↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Schrijfboek blijkt taaie kluif

Louise Cornelis Geplaatst op 29 september 2014 door LHcornelis29 september 2014  

Via een weblog over schrijven in organisaties was ik geattendeerd op het boek Several short sentences about writing van Verlyn Klinkenborg. Het klonk interessant, dus ik heb het boek gekocht en ben eraan begonnen. Ik ben tot ongeveer de helft gekomen, en toen heb ik het opgegeven. Er staan hartstikke interessante en vernieuwende ideeën over schrijven in, maar ik vond het lezen een veel te taaie kluif. En daarom geloof ik die ideeën ook niet zo.

Het boek ziet er helemaal zo uit, dit is een willekeurige pagina:

severalshortsentences

 

Elke zin begint aan de kantlijn, en soms springt de zin zelfs middenin naar de kantlijn, zoals achter een komma. Er is verder geen hiërarchie of indeling, niet anders dan de witregels tussen de alinea’s en die streep om inhoudelijke blokken van elkaar te scheiden. Maar die hebben verder geen naam of inleiding of wat dan ook.

Met deze manier van schrijven denk ik dat Klinkenborg schrijft volgens zijn eigen uitgangspunt: de taak van de schrijver is het maken van zinnen. Niet meer en niet minder dan dat. Je bedenkt een zin, schrijft hem op, en gaat dan door naar de volgende zin. Dat is alles.

Dat is een interessante gedachte, en in het uitwerken ervan zegt Klinkenborg ook nog een boel andere interessante dingen, die ook nog eens ingaan tegen veel gevestigde kennis. Bijvoorbeeld, dat zie je net in het stuk hierboven, dat je niet mag ‘outlinen’, dus niet vooraf een structuur bedenken. Nou is er inderdaad tegen dat outlinen wel wat in te brengen, onder andere dat je daardoor tijdens het schrijven minder op nieuwe ideeën komt. Maar een tekst is toch echt niet alleen maar lineair, zin-na-zin. En niet elke schrijver komt spontaan met veel denkwerk tot een serie van heldere zinnen waarmee de lezer uit de voeten kan.

Tot zo ver toch nog niks aan de hand. Ik vind het prima om ideeën te lezen waar ik het soms wel en soms niet mee eens ben. Dat was het probleem niet. Nee, ik werd als lezer doodmoe. Van steeds maar dat springen naar de kantlijn. Van steeds opnieuw weer al die brokjes aan elkaar proberen te lijmen. Steeds maar de verbanden zelf in moeten vullen. Daardoor ging ik de schrijver als pedant ervaren: wie ben jij om mij zo weinig tegemoet te komen en me daardoor te vragen me zo in te spannen?

Ik knapte daarop af. Als ik er niet doorheen kom, en ik neem mijn eigen leeservaring serieus, dan zijn er dus lezers die niet uit de voeten kunnen met deze manier van schrijven. En dus is het geen aanbevelenswaardige manier, geen handige didactiek. Als er één inzicht in ontbreekt, is het wel dat lezers verschillen. Sommige lezers, zoals Alison van het weblog Writing in Organisations, spreekt Klinkenborgs stijl aan; andere niet – en zo zijn er wel meer verschillen. Als je je lezers niet door-en-door kent, is het wel zo netjes hen wat meer tegemoet te komen. Vind ik. En dat doe je onder andere door meer verband in je tekst aan te brengen.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Probleem is geen argument voor oplossing

Louise Cornelis Geplaatst op 26 september 2014 door LHcornelis25 september 2014  

Ik zag deze week een paar keer achter elkaar een zelfde soort argumentatie die erop neerkomt dat er wordt gezegd: X is de oplossing, want Y is het probleem. Dat is dan zoiets als: slik een aspirientje, want je hebt hoofdpijn. Bij zoiets alledaags is dat zelfs al discutabel (alsof er geen andere manieren zijn om met hoofdpijn om te gaan), maar bij wat complexere zaken is de relatie tussen de oplossing en het probleem vaak een heel stuk onduidelijker.

