↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Tweeluik goede boeken deel 2: het beste stijlboek

Louise Cornelis Geplaatst op 23 maart 2015 door LHcornelis8 juni 2016 4

Het tweede goede boek uit het tweeluik: The sense of style. TCover boekhe thinking person’s guide to writing in the 21st century is voor tweederde het beste boek over stijl dat ik ooit gelezen heb. Die andere derde, die gaat eigenlijk niet over stijl, maar over goed/fout-kwesties. Die heb ik doorgebladerd en dat was best leerzaam en vermakelijk, maar soms ook iets ver van mijn bed omdat het over Engels gaat. En correctheid vind ik sowieso minder interessant dan stijl in engere zin.

In de eerste tweederde van het boek benadrukt Pinker iets waar ik het zeer mee eens ben maar wat ik nooit ergens zo helder uitgelegd heb gezien: dat stijl lijdt onder de curse of knowledge, de neiging van mensen om aan anderen een te groot deel van onze eigen kennis toe te schrijven. Als iets voor jou dagelijkse kost is, kun je je bijna niet voorstellen dat een ander er niks van begrijpt. Voor schrijvers betekent dat dat zij geneigd zijn om hun lezers te overschatten. Vandaar dat ze hen overladen met lange, ingewikkelde, impliciete en abstracte zinnen. Voor henzelf zijn die geen probleem. En dat dat voor de lezer anders is, dat komt niet bij hen op. Voilà, het probleem van schrijven in een notedop. Niet alleen qua stijl, maar ook qua structuur en inhoud.

Pinker slaat de spijker op zijn kop, en doet dat op meeslepende, heldere, doortimmerde en humoristische wijze (leuke cartoons!). Hij laat daarmee ook zien waarom standaard schrijfadviezen en -oefeningen zo weinig effect hebben: je kunt daaruit wel leren dat je de lijdende vorm en de naamwoordstijl moet vermijden en verbindingswoorden moet gebruiken, maar waarom zou je, als je inschat dat de lezer je toch wel begrijpt? Het échte probleem zit dieper dan in het herformuleren van zinnetjes. Als je de lezer maar écht voor ogen hebt en niet overschat, lost veel zich op.

Ik denk dat Pinker ook wel een beetje in zijn eigen valkuil stapt in hoofdstuk 4, als hij daar een stoomcursus generatieve grammatica geeft. Mij lijkt die niet te volgen voor lezers zonder taalkundige bagage, en het is ook niet nodig voor fatsoenlijk schrijven om precies te kunnen ontleden. Ik vergeef dat Pinker graag – daarvoor dacht ik te vaak ‘ja, precies, zó zit het’ tijdens het lezen.

En daarvoor leerde ik er ook te veel van. Om maar iets te noemen: ik weet voor mijn eigen schrijven dat ik op moet passen met voor elk bijvoeglijk naamwoord heel of zeer zetten. Dat geeft inflatie aan die termen, als niks gewoon ‘groot’ is, maar meteen ‘heel groot’. Pinker legt dat anders uit, dat was nieuw voor mij en het klopt, denk ik: als je ‘groot’ zegt, is dat absoluut; maak je er ‘heel groot’ van, dan is er ineens een schaal van grootheid. Dat maakt ‘heel groot’ dus relatief, en juist zwakker dan alleen ‘groot’. Want als iets ‘heel groot’ is, dan kan het vast ook nóg groter, maar bij ‘groot’ hoeft dat niet zo te zijn. Aha, vandaar dat een stijl zónder al die heel’s en zeer’s erin krachtiger is!

Met dat soort inzichten en lessen staat het boek vol. Het is geen makkelijke kost voor schrijvende professionals, maar als je je (heel) grondig wilt verdiepen in stijl, open staat voor een (zeer) genuanceerd en goed onderbouwd betoog over wat ‘goed schrijven’ is, en er niet tegenop ziet om 300 (alles behalve de noten e.d.), 185 (minus dat correctheidsgedeelte) dan wel 125 (minus het ontleden) Engelse pagina’s te lezen, dan raad ik het van harte aan!      

Geplaatst in Leestips, schrijftips | 4 reacties

De ene piramide is de andere niet

Louise Cornelis Geplaatst op 18 maart 2015 door LHcornelis19 maart 2015  

Eerder deze week had ik het over de vertaalslag van piramide naar tekst en bepleitte ik een ‘verticale’, inhoudelijke indeling. Nog even een PS nu, want precies dit punt onderscheidt het échte piramideprincipe volgens Minto waarop ik mij baseer zich van enkele alternatieve methoden voor het structureren van tekst die óók piramideprincipe of piramidaal schrijven heten, en soms zelfs ook naar Minto verwijzen. Maar die hebben dan dus één ding niet helder voor ogen, en dat is die verticale vertaalslag (en de daarbij horende hoge eisen aan de logica, want je kunt alleen maar verticaal indelen als de takken van je structuur kloppen, maar dat terzijde).

