar kom ik zo op terug. Eerst nog een zin uit de volgende alinea:

De einddatum van de straf is vastgesteld op <datum in de zomer>. Indien de veroordeelde nog openstaande vervolgstraffen heeft, zal de datum van de definitieve invrijheidsstelling verschuiven naar een latere datum. Zodra de definitieve einddatum van de detentie bekend is, ontvangt u van het IDV een brief.

Maar waarom schrijven ze ons dan nu? We weten nu dus eigenlijk nog niks, want die datum in de zomer is niet definitief.

Ondertussen ben ik al op pagina 2 aangekomen. Daar staat iets wat ze toch echt niet kunnen bedoelen, lijkt me – en hoop ik ook voor henzelf:

Informatieverstrekking

Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, verzoek ik u vriendelijk telefonisch contact op te nemen met het IDV zodat wij uw gegevens kunnen controleren en met u af kunnen spreken of, en hoe, u in de toekomst informatie wenst te ontvangen. Ook kunnen wij dan op voorhand inventariseren of er van uw kant wensen/belangen zijn waarmee we rekening moeten houden bij toekomstige verlofmomenten.

Ze kunnen toch niet serieus bedoelen dat wij hen nu moeten gaan bellen? Ze hebben net op de vorige pagina beloofd dat ze ons een brief gaan sturen als de dief vrijkomt. Als wij dat okee vinden – de default optie – dan moeten we toch alsjeblieft niets hoeven doen, voor onze en hun rust? Daar moet toch staan ‘als u iets anders wilt, bel ons dan’?

Enne – onze dief komt toch niet met verlof, althans, daar heb ik niets over gelezen, dus die laatste zin is ‘niet van toepassing’.

Tot nu toe heb ik het alleen maar gehad over de informatie en het doel van de brief, en niet over de formuleringen. Het moge duidelijk zijn dat die meer aansluiten bij de zender dan bij de ontvanger. Geen enkele gewone burger praat over detentie, detentieverloop, invrijheidstelling en dergelijke, net zoals ik dus ook niet over mezelf denk als slachtoffer. Dat zijn hún woorden, niet de mijne. Deze zin vond ik zelfs hilarisch:

De veroordeelde zit gedetineerd in een penitentiaire inrichting.

Volgens mij staat daar: ‘de boef zit in de bak’. De woordkeuze en zinsbouw maken deze brief alleen geschikt voor zeer geletterde mensen, voor de rest is het alleen maar afschrikwekkend.

Blijft nog over de bijlage, anderhalf veel dichter bedrukt kantje, over ‘Verlofmogelijkheden tijdens detentie’. Er worden acht soorten verlof beschreven, in dezelfde soort taal als de rest van de brief, en aan het eind staat dan steeds of de ‘slachtoffers/nabestaanden’ al dan niet door het IDV geïnformeerd worden. Ga het maar uitpluizen… Dat heb ik niet gedaan. Er is (nog?) geen sprake van verlof bij onze boef, dus wat hebben we aan deze stortvloed aan informatie?

En dat staat dus op vier kantjes, enkelzijdig bedrukt, dus vier velletjes, envelop, porto, schrijf- en leestijd… en de toegevoegde waarde is nihil.

Ik kan minder goed dan vorige week begrijpen waar dit mis is gegaan. Mogelijk is het echt wel goed bedoeld, maar hebben de opstellers totaal geen oog gehad voor hun lezers. Ik moet zeggen: ik word daar treurig van. Als lezer en als belastingbetaler.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Liever Rotterdams dan juridisch

Louise Cornelis Geplaatst op 23 mei 2019 door LHcornelis23 mei 2019  

Soms vraag ik me af hoe het komt dat er bij instanties toch nog steeds zo slecht geschreven wordt – waarom is dat zo hardnekkig? Vorige week weer. Ik had iets sufs gedaan: mijn fiets geparkeerd op een plek waar dat van de gemeente Rotterdam heel erg niet mag. De dag erna kon ik hem ophalen bij het Fietspunt. Daar kreeg ik er een brief bij waarover ik me nogal heb verbaasd.

In de eerste zin is meteen al sprake van een fietsparkeervoorziening – geen Rotterdamse burger noemt dat zo. Dat gaat samen met van die typische schrijftaal als  ‘is geconstateerd dat’, ‘genoemde locatie’ en ‘niet toelaatbaar’.

In de tweede alinea staat het eerste lid van artikel 5:12, onder a, uit de APV – dat is sowieso niet echt voor lezers natuurlijk. Er staat nog een typfout in ook, althans, ik neem aan dat er een r hoort achter te in ‘te voorkoming van schade’.

Dan komt er een heel lange zin, onder het nietszeggende kopje Overweging:

Het beleid van de gemeente Rotterdam is onder meer gericht op het toegankelijk houden van de openbare ruimte en het tegengaan van verloedering door, onder meer, her en der geparkeerde fietsen op plaatsen waar de parkeerdruk van fietsen hoog is en/of de ruimte daarvoor beperkt is en de normale functie van de weg gehinderd wordt.

