↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

3 X over taal, denken en de werkelijkheid

Louise Cornelis Geplaatst op 11 augustus 2016 door LHcornelis17 augustus 2016  

Ik heb de afgelopen weken drie boeken gelezen (het is midzomerrustig met werk, dus daar maak ik graag tijd voor) die voor mij een duidelijke rode draad bevatten. Die kan ik op twee manieren formuleren:

  1. Pessimistisch: taal houdt ons gevangen in een bepaalde manier van denken over onszelf en de wereld.
  2. Optimistisch: door kritisch te zijn op taal kun je je denken en waarnemen veranderen, verbeteren.

inburgeringscursusOp die pessimistisch-optimistisch-as is Inburgeringscursus voor managers. Waarom managers niet zeggen wat ze bedoelen en doen wat ze niet zeggen van Joop Swieringa het meest pessimistisch. Daarmee bedoel ik niet dat het zwartgallig is, integendeel, maar dat het vooral beschrijft en verklaart en weinig handvatten biedt voor hoe het anders zou kunnen. Vooral de verklaring is wel goed en leerzaam, vind ik. Het boek gaat veel verder dan wat de titel misschien doet vermoeden, namelijk dat het vooral een grappig ‘kijk eens hoe raar ze praten’-beeld van managers schetst.

Het boek laat zien hoe zeer mensen in organisaties bepaald worden door het verhulde hiërarchische machine- en machtsdenken waarvan managementjargon het talige symptoom is. Dat is de wereld waarin het werkwoord communiceren van betekenis is veranderd (‘vervormd’) waardoor het voorzetsel erbij niet langer met is, maar naar. Met het jargon als aanknopingspunt levert Swieringa zo stevige en rake kritiek op organisaties. Daarom is het ook niet alleen maar somber: Swieringa gelooft wel degelijk dat organisaties menselijker kunnen en dat gewone-mensentaal daar een instrument toe biedt. Maar heel praktisch wordt hij verder niet.

Juist wel heel praktisch is Denkadviseren. Over de relaties tussen de taal, het denken en de problemen van mensen in organisaties van Edu Feltman e.a. CoverDat is dan ook het meest optimistische van de drie: het boek wil een heel nieuwe manier van adviseren presenteren. De adviseur geeft dan geen kant-en-klare oplossingen, maar helpt de cliënt uit diens vaste denkkaders te komen. Overeenkomst met het vorige boek is dat managementjargon één van de ingang is tot anders denken, namelijk door het te bevragen. De rol van de adviseur is goed luisteren en oprecht nieuwsgierig zijn naar wat iemand die communiceren naar zegt werkelijk bedoelt.

Maar dat is maar één van de vele mogelijkheden tot ’taalspel’ dat de geadviseerde uit zijn vaste denkkaders haalt. Een aardig ander idee vond ik bijvoorbeeld dat mensen in het formuleren van een probleem ook altijd impliciet een ideaal formuleren. In een voorbeeld (p. 122/123) vertelt een moeder met een opvoedingsprobleem dat ze het wel leuk wil houden. Dan is ‘leuk’ kennelijk een ideaal. Hoe realistisch is dat, en niet-leuk is toch ook iets wat een kind moet leren?

Overigens doen dat soort voorbeelden en ook de sterke aandacht voor het praten over het hier-en-nu in plaats van over het daar-en-toen (wat de auteurs met een aardig woord ook wel ‘rondleidingen’ noemen) mij denken aan methodes uit de humanistische therapie (Gestalt, ACT). Die worden echter niet als inspiratiebron genoemd. Misschien is het  mede daardoor dat ik Denkadviseren als inspirerend, interessant en nuttig ervaar, maar zeker niet als revolutionair nieuw. De auteurs schetsen mijns inziens een karikatuur van ‘gewoon’ adviseren (panklare oplossingen geven, meestal meer van hetzelfde), waartegen hun methode scherp afsteekt.

letopjewoordenHet derde boek, Let op je woorden. Politiek, taal en strijd van Jan Blommaert, zit tussen de andere twee in qua optimisme. Het wijkt ervan af omdat het niet zozeer over organisaties gaat, maar over politiek en maatschappelijke kwesties. De overeenkomst is wel dat ook dit boek laat zien hoe dominant een bepaald algemeen geaccepteerd ‘frame‘ is. Binnen organisaties is het dus het hiërarchische machinemodel; in de maatschappij is het het centraal stellen van het wel en wee van private ondernemingen. Daardoor kan iemand serieus zeggen dat het beter zal gaan met een land als de lonen gekort worden en het OV duurder (Yves Leterme in zijn tijd bij de OESO, over België, p. 49). En is iemand die zich de pleuris werkt in het huishouden en als vrijwilliger en die daarbij ook nog flink consumeert toch ‘niet-productief’ en daarmee een probleem. 

