↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Inhaalslag

Louise Cornelis Geplaatst op 15 oktober 2009 door LHcornelis15 oktober 2009 1

Erg oplettende volgers van dit weblog hebben het misschien al gemerkt: vorige week was er geen terugblik op het debatcollege, en sowieso was het even nogal stil. Dat klopt: familieomstandigheden. Ik pik deze week de draad weer op. Gister dus wél debatcollege, maar dat was dus meteen een inhaalslag: we bespraken de stof van twee weken.

Dat betekende dat we het grootste deel van de tijd bezig zijn geweest met het verteren van maar liefst vijf hoofdstukken  uit het boek en dus geen tijd hadden om uitstapjes te maken naar de griepdiscussie of de fratsen van Wilders. Het ging meer over argumentatietheorie en om het het grip krijgen op begrippen als prima facie case en topicaliteit (tsjonge, wat is die Engelstalige Wikipedia volledig op dit terrein, zeg!) of over de vertaling van het woord case (‘zaak’ maar ook gewoon ‘argumentatie’).  

Dat zijn allemaal nog heel inhoudelijke dingen – daar gáát het om bij dit vak. Maar een deel van de energie ging ook zitten (en zit elke week) in het doorgronden van de tekst – wat bedoelen ze nou toch? Een voorbeeld. Op p. 253 staat een kadertje met daarin de ‘essential components’ van de argumentatie die door de tegenstanders van een beleidsstelling kan worden ingebracht als zij willen laten zien dat het plan van de voorstanders nadelen met zich meebrengt (‘disadvantage argument’). Dit zijn punt twee en drie:

Uniqueness: The disadvantage, if a reason to reject the plan, must be uniquely caused by the plan. If it would occur absent the plan, it is not a reason to reject the plan.

Link: The disadvantage must link to the plan and be caused by the specific plan action called for.

Uh… wat is het verschil? In beide gevallen gaat het erom dat het nadeel het gevolg is van het plan. Ik voel ergens wel een subtiel verschil, maar als ik er dan een voorbeeld bij probeer te bedenken, verdwijnt dat als sneeuw voor de zon. Op college kwam ik er dus ook niet uit (gelukkig is het bepaald geen hoofdpunt…).

Na het college keek ik er nog even met een collega naar, en toen zagen we het: de term ‘essential components’ die de opsomming inleidt, is misleidend, want daardoor lijken het vijf aparte onderdelen te zijn. Maar het verschil tussen deze twee is er alleen één van perspectief, of althans, zo kun je het je voorstellen. Uniqueness is dan geredeneerd vanuit het nadeel: dat moet alléén door het plan veroorzaakt worden. Link is geredeneerd vanuit het plan: dat moet verbonden zijn met het nadeel.

Voorbeeld: de uitvoering van de meeste plannen kost geld, dat is een veel voorkomend nadeel. Uniqueness wil zeggen dat dat geld uitgegeven wordt vanwege het plan, en dat het anders niet óók zou verdwijnen. Link wil zeggen dat het zo is dat een deel van het budget inderdaad gereserveerd zou moeten worden voor dit plan. Zelfde nadeel, zelfde ‘essential component’; twee verschillende perspectieven.

En wat voor baat hebben we bij het onderscheiden van uniqueness en link? Ik zie het als hints: ze zetten je aan het denken over de mogelijke invalshoeken waarmee je een voorgesteld plan kunt aanvallen. Niet meer, maar ook niet minder. In het ene geval zou je naar het plan kunnen kijken en kunnen bedenken: ‘dat gaat een hoop kosten’; in het andere geval kijk je naar het budget en concludeer je: ‘er is geen ruimte voor leuke plannetjes’.

Moeilijkdoenerij? Ach, het is een derdejaarsvak, dat hoeven bepaald niet alleen maar hapklare brokken te zijn. Argumentation and debate is het enige boek op dat niveau. Het is jammer dat een boek waarin logisch en analytisch denken zo centraal staat, zelf niet altijd even logisch is…

Volgende week opnieuw geen debat-post op dit weblog, want het is herfstvakantie/tentamenweek. Eind oktober verder!

Geplaatst in Gesprek & debat | 1 reactie

Verschenen: Oase en Leven

Louise Cornelis Geplaatst op 13 oktober 2009 door LHcornelis13 oktober 2009  

Afgelopen week verschenen: Oase Magazine jaargang 2, nr. 2, met daarin vier mini-columns over sport van mij, en Leven van herfst 2009, met daarin van mij o.a. een uitgebreid artikel over ‘vegetarisch bankieren’.

