↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Vakantiebelevenissen (1)

Louise Cornelis Geplaatst op 5 juli 2011 door LHcornelis5 juli 2011  

Op een avond lagen wij in een motel vlakbij Algonquin Provincial Park al vroeg in bed. Voor ons gevoel midden in de nacht (het bleek later 11 uur geweest te zijn), schrokken we wakker van een geluid aan onze voordeur en die ging zelfs even open – en meteen weer dicht. Henk uit bed om te kijken en de deur op slot te draaien (waren we dat vergeten?) en daarna duurde het even voordat we weer de rust hadden om verder te slapen. Er gebeurde verder niets, dus kennelijk had iemand zich in de kamer vergist ofzo?

De volgende ochtend deed ik de deur open en zag toen ernaast een briefje liggen, met wat harkerig handschrift op een servetje:

“Your door is open”. Naar letterlijke betekenis zo helder als glas, maar we hadden geen flauw idee wat we ermee moesten. Ja, onze deur was open, dat hadden we gemerkt. Maar was dit dan een berichtje van de deuren-controleur, die was nagegaan of wel alle motelgasten braaf hun deur op slot hadden gedaan? Was dat verplicht dan? Dan was de strekking: ‘foei’ of ‘volgende keer beter opletten’ wellicht? We vonden het vreemd, maar iets anders konden we er niet van maken.

Pas de dag erna, toen we uitcheckten, hoorden we hoe de vork in de steel zat. Onze buren hadden zichzelf buitengesloten en opgebeld naar de beide beheerders. Die waren allebei gekomen, zonder dat ze dat van elkaar wisten. De eerste beheerder had het probleem opgelost. Toen de tweede kwam, trof die de buitengeslotenen dus niet meer aan. Ze nam aan dat ze even weg waren gegaan. Van een andere gast hoorde ze dat het zou gaan om nummer 11 – onze kamer. Ze maakte de deur daarvan dus open, en legde een briefje neer voor als de buitengeslotenen terug zouden keren. Strekking: ‘Probleem opgelost, jullie kunnen er weer in’. Dat wij in die kamer lagen te slapen, had ze niet gemerkt.

Nu is dit misschien een extreme situatie omdat het briefje niet voor ons bedoeld was, maar zelfs als een boodschap wel bij de beoogde lezer terechtkomt, kan het zijn dat die de strekking ervan niet vat. In het geval van mondelinge communicatie kun je door ‘huh?’ te zeggen meteen duidelijk maken dat dat het geval is, maar dat kan bij schriftelijke niet. Best lastig dus, schrijven!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Gevecht tegen de bierkaai van sliduments

Louise Cornelis Geplaatst op 10 juni 2011 door LHcornelis10 juni 2011 1

Ik realiseerde me deze week dat ik het op dit weblog nog amper ooit heb gehad over het fenomeen ‘slidument’ (ik ontleen het woord aan Presentation Zen): het schriftelijke rapport, geschreven in Powerpoint. De opmars daarvan blijft verbazingwekkend voor mij, en voor een heleboel andere ’tekstenmensen’. Wij zien dat soort documenten als heel moeilijk om gestructureerd en samenhangend te krijgen. Powerpoint is bedoeld als illustratie bij een verhaal door een spreker, niet om zelfstandig door het leven te gaan. De voorbeelden die we van sliduments zien, zijn dan ook slecht gestructureerd en onsamenhangend.

Wat laatst ter sprake kwam, is dat het erop lijkt dat een heleboel mensen in de praktijk van organisaties de voorkeur geven aan een Powerpoint-document boven ‘echte’ tekst omdat ze in hun leven al door enorme stapels slecht geschreven tekst heen hebben moeten ploeteren. Tekst wordt geassocieerd met lang, wollig, breiïg, saai, enzovoort; Powerpoint is snel en hip, je bladert er zo doorheen. Dat je daarbij een boel verbanden mist, valt kennelijk niet op.