Ik vind het eigenlijk best knap om in één zin twee keer ‘onder meer’ te gebruiken. Verder moet ik de zin een paar keer lezen om ‘m aan elkaar te kunnen breien en wat er staat te vertalen naar hoe ik het beleefd heb. Zo van: verloedering, mijn fiets die daar een uurtje stond? Da’s even lastig, zal ik maar zeggen. Ik kom er wel uit, maar niet heel makkelijk.

In het volgende kopje gaat het over ‘spoedeisende bestuursdwang’. Eerlijk gezegd vind ik dat klinken als een enge ziekte, bestuursdwang, waarvoor je met spoed naar de dokter moet – spoedeisend ken ik alleen met hulp erachter, vandaar de medische bijgedachten. De alinea laat verder ook te wensen over:

Wij hebben besloten om over te gaan tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang. Dit houdt in dat de fiets onmiddellijk na constatering op 15-5-2019 is verwijderd. Ter voorkoming van negatieve gevolgen heeft de gemeente een spoedeisend belang bij het direct verwijderen van uw fiets. De kosten van de verwijdering zijn inmiddels bij u in rekening gebracht. De kosten zijn vastgesteld op €20.

Het is dat ik weet hoe het zit, ik heb het zelf meegemaakt, anders zou ik hier niet veel van begrijpen. Dat zit ‘m in ‘overgaan tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang’ wat die enge ziekte combineert aan heel abstracte taal. De derde zin, die met ‘ter voorkoming van…’ past daar niet in de alinea-opbouw en ook niet qua werkwoordstijd, want de fiets is toch in de zin ervoor al verwijderd? Er staat niet veel anders dan in de eerste zin.

En die kosten, die zijn niet net  bij mij ‘in rekening gebracht’, hallo, ik heb ze net betááld. Anders had ik de fiets en deze brief niet kunnen krijgen.

Ik geloof bovendien ook niet dat de verwijdering 20 euro kostte – alles bij elkaar, met de opspoorders, het vervoer, het Fietspunt met z’n medewerkers en de  bureaucratie van dit soort brieven gaat het ongetwijfeld om meer. De 20 euro lijkt me meer een symbolisch bedrag, een soort ‘foei’ – want het zal wel geen boete mogen heten.

De brief eindigt met informatie over hoe je bezwaar kunt maken. Dat staat terecht apart, onder de ondertekening – dat is het sterkste punt van deze brief. Alles bij elkaar vult-ie twee kantjes – da’s lang.

Ik zie in de tekst duidelijk juridische sporen en een poging om allerlei mogelijke uitzonderingen mee te nemen – een soort ‘one size fits all’-brief. Leesbaarheid is daarin gesneuveld. Waarschijnlijk verklaart dat de abominabele kwaliteit – die ik overigens nog erger vind omdat het gaat om een stad die veel laaggeletterde inwoners heeft en ‘geen woorden maar daden’ hoog in het vaandel heeft.

Dus hoe schrijf je zoiets op z’n Rotterdams? Ik zou denken aan iets als:

Uw fiets stond op een plek waar dat niet mag. Daarom is die weggehaald en naar het Fietspunt gebracht. U hebt hem daar zojuist opgehaald. De kosten (20 euro) heeft u ter plekke betaald. Hieronder vindt u de juridische details en informatie voor als u bezwaar wil maken.

Nog steeds niet helemaal bevredigend, want zo staat er niks nieuws in. Er zou van mij nog iets in mogen als ‘daarmee is voor ons de kous af’ of ‘wilt u dit niet meer doen’, maar dat is een grotere wijziging. Zonder zo’n verder gaande strekking zou voor mij een kwitantie genoeg zijn, met een verwijzing naar een website voor de juridische en bezwaar-informatie.

Soms is niet schrijven ook een optie. Niet net doen alsof het een brief is, alsof het iets is wat burgers zouden moeten kunnen lezen. En als je dat wél wilt, die lezende burgers, doe het dan beter.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Word niet nieuwsgierig naar een broedactiviteit

Louise Cornelis Geplaatst op 13 mei 2019 door LHcornelis13 mei 2019  

Een nieuwe voor mijn collectie bordjes. Aan het Poldervaartpad in Schiedam staat sinds enkele weken dit:

Ik ben niet de enige die daarom moet gniffelen, heb ik al gemerkt. Dat zit ‘m vooral in het woord ‘broedactiviteit’, want het toch wat passieve karakter van broeden lijkt met activiteit te botsen. Of onderschatten wij mensen misschien hoe actief het is?

