Een oud-klasgenoot van mij blogde gisteren over het verschijnsel dat je bij een klacht via Twitter meer voet aan de grond krijgt bij een bedrijf dan op andere manieren: Twitter als klaagmuur. Ik heb zelf ook al gemerkt dat ik een keer heel snel een reactie had na een Twitter-verzuchting over een bank. Men noemt dat reageren op de sociale media ‘luisteren’, met de ‘Chief Listening Officer’ als aanjager. Goed dat dat gebeurt – maar waarom niet gewoon reageren op brieven, telefoontjes en dergelijke? Nou goed, daar is Youp van ’t Hek mee bezig…
Categorie archieven: Opvallend
Woorden zeggen iets over je gedrag
Ik wilde net vandaag hier een stukje schrijven over een opmerkelijk artikel in Psychologie Magazine van deze maand, maar Tekstblog heeft dat net al prima gedaan, dus ik volsta met een link: http://www.tekstblog.nl/gedrag-voorspellen-op-basis-van-woordgebruik/
‘Mijn eigen schrijfstijl’
Afgelopen week heb ik het boek Volg je hart. 12.000 kilometer door Zuid-Amerika van Dirk van Asselt gelezen, een boek dat verwant is aan mijn Afzien voor beginners, want het gaat over een vergelijkbare reis, maar dan op een ander continent. Ik zal er dan ook binnenkort meer inhoudelijk op ingaan op mijn Fietsen-in-Afrika-weblog. Hier één dingetje eruit dat me opviel omdat het over schrijven gaat.
In de inhoudsopgave zag ik staan dat er aan het begin van het boek een kopje ‘Schrijfstijl’ in stond. Dat maakte me wel nieuwsgierig. Ik ging lezen en kwam het op p. 15 tegen. Dit is wat er staat:
Ik wil benadrukken dat de gehanteerde schrijfstijl mijn geheel eigen persoonlijke schrijfstijl is. Ik heb mij niet verdiept in heersende richtlijnen. Ik heb mijn verhaal opgeschreven zoals ik het beleefd en ervaren heb. In mijn eigen ‘Dirk’ schrijfstijl.
Ik vond het frappant omdat ik zoiets nog nooit in een boek heb zien staan, en eigenlijk ook niet zo goed weet wat het betekent. Kun je schrijven in een andere stijl dan je eigen? Je beheerst er bijna altijd wel meerdere – je hoeft maar een klein beetje te kunnen schrijven om al verschil in stijl te kunnen maken tussen, zeg, een e-mail aan je geliefde en een sollicitatiebrief. Of bedoelt hij te zeggen dat het boek niet geredigeerd is?
Of, dacht ik een paar pagina’s verderop… is het een excuus of vrijbrief voor het maken fouten? Want er staan in het boek nogal wat spel-, interpunctie- en stijlfouten, waarvan vooral de vele d/t-fouten me storen (antwoordt als zelfstandig naamwoord – auw!). Maarja, dat klopt dan ook, want als je je niets gelegen laat liggen aan heersende richtlijnen, dan mag je natuurlijk ook spellen zoals je wilt. Of je de lezer daarmee een dienst bewijst, is een tweede, maar daar gaat het dus kennelijk niet om.
Het boek is trouwens verder wel leuk, hoor. Maar dit is zeker niet het enige symptoom van individualisme erin. Want zo noem ik het maar: individualistisch schrijven. Een interessante benadering – maar mijn kijk op schrijven is een andere.
Edit, 16 november: volledige recensie nu op http://fietseninafrika.web-log.nl/mijn_weblog/2010/11/-maar-gebruik-ook-je-hoofd.html
Weduwe-wees
Empty spot
Begin van dit jaar beleed ik op dit blog mijn liefde voor de tekst van het nummer ‘Mijn van straat geredde roos’ van De Dijk. Er zit zo’n prachtige lege plek in: ‘En ik maar denken dat ik jou, maar wedden dat jij mij uitkoos’. De Dijk was de afgelopen dagen volop in het nieuws vanwege het overlijden van hun samenwerkingspartner Solomon Burke. Met hem hebben ze net een CD uitgebracht met vertalingen van Dijk-nummers. En ja, ook ‘Mijn van straat geredde roos’ staat erop. In het Engels heet het ‘My rose saved from the street’. Maar de lege plek is weg. Burke zingt:
I might have thought that I found you
But I bet you knew we were meant to meet.
Vertalen – het blijft lastig. Want hoe vertaal je een lege plek? Maar een prachtig nummer blijft het.
