Net zoals bij veel andere zelfstandigen is sinds gisteren mijn BTW-nummer niet meer herleidbaar tot mijn persoonlijke BSN, en dat is een goed ding. Hier is mijn nieuwe BTW-identificatienummer: NL001755593B66.
Categorie archieven: Uncategorized
Laten we Kymrië zeggen
Geen foto, maar ook een leukigheidje, tot slot van de reeks naar aanleiding van mijn vakantie: ik heb in Wales ook nog een Nederlands woord geleerd. Er is namelijk een mooi Nederlands woord voor Wales: Kymrië. Ik had het nooit gehoord, maar googlend kwam ik het tegen. De taal is dan het Kymrisch en de inwoners Kymriërs.
Kymrië sluit veel meer aan bij hoe de bewoner zichzelf noemen: Cymry. Dat betekent in het Kymrisch net zoiets als Dutch: de gewone mensen, landgenoten. Hun land heet Cymru.
Wales en Welshmen zijn Engelse namen, en die betekenen juist iets als vreemd/vreemdelingen. In de middeleeuwen wisten Engelse koningen het Keltische gebied met wat strubbelingen onder hun gezag te brengen.
Wales is dus het woord van de machthebber, die die lui maar vreemd vond. Kymrië is daarom eigenlijk een vriendelijkere naam voor Wales. Jammer dat we dat woord niet vaker gebruiken.
Een zin ontwarren met wij/ ons
Ik zag laatst een zin waar ik behoorlijk op moest puzzelen om hem te begrijpen. Ik heb hem geanonimiseerd, hij was afkomstig van BedrijfA:
Na .. fijne jaren van iets doen wordt 2020 een jaar van verregaande samenwerking met BedrijfB dat BedrijfA in september volledig gaat overnemen. BedrijfB is een ervaren organisatie met een ruim aanbod tegen aantrekkelijke prijzen.
Wie gaat nou wie overnemen? Aan de eerste zin kan ik dat niet goed zien, en het is meer uit de context dat ik afleid dat BedrijfB de overnemer is, en BedrijfA de overgenomene.
Hoe zou je dat ook in de zinsbouw duidelijk kunnen maken? Een passief kan: ‘.. met BedrijfB waardoor BedrijfA in september volledig gaat worden overgenomen’. Opdelen in kortere zinnen kan ook, maar dezelfde verwarring sluipt daar makkelijk in.
De beste oplossing vind ik dat BedrijfA het over zichzelf zou hebben als wij of ons. In één knap helder, en persoonlijker.
Wales: krokodil
Nog één Wales-foto dan: deze krokodil ligt aan de haven van Cardiff als eerbetoon aan een beroemd kind van de stad: Roald Dahl werd er geboren. De Reuzenkrokodil ken ik niet van hem, maar ik heb zeker veel van hem gelezen!

Prima is niet zo goed
In mijn vakgebied is wel eens wat discussie over de betekenis van het woord prima – als ik me goed herinner, was het laatst op Twitter weer zo, en ik vond bijvoorbeeld ook deze blogpost.
Waar het om gaat is dat prima van z’n woordenboekbetekenis af aan het glijden is. Die is iets als eerste, fijnste, voornaamste, uitstekend, bijzonder goed. Maar inmiddels is gewoon goed positiever, en is prima verschoven naar ‘niet zo veel tegenin te brengen’. Overigens hangt dat wel af van de intonatie.
Of ook dat al niet meer? Ik kreeg onlangs een enquête toegestuurd over een sportevenement met daarin de volgende vraag met keuze-opties:

Prima staat hier tussen ‘ja’ (= deelname was naar wens) en ‘redelijk naar wens’ in en is dus ook bepaald niet bijzonder goed of uitstekend maar duidelijk wat lauwer dan dat.
Voor mij is dat toch gek. En interessant: een betekenisverschuiving die zich voor mijn ogen voltrekt.
Betekenisverschuivingen van woorden die een waardering uitdrukken is trouwens van alle tijden. Ik krijg het ‘jeugdige’ gebruik van vet bijvoorbeeld niet uit mijn mond. Of denk aan verschrikkelijk tegenover verschrikkelijk goed. Als taalgebruikers hebben we kennelijk veel behoefte aan uitdrukkingsmogelijkheden voor hoe we iets vinden.
Gaaf is dat.
Lees!
