↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Schrijfregels

Louise Cornelis Geplaatst op 6 augustus 2010 door LHcornelis6 augustus 2010  

In mijn vorige twee posts stonden knipsels uit tijdschriften centraal; hier komt er één uit de krant. Of nouja, het waren er ooit drie, en ze verschenen al een tijd geleden: van 26 tot 28 oktober 1999, in NRC Handelsblad. Maar ze zijn nog steeds even actueel als leuk – en ze laten zien dat geen enkele schrijfregel zwart-wit is:

In het holst van de zomer drie posts achter elkaar op basis van knipsels, dat is geen toeval: ik ben de afgelopen rustige werkweken bezig geweest met het ordenen van mijn archief en met het scannen van allerlei papieren die zich hadden opgehoopt op mijn bureau. Vandaar dus – en mijn werkkamer is inmiddels heerlijk opgeruimd!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verschil piramide – issue tree

Louise Cornelis Geplaatst op 3 augustus 2010 door LHcornelis3 augustus 2010 1

(Dit bericht is bedoeld voor consultants en aanverwanten die ook voor het analyseren van problemen ‘boomstructuren’ gebruiken, oftewel: die naast het piramideprincipe ook issue analyse toepassen in hun werk – en voor single vrouwen op zoek naar een partner.)

In mijn vorige post liet ik een voorbeeld zien van hoe ik een stukje uit een vrouwentijdschrift gebruik als voorbeeld in mijn trainingen. Dat deed me eraan denken dat ik al langer dit voorbeeld heb liggen, uit Esta dit keer:

Dit plaatje gebruik ik om het verschil te laten zien tussen een piramide, die je gebruikt om te communiceren, en een issue tree, die je gebruikt om een probleem te analyseren. Ze kunnen er ongeveer hetzelfde uitzien: als je globaal kijkt, is dit net een piramide. Maar dat is het dus niet; het is een issue tree.

Aangezien sommige consultants allebei gebruiken, bestaat er wel eens wat verwarring over welke nu wat en waarvoor is. Ik krijg bijvoorbeeld wel eens potentiële nieuwe opdrachtgevers aan de lijn die graag het piramideprincipe willen leren, zodat ze op een gestructureerde wijze problemen kunnen oplossen. Dan lopen de twee dingen dus door elkaar.

Stel, een vriendin komt bij je met het onder ‘Ik wil een man’ geschetste probleem. Je kunt dan samen met haar de verschillende opties van deze boom nalopen. Uiteindelijk kom je dan uit bij één van de oplossingen op de onderste lijn, in de blokjes met ‘advies’ erboven. Stel dat dat het derde advies is, datingsites. Je hebt het probleem dan uitputtend geanalyseerd en een op de opdrachtgever gerichte opgelossing gevonden. Dat is precies waar zo’n boom voor is. Het maken van de boom vergt trouwens veel inhoudelijke kennis – dat is zelfs aan dit voorbeeld al te zien.

Als je nu die vriendin belooft het resultaat in een advies-e-mailtje verder uit te werken, dan zet je et advies juist bovenaan je piramide, en je werkt dat naar beneden uit. De piramide ziet er dan dus zo uit (sterk versimpeld; stel je er een derde niveau bij voor met praktische informatie zoals de URL’s en aanmeld- en tariefinformatie):

Het e-mailtje zou dan als volgt luiden:

Beste …,

Laatst bespraken we jouw wens om een partner te vinden. We kwamen erop uit dat het voor jou de beste oplossing zou zijn om je aan te melden bij diverse datingsites. Zoals ik vertelde, heb je keuze uit e-Matching, D-date en Parship. Hieronder geef ik van die drie sites de kenmerken en de praktische gegevens. Ik wil je wel nog waarschuwen dat de kans op succes niet heel groot is: slechts 7 % van de vaste relaties ontstaat zo. Desalniettemin wens ik je veel succes!
(volgen drie paragrafen, voor elk van de sites één)

Een issue tree is gericht op het analyseren van het probleem, stelt vragen, en brengt het hele probleemgebied op een logische manier in kaart, en is dus breed en volledig. Een piramide is de structuur voor een communicatie, geeft hét antwoord, is beperkt tot dat antwoord, en onderbouwt het. Dat zijn twee verschillende dingen. Laat je dus niet in de war brengen door hun vergelijkbare vorm.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | 1 reactie