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

Verschenen: 51e Fietsvrouw-column

Louise Cornelis Geplaatst op 7 oktober 2009 door LHcornelis7 oktober 2009  

Verschenen in Fiets van oktober: mijn Fietsvrouw-column over wat de relatie is tussen de recessie en de aanschaf van een nieuwe fiets.

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

Koppen van verslagen

Louise Cornelis Geplaatst op 1 oktober 2009 door LHcornelis1 oktober 2009  

Vorige week gaf ik een workshop aan een vrijwillige redactie van een vakblad. Een onderdeel daarvan was het maken van koppen: titels en tussenkoppen. Koppen heb je in verschillende soorten en maten. Er zijn vanuit de lezer gedacht twee hoofdcategorieën: de ene categorie koppen helpt de lezer bij het doorgronden van de structuur van de tekst, de andere prikkelt de lezer tot verder lezen.

Om met die laatste categorie te beginnen: die kennen we vooral uit roddelbladen. De kop is het meest spectaculaire woord uit de tekst eronder. Je vindt dan tussenkoppen als heftig, schokkend en liefdesbaby, en in de hoofdkop wordt vaak een vraag gesteld die heel wat oproept, maar waarop het antwoord in een hoekje van het artikel meestal nogal teleurstellend wordt beantwoord (‘Ziet Máxima het niet meer zitten?’). Als vakblad kun je met dat soort koppen wel eens een keertje spelen, maar je moet niet doorschieten richting Privé natuurlijk.

De eerste categorie is bruikbaarder. Structurerende koppen heb je ook weer in twee soorten. De ene soort duidt alleen de functie aan van de tekst eronder. In een rapport zijn dat koppen als inleiding en conclusie; in een vakblad bijvoorbeeld mededelingen en van de redactie. Dat zijn prima koppen voor rubrieken.

De tweede soort geeft iets van de inhoud weg. Dat kan ook weer op twee manieren: door het onderwerp te benoemen of door de boodschap kort te geven. Koppen die een boodschap geven kennen we allemaal heel goed: die staan in elke krant. De kop geeft een mini-samenvatting in telegramstijl van het belangrijkste nieuws dat in het artikel verder wordt uitgewerkt. Voordeel daarvan is dat je als lezer met haast kunt ‘koppen snellen’ en zo heel snel een indruk kunt krijgen van het belangrijkste nieuws. Als een kop je aandacht trekt, lees je verder. Dit soort ‘boodschaptitels’, ook bruikbaar voor hoofdstukken en paragrafen, helpt daarom een haastige lezer het meest: ze stellen de lezer het beste in staat zijn eigen leesproces te sturen.

Koppen met alleen een onderwerp doen dat ook wel, maar minder. De mate waarin ze het doen hangt af van de precisie waarmee ze zijn geformuleerd. Een kop met alleen het onderwerp kun je formuleren door in te vullen ‘dit artikel gaat over ….’ Hetzelfde artikel kun je dan als kop meegeven ‘De G20-top in Pittsburgh’ maar ook ‘wat Obama voor interessants zei op de G20’. In beide gevallen weet je waar het artikel over gaat, in het tweede geval weet je zelfs dat Obama iets interessants gezegd heeft – maar je weet nog steeds niet precies wat.

In het vakblad van deze workshop komen veel verslagen voor van congressen. Daar zou een tekstfunctiekop boven kunnen staan: verslag. Maar dan heb je in één tijdschrift misschien wel drie artikelen met dezelfde kop. Dat werkt dus niet, en de lezer schiet er niet zo veel op. Verslag waarvan dan? Tot nu toe heeft de redactie vooral gekozen voor koppen die lijken op ‘G20-top in Pittsburgh’. Dan weet je als lezer over welke bijeenkomst het verslag over gaat – maar meer ook niet.

Met de redactie hebben we op de workshop overlegd of het mogelijk is om te komen tot krantenkoppen boven dit soort artikelen. En toen stuitten we meteen op een volgend probleem. De meeste artikelen zijn namelijk heel ‘brave’ verslagen van wat er op zo’n congres gebeurd is – notulen bijna. Zo van:

Eerst kwam spreker X en die had het daar-en-daar over en dat werd heel enthousiast ontvangen. Toen was het tijd voor pauze waarbij je kon rondkijken bij een paar interessante stands. Vervolgens kwamen de workshops. De workshop Y werd druk bezocht. De deelnemers konden daar leren hoe je Z. Na een smakelijke lunch begon het middagprogramma.

