↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Verleid!

Louise Cornelis Geplaatst op 4 november 2013 door LHcornelis4 november 2013  

Leuk en nuttig boek: Met woorden verleiden. Schrijftips voor uw presentaties, mailings & andere wervende teksten van Mark Van Bogaert. Van Bogaert is schrijver van brieven voor direct marketing, en hij doet al jaren zo praktijkonderzoek: stuur twee versies van een mailing de deur uit, en kijk op welke de respons het grootste is. Dat levert heel veel inzichten op, die hij dit boek deelt. Het is daarmee een goudmijn voor tekstschrijvers en copywriters.

Maar eigenlijk zou iedereen weet moeten hebben van dit boek, omdat het dus eigenlijk vol staat met de trucjes van de direct marketing. Want wat zijn we toch manipuleerbaar! Als het restaurant bij de rekening een paar pepermuntjes doet, is de fooi hoger. Vervang het stippellijntje dat aangeeft waar je een bon moet afknippen door smileys en de respons is hoger. Vind ik als burger/consument nuttige dingen om te weten!

Doordat ik direct marketing associeer met dit soort commerciële trucjes en met veel te veel suffe brieven die bij het oud papier belanden, begon ik met enige scepsis aan dit boek. Maar gelukkig: Van Bogaert heeft óók een hekel aan suffe brieven. Het begint wat hem betreft bij het gericht mailen, dus niet, zoals mij ooit overkwam, de bewoners van huurflats waar maar 5 liter warm water per minuut uit de geiser kwam, een spaarkop voor de douche aanbieden waarmee het waterverbruik tot 7 liter per minuut ’teruggedrongen’ kon worden (wilde ik wel, zo’n turbokop!). Van Bogaert geeft even suffe voorbeelden, die hij heerlijk sappig afkraakt. En daarnaast goede voorbeelden – want een op maat gemaakte goede aanbieding is niet verkeerd, natuurlijk.

Naast voorbeelden staan er enorm veel tips in dit boek, afgeleid uit de praktijktests. Het zijn er te veel om hier op te noemen, en bovendien gaat het over een genre dat niet helemaal te vergelijken is met die waar het hier over gaat (zakelijke rapporten en presentaties – het ‘presentaties’ uit de ondertitel van het boek komt er bekaaid van af, het gaat toch vooral om brieven). Ik geef er enkele die mij wel aanspraken, en waarvan ik wel degelijk geloof dat ze ook gelden voor zakelijke communicatie:

  • Onder verwijzing naar Made to stick geeft Van Bogaert de zes ingrediënten van succesvolle ideeën: een eenvoudig, onverwacht, concreet, geloofwaardig verhaal met gevoel. Lijken mij ook prachtige ingrediënten voor een zakelijke (hoofd-)boodschap!
  • Wees zo positief mogelijk, ook in de formuleringen. Heb het dus liever over veiligheid dan over onveiligheid.
  • Geef redenen, argumenten – onderbouw!
  • ‘Gewone’ taal werkt het beste – wat ik wel ‘verzorgde spreektaal’ noem. Dus reeds is al, tevens is ook en welke (als betrekkelijk voornaamwoord) die of dat. En euro heet gewoon euro, niet EUR ofzoiets (en die oude Belgische frank, die was zéker niet BEF!). Ja, óók voor hoger opgeleiden, óók voor experts (Van Bogaert testte het uit onder notarissen).
  • Schrijf zo veel mogelijk alsof het een dialoog is. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat je best spreektalige zinnen mag schrijven, zoals te korte zinnen (ellipsen), of een zin met en of want laten beginnen. Met andere woorden: zet de oude schoolmeesterregels uit je hoofd. Maar waak dan weer wel voor spellings- en vertaalfouten.
  • Wees persoonlijk en zorg dat dat klopt. Een brief met een ‘ik’ en een ‘u’ erin werkt het beste – maar dan wel door één ‘ik’ ondertekend.
  • Een brief hoeft helemaal niet ultrakort te zijn. Als je interessante inhoud hebt, mag je die tot z’n recht laten komen.
  • Gebruik een schreefletter.
  • Gebruik accenten (vet, onderstreept, cursief) gericht maar spaarzaam – zo’n irritante kerstboom werkt inderdaad niet, maar het helpt wel als het snel scannende oog houvast krijgt.
  • Doe niet te gek – de mailings die creativiteitsprijzen winnen, hebben vaak een matige respons.