Net als bij de Inburgeringscursus gaat het over het de vervorming van woorden, in dit geval vooral de beperkte betekenis die woorden soms krijgen. Iemand is tegenwoordig bijvoorbeeld alleen ‘geradicaliseerd’ en een ’terrorist’ als hij een Islamitische achtergrond heeft, zodat we dat vijandsbeeld er goed ingepeperd krijgen. En wiens crisis is de vluchtelingencrisis eigenlijk?

Blommaert schudt wakker, en dat is wat alle drie deze boeken bij mij doen. Ik neem me voor zelf ook kritischer te worden op de vanzelfsprekendheden in het dominante discours. Waar dingen vooruit móeten gaan, terwijl veel mensen er ongelukkig van worden (interessante verhandeling daarover op het eind van Denkadviseren). Want ook dat is een rode draad: er is veel ‘gedoe’, in organisaties en in de wereld. De meeste oplossingen voor al dat gedoe is: meer van hetzelfde. Meer macht, meer beheersing, meer controle, meer ‘veiligheid’. Gaat dat echt helpen? Dat is zeker iets op kritisch op te zijn.

 

 

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Stoelendans

Louise Cornelis Geplaatst op 8 augustus 2016 door LHcornelis8 augustus 2016  

In de huidige editie van Schrijven Magazine (nr. 4) staat een column van Judith Visser over de stoelendans bij uitgeverijen. Eerste zin: ‘Nergens wordt er zoveel gewisseld als in uitgeefland’. Ze doet daarover haar beklag: ben je net intensief bezig met je manuscript, vertrekt iedereen die daarbij betrokken is, en dan moet je helemaal overnieuw beginnen of de nieuwe mensen zien er niet eens iets in.

Visser heeft het over literaire uitgeverijen, maar ik vind het toch heel herkenbaar vanuit mijn ervaringen met mijn vakboeken, vooral dit stukje:

Bijna elke gepubliceerde auteur krijgt minstens één keer per jaar een e-mail met daarin het bericht dat er ‘dingen gaan veranderen’. Dat er personeel weggaat, er een overname komt, een fusie, een ander bestuur, ene rigoreuze reorganisatie.

Ik kreeg laatst weer eens zo’n brief van één van m’n uitgeverijen. Ik kon ‘m niet eens volgen, de in de tekst beschreven stoelendans van namen en functies. Ik weet niet of het echt zo veel erger is dan in andere branches; ook bij mijn opdrachtgevers ben ik soms verbaasd hoe zeer er gestoelendanst wordt. Maar het is zeker zo dat het bij uitgeverijen schering en inslag is.

Visser geeft toe het lastig te vinden om met die veranderingen om te gaan: ze heeft graag een hechte band met degenen aan wie ze haar werk toevertrouwt. Ik heb dat al gauw afgeleerd, moet ik bekennen: ik wist al gauw beter dan me te hechten. Misschien is dat makkelijker met een vakboek dan met een roman?

 

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Psychologische fout

Louise Cornelis Geplaatst op 4 augustus 2016 door LHcornelis4 augustus 2016  

De DWDD summerschool over taalfouten gezien, met Paulien Cornelisse? Ik vond ‘m sowieso leuk en goed, en ik heb er al een paar keer aan moeten terugdenken vanwege Cornelisses introductie van de ‘psychologische fout’ (vanaf 21’40): dat je jezelf iets hoort zeggen wat op zich niet fout is, maar waarvan je denkt: ‘dit past niet bij het soort mens dat ik ben’ – en dat je er dan achterkomt dat je zo misschien dus juist wél bent, maar het nog ontkent!

