Kleine toevoeging op mijn post van vrijdag over het inkorten van lange koppen en titels: ook de koppenmaker van de Volkskrant heeft misschien nog wel wat te leren, zo begrijp ik uit deze tweet. Leuk de reacties eronder: is dit nou een kop of een intro? Die vraag überhaupt kunnen stellen is veelzeggend. En is waterpolo dan de kop? Nee, dat is alleen het onderwerp, zonder boodschap.
Te lange koppen? Denkwerk aan de winkel!
Laatst besproken in een training: wat als je titels en koppen uitdijen? Dat gebeurt zowel in tekst (hoofdstuk- en paragraaftitels) als in Powerpoint (titels van slides). Lang is sowieso niet elegant, maar bovendien is een heel lange zin ook slecht in één keer te behappen en dus een grote leesinspanning. Vergelijk dat maar met krantenkoppen, die zijn niet voor niets compact van formulering.
Er is niet één simpele oplossing dan, want te lange titels kunnen symptomen zijn van verschillende problemen. Hier zijn de vier mogelijke aanpakken:
- Redigeren. Schrappen is eigenlijk de meest recht-toe-recht-ane oplossing: gewoon bezuinigen op woorden. Kijk ook maar weer krantenkoppen dat doen: functiewoorden eruit, extra woorden voor details en precisiëring eruit, woordherhaling eruit, enzovoort.
- Tot het hoogste niveau beperken. Dit is een veredelde vorm van schrappen, namelijk dat weghalen wat er aan aankondigingen van het niveau onder de hoofdboodschap in de titel is beland. Dat gaat dan om aankondigende koppen van het type: ‘Er zijn hiervoor drie redenen: A, B en C’. A, B en C staan dan in de titel kort samengevat en komen in het niveau eronder nog een keer aan de orde. In Powerpoint bijvoorbeeld zijn die drie punten dan ook te zien op de slide. Onnodige herhaling, die soms voor verwarring kan zorgen, namelijk als je net niet precies dezelfde woorden kiest. Het is maar een titel, hè, en als die oproept ‘hoezo dan?’ of ‘welke dan?’, dan is dat mooi, want dan is de lezer geprikkeld om door te lezen, te kijken of te luisteren.
- Synthetiseren. Dat is Minto’s woord voor het formuleren van het overkoepelende niveau in de piramide. Dit moet altijd als de te lange titel bestaat uit meerdere uitspraken, verbonden met en, een komma of andere signaalwoorden zoals maar en want/omdat. De te lange titel is hier dus een symptoom van een structuurprobleem. Neem die twee (of meer) uitspraken en bedenk dan dus? of wat betekent dit samen?
- Kiezen of delen. Dit gaat ook op voor titels met meer dan één uitspraak, en behelst het ofwel weglaten (als onbelangrijk) ofwel een eigen plek geven, bijvoorbeeld als aparte (sub-)paragraaf of slide. Dus waar je op twee gedachten hinkt, moet je niet die twee gedachten in één titel gieten, maar je prioriteiten kiezen. Anders scheep je de lezer op je met jouw dilemma.
De punten 2 t/m 4 laten zien dat het formuleren van een goede titel niet alleen maar dat is, dus niet alleen formuleervaardigheid vraagt. Het is ook heel nauw verbonden met structureren en met helderheid scheppen in je verhaal – en dus met helder denken. Daarom is het goed niet alleen aan symptoombestrijding te doen. Eerst denken – want bij de grotere helderheid als gevolg daarvan heeft de lezer veel baat.
Hallo Triathlonbond!
Sommige organisaties genereren veel standaardteksten, bijvoorbeeld als automatische reactie op online inschrijvingen en boekingen en dergelijke. Het zijn niet de belangrijkste teksten, maar omdat het om grote hoeveelheden gaat, zou ik altijd zeggen: doe dat toch even netjes. Hier een voorbeeld van hoe dat niet moet.
