↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Iemand moet het doen

Louise Cornelis Geplaatst op 14 juni 2021 door LHcornelis14 juni 2021 2

Leuk stukje over recente taalontwikkelingen in het algemeen en met betrekking tot het Zeeuwse dialect, op Omroep Zeeland. Grappig: de ‘iemand’ in de laatste alinea die aan Ronny Boogaart bij een presentatie hoorde dat hij uit Zeeland kwam, dat ben ik.

Ik herinner me dat nog, het was in ons eerste jaar aan de VU. Ik was toen al tweedejaars student Nederlands omdat ik mijn eerste jaar elders had gedaan, maar ik volgde een paar vakken in het eerste jaar. Mondeling presenteren had ik in Utrecht niet gehad, vandaar. Ronny was daar mijn groepsgenoot en ik identificeerde hem als mede-Zeeuw. We kennen elkaar dus al sinds 1987, als ik dat goed uitreken, zijn bevriend en collega’s als ik in Leiden werk. Vandaar dat ik ook al had gehoord dat dit voorval in de media zou komen, hahaha!

Ronny timmert sowieso aan de weg: in het Financieel Dagblad kwam hij voor in het meest genuanceerde stuk dat ik over de als/dan-controverse heb gelezen. Ik ben fan!

Leuk trouwens: op het allerlaatst vertelt Ronny iets wat ik precies herken: ook ik kwam er als student snel achter dat ‘ik ga om brood’ geen standaard Nederlands is. Ik vond het echt heel gek dat mijn mede-studenten dat raar vonden. Volgens mij sprak ik helemaal geen Zeeuws namelijk. Nou… Ik kan het nu niet meer zo zeggen, volgens mij. Ook bij mij is de invloed van de Randstad groot.

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | 2 reacties

Wol = grappig en interessant

Louise Cornelis Geplaatst op 28 mei 2021 door LHcornelis28 mei 2021  

Toen ik onlangs in Tekstblad de recensie van Weg met wollig! las, dacht ik: ‘dat klinkt als een ontzettend leuk boekje: geschreven door twee stand-up comedians die eerder in super-wollige omgevingen werkten en dat taalgebruik nu in een boekje aan  de kaak stellen – dat moet zowel grappig als interessant zijn’.

Nou, dat is het ook. Esther van der Voort (voormalig ambtenaar) en Huibert-Jan van Roest (voormalig advocaat) stellen in zeven hoofdstukken steeds een schaap voor: een professionele taalgebruiker die wol produceert. Ze geven een analyse van de wolligheid en advies voor het oplossen ervan: met minder woorden meer zeggen. 

‘Wollig’ vatten ze breed op. Het gaat onder andere om een totaal gebrek aan structuur, vervallen in marketing-one-liners, saaiheid, overmatige gedetailleerdheid en gebrek aan stellingname. Stuk voor stuk zijn dat voor mij herkenbare problemen. De karakters zijn wat uitvergroot natuurlijk, maar ik zie er zó mijn eigen schapen in terug.

In hun beschrijving van de wolligheid doen de auteurs soms precies wat ze het schaap verwijten, maar dan met een dikke knipoog. Die vrouw met de marketing-one-liners, die horen we denken met woorden als miracle morning, buzz, kick-off, bootcamp en Insta-fähig. De IT’er die veel liever met z’n vak bezig is dan met andere mensen (die daar toch niks van begrijpen) met Windows-emulator, VPN-omgeving, lolz en P=NP. Gelukkig zit er achterin het boek een verklarende woordenlijst!

Wat ik aan de analyses vooral goed vind, is dat Van der Voort en Van Roest op zoek gaan naar de oorzaken van de wolligheid. Te vaak blijft het waarnemen van wolligheid steken op het niveau van het symptoom, dus het taalgebruik zelf. De oplossing, ‘klare taal gebruiken’, is dan te simplistisch. Dat gaat niet zomaar namelijk. Van der Voort en Van Roest laten zien dat de wolligheid voortkomt uit persoonlijke neigingen (een chaoot als voorzitter van een vergadering), strategie (in een politieke omgeving is met veel woorden weinig zeggen veilig) en aangeleerd gedrag.

Dat aanleren gebeurt veel in opleidingen. Voor mijzelf is een stokpaardje dat hoger onderwijs te eenzijdig leert structureren: alleen de methodologische opbouw telt. In de praktijk is meestal een andere structuur handiger: die met de kern voorop. Dat zeggen Van der Voort en Van Roest ook tegen de beleidsambtenaar die ook wel onderzochte maar totaal onrealistische scenario’s wil presenteren en tegen de expert die een breed publiek het liefst z’n hele onderzoek uit de doeken zou doen, met 78 sheets in 20 minuten.

