↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Goed leren schrijven is superbelangrijk

Louise Cornelis Geplaatst op 21 september 2017 door LHcornelis21 september 2017  

Op De Correspondent is net verschenen een raak artikel van Marilse Eerkens over het belang van goed schrijfonderwijs. Ik word erin genoemd, zeg ik met enige trots: ik heb in de aanloop ook met haar gesproken, als ‘schrijftrainer van mensen in het bedrijfsleven’ maar het citaat dat dat opleverde is er door de redactie uitgehaald. Nouja, kan ik prima mee leven; ik zette Marilse ook op het spoor van Gert Rijlaarsdam en bovendien herken ik veel van de teneur van ons gesprek én vind ik het een belangwekkend stuk, dus ik ben sowieso dik tevreden.

Waar ik bij het lezen het aller-enthousiasts van werd, is het stuk waar eerst Rijlaarsdam zegt dat ons schrijfonderwijs heel beperkt is, dat kinderen niet leren hoe je schrijven aanpakt, en dat er dus aan schrijfonderwijs een aanname ten grondslag ligt dat je schrijven wel oppikt uit je omgeving. Dat laatste had ik me nooit zo gerealiseerd, maar het is wel zo.

Ik herinnerde me ineens ook dat ik wel schrijfvaardigheid heb gegeven aan eerstejaars studenten en dat er daar een paar tussen zaten die gewoon geen fatsoenlijke schrijftaalzinnen konden produceren, en hoe je dat doet, dat kon ik ook niet uitleggen. Dat wéét ik (of liever gezegd: daar heb ik gevoel voor) omdat ik veel goede schrijftaal heb gelezen, en ook al gelezen had toen ik ging studeren. Ik kom uit zo’n zeer talig gezin, pa en ma waren allebei fervente lezers en ik ben bijvoorbeeld uitgebreid voorgelezen.

Het is wel opmerkelijk dat je van het VWO kunt komen zónder gevoel voor goede zinnen, maar dat terzijde.

Nouja, en dat mensen niet leren hoe te schrijven, daarover heb ik het uitgebreid gehad met Marilse. Want dat zie ik in mijn praktijk ook. Het is voor veel van de mensen met wie ik werk bijvoorbeeld nogal een eye opener dat je over schrijven kunt nadenken in termen van het proces, niet alleen van het product (de tekst). Dat je dat proces meer en minder effectief kunt aanpakken bijvoorbeeld, en dat daarover kennis is. En dan heb ik het dus over hoogopgeleide mensen die al jarenlang regelmatig schrijven. Die doen ook maar wat.

En dat kan dus echt beter. En ja, daar ga je ook beter van denken.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Mijn Buitenkunst-Shakespearelab

Louise Cornelis Geplaatst op 28 augustus 2017 door LHcornelis28 augustus 2017 1

De vorige posts op dit blog verschenen ‘achter mijn rug’: ik was twee keer vlak achter elkaar een week op vakantie. Twee blogposts daarover, om te beginnen met de eerste week – een weekje Shakespeare!

Vorig jaar sloeg ik, voor het eerst sinds 2007, een jaartje over, maar dit jaar wilde ik weer heel graag naar Buitenkunst – en dat werd dus de tiende keer. Ik ervaar die weken altijd als inspirerend, en schreef er dan ook op dit blog vaker over (zie over de vorige keer). En ja, ook dit keer was het leuk, leerzaam én relevant voor mijn werk.

Toen het programma uitkwam, had ik net in een theaterproductie gespeeld en daar ervaren dat tekst leren me meeviel, en de echte klassiekers op toneelgebied lonken al langer, vandaar dat ik meteen enthousiast werd van een week Shakespeare, en helemaal van de omschrijving:

Who the fuck is Shakespeare
Omdat er meer is dan de keuze tussen zijn en niet zijn richten we een laboratorium in voor literatuur- en spelonderzoek. Een onderzoek rondom leven en werk van de meest geciteerde toneelschrijver uit de geschiedenis: Shakespeare. En hoe dat in hemelsnaam te spelen? We duiken zijn biografie in en slaan ondertussen zijn teksten aan gort, besmeuren ze om vervolgens het vuil er weer vanaf te krabben en ze hemels te bewonderen. Dit betekent maniakaal studeren, diepzinnig lezen en frivool spelen. “Ontheilig de heilige voor men hem begrijpen kan.”

Een week aan de slag met die grootheid, wauw! Ik lees alles wat los en vast zit, maar nou net geen toneelteksten, en al helemaal geen oude Engelse, vandaar dat ik hem eigenlijk niet zo goed kende. Behalve dan van twee recente uitvoeringen, van Macbeth en van The Tempest (De Storm).

Beide keren was ik diep onder de indruk van Shakespeare’s inzicht in de menselijke geest, vooral in de gekte van de hoofdpersonen – gewone, dagelijkse gekte, waar we allemaal wel wat van hebben, maar wat meestal niet zo erg is, behalve dan als het een koning betreft ofzoiets. (Of de president van de VS, ja, en daar ging het tijdens de week dan ook regelmatig over).

Dus, op naar Buitenkunst, en het werd een heel fijne week. Ontspannen, maar ook veel geleerd. We deden dingen met de hele groep, waaronder het begin van Richard III lezen en de scene uit Hamlet over acteren als groepsgesprek spelen. En ik heb ook nog samen met een groepsgenoot de ‘to be or not to be’ scene uit Hamlet als dialoog gespeeld, erg leuk.