De Triathlonbond is vorig jaar overgestapt naar een nieuw inschrijfsysteem. Al meteen vond ik de toon van de bevestigingsmailtjes onfatsoenlijk. Je kon reageren en dat heb ik gedaan – ze waren er nog mee bezig. Een jaar verder is er nog niet veel verbeterd. Ik heb onlangs mijn licentie verlengd, en dat ging met deze soort teksten:



Het meest stoort mij de discrepantie tussen de brief-achtige vriendelijkheid (‘Vriendelijke groet’) en de lompe zinnen die de eigenlijke informatie bevatten… Kleine moeite (denk ik) om daar even een beetje nettere tekst van te maken. En dan zou ik ook dat schreeuwerige ‘hallo’ weglaten.
Niemand wordt lid-af door zulke mails. Maar het moet niet alleen daarom gaan, vind ik.
De hoogste tijd!
Ik heb al een hele tijd geen leuke, nuttige en interessante links meer geplaatst. Hier komt dus de oogst van maanden:
- Om met iets grappigs te beginnen: De Speld was erg raak met deze tips over hoe je wetenschappelijke teksten moet schrijven zodat niemand ze begrijpt. Hilarisch maar bijna te waar.
- De stijl van wetenschappelijke teksten was vaker onderwerp van discussie, op Twitter onder andere met Ionica Smeets, en zij schreef deze column waarin ze zeker gelijk heeft: durf alle regels los te laten.
- Nog een column: Maxim Februari had last van writer’s block en schreef daarover , motto: ‘schrijf nooit een eerste zin’. Ik denk ook dat eerlijkheid (bijna?) altijd interessant is trouwens. Maar helemaal eerlijk zijn is knap lastig.
- Een essay over de vraag hoe persoonlijk je mag zijn in een zakelijke tekst. Goeie vraag, zonder vast antwoord.
- Ik kijk alweer een paar maanden naar het onvolprezen Winteruur, en dat opende dit seizoen ijzersterk, met ook nog relevantie voor het idee van ‘hoofdboodschap voorop’. (Houd je van tekst? Kijken, hoor, naar Winteruur! Tien minuutjes, elke anders – en geweldig!)
- Over wat er leuk of juist niet is aan al dat videobellen is een boel verschenen, hier een duit in dat zakje vanuit de neerlandistiek: het ligt aan de stiltes die zo anders zijn dan ‘live’.
- Ook op Neerlandistiek.nl: een analyse van een jaar inzendingen via ‘Taalfout opgemerkt?‘, de knop onder VRT-artikelen. Leuk is dat niet alleen de opgemerkte fouten op een rijtje worden gezet, maar dat de analyse ook het inzenden zelf betreft: hoe gebruiken lezers die knop en hoe bouwen ze hun bijdrage op? Ik heb zelf de knop laatst ook een keer gebruikt, voor een vertaalfout op Sporza (originele tekst was in afbeelding te zien) en tot mijn vreugde was het een dag later aangepast. (Sporza??? Ja, voor mij als wielerliefhebber is dat een belangrijke informatiebron.)
- In zo’n overzicht als dit ontbreekt mijn geliefde presentatieblog Slidemagic bijna nooit. Hier de highlights van de afgelopen tijd:
- Schultink waarschuwt ervoor dat een denigrerend woord dat je intern, onderling gebruikt, toch makkelijk doorsijpelt naar buiten en dan dus kwetst – herkenbaar. Ik heb me wel eens afgevraagd of Clintons deplorables ook zoiets was.
- Een korte beschouwing over een relevant en onbekend verschijnsel: dat een document in een organisatie, zeker digitaal, nooit helemaal af is, hooguit met een bepaalde groep deelbaar te verklaren. Zo zie ik het ook: het is tussenstap in het gesprek dat je met elkaar voert. Dat is iets heel anders dan de scriptie of het boek. Die wel op ‘definitiefheid’ gerichte genres hebben ons beeld van schrijven nogal bepaald.