Ik herinnerde me toen een verhaal dat illustreert hoe ver de tekst-hekel kan gaan. Ik schreef een keer een voorstel voor een ‘beslisser’ van wie ik weet dat ze een hekel heeft aan tekst, en de voorkeur geeft aan Powerpoint, zowel om zelf in te schrijven als om te lezen. Het voorstel kwam eerst bij de inkoper terecht. Die kwam bij mij terug: het was te ‘onoverzichtelijk’, konden we er nog een keer over overleggen?

Onoverzichtelijk? Het was echte tekst, in Word geschreven, maar er zat een tabel in en de rest was één en al bullet – ik kwam wel een beetje tegemoet aan de wensen van mijn opdrachtgever natuurlijk. Maar goed, dan maar overleggen. In totaal, met reistijd, beetje voorbereiding en daarna het herschrijven van het voorstel, kostte mij dat ongeveer 2,5 uur. Dat heb ik er graag voor over natuurlijk, maar ik was toch wel een beetje verbaasd.

Het probleem van die ‘onoverzichtelijkheid’ bleek hem namelijk te zitten in één alinea tekst van 100 woorden. Dat was te veel, dat kon mijn opdrachtgever niet lezen. Dat stukje tekst kon ik ook wel weer verbulleten, iedereen happy – maar ik heb er dus 2,5 uur tijd in gestopt (en de inkoper ook zoiets), omdat iemand geen stukje tekst van 100 woorden meer kon of wilde lezen… dat gaat toch wel érg ver, vind ik.

100 woorden achter elkaar komt inderdaad in sliduments niet voor. Maar waarom ervaren lezers niet dat ze daarin met schijnlogica (een bullet voor elke losse gedachte), gebrek aan samenhang tussen de pagina’s en te grote beknoptheid te kampen hebben, en dus zelf veel harder moeten werken om het verhaal rond te krijgen? Ik blijf het fascinerend vinden.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een vooroordeel over tekst is. Natuurlijk, een slecht geschreven tekst is afschuwelijk. Maar een slecht gemaakt slidument ook. En de meeste sliduments die ik zie, zijn slecht. Het maken van een goed slidument is namelijk een minstens even grote inspanning als het schrijven van een goede tekst.

Ik blijf dus ook zeggen: gebruik tekst waar tekst goed voor is, en Powerpoint waar Powerpoint goed voor. Dus tekst voor documenten die op zichzelf moeten kunnen staan, en Powerpoint als illustratiemateriaal voor presentaties. Als je daarna een wat opgekalefaterde uitdraai maakt bij wijze van rapport, okee. Maar dat je Powerpoint doelbewust inzet om in te schrijven, nee, dat raad ik echt af.

De strijd tegen sliduments lijkt soms op vechten tegen de bierkaai. Maar ik ga ermee door!

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | 1 reactie

Liefdesbrief

Louise Cornelis Geplaatst op 31 mei 2011 door LHcornelis31 mei 2011  

Mooi citaat dat ik ken van bij McKinsey vandaan, maar het circuleert op internet zie ik:

Designing a presentation without an audience in mind is like writing a love letter and addressing it “to whom it may concern”.

Toegeschreven aan Ken Haemer van AT&T – en het geldt wat mij betreft ook voor het schrijven van, zeg, een adviesrapport.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Homo narrans

Louise Cornelis Geplaatst op 23 mei 2011 door LHcornelis23 mei 2011 1

Afgelopen donderdag was ik in Leiden bij een lezing van Hans Hoeken, hoogleraar bedrijfscommunicatie van de Radboud Universiteit Nijmegen, over de overtuigingskracht van verhalen. Dat is een onderwerp dat mij interesseert, ook voor toepassingen in een zakelijke context. Te veel wordt er daar volgens mij alleen maar gebruik gemaakt van de logos, de op logisch redeneren en argumenteren gebaseerde manier van overtuigen.

Koude oorlog
Dát verhalen op een andere manier overtuigen, weet ik al heel lang: toen ik een jaar of tien was, las ik Die ene seconde over de atoombom op Hiroshima. Dat boek heeft me voor mijn leven beïnvloed, volgens mij: in één klap was de gruwel van oorlog in het algemeen en van kernoorlogen in het bijzonder tot me doorgedrongen. Nadat ik eerst een paar nachten slecht had geslapen, moet ik zeggen, zo intens had ik het boek ervaren.