Maar het grootste deel van de tijd deden we een individueel ‘onderzoeksproject’. Het mijne begaf zich een beetje onverwacht níet in de richting van die dagelijks gekke hoofdpersonen in de toneelstukken, maar in de richting van de sonnetten.

Daar kwam ik op doordat ik vertelde over die keer dat ik van Huub van der Lubbe begreep dat  diens nummer (solo en van De Dijk) ‘Mijn liefjes ogen’ zijn vertaling was van sonnet 130. Ook daarover schreef ik eerder hier. Ik noem het daar al een beetje arrogant – het was ook grappig, licht spottend. Het was op dat moment dat ik me realiseerde dat er humor zit in Shakespeare, zelfs in diens ogenschijnlijk serieuze werk (dus niet alleen in zijn komedies). 

Met dat in mijn achterhoofd ben ik sonnet 130 zelf maar eens gaan lezen. Die humor had ik er zelf niet in gezien, sterker nog: door de laatste anderhalve zin, waar de strekking in staat, snap ik er eigenlijk niks van. I think my love as rare as any she belied with false compare – huh? Ik begreep later van Arno, bevriend Anglist, dat dat ongrammaticaal is en dat er over de betekenis ervan wel een soort consensus is, maar dat Shakespeare daar niet bepaald eenduidig is.

Zie je wel: moeilijk om te lezen…. Maar door Van der Lubbes ogen, en die van andere vertalingen, snap ik het wel.

Vervolgens ben ik dat andere beroemde sonnet, nummer 18, gaan lezen, het enige werk van Shakespeare dat we op de middelbare school integraal behandeld hadden – waarvan ik me niks meer herinner, behalve dat ik er niet veel van snapte. Dat is aan Shakespeare blijven kleven voor mij: moet je mooi vinden, maar ik zie het niet. Zal wel aan mij liggen – ben ik er te dom voor?

Dat vroeg ik me nu ook af. Alleen al de beginzin: ‘Shall I compare thee to a summer’s day’. Ik las dat op één van die dagen begin augustus dat de regen met bakken uit de hemel neerkwam. Het ultieme Engelse liefdesgedicht, wordt het wel genoemd – huh?

Maar zo blijkt Shakespeare het ook bedoeld te hebben: de zomer is niet altijd zo mooi, de geliefde is mooier. Dat kan ik volgen, maar daarna gaat het over diens eeuwige leven. Is die geliefde dan niet van vlees en bloed?

In de laatste drie zinnen raak ik het helemaal kwijt. Eeuwige lijnen, huh, en waarop slaat this in de slotzin? Help, zie je wel: ik vind Shakespeare echt te moeilijk!

Gelukkig zijn er vertalingen, op dat punt hebben wij het makkelijker dan de native speakers. Zodoende begreep ik dat de lines ‘zinnen’ zijn en this slaat op het gedicht zelf, het verwijst naar zichzelf. Shakespeare heeft het over zijn eigen werk!

Hmm, dacht ik toen, is dat niet een beetje lullig? Hij vergelijkt zijn geliefde met een prutzomer en zegt daarna eigenlijk: dat jij doodgaat is niet zo erg, want in mijn werk blijf je altijd bestaan.
En toen las ik wat door en zag ik dat ook anderen het ‘boasting’ noemen en ’trotse borstklopperij’. Zie je wel!

Zo kwam ik tot een eigen vertaling van het gedicht:

Je bent best wel mooi.
In elk geval mooier dan een zomerdag.
Want zeg nou zelf, zo mooi is de zomer helemaal niet. Het kan snikheet zijn, of juist koud, nat en winderig.
Dan ben jij echt wel mooier dan dat.
 
Sterker nog: aan alles komt een eind, maar jouw schoonheid zal altijd blijven bestaan.
En dat komt door deze zinnen, die ik heb geschreven. Want zo lang er mensen zijn met ogen in hun hoofd zodat ze dit kunnen lezen, zal het over jou en je schoonheid gaan.
 
Vind je dat niet hélemaal geweldig?
 
Mijn onderzoeksproces heb ik gepresenteerd, inclusief de vertaling. Onze docent, Michael Bloos, vond dat ik mijn proces ‘gewoon’ moest presenteren, maar ik sputterde zelf eerst nog wat tegen. Anderen speelden wel echt, Lady Macbeth bijvoorbeeld, of Richard III, of een heks uit Macbeth, of de watergeest uit The Tempest. Dat wilde ik eigenlijk ook wel. En, zo dacht ik, vertellen over wat ik weet en heb geleerd, dat doe ik voor mijn werk altijd al, dat is niet zo spannend. Ik aarzelde zelfs of ik het wel wilde doen.

Ja, dat toch wel, daarvoor vond ik te leuk wat ik had gevonden. En ik ging helemaal om toen we de voorstelling gingen uitwerken en ik zag in welk hokje ik zou ‘optreden’, met, net als de andere Shakespeare-onderzoekers, in een wit pak – ons Shakespearelaboratorium.

Ik in een wit pak

In mijn 'Shakespeare-lab'-hokje

Ineens leek het helemaal niet meer op mijn werk, en vond ik het tóch (ook) spelen! Ik had al eerder ervaren dat toneel spelen en trainingen of presentaties geven op elkaar lijkt, en dat was nu helemaal zo – het liep in elkaar over.

