Ik had het eerder al over de tweetalige, maar we zagen op onze vakantie in Wales nog wat andere leuke bordjes – als vorm van schriftelijke communicatie een ‘hobby’ op dit weblog.
Deze spreekt mij als fietsen natuurlijk erg aan – ook al waren we in Wales vooral om te wandelen:
Dit bordje om de weg te wijzen naar de wc vond ik hilarisch:
En ook deze is leuk, let op de woordspeling met toad (towed)
En deze, in de kerk van onze startplaats Chepstow, vond ik vooral mooi, en daar hoef je niet religieus voor te zijn:
In Wales brachten we een middagje door in boekenstad Hay-on-Wye. Dat is een plek waar ik als leesbeest niet omheen kon!
Hay heeft 1600 inwoners en 30 boekwinkels, waaronder een paar gigantische. Zo groot dat ik amper wist waar ik moest beginnen met zoeken naar iets leuks:
Dat Hay zo’n boekenstad is geworden, komt door Richard Booth, die er in 1961 een eerste boekwinkel begon. Hijzelf is er niet meer, de boekwinkel nog wel:
Er is in Hay een jaarlijks cultureel festival, waar een half miljoen mensen op afkomt en wat door Bill Clinton ’the Woodstock of the mind’ genoemd werd. Toen wij er waren, was het er echter stilletjes. Wat het natuurlijk wel mogelijk maakte om door de boekwinkels te dwalen.
Helaas regende het ook, dus van de buitenstalletjes was niet veel te zien.
Uiteindelijk kochten we een paar boeken, waaronder de Welshe klassieker How green was my valley van Richard Llewellyn. Ik ben er nu in bezig en het is erg mooi, zeker omdat het speelt in een omgeving waar we tijdens onze reis ook zijn geweest: die van de (inmiddels voormalige) kolenmijnen in Zuid-Wales. We bezochten het museum daarover – indrukwekkend.
Een ander boek dat ik kocht was Enid Blyton – Five go on a strategy away day, van Bruno Vincent. Het is een parodie, voor volwassenen, op de boeken over De Vijf, die ik als kind las. Het neemt het managementjargon op de hak en het is zeker grappig, maar ook wat flauw.
En dat dus allemaal in een piepklein vlekje, verscholen in een dal tussen de Welshe en Engelse heuvels:
Tijdens onze vakantie in Wales heb ik mijn ogen uitgekeken op de bordjes. Alle officiële en ook een heleboel minder officiële bordjes zijn er tweetalig, en dat terwijl er maar zo’n 20 procent van de bevolking Welsh spreekt en die zijn altijd tweetalig. Dat is bovendien vooral in het Noord-Westen, waar we niet zijn geweest – ik heb het dan ook niet horen spreken, niet anders dan de stationsomroep en op TV.
Maar ik heb het dus wel veel gezien. Dit was het eerste bordje waar ik op heb staan studeren, op het station van Newport, waar we op de heenreis overstapten:
Het ziet er heel exotisch uit, en dat is het ook, maar het wordt iets simpeler als je weet dat de w een klinker is, onze oe. Dan herken je de leenwoorden balwns en heliwm – je mag op het spoor niks met ballonnen en helium.
Welsh spelt consequent op de eigen manier, wat soms hilarisch is, bijvoorbeeld als het gaat om het land Wrwgway (tegenstander op het WK Rugby, erg belangrijk in Wales).
Veel weet ik niet van het Welsh, maar ik kwam er wel achter dat het consequent de kern voorop zet:
Llwybr is pad, en dat is de kern, dat is wat het is (een pad, we wandelden daar een week op), dus de woorden staan precies omgekeerd als in het Engels of bij ons – de Germaanse talen rommelen op dat punt wat.
En wat ik ook zag, was dat vervoegingen aan het begin van het woord kunnen plaatsvinden. Het Welsh gebruikt het Engelse leenwoord platform voor perron, maar als daar een voorzetsel voor komt te staan, verandert de eerste letter – een naamval:
Dat is zo ongeveer hoe ver ik ben gekomen, maar als taalkundige vind ik dat dus erg leuk.
Ik heb verder geleerd de naam van een van de dorpen waar we overnachtten uit te spreken: Llangatock Lingoed. Om de een of andere reden kwam de naam van de ll zomaar ineens in me opploepen: dat is een laterale fricatief. Waarom heb ik dat onthouden, van, uh, wanneer had ik fonetiek, 1988?