Enkele jaren later sliep ik vanwege datzelfde thema nóg een keer slecht, dit keer na een film. We keken met de klas naar The day after. Het was de tijd dat er gesproken werd over de mogelijkheid van een ‘beperkte’ kernoorlog in Europa: de Koude Oorlog was ijzig koud. Afgelopen donderdag begreep ik van Hans Hoeken dat die film een rol heeft gespeeld in het ontdooien ervan. Ook Ronald Reagan, toen president van de VS, was ervan onder de indruk, en dat heeft mede geleid tot nieuwe onderhandelingen met de Sovjet-Unie over het beperken van de kernwapenwedloop!

Inzicht in gedrag
Hoeken begon met een verklaring uit de evolutie waarom wij ‘homo narrans’ zijn, misschien wel meer dan ‘homo sapiens’: ter vergroting van de reproductiekansen als soort en als individu is het handig om elkaars gedrag te kunnen begrijpen, voorspellen en beïnvloeden, en daarover leren we door spelen én verhalen. Verhalen laten zien dat andere mensen de wereld anders zien dan jijzelf. Van Het wonderbaarlijke voorval met hond in de nacht kun je autisten beter leren begrijpen, Hersenschimmen dementerenden.

Je leert van verhalen ook hoe dingen verlopen. De meeste verhalen lopen goed af: goed gedrag wordt beloond. Mensen die veel lezen, zijn daarom ook meer ervan overtuigd dat de wereld rechtvaardig is. Daarover had Hoeken ook een paar anekdotes, zoals van een rechercheur die tegen een bestolen iemand verzucht: ‘met zo weinig sporen lossen ze het bij CSI op, maar in het echt gaat dat niet’.

Onderzoek
Verhalen sorteren effect doordat je je erin verliest: dat schakelt je kritische geest uit, het roept krachtige beelden bij je op, en je leeft mee met de personages, je identificeert je met hen. In onderzoek is Hoeken met collega’s nagegaan wat van verhalen nu precies welk effect veroorzaakt. Uit het eerste onderzoek bleek dat de opgeroepen emoties de enige voorspeller zijn van een attitudeverandering.

In het tweede onderzoek bleek dat het verhaalperspectief ook een rol speelt: als de lezer zich identificeert met het personage, heeft dat effect op de attitude. Maar dat is niet alleen een kwestie van perspectief: lezers zijn geneigd zich sowieso meer met de underdog te identificeren, en dat is door verhaalperspectief niet om te draaien.

In het derde onderzoek bleek dat er tussen mensen nogal wat verschil is in de mate waarin hun kritische geest ‘uitgeschakeld’ wordt tijdens het lezen van een verhaal – maar hoe dat precies zat, is me ontgaan, want toen was het uur vol en ging het ineens heel snel. Hoeken is zo’n spreker waarbij je denkt dat hij nog wel uren door had kunnen praten over zijn thema, en dan had het publiek zich nog steeds niet verveeld.

Anekdotes
Er was nog wel even tijd voor vragen, waarbij het bijvoorbeeld ging over hoe kort een verhaal mag zijn om overtuigend te zijn. In een verder gewoon betoog kun je immers bijvoorbeeld gebruik maken van anekdotische argumentatie: een mini-verhaaltje. Werkt dat ook nog? Daarnaar is meer onderzoek nodig. Dan krijg je het type verhalen waarvan Obama bijvoorbeeld gebruikt maakt. Een anekdote die hij gebruikte in zijn speeches voor de hervorming van de ziektekostenverzekering was zo kort als dit:

An Illinois man getting chemotherapy was dropped from his insurance plan when his insurer discovered an unreported gallstone the patient hadn’t known about. They delayed his treatment, and he died because of it.

En dat deed meer dan een heleboel zakelijke argumenten bij elkaar!

