Is de wal het schip aan het keren? Schrijven moet al decennia lang korter-korter-korter. Maar ineens duiken er pleidooien op voor langer, zoals bijvoorbeeld eerder deze week in Adformatie. Opmerkelijk! Van mij mag lang trouwens zeker ook wel, hoor. Als het maar goed geschreven is: sterke inhoud, goed gestructureerd en geformuleerd. Lang mag geen doel op zich zijn. Maar kort ook niet. Althans, als je iets meer wilt doen dan het schrijven van een tweet…
LHcornelis
Dyslectische ondernemers
Het schijnt dat veel succesvolle ondernemers dyslectisch zijn. Naar dat verschijnsel en aanverwante zaken is onderzoek gedaan en de resultaten daarvan worden binnenkort gepresenteerd op een symposium. Niet dat ik de doelgroep ben, maar ik geef het graag door!
Kort schrijven: bonsai of tuinman
Het is ook nogal opzichtige promotie, maar als je daardoorheen leest, staat er op SchrijvenOnline een mooie metafoor voor kort schrijven: je kunt dat doen als bonsaiboomkweker (meteen kort) of als tuinman (eerste lang schrijven, daarna snoeien: inkorten). Voor dat snoeien staan er vijf tips.
Zeer herkenbaar dat je van oefening bonsaimeester kunt worden: toen ik begon met columns van 500 woorden schrijven voor Fiets, waren ze steeds te lang. Ik doe dat nu al jaren, en nu zijn ze in het begin vaak te kort – misschien een gevolg van nog kortere columns schrijven voor Oase?
Maar ik pas ook nog regelmatig het snoeien toe, en kan me erover verbazen dat ik dan met gemak 10 % weghaal zonder ook maar iets op de inhoud in te hoeven leveren.
De bron van het stukje is trouwens KiezelBlog en daar staan wel meer leuke dingen op – ik kwam er mezelf zelfs nog op tegen!
Schrijven is goed voor je
Een onderwerp waaraan ik graag af en toe aandacht besteed op dit blog is de relatie tussen schrijven en je psychische gezondheid. Dat is kennelijk weer een beetje actueel, want in Opzij van deze maand staat een artikel over het gunstige effect van autobiografisch schrijven, en net publiceert SchrijvenOnline een overzicht van onderzoek naar de relatie – die er dus wel degelijk is, in positieve zin. Een paar minuten schrijven scheelt al!
Werken met een tekstschrijver
Voor wie er wel eens opdrachten verstrekt aan een tekstschrijver: enkele tips voor de briefing. Via @Tekstblad en @cvetekst
Grappig verbodsbord
Kleine observatie van afgelopen weekend, fietsend over de Grevelingendam. Daar staat een bord met:
Verboden te overnachten en te kite-skaten
(Of zoiets – ik weet het niet 100 % letterlijk meer). Grappig – ik ervaar dat als ’taalbotsing’ en dat zit hem misschien een beetje in het Engels aan het eind van zo’n gewoon zinnetje, maar vooral in het contrast in alledaagsheid, volgens mij. Overnachten is iets wat iedereen elke nacht doet (of bijna dan); bij kite-skaten kan ik me net wel iets voorstellen, maar ik heb het nog nooit gezien, laat staan gedaan. Als het is wat ik me voorstel, snap ik ook wel dat het niet mag tussen het andere verkeer op die dam…
Onmisbare websites
Net voor een opdrachtgever op een rijtje gezet welke online hulpmiddelen er zijn voor de schrijvende professional. Volgens mij zijn deze onmisbaar:
– Het ‘Groene boekje’ online: de officiële woordenlijst, nodig om goed te kunnen spellen.
– Taaladvies uit goede en betrouwbare hoek, bijvoorbeeld van Onze Taal of van de Taalunie (naar keuze, dus neus rond en kijk welke je het beste bevalt, of kijk bij de andere als je iets bij de een niet kunt vinden).
Graag zou ik hier ook nog een link zetten naar een goed woordenboek online. Van Dale is de autoriteit op dat gebied, maar die is slechts ten dele online te raaplegen (hier). Dus dat is iets om ouderwets in de kast te hebben staan.
Werkwoordspelling voor volwassenen
Het 80/20-principte houdt (onder meer) in dat je met 20 % van de moeite 80 % van het resultaat bereikt. Voor de resterende 20 % zou je 80 % meer moeite moeten doen, en als je iets doet volgens het 80/20-principe, laat je dat dus zitten, want een 8 is goed genoeg; het hoeft geen 10 te zijn.
Hier komt-ie dan: de d’s en de t’s volgens het 80/20-principe, en voor volwassenen – die dus ooit wel eens wat erover gehad hebben, die beschikken over een spellingschecker, en die een beetje naar zichzelf kunnen luisteren. Het gaat in twee stappen, en de tweede stap heeft vier mogelijkheden. Je hoeft er niet voor te kunnen ontleden, en vergeet het Kofschip of het Fokschaap!
Stappen:
1. Gebruik de spellingchecker! Die haalt heel veel fouten er vanzelf voor je uit.
2. Blijft over: de dubbelvormen: wordt/word, bekend/bekent, gebeurt/gebeurt, rusten/rustten. De truc daarvoor: vul een vorm van het werkwoord ‘lopen’ in op de probleemplek, daaraan kun je horen wat je moet spellen:
– Hoor je ‘loop’? Dan géén t (word).