Ik heb een roman geschreven

Louise Cornelis Geplaatst op 2 augustus 2010 door LHcornelis2 augustus 2010 6

In No plot? No problem, mijn gids voor de afgelopen maand, wordt ervoor gewaarschuwd: nadat je in een maand tijd een roman van 50.000 woorden hebt geschreven, kun je je daarna katerig of leeg voelen: postnovel depression. Dat is een te groot woord, maar ik zou best graag nog even terug willen kruipen in de fictieve wereld die ik in juli geschapen heb, in mijn PerToNoWriMo, om nog weer even dicht bij de personages te zijn bij wie ik me betrokken heb gevoeld – ook al kwamen ze uit mijn eigen duim.

Gisteren, één dag na het verstrijken van de deadline en het bereiken van de 50.000 woorden en daarmee het slot van mijn roman (zie afbeelding), ben ik nog even teruggegaan, want er waren me een paar verhaallijntjes te binnen geschoten die ik niet netjes had afgerond. Nu heeft mijn boek dus 51.000 woorden. Daar moet het echt bij blijven, het is de bedoeling dat ik er nu van afkick, er los van kom zodat ik over minstens een maand kan beoordelen of ik ermee verder ga of niet.

Zo ja, dan treedt de volgende fase van het schrijfproces in: herschrijven. De gemiddelde NaNoWriMo-deelnemer is daar een jaar mee bezig, en dan nog is het natuurlijk bepaald niet gegarandeerd dat het een goed boek is, laat staan dat het een bestseller wordt. Ook herschrijven zou ik in de eerste plaats doen omdat ik het leuk en leerzaam vind.

Als ik besluit mijn roman hierbij te laten, dan nog heeft dit schrijfproject me veel opgeleverd. In de eerste plaats een boel plezier. Ik vond het leuker en minder moeilijk dan verwacht. Natuurlijk was het af en toe lastig om tussen de andere beslommeringen door voldoende tijd vrij te plannen om gemiddeld 1600 woorden per dag te schrijven. Maar die 1600 worden kwamen in de loop van de maand steeds vlotter. In het begin heb ik nog wel eens wat zijsprongen gemaakt en stukjes geschreven om maar aan mijn woorden te komen voor die dag, terwijl ik al wist: dit is vulling. Aan het eind ging het schrijven zo makkelijk dat ik de grootste stoplap, van zo’n 300 woorden, geschreven op de tweede of derde dag, heb kunnen deleten. Ik haalde mijn woorden toch wel (want ja, je wordt wel een fanatieke woordenteller zo, of, zoals het in No plot? No problem staat: je ontwikkelt obsessive counting disorder).

In de eerste week had ik het moeilijk doordat het onwennig was, en ook doordat ik mee wilde schrijven met de Tour de France, zodat ik feiten uit de Tour van dit jaar in het verhaal kon verwerken. Dat hield mijn voortgang op, en na zo ongeveer de Ardennen-etappe (dinsdag 6 juli) ben ik in de tijd vooruit gaan schrijven.  Na een etappe keerde ik dan terug naar mijn verhaal om er nog wat feiten in te vlechten. Zelfs afgelopen zaterdag heb ik nog een detail uit de Clásica San Sebastián verwerkt.

In week 2 heb ik het nog even moeilijk gehad omdat ik vond dat een ‘draai’ die mijn hoofdpersoon maakte onwaarschijnlijk was, en hoe kon ik dat geloofwaardig brengen? Als ik toen niet die productiedruk had gehad, had ik daar misschien eens even lekker een paar dagen, weken, maanden over nagedacht. Maar nu moest ik door en achteraf gezien is de draai helemaal niet zo gek. Hooguit kan ik bij het herschrijven al vooraf wat hints toevoegen die al in die richting wijzen.

Want zo gaat dat: bij deze manier van schrijven vind je het verhaal schrijvend uit, en zo veranderen er af en toe dingen, met consequenties voor wat je eerder hebt geschreven. Deze eerste versie bevat dus inconsequenties en fouten, maar die zijn van later zorg. De belangrijkste tegenspeler bijvoorbeeld, de profwielrenner, is in de loop van het boek enkele jaren ouder geworden, zodat het aan het eind logisch is dat hij nadenkt over het beëindigen van zijn carrière.