Maar er is meer. Broedactiviteit roept bij mij de vraag op: van wie of wat dan? Het is gek vaag daarin, waardoor ook de precieze strekking onduidelijk is. Gaat het om de zwaan die daar vaak midden op het fietspad zit – zit er een zwanennest? Kunnen we dat vertrappen? Gaat het om een beschermde vogelsoort? Of is het andersom: lopen betreders risico te worden aangevallen? ‘Vanwege aanwezigheid zwanennest’ had ik informatiever gevonden.

Dat raadsel wordt groter doordat het maar een beperkte zone is die je niet mag betreden: nog geen 100 meter. Nog vóór die oranje fietser in de verte hangt precies zo’n bordje de andere kant op – het is net niet te zien op de foto, in het echt zie je het van deze afstand net wel. Dus het gaat niet om talloze broedactiviteiten overal in die berm, maar slechts om een beperkt stuk ervan. Inderdaad dus ergens één nest van iets? Inderdaad die zwaan?

Berm is het ook niet helemaal, zoals te zien is op de foto. Althans, ik versta onder berm iets smallers dan het groen dat daar te zien is.

Ten slotte lijkt dit bordje me typisch een geval van oproepen wat je niet wilt. Als je kijkt naar het hoog opgeschoten gras en fluitekruid, is het geen groenstuk dat uitnodigt tot betreden. Maar door het bordje kunnen voorbijgangers mogelijk nieuwsgierig worden, net zoals ik: is het inderdaad die zwaan? Waar dan? Hoe broeden zwanen eigenlijk, in een sloot? Zijn er al pulletjes? Zonder dat bordje had ik dat allemaal nooit gedacht.

Met een beetje pech betreden door het bordje méér mensen de berm dan zonder. Oproepen wat je níet wilt, dat is wat verboden en ontkenningen doen – het effect dat bekend staat als ‘denk niet aan een roze olifant’.

Ik heb me ingehouden. Hopelijk zijn straks inderdaad jonge zwaantjes te zien. Al is papa of mama zwaan soms best eng om langs te fietsen.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Studenten lezen efficiënt en strategisch

Louise Cornelis Geplaatst op 9 mei 2019 door LHcornelis9 mei 2019  

Zoals ik hier onlangs schreef, zijn we op het college Tekst- en gespreksanalyse bezig geweest met lezen. Als slotopdracht van dat thema interviewden de studenten elk één student-lezer van een niet-talige opleiding (want die weten er misschien te veel van af om onbevangen te reageren) over diens leesgedrag.

Er zijn acht interviews gehouden, dat is te weinig voor generalisaties maar genoeg voor een paar indrukken. Wat me het meest opvalt is dat die studenten als het ware zakelijker lezen dan de zakelijke lezers van wie ik eerder zulke interviews las. Geen van de studenten heeft er veel moeite mee om te scannen en stukken over te slaan: de ‘must’ van alles lineair lezen om het te kunnen onthouden lijkt niet zo zwaar op hun schouders te drukken.

De studenten hebben ook ieder een eigen strategie, en daar zijn ze zich van bewust. Die strategieën lopen uiteen, tot zelfs tegenovergesteld aan elkaar: er is er eentje bij die lineair leest als het belangrijk, want anders raakt ze de draad kwijt, terwijl een ander zegt juist van lineair lezen de draad kwijt te raken – die doet o.a. aan scannen en selecteren. Twee lezers in het medische vakgebied spreken elkaar ook tegen: volgens de een moet je van medische teksten echt alles grondig lezen, de ander kan dat genre juist heel selectief doornemen. Het vakgebied is waarschijnlijk minder bepalend dan ze zelf zijn. Eén van de interviews heeft dan ook als conclusie dat lezen net zo persoonlijk is als je vingerafdruk.

De leesstrategieën zijn vooral gericht op efficiëntie en tijdwinst. Daarbij valt op dat er een paar zijn die zeggen meer over te gaan slaan als de tijd gaat dringen – dat is een riskante strategie. Wat me ook opvalt, is dat twee studenten aangeven het belangrijkste steeds aan het eind van een alinea, paragraaf of tekst te vinden. Hun teksten hebben dus kennelijk geen hoofdboodschap voorop?

Daarnaast lezen de studenten strategisch: gericht op hun eigen leesdoel. Ze maken een inschatting van wat ze moeten doen met een tekst, en kunnen ze dus onderscheid maken in het lezen van een tekst die ze voor een tentamen moeten kennen, ter voorbereiding op een college, om inspiratie uit op te doen voor eigen onderzoek, of voor iets praktisch wat ze moeten doen, zoals in het geval van een patiëntverslag in de geneeskunde. Als er geen helder doel is, ‘moeten’ ze toch wel alles lezen, vinden ze.

Op het college ging het over normen voor goed lezen, en die blijken de studenten ook wel te hanteren, al vergde dat wel wat doorvragen. Eentje zei dat ze ‘gewoon’ las, en dat bleek te zijn: lineair, alles (in de praktijk las ook zij leesdoelgericht overigens). Ook dat ‘de draad kwijtraken’ van hierboven is wel degelijk een norm: dat is niet de bedoeling kennelijk; aandacht erbij houden zodat je begrijpt wat je leest wel, maar dat is best lastig.