De uitvoeringen gingen goed. Er konden maximaal acht mensen in mijn lab en we ‘draaiden’ allemaal 45 minuten, tegelijk, dus mensen konden meerdere labs bezoeken. Deze introductie hing op mijn deur:

Omschrijving van het onderzoek

Ik hoorde dat er meer herkenbaar vonden wat ik vertelde en dat ik ze wat leerde. En ja, dat vind ik natuurlijk ook wel weer heel erg leuk. Ik doe ook wel het goeie werk, zal ik maar zeggen.

En zo was het een prima week, in een prettige groep, met ook – zoals op Buitenkunst gebruikelijk – mooie dingen gezien van de andere groepen, een paar goede gesprekken gehad, gelachen én lekker gekampeerd, wat me ook altijd energie geeft, zo’n hele week buiten

En wat is nou de crux voor mijn werk? Nou, dat iedereen op z’n eigen manier leest, dat verkondig ik hier vaker. Dat sonnet 18 als arrogant is op te vatten, dat is niet de ‘officiële’ lezing. Op een scholierensite zag ik bijvoorbeeld staan dat de strekking is ‘schoonheid kan door poëzie vereeuwigd worden’. Dat is dan het ‘goede’ antwoord. Jaja. Die arme scholieren. 

Geen enkele tekst of interpretatie is heilig; de lezer heeft altijd gelijk. En dat geldt ook voor Shakespeare. De week maakte zo helemaal waar wat in de aankondiging stond!

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | 1 reactie

In plaats van boek # 10: links

Louise Cornelis Geplaatst op 15 augustus 2017 door LHcornelis2 augustus 2017  

Ik heb de afgelopen weken negen boeken besproken. Een tiende boek zou het een mooi rond getal maken, maar ik heb geen tiende boek – en een top tien zou ook een onterechte suggestie wekken. In plaats daarvan heb ik als leestip wel weer een verzameling leuk en nuttige links van de afgelopen tijd. Het is veel, meer dan tien zelfs, en van alles en nog wat:

  • Om maar meteen met wel een soort top tien in huis te vallen: tien okee adviezen voor gedragsveranderende communicatie.
  • Nog meer goede schrijftips, van de nieuwe Ambassadeur Heldere Taal.
  • Een heuse longread met tips of eigenlijk meer analyse op een wat dieper niveau, van een aantal mensen die bij de Rijksoverheid bezig zijn met beter schrijven. Goed stuk, het gaat veel verder dan de simpele formuleeradviezen, met bijvoorbeeld ook aandacht voor het schrijfproces.
  • Over hoe een verbale identiteit ook onderdeel van je huisstijl-overwegingen zou moeten zijn. Herkenbaar: ik ben ooit bij een bedrijf waar ik mee te maken had aan de slag gegaan omdat ik eruit had geflapt dat ik de jaren-50-schrijftaalclichés in hun brieven niet kon rijmen met de vrolijke en frisse mensen die ik er sprak.
  • In het verlengde daarvan: hoe balanceer je tussen die eigen stijl en je aanpassen aan de lezer? Genuanceerd advies daarover, dat neerkomt op: pas je niet te veel aan.
  • In het nieuws in mei: vriendelijkere incassobrieven. En die werken!
  • Slechter nieuws: hoge pief bij de Wereldbank werd uit enkele functies ontheven omdat hij te kritisch was op taal.
  • Af en toe google ik op piramideprincipe, en ik trof onlangs deze aardige en beknopte uitleg ervan aan
  • Waar veel schrijftips productgericht zijn (kenmerken van een goede tekst) richt dit blog zich op het proces en het nut van oefenen. Het bepleit een ‘purposeful writing practice’: doelgericht schrijven en feedback krijgen.
  • Iets wat ik ook vaak roep: schrijven is een zwak middel om iets gedaan te krijgen. Een persoonlijk verzoek doen is 34 keer sterker dan een e-mail, volgens dit bericht.
  • Deze moest ik laatst toch echt even opzoeken: wat is het meervoud van bevoegd gezag?
  • Moet je inhoudelijk deskundig zijn om over iets ingewikkelds te kunnen schrijven? Soms wel, maar soms zelfs beter van niet, betoogt dit stuk.
  • Het is een serieus stuk over woordgrappen, maar door de voorbeelden ook erg leuk natuurlijk.

Met dank weer aan de Twitteraars, blogs en aan Google!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Ook boek # 9 is het niet

Louise Cornelis Geplaatst op 10 augustus 2017 door LHcornelis14 juli 2017  

Cover boekMet boek nummer 9 in deze serie ben ik dan eindelijk wel recht in de kern van de zaak van dit weblog aanbeland. Het is dan ook een boek waar ik omwille van de titel niet omheen kon: Zakelijk schrijven voor dummies, van Eugène van Haaren. Bijna 30 euro voor betaald, maar helaas: ik vind het niks.

Belangrijkste probleem van het boek vind ik meteen heel fundamenteel, omdat wat mij betreft een schrijfboek moet practicen wat het preacht. Dus als je, zoals dit boek natuurlijk ook zegt, lezergericht moet schrijven, moet helder zijn wie je lezer is. Ik heb geen flauw idee welke lezer Van Haaren voor ogen heeft gehad met dit boek. Het staat ook nergens. Hij heeft zelf een achtergrond in de PR, begrijp ik – bedoelt hij mensen zoals hijzelf?