Over die hobbels van de eerste weken heen ging het schrijven alleen maar steeds lekkerder en ging ik genieten van het verblijf in de door mij gecreëerde wereld. Werkelijkheid en fictie gingen zelfs een beetje door elkaar lopen. Mijn hoofdpersoon liet ik bijvoorbeeld op een bepaalde col naar een Pyreneeën-etappe kijken, en als ik dan zelf voor de tv zat, kon ik zeggen: ‘Kijk, op die col staat ze, even kijken of ik haar zie’.

Ik verbaasde me er sowieso over dat ik mijn personages echt leerde kennen, over hoe ze tot leven kwamen, bijna buiten mij om. Ik kon iets schrijven en dan denken: ‘hé, dat wist ik nog niet van hem/haar’. Dat kende ik wel uit de literatuur over creatief schrijven, dat het verhaal zichzelf lijkt te schrijven, dat je als schrijver een doorgeefluik bent. Hoe dat precies werkt, begrijp ik nog steeds niet, want alles kwam toch uit mijn eigen duim. Maar ik heb het zeer zeker zo ervaren. De momenten waarop ik tijdens het schrijven dacht ‘oh, zo zit het!’ of ‘oh, daarom doet ze zo’ waren een enorme kick.

Ik had het verhaal voor een klein gedeelte vooruit bedacht: vrouwelijke wielerfan (een 15 jaar jongere kloon van mij?) ontmoet bij de Tourstart in Rotterdam een renner en ontdekt bij toeval dat hij een groot geheim heeft: hij is homo, en niemand in het peloton mag dat weten. Dat was alles wat ik van tevoren had bedacht, de rest was een ontdekkingsreis. De ontmoeting en de ontdekking had ik in een dikke week beschreven, en toen – hoe verder? In ieder geval: zij raakt betrokken bij zijn geheim, en krijgt daardoor ook iets als een dubbelleven. Daar heeft ze het moeilijk mee.

En zo ontdekte ik ergens aan het begin van week 3 waar het boek ‘eigenlijk’ over gaat. Nog zoiets wat ik kende uit de literatuur en nu zelf ervaren heb: dat je schrijvenderweg ook de diepere laag blootlegt. ‘Eigenlijk’ gaat het over de spanning tussen verstand en geweten enerzijds, en hart, gevoel en lust anderzijds. ‘Mag’ het avontuur wel waar ze zich in stort? ‘Mag’ zijn dubbelleven?

Goed, daar heb ik dus een roman over geschreven. Want dat heb ik echt gedaan: een roman geschreven Wat een prestatie! Ik wist op 1 juli nog niet dat ik dat kon. Ja, ik kan het, en ik vind het nog leuk ook!

Ik heb het gekund dankzij de ‘truc’ waar ik het op dit weblog al vaker over heb gehad: het dresseren van de interne criticus. Met een al te bemoeizuchtige inner editor (de term uit No plot? No problem) lukt het nooit om in een maand 50.000 woroden te schrijven, en was ik misschien in de eerste week al gestopt, afgeknapt op de stroefheid van mijn tekst en het niet-weten van het verhaal na haar ontdekking van zijn geheim. Natuurlijk heeft er regelmatig een stemmetje in mijn hoofd gezegd ‘dit is bagger’of ‘dit gaat nergens over’ of ‘dit gaat nergens heen, en dus ‘dit is onwaarschijnlijk/ongeloofwaardig’. De kunst is dan om toch door te blijven schrijven en het verhaal te vertellen, want:

The important thing is that you write, and that you give yourself permission to write crap, if necessary. Crap you can edit. A blank page will never be anything but. (No Plot? No problem, p. 165).

Het dresseren van mijn interne criticus is iets waar ik al jaren mee bezig ben, waar al mijn schrijven van profiteert, en waar ik in trainingen ook anderen in begeleid. Mijn PerToNaNoWritMo was weer en grote stap vooruit. Daar gaan ik en mijn trainingsdeelnemers ongetwijfeld van profiteren. Ongeacht of het boek ooit gaat verschijnen.

* * *

Op mijn andere weblog hield ik de voortgang bij – onder de aankondiging staan alle trackbacks naar updates.