Een product die het met een slechte tekst moet doen
Schreef ik gister over ‘het kabinet, die’, sta ik een paar uurtjes later opnieuw oog-in-oog met het oprukkende betrekkelijk voornaamwoord die. Ik zie het sowieso wel vaker, maar dit vond ik toch wel frappant. Het ging namelijk om de tekst op het etiket van mijn flesje echinacea – ik ben verkouden en dan gebruik ik dat als weerstandsverbetering (ik geloof dat het baat, en het schaadt niet). Mijn huidige flesje bevat nog een aantal andere kruiden en aanverwanten, waar ik níet in geloof, maar waarvan ik zeker hoop dat ze niet schaden, en zelfs met die toevoegingen was dit nog het goedkoopste merk (Bloem).
Enfin, daar sta ik dus, met m’n snotneus en m’n flesje, en dan lees ik:
Door Echinacea te combineren met Sambucus nigra (vlierbes) is er een superieur product ontwikkeld, die het herstel na ziekte enorm versnelt.
‘Het product, die’… auw!
Maar daar blijft het niet bij. Is dat latijn nodig? En wat is het versnellen van het herstel na ziekte? Dan ben je toch al beter? Wat versnelt er dan? Zoiets zou wel een ongelukkige formulering kunnen zijn omdat dit soort ‘voedingssupplementen’ geen misleidende medische claims mogen doen (bron).
En het wordt nog erger. Zo gaat de tekst verder:
De combinatie van de Echinacea met Sambucus nigra verhoogt niet alleen de weerstand van het organisme, maar ook ondersteunen en stimuleren zij krachtig het immuunsysteem.
Nóg een grammaticale fout: de combinatie is enkelvoud, en daarnaar verwijst zij in de tweede zin met een meervoud terug, wat blijkt uit de meervouden van de werkwoorden ondersteunen en stimuleren. Twee zinnen, twee grammaticale fouten – dat vind ik heftig.
Wat me ook opvalt, zijn de dure woorden – nog een keer dat Latijn, immuunsysteem en organisme. Wat een poeha, en ik vind dan het enorm in de eerste zin een stijlbreuk. Met het organisme en de lijdende vorm in de eerste zin is het ook nog eens een heel onpersoonlijke tekst – terwijl het gaat om mijn verkouden hoofd.
Ik weet het: er wordt veel slecht geschreven. Maar dit vond ik toch wel een opvallend knap staaltje, zeker omdat er aan etiket-teksten vanuit marketingoogpunt wel aandacht besteed wordt. Helemaal opvallend is dat het op Bloems website wel beter kan:
De combinatie van Echinacea met Sambucus (vlierbes) verhoogt de weerstand van ons organisme.
Van ons organisme zou ik graag uw lichaam maken, maar misschien is dat al misleidend?
Het kabinet, die
Nog een politiek taalobservatietje dan. Ik weet dat er al lang iets aan het verschuiven is in de betrekkelijk voornaamwoorden – vooral ‘het meisje die daar staat’ rukt op. Deze week heb ik in een uurtje radio luisteren minstens vijf keer ‘het kabinet, die’ gehoord.
Ik weet dat het inhoudelijk om heel belangrijke zaken ging en die stond mijn (on-)begrip daarvan niet in de weg. En ik weet ook dat het taalverandering is, dat het goed verklaarbaar is, dat het niet tegen te houden is, dat ik het zelf waarschijnlijk binnen enkele jaren ook ga zeggen… maar nu doet het nog echt pijn aan mijn horen. Veel meer dan ‘hun hebben’ of ‘ik irriteer me aan’.
Ach ja, ik weet: het is heel willekeurig. Maar ik heb ook wel eens medelijden met m’n oren. Daarom: beste Ad, Kathleen en Radio-1-journalisten, het is ‘de regering, die’ of ‘het kabinet, dat’.
Toonaangevend willen zijn
Er is al een boel gezegd en geschreven over het taalgebruik in deze politiek turbulente periode. Eén van de meest interessante dingen vind ik dat iets wat vanzelf spreekt, niet gezegd of opgeschreven hoeft te worden. Daarom vind ik het zorgelijk dat er in het regeerakkoord staat dat Nederland internationale verdragen zal respecteren, en dat er vooral in CDA-kringen zo vaak herhaald wordt dat er niet getornd zal worden aan de vrijheid van godsdienst en dat iedereen gelijke kansen heeft, ongeacht religie of afkomst. Ik snap wel waar het vandaan komt natuurlijk, maar het is wel erg.
Maar goed, ik wil niet in herhaling vallen. Ik wil één observatie toevoegen daaraan, over het gebruik van het woord toonaangevend. In de presentatie van het regeerakkoord afgelopen donderdag gebruikten Rutte en Verhagen het allebei. Verhagen zei:
Zodat Nederland een ambitieus en toonaangevend land blijft in Europa en de wereld
Rutte:
We hebben alles in huis om een land te zijn dat toonaangevend is in de wereld.
Volgens mij kun je niet zomaar ’toonaangevend’ zijn. Je bent toonaangevend in iets. Uit de context valt nog wel af te leiden dat het gaat om iets wat met economische groei door internationale gerichtheid te maken heeft, maar dat is nogal vaag en impliciet. Zeker bij Verhagen, die het drie zinnen later heeft over ontwikkelingssamenwerking – iets waarin door bijna een miljard te bezuinigen Nederland juist minder toonaangevend wordt, lijkt me. Dus dan weet ik het niet meer.