Zakelijk schrijven gaat over teksten die je gebruikt als gereedschap, lees ik op p. 1. En ook dat niet alle mogelijke soorten zakelijke teksten in dit boek staan – kan ik me wat bij voorstellen. Maar wat de keuze bepaald heeft – ik zou het niet weten. De eerste honderd pagina’s gaan over journalistiek schrijven, daarna dik 50 over internet, daarna 30 over zakelijke brieven, mails en formulieren, 20 over sociale media, 15 over video’s en andere presentaties.

Vanwaar die grote aandacht voor journalistiek schrijven, versus het volledig ontbreken van beslisdocumenten (memo’s, managementrapportages e.d.) en beleids- en adviesteksten? Plus daarbij ook nog internet, wat weer een massamediale aanpak is, terwijl veel zakelijk schrijven juist voor een bepaalde lezer of lezersgroep is. Wie schrijft er zo veel voor grote groepen, maar dan zonder journalistieke achtergrond? En zou je dan niet liever een apart boek voor journalistiek schrijven kopen? Dit boek doet enerzijds te veel en anderzijds te weinig.

De indeling in vijf genres maakt het onmogelijk om algemene schrijfprincipes te bespreken, waardoor bijvoorbeeld algemene formuleringskwesties verstopt zitten in het gedeelte over internet.

Inhoudelijk – ach… Anderhalf jaar geleden gaf ik een recensie-blogpost de titel ‘Weer zo’n boek‘ en dat geldt ook hiervoor: weer van die te gemakkelijke tips. Ik heb een paar steekproeven genomen en werd niet happy van het moeten vermijden van de lijdende vorm (vooral ontzettend slechte voorbeeldzinnen), de behandeling van B1 (toegeven dat dat geen norm is voor teksten maar voor leerders van een vreemde taal, maar hem vervolgens toch voor teksten gebruiken; zie dit achtergrondartikel daarover), de behandeling van het spanningsveld tussen lezergericht en strategisch schrijven (afdoen in een paginaatje) of van een aantal voorbeelden. Inhoudelijk is het dat net niet, te kort door de bocht – en al ontzettend vaak in boeken opgeschreven zonder dat mensen er beter van gaan schrijven.

Mij vielen vooral veel perspectiefbreuken op in de kopjes van voorbeeldbrieven. Die op p. 189 bijvoorbeeld, die gaat over belastingaangifte en de koppen luiden ‘Tot wanneer kan ik aangifte doen?’ en ‘Hoe doet u aangifte?’ – terwijl die ‘ik’ en die ‘u’ dezelfde persoon, namelijk de lezer zijn (van al die vraag-kopjes, een B1-principe, krijg ik trouwens sowieso jeuk maar dat terzijde).

De toon is me dan ook nog iets te jolig. Bijvoorbeeld met van die dingetjes tussen streepjes:

Dit pictogram geef – heel verrassend – aan waar handige tips staan…(p. 4)

Dat heet dan – heel hip – storytelling (p. 7)

De beoogde lezer is vast jong, denk ik dan, maar Van Haaren zelf is van mijn leeftijd. 

Nou goed, dat is ook een kwestie van smaak, en kennelijk is en blijft er markt voor dit soort boeken, zeker uit de Dummies-serie én hip. Het punt van de onduidelijke lezer vind ik ernstiger. Ik zou niet weten wie er met dit boek echt geholpen is.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Boek # 8 vond ik niet zo goed

Louise Cornelis Geplaatst op 3 augustus 2017 door LHcornelis2 augustus 2017  

Cover boekIk heb in mijn zomerserie boeken tot nu toe zeven boeken besproken die ik allemaal goed vond en met plezier helemaal gelezen heb. Boek nummer 8 gaat net als nummer 7 over creatief schrijven, maar ik kwam er niet doorheen,, ik vond het helemaal niks. Het is Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent. Een atypische schrijfgids van DBC Pierre.

Net als het boek van Hemmerechts (de vorige leestip) is dit geen standaard schrijfhandboek, zoals ook al uit de ondertitel blijkt. Eigenlijk ratelt Pierre maar een beetje door over schrijven en over zijn eigen leven en ervaringen, zonder dat ik er veel samenhang of structuur in kan ontdekken.

Ik vind de associaties ook niet zo interessant. Hier en daar staat er wel een aardig inzicht in of een passage die tot nadenken stemt, maar vaak vind ik ze  quasi-diep – pretentieus. Of misschien ironisch, maar dat weet ik dan niet zeker, en daar houd ik ook al niet van. De concretere schrijfadviezen die ik opviste, vond ik niets nieuws onder de zon.

Er kwam wel een aap voor me uit de mouw toen ik aankwam bij het hoofdstuk over drugs. Pierre is daar een voorstander van: ze bevorderen het creatieve proces. Voor cannabis doet dat. Aha, ja, wat je onder invloed produceert klinkt vaak in je eigen oren briljant, terwijl het voor een ander moeilijk te volgen is en al helemaal niet interessant. Ik begrijp dat Pierre een achtergrond heeft als drugsgebruiker (en oplichter). Tsja, mijn manier is dat niet.