Volgens Cornelisse zouden maar weinig mensen begrijpen waar ze het over had, maar ik vond het juist heel herkenbaar. Ik heb het vooral met managementjargon. Ik wil helemaal niet zo praten, maar dan floept er ineens uitrollen uit mijn mond. Ik zei het laatst tegen iemand aan de telefoon, gelukkig kon die niet zien dat ik er ook meteen maar een vies gezicht bij trok! Tsja, ik zit dus duidelijk nog in de ontkenning…

 

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Verplichte kost voor piramidemensen

Louise Cornelis Geplaatst op 1 augustus 2016 door LHcornelis1 augustus 2016  

Een ongeschreven code. Ontdekking van een taalinstinct is een opmerkelijk boekje. Ik vind het een mustread voor iedereen die met het piramideprincipe werkt. Ter inspiratie – schrijver Jeroen Ottengebruikt het geweldig. En toch ben ik het er fundamenteel mee oneens. Ik leg het uit.

Het boek is een chronologisch verslag van Ottens ontdekkingsreis. De ontdekking die hij doet, noemt hij het taalinstinct, in een andere betekenis dan de meer gebruikelijke van Pinker: het is het vermogen om ‘de logica en eenvoud van de werkelijkheid in woorden [te] vangen’ (p. 9). Daarmee zou je over alle onderwerpen ter wereld glasheldere boeken kunnen schrijven.

In die ontdekkingstocht ongeschrevencodeis het piramideprincipe de tweede stap. Otten is er eerst enthousiast over, maar vindt het later oppervlakkig (p. 17):

Zij zorgt weliswaar voor logische samenhang, maar dat betekent niet dat de inhoud correct is. Als je Mein Kampf van Adolf Hitler piramidaal structureert, verandert dat niets aan de inhoud van Hitlers beweringen.

De piramidemethode creëert slechts logische samenhang in wat de schrijver te zeggen heeft. Er ligt iets veel groters onder: een code in taal die blootlegt wat de werkelijkheid te zeggen heeft. 

Dat eerste, daar kan ik nog wel in meegaan, maar het tweede zie ik totaal anders. Daarover verderop meer.

In de derde stap ontdekt Otten hoe simpel categoriseren is. Dat in Amsterdam – Brillenkoker – Den Haag – Maastricht – Rotterdam – Utrecht brillenkoker niet thuis hoort (p. 19), dat wéét je, daar hoef je niet je best voor te doen. Dat is instinctief, zo zegt Otten, en de samenhang waarop dat instinct berust is in de werkelijkheid aanwezig, als code.

Die gedachte werkt hij verder uit, door kenmerken van categoriseringen te geven die mij doen denken aan de regels voor groupings van het piramideprincipe. In stap 4 geeft hij toepassingen, en ook dat is volgens mij gewoon puur piramide. Otten geeft van bestaande boeken en onderwerpen de logische structuur. Dat kan hij, maar dat kan volgens hem iedereen, als je maar onder andere geduld hebt en bereid bent je eigen mening los te laten.

Otten durft wel, met dat herordenen. Hij pakt een bestseller aan als Dit kan niet waar zijn, hij zegt hoe het in de politiek moet (p. 45):

Politici zouden alle feiten uit alle politieke richtingen in kaart moeten brengen, ordenen, logische conclusies moeten trekken en daar in rustig overleg consequenties aan moeten verbinden.

Hij herordent de DSM, lost het ‘laatste grote mysterie in de menswetenschappen’ op (p. 56), geeft een aanzet tot het antwoord op de vraag of God bestaat en tot het doorgronden van de essentie van het menselijk bestaan, een ’theorie van alles’ (p. 63).

Het boekje (69 pagina’s) eindigt met een overzicht van tips die een prima uitleg zijn van het piramideprincipe, al presenteert Otten het als meer dan dat, het ‘blootleggen van de code’.

Het fundamentele punt waarmee ik het oneens ben, en waarom ik dus ook denk dat dit allemaal helemaal niet zo veel meer is dan het piramideprincipe, dat zit hem in het tweede deel van het eerste citaat van hierboven:

De piramidemethode creëert slechts logische samenhang in wat de schrijver te zeggen heeft. Er ligt iets veel groters onder: een code in taal die blootlegt wat de werkelijkheid te zeggen heeft. 