Ethiek
Vraag is natuurlijk wel of het ethisch verantwoord is om gebruik te maken van een tactiek waarbij het kritische vermogen van mensen in slaap gesust wordt. Ik denk dat het voor zakelijke communicatie daarom ook zeker niet óf-óf moet zijn, maar én-én. Omdat we niet alleen homo sapiens zijn, maar ook homo narrans. En die mag in organisaties best wat meer aan z’n trekken komen.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | 1 reactie

Ze kunnen echt nog wel schrijven tegenwoordig

Louise Cornelis Geplaatst op 20 mei 2011 door LHcornelis20 mei 2011 1

Ik geef op dit moment een vak aan eerstejaars studenten Nederlands over het schrijven van wetenschappelijke teksten. Ze moeten dat zelf ook doen natuurlijk: een ‘nota’ schrijven. Thema daarvan dit jaar is wel toepasselijk: de nota’s moeten een doortimmerd betoog bevatten over het thema ‘ze kunnen niet meer schrijven tegenwoordig’.

Daarmee wordt bedoeld het klagen van de oudere generatie in het algemeen en het hoger onderwijs in het bijzonder over het gebrek aan schrijfvaardigheid van de generatie van, zeg, 16 à 20. Is het nou echt zo dat ‘ze’ niet meer kunnen schrijven tegenwoordig, en zo ja, hoe komt dat dan en wat is eraan te doen, en zo nee, wat is er dan wel aan de hand, enzovoort: het thema biedt allerlei aanknopingspunten voor een pittig betoog.

Ik heb de afgelopen weken de eerste versies nagekeken en van feedback voorzien. Ik was natuurlijk zelf benieuwd of ‘ze’ nog wel konden schrijven eigenlijk. Welnu, ik gaf ongeveer hetzelfde vak vier jaar geleden, en in vergelijking daarmee deed deze groep het beter: net iets meer studenten haalden meteen bij de eerste versie al een voldoende. Dat is niet representatief, natuurlijk, want het is een ander thema en een iets andere aanpak, en het zou ook kunnen dat ik minder kritisch geworden ben, maar toch, het is een indruk.

Het enige wat ik wel minder goed vond, was de toepassing van de wetenschappelijke conventies rond verwijzen, bronvermelding en bibliografie. Dat zou kunnen komen doordat het onderwijs in het eerste jaar in het algemeen iets is veranderd, en dat is studenten niet aan te rekenen, vind ik, het is iets wat heel specifiek is voor de wetenschap en wat eerstejaars dus simpelweg moeten leren. Dat was dus kennelijk nog niet voldoende gebeurd; in 2007 wel. Ik heb er een extra werkcollege aan besteed, en ik heb er alle vertrouwen in dat dit wel goed komt in de tweede versie.

Wat ik opvallend goed vond, was de breedte van de onderwerpskeuze, het retorische karakter (dus niet beschrijven, maar betogen, met een eigen standpunt als antwoord op de probleemstelling, en argumenten die dat standpunt onderbouwen) en de voorbeelden. Ik denk dat ik daaraan kon merken dat het een onderwerp is dat de studenten na aan het hart ligt: ze schrijven als het ware over zichzelf, over de taalvaardigheid van hun eigen generatie.

Maar ook kan het zijn dat er iets te zien is van wat veel studenten in hun nota’s aandroegen: het kan weliswaar zo zijn dat ‘de jeugd van tegenwoordig’ zich minder aantrekt van de officiële taalnormen en dus bijvoorbeeld meer spelfouten maakt, smiley’s gebruikt en ‘hun hebben’ zegt, maar die jeugd schrijft wel veel meer dan vroeger en vertoont daarin zowel creativiteit als publieksgerichtheid – dat alles dankzij de nieuwe media. Vroeger schreven scholieren omdat het moest, bij Nederlands; tegenwoordig krabbelen ze op Hyves, sturen ze elkaar om de haverklap SMS’en en tweets (waardoor ze bondig leren formuleren)  en houden ze een weblog bij – omdat het leuk is, en omdat ze gelezen (willen) worden.