Tegen die laatste zeggen ze ook dat hij moet afleren volledig te zijn. Inderdaad is dat er in zijn opleiding ingeramd: docenten rekenen je af op onvolledigheid, al vanaf de basisschool. Dat had ik me niet eerder zo scherp gerealiseerd, ik ga ‘m onthouden. Ik maak nogal eens schrijvers mee die zeggen volledig te willen zijn, en ja, dat staat op gespannen voet met leesbaarheid. Ik daag dat dus wel eens uit, en dit is een extra ingrediënt daarvoor. Van der Voort en Van Roest concluderen: ‘Het is (…) niet zo gek dat Nederlandse kantoren overlopen met mensen die klinken als een eindeloze langspeelplaat’ (p. 31).

De oplossingen in het boek sluiten aan bij die analyse. Ze gaan dus verder dan alleen redactionele zaken. De chaotische vergaderingsvoorzitter moet een collega vragen de tijd en de agenda te bewaken, de IT’er moet oefenen met ‘koetjes en kalfjes’ en de marketing-dame moet wat meer van zichzelf laten zien. Die adviezen zijn doeltreffend en praktisch, met achter elk hoofdstuk eerst het succesverhaal van het schaap in kwestie en daarna ook nog een kort overzicht van de adviezen.

Daar is niets op af te dingen, behalve dat ik de maakbaarheid wat in twijfel trek. Iemand die zijn hele leven al onpersoonlijke en bloedeloze speeches produceert, doet dat ter gelegenheid van zijn pensionering echt niet ineens warm, betrokken en gloedvol. Dat is veel te eng. De gemeenteambtenaar die heel goed heeft geleerd elke politieke gevoeligheid te omzeilen, gaat in de volgende presentatie echt niet ineens wel met de billen bloot. Dat kan in die omgeving helemaal niet. Voordat het zo ver is, heeft haar baas het risico ongetwijfeld alweer bezworen.

Van wolligheid afkomen kan een langdurig proces zijn van individu en/of organisatie. Dat begint met bewustwording en een goede analyse van het probleem. Daar kan dit boek bij helpen. En daarbij is het ook nog eens leuk om te lezen!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

De oogst aan links

Louise Cornelis Geplaatst op 18 mei 2021 door LHcornelis18 mei 2021 1

Hier weer eens wat relevante links van de laatste tijd. De oogst is armer dan anders, maar dat is slechts schijn, want ik heb de afgelopen tijd in losse blogposts regelmatig taal- en tekstzaken uit de media opgepikt, zoals bijvoorbeeld over de ophef rond groter dan/als en over de vaccinatie-teksten. Die komen dan niet in zo’n verzamelblogpost als deze terecht, en dat is omdat ze zo actueel zijn. De schrijftips van Japke-d Bouma van laatst vond ik ook bijzonder genoeg om er meteen een blogpost aan te wijden. Wat dat betreft was het juist een rijke tijd.

Over groter dan/als eerst nog even: dat emmert nog steeds door, ik heb er sinds die post nog een boel meer over gelezen en me er ook regelmatig zeer aan geërgerd. Dat zat hem er dan vooral in dat allerlei mensen er met veel aplomb domme dingen over gingen roepen. Ik kreeg op een gegeven ogenblik een sterk gevoel van medelijden met virologen en epidemiologen, want die maken al meer dan een jaar mee dat allerlei mensen zonder verstand van zaken boude uitspraken doen op hun vakgebied, tot in prominente ‘main stream media’ aan toe. Ik kon me ineens voorstellen hoe dat voelt, en dat gaat om wezenlijkere zaken dan als of dan. Eén van die media, de NRC, corrigeerde gelukkig later wel in een ombudsmanstukje het geblaat van de eigen columnisten. Maar toen er gister wéér een ingezonden brief in die krant stond over deze kwestie (overigens wel een goeie), had ik een sterk gevoel van: waar gáát dit toch over? Hoe kan het wekenlang zo rommelen over – uh, niets.

Nou goed, daar laat ik het dus maar bij.

Wat ook doorrommelt, is de B1-discussie. Daarover onlangs wel weer een goed stuk op Frankwatching – het tij lijkt wat te keren, of liever gezegd: er lijkt goede nuance in het debat te komen. Meer mensen gaan beseffen dat ‘je moet op B1-niveau schrijven’ een holle frase is. Emeritus-hoogleraar taalbeheersing Carel Jansen roept dat al jaren en deed dat onlangs ook weer in een webinar, maar die video is er helaas niet meer.

Altijd leuk in deze blogposts, motto ‘zo hoor je het eens van een ander’: enthousiasme over het piramideprincipe, ook bij Frankwatching.

Waar ik als taalkundige erg van kan genieten zijn dit soort observaties: het ontstaan van een nieuwe naamvalsvorm in het Nederlands: ‘Yo, rectorman!’. Of deze: wat je zoal aan wilgen kunt hangen, o.a. jarretels.

