Vandaag verschenen: Fiets van april, met daarin mijn column, dit keer over pech & pijn, naar aanleiding van de onfortuinlijke lotgevallen van een vriendin-collega (van wie ik de naam heb veranderd) van wie de knieblessure zich ontwikkelde tot een rampscenario. En er staat nog een stukje van me in, als reactie op een ingezonden brief over mijn column # 66.
De film rukt op – laat mij maar lezen
Mij valt al een tijdje op dat de film erg in opmars is als medium. Een tijdje geleden bijvoorbeeld was de gebruiksaanwijzing van een apparaat een filmpje, en ik heb ook al gezien dat de CEO van een bedrijf een filmpje rondstuurt om nieuw beleid te presenteren aan zijn medewerkers. Het is heel verklaarbaar natuurlijk: een filmpje maken is tegenwoordig laagdrempelig, en voor veel mensen is het aantrekkelijk.
Ik moet echter bekennen dat het mij niet aanspreekt. Ik ben een snelle en handige lezer, en mij kost het kijken van een filmpje veel meer tijd dan het lezen van een tekst. Bovendien kan ik in een tekst veel makkelijker even snel iets terugvinden. Een instructie op film vind ik dus onhandig, en ook bij zo’n filmpje van een CEO voel ik me afhankelijk: ik moet geduldig wachten, in plaats van zelf m’n koers door de tekst bepalen.
Nou kan het zijn dat ik tot een minderheid behoor, maar ik zou meer leden van die minderheid verwachten onder schrijvers – die zijn immers handig met tekst, en ze houden er vaak ook van. Vandaar dat het mij verbaasde toen ik hoorde over schrijftips op film. Hier staan ze: http://korteverhalenschrijven.wordpress.com/2011/03/28/schrijftips-dos-dont-uit-de-schrijfbibliotheek/
Ik vind het leuk om ‘sprekende hoofden’ te zien, zeker als het gezichten zijn bij namen die ik ken. Maar voor snelle informatievoorziening blijf ik erbij dat ik liever lees.
En deze filmpjes laten ook nog iets anders zien: een goed filmpje maken, is een hele kunst. Ik vind deze net ietsje knullig. De camera staat net niet stil bijvoorbeeld, waardoor Louis Stillers sofa lijkt te bewegen. Dat leidt me zelfs zo af dat ik amper kan luisteren naar wat hij zegt. Gelukkig hebben ze bij de Schrijfbilbiotheek meer verstand van schrijven, zal ik maar zeggen.
Voor de filmliefhebbers spijt het me, maar ik blijf dit weblog schrijven, ik ga geen filmpjes maken. Deze schoenmaker blijft bij haar leest.
Onderzoek naar gepast taalgebruik
Help de VU een handje en doe mee aan leuk onderzoek naar de gepastheid van taalgebruik: https://examine.vu.nl/cgi-bin/inferentie.pl?qst_id=15093
Protocol zonder aantekeningen
Hoog tijd om weer eens wat te schrijven hier. Sinds woensdag kamp ik met een fiks computerprobleem (harde schijf pc is gecrasht) waardoor alles wat ik met de computer doe, lastiger is, al is het alleen maar doordat ik op de laptop eerder last krijg van mijn handen. Daarom stelde ik alles wat ik op de computer doe zo veel mogelijk uit, in de hoop dat het snel opgelost zou zijn. Die hoop vervliegt, dus nu toch maar een weblogstukje vanaf de laptop.
Want ik heb er inmiddels alweer twee bijeenkomsten van mijn cursus socratisch gesprek op zitten; we zijn dik over de helft. Gister vond ik het taai; vandaag vond ik het weer heel interessant. Vanwege de discretie die we onderling hebben afgesproken, wil ik niet veel zeggen hier over waar hem dat precies in zit, alleen in heel globale termen: vandaag kwam aan het licht dat het voor sommige deelnemers lastig is om überhaupt een moreel oordeel te vellen – en dat is wel waar we mee bezig zijn. Dat kwam onder andere aan het licht door een voorbeeld dat ik inbracht, dus ik ben vandaag flink ‘aan de bak’ geweest.
Interessant gister vond ik iets heel anders, iets wat mij waarschijnlijk sterk is opgevallen door mijn interesse in schrijven. We hebben het als groep zo geregeld dat degenen die een keer afwezig zijn geweest, als aanvullende opdracht een keer het protocol verzorgen. Protocol verzorgen wil zeggen dat je na afloop opschrijft wat er tijdens het gesprek is gebeurd.