In mijn visie is die ordening juist niet in de werkelijkheid gegeven. Laat ik beginnen met twee simpele voorbeelden:

  • Zijn tomaten groente of fruit? Tomaten groeien als fruit, maar we eten ze als groente. Daar is ooit een rechter aan te pas gekomen, want het maakte economisch uit (bepaalde heffingen ofzo). Dat laat meteen zien dat wat ‘logica’ is, ook met allerlei belangen te maken heeft.
  • In een eigen voorbeeld van Otten, op p. 25, herordent hij een warrige structuur van oorzaken voor ziektes (denk ik – zijn voorbeelden zijn vaak te onvolledig om goed te kunnen beoordelen, het boek had wat langer mogen zijn), met twee kapstokken: lichamelijke en psychische oorzaken. Maar het onderscheid tussen lichaam en geest staat onder discussie (gebroken been, okee, maar lage rugpijn, depressie, chronisch vermoeidheidssyndroon?), en is sowieso een ‘erfenis’ van het Cartesiaanse denken, typische voor de Westerse verlichting en dus tijds- en cultuurafhankelijk. Die tweedeling is niet ‘de’ werkelijkheid, maar een theorie, een verhaal. Om het maar even scherp te zeggen: echte feiten zijn er buiten de natuurwetenschappen niet. Althans, dat geloof ik. Ik ben duidelijk veel minder positivisitisch dan Otten. 

Categorieën zijn dus volgens mij niet in de werkelijkheid aanwezig, maar afhankelijk van mensen. Ik bevind me wat dat betreft in goed gezelschap, bijvoorbeeld van George Lakoff. De categorie die de titel vormt van zijn boek Women, fire and dangerous things is voor een bepaald volk knetter-logisch. Het hele punt van het boek is dat categoriseren afhankelijk is van onze geest, onze ervaring met de werkelijkheid, onze waarneming met onze (beperkte) zintuigen.

En zo is dus een logische structuur altijd afhankelijk van de maker ervan. Juist wel de samenhang van de schrijver (hopelijk wel gericht op de belangen van de lezer), niks werkelijkheid. Objectiviteit bestaat niet, het beste wat je kunt bereiken is intersubjectiviteit: met een aantal mensen bepalen hoe het. Het pirdamideprincipe leent zich bij uitstek voor dat samen nadenken. En dan kom je dus op een antwoord dat altijd relatief is, nooit absoluut. Het is afhankelijk van de hoofden van de meedenkers, hun per definitie beperkte kennis, hun eigen denkstrategieën.

Het is nooit af, de zoektocht naar antwoorden. Sowieso niet, maar die naar het bestaan van God en de essentie van het leven al helemaal niet. Gelukkig maar.

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

De links

Louise Cornelis Geplaatst op 29 juli 2016 door LHcornelis25 juli 2016  

… en het is weer eens tijd voor het overzicht aan interessante links van de laatste tijd, weer van alles wat en met dank aan de twitterende vakgenoten vooral:

  • ‘Je hoeft geen nieuws te hebben om in het nieuws te komen’ schrijft college Jeanine Mies op haar Persberichtenblog. Hoe doe je het dan wel? Door een ‘haakje’ te vinden!
  • Aankondiging van de schrijfwedstrijd voor ambtenaren: wie schrijft de beste burgerbrief?
  • Een aardig artikel over hoe je juristen beter kunt leren schrijven. ‘Aardig’, zeg ik, want het bevat weliswaar nuttige tips maar in mijn ervaring is het eerste punt, ‘acknowledge that you can improve’, nogal weerbarstig, en dan houdt het op. Daar komt ook ‘willen’ bij. Ik heb een jurist ooit eens horen zeggen, na reacties van verbazing en onbegrip van zijn lezers: ‘Maar juristen schrijven al meer dan honderd jaar zo’. Hij vond dat een argument om het vooral zo te blijven doen!
  • Aankondiging van een interessant proefschrift waarin wordt aangetoond dat kinderen een tekst beter begrijpen als ze tijdens het lezen een ‘filmpje’ maken in hun hoofd (‘innerlijke voorstelling’). Ik herken dat, of althans, ik weet van mezelf dat ik al mijn hele leven eigenlijk film kijk in mijn eigen hoofd als ik lees. Daarom wil ik van goede boeken de bioscoopfilm niet zien – de film in mijn hoofd is veel beter. Harry Potter bijvoorbeeld, in de film in mijn hoofd is diens omgeving sterk gekleurd door mijn eigen middelbare-school-herinneringen, en Hogwarts/Zweinstein in de film lijkt daar helemaal niet op en vind ik dus niks. En verder denk ik meteen ook: wat zou het interessant zijn om te kijken wat voor filmpje er al dan niet ontstaat bij het lezen door volwassenen, ook van zakelijke teksten! Van het leesonderzoek gebeurt veruit het meeste bij kinderen. Over het lezen van volwassenen weten we nog frappant weinig.
  • Pleidooi voor redigeren om een betere schrijver te worden. Ben ik het mee eens: je wordt zelf een betere schrijver door precies te kijken wat in een andere tekst wel en niet werkt.
  • Ik neem zelf het woord ‘borgen’ niet in de mond als het gaat om een verandering of verbetering (zoals: lezergerichter schrijven) in een organisatie – ik vind het een jeukwoord en volgens mij is het de omgekeerde wereld, want ik ‘borg’ niet een training, ik zie training als middel. Maar als ik de jeuk even opzij zet, is 101 Borgingsmethodes wel een nuttige site!