Geplaatst in schrijftips | 6 reacties

Gewaagd goed voorbeeld ‘so what’

Louise Cornelis Geplaatst op 29 juli 2010 door LHcornelis29 juli 2010 1

Eén van de belangrijkste dingen die je moet doen als je een adviesrapport (en vele andere tekstsoorten) schrijft, is de data voorzien van een so what: wat beteken de data met het oog op de belangen van de lezer/opdrachtgever? Dat gaat verder dan wat een conclusie genoemd wordt. Zoals ik het uitleg, is een conclusie nog wel met enige mate van objectiviteit te trekken, maar een so what (‘synthese’) niet: er komt interpretatie bij, door de adviseur, gericht op de opdrachtgever.

Ik geef als voorbeeld altijd de fruitschaal, geel van kleur, met geel fruit erop (bananen, gele appels, citroenen). Wat betekent dit? Dat hangt af van met wie je communiceert. Als je ‘opdrachtgever’ een kunstschilder is die een stilleven gaat maken, is je advies: ‘je hebt vooral gele verf nodig’. Als je boodschappen doorbelt aan een fervent fruit-eter: ‘Haal er nog wat bij voor het weekend’, enzovoort, enzovoort.

Een goede so what vraagt dus om een op de ander gerichte interpretatie van de feiten. Het is daarmee subjectief, en dat moet het zijn, want adviseren is iets persoonlijks. In die zin verschilt het dus van een conclusie in een wetenschappelijk rapport, die streeft naar algemene waarheden en objectiviteit (of op z’n minst intersubjectiviteit). Het is eenzelfde soort subjectiviteit die maakt dat de diverse kranten verschillende koppen zetten boven hetzelfde ANP-bericht: ze kleuren de kop, met het oog op hun lezers.

M’n gele-fruitschaal-voorbeeld heeft echter voor mij wel een baard van hier tot gunter. Een tijdje geleden vond ik in Viva een alternatief ervoor. Het is een voorbeeld van data met hun so what met een vette knipoog: dit gaat over vreemdgaan.

In het grijs de cijfers (net leesbaar op deze scan, hoop ik), in het wit de ‘so what’.

 

Wat ik in het bijzonder mooi vind aan deze so whats is de vrijheid waarmee de data geïnterpreteerd zijn. Vooral in het tweede blokje gaat dat ver: de data laten een ‘groot gebrek aan zelfinzicht’ zien. Dat is niet objectief af te leiden uit de data; Pieternel geeft er een kleur aan met behulp van wat ze verder over het onderwerp weet – en ze prikkelt de lezer natuurlijk ook graag.

Ik zeg altijd maar: iedereen kan feiten op een rijtje zetten. Maar zeggen wat ze betekenen, op een voor de lezer interessante en relevante manier, daar is vakkennis, lef en flair voor nodig.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | 1 reactie

Tien tips voor columns

Louise Cornelis Geplaatst op 26 juli 2010 door LHcornelis26 juli 2010  

Leuk: http://www.taalcentrum-vu.nl/columnwedstrijd.html. Het gaat over een columnwedstrijd die het Taalcentrum VU deze zomer organiseert, da’s al leuk, maar helemaal leuk én nuttig zijn de tien tips (do’s en don’t’s) voor een succesvolle column.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijven is ook time management

Louise Cornelis Geplaatst op 19 juli 2010 door LHcornelis19 juli 2010  

Interessant stuk in De Groene van journalist Joeri Boom die in toenemende mate opgeslokt wordt door zijn schrijfwerk, iets wat voor velen herkenbaar is:

Het duurt een eeuwigheid voordat ik me ertoe kan zetten de eerste zin te tikken, en die eeuwigheid vul ik niet met luieren, maar met research. Uitdiepen, onderzoeken, interviewen, even nabellen, gegevens checken. Net zo lang totdat ik genoeg informatie heb om een heel boek te schrijven, in plaats van drie pagina’s in De Groene Amsterdammer. En die pagina’s schrijf ik niet zelden midden in de nacht om de deadline nog te kunnen halen.

Hij volgt een diepgaande, persoonlijke cursus time management om beter met tijd te leren omgaan, en dat heeft effect – lees maar.