Ik meen ook waar te nemen dat Pierre freewriting-achtige technieken heeft toegepast en/of zich niet zo veel heeft aangetrokken van conventionele schrijf- en leesbaarheidsprincipes. Net zoals bij een boek dat ik een tijd terug besprak, dat van Klinkenborg, heb ik daar moeite mee. Ik moet dan altijd denken aan wat Willem Kloos zei, over de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie (link). Hij had het toen over poëzie. En zelfs dan betwijfel ik of hij gelijk heeft, en of je als dichter niet toch ook een béétje moeite wilt doen om leesbaar te zijn.

Voor een boek over schrijven of welk ander inhoudelijk thema dan ook geldt dat van die leesbaarheid, lezergerichtheid, wat mij betreft wel. Anders wordt het een soort toevalstreffer of je lezer met je associatieve en vrije stroom mee wil gaan. Dat soort lezers zullen er zeker zijn, bij Pierre zowel als bij Klinkenborg – ik googlede wat en vind in recensies voors en tegens. 

Van mij mag een schrijver een lezer wat meer tegemoet komen. En daar zijn drugs niet voor nodig. Sterker nog: die werken averechts.

 

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Boek # 7 is wél een schrijfboek

Louise Cornelis Geplaatst op 28 juli 2017 door LHcornelis27 juli 2017  

Cover boekIn de vorige zes leestips besprak ik boeken die ik inspirerend vond voor mijn werk, ook al waren het geen schrijfboeken. Vandaag een wél-schrijfboek, zij het niet over zakelijk maar over creatief schrijven: Schrijven, kun je dat leren? van Kristien Hemmerechts.

Ik vond het een erg leuk boek, maar wel een beetje vreemd. Hemmerechts beantwoordt de vraag uit de titel namelijk niet zo heel duidelijk (sommige mensen wel, maar niet iedereen?), het is ook niet echt een leer- of handboek (wat tot nu toe de enige reviewer bij Bol hevig teleurstelde) en er zit nauwelijks een duidelijke structuur in.

Het boek bestaat uit overdenkingen, observaties, citaten, anekdotes uit Hemmerechts’ ervaring als docent creatief schrijven in het Vlaamse hoger onderwijs. Dat gaat associatief en min-of-meer chronologisch (vermoed ik). Het boek geeft een indruk van haar praktijk en dus ook van wat er in haar cursussen aan de orde komt, zonder dat je dat echt als lesplan zou kunnen overnemen of iets dergelijks, of er zelf mee aan de slag zou kunnen. Schrijftips zijn er wel uit te filteren, maar dat filterwerk moet je zelf doen.

Ik heb het dan ook niet zozeer als schrijfadviesboek gelezen, maar als feest van herkenning voor wat betreft schrijfonderwijs geven. Bovendien las ik de stukjes tekstanalyse en de tips die ik tegenkwam met veel instemming, en ik dacht ‘ik zou best wel eens een workshop bij haar willen doen’. Ze lijkt me een leuke en goede docent, betrokken bij haar studenten en met een mooie visie op het vak.

Ik pik er een ’top drie’ uit van zinnen of passages die me bijzonder aanspraken

  1. Iets wat ik ‘mijn’ zakelijke schrijvers ook altijd graag wil bijbrengen (p. 68):

Het is iets wat je als schrijver te weinig beseft: dat de lezer de tekst niet leest met de aandacht waarmee jij hem geschreven hebt.

2. Sterk gevoel van herkenning (en ook wel troostrijk), p. 100:

Het is ontzettend moeilijk om mensen ervan te overtuigen dat een zin niet goed geformuleerd is, want in hun ogen is hij dat wel, anders hadden ze hem niet neergeschreven.

Uh, ja – ik heb bijvoorbeeld wel eens discussies die hakketakkerig dreigen te worden omdat de schrijver niet wil aannemen dat ik niet begrijp wat er staat. De oplossing is om ook anderen feedback te laten geven, iets wat ook Hemmerechts doet. Al gaat het er ook bij haar over dat die vaak lezen op inhoud en misschien spelfouten, maar niet op formuleringen (of structuur, voeg ik eraan toe).

3. Heel mooi geformuleerd, iets wat ook mijn overtuiging is over de relatie tussen schrijven en denken, op p. 142. Daar gaat het over een dagboek-schrijfoefening waarin de studenten zich  nogal op de vlakte hebben gehouden omdat ze hun gedachten liever voor zichzelf houden:

Ik denk niet dat we ergens een zak hebben zitten met intressante gedachten die we te voorschijn zouden kunnen toveren als we dat wilden. Gedachten ontstaan in de formulering.

Dat is overigens ook wat schrijven soms weerbarstig en tijdrovend maakt: je bent nog aan het denken. Het is niet al bestaande inhoud ‘opschrijven’, maar inhoud uitdenken – maken dus!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Boel andere leestips #6: Troost voor adviseurs

Louise Cornelis Geplaatst op 24 juli 2017 door LHcornelis24 juli 2017  

Cover van het boekNog zo’n boek dat ik móest lezen: De imperfecte adviseur, onder redactie van Thijs Homan. Alleen al vanwege de titel, en Homan lees ik graag.

Vormdingetjes lopen als rode draad door dit ‘andere-leestips-thema’ en wat dat betreft is dit ook wel weer een bijzondere. Toen ik het boek uit de verpakking haalde, dacht ik dat het een misdruk was: het had geen rug. Maar dat hoort kennelijk zo: het boek oogt, is imperfect.

