Best moeilijk, hoor, rekenen. Op twee plekken ging iets mis, zo zag ik afgelopen week.
1. Achterop de nieuwste Sportgericht (73, nr. 4) staat reclame voor een nieuw boek. In een opvallende rode cirkel staat erbij ‘Profiteer van bijna 20 % korting bij voorintekening’. Eronder staat:
Bestel en betaal voor 1 oktober 2019 slechts € 39,50 i.p.v. € 49,50
Een tientje korting op € 39,50 is niet bijna 20 % korting, maar ruim 20 %. Of meer dan 20% Dat klinkt zelfs nog wervender!
2. Ik heb lekkere chocola van het merk Vivani, Edit Bitter Ingwer Curcuma heet-ie. Volgens de ingrediëntenlijst zit erin: 89% cacao, 9 % suiker, 4 % gember en 2 % kurkuma. Dat is 104 %! Veel waar voor m’n geld?
Ik krijg vaak de vraag hoe je bepaalt hoe veel informatie je in een tekst moet opnemen, vooral waar het gaat om extra details.
Eerste antwoord daarop is een beetje een dooddoener: dat hangt af van de lezer. Als die extra informatie voor je lezer niet nodig is, houd je je tekst in principe liever kort.
Tweede antwoord is: geef – in geval van twijfel – liever te veel dan te weinig informatie, want als je goed structureert, kunnen je lezers zelf bepalen wat ze overslaan. Ik geef daarbij altijd de zaterdagkrant als voorbeeld: fijn dat die dik is, en als ik weinig tijd heb, bepaal ik zelf wel wat ik lees en niet lees.
Onlangs ervoer ik zelf als lezer hoe vervelend het kan zijn als een schrijver zelf al heeft besloten iets weg te laten. Ik las Het Sportbrein. Mythes uit de sportpsychologie ontrafeld. Daarin komen de Wave Work Roles aan de orde. Dat zijn er acht, zoals ook in een figuur te zien is. Maar onder dat figuur (p. 44) staat:
Om de leesbaarheid niet in het gedrang te brengen, beperken we ons hier tot de beschrijving van drie van de acht rollen.
De selectie van die drie wordt niet verder toegelicht, en ik was wel nieuwsgierig naar de andere vijf ook. Dus ik voel me hier een beetje beetgenomen.
Temeer omdat de beschrijving van die drie rollen heel overzichtelijk is: per rol één pagina, de naam van de rol in de titel, dan een beetje tekst met kenmerken in een opsomming, eronder een plaatje dat de rol visualiseert.
Als acht rollen me te veel zouden zijn, zou ik daar moeiteloos doorheen bladeren. Dan zou het me niet hinderen dus, terwijl het níet opnemen me nu wel hindert.
Zorg dus dat een lezer die extra informatie niet wil lezen, het zó over kan slaan, en een lezer die het wel wil lezen, het zó kan vinden. Dat doe je onder andere met inhoudelijke koppen en duidelijk afgebakende teksteenheden.
Net zoals in de krant. Daar kun je de kunst van informatie doseren prima van afkijken.
Ik zeg het vaker: mijn uitgangspunt is dat teksten de lezer moeten helpen. Lezer, of theedrinker. Theedrinker? Ja, ik zag donderdag in een Schiedams café een tekst die voor theedrinkers eerder een zoekplaatje was:
De tekst met de beschrijving van de theesoorten in de deksel van de theedoos is een matrix van drie kolommen bij vier rijen. De indeling van de doos met de thee zelf is echter precies omgekeerd: vier kolommen bij drie rijen.
Het bleek zo te zitten, stel dat de doos gewoon doornummert, dus op de bovenste rij staan 1-2-3, daarna 4-5-6, rij drie is 7-8-9 en de onderste rij 10-11-12. Dan bleek de thee zo in de doos te zitten:
1-2-3-10
4-5-6-11
7-8-9-12
Wel met enige systematiek dus: de onderste rij is de vierde kolom geworden. Toch was het puzzelen om op basis van de deksel de juiste thee te vinden
De oplossing is simpel: in de deksel is voldoende ruimte voor een tabel met vier kolommen. Desnoods verklein je het lettertype een heel klein beetje. Op die manier wordt de tekst een plattegrond van de theedoos. Wel zo handig.
