Ik had het hier laatst over spelen met categorieën, welnu, deze Teletekstkop leidde op Twitter natuurlijk ook tot de grap dat vliegen kennelijk een religie is:
De coronametaforenwirwar
Op de dag dat een nieuwe lockdown wordt afgekondigd kom ik terug op een onderwerp waar ik het al eerder over heb gehad (meest recente): de metaforen in de communicatie over het coronabeleid. Volgens het liveblog van nos.nl heeft minister De Jonge vandaag gezegd:
Vorige week leek het erop dat de remweg van het virus vooral langer werd, nu moeten we concluderen dat het virus plankgas geeft
Dan denk ik: hij heeft niet naar Even tot hier gekeken, afgelopen zaterdag. Vanaf 8’25 nemen Woe en Van der Laan de metaforen van hem en Rutte op de hak. Ik lag helemaal in een deuk! Spijker op de kop!
Enige wat ik er nog aan toe zou willen voegen: Merkel wordt opgevoerd als goed voorbeeld van metafoorloosheid, maar de wirwar van metaforen is het probleem, en mogelijk ook wel dat sommige niet het gewenste effect hebben. Metaforen op zich, daar is niks mis mee. Sterker nog: een goeie metafoor had de afgelopen maanden kunnen helpen. Ik ben benieuwd waar Rutte vanavond mee komt, maar ik houd mijn hart vast…
Laatste college
Op het laatste college van Tekstgenres zijn we doorgegaan met opdrachten die neerkwamen op: schrijf zelf een stukje dat voldoet aan de typerende registerkenmerken van dat genre. Dat was weer leuk en leerzaam. De rode draad voor mij was dit keer: wat zit er allemaal in mijn hoofd aan oproepbare kennis over het taalgebruik in een bepaald genre?
Wat ik bijvoorbeeld leerde is dat er ergens in mijn hoofd een boel cliché-zinnen uit een recept opgeslagen zitten. Ik was me er niet bewust van hoe specifiek dat genre is, maar buiten een recept zeg, hoor of lees ik nooit ‘fruit de ui’ of ‘snijd X in dunne plakjes’ of ‘gebruik ruim water’ of ‘naar smaak X toevoegen’. Zodra ik een recept ging schrijven, rolden dat soort zinnen echter moeiteloos uit mijn pen.
Ook zakelijke brieven zijn vaak nogal clichématig, met naar aanleiding van als eerste drie woorden voorop. Met dat soort brieven heb ik vaker te maken, dus ook dat register komt vlot op papier, maar anders dan bij recepten ben ik me daar wel veel meer bewust van wat ik weet. Het is nou al even geleden, maar ik heb in trainingen nog wel eens mensen geleerd hoe je iets originelers kunt bedenken dan naar aanleiding van. Ik had bij het bespreken van dat genre de neiging om het te gaan hebben over strategische zaken, van helder hebben wat je precies wilt bereiken (een brief bereikt niet zo veel) tot de plek van de hoofdboodschap – maar daar gaat het vak niet over. Ik knoopte wel in mijn oren dat het zo vaak vermaledijde werkwoord zullen frequent is in zakelijke brieven.
Het derde genre betrof dankwoorden uit boeken, en ook dat is me vertrouwd. Ik heb bij die opdracht niet geschreven maar gekeken: of het dankwoord uit Adviseren met perspectief voldeed aan de registerkenmerken – nou, ten dele. Er zitten weinig sterk-positieve bijvoeglijke naamwoorden in, zoals geweldig idee of fantastische bijdrage. Misschien zijn die sinds 2002 opgerukt, of misschien is een boek over adviesrapporten daarvoor te zakelijk.
Veel moeilijker vond ik de sociale media: schrijven voor TikTok en Twitter. We moesten een paar stukjes van Facebook ‘vertiktokken’ en iets Twitteren over het vertrek van een partijleider alsof we een influencer (maar geen politicus) zijn. De studenten zetten hun vertiktokkingen en tweets in de chat in Teams, en daar stond op een gegeven moment een wonderbaarlijke verzameling uitingen, grappig om te zien.
Ik leerde over die registers veel van de studenten, ikzelf kwam niet zo ver. Ik zag chill in een uitwerking en dacht meteen: oja, natuurlijk. Maar dat behoort toch niet tot mijn actieve woordenschat. Ik twijfelde of compliment al niet een te net en lang woord zou zijn voor TikTok, maar nee, dat mocht. Bij de tweet kreeg ik writer’s block omdat ik te veel over de inhoud ging nadenken – welke partijleider, en is het dan iemand pro of contra en wat denkt zo iemand dan… maar daarover gaat registeranalyse helemaal niet. De conversational human voice van zulke tweets komt bij mij niet heel makkelijk.