Door de ‘open rug’ zie je ook duidelijker dat het een bundel is. Van ‘narratieven‘: verhalen van organisatieadviseurs over iets wat niet goed ging bij hun werk, met een reflectie erop en ook een soort reflectie op de reflectie. Met achteraan nog weer een eindreflectie van Homan.

De narratieven vind ik stuk voor stuk herkenbaar. Het gaat over van die dingen als: al vanaf het begin je opdrachtgever onsympathiek vinden, hoe je in een bijeenkomst voelt dat het niet goed gaat, maar niet weet wat je eraan moet doen (en dat dan – fijn – bij de lunch een paar deelnemers je er nog op aanspreken ook maar die laten je daarna gewoon verder ploeteren), je loyaliteitsconflict tussen degene door wie je bent ingehuurd en de mensen tegenover je in een bijeenkomst, niet op één lijn zitten met je collega en dan uit het project gebonjourd worden. Het is troostrijk om dat eens allemaal zo te lezen – ik ben niet de enige die voor haar gevoel vaak maar wat aanklungelt. En ook vaak het gevoel heeft dat het eigenlijk beter zou moeten.

Uiteindelijk is dat laatste het kernthema van het boek: waarom stellen adviseurs zulke hoge eisen aan zichzelf? Want binnen de kortste keren wordt imperfect mogen zijn ook weer iets hoogs en edels: nou moet je ook nog imperfect zijn, en dat wel even heel goed: perfect met je imperfectie omgaan. Of zelfs imperfect – maar in elk geval moet het.

Waar komt dat toch vandaan, die hoge werkethiek? In de slotbeschouwing stelt Homan dat aan de orde zonder er een eenduidig antwoord op te geven. Dat is er misschien ook niet. Het ‘moet’ in elk geval het meest van onszelf en van elkaar – we praten het elkaar aan.

De reflecties op de narratieven, van de schrijvers ervan, vind ik nogal wisselend van kwaliteit. Een enkele schrijver maakt zich er makkelijk van af met een beroep op de imperfectie van de reflectie. Imperfectie – of gemakzucht? Ik deed eerder een opleiding bij Homan en toen had ik dezelfde twijfel: waar gaat een gezonde flexibele omgang met aanpakken, planningen en voorbereidingen (want het is toch allemaal niet zo maakbaar) over in gemakzucht? 

Andere reflecties zijn wel de moeite waard, zeker als ze de kwetsbaarheid van de adviseur tonen (daarin verschillen ze ook). Regelmatig gaat het over het schrijven zelf, wat dat doet, en wat je er ook niet mee doet – ook schrijven is nooit perfect, geen enkele tekst is perfect:

(…) als wij iets zeggen, opschrijven of aantekenen met de illusie daarmee iets vast te leggen of af te ronden, daaraan altijd iets ontsnapt en dat precies daarin, in wat wij dus niet snappen (zowel letterlijk als figuurlijk), of in wat geen vaste plek heeft, of tussen de regels verdwijnt, de betekenisruimte zit.  (p. 120, Mieke Moor).

Mijn eigen verhaal over het ‘mislukte’ project ‘we gaan hier niet populistisch schrijven’ (te lezen in mijn e-boek), dat ik schreef na diezelfde opleiding, is overigens een vergelijkbaar narratief + reflectie. Voor mij is de eerlijkheid over wat er niet lukt dus niet nieuw. Maar ik merk wel regelmatig dat anderen, zeker jongeren, veel meer het glamourbeeld van adviseren hebben: je komt, je doet iets, en de dingen veranderen in de gewenste richting. Zeker als je een beproefd recept gebruikt – een framework, theorie, werkvorm, benadering die zich al bewezen heeft.

Maar zo werkt het dus vaker niet dan wel. Laten we daar eerlijk over zijn. En dán gaan kijken naar wat we wél kunnen doen. Dit boek kan daartoe inspireren. 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Boel andere leestips #5: Piekschrijven

Louise Cornelis Geplaatst op 18 juli 2017 door LHcornelis23 juli 2017 1

Cover van het boekSoms zijn er van die boeken waar ik niet omheen kan. Die móet ik wel lezen. Kopen zelfs. Zo’n boek is Peak Performance, en het maakte mijn verwachtingen waar.

Het boek was een ‘must’ voor mij omdat het twee bekende en belangrijke domeinen in mijn leven samenbrengt. Steve Magness is hardlooptrainer en zijn boek The science of running vind ik het beste boek over hardlooptraining – maar wel een taaie pil. Brad Stulberg is oud-McKinsey-consultant en tegenwoordig schrijver.

Als klap op de vuurpijl werd vroege intekenaars een extra stuk van Stulberg beloofd over ‘peak performance’ in het schrijven. Ik watertandde! Nou moet dat extra stuk nog komen, dus daar kom ik later nog op terug. Nu over het boek.

De samenvoeging van inzichten, kennis, onderzoeksresultaten en voorbeelden uit de twee verschillende sport en bedrijfsleven/organisaties is interessant en zeldzaam. Kern van wat je moet doen om tot topprestaties te komen is het hanteren van de formule ‘stress + rust = groei’. In de sport is het belang van herstel na een trainingsprikkel weliswaar algemeen bekend, maar het blijkt in de praktijk vaak met de voeten getreden te worden, met de nadruk op afzien en hard werken. In de top van het bedrijfsleven is doorbuffelen helemaal de norm en wordt rust gezien als een vervelende hindernis onderweg naar de top (zo van: jammer dat je af en toe moet slapen). Ook al weten ook daar best veel mensen beter.