Hoe argumenteer je in zo’n geval wel goed? Nou, als uitgangspunt neem je de argumentatie: Doe X, want dat gaat probleem Y oplossen. Dan moet je natuurlijk vervolgens laten zien dat dat laatste inderdaad het geval is. Dat kan op verschillende manieren. Ik geef twee voorbeelden, de meest frequente, en allebei niet honderd procent waterdicht, maar wel prima bruikbaar:

  • De argumentatie op basis van analogie: Y werkte in soortgelijke gevallen namelijk ook, bijvoorbeeld bij andere maar voldoende gelijksoortige organisaties met een zelfde probleem. Vaak tref je dan de term best practice aan: iets doen omdat het best practice is, is argumenteren op basis van analogie. (een aspirientje werkt ook bij andere mensen goed/het beste tegen hoofdpijn)
  • De argumentatie op basis van afgewogen criteria: de oplossing moet aan drie criteria voldoen; we hebben van vijf opties onderzocht in welke mate ze aan die criteria voldoen, en toen rolde X als beste uit de bus. (criteria zijn bijvoorbeeld een snelle verlichting van de pijn, de oplossing al in huis hebben, en gewoon door kunnen blijven werken)
Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Als TomTom-meldingen piramidaal geschreven werden…

Louise Cornelis Geplaatst op 25 september 2014 door LHcornelis25 september 2014 2

Erg leuke post op Letters & Links, het blog van Anneke Nunn: wat als TomTom-meldingen geschreven werden door een… en vul dan maar in. Het inspireerde mij tot het schrijven van een piramidale TomTom-melding, twee zelfs: eentje met een waarom-onderbouwing (Minto’s logical argument) en eentje met een hoe-onderbouwing (grouping). Eronder enige uitleg.

Dus, wat als TomTom-meldingen geschreven zouden worden door een adviseur die schrijft volgens het piramideprincipe:

 

1.

Rechtsaf slaan

U bent onderweg van huis naar Delftweg 9 te Rotterdam. U weet echter niet hoe u moet rijden. Uw vraag aan ons was daarom wat de beste route is. Uit ons onderzoek is geleken dat het optimaal is om over 300 meter rechtsaf te slaan. Hieraan ligt de volgende argumentatie ten grondslag:

  • Uw belangrijkste criterium is snelheid.
  • Van alle mogelijke routes naar uw bestemming, is die via de afslag naar rechts over 300 meter de snelste:

– Als u bij die afslaag naar rechts gaat, bedraagt de reistijd 38 minuten.

– Als u bij die afslag rechtdoor gaat, komen er 5 extra minuten bij

– Als u bij die afslag linksaf gaat, komt er ruim een half uur bij.

  • Daarom kunt u het beste over 300 meter naar rechts afslaan

* * *

Wij hebben u met plezier van dit advies voorzien en helpen u graag bij de implementatie ervan.

2.

Rechtsaf slaan

U bent onderweg van huis naar Delftweg 9 te Rotterdam. U weet echter niet hoe u moet rijden om zo snel mogelijk op uw bestemming aan te komen. Uw vraag aan ons was daarom wat de beste route is. Uit ons onderzoek is geleken dat het optimaal is om over 300 meter rechtsaf te slaan. U zet daartoe de volgende stappen:

– Als u de afslag nadert, vermindert u snelheid.

– U geeft richting aan naar rechts.

– U sorteert voor in het rechtervak.

– U slaat af naar rechts.

* * *

Wij wensen u veel rijplezier en zien ernaar uit om u enige tijd na het afslaan van vervolgadvies te voorzien.