- De coronapandemie blijft tot interessante grafieken leiden. Schultink maakte een fraaie makeover van een Engelse infographic die de vaccinatie-prioriteiten laat zien.
Wat een jaar!
Het is op dit blog voor mij bepaald geen traditie om een soort jaaroverzicht of -terugblik te schrijven. Ik ga dat ook nu niet uitvoerig of uitputtend doen. Maar omdat het zo’n raar jaar was, wil ik er wel iets over zeggen.
Ik vond het een naar en moeilijk jaar. Maar het rare is: op werkgebied is het me, met wat passen en meten, eigenlijk uitstekend vergaan. Nouja, het is financieel een mager jaar: ik ben gekomen tot ruim 70 % van mijn gebruikelijke jaar omzet. Ongeveer, want het is altijd lastig om de loondienst die ik had in Leiden goed te verrekenen ten opzichte van mijn normale omzet.
70 % is mager maar niet dramatisch. Netto houd ik er meer van over omdat ik minder belasting betaal en ik heb ook zakelijke minder kosten omdat er minder kon. Tel daarbij op dat ik ook privé minder heb uitgegeven, om dezelfde reden, en dan is de financiële schade goed te overzien.
De omzet-terugval komt vrijwel geheel op het conto van het tweede kwartaal. Dat had een normaal maar toevallig mager eerste kwartaal moeten goedmaken, en dat is niet gebeurd. Het omgekeerde was het geval: mijn grootste opdrachtgevers annuleerden in de eerste lockdown alles. Het derde kwartaal is voor mij altijd mager vanwege de vakantieperiode. Zo resteerde nog het vierde en dat was prima: ik had een succesvolle ommezwaai gemaakt naar online werken, en mijn opdrachtgevers zagen dat ook wel zitten.
De vooruitzichten voor 2021 zijn ook goed. Bovendien is het zo dat ik al jaren roep dat geld verdienen voor mij op het gebied van werk het probleem niet is: dat lukt wel. Zo’n mager jaar kan ik prima hebben. Het leuk houden, dat is een grotere uitdaging. Dat was dit jaar ook wel eens moeilijk: ik had moeite met de eenzijdigheid van alleen maar achter mijn eigen computer, in mijn eigen werkkamer, naar mijn eigen beeldscherm koekeloeren. ‘Dit heb ik nooit gewild’ dacht ik regelmatig. Ik snakte (en snak) naar de dynamiek van bij organisaties over de vloer komen en daar werken met echte mensen. Zelfs het reizen in de spits miste ik, ook al heb ik dat vaak vervloekt.
Maar, ben ik geneigd te zeggen: alles went. Ik heb inmiddels een ook voor de lange termijn hanteerbaar werkritme gevonden. Waarin ik elke dag in het daglicht naar buiten ga, altijd na lang videobellen eerst weg ga van de computer, niet meer dan vier dagen in de week werk, elke dag aandacht besteed aan rug, schouders en nek – enzovoort. Lekker werken en leven in deze tijd en lichamelijk en geestelijk fit blijven vergt een straffe zelfzorg-discipline, maar dan gaat het ook goed. Inmiddels heb ik een balans die eerder beter voor me is dan slechter dan normaal. Het is voor mijn lijf ook wel fijn om niet door kou en donker en met spitstreinen om 9 uur bij opdrachtgevers in ge-airconditionende kantoorgebouwen te moeten zijn. Ik mis het ‘live’ contact nog zeer, maar ik kan er inmiddels goed mee omgaan. Video-contact voelt steeds bevredigender.