Mooie column van Harald Merckelbach in de NRC van afgelopen zaterdag (W2). Onder de kop ‘Waarom zou je überhaupt boeken lezen?’ begint Merckelbach met slecht nieuws: 70 % van wat je leest is binnen een dag al niet meer uit je geheugen op te graven. Je leest vooral voor de vergetelheid.
Maar, zo schrijft hij, lezen van boeken verbetert je taalvaardigheid. Het is goed voor je woordenschat en je grammaticale behendigheid. Je gaat daarvan steeds beter lezen, maar ook beter schrijven. Literaire fictie is het allerbeste.
Zijn pleidooi is vooral gericht op studenten. Hij schrijft:
Als academici geachte worden één ding redelijk te beheersen dan is het schrijven: beleidsnota’s, ,vonnissen, notulen, verwijsbrieven, wetsteksten en zo meer. Cursussen in academisch schrijven kunnen studenten onmogelijk van deze (…) competentie voorzien. Daarvoor zijn zulke cursussen te incidenteel. Er is maar één begaanbare route naar duidelijk schrijven en dat is veel lezen.
Ik ben het daar zeer mee eens. Door lezen ontwikkelt zich zelfs iets wat bij mijn weten in geen enkele schrijfcursus kan worden aangeleerd, en dat is gevoel voor schrijftaalzinnen. Ik heb bij eerstejaars studenten wel schrijfwerk aangetroffen waarvan ik dacht: ze hebben geen flauw idee van wat een fatsoenlijke schrijftaalzin is, en ik kan ze dat niet uitleggen. Het enige wat helpt, is veel lezen. Goede dingen lezen.
Twee kanttekeningen:
- Cursussen academisch schrijven bereiden sowieso niet goed voor op schrijven in de praktijk; ze kweken vaak juist verkeerde gewoontes aan, zoals langdradigheid en navelstaarderij (je leert in de wetenschap je eigen proces rapporteren in plaats van een boodschap overbrengen).
- Grammaticale behendigheid door lezen – ja. Maar niet alle schrijfvaardigheden knappen automatisch op van veel lezen. Mij valt op hoe weinig ’transfer’ er is binnen één persoon van lees- naar schrijfervaringen. Bijvoorbeeld: als lezer hebben ze hun teksten graag allemaal kort en overzichtelijk, als schrijver willen ze vooral volledig zijn. In mijn trainingen ben ik blij als ik het schot tussen lees- en schrijfervaring weet te slechten.
Rustig beginnen
In de eerste plaats wens ik jullie allemaal een goed nieuw jaar!
In de tweede plaats een dienstmededeling: dit weblog gaat even op pauze vanwege drukke andere bezigheden mijnerzijds (nieuwsgierig? neem dan contact met me op). Ik pik de draad eind maart weer op – ruim op tijd om toe te gaan werken naar het tienjarig bestaan van het blog, want dat is in juli zo ver!
De laatste links van het jaar
Hier weer de oogst aan interessante links van de laatste tijd:
- Marc van Oostendorp over een onderwerp dat mij ook bezighoudt: de relatie tussen denken en communicatie. Strekkinng: dat je geen ideeën hebt zonder dat je ze onder woorden brengt (en omgekeerd). Wat ik ook vaak beweer over schrijven: dat dat niet het op papier zetten van ideeën is, maar dat de ideeën zich vormen tijdens het schrijven.
- Iets wat ik ook wel eens probeer uit te leggen, maar wat ik in het vervolg ga doen door middel van een verwijzing hiernaar: uitleg over het verschil tussen argumenteren en redeneren. Het is een beetje filosofisch, maar het ligt ten grondslag aan één van de dingen die ik aan het piramideprincipe anders uitleg dan Barbara Minto. Die gebruikt namelijk voor argumenteren (enkelvoudige en meervoudige argumentatie) begrippen uit het redeneren (deductie en inductie), en dat vind ik gek en verwarrend.
- Een leuke blogpost over gedragsveranderende communicatie van collega Jeanine Mies: je opties geïllustreerd aan de hand van je kinderen uit de ballenbak krijgen.
- Meer over gedragsveranderende communicatie: Sire maakte onlangs niet zo’n goede beurt (vond ik dan) met de jongens-campagne, hier relativeert emeritus-hoogleraar massacommunicatie Bert Pol het effect van hun (goedbedoelde) campagnes sowieso. Zelfs de beroemde ‘je bent een rund’-campagne.