Eén van de dingen die ik eerder al van de studenten leerde, ik heb het ze vandaag verteld, is dat een punt achter een zin, bijvoorbeeld in WhatsApp, als kort-af gezien kan worden, en dat punten in de sociale media lang niet zo gebruikelijk zijn als in de standaard-schrijftaal. Ik ben daar eens op gaan letten en ik zet nu af en toe bewust géén punt. Dat voelt voor mij nog steeds raar, maar ik doe zo mijn best met de tijd mee te gaan.
En dat brengt me op het laatste onderwerp: het vraagteken. In forumposts, om precies te zijn. Want dat leesteken is daar dus juist niet op zijn retour, anders dan in één-op-één-communicatie, zoals in WhatsApp. Op een forum communiceer je met onbekenden en heeft je post competitie met een heleboel andere, en kennelijk neigen taalgebruikers en dan dus toe om expliciet te maken dat ze een vraag stellen.
Ik vond daaraan mooi om te zien tot wat voor onderlinge afstemming taalgebruikers kunnen komen, en welke grote hoeveelheden impliciete kennis ze daarbij gebruiken. Niemand heeft ooit expliciet hoeven leren ‘als je een vraag stelt op een forum, zet er dan een vraagteken achter; in WhatsApp mag je het weglaten’. Maar we doen dat wel. Omdat we het anderen zien doen en mogelijk ook ergens het nut ervan wel inzien. Omdat we met z’n allen onbewust erg bekwame communiceerders zijn. Het is een doel van de taalwetenschap om die onbewuste kennis te expliciteren. En zo te laten zien waar wij mensen toe in staat zijn.
Nou, dat zouden mooie slotwoorden zijn aan het eind van het vak, en dat waren het ook, maar er volgde nog wat: ik heb de studenten bedankt voor de samenwerking van de afgelopen maanden, onder de rare en unieke omstandigheden van dit moment, en ik kreeg van hen ook nog veel lovende woorden toegesproken en toegechat. Dat vond ik erg fijn om te horen! Helemaal van elkaar af zijn we nog niet, want ze leveren over twee weken hun eindopdracht in. Maar dit was de laatste keer dat we elkaar zagen. Zo gaan die dingen, maar toch – een beetje jammer vind ik het wel…
lh3?
De afgelopen tijd dook in mijn mailcorrespondentie wel eens een e-mail-adres op met lh3@xs4all erin. Dat was nooit de bedoeling – dat was het adres van de achterliggende brievenbus van contact@lhcornelis.nl, mijn ‘echte’ e-mail-adres. Ik ben bezig geweest met het eruit te krijgen, maar dat lukte nog niet, en toen zag ik aankomen dat ik van hosting zou gaan veranderen en dat het probleem zich vanzelf zou oplossen. Inmiddels is het zo ver. Dat betekent dat lh3@xs4all binnenkort op gaat houden te bestaan. Ik zie de mails nu nog wel en geef dan een seintje aan de afzender, maar straks is het helemaal van de baan. Ik ben en blijf bereikbaar op contact@lhcornelis.nl!
Spelen met register
Het college Tekstgenres nadert de afronding. De studenten presenteren deze weken hun eindopdracht, of althans: ze geven de anderen en mij een korte (her-)schrijfopdracht naar aanleiding van hun eigen onderzoek. Dat is de praktische vertaling van de registeranalyse: als je uit die analyse weet dat talige kenmerken X, Y en Z veel voorkomen in een genre, schrijf dan eens een stukje van dat genre waarin je die kenmerken terug laat komen.
Gister waren er twee herschrijfopdrachten van iets ‘moeilijks’ naar iets ’toegankelijkers’, namelijk van wetenschappelijke tekst naar iets voor kinderen dan wel gepopulariseerd. Dat komt bijvoorbeeld neer op kortere zinnen in het algemeen en bijwoordelijke bepalingen in het bijzonder en meer persoonlijke voornaamwoorden en citaten. Ik vond het nog best lastig, ik liep bijvoorbeeld vast omdat ik voor m’n extra persoonlijke voornaamwoorden moest kiezen voor hij of zij. De student zelf had het opgelost door meervoud te gebruiken – oja, dacht ik, dat kan natuurlijk ook.