Enzovoort, enzovoort, enzovoort – dit boek is écht een goudmijn! En het is nog toegankelijk geschreven ook. Mij heeft Van Bogaert dus wel weten te verleiden!

 

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Zoals ze teksten gewend zijn

Louise Cornelis Geplaatst op 19 september 2013 door LHcornelis20 september 2013  

In augustus is bij mij Kiki Jacobs afgestuurd als Master bij CIW in Groningen. Zij was ook één van de studenten van mijn piramideprincipe-college daar. In haar scriptie heeft ze onderzocht hoe zakelijke lezers eigenlijk lezen, op de meest recht-toe-recht-ane manier, namelijk door het hen te vragen (interviews).

En dan denk je misschien: dat moet toch al lang bekend zijn, hoe werkende mensen lezen?! Maar dat is dus niet zo. Er is op dat gebied eigenlijk heel weinig onderzoek. Er is een ‘klassieker’, het proefschrift De eigenzinnige lezer van Rob Neutelings uit 1997 naar lezende volksvertegenwoordigers. Verder heb ik zelf wel eens een beetje wat gedaan, samen met studenten aan de VU. En dan is er hier en daar een enkel los artikeltje. Meer niet. Leesonderzoek vindt voornamelijk plaats onder studenten en scholieren. En die lezen echt heel anders.

Kiki heeft acht mensen die voor hun werk veel moeten lezen gevraagd naar hoe ze dat doen, hun voorkeuren erbij, en ook nog of het piramideprincipe hun lezende leven makkelijker zou kunnen maken. De interviews leverden een rijke oogst aan informatie op. Twee lijnen zijn daarin heel duidelijk en die verrassen me niet:

  • Lezers verschillen nogal van elkaar. In waar (thuis, in de trein of op het werk) en hoe (van papier of scherm) ze graag lezen, bijvoorbeeld, in wat ze lezen, en ook in hun voorkeuren. Eén voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld wat ze zeggen over stijl en formuleringen, ik citeer twee respondenten over jargon:

Lekker lopende zinnen. En dan mogen er best wat moeilijke woorden in staan, dat
doet er niet zo veel toe.

Juridisch taalgebruik is vaak moeilijk te volgen omdat het heel gedetailleerd is,zodat er nooit een misverstand kan ontstaan over de interpretatie. Alleen daardoor snap ik soms eigenlijk juist niet wat er staat. Dan moet ik sommige zinnen echt drie keer lezen, van bedoelen ze nou dit of bedoelen ze nou dat.

  • Lezen wordt sterk bepaald door gewoontevorming. De lezers hebben allemaal een strategie ontwikkeld om complexe teksten te lijf te gaan: zeg beginnen vooraan, daarna de inhoudsopgave en/of samenvatting, dan verder van voor naar achter, en tot slot naar de conclusie achterin. DAt een piramidale tekst daarvan afwijkt, wordt verschillend gewaardeerd (soms dus ook juist heel positief!) en zou in elk geval een kwestie van wennen zijn. Qua structuur, maar ook qua formuleringen. Eén respondent zei bijvoorbeeld over het voorbeeld van een piramidale tekst dat Kiki liet zien (zie ook post van eerder deze week):

Het is meer denk ik als een soort van, ja, meestal bij professionele teksten ben je gewend dat het vrij zakelijk is en kreten als ‘beste ontwerp’, ‘zoektocht’, het wordt een beetje meer in populaire woorden gedaan, ‘winnend onder’, ‘winnend ontwerp’,‘onderscheidt zich’ en dat, dat lijkt het eerder op een krantenartikel dan op een professionele tekst en ik denk dat dat wel een beetje op het verkeerde been kan zetten.