(Met dank aan Jolanta die dit als eerste waarnam donderdag).
Nog zo’n zomerwaarneming. Geen bordje dit keer, maar iets op tv. Ik keek gister op Ziggo naar de voetbalwedstrijd van Ajax tegen PAOK Saloniki. Ik kijk anders nooit Ziggo, dus het kan zijn dat ik iets niet bepaald nieuws waarnam, maar ik vond het wel opvallend suf.
In de eerste helft viel me op dat er een blokje met ‘1H’ erin naast de klok stond. Ik had geen idee wat dat betekende, totdat het in de tweede helft ‘2H’ geworden was:
Eerste helft en tweede helft.
Maar, uh… de eerste 45 minuten (met wat extra tijd, die apart staat aangegeven) van welke voetbalwedstrijd dan ook zijn altijd de eerste helft. En boven de 45 minuten is het altijd de tweede helft.
Volstrekt overbodig blokje dus. Het voegt geen zinvolle inhoud toe aan wat je ook al op de klok kunt zien. En dan is het een niet-functioneel blokje. Weg ermee!
Het is nog steeds zomerrustig hier, dus ik heb niet zo heel veel inhoudelijks te melden. Ik zag daarnet wel weer een leuk bordje, nouja, niet één, ik zag er minstens vier zo:
Nou is daar in de buurt wel een TjaLklaan, dus met een L erin, en ik denk dat ze die bedoelen. Maar ik schoot in de lach door de associatie met Tsjakka.
Dat je dan dus gewoon door de stad fietst en ineens aan Emile Ratelband moet denken, door een viervoudige spelfout…
Ik pikte vorige week zaterdag een ideetje op uit de column over de groeiende macht van Amazon van Marc Hijink in de Economie-bijlage van de NRC (20 juli, p. E2). Amazon organiseerde een mediadag in Amsterdam om de strategie toe te lichten. Hijinks was daar, hij schrijft:
We hoorden over de ‘obsessieve’ aandacht voor de consument, die nú wil bestellen en gisteren geleverd wil hebben. Amazon vindt De Klant zo belangrijk dat ze bij vergaderingen een lege stoel aanschuiven. Opdat men de klant niet vergete.
Hijink is kritisch op Amazon, dat een ‘geoliede behoeftebevredigingsmachine’ bouwt en er in Nederland hard aan trekt om ons meer pakjes te laten bestellen, die allemaal in plastic verpakt met dieselbusjes bezorgd moeten worden. Dat vind ik een terecht punt.
Desalniettemin vind ik die lege stoel wel een goed idee. Ik weet niet hoe het zit met klanten in zo’n bedrijf als Amazon, maar ik weet wel dat experts makkelijk hun lezer vergeten.
Dus daar ga ik mee experimenteren, in een schrijftraining of overleg over een tekst: een lege stoel, die de lezer representeert.
Je hoeft als schrijver helemaal niet ‘obsessief’ te zijn in je aandacht voor de lezer. Als je maar wél voor ogen houdt voor wie je bezig bent!
Vorige week kregen we een ‘Nieuwsbrief’ in de bus van de gemeente over werkzaamheden verderop in onze straat. Ik vind het – weer – verbijsterend hoe veel er is één zo’n tekst mis kan gaan.
Het is een nieuwsbrief over ‘Start uitvoering: omleiding Delftweg’. Dat staat er twee keer boven, in twee verschillende soorten lay-out. Dat is dus niet te missen. Ik weet niet precies wat er ‘nieuwsbrief’ aan is, want daaronder versta ik een aflevering uit een serie, en daarvan ben ik me niet bewust. Ik zou ook niet weten wat voor nieuwsbrief dat dan is.