Na afloop – want tijdens het gesprek mag je geen aantekeningen maken, niemand, dus ook de protocolverzorger niet. Idee daarachter is dat je niet goed meedoen en schrijven tegelijkertijd. Om iedereen bij het gesprek te betrekken, schrijft dus niemand.
De deelnemer die gister het protocol verzorgde, sputterde eerst even: hoe kan je nou een verslag maken als je geen aantekeningen mag maken? De docent zei dat het juist okee is als dat verslag geen precieze notulen zijn. Als er dingen aan ontbreken of fouten in staan, corrigeert de groep dat de volgende keer wel. We beginnen namelijk elke nieuwe bijeenkomst met het doornemen van het protocol. Geen probleem dus als dat niet helemaal goed of af is. Het protocol is een startpunt voor het volgende gesprek, geen vastlegging van ‘en zo is het (gegaan)’.
Wat me daaraan aanspreekt, is de relatieve status van het geschrevene. Meer en meer denk ik dat het zin heeft om teksten te zien als tussenstappen in een gesprek, vooral bedoeld om de volgende stap in dat gesprek te kunnen zetten, in plaats van als iets wat af en liefst perfect moet zijn.
Vergelijkbaar: ik was afgelopen week ook bezig met het nakijken van tentamens van mijn eerstejaars studenten in Leiden. Zo’n tentamen is een soort definitief schrijfwerk: de studenten krijgen er een cijfer voor, en dan is het vak klaar. Maar ik dacht tijdens het nakijken regelmatig iets als: ‘hier zou ik wel iets op terug willen zeggen’. Dat varieerde van ‘je hebt het echt niet begrepen’ tot ‘interessante gedachte, daar was ik zelf nog niet op gekomen’. Ik kan in grote lijnen wel geschreven feedback teruggeven aan de studenten, maar ik heb geen ruimte om met ze alle 64 in gesprek te gaan. Dat zou het leereffect voor hen vergroten, daar ben ik van overtuigd. Ik hoop ooit met zoiets te kunnen experimenteren, dus een tentamen of verslag als tussenstap in het leerproces waar docent en student samen over verder praten, in plaats van als iets wat ‘definitief’ is.
Ook in organisaties denk ik dat het goed zou zijn om zo naar teksten te gaan kijken: als tussenstappen in het gesprek. Dat haalt de lading er wat van af en voorkomt onrealistische eisen aan de teksten (‘overtuigen’) en aan de schrijvers (perfectie). Die gedachte is nu nog wat weinig concreet, maar ik vind het een veelbelovend perspectief waar ik verder mee aan de slag ga. De eerste die me op het idee bracht was overigens mijn oud-collega Alison Donaldson, over wiens thesis ik eerder schreef.
Het protocol van gister was overigens erg goed – knap hoe de groepsgenoot dat zonder aantekeningen voor elkaar had weten te krijgen!
Net voetbal
Inmiddels heb ik er twee bijeenkomsten van een dagdeel op zitten in mijn cursus socratisch gesprek. Het is leuk en pittig! We buigen ons over de vraag ‘onder welke voorwaarden is liegen geoorloofd’ en hebben nog over geen enkele voorwaarde consensus. Het lijkt dus alsof er niets uit onze vingers komt, maar daar gaat het ook niet om.
In mijn vorige post over de cursus schreef ik al dat socratische gesprekken een intern en extern doel kennen. Mij hielp het om dat helder te krijgen door middel van een metafoor van de docent: voetbal. Bij voetbal is het het interne doel om het spel te spelen, volgens de regels en liefst een beetje fraai. Het externe doel is: doelpunten maken. Je moet het externe doel hebben als ‘motor’ voor het spel, scoren is mooi – maar ook als je het nooit bereikt, kun je goed bezig zijn.
Voor socratische gesprekken betekent dit: we hebben als doel om te komen tot consensus over die voorwaarden, maar zelfs als we die nooit bereiken, kunnen we een goed socratsich gesprek hebben. Het gaat echt niet om het resultaat, het gaat om het gesprek.
Ik had dit inzicht gister pas echt ten volle helder, en het maakt voor mij heel veel uit. Normaal gesproken ben ik me er in dingen als groepsgesprekken enzo altijd erg van bewust dat het iets moet opleveren, ergens toe moet leiden, liefst een beetje efficiënt. Dat maakt dat ik de voortgang ten opzichte van dat doel in de gaten houd, en daarom behoefte heb aan structuur. Gister lukte het me om me te richten op het gesprek zelf, en dus ook de chaos en het gebrek aan resultaat te aanvaarden.