- Mooie blogpost over hoe voorkennis een schrijver dwars kan zitten – die krijgt dan last van the curse of knowledge, een grote schrijfvloek inderdaad!
- Ik heb hier ook wel eens mijn beklag gedaan: terecht dat er meer aandacht is voor begrijpelijke taal van advocaten.
- Voor wie het leuk vindt: een fraaie ‘longread’ over de ontstaansgeschiedenis van PowerPoint.
- Een klein taaldingetje, vind ik altijd wel interessant: ik had eerder al eens begrepen dat het woord echt kan duiden op onzekerheid (als je het hebt over echte mannen/vrouwen/hardlopers/…, twijfel je diep van binnen of je daar zelf wel toe behoort), hier wordt beweerd dat het ook kan duiden op stress, samen met andere versterkers als ongelofelijk. In schrijven maar zo min mogelijk doen.
- Tot slot, van een heel andere orde: een mop over consultants.
Met dank weer aan de Twitteraars en blogs die ik volg, en aan Arno voor de mop!
“Aside”
Ik zag net dat het bericht hieronder als ‘aside’ gepubliceerd was, zonder eigen titel. Ik weet niet hoe ik dat voor elkaar heb gekregen, ik wist niet eens wat een aside was. Maar nu wel. Weer wat geleerd. Het was alleen niet de bedoeling; ik heb het aangepast.
Eindejaarsbespiegeling over mijn schrijven
In Schrijven Magazine van dit kwartaal (6-2015, p. 6) staat een klein stukje over de relatie tussen schrijven en depressie:

Schrijvers zijn gevoelig voor depressief omdat ze vertrouwd zijn met ellende, in een isolement kunnen zitten en veel afwijzingen incasseren. Van die drie mogelijke oorzaken vind ik de eerste het interessantste. Enerzijds vind ik het te zeer het romantische beeld van de ploeterende schrijver en vraag ik me af of er zinvolle bezigheden zijn zonder ellende en lijden.
Aan de andere kant herken ik er ook wel wat in, of althans, ik zou het ietsje anders formuleren: ik denk dat schrijven wel degelijk samen kan gaan met een ‘dispositie’: de drang om de wereld met je schrijfsel een beetje beter, mooier te maken. Volgens mij wil je alleen maar schrijven omdat je de wereld zonder jouw schrijfproduct net een tikje (of heel erg) onvolledig vindt.
Om het bij mezelf te houden: dingen kunnen volgens mij altijd beter. Dat is misschien wel de meest drijvende kracht achter mijn professionele bestaan. Ik verbeter mijn trainingen en andere interventies doorlopend, ik kan niet anders. Elke tekst die ik onder ogen krijg kan beter, zelfs al is-ie best wel goed. Mijn eigen teksten kunnen ook altijd beter, al ben ik gelukkig ook pragmatisch genoeg om er wel een keer een punt achter te kunnen zetten.
Dat schrijven van mij komt voort uit diezelfde verbeterdrang; ik noem het ook wel zendingsdrang. Dat ene, dat moet echt nog gezegd worden, de wereld moet dat weten, daar wordt-ie echt beter van, daar worden mensen beter van (mijn favoriete Loesje: ‘Hoezo geen idealen? Ik wil een heleboel mensen verbeteren’).
De keerzijde van ‘het kan altijd beter’ is ‘het deugt nooit helemaal’, en dat is een aardige voedingsbodem voor depressie. Er deugt dan niks, van niemand, van de hele wereld niet (mooi nummer van De Dijk: ‘Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd’), en zeker ook van mezelf niet. Daar kan een gitzwarte wanhoop uit voorkomen. Ik ben gelukkig nooit depressief geweest, al ken ik wel sombere buien. Die ik in de loop van mijn leven heb leren accepteren als horend bij die grote verbeter-drive.
Dus: gevoel van ellende en lijden? Ja. Maar dat komt niet door het schrijven, het is eerder omgekeerd: het schrijven komt voort uit de verbeterdrang waar die vatbaarheid voor ellende en lijden de keerzijde van is. Soms zou ik ook wel eens structureel tevredener willen zijn. Maar dat duurt nooit lang. Want die verbeterdrang houdt zowel mijzelf als mijn schrijven op gang. En van gezapigheid krijg ik vreselijke jeuk!