Ook op Neerlandistiek: twee van mijn Leidse collega’s (en vrienden) over de ‘schoolmeestersregel’ dat je dat als moet vermijden. Grappig: ik kende die hele regel niet. Je kunt kennelijk 24 jaar dr. in de taalkunde zijn met zo’n hiaat in je regeltjeskennis. Nouja – Boogaart en Reuneker laten juist zien dat het helemaal geen grammaticaregel is, maar een stijlprincipe: als dat leidt tot een tangconstructie. Fout is dat niet, het maakt de zin hooguit wat complex. Dat nadeel van tangconstructies ken ik wel, natuurlijk. .

Tot slot zoals bijna altijd hier de drie meest saillante links van mijn geliefde blog Slidemagic:

  • Hier leerde ik wat van: dat ‘stop die slide maar in de bijlage’ zeggen niet bepaald constructief is.
  • Iets wat ik ook vaak zeg: dat je als presenterende professional je eigen stijl mag hebben en dat die zichtbaar mag zijn. Als schrijvende professional overigens ook.
  • Tips voor als je maar niet op gang komt met je presentatie.

 

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend, Presentatietips, schrijftips | 1 reactie

De gouden groep van taaladvies

Louise Cornelis Geplaatst op 26 april 2021 door LHcornelis22 april 2021  

Ik schreef hier vrijdag over de zoektocht naar een ‘regel’ over verwijzen met een persoonlijk versus aanwijzend voornaamwoord. Uiteindelijk vond ik daar iets over in de ‘krochten’ van de e-ANS (paragraaf 5.6.3.3.1!). In de paar taaladviesboeken die ik raadpleegde (ik heb een zwikje in de kast staan) of op de taaladvieswebsites waar ik zocht, vond ik er niets over.

Dat kan twee dingen betekenen:

  • Ik zoek niet goed. Dat is een berucht probleem bij taaladvies: de termen waarin mensen zich iets afvragen, zijn niet altijd de termen die de taaladviseurs gebruiken. Dat geldt voor leken in het bijzonder – vaak moet je al de juiste grammaticale term weten, zoals persoonlijk en aanwijzend voornaamwoord, om op te kunnen zoeken hoe iets zit. Maar wie weet zoek ik ook wel verkeerd – geen idee. Ik weet niet wat ik fout doe, dan, want anders zou ik het wel oplossen.
  • Het staat er niet. Dat kan sowieso, en in een artikel in Onze Taal van deze maand (nr. 4 van 2021) staat daar iets over, in een artikel over een eeuw taaladviesboeken (p. 4-6). Nouja, niet over wat ik niet gevonden heb, maar wel over dat taaladviesboeken elkaar nogal nadoen. Martin van der Meulen laat zien dat taaladviesboeken al jarenlang dezelfde taalfouten en -vragen behandelen: omdat of doordat,hen of hun, tijdigste of meest tijdige, een aantal is/zijn, elf of ieder, het huis dat/wat. Dat zijn, zo betoogt Van der Meulen, niet per se de lastigste gevallen. He is meer zo dat het een ‘gouden groep’ taalfouten is er er nou eenmaal bijhoort: ‘Als je een taaladviesboek schrijft, dan móet je deze kwesties wel noemen’. Het zijn ook wel kwesties waar veel over getwijfeld wordt, maar dat is een kip-ei-kwestie: mensen blijven zich bewust van zo’n kwestie omdat die telkens wordt herhaald. ‘Zo helpt taaladvies zijn eigen problemen in stand te houden’. 

Ik had me dat nooit gerealiseerd maar ik denk dat het klopt. En net zoals het over een paar onderwerpen altijd gaat, gaat het dus over andere onderwerpen nooit.

Behalve op dit weblog dan.

 

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Eenvoudig schrijven is zo simpel nog niet

Louise Cornelis Geplaatst op 8 maart 2021 door LHcornelis4 maart 2021  

Ik had het al over een column, en er staat nog meer fraais in de huidige editie van Tekstblad (01 van de 27e jaargang), om te beginnen een artikel van Marije van den Berg over stoppen met ambtelijke taal (p. 6-11).

Van den Berg is deskundige op het gebied van stoppen met dingen, en geeft zo een ander perspectief op ambtelijk schrijven dan tekst- en communicatiedeskundigen doen. Ik herken enkele dingen die ze schrijft en die je bijna nergens tegenkomt (altijd fijn om het eens van een ander te horen), en ik leer ook nog wat nieuws. 

Wat ik herken en fijn vind om van een ander te horen is dat begrijpelijker schrijven niet een kwestie is van even wat begrijpelijkere zinnen fabriceren op het beruchte en controversiële ’taalniveau B1′. Ik schreef daar zelf ook al eerder over. Vaagheid is soms bewust, duidelijkheid is griezelig (zie ook mijn ervaringen bij voorheen het BIT, nu Adviescollege ICT-Toetsing).