Jammer dat het artikel midden in de zomer verschijnt. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar voor mij is time management in de rustige vakantiemaanden een stuk minder urgent dan normaal. Dat heeft te maken met het thema ‘luiheid’, dat natuurlijk wel een toepasselijk zomerthema is. Als je goed met je tijd omgaan, heb je meer ruimte voor luiheid. En dat is lekker natuurlijk – ’s zomers én ’s winters!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

PerToNoWriMo. Oftewel: schrijven in juli

Louise Cornelis Geplaatst op 29 juni 2010 door LHcornelis29 juni 2010  

Nog even en dan begint de Tour de France – het is hier in de stad al goed merkbaar. De laatste jaren zijn die drie weken in juli voor mij een aanleiding om veel te schrijven – iets waar ik in die stille zomerperiode ook tijd voor heb. Vier jaar lang schreef ik ‘Vrouw kijkt Tour’-columns; de laatste twee jaar daarvan als weblog. Vorig jaar experimenteerde ik met Twitter (verslag).

De columns, dat weet ik nou wel en twitteren over fietsen doe ik sowieso al. Dit jaar is het dus tijd voor een ander schrijfexperiment. Ik heb me daartoe laten inspireren door de NaNoWriMo: een uit Amerika overgewaaid initiatief waarin het de bedoeling is dat je in een maand een korte roman schrijft (50.000 woorden) – of nouja, een eerste versie daarvan. Het is nadrukkelijk niet het idee dat je in zo’n korte tijd iets goeds, leesbaars of publicabels aflevert. Juist niet: om in zo’n tempo te kunnen schrijven, moet je geen al te hoge eisen stellen aan wat je schrijft. Anders gezegd: kwantiteit gaat voor kwaliteit.

Het nut van zo’n productiedruk is dat je je interne criticus de mond snoert (iets waar het op dit blog al vaker over is gegaan, hier bijvoorbeeld), in de hoop dat jezelf kunt verrassen met wat je onder die druk produceert. Wat daar eventueel bruikbaar van is, dat zul je later wel zien en het zal nog heel wat herschrijven vergen om er iets fatsoenlijks van te maken. Maar dat valt dus buiten die maand.

Het is bij NaNoWriMo ook niet de bedoeling dat je al een heel uitgewerkt plan hebt liggen dat je in die schrijfmaand alleen nog maar hoeft in te vullen. Niet voor niets heet hét NaNoWriMo-handboek No Plot? No Problem (ik heb daarvan de inleidende hoofdstukken gelezen en vond het leuk en nuttig; de rest mag ik pas gedurende de schrijfmaand lezen). Ik heb dan ook nog alleen maar een idee voor een verwikkeling tussen twee hoofdpersonages. Eén daarvan is een (fictieve) profwielrenner die meedoet aan de Tour de France. Zo vlecht ik er dus ook die actualiteit in, althans, dat hoop ik – geen idee hoe het gaat uitpakken natuurlijk.

De officiële NaNoWriMo is in november, maar je kunt er natuurlijk elke maand voor uitkiezen. Voor mij begint die donderdag. Dit weblog komt dan ook in juli (en ook in augustus overigens) op een wat zachter pitje te staan, al zal ik belangrijke dingen wel melden.

Over mijn NaNoWriMo-voortgang, mijn eerste serieuze experiment met fictie sinds de middelbare school, zal ik af en toe iets rapporteren op mijn Vrouw kijkt Tour weblog. Over mijn PerToNoWriMo: personal Tour novel writing month. Ik heb er zin in!

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Zelf een boek schrijven

Louise Cornelis Geplaatst op 29 juni 2010 door LHcornelis29 juni 2010  

Voor wie al jaren denkt: ‘wie weet ga ik ooit nog wel eens een boek schrijven’ – maar er maar niet toe komt: lees dit eens. Tenminste, als het om non-fictie gaat, dus bijvoorbeeld een vakboek. Goede invalshoek: de beperkende overtuigingen centraal. Als er iets schrijven in de weg staat, zijn het wel die dingen!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verbulleting

Louise Cornelis Geplaatst op 17 juni 2010 door LHcornelis17 juni 2010  

Vorige week kreeg ik als feedback op een door mijzelf geschreven tekst (projectvoorstel) dat het ‘wollig’ was. Dat verbaasde me nogal. ‘Wollig’ is niet bepaald een kwalificatie die ik vaak hoor over mijn eigen teksten, en deze tekst had ik expres al sterk onderverdeeld met een goed zichtbare structuur: de ruim drie pagina’s telden acht kopjes en zes bullet-opsommingen.