En eigenlijk is het nog positiever dan dat. Want wat heb ik ongelofelijk veel geleerd dit jaar! Eind maart moest ik er nog achter komen dat mijn webcam het niet deed. Een paar maanden later schopte ik het tot in een artikel in Tekstblad over online schrijftraining geven. Sindsdien heb ik me nog veel verder ontwikkeld op dat gebied. Bovendien had ik de gelukkige samenloop van omstandigheden dat ik net voor de coronacrisis gevraagd was om een e-learning te maken. Voor de toekomst bieden die nieuwe vaardigheden en die e-learning allemaal interessante nieuwe kansen. Ik popel om daar verder mee te gaan!
Het was deels een geforceerde, afgedwongen crashcursus, dat online training geven. Dat heeft me een boel energie en tijd gekost. Ik heb véél harder gewerkt dan die 75 % omzet suggereren en was bij vlagen vooral rond de zomer daar ook echt moe van. Maar het heeft me ook veel opgeleverd waar ik voor de toekomst baat bij heb, zo verwacht ik.
Ook los van die nieuwe ontwikkelingen had ik vooral in het vierde kwartaal enkele interessante nieuwe opdrachten, dus vragen van opdrachtgevers. Ook dat inspireert en motiveert me altijd zeer: nieuwe dingen doen, en daarvan leren. Ook het college geven was leuk, ik hoop dat ook dat weer een keer een vervolg krijgt.
Het was dus een financieel mager maar inhoudelijk uitstekend jaar met een steile leercurve, ook al waren het de omstandigheden die dat leren afdwongen. Ik hoop van ganser harte dat de omstandigheden in 2021 gunstiger gaan worden, zodat ik onbevangen de vruchten kan plukken van wat ik afgelopen jaar geleerd heb. Zodat ik een keuze heb in plaats van dat de manier van werken word afgedwongen. De eerste keer dat ik weer ‘live’ een groep voor me ga zien, gaat heel bijzonder worden. Ik denk dat het nog wel even gaat duren, maar ik hoop dat het komend jaar weer gaat lukken.
Ik wens mezelf en jullie allemaal een beter 2021!
Tekst als afspiegeling van falend beleid
Ik was gister geshockeerd door de paginagrote advertentie van de Rijksoverheid in de dagbladen (hier te downloaden). Ik had hem eerst alleen vluchtig gezien en toen had ik me al verbaasd over de kop: ‘Zo werkt het eerste coronavaccin’ kan ik als voorbeeld gebruiken in mijn trainingen voor een zin die op een boodschap lijkt, maar het niet is. Vergelijk: boven een nieuwsbericht van gister had dan gestaan ‘dit is wat er in Kroatië gebeurde’.
Later keek ik wat beter en toen viel ik van mijn stoel – wat een slechte tekst. Ik weet amper waar ik moet beginnen. Wat nogal in het oog loopt is de moeilijkheidsgraad van de tekst, met woorden als mRNA en spike-eiwit, getallen, afkortingen en lange en complexe zinnen, met als dieptepunt deze:
Met de goedkeuring van het vaccin door het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) en het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is bevestigd dat het vaccin voor 95% effectief is bij mensen
vanaf zestien jaar.
Ook op iets minder direct waarneembaar gebied is de tekst complex en slecht te begrijpen. Hoezo ‘eerste’ vaccin bijvoorbeeld – is dat de eerste van de twee herhalingen? Van de eerste producent? Maar dat van Moderna is toch ook zoiets?
Ander voorbeeld: wat is de relatie tussen de zinnen in de lead:
Vorige week is het vaccin van BioNTech/Pfizer als eerste coronavaccin goedgekeurd voor de Europese Unie. Vaccineren is de belangrijkste stap naar een leven zonder coronaregels. Op 8 januari begint het vaccineren. We mogen dus onze mouwen opstropen.
Dat die laatste zin dubbelzinnig is en dus waarschijnlijk als knipoog bedoeld, drong pas na vijf keer lezen tot me door. Daarvoor vroeg ik me af hoe de ‘we’ zich verhouden tot mij als lezer (ik hoef figuurlijk m’n mouwen helemaal niet op te stropen), en of die boodschap niet gênant is op een dag dat alle andere EU-landen al met vaccineren begonnen zijn terwijl ‘we’ nog een tijd moeten wachten. Ook met de knipoog blijft die gêne overeind trouwens.
