Er is een jaarlijkse wedstrijd voor de ambtenaar die het beste schrijft. De winnaar van 2010 is sinds vorige week bekend: Piet de Nijs van de gemeente Breda. Zie http://www.deoverheidschrijftstukkenbeter.nl/
LHcornelis
Ik erger me wél
Uit recent onderzoek blijkt dat mensen zich steeds minder ergeren aan d/t-fouten, zo staat te lezen in Onze Taal en in De Volkskrant. Nou, ik erger me er wél aan, en ik kan ook uitleggen waarom: omdat ik ze stom vind. Een groot deel van onze spelling is niet logisch en alleen maar een kwestie van het toevallig weten, het goede woordbeeld te pakken hebben. Maar nou net de d/t-regels, die zijn zo logisch als wat, die zijn dus hartstikke leerbaar. Je hoeft er maar een heel klein beetje voor te kunnen ontleden, of zelfs dat niet eens: een vorm van ‘lopen’ invullen doet het meestal ook al.
Dat je niet weet hoe je przewalskipaard schrijft of vicieuze (van die cirkel), daar kan ik mee leven. Nog veel beter kan ik leven met variatie op het gebied van de rare kronkels in de spellingsregels. Ik zal het accent op appèl blijven zetten ook al mag dat niet meer, ik weet zelf niet eens of het nou re-integratie of reïntegratie is en het zal me wordt wezen; ik erger me niet aan pannenkoek. Maar dat betekent en betekend verwarren, of zelfs hij krijgd en wat dat betrefd schrijfven… nee!
Maar ik begrijp: ik vecht tegen een bierkaai.
Argumentatietheorie in de praktijk
Een mooi voorbeeld van een argumentatieve analyse is het artikel ‘Ieders waarheid, een geconstrueerde waarheid’ . Het gaat erover hoe makkelijk Alberto Contador tot dopingzondaar werd uitgeroepen toen er 0,00000000005 gram per milliliter clenbuterol tijdens de Tour de France in zijn bloed werd aangetroffen. Schrijver Bram Brouwer laat zien hoe vervolgens de drogredenen/valse beschuldigingen over elkaar heen buitelden.
Een mooi voorbeeld van kritische argumentatieve analyse in de praktijk – al laat dit artikel ook wel zien dat je naast kennis van argumentatie ook veel vakkennis nodig hebt om je goed te kunnen verweren.
Congo
Vandaag begonnen in Congo. Een geschiedenis van David van Reybrouck, het boek dat de AKO Literatuurprijs en de Libris Geschiedenisprijs won, en dat mij daarvoor al was aangeraden. Ik ben meteen enthousiast.
Op p. 24 leer ik een nieuw woord voor ‘Nederlands’: Kiflama. Ki- is het voorvoegsel voor talen in de Bantoe-talen die in Congo gesproken worden (te vergelijken met onze ‘s’ die de naam van het land verandert in een taal; Bantoe-talen zetten zoiets er alleen voor, wij erachter). Flama is het woord voor Vlamingen, met wie de Congolezen bekend waren vanwege de Belgische kolonisatie.
Een paar pagina’s verder (p. 26) stuit ik op een zin die ik heel mooi vind, zowel van vorm als van inhoud:
Er bestaat een kwalijke tendens om de geschiedenis van Congo te laten aanvangen met de komst van Stanley in de jaren 1870, alsof de inwonders van Centraal-Afrika treurig rondwaarden in een eeuwig, onveranderlijk heden en de doorreis van een blanke moesten afwachten alvorens ze bevrijd werden uit de wolfsklem van hun voorhistorische lamlendigheid.
Aah, zo te kunnen schrijven… Want daarom lees ik dit soort boeken graag. Nouja, in dit geval interesseert het onderwerp me ook en ben ik benieuwd naar de visie van de auteur – maar goede boeken lezen is een must voor iedereen die zijn/haar eigen schrijven serieus neemt. En gelukkig is het ook erg fijn – ik heb in dit boek nog bijna 600 pagina’s te gaan!