Toonaangevend, uh, okee, maar waarin dan? Ik ben niet de enige die erop wijst dat uit het akkoord nou niet bepaald veel visie spreekt. Dat blijkt al uit het gebruik van dit ene woord.
Kwaliteit
Het heeft maar deels met tekst en communicatie te maken, maar toch… ik ben geloof ik nog niet eerder zo veel tijd kwijt geweest aan het corrigeren van fouten van organisaties en bureaucratieën als de afgelopen twee weken. Ik heb onder andere aangebeld en -gemaild achter een blunder van een notaris, een administratiefout van een hypotheekbank, een onduidelijke brief van de Belastingdienst, niets horen van de Belastingdienst, een kwijtgeraakte factuur, een verkeerde vermelding op een website, een verkeerde druk van een besteld boek, het niet-ontvangen van een beloofde terugstorting door een bank, een niet-gecommuniceerde actie van onze internetprovider… Doet er nog iemand zijn werk wél goed?
Met wachttijd en een keer de horde moeten nemen van een spraakcomputer die de CC in onze postcode maar als ST blíjft horen kost zoiets úren. Het was om niet goed van te worden.
De eerste relatie met het onderwerp van dit weblog is enerzijds het woord kwaliteit. Je moet niet eens beginnen aan beter willen schrijven en presenteren als je dat woord niet hoog in je vaandel hebt staan.
De tweede relatie is de organisatie die ik twee keer bij naam noem: de Belastingdienst. In de tijd dat ik afstudeerde (begin jaren ’90) had de Belastingdienst als doel om zo helder mogelijk te communiceren, ook op papier. Er zijn studiegenoten van mij gaan werken om de brieven en formulieren misschien niet leuker, maar wel makkelijker te maken. en dat was merkbaar, vond ik altijd. Maar sinds een jaar of wat heb ik al een aantal keren moeten bellen, simpelweg omdat ik een brief of aanslag kreeg die ik niet begreep, waar bijvoorbeeld tegenstrijdige dingen op stonden.
Op een definitieve aanslag stond bijvoorbeeld ‘Dit bedrag dient voor 31 december 2010 op de rekening van de Belastingdienst te staan’. Maar volgens mij kreeg ik geld terug, en stond er dus op het moment van schrijven te veel geld op die rekening. Dan is dat toch een verwarrende formulering?
Mijn indruk is dat de Belastingdienst minder moeite stopt in eenduidige schriftelijke communicatie dan vroeger. En dat is jammer. Het had me één van bovengenoemde telefoontjes gescheeld.
Over lapwings en compartmentalization
De afgelopen week hadden we Canadese vrienden te logeren. Erg gezellig – en erg veel Engels gepraat dus. Nou doe ik dat op zich wel vaker, en mijn Engels is best wel okee. Maar afgelopen week liep ik toch weer tegen een paar dingen aan waardoor ik dacht: wat lastig toch, vertalen.
Het eerste probleem is dat ik in het Engels heb gepraat over dingen waar ik het vrijwel nooit in het Engels over heb, en dus ook de woordenschat niet voor heb. Heb ik ooit buiten Nederland over kieviten gepraat, ze gezien zelfs ooit? Dus hoe leg je dan uit dat er twee van die vogels daar bezig zijn ‘some sort of bird of prey’ weg te jagen – want dat zagen we bij Ouddorp zaterdagnamiddag? De roofvogel was een buizerd, maar is dat nou buzzard of niet? En wat is waterhoentje? Anders gezegd: in het domein ‘Nederlandse vogels’ ontbreekt het mij aan Engelse woordenschat. En dat is toch wezenlijk als je hier een béétje om je heen kijkt…
Waterhoentje is moorhen en kievit is lapwing – het woordenboek helpt. Anders is dat bij woorden met een sterke culturele lading. De woordenboekvertaling zegt dan eigenlijk niet zo veel. Ik heb zaterdag proberen uit te leggen wat het Humanistisch Verbond is (want ik hield daarvoor zondag een lezing). Humanistic alliance okee, maar dat dat een soort kerk-achtige structuur heeft aangenomen als een gevolg van de compertmentalization (verzuiling) van onze samenleving na de oorlog, dat wordt al een stuk lastiger, en voor woorden als zingeving en levensbeschouwing heeft het Engels vreemd genoeg ook geen woorden die ‘onze’ lading dekken.
Over en in je eigen land in een vreemde taal moeten praten – knap lastig! Ik vond het af en toe een hele inspanning. Maar wel leuk! En ik heb een paar woordjes geleerd. Al weet ik niet of lapwing en moorhen blijven hangen. Misschien als ik ze ooit in Engeland zie?