Nog eentje: hoezo staat er hier maar:
Vaccineren is gratis en vrijwillig; het is je eigen keuze. Maar hoe meer mensen zich laten vaccineren, hoe beter we kunnen voorkomen dat het coronavirus zich verder verspreidt.
De tegenstelling is zeer impliciet maar een aanname dat de lezer daar dus zit te denken ‘dan doe ik het dus niet’. Dat moet de tekst nou juist niet oproepen, lijkt me.
Ook de structuur is warrig – onder ‘voor wie’ gaat het daarover in de eerste zin en helemaal aan het eind ook weer even, maar ertussenin niet. Enzovoort.
De strekking is me volledig onduidelijk, al snap ik wel dat die opmerking over dat het vaccin niet bij je DNA of genen kan komen gericht is op de kritiek van vaccinatie-sceptici. Ik kan alleen maar bedenken dat de advertentie bedoeld is om die sceptici te overtuigen, ik ervaar het niet zo. Argumenten pro vaccinatie zitten verstopt in bloedeloze zinnetjes als ‘Vaccineren is de belangrijkste stap naar een leven zonder coronaregels’. Er gaat weinig enthousiasmerends van uit.
Sterker nog: ik word er wantrouwig voor. Door wat me het allermeest opvalt: de merknamen. Drie keer BioNTech/Pfizer, waaronder in de eerste zin (= bovenste regel), en dan nog een keer Moderna… ik heb zitten speuren of dit niet een soort tekst-deepfake was, gefinancierd door de farmaceutische industrie. Dat gevoel werd versterkt door de gladde stockfoto van een laboratorium en door de ingewikkeldheid van het stukje onder ‘Hoe werkt het vaccin?’ Dat lijkt me duidelijk geschreven door iemand die het zelf interessant vindt, met dat mRNA enzo. Een expert dus.
Ik blijf twijfelen: zou de tekst deels aangeleverd zijn door BioNTech/Prizer? Ik kan me bijna niet voorstellen dat de Rijksoverheid dit willens en wetens zo heeft geformuleerd en vormgegeven. Ze hebben daar toch echt ook goede tekstschrijvers zitten.
Ik vind in het algemeen dat het lijkt alsof ‘we’ van 10 maanden coronacrisis nog heel weinig geleerd hebben, en dat het met het vaccineren niet bepaald daadkrachtig gaat, is ook algemeen bekend. Deze tekst is daar helemaal de afspiegeling van: falend beleid.
Hoe het wel moet? Nou, doe eerst maar even niet, zou ik zeggen. Ga eerst beter nadenken over je communicatiestrategie én krijg dat vaccineren eerst maar eens goed aan de praat (motto: ‘geen woorden maar daden’). Maak vervolgens veel concreter welke voordelen je vaccineren gaat opleveren – dat is de basis voor de argumentatie. Bedenk daarbij welke andere beïnvloedingsmechanismen je kunt inzetten. Ik denk bijvoorbeeld dat diverse herkenbare gewone Nederlanders (m/v) die vertellen waarom ze zich gaan laten vaccineren krachtiger is dan een ‘witte jas'(expert). En kom dan half januari nog eens terug.
Kijktip: YouTube-registeranalyse
Het was vorige week op tv bij Iedereen Beroemd, een programma waar manlief en ik een beetje verslaafd aan zijn geraakt, en nu ook online: een analyse van het taalgebruik op YouTube. Ik vond het grappig en leerzaam en ik heb het net aan mijn studenten van Tekstgenres doorgegeven als voorbeeld van een informele registeranalyse. Want dat is wat hier gebeurt: het taalgebruik van een bepaald genre typeren – en daar dan de draak mee steken!