Enzovoort. Probeer je maar eens voor te stellen hoe dát eruit zou zien in jouw krant als het zou gaan over de G20… Zo werkt het dus niet.

En dan schuift dus het probleem van een aspect van de redactionele bewerking (‘koppen maken’) naar het voorbereiden van het schrijven schrijven. Als een schrijver geen reliëf aanbrengt in de tekst, kun je geen boodschaptitel bedenken. De hoofdkop leid je immers af van de hoofdboodschap van de tekst. En die moet er dan dus wel in zitten! Schrijvers moeten het lef hebben om aan een verslag van een bijeenkomst een eigen draai te geven. Ze zijn geen notulist, maar journalist.

Voor de redactie van een vakblad betekent dat dat er op dat vlak een taak voor ze is weggelegd. Voordat een auteur gaat schrijven, geeft de redactie aanwijzingen: ga niet slaafs rapporteren wat er gebeurt is, volg niet per se de chronologie, werk niet elk onderdeel tot in de puntjes uit. Ga naar zo’n dag toe, maak aantekeningen, leg die vervolgens weg en ga los daarvan eerst eens nadenken: wat was nou het interessantste? Wat heb ik geleerd? Waar hebben mijn vakgenoten het meest aan? Op z’n journalistieks gezegd: wat was nieuwswaardig? Dát wordt de kern van het stuk. De rest schrijf je daar dan omheen. Aan het eind mag je dan best ook nog even noemen wat er verder op de dag gaande was en hoe leuk en gezellig het was. Maar wel in die volgorde.

Als een schrijver dat goed doet, is het maken van een boodschaptitel (krantenkop) een koud kunstje. Maar het betekent dus dat de taak van de redactie verschuift van alleen maar nabewerking van kopij die de auteur aanlevert naar al vooraf instructies geven over de aard van het artikel. Dat past bij de professionalisering van een blad. In het begin zijn vakbladen vaak al blij met alles wat ze krijgen, en ze slaan daar een veredeld nietje doorheen. Als een vakblad groeit, en dat is met dit blad het geval (het vakgebied zit in de lift), wordt het zaak meer een eigen stempel te gaan drukken. Auteurs gaan dan best wel iets mogen ‘moeten’, en eventueel kunnen artikelen zelfs afgewezen worden.

Een simpele oefening ‘koppen maken’ leidde op deze manier in de workshop tot een discussie over het beleid van het blad. Dat was een belangrijke discussie om te voeren. Als mijn workshop een bijdrage heeft kunnen leveren aan de professionaliserig van het blad, ben ik dik tevreden.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bewijsmateriaal

Louise Cornelis Geplaatst op 1 oktober 2009 door LHcornelis1 oktober 2009  

Gisteren hebben we op het debatcollege Geert Wilders gelaten voor wat hij is, en hebben we ons voor wat betreft de actualiteit gebogen over een opiniestuk in de NRC van maandag over de Mexicaanse griep. In het stuk betoogt Ekkelenkamp dat minister Klink aan geldverspilling heeft gedaan door, tegen bijna alle adviezen in, 38 miljoen vaccins tegen H1N1 te kopen.

Bijna alle adviezen, want er is één deskundige geweest die hardnekkig bleef beweren dat een pandemie in Nederland catastrofale gevolgen zou hebben. Die kerel, Osterhaus, was nogal eens op tv te zien en was vermoedelijk in zijn eentje verantwoordelijk voor een groot deel van de grieppaniek van de afgelopen maanden. Volgens Ekkelenkamp heeft Klink zijn oor te veel naar Osterhaus laten hangen, en is hij meer bezig geweest met het bestrijden van de paniek die door Osterhaus’ optredens werd veroorzaakt dan met verantwoord omgaan met overheidsgelden ten behoeve van de volksgezondheid.