——————————————————————————————

Je ziet in deze voorbeelden de volgende kenmerken van een piramidaal adviesrapport (en zie verder vooral ook Adviseren met Perspectief):

  • Koppen en titels bevatten een boodschap, hier de hoofdboodschap in telegramstijl
  • Inleiding volgt stramien situatie – complicatie – vraag – antwoord; dat antwoord is de hoofdboodschap
  • De hiërarchie is zichtbaar: de onderbouwing (argumenten, acties) springen in.
  • De onderbouwing beantwoordt naar aanleiding van de hoofdboodschap ofwel ‘waarom’ ofwel ‘hoe’, dus de basis van de structuur is een impliciete, simpele en eenduidige vraag-antwoorddialoog tussen adviseur en geadviseerde (schrijver en lezer).
  • Beide voorbeelden voldoen aan de hogere eisen aan logica en samenhang: het logical argument volgt Minto’s regels van het volledig uitgeschreven argumentatieschema met dwingende conclusie, inclusief de herhaling van de conclusie in de derde bullet; de grouping is MECE, van gelijk niveau van abstractie en logisch geordend en leidt tot de so what op het niveau erboven.
  • De drie sterretjes en daarna het slotwoord zijn niet zozeer onderdeel van het piramideprincipe, maar zo gaat het wel bij bijvoorbeeld McKinsey: de sterretjes duiden aan dat de piramide daar eindigt, en dan kun je nog wat aardigs zeggen met een mooie vooruitblik.
Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Klare taal of niet?

Louise Cornelis Geplaatst op 8 september 2014 door LHcornelis8 september 2014  

Via de LinkedIn-groep over Begrijpelijke Taal werd ik geattendeerd op een artikel in Binnenlands Bestuur over de vraag of eenvoudig taalgebruik in alle overheidsteksten mogelijk is. Het eindigt nogal open, vind ik, maarja, misschien is dat ook wel terecht en is de discussie nog onbeslecht. Ik ben overigens wel geneigd mee te gaan met de geïnterviewde hoogleraar uit mijn vakgebied Carel Jansen: eenvoudig is niet altijd mogelijk of wenselijk. Begrijpelijke taal wel, maar begrijpelijk voor wie? De ene lezer kan nou eenmaal meer hebben dan de ander.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Sturen op schrijfhoofdlijnen

Louise Cornelis Geplaatst op 5 september 2014 door LHcornelis5 september 2014  

Via @sergecornelus (die ‘m retweette van @fanseel die ‘m toeschrijft aan @annbaeke) bereikte mij op Twitter deze grap, waar ik om moest lachen omdat het zo herkenbaar is, de moeite die managers hebben met goede (schrijf-)sturing:

spatieteveel

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Verschillende manieren van klantvriendelijk schrijven

Louise Cornelis Geplaatst op 2 juli 2014 door LHcornelis20 februari 2015  

Twee e-mails die ik onlangs van mijn internetprovider ontving kunnen voor mij illustreren wat ik versta onder klantgericht schrijven. Ik dacht namelijk meteen: hé, hier is aandacht besteed aan klantvriendelijkheid, hartstikke goed, en toch denk ik mwah… Ik bedoel: dit zijn echt geen slechte mails, sowieso niet, en al helemaal niet van een helpdesk. Maar er ligt een net iets andere opvatting van klantgerichtheid aan ten grondslag dan de mijne. Ik leg het uit.

Dit was de eerste:

[Provider] heeft uw schrijven ontvangen, waarin u verzoekt het rekeningnummer te wijzigen. Het is goed dat u dit meldt.

Naar aanleiding van uw schrijven hebben wij het betreffende rekeningnummer aangepast. Automatische incasso’s zullen derhalve in het vervolg van het nieuwe rekeningnummer worden geïncasseerd.

Als u nog vragen heeft, dan hoor ik dat graag van u.

Het zit hem in dat zinnetje ‘het is goed dat u dit meldt’. Ik stel me voor dat er een instructie is waar staat: herhaal de vraag van de klant en zeg daarna iets begripvols/empathisch ofzoiets. Dat kan heel aardig en netjes zijn, maar hier denk ik toch even: hallo, dat moet ik toch zelf weten? Er lijkt een oordeel in te zitten (er zijn kennelijk ook dingen die ik zou kunnen melden die niet goed zijn?), en dat komt zelfs een tikje arrogant over.