Jaaaa, zeggen veel ouderen, maar je wilt niet wéten hoe slecht dat allemaal geschreven is. Oja? Het is anders, maar het is niet slecht. Het voldoet toch – ze kunnen ermee communiceren. En uit onderzoek blijkt dat jongeren de verschillende communicatieve situaties goed uit elkaar kunnen houden: ze beseffen dat ze in een opstel geen SMS-afkortingen moeten gebruiken. Het is alsof ze meerdere schrijftalen beheersen. In de nota’s dus heus geen smileys, afkortingen als ff of andere ‘moderne’ verschijnselen.

Wel zag ik spelfouten; gemiddeld te veel naar mijn smaak – voor Neerlandici dan. Een aantal studenten zal daar zeker nog aan moeten werken, en niet voor niets betoogden enkele nota’s dat het schrijfonderwijs op basis- en middelbare school wel beter zou kunnen. Ook vond ik sporen van taalverandering, zoals de voor mij ongrammaticale volgorde ‘echter is het zo dat…’ (voor mij moet dat zijn ‘echter, het is zo dat…’ of, liever ‘het is echter zo dat…’)

Ik heb me met het nakijken van de nota’s goed vermaakt. Het is een onderwerp dat mij bezighoudt, het totaal van de nota’s is inhoudelijk heel rijk. Op een aantal inhoudelijke zaken kom ik nog wel terug, en ik ben aan het nadenken over of er meer mee te doen zou zijn dan alleen weblogstukjes. Wordt dus vervolgd!

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 1 reactie

Pas op!

Louise Cornelis Geplaatst op 18 mei 2011 door LHcornelis18 mei 2011  

Twee observaties over een ongetwijfeld goed bedoelde, maar erg vage waarschuwing: pas op!

  • Vorig jaar fietste ik een keer in een pelotonnetje racefietsers toen er vooraan iemand over z’n schouder naar ons riep: ‘pas op!’ Uh, ja, wáárop, wat moet ik nu? Wielrenners hebben een korte maar doeltreffende manier om aan elkaar door te geven waar ze rekening mee moeten houden. Als de voorste roept ‘voor!’ of ’tegen!’ weet de rest dat er zich iets (fietser, voetganger) respectievelijk aan de rechter- of linkerkant van het fietspad bevindt. ‘Auto achter’ spreekt voor zich: inschikken, hij wil ons inhalen. Enzovoort. Helder. Maar ‘pas op’ – geen idee wat ik dan moet of waar ik op moet letten.
  • Ik heb recentelijk medicijnen moeten gebruiken waar een sticker op zat met grote letters: ‘pas op met alcohol’. Ik heb de huisarts moeten vragen wat dat nou precies betekent. Ik kon nog wel bedenken dat ik er extra sloom van zou worden, maar zelfs dat spreekt niet voor zich: dat alcohol de werking van een medicijn opheft zou ook kunnen immers. En wat betekent het in de praktijk? Helemaal geen alcohol drinken? De bijsluiter was ook niet concreter. (Volgens de huisarts kon een glaasje geen kwaad overigens.)

Voor de roeper op de fiets en de bedenkers van die sticker sprak het waarschijnlijk voor zich waar ik op moest letten. Maar voor mij niet. Ja, voorzichtig zijn. Maar dat is in beide gevallen nog te weinig concreet.

Wat een vage term, eigenlijk, ‘pas op’. Het flapt er zo makkelijk uit, maar toch zou ik zeggen: wees liever concreet. Oftewel: oppassen met opgepast, dus!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Plakken

Louise Cornelis Geplaatst op 12 mei 2011 door LHcornelis12 mei 2011  

Ik ben op dit moment vooral bezig met het nakijken van nota’s van eerstejaars studenten Nederlands uit Leiden, ik wil daar nog wel meer over zeggen, maar pas als ik dat ook tegen hen gedaan heb, dus dat duurt nog even, maar één ding schoot me wel te binnen naar aanleiding van een paar lichte gevallen ervan, en dat is dat ik een hekel heb aan de zogenaamde ‘plakstijl’, dat is hoofdzinnen met komma’s aan elkaar verbinden, je moet wel een goede reden hebben om tussen twee hoofdzinnen géén punt te plaatsen, vind ik, en als ik die reden niet gauw zie, denk ik: doe dus maar gewoon wel, die punt, en als de zinnen toch meer bij elkaar horen dan dat, maak dan het verband expliciet door een signaalwoord te gebruiken, ofzoiets, ik denk dat deze blogpost wel aantoont waarom zinnen aan elkaar plakken met komma’s de tekst niet bepaald leesbaarder maakt!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Sudoku’s