Efficiëntie is misschien zelfs dé norm: geen van de geïnterviewden heeft iets gezegd over lezen voor de lol en het is fijn als het verplichte nummer snel voorbij is. Althans, is dat efficiënt of effectief, of het is lui en nonchalant? Dat vragen er twee zichzelf af, en het is natuurlijk maar net hoe je het bekijkt.

Het lezen-als-verplicht-nummer blijkt ook uit één overeenkomst met de zakelijke lezers: de studenten vinden veel van hun leesteksten onnodig lang. Hopelijk weten ze dat nog als ze later in hun beroepspraktijk zelf gaan schrijven.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Goed lezen: leren selecteren?

Louise Cornelis Geplaatst op 29 april 2019 door LHcornelis29 april 2019  

Op het college (zie onder andere de vorige post daarover) van afgelopen donderdag hebben we het gehad over de vraag of je kunt zeggen wat ‘goed’ versus ‘fout’ lezen is. Hier nog wat gedachten daarover.

Het eindexamen Nederlands toetst leesvaardigheid, er kennelijk van uitgaande dat er zo’n norm is. Daar is de nodige kritiek op, en daar lazen we wat van, in de vorm van blogposts van Marc van Oostendorp. Die zegt bijvoorbeeld:


Aan de poort van het volwassen leven van de gemiddelde Nederlander staat een organisatie die met willekeur bepaalt wat ‘goed’ is en wat ‘fout’ en die wie het waagt dat in twijfel te trekken in de hoek zet.


Die organisatie, dat is het College voor Toetsen en Examens. Het zou natuurlijk kunnen dat die hun werk gewoon niet goed doen, en daar ijkt het zeker op – er zitten echte miskleunen tussen (voorbeeld). Een beter eindexamen is wenselijk, maar dan zit je er nog mee: wat is ‘goed’ lezen eigenlijk?

Uit mijn eigen onderzoek (nouja, eigenlijk dat van twee Groningse studenten van wie ik de scripties begeleidde, het artikel staat in mijn gratis e-boek) naar lezen bleek dat volwassen, zakelijke lezers inderdaad zo’n norm in hun hoofd hebben: de hele tekst grondig en lineair lezen, om te kunnen onthouden. Ik dacht daarbij: het is net alsof ze verwachten er vrij willekeurige vragen van een ander over te moeten kunnen beantwoorden – zoals op school.

In de dagelijkse praktijk drukt die norm als last op hun schouders: voor dat lezen hebben ze nooit tijd genoeg. ‘In het echt’ lezen ze dan ook heel anders: sterk gericht op hun eigen leesdoel. Ze selecteren, of ze nemen de informatie die ze nodig hebben heel gedetailleerd over – en van alles ertussenin. Wat ze dan doen, dus hun echte leesgedrag, zou je grillig of eigenzinnig kunnen noemen. Dat werkt; desalniettemin voelen ze zich er bezwaard over omdat ze ‘eigenlijk’ beter zouden moeten lezen.

De norm die in het onderwijs bestaat voor goed lezen kweekt mogelijk een leeshouding aan die in het werkende leven in de weg zit. Zakelijke lezers bepalen eigenlijk hun eigen norm: goed lezen is zo lezen dat je je leesdoel bereikt. Je eigen leesdoel, niet dat van een externe instantie.

Toch is ‘wat goed lezen is, bepaal je zelf’ mij ook te vrijblijvend. Ik ga er op college wel degelijk van uit dat de studenten iets gemeenschappelijks kunnen – ze moeten voor zo’n vak een heleboel lezen en daar moeten we het over kunnen hebben. Dat ‘iets’, daarvan verwacht ik dat ze het op school hebben geleerd en dat het eindexamen dat getoetst heeft.

Ook op andere momenten zit er een norm in mijn hoofd. Ik doe in schrijftrainingen regelmatig oefeningen waarbij de deelnemers elkaars teksten lezen. In de nabespreking daarvan blijkt enerzijds zeker die grillige eigenzinnigheid, en dat is prima: dat geeft de schrijvers een realistisch beeld van hun lezers (want ook schrijvers zitten met dat beeld van ‘alles lineair lezen’ in hun hoofd).

Maar met enige regelmaat denk ik toch ook wel stiekem ‘stom’ als iemand verslag doet van zijn of haar leeservaring. Op zo’n moment vind ik dat iemand slecht heeft gelezen. Ik onderdruk dat, want in een schrijftraining hamer ik erop dat de lezer principieel vrij is, en altijd gelijk heeft – dat is mijn uitgangspunt. Omdat schrijvers nooit mogen zeggen ‘dan had-ie maar beter moeten lezen’ of ‘mijn lezer moet alles lezen’ en dergelijke – dat kun je schudden. Maar mijn didactische principe komt niet helemaal overeen met wat ik soms zelf denk.