Wat me wel verraste, was dat de meeste respondenten aangaven eigenlijk ‘alles’ te moeten lezen. Volgens mij kenmerkt ‘volwassen’ lezen zich juist door sterke selectie, en dat blijkt ook uit Neutelings’ onderzoek én uit nog lopend ander student-onderzoek (daarover te zijner tijd meer). Kennelijk ervaren zelfs professionals lezen als een plicht, dat je eigenlijk alles door moet nemen en ook nog moet onthouden, alsof je er een proefwerk over krijgt. Ze willen dus ook allemaal meer tijd ervoor. Eén van de respondenten zegt bijvoorbeeld:

dat lees ik soms ook wel twee keer door, omdat , ja, het is, het is onmogelijk om het allemaal in één keer te onthouden.

Maar móet je ‘het allemaal’ onthouden dan? Je kunt het toch opzoeken? Wat mij betreft laat dit zien dat er in opleidingen en zeker in effectiviteits- en snelleescursussen meer aandacht mag zijn voor het dúrven overslaan van teksten. Je ‘moet’ niet alles lezen, althans, van niemand anders dan jezelf. En als je eerlijk bent, weet je dat al lang…

Bron: Jacobs, Kiki (2013) Zoals we teksten gewend zijn Hoe zakelijke lezers hun leeswerk aanpakken, waarderen en aansluiting kunnen vinden bij het piramideprincipe als alternatieve tekststructuur. Masterscriptie CIW RU Groningen.

 

Geplaatst in Leestips, Piramideprincipe-onderzoek | Geef een reactie

Graag formeel?

Louise Cornelis Geplaatst op 17 september 2013 door LHcornelis17 september 2013  

Herkenbare post op Kiezelblog vorige week, over dat veel schrijvers beweren dat ze voor hun doelgroep toch echt formeel moeten schrijven. Dat hoor ik natuurlijk ook heel vaak, en ik zeg dan ook dat hoger opgeleiden toch echt heus ook gewone mensen zijn, die je het best in gewone taal kunt aanspreken. Maar dat je jargon niet uit de weg hoeft te gaan als je schrijft voor vakgenoten. En ik benoem ook wel de onzekerheid die mogelijk de kop op steekt bij ‘gewoon’ schrijven.

Wel stuurde ik Carola van Kiezelblog net nog de volgende reactie – zoals ook in haar post te zien is, heb ik een beetje meegedacht (graag gedaan), ingaand op de slotopmerking dat in de war raken van een andere, informelere tekst een uitzondering is:

Of het echt de ‘uitzonderingen’ zijn, dat weet ik niet, ik ben er wel van overtuigd dat genre-verwachtingen (meer in het algemeen: gewoontevorming) een grote rol speelt bij lezen (en schrijven). Wel speelt er nog iets anders, en dat is dat je als schrijver (van adviesrapporten in dit geval) niet per se hoeft te doen wat je lezers het meeste/snelste ‘pleaset’, zeg maar. Dan moeten ze maar even wennen aan een andere manier, want die is wél beter. Je mag die gewoontes best willen doorbreken, vind ik dus. Dat heeft alleen misschien net even wat uitleg nodig. Mijn ervaring met die ‘andere’ manier van adviesrapporten schrijven is dat als lezers er eenmaal aan gewend zijn, ze niks anders meer willen.

(En die ‘andere’ manier, dat is natuurlijk piramidaal, hè, ik refereer aan het onderzoek waaruit blijkt dat oningewijde lezers die niet altijd waarderen.)

Geplaatst in Leestips, Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

Helder gedacht (en opgeschreven)

Louise Cornelis Geplaatst op 18 juni 2013 door LHcornelis17 juni 2013  

Het boek bestaat al sinds 2010, maar ik heb het pas onlangs leren kennen. Vandaar dat ik nu pas kan zeggen dat ik erg enthousiast ben over Helder denken. De routeplanner voor je brein van Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten.

In de eerste plaats oogt het boek al heel mooi, zeker gezien het onderwerp. Kleuren, diagrammen, foto’s, schema’s, tabellen, veel wit, tussenkopjes… het is prachtig en functioneel vormgegeven. Dat is een soort practice what they preach, want de auteurs betogen dat het bij helder denken helpt om je redenatie of argumentatie uit te tekenen. Zo kom je eerder achter de zwakke plekken erin. Helemaal mee eens – niet voor niets lijken de argumentatieladders in dit boek sterk op piramides. Vorm, inhoud en leereffect gaan hier dus heel mooi samen.