Bovendien is de gebruikte taal vaak een afspiegeling van de organisatie: het ’topje van de ijsberg’ zegt een van de mensen die Van den Berg opvoert. Taal weerspiegelt bijvoorbeeld hiërarchie en machtsverhoudingen. Je ‘framet’ erin mee wie wel en niet tot jouw groep behoort. En van wie ‘moet’ je bijvoorbeeld begrijpelijker schrijven? Geeft die wel het goede voorbeeld?

Taal zit ook nog eens nauw verbonden aan de rolopvatting en de professionele identiteit van de schrijvers – iets waar ik zelf in Tekstblad over schreef, toen een trainingsproject strandde op ‘wij zijn echte techneuten dus wij schrijven niet populistisch’ (artikel staat in mijn gratis e-boek). Ik steggel daar heel vaak over in trainingen. Als je het niet aangaat, gaat de weerstand tegen de ‘begrijpelijke taal’ mogelijk ondergronds.

Wat ik leer aan nieuwe inzichten die ik kan gebruiken in mijn werk voor organisaties die lezergerichter willen gaan schrijven:

  • Je kunt met werkprocessen de ‘ziektewinst’ van slecht schrijven beperken. Zorg ervoor dat de kosten van onduidelijkheid op de juiste plek terechtkomen. Door bijvoorbeeld te regelen dat klachten en vragen bij de schrijvers terechtkomen, en niet bij een los klachtencentrum.
  • Met ambtelijk taalgebruik en lange stukken vergaar je mogelijk een hogere status. In onze maatschappij heeft immers theoretisch opgeleid meerwaarde boven praktisch, worden kennisexperts meer gewaardeerd dan ervaringsdeskundigen, en staat ingewikkeld hoger in rang dan eenvoudig. Een beroep op eenvoudigere taal kan dus klinken als een dreigende statusverlaging.

Aan het eind van het artikel staat een samenvatting ervan in begrijpelijke taal. De samenvatting in zes punten is nuttig (het artikel zelf is niet heel strak gestructureerd, vind ik), maar de formuleringen illustreren volgens mij waar het in het artikel zelf en in dat erna over begrijpelijke taal in de rechtspraak gaat (door Geerke van der Bruggen, p. 12-15): je kunt best begrijpelijk formuleren, maar dat wil nog niet zeggen dat je dan een tekst hebt die goed te begrijpen is. Voor het kunnen begrijpen van de inhoud van zo’n artikel of van rechterlijke uitspraak is een boel achtergrondkennis nodig. De mensen die die kennis hebben, kunnen ook wel wat zwaardere zinnen aan.

Van der Bruggen vraagt zich af wat het met het zelfvertrouwen van een lezer doet die een tekst niet begrijpt en wel doorheeft dat die versimpeld is. Of wat het effect is als op het vertrouwen in de rechterlijke macht als rechters in hun uitspraken een staaltje ‘dumb it down’ laten zien (p. 15). Dat lijken me terechte vragen!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Twee corona-communicatie-observaties

Louise Cornelis Geplaatst op 4 maart 2021 door LHcornelis4 maart 2021  

Ik kan het niet laten, af en toe wat observaties over de corona-communicatie. Vandaag eentje van mezelf en een van iemand anders, uit Tekstblad.

Van mijzelf weer eentje over de journalistiek: sinds ik er eerder al een keer kritisch over schreef, blijft me opvallen hoe vaak ik in mijn gewone nieuwsconsumptie de namen van farmaceutische bedrijven tegenkom. Nog nooit eerder heeft de merknaam van een vaccin voor mij een rol gespeeld, nu gaat het er doorlopend over. Voor een deel zit daar nog wel wat in als er echt wat in zit, zoals het gesteggel over de geschiktheid voor ouderen van een bepaald vaccin (ik noem hier expres de namen niet ook nog eens), maar heel vaak wordt de merknaam genoemd zonder dat daar echte nieuwswaarde in zit. Bijvoorbeeld in dit artikel van vorige week: wat maakt het uit van welke farmaceut die eerste Covax-vaccins voor Ghana zijn – voor mij als doorsnee lezer van nos.nl? Ik zou het op prijs stellen als daar veel terughoudender mee wordt omgegaan. Ik ben niet zo van de complottheorieën, maar hier blijf ik vergaande bemoeienis vanuit de industrie vermoeden. We hebben ons lot in die handen gelegd, maar dan hoeven de media toch niet ook nog eens zo hard aan hun naamsbekendheid te werken?