Het moderne schrijven is dat, met weinig lopende tekst en veel ‘chunks’ en bullets. De moderne lezer heeft immers moeite met ‘lange lappen tekst’. Ik pas me daaraan aan en vind het ook wel leuk om ermee te experimenteren zonder de kwaliteit van de inhoud te grabbel te gooien (in Afzien voor Beginners doe ik dat experimenteren ook). Eén van de dingen die ik bijvoorbeeld belangrijk vind, is dat bullets alleen maar staan voor de leden van een echte opsomming – iets wat tegenwoordig ouderwets streng is.

Toch bleken het bij nader inzien niet genoeg bullets te zijn voor deze lezer. Of liever gezegd: het probleem was dat er één wat langer stuk tekst in stond. Eén van de bullets was in totaal 325 woorden lang, met ook nog twee onderverdelingen, namelijk in alinea’s en een sub-opsomming. Maar toch een flink stuk tekst. ‘Dat lezen ze niet meer’ zei mijn contactpersoon.

Dat vond ik toch wel schokkend. Ik wéét dat mensen hoe langer hoe meer afknappen op lange lappen tekst, maar hoe lezen ze dan de krant? Eind van het verhaal was dat de contactpersoon en ik hebben overlegd en elk een stukje herschrijving voor onze rekening hebben genomen. Aan het ombouwen van die 325 woorden tot een tabelletje hebben we samen in totaal minstens 3 uur besteed: overleg, hij een poging, ik een correctie, hij een slot-redactieronde. Toen was het voorstel wel okee, maar hoe reëel is dat nog? Je bent als schrijver service-verlener aan de lezer, maar dit gaat wel heel ver.

En er speelt nog iets anders. Ook vorige week hoorde ik een toepasselijke anekdote van een trainer die met rollenspellen werkt. Onder druk van de tijdsgeest had hij de tekstjes met rolbeschrijvingen veranderd in bullet-opsommingen. Wat bleek? De rollenspellen werkten niet meer.

Zijn verklaring was dat de bullets juist voor een gebrek aan samenhang hadden gezorgd. Het waren schijn-opsommingen, want inhoudelijk waren de verbanden veel subtieler dan die van de lijst. Met bullets ziet het er gestructureerder uit, maar het verband is eruit.

Ik denk bovendien dat je inleven in een rol beter gaat met een narratieve (verhalende) tekst dan met een bullet-opsomming. Identificatie heeft met narrativiteit te maken. En door middel van identificatie overigens ook met overtuigingskracht: een verhaal kan overtuigen, iets waar in de zakelijke omgeving steeds meer aandacht voor is (‘corporate storytelling’).

Een stukje tekst dat niet in bullets staat niet meer willen of kunnen lezen en meteen als ‘wollig’ veroordelen, daarmee doe je jezelf tekort. Maarja, wat doe ik eraan?

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verschil samenvatting en inleiding

Louise Cornelis Geplaatst op 9 juni 2010 door LHcornelis9 juni 2010 1

(Inleiding:)  En nu dan het slot van een hele ketting. Ik kom nog even terug op punt 1 van de post van maandag, die weer te maken had met eerdere, die allemaal de afgelopen twee weken gingen over het thema ‘zo schrijven dat je efficiënt lezen mogelijk maakt’. Ik schreef het nogal makkelijk: een samenvatting is iets anders dan een inleiding. Dat blijkt in de praktijk niet voor iedereen duidelijk te zijn. Een toelichting.

Inleiding en samenvatting hebben wel wat gemeenschappelijk, en dat is dat de hoofdboodschap erin staat. Maar verder zijn de functies verschillend:

  • De inleiding praat in een paar stappen naar die hoofdboodschap toe (bijvoorbeeld door achtergrond, probleem en vraagstelling kort te schetsen) en vertelt hoe de rest van het document de hoofdboodschap gaat uitwerken. Aan het eind van de inleiding weet de lezer waar hij kan verwachten bij de rest van het stuk.  
  • De samenvatting geeft de hele inhoud beknopt weer. Dus naast de hoofdboodschap ook de uitwerking, en misschien ook wel, heel in het kort, achtergrond, probleem en vraagstelling. Aan het eind van de samenvatting weet de lezer de hele inhoud van het stuk, alleen nog niet tot in detail. 

(Samenvatting: ) Inleiden = lezersverwachtingen managen; samenvatten = verkleinen.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (562)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (903)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