Het is ook leuk, vind ik, om zo uitgebreid de tijd te nemen om zowel inhoudelijk het terrein te verkennen als om het gesprek als proces op de rails te krijgen. Eén gesprek, en het mag in totaal zes dagdelen duren!
We hebben dus (nog?) niet gescoord. Spelen we het spel goed? Mwah… Voor mijzelf gold dat ik van de weeromstuit het externe doel (consensus) op een gegeven moment helemaal uit het oog verloren was. Maar goed, we hebben nog vier dagdelen te gaan…
Eerst het kader
Ik heb een tijdje geaarzeld met deze post omdat de strekking ervan me nogal irrelevant leek in het licht van het gebeuren waar het over gaat… beetje cryptisch, wordt zo wel duidelijk. Want ik ga het toch maar opschrijven, een ervaring van nu bijna twee weken geleden.
Ik zette in de loop van de ochtend de TV aan om even op Teletekst te kijken – daarom zonder geluid. Ik kreeg een grote brand in beeld, van een elektriciteitscentrale zo te zien. ‘Goh,’ dacht ik, ‘alweer een grote fik, moet wel écht groot zijn, want live op TV’. Daarna zag ik ingestorte gebouwen: ‘Dus hij is kennelijk ontploft, die fabriek, met veel schade,’ was mijn volgende gedachte – ‘heftig’.
Even later zag ik iets donkers stromen of rollen over weilanden. ‘Tsjonge, er loopt kennelijk heel veel olie uit de brandende centrale,’ dacht ik, ‘wel héél veel’. Zo ontstonden de eerste vraagtekens in mijn hoofd. Toen verschenen er vreemde lettertekens in beeld – Japans? ‘Dus het is ver hier vandaan, is dat niet wat overdreven veel aandacht voor een brand?’ – meer vraagtekens.
Toen zette ik het geluid maar eens aan, en begreep wat er was gebeurd: een grote aardbeving en tsunami, in Japan inderdaad. Aha. Het duurde toen nog een hele poos voordat ik de TV weer uit zette.
Wat deze ervaring laat zien is hoe moeilijk het is om feiten te interpreteren als je nog niet weet wat het grotere geheel, het verband, het kader is, en hoe belangrijk de eerste indruk is: ik ging alles koppelen aan die brandende fabriek.
De relevantie voor schrijven en presenteren hiervan is: geef het kader vóór de details. Oftewel: begin met een goede inleiding en stop daarin meteen de hoofdboodschap. Anders snappen mensen je verhaal minder goed en komen ze misschien zelf al tot een andere, door jou niet bedoelde interpretatie.
Maar goed, dit alles is toch van een heel andere orde dan een ramp waarbij, zoals nu wordt verwacht, meer dan 20.000 mensen zijn omgekomen.
Column-discussie
Goed, nog eentje dan, en dan stop ik er echt mee voor vandaag/deze week: ik zag net dat er op het forum van Fiets gediscussieerd werd over de columns in dat blad. De aanleiding is de meest recente column van mijn collega daar Maurits, maar ik word er ook in genoemd, en kom er aardig van af, en dat is heel wat, want zoals één van de moderators, Daniel1975, opmerkt: je hoort eerder de negatieve dan de positieve geluiden, sowieso, maar zeker op dat forum.
Anders dan Maurits verdedig ik me niet in zulke onderwerpen. Ik ga dus echt niet uitleggen hoe het zit met mijn ‘minderwaardigheidscomplex aan het vrouw-zijn’ hahaha!
Live presentatieverveling
Tot slot van deze werkweek nog een linkje: op http://blog.ideatransplant.com/2010/03/presentation-suffering-live.html kun je live volgen hoe veel mensen presentaties vervelend vinden. Erg leuk idee van blogger over (boeiende) presentaties Jan Schultink!
Collega’s interneren?
Trouwe lezers van dit weblog weten dat ik me niet zo druk maak om taalfouten. Maar deze week kwam ik er eentje tegen die ik toch wel hoogst opmerkelijk vond. In de lead van een artikel staat:
Nieuwsgierigheid en de wens om collega’s – en een goede bedrijfskantine – in mijn eenzame freelance bestaan te interneren dreven me ooit over te lopen naar de voorlichting.
De zin is op meerdere manieren problematisch: hij is lang, complex (vooral ook met de liggende streepjes als tang), ik twijfel aan ‘X drijft me over te lopen’, moet freelance en bestaan niet aan elkaar, en inhoudelijk kan ik er ook niks mee (het laatste dat ik in mijn niet-eenzame freelancebestaan mis, is een bedrijfskantine). Maar daar gaat het allemaal niet om.