Waar het mij om gaat, is dat gewoon gebeurt wat ik zeg, dus dat mijn verzoek wordt ingewilligd, zonder verdere oordelen:

[Provider] heeft uw schrijven ontvangen, waarin u verzoekt het rekeningnummer te wijzigen. Wij hebben het betreffende rekeningnummer aangepast. Automatische incasso’s zullen derhalve in het vervolg van het nieuwe rekeningnummer worden geïncasseerd.

In een volgende mail ging het nog net iets verder:

In uw e-mail geeft u aan graag uw gebruikersnaam voor [service] te willen ontvangen. Ik kan me voorstellen dat dit belangrijk voor u is.

In verband met privacy- en veiligheidsoverwegingen kunnen wij deze gegevens helaas niet via e-mail verstrekken. Uw gebruikersnaam staat echter op alle brieven die [provider] stuurt. Het is ook het deel voor het apenstaartje van uw e-mailadres.

(voor alle duidelijkheid: dit gaat over een dienst en e-mail-adres dat ik in geen jaren nodig heb gehad, en nu alleen vanwege het wijzigen van dat rekeningnummer)

Daar is de begripvolle, empathische zin weer: ‘Ik kan me voorstellen dat dit belangrijk voor u is’. geeft me enige jeuk, hoe goed bedoeld ook. Maar nu vind ik dat het te lang duurt voor ik antwoord krijg. Sterker nog, eerst lijk ik géén antwoord te vinden (‘helaas niet verstrekken’). Beter had ik gevonden:

In uw e-mail geeft u aan graag uw gebruikersnaam voor [service] te willen ontvangen. Die gebruikersnaam staat op alle brieven die [provider] stuurt. Het is ook het deel voor het apenstaartje van uw e-mailadres. Hopelijk kunt u hem zo vinden; in verband met privacy- en veiligheidsoverwegingen kunnen wij deze gegevens namelijk niet via e-mail verstrekken.

Klantgericht is dus volgens mij de klant helpen door een antwoord te geven op diens vraag, liefst zo snel mogelijk. Níet door klantgerichte tussenzinnetjes, hoe vriendelijk bedoeld ook. Maar daar kun je zeker verschillend over denken, en ik waardeer de poging.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Vertrouwen op je intuïties?

Louise Cornelis Geplaatst op 25 juni 2014 door LHcornelis23 juni 2014  

Vorige week had ik in een supervisie-groepje twee ‘slechte schrijvers’, zoals ze zelf zeiden, maar ze lachten er meteen al besmuikt bij, want ze hadden van mijn training opgepikt dat dat heel relatief is: ze vonden zichzelf slechte spellers, maar ik had gezegd dat spelling maar een klein, en bijzonder overgewaardeerd, onderdeel is van het totale schrijfproces. Zij zijn niet de enigen die denken dat ze niet kunnen schrijven, terwijl ze alleen maar niet zo goed zijn in de d’s en de t’s. Daar word je nogal hard op afgerekend, op school al, en later vaak ook nog. Terwijl het toch vooral een kwestie van pech is als je daar niet helemaal het hoofd voor hebt, en/of op een basisschool hebt gezeten die er onvoldoende aandacht aan besteedde. Jammer!

Maar goed, wij dus over de d’s en de t’s, en toen zei ik dat een groot gedeelte daarvan helemaal geen probleem is als je leert luisteren naar jezelf, als je het desbetreffende woord langer maakt. Daar het je ’t kofschip niet voor nodig. Je wéét dat het ‘hij heeft het beseft’ is en niet besefd, omdat besefde niet kan, en besefte wel. Dat wéét elke moedertaalspreker gewoon, dat zijn diens feilloze intuïties.

Toen beweerden zij dat volgens hen besefde net zo goed kan, dat ze dat echt kunnen schrijven en zelfs zeggen, en dat het net zo normaal klinkt als besefte, dus dat ze niks aan hun intuïties hadden. Ik geloofde (geloofte?) dat niet, en ik zei dat ik er wat om durfde (durfte?) te verwedden dat ze in onze bijeenkomst van nog zo’n 2,5 uur echt geen enkele fout zouden maken op dat gebied. En natuurlijk gebeurde dat ook niet: ik heb geen rare werkwoordsvorm uit hun mond horen komen.