Louise Cornelis Geplaatst op 9 mei 2011 door LHcornelis9 mei 2011  

Leuk stukje op Tekstblog: over het nut van sudokuën (of hoe spel je dat?) tijdens het schrijfproces: http://www.tekstblog.nl/schrijven-met-je-onbewuste/

Met sudoku’s heb ik geen ervaring, wel met het ‘laten sudderen’ en het nut van iets anders gaan doen. Vorige week had ik nog zo’n typisch geval ervan. Ik was bezig met een stukje en dat was te lang aan het worden. Maar hoe dan inkorten? Ik kwam er niet uit, dacht: ik kijk er morgen nog wel naar. Dus ik stopte, ging iets anders doen, iets huishoudelijks geloof ik, en uit het niets zag ik op een gegeven moment ineens precies voor me welke twee alinea’s er probleemloos uitkonden. Opgelost.

Voor mij werken huishoudelijke dingen zoals de was ophangen of de planten water geven (voordeel van werken aan huis) en m’n duursporten, fietsen en lopen, uitstekend om half- en onbewust verder te gaan met schrijven. Een nachtje slapen doet het ook goed. Alles beter dan te lang naar het scherm blijven staren!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijven in bed

Louise Cornelis Geplaatst op 2 mei 2011 door LHcornelis2 mei 2011  

Grappig berichtje dat ik ontdekte via SchrijvenOnline: http://www.guardian.co.uk/books/booksblog/2011/apr/28/writing-in-bed-robert-mccrum Het gaat erover dat nogal wat literaire schrijvers graag in bed schreven/schrijven. Van zakelijke schrijvers ken ik dat eigenlijk niet. Ikzelf doe het ook niet, ik zou het maar een moeizame houding vinden. Lézen in bed doe ik wel graag, ook het serieuzere werk, zoals vak- en studieliteratuur. ’s Ochtends dan. Erg luxe: de werkdag beginnen in bed! Inderdaad wat de schrijver van het stukje in The Guardian erover zegt: “both stimulating and restful, a good combination”.

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

De interne criticus dronken voeren?

Louise Cornelis Geplaatst op 28 april 2011 door LHcornelis28 april 2011  

Column van Ilja Leonard Pfeijffer die me deed fronsen: http://www.nrcboeken.nl/column/zijn-alle-schrijvers-alcoholisten Het is een veelgehoord en graaggebruikt cliché: dat je alcohol nodig hebt om te kunnen schrijven, of om überhaupt creatief te kunnen zijn. Pfeijffer doet een duit in dat zakje.

Beste opmerking erover vind ik de eerste reactie erop, nu onderaan de pagina, van bezoeker Petra Moes. Zij zegt dat het effect van alcohol is het lamleggen van je interne criticus. Dat lijkt me de spijker op zijn kop.

Je interne criticus uit kunnen zetten is inderdaad een belangrijke vaardigheid bij het schrijven. Maar er zijn andere manieren voor dan met alcohol. Die zijn niet alleen gezonder, ze zijn nog beter ook. Want met een goed gedresseerde interne criticus is niet ‘meer dan negentig procent troep’ – zoals wat Pfeijffer schrijft als hij dronken is.

Alcohol werkt alleen wel veel sneller. Want het dresseren van je interne criticus kost jaren van oefenen. Jaren van heel regelmatig schrijven zonder je iets van dat stemmetje in je hoofd aan te trekken. Oefenen, oefenen, oefenen. Ja, dan is een stevige slok de sneller en makkelijker. Maar niet slim.

(De wijsheid over alcohol versus je interne criticus dresseren heb ik overigens van Julia Cameron. Zij was ooit alcoholist, en ontwikkelde daarna een methode om je creativiteit te ontwikkelen zonder drank of andere middelen: de Artist’s Way)

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (562)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (903)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