Stulberg en Magness bespreken allerlei vormen van rust: door de dag heen, ’s avonds na je werk, slaap, weekends, vakanties. Het gaat over het belang ervan, en over hoe je ze goed invult. Daarbij voegen ze om tot die topprestatie te komen nog twee andere elementen: ‘priming’ (voorwaarden scheppen in je dagelijks leven die topprestaties mogelijk maken) en ‘purpose’: gericht bezig zijn, liefst met een ego-overstijgend belang.

Het boek is toegankelijk geschreven, met veel nadruk op de dingen die je in het dagelijks leven kunt toepassen. Veel voorbeelden ook. Het frappantste daarvan vond ik in het hoofdstuk over priming, waar het gaat over het elimineren van onbelangrijke keuzes en beslissingen uit je leven: zonde van de energie. Als voorbeelden geven de auteurs daar enkele groten der aarde (Marc Zuckerberg en Steve Jobs; Barrack Obama) die altijd hetzelfde aantrekken. Nooit kledingkeuzes hoeven te maken, zodat je meer energie overhoudt voor belangrijkere beslissingen – zet op z’n minst aan tot denken….

Het boek is heel Amerikaans in die zin dat het duidelijk heilig gelooft in de maakbaarheid van succes en van piekprestaties. Het gaat nergens over het belang van aanleg en geluk in het bereiken van de top. Bovendien gaat het wel erg ver in wat er dan allemaal ten dienste zou moeten staan van je topprestatie. Van het gedeelte dat gaat over je sociale contacten werd ik een beetje naar, want over liefde, trouw en vriendschap gaat het daar niet. Ook de mensen om je heen moeten bijdragen aan jouw prestatie. Tsja.

Bovendien geloof ik ook niet zo in alles richten op je prestatie als manier om burnout te voorkomen. Een goede balans tussen stress en rust is daarvoor een noodzakelijke maar nog geen voldoende voorwaarde. Als rust ook gaat ‘moeten’, en als alles in je leven doelgericht moet zijn, dan dreigt volgens mij juist een burnout-bevorderende houdgreep.

Door het geloof in maakbaarheid lijken de auteurs te suggereren dat als je hun recept maar volgt, je wel tot de (inter-)nationale top gaat behoren, net als zijzelf en de mensen met wie ze werken. Niet dat ze dat zeggen of beloven, maar ze ontkrachten het ook nergens. Hun model voor de peak performance is een procesmodel, geen resultaatmodel: het gaat om groei. Dat speekt me aan, maar je piek is dan dus relatief (naar je eigen kunnen) en niet absoluut (bijvoorbeeld: winnen of een record vestigen). Over het verschil tussen proces en resultaat en tussen absolute en relatieve pieken gaat het niet, en dat is een manco, vind ik.

Het boek gaat dus niet over de eventuele schaduwzijden van de weg naar de top. Niet over de ethiek van alles ondergeschikt maken aan jouw succes. Niet bijvoorbeeld over wat ik wel eens heb gehoord over zowel McKinsey als over promovendi: dat er ná de topprestatie (eenmaal weg bij McKinsey respectievelijk gepromoveerd) een heleboel huwelijken strandden. Of over het aantal topsporters dat voor de rest van hun leven schade overhoudt aan de carrière (over de schaduwzijde van topsport gaat het net in het huidige nummer van Sportgericht). Om maar wat te noemen.

Al zullen de auteurs daar wellicht allemaal over zeggen dat die het juist net niet goed gedaan hebben. En misschien is het voor ultieme prestaties inderdaad nodig om de schaduwzijden te negeren of de negatieve consequenties te accepteren. Je moet sowieso niet te veel twijfelen en relativeren natuurlijk, dat kost ook alleen maar energie. Maar zit het leven zo in elkaar?

Het boek is dus een inspirerend doe-boek, maar geen panklaar recept. Het roept bovendien vragen op, en ik hoop dan ook dat deze kruisbestuiving tussen sport en bedrijfsleven een vervolg krijgt. Eén zo’n vraag is of productieve rust voor de geest (in schrijfprocessen bekend als ‘incuberen‘) wel over één kan geschoren kan worden met slapen en fysiek herstel.

Ik heb het nu een dag of tien uit en in die tijd al twee mensen aangeraden rust te nemen toen ik ze hoorde praten over vast zitten met schrijven en met vermoeidheid. Het is er tenslotte ook de tijd van het jaar voor!  

 

PS Ik schreef dit stuk vorige week al, en dankzij een stukje van Ykje Vriesinga in de NRC van afgelopen woensdag heb ik sindsdien geleerd dat er een vergelijkbaar boek is: Altijd Scherp van Jim Loehr en Tony Schwarz. Dat zet ik op mijn verlanglijst.

 

Geplaatst in Leestips | 1 reactie

Boel andere leestips #4: lezersgeluk

Louise Cornelis Geplaatst op 14 juli 2017 door LHcornelis14 juli 2017  

In mijn tweede tip van deze serie had ik het ook al over de vorm die het boek voor mij aantrekkelijk maakt, en dat geldt ook voor #4: Geluk 2.0 The World Book of Happiness.