Natuurlijk zeggen ze niet besefde, geloofte en durfte. Ze gaan pas dat soort rare dingen denken op het moment dat ze het niet meer automatisch zeggen, maar erbij stil gaan staan. Hun probleem is niet dat ze niet beschikken over de intuïties van de moedertaalsprekers, hun probleem is dat ze van die intuïties vervreemd zijn, waarschijnlijk doordat ze er veel fouten mee hebben gemaakt en er dus niet meer op durven te vertrouwen. En zulke vervreemding, die ken ik ook wel – dan is er een woord dat ik al talloze malen klakkeloos heb opgeschreven, en ineens ziet het er raar uit en zoek ik het voor de zekerheid toch maar op.

Hoe je dit soort zwakke spellers weer wel in contact brengt met die feilloze moedertaalkennis, geen idee. Alle instructie leidt tot nog meer nadenken en mogelijk nog meer vervreemding. Maar er is één troost: dit soort problemen lost de spellingchecker voor je op. Ik zie nu hierboven rode kringeltjes staan onder besefde, geloofte en durfte. En die paar problemen die dan wel overblijven, zoals gebeurd/gebeurt, die wil een kritische collega of goede secretaresse er misschien wel uithalen? Een spellingcheck kun je uitbesteden. Gewoon doen!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

De verschillende rollen van de tekstdeskundige

Louise Cornelis Geplaatst op 19 juni 2014 door LHcornelis19 juni 2014  

De laatste tijd ben ik een paar keer in de positie geweest dat ik mijn rol moest verduidelijken. Voor mij natuurlijk ook altijd goed om te te bezinnen. Hier het resultaat daarvan.

1. Tekstadvies heeft een andere gerichtheid dan schrijftraining en -coaching
Bij training en coaching staan de vaardigheden van de schrijver centraal: ik ben erop gericht om die persoon een stap vooruit te laten zetten in wat hij of zij zelf doet bij het schrijven. Bij tekstadvies staat de tekst centraal, en ben ik erop gericht die te optimaliseren, met het oog op de lezer. Soms ligt bij tekstadvies de lat hoger: deze tekst gaat de deur uit, dus alle puntjes moeten op de i. Soms ben ik echter bij tekstadvies juist pragmatisch: het moet nou gewoon af, dus vooruit dan maar. Terwijl ik ben een training of coaching juist streng kan zijn: nee, het móet echt zo, want als je nu al water bij de wijn gaat doen, leer je het nooit echt goed.

2. Tekstadvies is geen redactie
Bij tekstadvies geef ik de schrijver feedback op zijn of haar tekst, op basis van mijn eigen leeservaringen, al dan niet in samenhang met richtlijnen die voor deze tekst gelden (bijvoorbeeld: de organisatie heeft afgesproken altijd met de hoofdboodschap voorop te schrijven). De schrijver moet dan vervolgens zelf aan de slag om een nieuwe versie te maken. Ik kom zelf niet aan de tekst, of hooguit om een voorbeeld te geven van hoe iets niet moet of wel kan.
Bij redigeren neem ik de tekst juist over, en maak ik de nieuwe versie, al dan niet in overleg met de schrijver.
De twee bezigheden verschillen nogal van elkaar in hun tijdsbeslag: redigeren kost veel meer tijd dan tekstadvies. Bij tekstadvies is mijn tijdsbesteding bovendien flexibeler: ik kan in een paar minuten al iets zinnigs zeggen over een tekst, maar ik kan er ook een paar uur mee aan de slag, bijvoorbeeld om een voorstel te maken voor een verbeterde structuur. Het is maar net hoe veel tijd en budget er is en wat de schrijver wil. Redigeren kan ik alleen als ik ruim de tijd heb. Ik ga meestal uit van een uur per pagina, en dan heb ik ook nog overlegtijd met de schrijver nodig, om te checken of ik op de goede weg ben.