Wat vind ik dan goed lezen van een zakelijke tekst? In elk geval dat de lezer zich een beeld vormt van de hoofboodschap van de tekst en iets van de bedoeling van de schrijver – zodat die lezer op enigszins redelijke basis een oordeel kan vellen over wel of niet verder lezen en zo ja, wat en hoe dan. Daarna gaan de leesdoelen te ver uit elkaar lopen om er nog iets zinnigs over te kunnen zeggen.

Voor het onderwijs lijkt het me in elk geval zaak om iets te doen met leesdoelen, en om te leren dat het okee is om stukken of zelfs hele teksten níet te lezen. Zo voed je mijns inziens beter op voor een maatschappij die gekenmerkt wordt door een overvloed aan communicatie. Je móet selecteren, anders raak je opgebrand.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Pennen vallen makkelijk in een vaste groef

Louise Cornelis Geplaatst op 15 april 2019 door LHcornelis16 april 2019  

Op het college zijn we afgelopen donderdag nog een stap verder gegaan met de rol van tekst in de maatschappij, in de vorm van ‘critical discourse analysis’. Daarbij kijk je naar wat er in teksten gezegd wordt of juist niet, en wat dat zegt over machtsstructuren.

Ik liet een voorbeeld zien van een tekst over fietsende vrouwen, waarin stond dat zij minder tijd hebben om te fietsen dan mannen, omdat zij werken en zorg dragen voor huishouden en kinderen. Over één zo’n uitspraak is meteen een boel te zeggen: mannen zijn de norm en vrouwen de ‘afwijking’; mannen hebben kennelijk géén verantwoordelijkheid voor huishouden en kinderen; (alle?) vrouwen ‘moeten’ werken én hebben kinderen (die zorg nodig hebben die veel tijd kost; mannen hebben zeeën van tijd en fietsen dús veel.

Dat is nogal een clichébeeld, waarin misschien een grote groep zich zal herkennen, maar ook heel veel vrouwen én mannen niet, en die sluit je daarmee uit – wat niet de bedoeling was van de tekst, integendeel. Ook al staat nergens letterlijk ‘mannen zijn zus en vrouwen zijn zo’, toch discrimineert zo’n formulering.

Teksten reflecteren een wereldbeeld en bevestigen dat ook. Het is makkelijk om impliciet de status quo te bevestigen. De pen van schrijvers valt spontaan in die groef omdat we elkaar allemaal een beetje nadoen, althans, dat is de makkelijkste weg. En ja, dus schrijven zelfs fietsende vrouwen zo stereotiep over andere fietsende vrouwen…

Het hoort bij het dominante maatschappijbeeld om verschillen tussen mannen en vrouwen uit te vergroten, al is het maar om zo twee doelgroepen te kunnen benaderen met reclame en marketing: het verdeel-en-heers van de ver doorgevoerde liberale markteconomie. Eén van de studenten had daarvan een tenenkrommend voorbeeld bij zich: een reclamefolder voor speelgoedstofzuigers om ‘net zo goed te worden als mama’. Gericht op meisjes natuurlijk. Ergens schokkend dat dat nog altijd mag, of zelfs erger is geworden ten opzichte van mijn eigen jeugd.

Ik had het college gegeven, vond het erg leuk en de studenten hadden mooie voorbeelden te over, van expliciet discriminerende teksten tot heel subtiele (die dus eigenlijk geniepiger zijn). Onderweg naar huis las ik de nieuwsbrief van de schrijvers van Peak Performance en, toeval bestaat niet, ook zij doen daarin een knap staaltje critical discouse analysis. Al noemen ze het zelf niet zo en zijn ze zich er mogelijk niet eens van bewust.

Mini-samenvatting: in een artikel van CNBC wordt Jack Dorsey, de baas van Twitter, geïnterviewd over zijn leefstijl, dus over wat hij doet om gezond en energiek te blijven. Eén van de dingen die hij zegt is dat hij maar één keer per dag eet en regelmatig het hele weekend vast. Dat wordt (of werd – het artikel is enigszins aangepast) kritiekloos gepresenteerd als ‘biohack’, dus als manier om je lichaam te verbeteren, terwijl je het ook een eetstoornis zou kunnen noemen. Als een vrouw zoiets zou zeggen, zou het waarschijnlijk eerder als eetstoornis benoemd worden. Dat is op zich al interessant, maar, zo staat er in die nieuwsbrief, het tragische is ook nog dat daarmee eetstoornissen bij mannen niet zo gauw onderkend en dus behandeld worden. Interessant en kwalijk dat CNBC het nodig vindt om het verhaal zo te presenteren.

Mij inspireren deze voorbeelden en de werkwijze van de critical discourse analysis om ook in mijn werk alert te zijn op wat de tekst reproduceert. Bijvoorbeeld: managementjargon dat hiërarchisch machine- en machtsdenken verhult (bron). Ik werd me ervan bewust dat ook ik makkelijk in een groef val. Ik vind mezelf eigenlijk onvoldoende kritisch op de impliciete aannames en het wereldbeeld in de teksten van mijn opdrachtgevers. Zo’n college is ook een wake-up call…

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Record!