Ekkelenkamp gebruikt bronnen, noemt namen en beschrijft de gang van zaken op het ministerie van Klink om zijn redenering te staven. Daar ging gisteren de theorie over: wat voor materiaal gebruik je om je standpunt te bewijzen? Je mag Ekkelenkamp niet zomaar vertrouwen en geloven. Dus zelfs als je, met Ekkelenkamp, zou willen betogen dat Klink aan geldverspilling heeft gedaan, zou je moeten checken of hij zijn bronnen correct gebruikt. Hij citeert bijvoorbeeld uit rapporten van de Gezondheidsraad. Heeft hij dat netjes gedaan? Als je dat niet checkt, stel je je in een debat mogelijk kwetsbaar op, als je tegenstanders kunnen aantonen dat Ekkelenkamp citaten uit zijn verband heeft gerukt.

En misschien kun je door de oorspronkelijke bronnen na te gaan nog versterking van je argumentatie vinden. Een opiniestuk in een krant is immers altijd maar beperkt van volume, dus er is vast méér. Hoe meer bewijsmateriaal je hebt, des te sterker sta je. Eén bewijsstuk is meestal zelfs niet genoeg, want veel te kwetsbaar. Bewijs is ook meestal niet een kwestie van 100 % dichttimmeren, maar van iets aannemelijk maken, zo aannemelijk mogelijk. Meer bewijs betekent meer aannemelijk.

Ook als je ervoor zou willen pleiten dat het juist verstandig was van Klink om zoveel vaccins aan te schaffen, dus tégen Ekkelenkamp, kun je diens artikel als uitgangspunt gebruiken in je speurtocht naar tegenbewijs. Je moet dan vooral letten op onderdelen van de argumentatie die hij niet of gemakzuchtig staaft. Ekkelenkamp schrijft bijvoorbeeld wel heel makkelijk dat ‘alle’ virologen het al in een vroeg stadium erover eens waren dat H1N1 een mild virus was, milder zelfs dan een gewone griep. Is dat wel echt zo? Spoor andere virologen op, in het echt (bellen!) of in de vorm van hun publicaties, en kijk of je er een kunt vinden die er anders over denkt, of die kan vertellen hoe de inzichten in de loop van de tijd zijn veranderd. Zo kun je aantonen dat Ekkelenkamp de loop van de wetenschappelijke inzichten naar zijn hand zet.

Met eenzelfde gemak schetst Ekkelenkamp een simplistisch beeld van de besluitvorming op het ministerie. Zó simplistisch dat het ongeloofwaardig is. Dat moet na te gaan zijn: is het echt zo gegaan? Iemand op het ministerie moet toch kunnen uitleggen dat het niet zo is geweest dat Osterhaus iets riep en dat Klink toen maar al die vaccins bestelde. Zoek dus een bron waarmee je kunt bewijzen dat Klinks besluitvorming wel degelijk zorgvuldig was.

Ook geeft hij voorbeeld van wel heel vergaande adviezen. De Britse bond van verloskundigen adviseerde bijvoorbeeld om nu maar niet zwanger te worden. Dan zou je dus eens kunnen bellen met die bond om te vragen waarop zij dat advies baseren. Op die manier kun je op het spoor komen van argumenten tegen Ekkelenkamps betoog, en die argumenten staven. Osterhaus zelf kan daar wellicht ook licht op doen schijnen – het is een goed idee om hem te bellen of op zijn minst publicaties van hem op te sporen. Als je zulke bewijzen niet vindt, kun je alleen maar betogen ‘zo stom kan Osterhaus/zo’n bond toch echt niet zijn’. Dan geef je dus wel een argument, maar erg overtuigend is dat niet.

Wat je je ten slotte altijd moet afvragen als je bronnen gebruikt in je debat, is welke belangen die bron zou kunnen hebben. Inmiddels zijn er rond Osterhaus twijfels gerezen over zijn onafhankelijkheid: hij heeft mogelijk financieel belang bij de aanschaf van middelen tegen de griep. Zoiets maakt een bron in één klap onbetrouwbaar. Makkelijk scoren voor het pro-Ekkelenkampkamp in het debat.

Maar misschien heeft ook Ekkelenkamp belangen. Hij doet nogal neerbuigend over de gretigheid waarmee Osterhaus elk ogenblik met z’n snufferd op tv kwam. Had hij dat misschien zelf graag gewild, voelt hij zich genegeerd? We weten het niet, maar om echt sterk te staan in een debat is het op zijn minst goed om na te gaan of er zoiets kan spelen. Want stel dat je je pleidooi vooral op Ekkelenkamp baseert, en iemand van de tegenpartij kan aantonen dat die en Osterhaus al jaren aan het ruzieën zijn met elkaar, en dat Ekkelenkamp er dus alles aan zal doen om Osterhaus een hak te zetten, dan doet dat op z’n minst twijfels rijzen over de betrouwbaarheid van de bron Ekkelenkamp.