Die van iemand anders, mijn oude bekende Eric Tiggeler in zijn (altijd lezenswaardige) column in de huidige editie van Tekstblad: dat de dwingende corona-regels een probleem zijn voor bedrijven van wie de huisstijl juist heel losjes, informeel en vriendelijk is. Dat leidt tot eigenaardige formuleringen. Ikea bijvoorbeeld, bekend van het joviale tutoyeren, had op de website ineens iets geks onpersoonlijks staan: ‘Winkelen met maximaal personen toegestaan en het dringende verzoek een mondkapje te dragen’. Etos, Tiggeler noemt dat bedrijf ‘geforceerd intiem’, kwam met: ‘Verplicht gebruik van een winkelmandje. Liefs, Etos’. Tiggeler noemt dat:

Schielijk wegduiken achter de woordschutting (…) maar daarna je stralende hoofd erboven uitsteken om nog even ‘liefs!’ te roepen.

Hahaha! Raak!

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

De hoogste tijd!

Louise Cornelis Geplaatst op 15 januari 2021 door LHcornelis15 januari 2021 1

Ik heb al een hele tijd geen leuke, nuttige en interessante links meer geplaatst. Hier komt dus de oogst van maanden:

  • Om met iets grappigs te beginnen: De Speld was erg raak met deze tips over hoe je wetenschappelijke teksten moet schrijven zodat niemand ze begrijpt. Hilarisch maar bijna te waar.
  • De stijl van wetenschappelijke teksten was vaker onderwerp van discussie, op Twitter onder andere met Ionica Smeets, en zij schreef deze column waarin ze zeker gelijk heeft: durf alle regels los te laten.
  • Nog een column: Maxim Februari had last van writer’s block en schreef daarover , motto: ‘schrijf nooit een eerste zin’. Ik denk ook dat eerlijkheid (bijna?) altijd interessant is trouwens. Maar helemaal eerlijk zijn is knap lastig.
  • Een essay over de vraag hoe persoonlijk je mag zijn in een zakelijke tekst. Goeie vraag, zonder vast antwoord.
  • Ik kijk alweer een paar maanden naar het onvolprezen Winteruur, en dat opende dit seizoen ijzersterk, met ook nog relevantie voor het idee van ‘hoofdboodschap voorop’. (Houd je van tekst? Kijken, hoor, naar Winteruur! Tien minuutjes, elke anders – en geweldig!)
  • Over wat er leuk of juist niet is aan al dat videobellen is een boel verschenen, hier een duit in dat zakje vanuit de neerlandistiek: het ligt aan de stiltes die zo anders zijn dan ‘live’.
  • Ook op Neerlandistiek.nl: een analyse van een jaar inzendingen via ‘Taalfout opgemerkt?‘, de knop onder VRT-artikelen. Leuk is dat niet alleen de opgemerkte fouten op een rijtje worden gezet, maar dat de analyse ook het inzenden zelf betreft: hoe gebruiken lezers die knop en hoe bouwen ze hun bijdrage op? Ik heb zelf de knop laatst ook een keer gebruikt, voor een vertaalfout op Sporza (originele tekst was in afbeelding te zien) en tot mijn vreugde was het een dag later aangepast. (Sporza??? Ja, voor mij als wielerliefhebber is dat een belangrijke informatiebron.)
  • In zo’n overzicht als dit ontbreekt mijn geliefde presentatieblog Slidemagic bijna nooit. Hier de highlights van de afgelopen tijd:
    • Schultink waarschuwt ervoor dat een denigrerend woord dat je intern, onderling gebruikt, toch makkelijk doorsijpelt naar buiten en dan dus kwetst – herkenbaar. Ik heb me wel eens afgevraagd of Clintons deplorables ook zoiets was.
    • Een korte beschouwing over een relevant en onbekend verschijnsel: dat een document in een organisatie, zeker digitaal, nooit helemaal af is, hooguit met een bepaalde groep deelbaar te verklaren. Zo zie ik het ook: het is tussenstap in het gesprek dat je met elkaar voert. Dat is iets heel anders dan de scriptie of het boek. Die wel op ‘definitiefheid’ gerichte genres hebben ons beeld van schrijven nogal bepaald.
    • De coronapandemie blijft tot interessante grafieken leiden. Schultink maakte een fraaie makeover van een Engelse infographic die de vaccinatie-prioriteiten laat zien.
Geplaatst in Leestips | 1 reactie

Hapklare brokjes woordkracht

Louise Cornelis Geplaatst op 19 november 2020 door LHcornelis16 november 2020  

Ik heb laatst een leuk boek gelezen dat aansluit bij wat ik net hiervoor schreef: Taalkracht. Andere woorden, andere werelden, samengesteld door Christien Brinkgreve, Eric Koenen en Sanne Bloemink.

Het boek gaat over woorden, en vooral dan in de zin van dat die ons denken en onze waarneming en dus onze werkelijkheid bepalen. Ik stipte het even aan: kwetsbaar is het op een bepaalde manier typeren van een groep, die is niet neutraal, en die speelt een rol in hoe we denken en handelen. Kwetsbaren moet je beschermen bijvoorbeeld – dus dat is dan het handelingsperspectief.