De schrijfopdracht betrof een commerciële, gesponsorde Instagrampost. Daarmee heb ik weinig ervaring dus ik heb vooral gekeken naar wat de studenten daarmee deden. Eén kenmerk daarvan is de hoeveelheid gebiedende wijzen. Ik kon niks anders verzinnen dan kijk, maar het kan zelfs zo sturend als klik op de link.
In alle gevallen was het doel van de opdracht om de in de analyse gevonden kenmerken in de tekst terug te laten komen. Vanwege de aard van het vak gaat dat om telbare tekstkenmerken. We stuitten er echter op dat zo’n genre ook nog eigenaardigheden heeft die niet zo makkelijk zijn te kwantificeren. Bijvoorbeeld: hoe bepaal je welke woorden je kunt gebruiken voor kinderen? Daar liepen we tegen de grenzen van het vak aan.
Volgende week meer, en daar verheug ik me al op, want ik vond het leuk om zo met taal en tekst te spelen, op een andere manier dan voor mij gebruikelijk.
Laat je niet dwingen door PPT’s vorm
Onlangs zag ik een managementsamenvatting in een PowerPointdocument bedoeld om te lezen (een hybride slidument). Die zag er zo uit (de tekst is nep):

Voor mij als argeloze lezer gingen er drie dingen mis, en die liggen er allemaal aan dat PowerPoint een bepaalde vorm afdwingt die niet strookt met tekst en met lezen:
- Aan het eind van de eerste pagina dacht ik dat ik er al was – PowerPoint geeft geen enkel signaal dat er nog wat komt. Ik houd ook wel van samenvattingen op één A4’tje, dat speelt vast een rol. Aan het eind van de tweede pagina wist ik dus ook niet of het nog verder zou gaan – nee dus.
- Door de schikking naast elkaar gaan mijn hersenen op zoek naar een verband tussen de twee dingen per pagina, en naar hoe die zich verhouden tot de andere twee op de andere pagina. Ik lees dit dus als ’twee keer twee’. Na enige inspanning moest ik dat zoeken opgeven: het zijn vier losse blokjes. De vorm suggereert anders.
- Eén van de vier blokjes was een stuk minder interessant dan de andere – daar stonden dingen die ik al wist, maar die volgens mij ook elke beetje goed geïnformeerde persoon al weet. Zonde van de leestijd in zo’n samenvatting, denk ik. Eén van de andere vakken trad bovendien veel meer in detail dan de andere, en ook dat is niet het idee van een managemensamenvatting. Ik vermoed dat de schrijver de neiging heeft gehad om elk van de vier vakken ongeveer even veel op te vullen. Anders ziet het er inderdaad een beetje gek uit.
Met z’n rigide vorm per losse, nevengeschikte pagina en door de vormgeving gedicteerde blokjes en vakjes is PowerPoint niet zo heel geschikt voor het schrijven van echte tekst. Gebruik daarvoor toch maar liever Word! Dan ziet de lezer aan het doorlopen van een zin dat er nog een pagina komt, staan de vier paragrafen zichtbaar op gelijke voet, en kun je de lengte van elk onderdeel vrijelijk variëren.
En als je dan toch bezig bent: voeg er een overkoepelende hoofdboodschap aan toe. In een inleidend stukje tussen de kop ‘Managementsamenvatting’ en de vier paragraafjes. Want die hebben toch echt wel iets met elkaar te maken!
Grote variatie aan genres = leuk!
Vandaag heb ik met de studenten van het college Tekstgenres spreekuren gehad over de registeranalyses die ze aan het doen zijn als eindopdracht voor het vak. Een registeranalyse wil zeggen dat je op basis van de situering van een genre (schrijver, lezer, doel, inhoud, medium, …) een verwachting formuleert over het taalgebruik en vervolgens in een representatieve hoeveelheid tekst gaat kijken of die verwachting uitkomt. Je contrasteert daartoe het te onderzoeken genre met een ander genre, dat op essentiële situationele eigenschappen afwijkt. Als het taalgebruik in de verwachte richting mee-afwijkt, heb je een aspect van het register van dat genre te pakken.
De studenten waren vrij in hun keuze voor een genre. Dat leidde er vandaag toe dat ik een hele vlootschouw aan teksten voorbij heb zien komen. Ook genres waar ik niet zo veel weet van heb: foodblogs, populair-wetenschappelijke artikelen in de sociale wetenschappen (Vice) en voor kinderen, een forum over paarden en over feesten, Instagram en tweets van commerciële en politieke influencers en dankspeeches en -woorden en TikTok. Zo leer ik nog eens wat, zal ik maar zeggen. Voor mij als tekstenliefhebber bovendien erg leuk, die grote verscheidenheid. Ik keek mijn ogen uit!