Daar komt het eigenlijk allemaal op neer: vertrouw nooit iemand zomaar op z’n blauwe ogen. En eigenlijk lijkt dat op een belangrijk principe uit de journalistiek: dat van hoor en wederhoor en het checken van je bronnen. Kritisch zijn is de belangrijkste eigenschap die je nodig hebt om dat werk goed te doen.

Geplaatst in Gesprek & debat | Geef een reactie

Nogmaals over de geboorte van jip-en-janneketaal

Louise Cornelis Geplaatst op 28 september 2009 door LHcornelis28 september 2009 1

Er bleek zonder dat ik het wist een relatie te zijn tussen twee van mijn posts van de laatste weken, namelijk  die van vorige week maandag over het interview in NRC Handelsblad met Peter Zuijdgeest en die van 7 september over de geboorte van de term jip-en-janneketaal: Peter Zuijdgeest is de geestelijk vader van die term!

Soms lijkt het een kleine wereld. Ik had, zoals ik op 7 september schreef, een ingezonden brief gestuurd naar de redactie van Onze Taal over dat ik jip-en-janneketaal al kende vóór 2002, dus voordat Bas Eenhoorn hem in de Tweede Kamer introduceerde. Een redacteur van Onze Taal had het interview met Zuijdgeest beter gelezen dan ik, of liever gezegd: hij had niet, zoals ik, het biografische kadertje over het hoofd gezien. Daarin staat:

Van 1987 tot 1991 was [Zuijdgeest] beleidsvoorlichter bij de gemeente Voorburg, waar Bas Eenhoorn (VVD) destijds burgemeester was. Voor zijn cursus Begrijpelijk Schrijven maakte Zuijdgeest reclame met een affiche: Burgemeester Eenhoorn schrijft begrijpelijk. Vindt hij. Maar begrijpelijk voor wie? Jip en Janneke of Einstein?

Ik heb het Peter Zuijdgeest even gevraagd, en inderdaad: hij bedacht die poster in 1988, de cursus werd een groot succes en kreeg landelijke bekenheid. De term ook, want in de jaren negentig had die zich van deze context losgezongen en leerde ik hem bij McKinsey kennen. De postertekst was bij Eenhoorn goed blijven hangen, en zo kon deze jip-en-janneketaal in de politiek introduceren. Inmiddels is het een staande uitdrukking. Lijkt me erg leuk, om als bedenker van zo’n postertekst je geesteskind jaren later een eigen leven te zien leiden!

Geplaatst in Opvallend | 1 reactie

Standaardgeschilpunten

Louise Cornelis Geplaatst op 24 september 2009 door LHcornelis24 september 2009 1

In het debat-college gisteren verder nagedacht over hoe de andere politici zich in het debat zouden kunnen verweren tegen Wilders – want dat vinden ze moeilijk. Er zijn naar aanleiding van de Algemene Beschouwingen wat artikelen geweest in kranten over Wilders’ debatstijl (bijvoorbeeld in NRC Next en het Nederlands Dagblad). Veel wijzer werden we daar echter niet van: het is veel analyse van wat er moeilijk is, en weinig concrete adviezen hoe het wél zou kunnen.

Er zijn wel degelijk mogelijkheden. Veel daarvan hebben als risico dat Wilders in een slachtofferrol gedrukt wordt: ‘de ‘oude politiek’ laat me niet eens uitpraten’. Zo’n reactie kun je verwachten als je hem negeert (door niet op hem in te gaan of alleen je eigen verhaal te vertellen), als je hem tot de orde roept (de kamervoorzitter zou daar een rol in kunnen spelen), reageert op zijn soms wat extreme vormen (spreektaal, metaforen, retorische trucjes), enzovoort.

Wat ons wél een goede oplossing leek, is hem vragen zijn voorstellen concreet te maken. Dat gebeurt weinig, omdat hij zo vaak met ideeën komt waar de andere politici niet eens over wíllen praten. Maar die koudwatervrees zouden ze moeten overwinnen. Roept hij weer eens wat, pak hem dan aan volgens de spelregels van een goed debat: ‘Mooi idee, meneer Wilders, maar welk dwingend probleem lost dit op? En is dat probleem wel inherent aan de huidige gang van zaken, dus moeten we het wel op willen lossen? En is uw voorstel wel uitvoerbaar? Brengt het geen grote risico’s met zich mee?’