Kwetsbaar is dan ook, niet toevallig, één van de woorden die in Taalkracht aan de orde komt, in een bijdrage van Elize Lam. De ‘kwetsbaren’ in haar stuk zijn ouders, bijvoorbeeld met een verstandelijke handicap. Lam signaleert dezelfde scheidslijn als waar ik me in de corona-context druk over heb gemaakt: dat praten over kwetsbaren suggereert dat er een lijn te trekken is tussen hen en de onkwetsbaren. Kwetsbaaheid is iets wat in het overheidsbeleid vastgesteld en gemeten moet worden, en daarna aangepakt. Dat vaststellen en meten gaat gepaard met een boel surveillance en risicoprofilering met behulp van big data – en dus stigmatisering. Lam stelt daar tegenover dat kwetsbaarheid eerder een eigenschap van de context is dan een tekortkoming van mensen. Het beleid vergroot echter eerder de ongelijkheid dan dat het die tegengaat.

Ik las dit en andere hoofdstukken met veel herkenning en instemming. Het gaat vaak over woorden waar ik me ook al eens druk over heb gemaakt: het praten over psychiatrische ziekten alsof het diagnostische label de symptomen causaal verklaart, terwijl het alleen beschrijft (alsof een depressie iemand somber maakt zoals een verkeerde mossel iemand misselijk maakt, of alsof iemand druk is ‘omdat’ hij ADHD heeft), het gebruik van het woord excellent als uitkomst van een concurrentieslag terwijl leren juist samenwerking veronderstelt, en hoe het hameren op transparantie juist averechts werkt.  En dat nog zo’n 15 andere hoofdstukken lang.

Daarmee heb ik meteen de sterkte en de zwakte van het boek te pakken: de hoofdstukken zijn hapklare brokjes en het lezen ervan een feest der herkenning. Maar het is daarmee ook net wat kort en oppervlakkig allemaal en ik leerde niet heel veel nieuws. Het gaat ook wel heel erg alle kanten uit, met zelfs een paar hoofdstukken waarin ik geen duidelijk woord of woorden herkende – zoals in het hoofdstuk over schoonheid.

Van een ander hoofdstuk waarin het niet alleen maar over woorden ging, leerde ik wel degelijk iets nieuws wat ik erg interessant vond. Het is het hoofdstuk van Trudy Dehue en het gaat over hoe een ongeboren kind heet: vrucht, foetus of baby? Ze laat zien dat het tegenwoordig veel meer baby genoemd wordt en een zwangere moeder, als twee losse entiteiten, en dat er mogelijk een link is met de toename van de kracht van de anti-abortusbeweging. 

Dehue illustreert dat met afbeeldingen van een ongeboren ‘baby’, met een ‘gezichtje’ en een ‘hartje’ zoals die bijvoorbeeld op Ouders van Nu staan. Ze laat zo zien dat die afbeeldingen ook verre van neutraal zijn, al is het alleen maar omdat ze gestileerd en zonder context zijn – alsof een embryo, gaaf en glad, zonder moederlichaam in een lege ruimte zweeft. Dat is ook heel normatief: zo hóórt een embryo eruit te zien, alsof omstandigheden geen rol spelen. Ik vond die uitleg bij die plaatjes heel fascinerend – en totaal nieuw.

Ik las het mogelijk met zo veel fascinatie omdat me net tevoren het gebruik van het woord baby was opgevallen. Ik doe sinds de coronacrisis thuis (in plaats van in de sportschool) aan Bodybalance, met YouTube-filmpjes. Om het kwartaal kies ik een nieuw filmpje. Begin oktober ben ik begonnen met een les waarin de instructrice, Renate, aparte instructies geeft voor als je zwanger bent. Na 46’40 zegt ze iets als:

Ben je zwanger, dan houd je je voeten wat verder uit elkaar om je baby de ruimte te geven.

Dat woord baby was me daar opgevallen, en terwijl ik zelf (met m’n voeten bij elkaar) zat te rekken, dacht ik al: als ik wat moet invullen op de puntjes in deze zin:

Ben je zwanger, dan houd je je voeten wat verder uit elkaar om je b… de ruimte te geven.

Dan vul ik daar buik in, niet baby. (Ja, dat soort dingen denk ik tijdens het bodybalancen – beroepsdeformatie.)

Ik ben niet met m’n tijd meegegaan, dat is duidelijk.En dat leer ik dus van Woordkracht.

Fascinerend, hoe woorden en denken veranderen! Taalkracht is een mooie introductie in hoe je dat kunt bestuderen.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Afknappen op een inhoudsopgave

Louise Cornelis Geplaatst op 16 oktober 2020 door LHcornelis16 oktober 2020  

Een tijdje terug, te lang geleden om te onthouden wie het was, zei een trainingsdeelnemer tegen me dat hij had leren schrijven dankzij The Little, Brown Handbook. Ik werd nieuwsgierig, dus ik heb het gekocht toen ik het onlangs tweedehands tegen een schappelijke prijs tegenkwam. Maar helaas: ik deel het enthousiasme niet.