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Wat heb je aan meer nul?

Louise Cornelis Geplaatst op 26 juli 2016 door LHcornelis25 juli 2016  

Ik fiets regelmatig langs een rare poster achter het raam van een kantoorgebouw in Schiedam:

sizero

Het zit hem vooral in die slogan ‘less size more zero’. In eerste instantie snapte ik die helemaal niet, omdat ik dacht dat deze poster op één bedrijf sloeg. Wat zou een fysiotherapiepraktijk bedoelen met iets met size en zero? Pas toen ik de foto van hierboven maakte en dus dichterbij kwam en er beter naar keek, zag ik dat het om twee bedrijven ging.

Dat is meteen al een interessante, vanuit het oogpunt van schriftelijke communicatie. Ik werd op het verkeerde been gezet doordat er maar één logo en één verdieping wordt gegeven, denk ik, en het paars van Sizero is net wat te subtiel om het visueel’ te onderscheiden van het zwart erboven. Oftewel: de signalen die richting ‘één’ sturen zijn sterker dan die richting ’twee’.

Dan weet ik wel meteen dat Sizero wel iets zal doen met afvallen. Maar dan nog vind ik het een rare slogan. Op de website van het bedrijf (die mijn beschermingssoftware overigens hoogst verdacht vind) zie ik dat de naam slaat op ‘size zero’, met ze dus in twee functies. Dat vind ik te bedacht, en eerlijk gezegd had ik een sterkere associatie met Cicero. En wie wil er ‘maat nul’ of ‘meer nul’ of ‘minder maat meer nul’?

Nou zie ik op de website dat tekst niet bepaald de sterkste kant is van dit bedrijf (‘Wanneer je bij jouw kennismakingsbehandeling niet meer dan 4cm verliest hoef je deze niet te betalen’ – je hoeft die centimeters dus niet te betalen? En in de zin erna introduceren ze een apparaat inzake afslanken – oempf).

Het is dat ik totaal niet geloof in hun product en dat het eruit ziet als een dichtgetimmerde franchise. Anders zou ik de volgende keer aanbellen en mijn diensten aanbieden.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Taal is big business

Louise Cornelis Geplaatst op 22 juli 2016 door LHcornelis21 juli 2016  

CoverWat een apart boek, Taal is business. Taal, de turbo naar economisch succes! van Frieda Steurs. Ik ken geen enkel ander boek met een vergelijkbare inhoud.  Steurs laat de taalsector in de economie zien, de taalindustrie: wat voor taalproducten en -diensten zijn er allemaal, wat voor rol spelen die in de economie en  hoe zou die rol nog groter/beter kunnen zijn?

Over dat laatste: eigenlijk zijn de blunders altijd het leukste, vind ik. Zoals dat Starbucks z’n elders zo populaire gingerbread koffie maar niet verkocht kreeg op de Duitse markt, totdat ze ‘m Lebkuchen-koffie noemden want zo heet dat koekje in het Duits. Of zoals de vertaalfout die Parker maakte waardoor de reclameslogan in Mexico klonk als ‘It won’t leak in your pocket and make you pregnant’. Of de blunder van Puma op de markt van de Verenigde Arabisch Emiraten. Dat land bestond 40 jaar en Puma bracht speciaal een sportschoen op de markt in de kleuren van de nationale vlag. Maar de Arabieren vonden dat respectloze omgang met de vlag: een schoen is iets vuils, waarmee je de grond aanraakt.