Verder heb ik een paar losse woordjes opgepikt. Het woord dat je het meest ziet staan is croeso, ‘welkom’ – in de B&B van Llangatock Lingoed bijvoorbeeld:
Maar ook elke keer dat we de grens overstaken – Offa’s Dyke Path loopt óp de grens:
Welkom hebben we ons zeer zeker gevoeld: het was makkelijk om contact te maken en we ervoeren de Welsh als vriendelijk en makkelijke praters.
Onderweg had ik me afgevraagd of al die moeite voor de minderheidstaal niet wat overdreven was. Wales heeft weliswaar een goede reputatie op dat gebied: Welsh groeit en bloeit en heeft een hoge status. Maar in sommige wijken van Cardiff zouden bordjes in het Hindi of Chinees nuttiger zijn. En het kost heel wat natuurlijk.
Maar het was wel dankzij de tweetalige bordjes dat ik steeds wist of ik in Engeland of in Wales was. Het verschil is verder niet groot, niet zichtbaar althans. De taal is voor de Welsh mogelijk een van de weinige manieren om hun eigenheid uit te drukken.
Ik wandelde laatst in de duinen bij Zoutelande en toen kwam ik dit wat verbleekte bordje tegen:
Tsja, dat zei me toch even helemaal niets. Vliegplaats? Dat is iets anders dan een vliegveld, en vliegvelden heb je niet in de duinen en/of bij Zoutelande. Ik had dus ook geen idee waar ik op moest letten. Toch niet iets met die insecten?
Toen ik iets verder liep en een afgetrapt stukje duin zag, bovenop een heel steil en hoog stuk, viel het kwartje wel: oja, voor van die paragliders enzo. Heb ik vroeger wel eens gezien, dat ze dat daar deden.
Maar dan weet ik nog steeds niet waar ik precies op moet letten. Die lui springen eraf, niet op het wandelpad, toch? Of moet ik oppassen daar zelf niet naar beneden te kukelen? Vaag woord toch, opletten.
Het is ook niet zo heel gek dat ik het woord niet ken, zie ik als ik google. De eerste pagina staat vooral vol met resultaten van… Zoutelande. Er zijn bovendien, zo lees ik, maar drie vliegplaatsen in Nederland.
Vliegplaats is ongetwijfeld een heel gewoon woord in Zoutelande en omgeving. Maar niet voor de vele bezoekers en toeristen.
Vorig jaar schreef ik hier over de hilarische Powerpoint-persiflage van Arnout Vandenbossche. Eergisteren heb ik hem diezelfde act live zien doen, in Vlaardingen. Geweldig!
En er was meer: zijn show heet ‘Burnout voor beginners’ en gaat over ellende op het werk. Meer thema’s raakten aan ’tekst & communicatie’: de e-mail-stortvloed, mislukkende vergaderingen, zinloze trainingen. Bovendien maakt Vandenbossche veel gebruik van visuele middelen, zoals een flipover. Daarop verscheen het ene kwadrant na het andere, om hilarische indelingen te maken van bazen, collega’s, klanten enzovoort.
Toen ik gisteren aan het werk was op een kantoor van een opdrachtgever, had ik de hele tijd flashbacks naar de avond ervoor – en dan zat ik weer even te gniffelen.
Vandenbossche heeft een goed inzicht in hoe het gaat op het werk, en hij heeft een maffe, droogkloterige manier van daarover praten. Ik vond het zeer de moeite waard.
Zijn Nederlandse tournee duurt nog even, en is nog net niet helemaal uitverkocht, dus ik zou zeggen: grijp je kans!
Ik heb hier al eens eerder iets geschreven over de hekel die sommige mensen hebben aan zullen, en voor kunnen geldt hetzelfde. Inderdaad gaan sommige slechte teksten gebukt onder een overdaad van dat soort ‘disclaimers’ – niet ‘we gaan iets doen’, maar ‘we zouden iets kunnen gaan doen’. Maar je kunt ze niet zomaar allemaal schrappen – het zijn nuttige hulpwerkwoorden. Geen noodzaak om er al te allergisch voor te zijn dus.