Louise Cornelis Geplaatst op 1 april 2019 door LHcornelis29 maart 2019  

Vorig jaar begon ik in april weer met werken, nouja, een beetje gewerkt had ik de tweede helft van maart ook al, maar pas in april ging ik weer wat verdienen – half maart waren we teruggekomen van onze reis ‘Down Under’.

Het is mij zakelijk-financieel niet eerder zo goed gegaan als in de twaalf maanden sindsdien. Ik heb mijn omzet-record van alweer zo’n vijftien jaar geleden ongeveer geëvenaard. Anders dan toen heb ik echter net de laatste maanden ook nog wat in loondienst gedaan, dus financieel is dit een record (al is het dus niet precies aan één kalenderjaar toe te schrijven).

Het was ook nog eens niet alleen productie draaien: ik heb Sportkunstenaar opgericht, waar ik veel voor heb gedaan, inclusief een paar opleidingen waarvan één behoorlijk intensief, en de bijdrage van Sportkunstenaar aan mijn totale omzet is nog piepklein (wat okee is trouwens – ik had daar rekening mee gehouden). Verder heb ik ook als anders gelezen, geschreven, met collega’s en vakgenoten gepraat, enzovoort – waarvan acte op dit weblog.

Ik kijk dus terug op 12 intensieve maanden. Ik heb vooral in januari en februari wel gevoeld dat het veel was allemaal, overigens meer door omstandigheden dan puur door het werk. In de wintermaanden valt vroeg opstaan me zwaarder, de treinen reden niet altijd zoals dat zou moeten en ik heb lichamelijk wat gekwakkeld. Ik ben ondertussen de eerste vakantie in een jaar verder, weekje fietsen op Mallorca, en dat heeft me goed gedaan.

Desalniettemin: de komende twaalf maanden mogen best wel ietsje rustiger zijn. Ik ga weer vooral wat kritischer zijn op het aannemen van wat ik noem ‘losse flodders’: een training zonder goede opvolging in de organisatie. Het rendement daarvan is namelijk nihil en mijn inspanning is soms best groot – door dat opstaan en die treinen bijvoorbeeld. Die inspanning lever ik graag, het hoort bij mijn werk en ik krijg er goed voor betaald, maar ik vind het bevredigender als ik dan ook merk dat die inspanning resultaat heeft. Het is iets waar ik mijn opdrachtgevers altijd voor waarschuw: een losse training schrijfvaardigheid heeft heel weinig nut, verwacht niet dat de  organisatie dan echt beter gaat schrijven. Ik ga de komende tijd eerder ‘nee’ zeggen als ik vermoed dat het echt bij die losse flodder blijft.

 

 

 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Hersengymnastiek met vorm en structuur

Louise Cornelis Geplaatst op 25 maart 2019 door LHcornelis29 maart 2019  

Afgelopen zaterdag was ik op de HU voor een ‘staartje’ aan de leuke middag samen met andere docenten adviesvaardigheden waar ik eerder over schreef. Ik leerde daar toen een docent kennen, Iris Hollaender, en ik heb via haar zaterdag een gastles piramideprincipe gegeven en daarna gebrainstormd met een klein maar fijn groepje studenten van een vak consultancy (vol- en deeltijd) over alternatieven voor het standaard rapport in tekst of PowerPoint.

Achtergrond daarvan was wat ik in oktober al schreef: dat er op het gebied van rapporteren maar zo weinig verandert, terwijl onze communicatie verder de afgelopen decennia ingrijpend is veranderd door internet, de smartphone en de sociale media. Als je ergens initiatieven tot verandering zou verwachten, is het bij jongeren. 

Inderdaad hadden de studenten wel ideeën, bijvoorbeeld voor een meer interactieve vorm van rapporteren, waarbij de lezer keuzes kan maken uit verschillende opties, interactie met je oprachtgever via facebook, en, het meest uitgewerkte idee: een krant in plaats van een ‘gewoon’ geschreven rapport. Grappig: ik gebruik de krant altijd als voorbeeld voor een aantal piramidale principes en als voorbeeld van lezergerichtheid, maar ik had nog nooit bedacht dat je een adviesrapport inderdaad ook zo vorm kan geven. Ik hoop dat die student zijn idee inderdaad gaat uitwerken, en zo ja, dan krijg ik dat nog te zien.

Lastig voor studenten is natuurlijk dat ze in een context werken waarin ze juist de gewone professionele mores moeten leren, en dat is: dat standaard rapport in tekst of powerpoint. Nog voordat ze dat helemaal onder de knie hebben en in de praktijk beproefd, kom ik dan zeggen: en hoe zou het anders kunnen? Dat is hersengymnastiek.