Het laatste voorbeeld laat zien dat je ’taal’ best ruim mag zien: het gaat ook om culturele aanpassing. Want dat zijn al die voorbeelden: lokaliseren, het aanpassen van producten aan lokale vereisten. Dat is dus meer dan alleen maar vertalen. Ik vond het hoofdstuk daarover (het derde) veruit het leukste van het hele boek. Het laat zien hoe belangrijk gedegen kennis van een andere cultuur is als je daar iets wilt verkopen. En daar heb je deskundigen voor nodig.

Die deskundigen, daaraan is een tekort, maar meer nog lijkt het hele boek uit te ademen dat ze onvoldoende gewaardeerd worden, onzichtbaar zijn. Het boek lijkt één groot pleidooi voor ‘kijk eens hoe belangrijk ons vak is’. Dat werd mij gaandeweg te veel. Ik werd moe van de vele versterkers: er is niet gewon een kloof, nee, een enorme kloof in informatievoorziening (p. 65) en het is maar liefst een zware opgave om juridische teksten te vertalen (p. 130), enzovoort, enzovoort.

Ook zijn er grafisch dingen gedaan om het boek op te leuken maar die zijn niet allemaal functioneel. Soms is er ineens een stukje tekst als kader gekleurd zonder dat duidelijk is waarom, en er zijn ook visualisaties bij die niets toevoegen. Nouja, en dan trekt er af en toe een zin scheef zoals de eerste op de achterflap:

We merken allemaal in ons dagelijks leven dat de impact van de internationalisering en de wereldhandel ook effect heeft op de communicatie en de wijze waarop nieuwe producten en diensten ons worden aangereikt.

Watte? In combinatie met de ronkende titel en ondertitel (met ook nog een uitroepteken erachter) vind ik dit bijna anti-reclame. Overigens had ik op basis van de ondertitel een wat meer praktisch gericht boek verwacht: hoe zet ik taal in om tot economisch succes te komen? Je kunt wel wat dingen afleiden daarover, maar het is zeker geen boek met praktisch tips. Belangrijkste boodschap eruit lijkt te zijn: onderschat het belang van taal niet.

Daar ben ik het zeker mee eens, maar het hoeft er wat mij betreft dus niet zo dik bovenop te liggen. Wat Steurs te vertellen heeft, was met een meer ‘sec’ benadering meer tot zijn recht gekomen. Meer show-don’t-tell vooral ook: niet roepen hoe enorm, zwaar en belangrijk iets is, maar het zo zichtbaar maken dat de lezer dat zelf gaat voelen. Dat had wellicht ook nog wel wat aardiger gekund met meer uitgewerkte voorbeelden en interviews met professionals in de sector, want steeds dezelfde soort beschrijvingen in dezelfde toon wordt ook wat opsommerig en saai, 12 hoofdstukken lang. Eenmaal over de helft lijkt het allemaal steeds op hetzelfde neer te komen: ja, natuurlijk speelt taal een grote rol  in het recht. En in de medische wereld. En in de IT.

Taal speelt overal een grote rol. Ja, die boodschap is er dus echt wel ingehamerd!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Bijzondere redactieklus

Louise Cornelis Geplaatst op 18 juli 2016 door LHcornelis18 juli 2016  

Het is zo midden in de zomer rustig met mijn gewone werk, en dus kan ik wat achterstallige en bijzondere klussen doen. Zoals het digitaliseren van de notities van mijn opa, die in de jaren dertig en de oorlog dorpsarts was in Barsingerhorn – er is daar zelfs een straat naar hem vernoemd. In de jaren tachtig heeft hij enkele markante herinneringen in de vorm van korte anekdotes opgeschreven, ‘Ontmoetingen in de praktijk’, soms humoristisch, soms serieus

Ik wist daar vagelijk van en trof ze opnieuw aan in de nalatenschap van mijn moeder. Zodoende lagen ze hier al jaren, en nu ben ik ze aan het scannen en bewerken om iets mee te gaan doen. Ik weet nog niet precies wat, ze zijn volgens mij interessant zowel vanuit de medische invalshoek als voor de streek West-Friesland. Ik heb al wat contacten gelegd voor uitgave ervan (en meer is nog welkom, mocht iemand dit lezen en er een idee voor hebben).