Taalergernissen van het jaar
Het is weer december en dus begint het terugblikken op 2010. Op http://irritantstewoord.nl/ staat de verkiezing van de grootste taalergernis van het jaar: me moeder. Vind ik ook ergerlijk, ja, maar het is geen taal- maar een spellingsergernis. En dat vind ik iets heel anders. Eerlijk gezegd vind ik dan hij krijgd en wat dat betrefd nog veel erger – dat doet nog meer pijn aan mijn ogen. Al dit soort spelfouten zie ik vooral op internetfora – en al jaren, niet alleen in 2010.
Hun hebben, wel een echt taalverschijnsel, maar ook niet bepaald nieuw, eindigde nipt op 2, en daarvan denk ik altijd: ik wed dat een groot aantal van de 1657 stemmers dat wél zelf ook zeggen. Het is al zó ingeburgerd immers. Ik erger me er eigenlijk helemaal niet meer aan, vind het wel een interessante taalverandering, en hoor het mezelf ook zeggen.
Mijn grootste taalergernis van het jaar beschreef ik al in oktober. Mijn nummer 2: het tot een gewoon zelfstandig naamwoord worden van majesteit. Hare majesteit (dus het woord gebruikt als aanspreekvorm) zie ik bijna nooit meer, de majesteit des te vaker. Majesteit wordt dan op dezelfde manier gebruikt als koningin, en dat vind ik jammer – koningin is een prima woord. Het veranderen van majesteit werd halverwege de jaren negentig al beschreven, ik zou benieuwd zijn naar de nieuwe getallen. De majesteit is mij nog in geen enkel jaar zo sterk opgevallen als in 2010.
Maar ach, al dat geërger, het is allemaal heel willekeurig. Echt heel druk kan ik me er niet over maken. Maar me moeder zal ik echt nooit schrijven. Ik heb gelukkig nog fatsoenlijk leren spellen.
Debatteerboekje
Net uit: een heel beknopt en daarom wel aardig boekje over debatteren: Debatteren. Overtuigend argumenteren over beleid van Josje Kuenen, uitgeverij deGraaff.
Twitter als klaagmuur
Een oud-klasgenoot van mij blogde gisteren over het verschijnsel dat je bij een klacht via Twitter meer voet aan de grond krijgt bij een bedrijf dan op andere manieren: Twitter als klaagmuur. Ik heb zelf ook al gemerkt dat ik een keer heel snel een reactie had na een Twitter-verzuchting over een bank. Men noemt dat reageren op de sociale media ‘luisteren’, met de ‘Chief Listening Officer’ als aanjager. Goed dat dat gebeurt – maar waarom niet gewoon reageren op brieven, telefoontjes en dergelijke? Nou goed, daar is Youp van ’t Hek mee bezig…
Verkeerde-spatie-wedstrijd
Altijd leuk: kies de slechtst geschreven samenstelling (‘samen stelling’) van 2010: http://www.spatiegebruik.nl/despatievan2010.html
Woorden zeggen iets over je gedrag
Ik wilde net vandaag hier een stukje schrijven over een opmerkelijk artikel in Psychologie Magazine van deze maand, maar Tekstblog heeft dat net al prima gedaan, dus ik volsta met een link: http://www.tekstblog.nl/gedrag-voorspellen-op-basis-van-woordgebruik/
Voortgang
Zoals ik laatst al aankondigde, is er niet echt inhoudelijk nieuws te melden over het piramideprincipe-onderzoekscollege: de studenten zijn bezig met hun onderzoek, en de laatste college gingen over methodologische kwesties die voor de praktijk maar van heel indirect belang zijn.
De studenten werken in kleine groepjes of alleen, en de aard van de onderzoeken verschilt nogal. Dat betekent dat ik me op dit moment ook ongeveer tegelijk bemoei met de formulering van vragen op een vragenlijst van groepje 1, de experimentele teksten van groepje 2, een lastig inhoudelijk punt dat groepje 3 mailde, het zoeken van proefpersonen voor groepje 4, het voorbereiden van een college over interviewen als onderzoeksmethode voor groepjes 5 en 6, een concept-tekstje lezen voor groepje 7, enzovoort, enzovoort.
Het voelt een beetje als zo’n jongleur die een heleboel bordjes tegelijk in de lucht probeert te houden door te draaien aan de stokjes waar de borden op staan. Maar ik klaag niet, hoor: het is hartstikke leuk! En inmiddels ben ik erg benieuwd naar de resultaten – maar dat gaat nog even duren. Wordt vervolgd!