In de tweede plaats heeft het boek een rijke inhoud. Drie onderdelen haal ik eruit. Voor alle drie geldt dat het boek zich daarmee onderscheidt van vergelijkbare boeken die ik ken:

  1. Het gedeelte over de relatie tussen helder denken en formuleren. Volgens dit boek kun je niet helder denken als je vaag formuleert, bijvoorbeeld door onvoldoende te specificeren met werkwoorden (zoals de handelende persoon bij lijdende vormen), in vergelijkingen (‘iets is groter’… dan wat?), in oordelen (wie zegt dat iets ‘veel te duur’ is?) en in verwijzingen, en door te veel jargon en generalisaties te gebruiken. Mee eens, en goed om dit probleem behandeld te zien als denk- en niet zozeer als schrijftechnisch probleem.
  2. Het hoofdstuk over denkfouten. Dingen waar we allemaal intuinen, zoals de zelfoverschatting, het halo-effect en het beschikbaarheidseffect. In de mij bekende boeken over argumentatieleer worden die niet zo behandeld – daar heb je drogredenen, maar zonder deze achterliggende mechanismen. Misschien is dat vanwege de achtergrond van de auteurs, die geen taalbeheersers of retorici zijn, maar psychologen.
  3. Het hoofdstuk erna, ‘Denker worden’. De levenshouding van de denker wordt daarin getypeerd door vier woorden: vurig, waar, helder en vrij. Vooral het eerste woord spreekt me aan: de vurigheid van de nieuwsgierigheid, de verwondering, de twijfel, van willen weten hoe het zit. Dat kan gedrevenheid voor de inhoud zijn, maar ook voor het denken zelf. Denkwerk klinkt als droog hersenwerk, maar zonder dat vuur heb je niet de puf om het te doen. Want helder denken is niet makkelijk en het gaat niet vanzelf. Het vuur is nodig om de inspanning ervoor op te kunnen brengen.

Tot slot bevat het boek leuke doe-dingetjes: opdrachten, een quiz, raadsels… en die zijn af en toe best pittig! Je kunt het dus lezen en ermee aan de slag – en dat is beslist de moeite waard! Ik ben me sinds een paar dagen weer een stuk bewuster van m’n denkfouten. Al is dat vast ook een beetje beschikbaarheidseffect.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Twee mooie columns van gister

Louise Cornelis Geplaatst op 13 juni 2013 door LHcornelis13 juni 2013  

Gisteren was een mooie column-dag, vond ik.

Eerst las ik de column ‘Sneller, hoger, vlakker‘ in Mare, het Leidse universiteitsblad. Thomas Blondeau steekt daar de draak met een rapport van NWO: enerzijds met het modieuze jargon (governance, verankeren, Chief Scientific Advisor, en er is volgens mij geen sector waar het woord excellent zo vaak gebruikt wordt als in de academische wereld – het is daarmee één van mijn ergste jeukwoorden geworden) en anderzijds met het totstandkomingsproces – dat er ‘kutjefuck’ nog aanbevelingen bij moeten ook. Een niet bepaald piramidaal schrijfproces dus, maar erg grappig en herkenbaar geschreven. En wat zou het fijn zijn als er in een rapport gewoon wél mocht staan ‘Niets meer aan doen, Hij gaat lekker zo’.

Later trof in de NRC de dagelijkse column van Frits Abrahams zo’n beetje dezelfde roos. Abrahams vindt bij de tandarts het tijdschrift Management Scope en daar citeert hij uit, bijvoorbeeld:

Trends aan het eind van het vorige decennium stonden primair in het teken van de total cost of ownership. Outsourcing en offshoring hebben een eerste boost gegeven aan grootschalige efficiencyverbeteringen. Sinds enkele jaren geven virtualisatie van applicaties, unified communications en cloud een nieuwe stimulans aan verdere kostenverlaging.