Ik vind het geen makkelijke redactieklus, maar wel een interessante. Ik moet van die beslissingen nemen als: laat ik zijn spelling intact? De enkele d/t-fout en ontbrekende spaties bij leestekens corrigeer ik, met het oog op de leesbaarheid. Maar moet ik het ook moderniseren? Hij schrijft niet alleen met de oude regels voor de tussen-n, zoals beddegoed, maar ook bijvoorbeeld paedogogisch en inhaerent en gangraeneus. Dat lijkt me zelfs voor de jaren tachtig, toen hij het schreef, al verouderd.

Hetzelfde geldt voor de naamvalsvormen: ‘het begaanbaar houden der polderwegen’. Vind ik mooi, trouwens, ik kan een genitief wel waarderen – maar in de jaren tachtig schreven we daar toch echt al gewoon van de.

Het laatste woord laat ook zien dat er medisch jargon in staat, wat doe ik daarmee? Mamma-carcinoom, kent iedereen dat? Er borstkanker van maken, hmm, daarmee verdoezel ik dat het woord kanker wellicht voor hem taboe was? Was dat zo? Ik heb geen idee. Een paar pagina’s verderop gebruikt hij het wel voor de maag. Soms legt hij wat uit. Infauste prognose, dat woord kende ik niet, maar opa zette er (slecht) achter, dat helpt.

Opa’s typmachine deed het niet altijd even goed, en zo moest ik googlen naar iets wat ik niet kende én niet goed kon lezen: een kypho- of hypho-scoliotische wervelkolom – aha, met een k dus. En over jargon gesproken! Maar zo leer ik er wel wat van.

Daarnet moest ik ook even goed kijken wat hij bedoelde.

… wij hadden een week vacantie gepland. (a = e, stom geschreven, geen nederlands)

Door de c in vacantie trekt mijn aandacht nogal naar dat woord, maar dan snap ik het stukje tussen haakjes niet. O, wacht dat gaat over gepland. Maar dat vind ik zo’n gewoon woord dat ik niks met die toegevoegde opmerking kan. Nouja, voorlopig maar laten staan dus.

Waar ik bij ander redactiewerk rücksichtslos kies voor het belang van de lezer, nu en hier, moet ik in deze tekst dus de hele tijd schipperen tussen dat belang en het recht doen aan de schrijver. Sowieso, maar al helemaal omdat ik nog niet weet wie de lezers gaan worden. Daarom hak ik de knopen voorlopig door richting opa’s eigen keuzes. Het later aanpassen aan een hedendaagse lezer/leek kan altijd nog.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Citeren

Louise Cornelis Geplaatst op 11 juli 2016 door LHcornelis7 juli 2016  

In journalistieke teksten is citeren de gewoonste zaak van de wereld. Je zet er aanhalingstekens omheen, en dan heeft iemand anders dat dus zo gezegd. Of nouja, niet altijd helemaal letterlijk. Op z’n minst bewerkt de journalist de spreektaal tot iets leesbaars, dus de uh’s enzo gaan eruit. Vaak gaat de bewerking ook wel verder en zijn de citaten meer parafrases dan letterlijke uitspraken.

Het komt alleen wel wat nauwer als je de spreker iets zelf kunt horen zeggen, als dat iemand is die nogal in de belangstelling staat, en als je er als journalist wel een erg vrije draai aan geeft. De NOS ging wat mij betreft afgelopen dinsdag over de schreef in hoe ze Wilders parafraseren maar wél aanhalingstekens om die woorden heen zetten. Kijk zelf maar: http://nos.nl/artikel/2115599-wilders-vindt-vertrek-farage-ongelukkig.html

Met dank aan @rovaz voor de inspiratie

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Actiefoto’s

Louise Cornelis Geplaatst op 7 juli 2016 door LHcornelis7 juli 2016  

Zo heel veel foto’s van mijzelf aan het werk heb ik niet. Nou doe ik het schrijfwerk voor de Vrouwentriathlon als vrijwilliger, maar toch wil ik de actiefoto’s die zondag bij de wedstrijd in Utrecht zijn gemaakt hier graag laten zien, daarvoor vind ik ze zeker leuk genoeg. Ze zijn gemaakt door John de Boer.

Zo zie ik eruit als ik aan het interviewen ben:

vrouwentriathlonreporter4vrouwentriathlonreporter2En het resultaat daarvan was het persbericht dat hier is overgenomen.

 

Geplaatst in Opvallend | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid
  • Frieten zonder c
  • Fietsen langs de sporen van het Nederlands in de VS

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (323)
  • Opvallend (560)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (900)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