Die hersengymnastiek zat ‘m ook nog op een ander punt: nog voordat ze de traditionele rapportstructuur helemaal onder de knie hebben en in de praktijk beproefd, kom ik zeggen dat dat anders kan (niet moet, van mij als gastdocent ‘moest’ er niks). Eén van de studenten was eerlijk genoeg om te zeggen dat hij daarvan in verwarring raakte en dat die verwarring aan het eind van de ochtend die we samen hadden nog niet was opgelost. 

Dat vond ik leerzaam, want ik realiseerde me dat het in de praktijk mogelijk ook veel van mijn trainingsdeelnemers overkomt, die verwarring, en dat die dat gevoel wel eens vertalen in verzet tegen de methode in plaats van wat het is – verwarring. Zo van: ik snap dit niet, dus het is fout. 

Met verwarring is niks mis. Het is vaak een noodzakelijke tussenstap in een leer- of creatief proces. Er wordt wat ouds losgeweekt en zo ontstaat beweging richting het nieuwe, hopelijk beter. Maar je moet die verwarring wel kunnen verdragen (overigens ook in de rest van je leven een nuttige vaardigheid).

En het nieuwe moet ook wel komen. De twee uurtjes van zaterdag waren te kort voor mij om bij allemaal het piramideprincipe helemaal tot bloei te laten komen, wat ik overigens helemaal begrijp, maar ze hebben gelukkig ook nog hun eigen docent, die het piramideprincipe omarmt.

Een ander inzicht voor mij was dus dat het onderwijs een grote rol speelt in het reproduceren van steeds diezelfde vormen. Daar leer je ‘hoe het hoort’ en dat is dan zo. Ik voelde me ook enigszins betrapt, of liever gezegd, bij mij werkt dat ook zo dat een bepaalde manier ‘vastroest’: tsjonge, was ik echt nooit eerder op dat idee van een krant gekomen?

Des te leuker dat deze opleiding wil experimenteren. Met het piramideprincipe, maar ook met vormgeving. Want plan is nu om de volgende keer een gezamenlijke brainstorm te organiseren met studenten consultancy en met studenten vormgeving (ofzoiets). En met het piramideprincipe willen ze ook verder. Super!

Edit 29 maart: Iris stuurde een paar foto’s, dus hier ben ik in actie. Er ligt iets piramidevormigs op de grond (vrijwel iedereen die bij mij een training heeft gedaan, kent ‘m: die met de klusjes), en ik ben duidelijk in het vuur van mijn uitleg:

Actiefoto

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Passief of actief – je hebt de omroep nodig

Louise Cornelis Geplaatst op 6 maart 2019 door LHcornelis6 maart 2019  

Gisteren tweette @cvetekst (Christine van Eerd) een foto van een mededelingenbord in een trein (ze was op weg naar een workshop eindredactie!). Dit stond erop, het bovenste in grote letters, het onderste in veel kleinere:

Deze trein wordt op het volgende station gecombineerd.
Deze Intercity wordt in station Alkmaar gecombineerd.

‘Mag dat? Kan dit anders’, vroeg ze zich af, doelend op de passieve formulering.

Nou, natuurlijk mag dat, gelukkig maar. Je mag schrijven zoals je wil, magniets zijn er wat mij betreft sowieso niet, en tegen al te dogmatische ideeën over het passief  treed ik vaker op,  dat ben ik mijn oude promotie-onderwerp verplicht, vind ik.

Hier is het passief ook echt het probleem niet. Je zou de zin actief kunnen maken, bijvoorbeeld, zo reageerden er ook op Christines tweet:

Op het volgende station combineren we deze trein
NS voegt op het volgende station twee treinstellen samen

Met we vind ik het vreemd onder-onsje-achtig klinken, met NS ben ik geneigd te denken ‘ja, wie anders?’ – de handelende persoon doet er gewoon niet toe. Bovendien zit in het eerste actieve voorbeeld een links-rechts-probleem met ongewenste nieuwswaarde-nadruk op iets bekends (deze trein). 

Bovendien lossen deze zinnen het probleem niet op. Want een probleem is er wel degelijk: de strekking van de mededeling is onduidelijk. Deze trein wordt gecombineerd – ja, dus? 

Je moet ervaren treinreiziger zijn om te weten dat dat betekent dat het even duurt voordat de deuren open gaan en dan je een schokje kan voelen. Ik moest zelfs ook even denken, want ik maak dat niet vaak meer mee en vind combineren ook niet het meest voor de hand liggende woord – heette dat vroeger niet koppelen? En moet je niet altijd combineren met iets? (Dat laat ik trouwens verder even zitten).

Volgens mij is de strekking dus:

Deze trein wordt op het volgende station gecombineerd. Daardoor kan het even duren voordat de deuren open gaan. Ook kunt u een schokje voelen.