En jahoor, ook hier toch excellence, in het Engels, en daarnaast een shift naar outside-in, flagstores en dingen doen buiten je comfortzone.

Het is Engels, het is hip, het is voor gewone mensen vrijwel onleesbaar en het getuigt volgens mij van te veel alleen maar met gelijkgestemden communiceren. Als het je niet meer opvalt dat het gek is, zo formuleren, wordt het de hoogste tijd om veel vaker met buitenstaanders over je werk te praten, of, liever nog, voor hen te schrijven. Niet alleen vanwege de formuleringen, maar ook omdat in een kleine wereld ronddraaien vertekeningen geeft in je denken. Je helemaal suf publiceren, is dat wel zo ‘excellent’ bijvoorbeeld? In dezelfde Mare stond daar een nogal kritisch stuk over…

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

3 tips. Of: weet iemand een betere titel?

Louise Cornelis Geplaatst op 5 juni 2013 door LHcornelis5 juni 2013  

Weer eens even drie heel verschillende verwijzingen naar andere waardevolle blogs:

  • Onder het motto ‘zo hoor je het eens van een ander’ een belangrijk punt van Idea Transplant-blogger Jan Schultink: ‘skip the methodology‘. Ik zou trouwens veel vaker naar dat blog kunnen verwijzen, want er staan vaker interessante dingen in. Dus ik zou zeggen: volg het zelf ook!
  • Goede adviezen voor titels bij Protaal. Krijg ik acuut writer’s block van: wat moet er nou voor titel boven deze blogpost? ‘3 tips’, bleh, uitgekauwd!
  • En dan was er ook nog de ophef over het eindexamen Nederlands. Meest informatieve webpagina erover vond ik die op Joop.nl, met daarin links naar de brief van de hoogleraren, de petitie (die ik ook tekende) en de examens zelf. Ook leuk is de analyse van het VWO-examen door Marc van Oostendorp, waarin je zelf kunt nagaan of je het bedoelde goede antwoord had kunnen afleiden.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Tip: @bobotaal

Louise Cornelis Geplaatst op 4 juni 2013 door LHcornelis4 juni 2013  

Sinds een tijdje volg ik met veel plezier De Wethouden, oftewel @bobotaal, op Twitter, zie https://twitter.com/Bobotaal of ook http://www.bobotaal.nl/ Alle tweets van deze, naar eigen zeggen, voormalige beleidsambtenaar beginnen met ‘Bobo zegt:’ en dan volgt er me toch een uitspraak… Keer op keer ga ik er geheel glazig van kijken! En o, wat zijn ze herkenbaar!

Bobo noemt de eigen site een schandpaal voor clichéridders’. Een paar voorbeelden:

  • Er is commitment gecreëerd, maar daarmee is niet iedere keuze in het proces een afgeleide van de visie.
  • We zijn continu invulling aan het geven aan het rapport.
  • Deze faciliteit kan fungeren als schakelpunt voor verdere aanhaking.

Je kunt de tweets gebruiken als oefening in hoe je zoiets in gewone-mensen-taal kunt zeggen. Al is dat lang niet altijd te bepalen. Het derde voorbeeld van hierboven bijvoorbeeld – geen idee! Nou, alleen al daarom moet je zo niet willen schrijven. En daaraan herinnert @bobotaal je een paar keer per dag!

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Vermijd de naamwoordstijl niet!

Louise Cornelis Geplaatst op 24 mei 2013 door LHcornelis24 mei 2013  

Gisteren was ik bij de promotie van Margreet Onrust aan de VU.  Tijdens de receptie ontstond er met diverse vakgenoten uit praktijk en wetenschap een geanimeerd gesprek: proefschrift en promotie hadden ons duidelijk geïnspireerd. Ik denk dat dat hem vooral zat in de bijzondere invalshoek ervan, namelijk een die praktijk en wetenschap dicht bij elkaar brengt, dichter dan gebruikelijk in de taalbeheersing.