De tekst zelf begint ermee dat er staat dat de gemeente ons tijdens een ‘eerdere brief en een inloopavond op 27 mei’ geïnformeerd zou hebben over de werkzaamheden. Oja? Wij wisten van niks – daarover hebben we echt niets vernomen. Misschien hebben we eerdere edities van die ‘nieuwsbrief’ niet gehad?
Verderop staat er een omleidingsroute voor zowel auto’s als fietsen. Die staat er alleen uitgeschreven, net zoals op de site, en zodoende kwam voor ons Google Maps eraan te pas om te achterhalen wat ze bedoelden. We wonen er vlak in de buurt, maar toch wisten we bijvoorbeeld niet dat dat ene kleine fietstunneltje ‘Zwethtunnel’ heet en ook niet dat de weg naast de snelweg eerst ‘Schieveensedijk’ heet en verderop ‘Rijksstraatweg’. Zo heet het inderdaad allemaal officieel wel, maar ik heb die namen nooit gebruikt of horen gebruiken – het gaat om ‘het tunneltje aan het eind van het schelpenzandpad’ en ‘de ventweg langs de snelweg’.
Een getekend kaartje had voor mij in één klap duidelijk gemaakt wat de omleidingsroute was. Die is namelijk vrij simpel en logisch, maar door de stortvloed van zeven straatnamen die deels onbekend zijn, klinkt het veel ingewikkelder dan dat het is. A picture paints a thousand words…
Het is ook nog eens zo dat zo’n omleidingsroute ervan uitgaat dat je per se weer op de Delftweg uit wil komen. Maar dat is helemaal niet zo logisch. Als je bij ons vandaan naar Delft-Zuid wil, kun je beter over een brug eerder naar de andere kant van de Schie en dan omzeil je de hele werkzaamheden, en als je naar het centrum van Delft wilt, kun je beter doorfietsen langs de snelweg. Maar dat terzijde.
Want er is meer. De beschreven omleiding klopt niet met het bord dat ongeveer een week geleden voor ons huis verscheen:
Volgens de nieuwsbrief kun je doorrijden tot aan de Tempelweg; ongeveer anderhalve kilometer verderop. De Burgemeester Bosstraat is echter bijna om de hoek. De omleiding begint dus al veel eerder, of er zijn werkzaamheden op twéé plekken, met twéé omleidingen.
Zoiets. Die eerste omleiding, dus die van het bord, die is er af en toe: in het weekend en ’s avonds (voor zover we hebben waargenomen) doen ze iets aan het kruispunt met de Burgemeester Bosstraat. Het bord staat er echter de hele tijd. Dus soms is er inderdaad nog een extra omleiding. En soms ook niet. Lekker handig. De 1 na ‘volg 2’ is ook grappig eigenlijk.
Grappig of verwarrend. Ik ken het hier goed en ik weet Delft sowieso wel te vinden. Maar dit is ook een drukke recreatieroute. Ik ben benieuwd of ik de komende tijd nog verwarde toeristen de weg moet wijzen naar de Zwethtunnel, de 1 of de Schieveensedijk.
Er is op de radio af en toe een reclamespotje te horen van de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Daarin is Job Cohen te horen die meteen aan het begin iets zegt als (uit mijn geheugen opgeschreven):
Steeds meer mensen zijn voor een vrijwillig levenseinde. Ik, Job Cohen, ben het daar erg mee eens.
Ik vind dat een gekke manier van zeggen, en dat ligt voor mij aan de constructie:
Veel mensen zijn voor X. Ik ben het daar … mee eens
Daar zou ik op de puntjes niet erg maar een ontkenning verwachten: niet. Voor mij is de aard van de zinscombinatie zo dat ik een tegenstellend verband verwacht. Er zou ook mooi maar tussen kunnen. Het is wel mooi voorbeeld ervan dat zinnen ‘sturen’ – voor mij stuurt de eerste zin in een andere richting dan hoe Cohen verder gaat.