Het positieve wat ik erover kan zeggen is dat er heel veel in staat. Je kunt daar inderdaad veel aan hebben. Vooral, wat mij betreft, als naslagwerk voor taalregels, stijlprincipes en de conventies van opmaak en bronvermelding en dergelijke. Samen is dat meer dan de helft van het boek. Daarmee wekt het boek de indruk, zoals veel schrijfhandboeken helaas doen, dat schrijven vooral een kwestie is van regeltjes toepassen. 450 pagina’s regels toepassen, ga er maar aan staan… Maar goed, het is als naslagwerk dus wel een goudmijn – vergelijkbaar met hoe ik de Schrijfwijzer gebruik als ik even twijfel over zinnen, leestekens of de naam van een stijlkwestie.

450 pagina’s is ongeveer de helft ja, het boek telt maar liefst 914 pagina’s – het is klein noch bruin. Zo kom ik meteen bij de eerste teleurstelling: een wit boek van 914 pagina’s dat zichzelf little en brown noemt, daarvan verwacht ik humor. Ik kan de titel niet anders begrijpen dan als een dikke knipoog. Maar het is de enige knipoog die ik tegenkwam – de 914 pagina’s zijn bloedserieus. De titel staat nergens uitgelegd.

Nou goed, daar kan ik me nog wel overheen zetten: ik kan woordenlijst.org ook ‘het groene boekje’ noemen terwijl het geen boekje is en ook niet groen – sommige namen zingen zich los van het oorspronkelijke werk. Die Schrijfwijzer van net, die wordt ook wel Renkema genoemd bijvoorbeeld. Terwijl Jan Renkema meer is dan dat boek.

Maar heel kort na de titel knap ik af op de inhoudsopgave. Daar gaat op dik drie pagina’s meteen wel heel veel mis:

  • Het boek bevat 52 hoofdstukken en die staan allemaal op hetzelfde niveau – als een heel lange opsomming van 52 elementen. Wat een stortvloed! Schrijven is dus een kwestie van 450 pagina’s regels en 52 ‘dingen’? Als ik ga lezen, zie ik dat er wel degelijk delen in zitten, zoals wat ik hierboven schreef: groepjes hoofdstukken gaan over taalregels dan wel over spellingsprincipes e.d. Maar dat is niet zichtbaar. Ook in het boek niet. Ik heb wat zitten bladeren of de opmaak misschien een idee gaf, maar dat is niet zo. De manier waarop hoofdstukken qua lay-out beginnen, varieert, maar ik geloof niet dat dat een relatie heeft met de delen of dat er andere logica in zit. Dan is het wat mij betreft storende willekeur. Het gaat om dingen als: wel of geen steunkleur gebruikt, wel of niet meteen onder de titel met de tekst beginnen, die tekst wel of niet tot onderaan de pagina door laten lopen, het hoofdstuk wel of niet vooraf laten gaan door een scheidingspagina met de titel, waardoor die er dus soms twee keer staat.
  • Onder elke hoofdstuktitel staan opnieuw de namen van de twee auteurs. Er staat dus op dik drie pagina’s maar liefst 52 keer H. Ramsey Fowler/Jane E. Aaron. Misschien heeft dat met rechten ofzoiets te maken, maar ik vind het raar: het is – bij mijn weten – ongebruikelijk. Je doet zoiets alleen als de auteurs verschillen. Steeds jezelf herhalen komt op mij zelfs ijdel over. Het is fijn ’to see your name in print’ immers, dus dan maar 52 keer? Het blijkt ook nog eens niet te kloppen: toen ik bladerde, trof ik één hoofdstuk (49, p. 815) aan waar onder de hoofdstuktitel staat ‘By Sylvan Barnet’. Hoe zou dat zijn voor die Sylvan, dat zijn naam níet in de inhoudsopgave staat? (En wat mij dan ook fascineert: wie heeft daar overheen gekeken bij het maken van het boek?)
  • Ook zichtbaar op die pagina 815, en op meer plekken: de inhoudsopgave komt niet overeen met hoe het in het boek staat. Dat hoofdstuk heet in de inhoudsopgave ‘Literature’ en op p. 815 ‘Reading and Writing about Literature’. Bovendien heeft het in de inhoudsopgave wel en in het boek niet zichtbaar een nummer (49).
  • De termen in de inhoudsopgave zijn te generiek. Dat is al te zien in het vorige punt: literatuur in een boek over wetenschappelijk schrijven is ambigue, het zou ook kunnen gaan over hoe je bronnen verwerkt of hoe je boeken leest. Zo was ik benieuwd naar het hoofdstuk dat volgens de inhoudsopgave variety heet (26), omdat ik verwachtte (hoopte?) dat dat zou gaan over afwijkende teksten – dus over dat het ook anders mag dan volgens al die regeltjes. Maar nee, op p. 459 heet het ‘Achieving variety’ en blijkt het dus te gaan over hoe je afwisseling kunt aanbrengen in je schrijven. Dat is dus opnieuw een discrepantie tussen inhoudsopgave en verderop, en dan telkens in de inhoudsopgave naar de vage, generieke kant.