Deze vragen stel ik niet toevallig. Ze zijn afgeleid van de aloude stock issues, in het Nederlands standaardgeschilpunten, die in elk beleidsdebat aan de orde kunnen komen. Deze vragen zijn altijd relevant als er een beleidsvoorstel gedaan wordt, en degene die het beleidsvoorstel indient, moet bereid zijn ze te beantwoorden. Net gister behandelden we in het college de theorie erover.

Wilders zelf had een mooi voorbeeld aangedragen van hoe de stock issues werken. Met zijn ‘kopvoddentax’ overspeelde hij zijn hand. Hoofddoekjes zijn geen probleem; zelfs Wilders’ eigen achterban herkent ze niet als ‘straatvervuiling’. Ze staan hooguit symbool voor andere problemen (emancipatie van moslima’s, kosten van allochtonen) – maar aan die problemen zijn hoofddoekjes niet inherent (als er geen hoofddoekjes meer gedragen worden, bestaan die problemen nog steeds). De invoering van zo’n belasting zou op grote uitvoerbaarheidsproblemen stuiten, de kosten zouden wellicht door de bureaucratie ervan hoger zijn dan de opbrengst, en de uitvoering zou een aantal zeer onfrisse nadelen met zich meebrengen, zoals discriminatie op basis van geloof of afkomst (hoe zit het met keppeltjes?) en een politiestaatachtige controle op straat.

Het kostte de Tweede Kamer vorige week niet eens veel moeite om deze zeepbel door te prikken. En zo moet het: winnen op inhoud en argumentatie. Risico van de aanpak is dat Wilders een keer met een écht goed voorstel komt, en het debat op de stock issues wint. Dat zou voor zijn tegenstanders zeer pijnlijk zijn. Maar een echt probleem is het niet. Goede plannen zijn zeer welkom.

Geplaatst in Gesprek & debat | 1 reactie

Leestip: simpel schiet door

Louise Cornelis Geplaatst op 21 september 2009 door LHcornelis21 september 2009 1

Vorige week zaterdag stond er in NRC Handelsblad een interview waarin neerlandicus Peter Zuijdgeest de stelling verdedigt dat de overheid doet alsof heel Nederland laaggeletterd is. De roep om simpele overheidsteksten is volgens Zuijdgeest te ver doorgeschoten: hoger opgeleiden nemen de teksten niet meer serieus, en de complexe werkelijkheid is niet altijd in jip-en-janneke-taal uit te leggen.

Interessant artikel, en ik kan me in Zuijdgeests betoog goed vinden. Ik hoor zelf de roep om steeds simpeler taal niet zo vaak, maar wel een vergelijkbare: het moet op 1 A4 passen. Dan zeg ik wel eens: ik ben blij dat Einstein dat niet heeft gedaan met de relativiteitstheorie, want dan had écht niemand het begrepen.

En naast de overheid kan ook het bedrijfsleven er wat van. Zuijdgeest geeft voorbeelden van een woordenlijstje waarin terrorisme en radicalisering worden uitgelegd; alle voorheen-Postbankklanten kregen een woordenlijstje van de ING waarin stond uitgelegd dat hun giroafschrift voortaan rekeningafschrift zou heten. Daar heb ik toen toentertijd ook hartelijk om gelachen.

Moraal: simpel is goed, maar te simpel niet.

Geplaatst in Leestips | 1 reactie

In de verdediging gedrukt

Louise Cornelis Geplaatst op 16 september 2009 door LHcornelis16 september 2009  

Vandaag bespraken we op het debatcollege enkele belangrijke debatten en debaters uit de recente Nederlandse politiek. Pim Fortuyn en Geert Wilders stonden daarin centraal. De overeenkomst tussen hen is dat zij de andere politici in de verdedeging drukken doordat zij zich niet houden aan de regels en conventies van het debat. De anderen weten zich daarmee geen raad. Ik moest dus ook lachen toen ik thuiskwam en deze Fokke en Sukke in de krant van vandaag zag staan.