Waar het me wel bewust van maakte, is dat ik – net als iedereen – zo m’n eenzijdigheid heb in wat ik zie en volg. Dat geldt op allerlei gebieden:
- media – mij ontglipte dat ik mezelf ’te oud’ acht voor TikTok, maar dat is echt niet alleen voor kinderen
- leeftijd – dingen voor kinderen zie ik amper en voor jongeren ook lang niet zo veel als de studenten zelf
- onderwerpen – ik ben dol op fora, maar met paarden en feesten heb ik minder, terwijl dat wel populaire fora zijn
- sexe – zijn er echt zo veel minder mannelijke influencers of konden wij, twee vrouwelijke studenten en ik, alleen vrouwen bedenken?
- politieke kleur – de studenten zochten nog een prominente rechtse twitteraar die geen politicus is. Kon ik ook niet bedenken. De studenten waren op Wierd Duk uitgekomen, en misschien levert de actualiteit nog wat op.
Wat ik ook weer bedacht: door internet in het algemeen en sociale media in het bijzonder worden we allemaal aan veel gevarieerdere taal en teksten blootgesteld dan vroeger het geval was. Ik vertelde tegen een paar van de studenten dat wij vroeger in de klas wel eens briefjes aan elkaar doorgaven, dus ik zag mijn mede-vwo-leerlingen wel eens schrijven. Maar die van de havo, mavo en lbo (nu vmbo) niet, of alleen maar ‘gemodereerd’: met de schoolkrantredactie ertussen. Laat staan dat ik het werk zag van schrijvers uit andere regio’s en van andere leeftijden. Nu schrijven die allemaal ook op Insta en Facebook. Voor taalonderzoekers is dat geweldig!
Dienstmededeling: even eruit
De afgelopen dagen was deze site even uit de lucht. Hij is naar een andere hosting verhuisd – met het oog op de e-learning die erop gaat draaien. Daarover later meer natuurlijk! En alles doet het weer, mede dankzij mijn webmaster Marika.
Spelen met categorieën
Een belangrijk onderdeel van structureren is categoriseren. Met categoriseren kun je bovendien een boel lol hebben.
Eén van mijn favoriete grappen is bijvoorbeeld de vraag ‘Wat hoort niet in dit rijtje thuis: ijsberen, bruine beren, masturberen?’ Antwoord: bruine beren, want de andere twee kun je zelf.
Ander voorbeeld: een lolletje onder taalkundigen is (of was – het boek is al uit 1987) dat de titel van het onvolprezen boek over categoriseren, George Lakoffs Women, Fire and Dangerous Things, regelmatig werd verhaspeld tot Women, Fire and other Dangerous Things. Wat veel zegt over het vrouwbeeld van de verhaspelaar.
Vorige week zag ik dat Gulpener bier ook lekker aan het spelen is met categorieën. Op het etiket van het flesje Oker Blond staat naast het symbool voor eten (mes en vork, 🍴):
Geroosterd vlees, stoofpot, kruidige saté, ketjap, perfect bij het bomen snoeien.
En nog grappiger vind ik het etiket van de Ur-Hop, zelfde plek:
Live muziek, Thaise curries, groene salades, pompoen en natuurdocumentaires.
😆
‘Kwetsbaar’ is gewoon k*t
Ik heb me hier nu al een keer keer drukgemaakt over het oprukken van het woord kwetsbaar. Sinds de laatste keer zag ik nog een heel gekke, in een bericht op NOS.nl. Het artikel gaat over de invloed van de coronacrisis op sporten en bewegen.
In het algemeen zijn lager opgeleiden minder gaan bewegen, bijvoorbeeld omdat hun voetbalclub stil ligt. Dan staat er:
Tijdens de eerste golf deed iedereen nog enthousiast mee met de workoutfilmpjes van de hoofdtrainer, oud-prof Ivo Rossen. Maar na een aantal weken haakten de meesten af. “Nu willen de recreatieteams alleen maar partijtjes spelen en dat mag niet”, zegt Van Dongen.
In deze ploegen zitten vaak wel een paar spelers in een kwetsbare situatie, die bijvoorbeeld hun baan hebben verloren, zegt de clubbestuurder. “Die hebben het samen sporten nodig voor hun sociale contacten en ik ben bang dat juist deze leden nu afhaken.”
Je baan verloren hebben, sorry, dat noem ik geen kwetsbare situatie, dat noem ik gewoon kl*te. Of als je het netjes wilt houden: naar of vervelend.