Of nog liever, belangrijkste eerst:

Op het volgende station kan het even duren voordat de deuren open gaan. Ook kunt u een schokje voelen. Deze trein wordt daar namelijk gecombineerd.

Dat is lang, mogelijk te lang – al bespaar je natuurlijk ten opzichte van het origineel ruimte door niet bijna hetzelfde nog een keer te herhalen in kleinere letters, wat sowieso heel wonderlijk is.

Maar ik denk toch dat de mededeling dan nog steeds niet doet wat-ie zou moeten doen. Mensen lezen niet goed namelijk, je hoeft dat scherm niet eens te zien, tekst is weinig verplichtend, en op het moment dat je voor de deur staat op station Alkmaar en eruit wil, maar dat kan niet, ben je mogelijk alweer vergeten wat er op dat bord stond – áls je het al gezien hebt. Zo werkt dat. En als je voor die dichte deur staat, zie je dat bord niet. 

Je zou dus de mededeling moeten doen op het moment dat die relevant is. Nou heeft de trein daar een geweldig mechanisme voor, en dat is de omroep, de stem van conducteur of machinist. Zo’n scherm kan die niet vervangen. 

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Lekker aan de slag met samenhang in tekst, gesprek en whatsapp

Louise Cornelis Geplaatst op 4 maart 2019 door LHcornelis1 maart 2019  

Hoogste tijd om eens iets inhoudelijk te vertellen over het vak dat ik aan het geven ben, Tekst- en gespreksanalyse, in Leiden. We zijn net deze week begonnen met onderzoek doen. Dat is al vroeg in het vak: in het 4e college. Dat geeft de studenten de tijd om het analysewerk te doen, en bovendien sluit het onderzoek nauw aan bij het eerste thema, dat we al hebben afgerond: samenhang in tekst en gesprek.

Als je goed gaat kijken naar teksten en gesprekken, dan zijn die een soort mirakels  van samenhang. We verwijzen, we pikken onderwerpen op en werken die uit, we gebruiken samenhangende kennis- en woorddomeinen (als het gaat om uit eten gaat het dus over een restaurant, menu, ober, tafel, voorgerecht, enzovoort), we maken verbanden expliciet en zorgen voor aaneensluitende handelingen (zoals: een antwoord geven op een vraag), enzovoort – en daar zijn we ons nauwelijks van bewust!

Als je door alle verbindende en verwijzende elementen een draadje zou trekken, krijg je een ‘weefsel’ (texture) van al die draden. In een gesprek vooral lokaal, want in een goed gesprek verandert het onderwerp geleidelijk. In een tekst kan het dwars door de tekst heen gaan.

Maar er gaat op het gebied van samenhang ook wel eens iets mis. Dan beginnen draadjes uit het niets, lopen ze dood, zijn ze onduidelijk of voor een tekst juist te lokaal. Op college hebben we bijvoorbeeld in detail gekeken naar de slechte brief die ik hier ook al besprak, en ik zag vorige week nog een mooi voorbeeld van een samenhangprobleem bij een opdrachtgever. Met die opdrachtgever had ik al eerder vrij precies naar samenhang in  hun teksten gekeken, en daarvoor had ik dankbaar gebruik gemaakt van de stof van het vak als checklist. 

De alinea begon met een stelling en daarvoor twee argumenten. Voor het tweede argument golden drie sub-argumenten. Dat is op zich prima te volgen, ware het niet dat de twee zinnen met de argumenten begonnen met ten eerste en ten tweede, en dat het laatste sub-argument begon met ten slotte. De andere twee sub-argumenten begonnen niet met een signaalwoord.

Vanwege de gelijkvormigheid van die signaalwoorden had ik (en ik niet alleen) de opbouw begrepen als: stelling, drie argumenten, en twee sub-argumenten voor het tweede argument. Dat kon inhoudelijk helemaal niet, maar  dat had ik niet gezien – iemand anders in de groep gelukkig wel.

Het onderzoek gaat over de vraag hoe samenhang tot stand komt in whatsapp. Dat is namelijk een interessante ’tussenvorm’ tussen gesprek en tekst met ook helemaal eigen kenmerken. Sinds ik ermee bezig  ben, vallen me al gekke samenhangverschijnselen op. Bijvoorbeeld: dat in teksten vanzelfsprekende verschuiven van een onderwerp levert in whatsapp soms frustratie en ergernis op. Iemand stelt een vraag en wil daarop gewoon antwoord, maar binnen een paar reacties is de draad een zijweg ingeslagen. Die frustratie kunnen we niet zomaar oplossen, maar we kunnen mogelijk wel meer zicht krijgen op het specifieke weefsel van whatsapp. Voor zover ik weet is dat nog niet onderzocht, dat maakt het helemaal leuk: we zijn een echte onderzoeksgroep zo.

Ik leerde op het laatste college van de studenten meteen al bij over whatsapp – ze zijn daar (natuurlijk) handiger in dan ik.

 

 

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid
  • Frieten zonder c

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (560)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (901)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