Dat begint al aan de voorkant: die spiegelt. Je ziet dus jezelf als je het boek oppakt (niet goed te zien op het plaatje hiernaast). Verder oogt het boek meteen aantrekkelijk: met veel foto’s, luchtig, en een fraaie en functionele lay-out, met onder andere vetgedrukte kernboodschappen.

Als je ietsje beter kijkt, blijkt het ook nog eens heel toegankelijk. Elk hoofdstuk begint met een introductie en eindigt met een samenvatting van de belangrijkste punten, ‘de sleutels’. De hoofdstukken zijn niet veel langer dan een pagina of vier en ze zijn ook nog voorzien van paragrafen en heldere alinea’s.

En dat is allemaal misschien nog niet eens zo bijzonder, ware het niet dat het gaat om serieuze kost. In het boek komen een heleboel deskundigen op het gebied van geluk aan het woord – elk één zo’n hoofdstuk lang. Die deskundigen, ‘100 geluksprofessoren’, zijn vooral wetenschappers, die vertellen over hun eigen onderzoek. En dat vind ik een huzarenstukje: wetenschappelijke onderzoeksresultaten zó toegankelijk maken.

Dat komt op het conto van de samensteller, hoofdredacteur Leo Bormans. Die verzamelde al deze recente onderzoeksresultaten uit het vakgebied van de positieve psychologie en bundelde ze tot dit boek. En dat is dus meer dan een simpel zelfhulpboek, al kun je het zeker ook wel gebruiken om aan je eigen geluk te werken.

Het enige wat er wat mij betreft aan leesbaarheid op is af te dingen is dat het boek zich op den duur nogal gaat herhalen. Geluksonderzoek komt in grote lijnen vaak op hetzelfde neer, en na ongeveer de helft zijn er nog maar weinig bijdragen die echt anders zijn en dus iets nieuws toevoegen. Die zijn dan ook wel weer de moeite waard, maar de krenten zitten dus in een steeds dunnere pap. Al blijft het ook nog wel aardig om ongeveer hetzelfde in steeds andere bewoordingen terug te zien. En ach, zo’n hoofdstuk is nooit lang en al helemaal niet langdradig.

Nouja, en dan ben je dus aan het eind van het boek ‘bijgepraat’ over de positieve psychologie en het geluk. De sleutels? Nouja, dat verschilt dus per auteur in de bewoordingen. Ik vond qua vorm de mooiste versie op p. 349, in de bijdrage van Mark Williamson, met een acroniem:

Giving: doe iets voor anderen
Relating: maak contact met mensen
Exercising: zorg goed voor je lichaam
Awareness: leef je leven bewust
Trying out: blijf nieuwe dingen leren

Direction: stel doelen om naar uit te kijken
Resilience: vind manieren om terug te veren
Emotions: kies een positieve benadering
Acceptance: wees op je gemakt met wie je bent
Meaning: maak deel uit van iets groters.

Ik werd als lezer in elk geval gelukkig van dit boek!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Boel andere leestips #3: stilistisch genot

Louise Cornelis Geplaatst op 11 juli 2017 door LHcornelis29 juni 2017  

Het derde ‘andere boek’ (zie deel 1 en deel 2) sluit aan bij iets wat ik regelmatig zeg tegen zakelijke schrijvers: dat het helpt om goed te schrijven als je regelmatig goede teksten leest, bij voorkeur literaire. Om een goed gevoel te ontwikkelen voor mooie schrijftaal, als tegengif tegen de droge rapportentaal en het zakelijke jargon.

Ik doe zelf ook mijn best en vandaar dat ik geïnteresseerd was toen ik op Neerlandistiek.nl een lovende recensie las van het nieuwste boek van Kluun, DJ. Ik denk dat ik vooral over de streep getrokken werd door de zin die erin geciteerd werd:

Thor keek erbij alsof hij op het punt stond een dorp te veroveren, de mannen de schedel in te slaan, de vrouwen te verkrachten en alle soep op te eten.

Ik schoot in de lach, en dat ‘stilistisch valt er veel te genieten’ geloofde ik prompt.

En ja, ik weet van Kluuns reputatie: licht amusement, platte kassakrakers. Maar ik vond Komt een vrouw bij de dokter goed geschreven en aangrijpend en ook Haantjes heb ik met plezier gelezen, overigens ook wel omdat ik het milieu waarin het speelt herken: de snelle Amsterdamse communicatiewereld.

Dat laatste is bij DJ niet het geval: ik heb niks met DJ’s en dance-festivals. Maar verder kan ik alleen maar onderschrijven wat vakgenoot Jos Joosten ook al schrijft: het is een bijzonder spel met zijn eigen reputatie, compositorisch zit het boek origineel in elkaar, als een soort Droste-doosje (het boek gaat over het boek), zonder gekunsteld te zijn. Je weet als lezer niet wat waar is en wat niet (literair is het een onbetrouwbare verteller maar ook weet je niet wat er ‘echt’ autobiografisch aan is). Je zit af en toe met kromme tenen omdat de hoofdpersoon er een potje van maakt. Ik heb het ademloos uitgelezen.

Het boek is ook nog eens hartstikke eigentijds voor wat betreft de rol van de nieuwe media en van de hypercommerciëlisering, die het op de hak neemt. En er zijn meer grappige en rake zinnen zoals die van hierboven.  

Kortom: ‘goede boeken’ lezen, dat hoeft echt geen klassieke literatuur te zijn. Kluun is ook helemaal prima!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