3. Mijn kennis is niet genoeg
Ik heb wel een boel globale, algemene kennis over zakelijk lezen en schrijven, over tekst en taal en visuele middelen. Maar die kennis, die moet altijd toegepast worden binnen een wereld waar ik niet zo veel van weet. Ik weet hoe je een goed rapport schrijft, maar ik weet niet precies hoe ‘goed’ eruit ziet voor die ene specifieke schrijver in die ene organisatie, schrijvend voor die bepaalde klant over een specialistisch onderwerp. Dat kunnen we wel samen uitdokteren, bijvoorbeeld tijdens of voorafgaand aan een training. Maar ik ben daarvoor dus wel afhankelijk van mijn bronnen, dus bijvoorbeeld wat schrijvers en hun leidinggevenden mij vertellen.

4. Ik heb geen schrijftoverstaf
Ik zou het wel eens willen…dan zitten we samen gebogen over een tekst waarvan de structuur niet logisch is, en dan denk ik: als ik nou eens ‘simsalabim’ kon doen en daar verschijnt ineens de perfecte structuur op papier! Maar zo werkt het niet, en zo werkt het voor mij ook niet: ik zie niet altijd, en zeker niet altijd meteen, hoe het dan wél moet. Soms wel, hoor, maar soms ook niet. Ik hoop natuurlijk wel de goede vragen te stellen, of de gedachten van de schrijver de juiste kant op te duwen. Maar soms voel ik me bij tekstadvies wel eens wat bezwaard: dan heb ik het gevoel het de schrijver alleen maar moeilijker te maken met mijn kritische vragen. Zo bedoel ik het natuurlijk niet, maar dat zijn wel de momenten waarop ik verlang naar de schrijftoverstaf!
Aan de andere kant: met zo’n toverstaf zou ook de lol van schrijven minder zijn. Want het allermooiste aan schrijven is wanneer je materie eindelijk in de plooi valt, en er uit al die inhoud in je hoofd en op papier dat heldere verhaal tevoorschijn komt. Soms ineens (eureka!), soms geleidelijk, maar altijd is dat bevredigend, dat moment waarop je denkt: ja, zó ga ik het vertellen. Die in elkaar vallende puzzelstukjes – voor jezelf is dat fijn, en voor de lezer helemaal. Dáár doe je het voor, als schrijver, en daar is mijn tekstadvies dan ook op gericht.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Moei-

Louise Cornelis Geplaatst op 4 juni 2014 door LHcornelis4 juni 2014  

Onlangs realiseerde ik me dat ik een verkeerd woord gebruik als ik praat over logisch en klantgericht structureren. Ik zeg dan vaak dat het moeilijk is, maar dat is net niet precies geformuleerd. Het moet zijn: het kost moeite. Het verschil is alleen een uitgang achter moei-, maar het scheelt wel. Dat leg ik uit.

Als ik kijk in de on-line woordenboeken, dan zijn er die moeilijk en moeite doen over één kam scheren, maar er zijn er ook die beter uitdrukken waar moeilijk óók naar kan gaan klinken:

benard, beroerd, difficiel, heavy, moeizaam, ongemakkelijk, zwaar, lastig, hachelijk, netelig, penibel, bezwaarlijk, onhandelbaar

En dat bedoel ik dus allemaal níet als het over structureren gaat.

Wat ik wél bedoel, is dat goed structureren niet vanzelf gaat, maar dat het inspanning kost en denkwerk. De feiten vallen niet automatisch in een bepaalde plooi, althans, soms wel, maar vaak niet. Om wat je te zeggen hebt helder te maken voor de lezer, moet je de materie zelf goed doordenken – dan denk ik altijd aan die uitspraak van Einstein:

Als je het niet simpel zeggen kan, dan heb je het nog niet goed begrepen.