Naar waar het in het boek over structureren gaat, moest ik zoeken – aan de inhoudsopgave is ook dat niet te zien. Het zijn een paar pagina’s (rond 50). Vast niet toevallig.

Ik heb hier al vaker geschreven dat ik vind dat een schrijfhandboek moet practicen wat het preacht: goed schrijven. Ik knap er dus op af als de structuur zo’n zootje is – als ik er als structuurbehoeftige lezer zo door op het verkeerde been door wordt gezet. Al is de inhoud nog zo rijk.

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

College over genres

Louise Cornelis Geplaatst op 9 september 2020 door LHcornelis9 september 2020  

Ik ben gister weer begonnen met het geven van college! Net als anderhalf jaar geleden geef ik in Leiden één vak, bij de opleiding Taalwetenschap; dit keer is het Tekstgenres. Nouja, ‘in Leiden’… voor de Universiteit Leiden weliswaar, maar het is online. Dat ging gister prima, met 13 studenten op camera aanwezig. Ik ga mijn best doen om dat online college geven in de best mogelijke banen te leiden, maar de studenten ‘live’ zien zou toch ook heel leuk zijn, wie weet kan ik daar een mouw aan passen.

Net als bij het vorige vak dacht ik bij het voorbereiden: wauw, dit vak had ik vroeger zelf wel willen volgen! Het is super relevant voor het werk dat ik doe met adviseurs en andere schrijvende professionals. Als mensen vragen wat ik doe, zeg ik meestal ‘ik leer adviseurs betere adviesrapporten schrijven’, maar dat laat nog in het midden wat ‘beter’ is. Het zou dan kunnen dat ik ze bijvoorbeeld leer om nettere zinnen te schrijven en foutloos te spellen. Maar dat is het dus niet, of nouja, dat is bijzaak. Waar het eigenlijk op neerkomt, is dat ik ze leer dat een adviesrapport een ander genre is dan een onderzoeksverslag.

In de termen van het vak zou ik kunnen zeggen: ik leer schrijvende professionals dat de ‘situationele context’ en de ‘communicatiedoelen’, van een adviesrapport maken dat je niet zomaar klakkeloos hetzelfde kunt doen als in schoolse en wetenschappelijke teksten. Althans, dat is niet optimaal. Dat geldt enerzijds voor de genre-zaken, zoals de structuur en de plek van de hoofdboodschap. Anderzijds geldt het ook voor de register-zaken: de formuleringen in de tekst en de koppen.

Genre en register gebruik ik hier op de manier van het boek dat we gebruiken in het vak: genre-kenmerken zijn eenmalig in een tekst en grotendeels conventioneel bepaald (een wetenschappelijke tekst heeft ‘nou eenmaal’ de conclusie aan het eind); register zijn de talige kenmerken die door de hele tekst heen voorkomen, grotendeels functioneel bepaald (zoals de lange, complexe zinnen met veel abstracte woorden van de wetenschap). Genre en register zijn daarmee twee manieren van kijken naar de tekstsoort adviesrapporten – of enige andere tekstsoort.

Register is in die opvatting dan weer niet hetzelfde als stijl, want stijl gaat dan om de persoonlijke en esthetische variatie. Die definities zijn bij andere auteurs wel eens anders. Over stijl op die manier opgevat gaat het vak niet, maar het gaat naast genre wel ook over register. Oftewel: over typerende verschillen tussen tekstsoorten.

In zo’n eerste college als gister ging het vooral om dit soort dingen, dus definitie- en afbakeningskwesties. Dat is nodig om verder mee te kunnen. Wat is genre, wat is register, wat is een tekst eigenlijk (ook niet zo helder – bijvoorbeeld: is één krantenbericht een tekst, of de hele krant?), en waar gaat het vak over?

Over dat laatste: als taalgebruikers weten we allemaal een boel over tekstgenres, want we onderscheiden ze aan de lopende band, als we lezen en als we schrijven: we weten dat een nieuwsbericht er anders uitziet dan een WhatsApp-bericht en een persoonlijke brief anders dan wetenschappelijk artikel. Dat weten we impliciet; het vak draait erom die kennis te expliciteren, ook waar het gaat om nogal subtiele talige verschillen. 

De komende tijd zal ik weer regelmatig hier bloggen over de voor de schrijfpraktijk relevante zaken in het college. Die komen er zeer zeker aan!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