Dit punt speelt mogelijk ook in het Duits. Althans, dat concludeer ik uit de reclame van een bouwbedrijf die ik gister zag op een metrostation – ik was voor een bliksembezoek in Berlijn, heb daar gistermiddag een training gegeven. Mijn foto ervan is helaas niet scherp – ik had haast want mijn metro kwam eraan – maar wel leesbaar:
Tsjonge, ik heb zeven jaar rondgelopen zonder te beseffen dat er een nummer was waarin het gaat over werken aan piramides. Sterker nog: ik hoorde het al een tijdje elke week zonder dat de tekst tot me door was gedrongen.
Ik doe al een tijdje wekelijks aan bodybalance, en het nummer zit in de les van het het huidige kwartaal. Maar als ik aan het sporten ben, luister ik niet zo goed. Mooi voorbeeld van ‘distraction from elsewhere’ uit het songteksten-model van Schotanus waar ik eerder over schreef.
Vorige week zong de ‘juf’ echter even mee, en toen pas realiseerde ik me dat het nummer ging over piramides. En dat zou voor mij, met m’n bijnaam Mevrouw Piramideprincipe, natuurlijk een lijflied moeten zijn.
Nou, dat is het niet, daarvoor is het mijn stijl niet. Maar ik vind het wel grappig. Het gaat om ‘Pyramids’ van Frank Ocean. Het duurt maar liefst 9’52 en het heeft een uitgebreide Wikipedia-pagina. Hoe kan het me al die tijd ontgaan zijn…
Misschien moet ik maar eens een heel apart blog beginnen over bordjes. Ze blijven me opvallen.
Vorige week fietste ik in de buurt van de Krabbeplas bij Vlaardingen. Ze zijn daar aan het werk voor de toekomstige Blankenburgtunnel. Dat heeft nogal wat consequenties: voet- en fietspaden zijn jarenlang afgesloten.
Maar dat maakt niet uit, want als alternatief kun je kennelijk gewoon over het water lopen:
Ik moest erom lachen, dacht nog: net als Jezus zeker?
Het bord dat je in dat artikel op de foto ziet, had ik ook zien staan. Dat vond ik nogal streng klinken. Terwijl het eigenlijk natuurlijk heel leuk is, lopen over water.
Best moeilijk, hoor, rekenen. Op twee plekken ging iets mis, zo zag ik afgelopen week.
1. Achterop de nieuwste Sportgericht (73, nr. 4) staat reclame voor een nieuw boek. In een opvallende rode cirkel staat erbij ‘Profiteer van bijna 20 % korting bij voorintekening’. Eronder staat:
Bestel en betaal voor 1 oktober 2019 slechts € 39,50 i.p.v. € 49,50
Een tientje korting op € 39,50 is niet bijna 20 % korting, maar ruim 20 %. Of meer dan 20% Dat klinkt zelfs nog wervender!
2. Ik heb lekkere chocola van het merk Vivani, Edit Bitter Ingwer Curcuma heet-ie. Volgens de ingrediëntenlijst zit erin: 89% cacao, 9 % suiker, 4 % gember en 2 % kurkuma. Dat is 104 %! Veel waar voor m’n geld?
Ik zeg het vaker: mijn uitgangspunt is dat teksten de lezer moeten helpen. Lezer, of theedrinker. Theedrinker? Ja, ik zag donderdag in een Schiedams café een tekst die voor theedrinkers eerder een zoekplaatje was:
De tekst met de beschrijving van de theesoorten in de deksel van de theedoos is een matrix van drie kolommen bij vier rijen. De indeling van de doos met de thee zelf is echter precies omgekeerd: vier kolommen bij drie rijen.
Het bleek zo te zitten, stel dat de doos gewoon doornummert, dus op de bovenste rij staan 1-2-3, daarna 4-5-6, rij drie is 7-8-9 en de onderste rij 10-11-12. Dan bleek de thee zo in de doos te zitten:
1-2-3-10
4-5-6-11
7-8-9-12
Wel met enige systematiek dus: de onderste rij is de vierde kolom geworden. Toch was het puzzelen om op basis van de deksel de juiste thee te vinden
De oplossing is simpel: in de deksel is voldoende ruimte voor een tabel met vier kolommen. Desnoods verklein je het lettertype een heel klein beetje. Op die manier wordt de tekst een plattegrond van de theedoos. Wel zo handig.
(Met dank aan Jolanta die dit als eerste waarnam donderdag).