Om tot dat begrip te komen, daarvoor moet je moeite doen. De moeite van je hoofdboodschap tot één kernachtige uitspraak te synthetiseren, en de structuur op te bouwen aan de hand van een doodsimpele lezersvraag, ‘hoe’ of ‘waarom’. Zodat jíj de moeite doet om duidelijk te maken wat je te zeggen hebt. Want anders moet de lezer dat doen namelijk. En dat doen ze vaak niet, of ze komen uit op iets wat jij niet wilde zeggen.

Want daar doe je die moeite voor: voor je lezer.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Halfproducten vragen om discipline

Louise Cornelis Geplaatst op 3 juni 2014 door LHcornelis3 juni 2014  

Het voordeel van een goed schrijfproces voor zakelijk schrijven is dat het tot halfproducten leidt die je met elkaar kunt bespreken. Schrijven in een organisatie doe je immers niet alleen, en het is jammer als je er pas bij je perfecte eindproduct dat veel tijd en moeite gekost heeft achter komt dat je baas de inhoud anders had gewild.

Een goed schrijfproces leidt na de eerste fase, voorbereiden, tot een ontwerp van de tekst (bouwplan, piramide), en na de tweede fase, doorschrijven, tot een ruwe versie van de tekst. Op beide halfproducten kun je commentaar vragen; over allebei kun je van gedachten wisselen. Dat betekent wel dat het voor de commentaargever of gespreksgenoot helder moet zijn waarom het gaat.

Bij de eerste versie gaat het erom of de juiste inhoud op de goede plaats staat. Daar zou de lezer zich over moeten buigen. Kenmerkend voor de eerste versie is dat die nog onafgewerkt is. De zinnen zijn bijvoorbeeld te lang, er staan kromme zinnen in, typ- en spelfouten, en de interpunctie rammelt nog aan alle kanten. Ofzoiets – afhankelijk van de sterke en zwakke kanten van de schrijver, want zo’n eerste versie is schrijvergericht. Pas in de tweede versie maakt de schrijver hem lezergericht: haalt hij alle gekke dingen eruit, redigeert ‘m kritisch en werkt hem netjes af.

Van de lezer van de eerste versie vraagt dat om bezig te zijn met het enige wat dan telt: staat de juiste inhoud op de goede plaats? Niet met de lange en kromme zinnen en de fouten in woorden en komma’s. Nouja, daar mag zo’n lezer best in het algemeen en zijdelings iets over zeggen, zo van: ‘let bij het redigeren vooral op de d’s en t’s’ – maar meer ook niet. Het heeft geen zin en kan de schrijver ontmoedigen om de eerste versie terug te krijgen met op elk redactioneel slakje zout. Dat was nog helemaal niet aan de orde!

Voor sommige lezers vraagt het veel discipline om over fouten heen te lezen. Ik kan me dat wel voorstellen: sommige spelfouten komen bij mij ook aan als een klap in het gezicht. De verleiding is dan groot om eraan te gaan zitten verbeteren. Maar soms is dat dus gewoon niet aan de orde. Misschien staat die spelfout wel in een stuk tekst dat er toch nog uit gaat. En misschien haalt de schrijver hem er in de volgende schrijffase heus zelf wel uit. En niets zo flauw als zeuren over spelling terwijl de schrijver feedback vroeg op de inhoud. Dat kan een creatief proces ook aardig doodslaan: de angst om  nog meer fouten te maken gaat dan overheersen.

Omgaan met halffabricaten in het schrijfproces vraagt dus van beide kanten discipline: van de kant van de schrijver om helder te maken wat voor feedback hij wil (en dat vraagt trouwens ook lef: om met iets wat nog niet ‘af’ of ‘perfect’ is voor de dag te treden), en van de kant van de lezer om de schrijver passend commentaar te geven. Ook al storen de fouten nog zo. Echt, de afwerking, die komt nog wel. In de laatste schrijffase, de redactionele, mag je niet alleen, maar móet je hartstikke kritisch zijn. Want een goede tekst is natuurlijk ook netjes afgewerkt.

(PS ik moet hierbij wel erg aan die prachtige tekst uit Prediker denken: ‘Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel’).

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