Pim Fortuyn leek zichzelf en zijn gespreksgenoten niet helemaal serieus te nemen. Hij zegt vaak dingen die letterlijk helemaal niet zo vervelend of aanvallend zijn, maar hij doet dat op een toon die wel degelijk lullig is. Hoe ga je daar nu op in als inhoudelijke politicus die zichzelf wél serieus neemt? Om die inhoud gaat het immers niet. Op inhoud is dus niet van hem te winnen, en met de flamboyante en ironische vorm konden de andere politici niet omgaan. Dat hebben ze in de korte tijd met Fortuyn ook niet geleerd, en pogingen ertoe zijn later afgestraft omdat ze wel werden gezien als aanleiding tot de moord (de ‘demonisering’ door links van Fortuyn).

Geert Wilders bedenkt zijn eigen debatspelregels. We zagen een fragment van hem waarin hij in de algemene beschouwingen gewoon helemaal zijn eigen verhaal vertelt. Met algemeen beschouwen heeft het niets te maken. Eigenlijk wil niemand anders serieus praten over islamisering als probleem. Maar ze worden ertoe gedwongen omdat Wilders erover begint. Je kunt dan twee dingen doen: je verweren of er niet op ingaan. In beide gevallen is er een grote kans dat Wilders wint. Want hij bepaalt, hij krijgt de ‘zendtijd’ zo toch wel.

In de theorie van vandaag ging daarin heel kort over de ethiek van het debat. Het moddergooien tussen Fortuyn enerzijds en Melkert of Van Dam anderzijds was beslist zeer on-ethisch. Zo moet het dus niet. Hoe debatteren met zulke lastige debaters wél moet, is nog onduidelijk – vandaar ook die angst van Fokke en Sukke. Wordt vervolgd.

Geplaatst in Gesprek & debat | Geef een reactie

Schrijven met de hand is goed voor je

Louise Cornelis Geplaatst op 15 september 2009 door LHcornelis15 september 2009  

In Onze Taal van deze maand stond een ingezonden brief namens het Platform Handschriftontwikkeling die mijn interesse trok. Er stond in dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat schrijven met de hand een positieve invloed heeft op ons emotionele welbevinden. Ik heb het platform gevraagd hoe dat zat, en kreeg per e-mail een uitvoerig antwoord.

Het Platform is voorstander van het handhaven van handschrijfonderwijs. Eén van de argumenten daarvoor is:

Het handschrift is een vol-strekt eigen manier van bewegen. Emoties beïnvloeden onze manier van bewegen. Grafologen en schrijfpedagogen signaleren blokkades in de bewegingsstroom. Met schrijfbewegingstherapie wordt het eigen ritme teruggevonden, het zelfvertrouwen herwonnen. In kinderhandschrift kunnen problemen gesignaleerd worden voordat kinderen vastlopen. Ook naast en na psychologisch onderzoek kan de schrijftherapeut een waardevolle bijdragen leveren.

Ook voor volwassenen kan met de hand schrijven heilzaam zijn. Eén van de bronnen is volgens het Platform dezelfde Pennebaker als waar ik het eerder op dit weblog al eens over heb gehad, en die aangehaald wordt door een neuropsychologe, Margriet Sitskoorn. Die betoogt dat schrijven met de hand een positieve prikkel kan zijn voor het ouder wordende brein. En volgens David Servan-Schreiber, professor in de klinische psychiatrie aan de universiteit van Pittsburg, is het mogelijk om stoornissen als stress, angst en agressie zelf te genezen, door controle te krijgen over het eigen emotionele brein, bijvoorbeeld door middel van schrijftherapie.

Achtergrond van de heilzame werking van schrijven met de hand is wellicht dat ons handschrift onze emoties óók weerspiegelt, en wordt beïnvloed door alles wat we in ons leven meemaken.

Ik schrijf inmiddels alweer jaren elke dag een stuk met de hand (‘morning pages‘), en vaar daar wel bij. Met de hand schrijven herontdekte ik toen ik in 2000 mijn hand gebroken had en een tijd niet veel kon typen. Ik was verrast door het grote verschil met typen: de vloeiende lijnen, in plaats van het hakketakketak van typen. Goed om te lezen dat het ook nog eens goed voor me is!

En voor de zakelijke schrijvers: met de hand schrijven is een prima manier om de eerste versie te maken, de vlot doorgeschreven tekst waarin de inhoud op de goede plaats moet komen, meer niet. Redigeren en overtypen gaat in één moeite door en leidt niet tot veel tijdverlies. En dus wel tot emotioneel welbevinden.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (562)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (903)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