Waar het wel om gaat, is interneren. Ik moest het even opzoeken, want het stond hier zo pontificaal dat ik ging twijfelen. Maar het kan écht niet, hoor, dat heeft echt een andere betekenis, kijk maar: http://www.encyclo.nl/begrip/interneren Gewoon hartstikke fout. Het had vast integreren moeten zijn. Nu zou je met wat slechte wil iets kunnen begrijpen als het interneren van collega’s in een bedrijfskantine. Ofzoiets.
Deze fout viel me nogal op. In het blad staat hij maar liefst twee keer, want dit stukje lead is letterlijk overgenomen op de inhoudspagina. Daar was hij me al opgevallen. En een lead valt ook nogal op natuurlijk: dikke, blauwe letters.
Dat blad, dat is Villamedia, het vakblad voor journalisten (nr.5, p. 3 en 12). Die zouden toch beter moeten weten. Ik bedoel: het is een blad van en voor mensen van wie schrijven het vak is. Dan verwacht ik niet dat het foutloos is (ben ik zelf ook niet), maar ik verwacht niet zo’n gekke fout. Zo’n blad wordt toch ook geredigeerd? Dan hebben dus meerdere mensen dit niet gezien.
Want ook daarom valt hij op: hij is gek. Anders dan bijvoorbeeld verantwoording en verantwoordelijkheid is interneren en integreren niet bepaald een woordenpaar dat vaak verward wordt.
Ach, fouten, ze zitten in kleine hoekjes. Overal.
Socratisch gesprek
Ik ben inmiddels begonnen met de cursus socratisch gesprek, waar ik eerder over schreef. Het beviel goed, maar daarover later meer. Laat ik eerst eens uiteen zetten wat het eigenlijk is.
In een socratisch gesprek buigt een groep van 6 à 12 personen zich over een vraag aan de hand van een of meerdere voorbeelden uit de eigen ervaring van de gespreksgenoten. Door middel van interpretatie en abstractie van dat voorbeeld of die voorbeelden ontwikkelen zich algemenere inzichten (er wordt dus niet deductief geredeneerd). De vraag handelt over een conceptueel, filosofisch, wiskundig, ethisch, esthetisch of moreel onderwerp.
Het externe doel van het gesprek is zelf (leren) denken; het interne doel daartoe is het streven naar consensus (intersubjectieve waarheid: alle deelnemers geloven dat het echt zo is).
Om de doelen te bereiken, voltrekt het socratische gesprek zich volgens een strikte discipline. Belangrijkste daarvan is dat het een echte samenspraak is: alle deelnemers doen mee. Daarom moeten de deelnemers elkaar kunnen zien (kring), en is het verboden om tijdens het gesprek aantekeningen te maken (dat haalt je eruit, en het is ook niet nodig, want de gespreksleider noteert op flap). Als iemand naar de wc gaat, stopt het gesprek, en het mag ook niet in onderonsjes tijdens de pauze voortgezet worden. Maar ook mogen deelnemers niet zomaar ‘ja knikken’: ze moeten het er echt mee eens zijn en desgevraagd het gezamenlijke standpunt samen kunnen vatten.
Deelnemers mogen alleen praten uit eigen ervaring, dus zich niet beroepen op autoriteit of externe bronnen. Wat ze wel mogen doen is bijvoorbeeld argumenten, nuanceringen, toespitsingen, hypotheses, antwoorden, tegenvoorbeelden e.d. geven, en bijdragen leveren op metaniveau (dus over de gang van zaken).
Een socratisch gesprek kent meerdere zittingen van vastgestelde duur en met dito pauzes, die strikt worden gehanteerd.
De gespreksleider blijft inhoudelijk op de achtergrond, en heeft drie functies:
1. Orde bewaken: doet iedereen mee, stemt iedereen écht in? (‘formuleer in eigen woorden…’)
2. Vragen stellen, samenvatten e.d. ter verheldering/verbetering
3. Het protocol verzorgen: tijdens het gesprek aantekeningen maken op flap en die later uitwerken en aan de gespreksdeelnemers verstrekken.
Valkuil voor de deelnemers aan een socratisch gesprek is er een strijd tussen argumenten van maken (dat is het dus nadrukkelijk niet, anders dan bij debatteren), of te snel tot een conclusie (willen) komen. De deelnemers moeten een flinke portie twijfel en onzekerheid kunnen en willen uithouden.
Het socratisch gesprek kent een lange geschiedenis, die natuurlijk teruggaat op Plato en Socrates en in modernere tijden is ontwikkeld door Nelson en Heckmann.