– Hoor je ‘loopt’? Dan wél een t erachter (wordt, bekent)
– Hoor je ‘gelopen’? Maak dan de vorm langer en je hoort of het een d of t moet zijn (bekend, want je hoort een d als je bekende zegt)
– Hoor je ‘liep’ of ‘liepen’ ofzoiets – verleden tijd? Dan verdubbelt de letter: rustten, rustte (maar alleen als dat kan, hè, dus niet bij bijvoorbeeld hieldden ofzoiets – maar dat is spellingcheckerwerk). Let op: soms verdubbelen er zelfs twee: haten/haatten.
Voorbeelden, van elk één:
– Word/wordt je daar niet moe van? –> loop je daar niet moe van –> geen t, dus word ook zonder t
– Word/wordt je broer daar niet moe van? –> loopt je broer daar niet moe van –> wel een t, dus achter word ook: wordt
– Daar is een ongeluk gebeurd/gebeurt –> Daar is een ongeluk gelopen –> gebeurd, want je hoort een d in het langere gebeurde
– De reizigers wachten/wachtten gisteren lang op de vertraagde trein –> de reizigers liepen gisteren lang op de vertraagde trein –> dus de extra t: wachtten
Nee, dit gaat niet altijd goed. Maar meestal wel. En om die laatste paar goed te krijgen, moet je wel kunnen ontleden, en nog goed ook, en dingen doen met dat vermaledijde Kofschip (alle zwakke volwassen spellers hebben daar een klok horen luiden, maar de klepel…???). Het gaat dan ook nog eens om maar heel weinig echt lastige woorden, waarvan je er vast een deel goed gokt. Met andere woorden: met deze twee stappen ben je een heel eind!
Wil je de puntjes op de i? Dan kan dat via een inzichtelijk schema, beknopte uitleg, de uitleg met tabel van Onze Taal, of je kunt daar (of elders) een cursus volgen.
Nuance
In Taalschrift verscheen eerder deze maand een aardig genuanceerde bijdrage van Hans van Driel over wat ik maar het thema ‘ze kunnen niet meer schrijven tegenwoordig’ noem. Een ‘oudere’ die niet alleen maar klaagt en moppert over spelfouten, maar die de meerwaarde inziet van nieuwe communicatievormen. Nouja, dat gaat nog wel een beetje tandenknarsend, zo vind ik het althans klinken (het liefst zou hij nog steeds die spelfouten corrigeren, volgens mij), maar hij kan wel nieuwe mogelijkheden waarderen, en hij ziet de relatie met veel bredere maatschappelijke veranderingen.
Dat soort thematiek komt ook aan de orde in de bundel Ze kunnen niet meer schrijven tegenwoordig. Ik breng hem dus hierbij graag nog eens onder de aandacht!
Gedachte: misschien is het ook wel simpelweg te veel gevraagd om én e-mails te durven schrijven aan auteurs én Prezi’s te maken voor Ted-talks én filmpjes voor op YouTube te zetten én goed te kunnen spellen. Toen ik studeerde, kon ik alleen dat laatste…
Structuur ervaren
Afgelopen weekend was ik naar Distant Voices, een bijzondere voorstelling met toneel en zang op locatie vanuit het Luxor Theater. We zagen een aantal verschillende dingen rond het thema menselijke stem versus techniek. Het meest doorgeschoten richting techniek was een virtual-reality-show met beeld en geluid, waarin maar een enkele keer een paar echte mensen voorkwamen – die overigens bijzondere interactie hadden met de virtuele werkelijkheid, want ze bezemden bijvoorbeeld geprojecteerde beelden op.
Ik vond het bijzonder en interessant, maar ik voelde me toch niet helemaal op mijn gemak. Ik kon het verhaal niet volgen (ik weet ook niet of dat de bedoeling was) en ik ging op een gegeven ogenblik wat ongemakkelijk zitten schuiven omdat ik geen idee had waar we waren en hoe lang het nog zou gaan duren. Ik voelde me er als het ware in verloren, met onvoldoende houvast. Nou weet ik van mezelf dat ik behoefte heb aan structuur, maar ook weer niet overdreven veel, en ik kan bij kunst ook juist wel een prettige tijdloosheid ervaren. Bij een concert weet je ook niet altijd precies hoe lang het duurt en wat er nog komt, bijvoorbeeld, en dat is geen probleem, eerder lekker.
Eenmaal weer buiten bedacht ik dat het probleem van de structuurloosheid wel eens te maken zou kunnen hebben met het (vrijwel) ontbreken van menselijke uitvoerders. Als mensen aan het zingen, spelen, acteren, muziek maken zijn, wéét je dat de menselijke maat geldt. Zij krijgen een keer honger, dorst, slaap en ze moeten een plasje. Dús zal er een keer een pauze en een eind zijn. Maar een computer kan eindeloos doorgaan. Dat creëert onveiligheid: mijn uithoudingsvermogen zou wel eens beproefd kunnen gaan worden.
Het viel wel mee uiteindelijk natuurlijk – het was, zoals voorspeld, om half 5 afgelopen. Toen was ik een ervaring rijker: de menselijke maat biedt structuur. Zou het kunnen zijn dat de toch al ietsje virtuelere werkelijkheid van Powerpoint daarom ook eerder tot een ervaren structuurgebrek leidt? Het is speculatief, maar ik kan me er wel wat bij voorstellen.
Enne: daarom bestaat kunst, hè, om je je dit soort dingen af te laten vragen.