Nou is Job Cohen voorzitter van die vereniging en is verder uit de context ook echt wel duidelijk dat het anders is, maar toen ik het spotje voor het eerst hoorde, keek ik echt even op.
Ik heb weinig gepost op dit blog de laatste tijd – het is zomer, werk is rustig en ik ben met andere dingen bezig, zoals Tour de France kijken. Daarbij zijn me twee dingetjes opgevallen – twee formuleringen die ik volgens mij echt niet zo kan gebruiken, maar die kennelijk vrij algemeen zijn geworden. Als ik het goed heb, hoor ik ze namelijk allebei zowel op de Nederlandse als op de Vlaamse tv:
‘De etappe is op zijn lijf geschreven’ – ik kan dat volgens mij echt niet anders zeggen dan ‘De etappe is hem op het lijf geschreven’. Ik herinner me het ook wel van eerder, maar niet eerder viel me op dat eigenlijk niemand meer de constructie met het meewerkend voorwerp zegt. Het kan ook zijn dat met de Belgische en Nederlandse successen tot nu toe veel mee etappes dan anders ‘op iemands lijf’ geschreven worden. Ik googlede even en vond meteen een blog waar óók de Tour genoemd word – frappant. Ik zou het overigens geen ‘verdraaiing’ noemen – het is gewoon anders, en past in een bredere ontwikkeling waarin het meewerkend voorwerp het moeilijk heeft.
‘Zich klaarmaken’ voor iets – ook al vaker gehoord, maar nu wel heel veel. Het kan mijn dirty mind zijn, maar ik kan ‘hij maakt zich klaar’ echt alleen maar zeggen als ik het over zelfbevrediging heb. Ik zou ‘hij maakt zich gereed om’ of ‘hij maakt zich op om’ zeggen, en in sommige gevallen – zo viel me op – zou ik zelf iets zeggen met voorbereiden erin.
Ach ja, taalverandering… misschien zeg ik dit over een aantal jaren zelf ook!
Er is weer een boel leuks, goed en interessants verschenen de laatste tijd. Om te beginnen twee blogposts over het geven van goede feedback op een tekst:
Dat kan in één minuut, als je de schrijver een paar goede vragen stelt, zo laat Wout Sorgdrager zien.
In dit regelmatig terugkerende links-overzicht ontbreekt Slidemagic eigenlijk nooit, het blog van Jan Schultink over zakelijke presentaties. Hier komen de vijf highlights van de laatste tijd:
Nog even dan een voorbeeld van hoe het niet moet: alle begrip dat de Gooise apothekers staakten. Maar met zo’n ellenlange brief op je deur bereik je niet zo veel. Heftige stijlbreuken ook: het hebben over doosje en doosjeswisselingen als het gaat over medicijnen, en ook rustig derhalve, inzake en preferentiebeleid gebruiken.
In mijn vakgebied is veel te doen over de afkalving van enerzijds de neerlandistiek en anderzijds de aangekondigde verschuiving van de academische budgetten naar de technische en natuurwetenschappen – iets waar ik me ook boos over kan maken, maar dat terzijde. Er is veel over verschenen; ik pik er twee dingen uit die me bijzonder opvielen:
Over het rapport over die verschuiving van budgetten maakte Marc van Oostendorp zich druk, en die blogpost snijdt voor mij aan twee kanten: het gaat niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm van zo’n rapport: de naamgeving, het logo, de vormgeving en het taalgebruik. Zeer herkenbaar – en triest.
Tot slot op iets meer afstand van de schrijfpraktijk:
Een mooie post waarin schrijvende hardlopers c.q. hardlopende schrijvers vertellen over de inspiratie over en weer tussen die twee activiteiten.
Bubbelonië is een behartigenswaardig initiatief om tegengeluid te geven tegen de ‘vereconomisering’ van onze taal.
(Met dank aan de blogs en tweets van collega’s en vakgenoten, en aan Lisa voor het apothekervoorbeeld.)