Dr. Onrust heeft een schrijfadvies onder de loep genomen, namelijk ‘Vermijd de naamwoordstijl’. Iets wat je inderdaad vaak hoort, zie bijvoorbeeld bij taaladvies.net of de tweede tip hier. Is dat een zinvol advies? Nou, nee.

Nouja, zo stellig concludeert Onrust dat niet, ze behoudt wetenschappelijke nuance en ze wil niet al te belerend zijn. Maar op basis van haar onderzoek is het wel de conclusie. Het is geen goed advies, want:

  • Onder ‘naamwoordstijl’ wordt een groot aantal uiteenlopende verschijnselen verstaan, die misschien gemeenschappelijk hebben dat je iets met een zelfstandig naamwoord uitdrukt waar een werkwoord aan ten grondslag ligt, maar er is nogal een verschil tussen verbetering, (het) vaststellen en keuze, om er maar drie uit te pikken, en ook tussen simpelweg de keuze en de zin waar ik net in een tekst van een opdrachtgever over struikelde omdat ik die twee keer moest lezen om te weten hoe hij in elkaar zat: Slechts over het statistisch betrouwbaar onderscheiden kunnen oordelen worden toegekend op basis van… en dat komt dus mede door het onderscheiden.
  • Het advies zegt er niet bij wat je dan wél moet doen, en dat is best wel ingewikkeld, want zo makkelijk is het omzetten naar allemaal werkwoorden niet. Maak ik me ook wel druk over: het is zo’n typische magniet waar je als schrijver meer last dan steun van hebt.  En dan geven de schrijfadviseurs vaak ook nog een heel aantal uitzonderingen, dus ‘goed gebruik’ van de naamwoordstijl, en dan wordt het helemaal ingewikkeld!
  • Zo veel ‘foute’ naamwoordstijl heb je helemaal niet, of althans, dat verschilt per genre, maar in de twee die Onrust onderzocht, voorlichtingsteksten en wetenschappelijke teksten, valt het wel mee met de formuleringen die het verschijnsel zijn slechte reputatie hebben bezorgd.
  • Een deel van het mogelijk ongewenste effect van de naamwoordstijl ligt niet aan het naamwoordelijke ervan, maar aan iets anders: in die voorbeeldzin van mij van hierboven ligt het zeker ook aan de tang (over het [ statistisch betrouwbaar ] onderscheiden), en ook abstractie is niet alleen aan naamwoordstijl voorbehouden: Onrusts voorbeeld (p. 303) is dat de belangrijkste bijwerking is beschadiging van de slokdarm (twee keer naamwoordstijl) niet abstracter is dan de grootste factor is uithoudingsvermogen. En dat klopt natuurlijk.
  • En vooral: de naamwoordstijl heeft juist heel vaak een goede functie. Bijvoorbeeld in wetenschappelijke teksten.

En misschien ben ik zo nog niet eens volledig! Weg ermee, dus, met dat advies. Hoe moet het dan wel? Onrust stelt voor om het advies (en misschien wel schrijfadvisering in het algemeen) genre-afhankelijk te maken. Voor wetenschappelijke teksten moet je de naamwoordstijl misschien wel aanraden, omdat ze bijvoorbeeld heel geschikt zijn voor generaliserende uitspraken en wetmatigheden. Misschien zit het probleem ervan wel in andere genres, zoals beleidsteksten? Dan heeft een algemeen afraad-advies dus geen zin.

Uit de vergelijking die Onrust maakte tussen beginnende en ervaren schrijvers kun je ook adviezen afleiden. Een verschil tussen de groepen schrijvers van voorlichtingsteksten is bijvoorbeeld dat beginners meer dan gevorderden de neiging hebben om een naamwoordelijke formulering met van te kiezen. Ze schrijven bijvoorbeeld: dit kan gemakkelijk voorkomen worden door het nemen van een griepprik. Een gevorderde schrijver laat daar het nemen van weg, dat kan prima.

En gevorderde schrijvers durven ook korter naar een complex begrip terug te verwijzen. Waar een beginner blijft schrijven afbraak van botten (bij osteoporose) maakt een gevorderde daar eerder botafbraak van. Gevorderden schrijven compacter.