Net als die andere subcategorie
Alweer over categoriseren – dit keer een gekke. Ik trof ‘m aan in de papieren NRC van dinsdag, online was-ie er maandag al:
Tot ten minste 19 januari moeten alle niet-essentiële winkels dicht, kondigde premier Rutte aan, en daaronder vallen óók winkelketens als HEMA, Action en Blokker, net als tuincentra, bouwmarkten, boekwinkels, warenhuizen en elektronicawinkels. Alleen levensmiddelenwinkels, dierenspeciaalzaken, drogisterijen, opticiens en thuiszorgwinkels blijven open, net als supermarkten, tankstations, apotheken en banken.
Mijn lezen haperde even door de herhaling van net als, die viel me op. Toen ging ik iets beter kijken, en toen dacht ik: de eerste net als snap ik. De hoofdcategorie is daar ‘winkels die dicht moeten’, met als subcategorieën ‘winkelketens met een eigennaam’ en ‘overige niet-essentiële winkels’. De net als verbindt die twee subcategorieën.
Maar de tweede snap ik niet. De hoofdcategorie wel: winkels die open mogen blijven. Maar wat is het indelingsprincipe geweest om ‘levensmiddelenwinkels, dierenspeciaalzaken, drogisterijen, opticiens en thuiszorgwinkels’ te scheiden van ‘supermarkten, tankstations, apotheken en banken’? Ik heb geen idee.
Als supermarkten zouden oversteken, zou ik het nog begrijpen. Dan zijn het echte winkels versus ‘soort-van’ winkels – een bank is geen winkel immers. Maar zo staat het er niet.
En dan denk ik: wat heeft er in het hoofd van de schrijver gezeten? Herhaling voor de sier? Wordt anders die tweede opsomming te lang, en breekt net als dat? Het is raden.
Vanwege tijdsdruk vergeef ik journalisten veel. Maar verder zou ik zeggen: doe maar niet, die net als. Doe maar gewoon een lange opsomming. Schuif supermarkten dan naar voren, dat is logischer. Zoiets:
Tot ten minste 19 januari moeten alle niet-essentiële winkels dicht, kondigde premier Rutte aan, en daaronder vallen óók winkelketens als HEMA, Action en Blokker, net als tuincentra, bouwmarkten, boekwinkels, warenhuizen en elektronicawinkels. Open blijven supermarkten, levensmiddelenwinkels, dierenspeciaalzaken, drogisterijen, opticiens, thuiszorgwinkels tankstations, apotheken en banken.
Misschien moet er dan ook nog ergens onder andere ofzo in. Want uitputtend is dit niet. Duidelijk was het immers ook niet: er ontstond een boel gesteggel over de maatregel!
Overexplicietheid
Ik geef binnenkort een gespecialiseerde training waarin het onder andere gaat over het belang van expliciet zijn: als schrijver moet je het er vaak voor je gevoel nét iets te dik bovenop leggen, opdat de lezer je kan volgen. Maar dat is wel een kwestie van maatwerk, want óverexpliciet zijn, is hinderlijk. Je moet daarvoor bepalen wat je lezer wel en niet weet en/of makkelijk en snel zelf kan bedenken. En dat is een hele klus.
Net toen ik bezig was met het voorbereiden van die training, viel mijn oog op een kop op Rijnmond:

Die toevoeging Feyenoord tussen haakjes, daar moest ik om lachen. Hier in de regio, waar de lezers van Rijnmond zitten, zullen er nauwelijks mensen te vinden zijn die niet weten wie Dick Advocaat is, en degenen die het niet weten, interesseert het niks wat die man te zeggen heeft. Dit lijkt me dus een zuiver geval van overexplicietheid!
Spelen(?) met categorieën (2)
Ik had het hier laatst over spelen met categorieën, welnu, deze Teletekstkop leidde op Twitter natuurlijk ook tot de grap dat vliegen kennelijk een religie is:

