↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Leesbare wetenschap

Louise Cornelis Geplaatst op 2 maart 2012 door LHcornelis2 maart 2012  

Ik leg op dit moment de laatste hand aan wat mijn eerste wetenschappelijke publicatie in 15 jaar moet gaan worden. Over het piramideprincipe-onderzoek natuurlijk, en met (een) publicatie(s) erover ben ik al een tijdje bezig. Dit is ook nog niet de enige of laatste, denk en hoop ik, maar er nadert nu dus wel een serieuze deadline.

Ik vind het wel een beetje spannend, want wetenschappelijk betekent dat het artikel ge-reviewd gaat worden door vakgenoten. Na al die jaren in de praktijk en met alleen maar vakpublicaties vraag ik me af of ik (nouja, het artikel) nog wel wetenschappelijk genoeg ben (is). Gelukkig hebben vakgenoten op voorlopers van dit stuk wat dat betreft positief gereageerd, maar ik heb er deze laatste dagen opnieuw hard mijn best op gedaan.

Dat ‘best doen’ zat hem in één ding niet: ik heb niet geprobeerd extra cachet aan het stuk te geven door maar zo moeilijk mogelijk te schrijven. Want dat is een van de oorzaken van een ontoegankelijke stijl in zo veel zakelijke en wetenschappelijke teksten: de schrijver denkt een bepaalde status te ontlenen aan het gebruik van dure woorden en complexe zinnen. Dus vervang ook door tevens, altijd door ten alle tijde (eventueel foutief gespeld zelfs), plakt zinnen zo veel mogelijk aan elkaar, maakt de alinea’s lekker lang en gebruikt zo veel jargon als mogelijk is. Zo hoort het immers in elk vak waarin je serieus genomen wil worden, dus zeker in de wetenschap?

Ik betrapte mezelf erop dat ik tijdens het schrijven af en toe dacht: ‘het hoeft niet zo leesbaar, het is maar een wetenschappelijk artikel’. Enerzijds is dat geen gekke gedachte: dit hoeft niet swingend, leuk en toegankelijk voor een breed publiek te zijn op dezelfde manier als het artikel dat ik laatst voor Fiets schreef over sportverslaving (moet nog verschijnen).

Maar aan de andere kant is het natuurlijk raar: waarom zou een wetenschappelijk artikel níet leesbaar zijn? Ik herinner me een pleidooi daarvoor van Marita Mathijsen uit 2009 waar ik me nog steeds goed in kan vinden. Ik heb niet de pretentie dat mijn wetenschappelijke artikel literair is, wat zij bepleit, maar ik hoop wel dat ik technieken heb gebruikt die ik ken uit de journalistiek (concretiseren, verbeelden, een vleugje humor) en uit zakelijk schrijven (‘hoofdboodschap voorop’) en die de leesbaarheid bevorderen. Als ik daarmee iets laat zien van de spanning en het plezier van het onderzoek, ben ik helemaal blij.

Voorlopers van het artikel werden al gelezen door studenten, en van hen kreeg ik op de leesbaarheid ervan positieve feedback. Daar ben ik erg blij mee: dat mijn stuk ook voor ‘junioren’ in het vakgebied toegankelijk is, vind ik belangrijk.

Maar toch… maar toch knaagt nu dus de onzekerheid. Is het wel wetenschappelijk genoeg? Zal ik er niet toch nog ergens een tevens in zetten?

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

Passieve zin van de maand

Louise Cornelis Geplaatst op 1 maart 2012 door LHcornelis1 maart 2012 1

Een paar weken geleden schreef ik naar aanleiding van het Taalcongres dat het passief het daar zwaar te verduren kreeg daar: in alle vier de workshops was het prominent aanwezig als iets dat vermeden moet worden (sic). Daar moet je bij mij niet mee komen aanzetten, zo schreef ik toen ook, en daarom is het voor mij balsem op de ziel dat collega-tekstschrijver Marcel Uljee op zijn weblog een passief uitgeroepen heeft tot zin van de maand. ‘Er werd gebeld’ is het, uit de pen van Voskuil. Leuk!

Volgens mij wekt het passief net iets meer spanning op dan de actieve tegenhanger ‘er belde iemand aan’. Zo zie je maar: helemaal niet gek, die lijdende vorm!

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Beter schrijven loont

Louise Cornelis Geplaatst op 20 februari 2012 door LHcornelis20 februari 2012  

Afgelopen weekend kregen wij een brief van één van de nutsvoorzieningen. Meteen bij de eerste zin ging die goed mis:

Onlangs heeft <bedrijf> contact met u gehad en een (technisch) onderzoek uitgevoerd om uw gegevens in ons administratiesysteem te actualiseren.

Wij wisten van niets, en een ‘(technisch) onderzoek’ heeft niet plaatsgevonden, althans niet met ons medeweten. Tsja, dat stemt niet welwillend.

De rest van de brief maakte het niet veel beter. We wonen bijna zes jaar in dit huis en ineens komt dat bedrijf ermee aanzetten dat het eigenlijk twéé huizen zijn, en dat we dus meer moeten betalen. Pardon?

Administratief gezien klopt het wellicht, want we wonen in een samengevoegde boven- en benedenwoning die ooit huisnummer A en B hadden. De voordeur van A is echter weg, en als dat (technisch) onderzoek daadwerkelijk had plaatsgevonden, had het bedrijf met eigen ogen kunnen zien dat het in de praktijk één huis is. Maar nu moeten we dat administratief gaan aantonen. Leek ons een gevalletje omgekeerde wereld.

Dus ik heb net gebeld, en wat blijkt? Ik was nummer zoveel die was gestruikeld over die eerste zin. Er was inderdaad bij een aantal huizen zo’n onderzoek geweest, en ze hadden één standaardbrief naar iedereen gestuurd. Dat is schriftelijke-communicatie-fout #1, en eentje die helaas heel veel voorkomt. Druk pas op ‘merge’ of ‘print all’ ofzoiets als je echt zeker weet dat de tekst geldt voor alle adressen.

Fout #2 zat hem in het ontbreken van de aanleiding in de brief. Dit bedrijf heeft onlangs de administratie overgenomen van een ander, en er bleken dingen niet te kloppen. Dus hebben ze alles opnieuw vergeleken met de gemeentelijke basisadministratie en toen bleek er ook bij ons een discrepantie – wat dan weer wel klopt, want daar zijn we inderdaad nog A en B. Als dat in één keer duidelijk was uitgelegd, hadden we tenminste begrepen waar dit verzoek na al die jaren vandaan kwam.

Dan nog hadden we het gevoel overgehouden dat de bewijslast verkeerd om ligt. Dat komt door fout #3: het bedrijf gaat ervan uit dat het gelijk heeft. Tenminste, zo komt het wel over. Dat ligt voor een deel aan wat er staat, bijvoorbeeld:

<Bedrijf> heeft u de afgelopen tijd ten onrechte te weinig (…) gefactureerd
Het is mogelijk dat het feitelijk gebruik van de zojuist genoemde woningen of panden afwijkt van de wijze waarop deze staan vermeld in BAG.

Daar staat dus eigenlijk dat het zeker is dat we te weinig betaald hebben, maar dat er eventueel een mogelijkheid is dat het anders zit. Dat lijkt me gezien de aanleiding te gelijkhebberig. Het zou heel anders overkomen als er zou staat dat er in principe twee mogelijkheden zijn: het is één woning, of toch twee. ‘In het eerste geval… en in het tweede…’ Bedrijven en administraties kunnen zich vergissen immers.

Maar de gelijkhebberigheid blijkt nog meer uit het ontbreken van enige empathie met ons als lezer. Als er iets in zou staan dat duidelijk zou maken dat <Bedrijf> beseft dat het voor een deel van de lezers alleen maar gedoe is om een al bestaande, kloppende situatie te handhaven, was het een stuk sympathieker overgekomen.

Er is ook nog een vierde fout, en dat is dat zo’n zin als de tweede hierboven, die met ‘feitelijk gebruik’ en ‘in BAG’ erin, simpelweg te moeilijk is, te abstract vooral, voor een groot deel van de lezers.

Maar goed, we gaan zorgen voor het benodigde papiertje, zo erg is dat nou ook weer niet.

Dit bedrijf had zich een boel telefoontjes kunnen besparen met een betere brief, of meerdere betere brieven, namelijk voor elke mogelijke situatie een aparte, in plaats van één standaardbrief met onvolledige uitleg. Beter uitleggen, simpelere woorden, en je iets bescheidener opstellen.

En weet je wat? Dat kan lonen. Want hoe veel tijd en dus geld hebben al die telefoontjes gekost? Nou dan!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Het nieuwe schrijven?

Louise Cornelis Geplaatst op 15 februari 2012 door LHcornelis25 februari 2019 2

Gisteren was ik op Het Taalcongres, een met notal wat tamtam in de markt gezette dag die helaas zijn verwachtingen niet waarmaakte. Vermakelijk was het wel, vooral de twee plenaire onderdelen met Herman Pleij en Frank van Pamelen, en gezellig ook, met een aantal bekenden en nieuwe vakgenoten.

Maar de workshops vielen me tegen. Ze waren te theoretisch: waar ons in de opening nog ‘schrijfkramp’ beloofd was van het vele oefenen, heb ik vooral naar Powerpointpresentaties zitten luisteren. Daar leer ik niet beter van schrijven. 

De workshops waren bovendien te oppervlakkig voor de doelgroep, althans voor mij en de andere deelnemers die ik sprak, allemaal mensen met al de nodige werkervaring in het tekstenvak. Ik kan natuurlijk pech gehad hebben met mijn workshopkeuze – de eerste twee waren in de praktijk iets heel anders dan wat er op de website stond aangekondigd, dus moest ik mijn verwachtingen hard bijsturen. Grootste teleurstelling daarbij was de workshop ‘Basiskennis tekstschrijven B1′, waarvan ‘B1’ bleek weggevallen. Op een ‘basiscursus tekstschrijven’ zat ik echt niet te wachten. Jammer.

Maar dan nog. Grootste probleem was dat de workshops het niveau van ‘do’s en don’ts’ niet ontstegen, en dat goed schrijven iets heel anders is dan dat. Bij elke do en don’t is er namelijk meteen wel een tegenvoorbeeld te geven, wat aantoont dat het veel subtieler ligt dan makkelijke vuistregels doen geloven. Ik geef drie voorbeelden:

  • ‘Lees je speech niet voor’ was één van de do’s en don’ts in de speechschrijf-workshop. ‘Maar dat doet Obama toch ook?’ zei iemand uit het publiek. ‘Ja, hij wel,’ zei de workshopleider.
  • In alle vier de workshops (!) hoorde ik dat je de lijdende vorm moet vermijden. Nou moet je daarmee natuurlijk sowieso niet bij mij komen aanzetten (zie mijn bloglijntje uit december dat hier begint en via de trackbacks te volgen is), maar in diezelfde workshop hadden we net het volgende goede voorbeeld van een nieuwsbericht gezien*:

De Amerikaanse rappoer P. Diddy is beroofd van juwelen ter waarde van € 10 miljoen. De kostbare sieraden werden gestolen tijdens een overval op het hoofdkwartier van Diddy’s platenmaatschappij Bad Boy Records. Er zijn aanwijzignen dat de diefstal werd gepleegd door iemand die voor het platenlabel werkt, omdat buitenstaanders de sieraden onmogelijk hadden kunnen vinden.

Maar liefst drie van de zes zinnen (eigenlijk: gezegdes) zijn passief: is beroofd, werden gestolen, werd gepleegd. Ik kon het niet laten om dat op te merken. ‘Ja, maar dat is omdat je dan niet weet wie het gedaan heeft,’ zei de workshopleidster. Ja, dus?
In mijn ogen betekent dat  dús dat het passief soms heel nuttig is – beter dan actief. Van actief maken verbetert dit tekstje echt niet, dan wordt het ineens een stuk over een vage partij ‘daders’ ofzoiets.
Bovendien: hoe veel ervaren schrijvers gebruiken te veel lijdende zinnen? ‘Vermijd het passief’ kan een zinnig advies zijn, maar dan voor andere schrijvers dan die er gister rondliepen.

  • Schrijf alsof je een gesprek voert’ , hoorde ik een aantal keren. Maar talloze herschrijvingen kregen daardoor de vorm van eerst een voorwaardelijke vraag en daarna een antwoord, dus zoiets als dit:

Bent u geïnteresseerd in het werk van X? Kijk dan op…
Wilt u besparen op uw energie-kosten? Dan volgen hier tips…

Als echt al je teksten zo worden, dan is dat saai en betuttelend. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Bovendien is uit onderzoek ook nog helemaal niet gebleken dat dit soort taal, ook wel relationeel genoemd, echt werkt. Ik las deze week een artikel van Hanny den Ouden en Maartje Doorschot waarin ze aan het eind ook twijfels uiten over de effectiviteit ervan. Over de stijl van een voorlichtingstekst voor jongeren zeggen ze: ‘Het onderwerp is tot nog toe slecht onderzocht, en dat terwijl veel professionals pretenderen te weten hoe ze met jongeren moeten communiceren’.* Inderdaad. 

Van onderzoek trokken deze workshopleiders zich sowieso niet veel aan, en nou is dat ook bepaald niet de snelweg naar goed schrijvern. Maar goede schrijfadviezen zijn wel veel subtieler en preciezer dan ‘vermijd het passief’ en ‘schrijf alsof je een gesprek voert’. Voor dat soort vuistregels werd wel de term ‘het nieuwe schrijven’ gebruikt. Nou heb ik ‘het nieuwe werken’ wel een beetje door, Maarten Ducrot’s ‘het nieuwe wielrennen’ al minder, maar wat ‘het nieuwe schrijven’ is, dat snap ik dus echt niet.

Voorlopig blijf ik in mijn eigen trainingen nog maar bij het oude. Wat vooral wil zeggen: heel precies kijken naar wat wel en niet werkt voor die ene tekst in die specifieke context. Wel nuttig om dat weer eens zo helder voor ogen te hebben.

(*Bronnen bij deze post: Tijdschrift voor Taalbeheersing 2010, p. 256; handout Merel Roze.)

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 2 reacties

Zet de piramide stevig op de grond

Louise Cornelis Geplaatst op 10 februari 2012 door LHcornelis10 februari 2012 1

Uit de piramideprincipe-onderzoekscolleges nu een iets andere observatie, niet zozeer over de inhoud van de resultaten, maar over de vorm van het werk door de studenten. Ik had gevraagd om de eindrapportages in een zo piramidaal mogelijke vorm te gieten.

Dat ligt helemaal niet voor de hand, want adviseren en wetenschap zijn verschillende dingen en niet voor niets is de standaard rapportagevorm in de wetenschap methodologisch). In Groningen leren de studenten bovendien een in mijn ogen ook nog eens maximale vorm daarvan aan, alsof ze alles wat ze in het onderzoek doen en laten zo uitvoerig mogelijk op moeten schrijven. Lezergericht is in mijn ogen anders.

Hoe van zwaar methodologisch over te stappen op piramidaal, dat was de vraag voor de studenten. Ik hoop dat ik ze daarbij heb geholpen door aan te moedigen zich voor te stellen dat ze mij adviseerden. Bijvoorbeeld over wat er in een publicatie over het onderzoek zou moeten komen, of over wat ik in de praktijk anders zou moeten vertellen.

De studenten zijn er allemaal redelijk tot goed uitgekomen: ik kreeg min-of-meer piramidale rapporten. Het ‘min’ was soms doelbewust, bijvoorbeeld bij de onderzoekers van de ‘light’ variant van het principe, ik schreef daar eerder over. Niet altijd was het gelukt om tot volledige integratie te komen en bungelden de aanbevelingen toch wat los van de onderzoeksresultaten als zodanig. Dat is ook inderdaad knap lastig, dat vindt elke piramide-leerder. De goede rapporten hadden die integratie wel, dus een adviserende hoofdboodschap met onderbouwing.

De beste rapporten blonken daarbij uit aan de onderkant: die waren echt doorgezet tot op het niveau van de ruwe data. Aangezien het vooral ging om interviews, betekende dat dat er quotes in de tekst stonden. Dat maakt het lekker concreet. Bovendien is het me niet eerder zo duidelijk geworden dat een rapport zijn overtuigingskracht grotendeels daaraan dankt: pas dan toon je aan dat het echt zo is, en niet alleen maar jouw interpretatie.

Ik ga daar in de praktijk beter op letten. Ik concentreer me vaak vooral op de hoogste niveaus van de piramide: de hoofdboodschap en de directe onderbouwing daarvan. Als daar iets rammelt, rammelt het hele verhaal. Maar het omgekeerde daarvan geldt niet. Als het bovenin klopt, is het nog niet altijd een goed rapport. Dan kan het nog steeds een piramide zijn die niet tot op de bodem is doorgezet, en die dus ‘zweeft’.

Dat zweven geeft je als lezer het gevoel dat je het maar op gezag van de schrijver moet aannemen allemaal – alsof je als lezer ook geen vaste grond onder de voeten krijgt. Grappig hoe de bouwwerk-metafoor en de leeservaring overeen komen. Goed schrijven betekent: stevig op de grond staan.

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | 1 reactie

Houd kopjes kort

Louise Cornelis Geplaatst op 7 februari 2012 door LHcornelis7 februari 2012  

Zo langzamerhand nadert hier op het weblog het einde van de verslaglegging van de resultaten van het piramideprincipe-onderzoek van de afgelopen maanden. Er is één ding dat uit diverse onderzoekjes naar voren kwam en dat niet onvermeld mag blijven: tegenstrijdige meningen over boodschaptitels.

Vorig jaar was al gebleken dat niet alle lezers doorzien dat boodschaptitels in een adviesrapport net zo werken als koppen in de krant, in die zin dat ze de inhoud van de tekst beknopt samenvatten. Lezers zien dat niet, zo gewend als ze zijn aan generieke koppen als ‘conclusie’ en ‘aanbevelingen’, en áls ze het zien, geloven ze het niet.

Dit jaar bleek dat iets genuanceerder te liggen: sommige lezers doorzien de koppen van sommige rapporten wel. Die hadden dan een positief oordeel over boodschaptitels: handig dat daar ‘alles al in staat. Of, zoals één van de respondenten (van Nynke, Nynke Ant en Marèll) verwoordde:

Je moet aan een inhoudsopgave gelijk kunnen zien waar het over gaat.

Maar ook weer niet allemaal, want sommigen vonden de boodschaptitels te lang, en daardoor onoverzichtelijk. Lange titels hinderen de leesbaarheid:

Dan waardeer ik deze beter, omdat deze beter leesbaar is door de kortere zinnen.

Een inhoudsopgave met allemaal boodschaptitels in volzinnen oogt inderdaad veel minder overzichtelijk dan wanneer alle hoofdstuktitels slechts uit één woord bestaan.

Ik concludeer hieruit dat áls je boodschaptitels gebruikt, het goed is om die kort te houden. Zo kort mogelijk. Een boodschap formuleren kan in twee woorden: het onderwerp en iets daarover, bijvoorbeeld een actie (werkwoord) of evaluatie (bijvoeglijk naamwoord). Dat lukt niet altijd, maar is wel een mooi streven.

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

Jouw lezer stelt zich voor

Louise Cornelis Geplaatst op 3 februari 2012 door LHcornelis3 februari 2012 1

Gauw lezen: http://www.dialogos.nl/ik-ben-jouw-lezer/ !

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Vroeger was ook niet elk boek netjes verzorgd

Louise Cornelis Geplaatst op 31 januari 2012 door LHcornelis31 januari 2012 1

Ik ben nog steeds op de achtergrond bezig met de bundel opstellen van jongeren over de schrijfvaardigheid van de jeugd van tegenwoordig, binnenkort volgt er meer nieuws over. Het verschil in schrijfvaardigheid vroeger en nu heeft nog altijd mijn interesse, en het was daarom dat ik opkeek toen ik de afgelopen weken het boek De sneeuwluipaard las.

Een mooi, bijzonder boek, maar het wemelt van de taalfouten. Ik heb ze niet echt geteld, maar ik denk dat er minstens 10 d/t-fouten in staan, van die suffe als geuitte meningen (p. 277) en de schoenen zijn ontdooit (p. 167). Daarnaast een aantal congruentiefouten (persoonsvorm enkelvoud, onderwerp meervoud of omgekeerd) en anderzins ontsporende zinnen. En wat me ook opvalt, is dat er soms tussen de ene en de andere alinea een enorm verschil in benadering zit, van diepe reflectie tot wandelverslag – daar horen witregels tussen, want het is echt heel raar lezen soms. Witregels zitten er af en toe wel tussen, maar dat lijkt niet consequent gedaan.

En dit boek, de vertaling, is dus uit 1980. Toen was toch alles beter? Nou, niet dus. Eén zo’n boek zegt natuurlijk niet zo veel over schrijfvaardigheid, en zeker niet van Engelstalige auteur Peter Matthiessen. Het zegt wel iets over de zorg en aandacht die de uitgever aan deze vertaling heeft gegeven. Kennelijk waren ook toen dit soort puntjes op de i niet zo heel belangrijk. En dat voor een dijk van een boek. Dat was het al, nog voor het vertaald werd, want het won de American Book Award. Dat zie ik er niet helemaal aan af, maar dat heeft misschien te maken met de knulligheid van de vertaling. Want die indruk maakt het dus wel – dat is de makke van onverzorgd taalgebruik.

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Blogtips

Louise Cornelis Geplaatst op 30 januari 2012 door LHcornelis30 januari 2012  

Aardige tips voor het schrijven van een blog: http://www.schrijvenonline.org/nieuws/maak-van-je-blog-een-succes Houd ik me eraan? Beelden (punt 2) vind ik het lastigste punt: ik doe mijn best, maar ik heb niet het meest beeldende onderwerp natuurlijk.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Start piramide-onderzoeksresultaten: wat er níet uitkomt

Louise Cornelis Geplaatst op 19 januari 2012 door LHcornelis19 januari 2012 1

Zoals beloofd ga ik de komende tijd een in een aantal blogposts de resultaten presenteren van het piramideprincipe-onderzoek dat mijn Groningse studenten in de laatste maanden van 2011 hebben uitgevoerd. Ik wil starten met één ding dat niet uit het onderzoek komt, simpelweg omdat ik geen methode zou weten om het te onderzoeken, en dat is de échte meerwaarde van het piramideprincipe.

Die echte meerwaarde is volgens mij gelegen in iets wat één van de studenten, Andrea, in haar reflectieverslag als volgt verwoordde:

Wanneer ik tijdens de colleges adviesrapporten te zien en te lezen kreeg, viel me op dat schrijvers van zulke rapporten zich nog te vaak focussen op hun eigen kennis over het onderwerp. De kunst van het schrijven ligt naar mijn mening juist in het aansluiten bij de lezer in plaats van je eigen kennis zoveel mogelijk te verwerken in een tekst. Door gebruik te maken van het piramideprincipe worden schrijvers gedwongen na te denken over een hoofdboodschap, waardoor ze verplicht worden alleen die informatie op te nemen die aansluit op hun doel en de informatiebehoefte van de lezer. (…) Wanneer iemand namelijk de tekst goed piramidaal gestructureerd heeft wordt de tekst veel lezersgerichter, maar ook helderder.

Het piramideprincipe dwingt tot lezergerichtheid, en is daarmee uniek. Alleen zit dat lezergericht maken vooral in het denkwerk voor en tijdens het schrijven, niet zozeer in de tekst. Als tekstonderzoekers kunnen we er daarom niet zo veel mee: je kunt niet twee verschillende soorten denkprocessen aan proefpersonen voorleggen, en als je een tekstversie waar weinig over is nagedacht vergelijkt met eentje waar het hele piramideprincipe op is losgelaten, vergelijk je appels met peren. Die teksten verschillen meer van elkaar dan alleen wel of niet piramidaal, en je meet dan ook simpelweg hoeveelheid tijd en aandacht, niet per se het piramideprincipe. Die variabelen zijn niet uit elkaar te trekken dan, daar heb je dan als onderzoeker te weinig controle over en dus zijn eventuele resultaten niet te interpreteren. Wie weet komt dat ooit nog eens.

Uit de resultaten die ik de komende tijd ga presenteren, blijken net als vorig jaar nadelen aan het piramideprincipe (niet iedereen doorziet de structuur) en in één geval geven de resultaten aanleiding om het nut van tekstkwaliteitszorg überhaupt sterk in twijfel te trekken – daar begin ik binnenkort mee. Desalniettemin geloof ik nog steeds dat zorg voor goede teksten in het algemeen en het piramideprincipe in het bijzonder de moeite waard is – vanwege dat lezergerichte denkwerk dus. Houd dat de komende tijd voor ogen!

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | 1 reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