Interessant proefschrift, fraaie verdediging ervan, geanimeerde borrel-na – wat wil je nog meer? Nou, vaker dit type werk! De kloof tussen wetenschap en praktijk is veel te groot. Onrust concludeerde dat gister ook, in haar antwoord op de laatste vraag, dus vlak voor het hora est. Het ligt volgens haar aan beide kanten, en daarmee ben ik het eens.

Ik ben benieuwd of haar werk de kloof gaat overbruggen, dus of ik in de toekomst genuanceerdere adviezen over de naamwoordstijl ga horen. Ik ga ze, als de situatie zich ertoe leent (ik doe weinig met dit soort taaltechnische verschijnselen), zeker geven!

Bron: Onrust, M. Vermijd de naamwoordstijl! Een onderzoek naar de houdbaarheid van een schrijfadvies. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 2013.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Anders dan verwacht

Louise Cornelis Geplaatst op 3 mei 2013 door LHcornelis7 mei 2013  

In de meest recente Tekstblad staat een artikel dat mij opluchtte. Het is van Mark van Bogaert, heet ‘Tests met tekstversies. Tien frustrerende voorbeelden’, en de eerste zin luidt: ‘Uit onderzoek blijkt dat lang niet altijd de leukste, creatiefste of meest voor de hand liggende versie van een tekst het beste scoort bij de ontvanger.’ Dat is zo’n beetje de frustratie van 2,5 jaar piramideprincipe-onderzoek in een notedop! Vandaar dat ik nieuwsgierig verder las.

In het artikel staan tien voorbeelden van ‘splitruntests’, onderzoeken waarin twee versies van een tekst gebruikt worden, zodat je kunt zien welke versie de meeste respons oplevert. En dat is verrassend vaak juist níet de leuke, goeie, mooie, creatieve en anderzins meest veelbelovende versie. De recht-toe-recht-ane kopregel doet het beter dan de woordspeling; het lelijke lettertype beter dan het mooie; het goedkope papier beter dan het dure; de blanco envelop beter dan de bedrukte; zonder folder beter dan met; de irritante onderwerpsregel (in een mail, namelijk met je naam erin) beter dan een niet-irritante; de lelijke lay-out beter dan de mooie, enzovoort, en als je net denkt dat je het doorhebt, levert wéér de onverwachte variant de meeste respons op. En ik kan daar dus zelf aan toevoegen: heb je zo’n hartstikke mooi, super-lezergericht piramidaal rapport gemaakt, snappen lezers er níks van omdat ze de ‘conclusie’ niet kunnen vinden, en hebben ze dus een voorkeur voor die saaie, traditionele versie…

De conclusie van het stuk is: ‘nooit denken dat je het al weet. Blijven testen is de boodschap.’ Helemaal mee eens – eigenlijk weten we nog maar heel weinig van wat lezers écht willen, en hoe je ze écht in beweging krijgt. Als adviesrapportenschrijver heb je wel één voordeel ten opzichte van de schrijvers van massale mailings: je kunt het je lezer vragen. Doen!

Aanvulling 7 mei: de hele tekst van het artikel staat inmiddels online bij Tekstblad.

 

Geplaatst in Leestips, Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

Lezend kind

Louise Cornelis Geplaatst op 26 april 2013 door LHcornelis26 april 2013  

Lezen doe ik sinds ik het kan veel en graag, en boeken hebben altijd veel voor me betekend. Vandaar dat ik ontroerd was door deze woorden van Antjie Krog die ik laatst toegestuurd kreeg door iemand in het kader van een kinderboekenproject in Zuid-Afrika:

Maak nie saak hoe arm nie, ’n kind wat lees, is ’n bevoorregte kind. Maak nie saak hoe verwaarloos of verlate nie, ’n kind wat lees is ’n gekoesterde kind. Maak nie saak hoe onverdraagsaam ’n gemeenskap nie, ’n kind wat lees begryp en verstaan. Maak nie saak hoe geestelik verarm ’n familie is nie, ’n kind wat lees is ’n intelligente en ingeligte kind. Maak nie saak hoe onmenslik ’n gemeenskap nie, ’n kind wat lees word ’n menslike kind.

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