Die piramides zien er vaak zo uit:Driehoek met horizontale groene strepen

Het idee is dat je een hoofdboodschap formuleert, daar een vraag op hoofdlijnen over stelt, en daarna een verdiepende vraag (en eventueel nog meer), dus bijvoorbeeld eerst ‘wat zijn daar de argumenten voor’ en daarna ‘en hoe kun je die met data onderbouwen’ – maar andere vragen mogen ook, bijvoorbeeld eerst ‘welke maatregelen moeten we daarvoor nemen’ en daarna ‘en hoe ben je daaraan gekomen?’.

De hoofdstukindeling is dan wat ik horizontaal noem: je begint met de inleiding, daarin staat de hoofdboodschap (dat is de overeenkomst met Minto), en vervolgens behandelt elk hoofdstuk een niveau van de piramide, dus een vraag. Dat is echter juist niet wat Minto betoogt. Sowieso moet je bij haar structureren in antwoorden, niet in vragen. Per vertakking stel je één vraag, en daarop geef je een ‘uitwaaierend’ antwoord, waarbij elk deel-antwoord tot dezelfde categorie behoort. Bij een waarom-vraag komen er argumenten als antwoorden op het niveau eronder; bij een hoe-vraag maatregelen of acties. Als je die dan gebruikt voor de hoofdstukindeling, geeft dat één hoofdstuk per argument of maatregel, dus per tak van de structuur.

Nou mag iedereen iets driehoekigs natuurlijk piramideprincipe noemen, en zo’n horizontaal ingedeelde driehoek leidt niet per se tot slechte teksten. Maar als je écht goed wilt structureren en schrijven, dan baseer je je op Minto. En dat is dus geen massieve driehoek, maar een vertakkende structuur, met antwoorden in plaats van vragen in de vakjes, en een inhoudelijke tekstindeling, met één argument of maatregel per hoofdstuk. Dat is zowel goed voor de logica als voor de toegankelijkheid voor de lezer.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verticaal van piramide naar tekst

Louise Cornelis Geplaatst op 16 maart 2015 door LHcornelis11 maart 2015  

Met deze blogpost wil ik een vaker voorkomend misverstand uit de wereld helpen, namelijk over de manier waarop je van een piramide naar tekst gaat. Daar zijn twee opties voor, waarvan er eentje duidelijk lezersvriendelijker is dan de andere.

Stel, je hebt een piramide met onder de hoofdboodschap drie argumenten, elk met wat uitwerking:

Piramide met 3 argumenten

Om van die piramide naar een opbouw van de tekst te komen, heb je in principe twee mogelijkheden. Je kunt hem als het ware horizontaal verdelen, wat leidt tot een hoofdstukindeling per niveau:

Piramide met groene strepen tussen de niveaus

De inhoudsopgave is dan iets als:

Inleiding (met hoofdboodschap)

1. Hoofdlijn/overzicht/samenvatting

1.1. Argument 1

1.2. Argument 2

1.3. Argument 3

2. Details/uitwerking/toelichting

2.1 Argument 1

2.1.1

2.1.2

2.1.3

2.2. Argument 2

2.2.1

2.2.2

2.3. Argument 3

2.3.1

2.3.2

2.3.3

 

De andere mogelijkheid is verticaal verdelen, wat leidt tot een hoofdstukindeling per argument:

Piramide met groene strepen tussen de takken, dus verticaal

De bijbehorende inhoudsopgave:

Inleiding met hoofdboodschap

1. Argument 1

1.1 Onderbouwing

1.2

1.3

2. Argument 2

2.1

2.3

3. Argument 3

3.1

3.2

3.3

De voorkeursindeling is de tweede, dus die met de verticale strepen, leidend tot een hoofdstukindeling per tak van de structuur, dus hier per argument. Deze indeling heeft de volgende voordelen:

  • Je ziet het in één oogopslag aan de twee inhoudsopgaven: de hoofdstukindeling is meer recht-toe-recht-aan, met minder niveaus, en als je naar de tekst zou kijken dus ook minder in hoeven leiden en terug hoeven grijpen. De tekst is dan ook korter, met minder herhaling, en overzichtelijker.
  • De lezer heeft inhoudelijk alles bij elkaar wat bij elkaar hoort. Stel dat een lezer alleen interesse heeft in argument 2, dan hoeft-ie alleen hoofdstuk 2 te lezen. Een lezer met globale interesse in alles, leest van alles het begin, want overal staat de hoofdboodschap voorop en treedt de tekst gaandeweg meer in detail. Zo komt de verticale indeling dus alle lezers tegemoet.
  • De hoofdstukindeling is inhoudelijk. Dat heeft twee voordelen: alleen zo leest de inhoudsopgave als een mini-samenvatting, en alleen zo heeft de lezer meteen inzicht in het verband tussen de hoofdstukken. De relatie tussen ‘hoofdlijn/overzicht’ en ’toelichting/details’ is een heel generieke. In zulke rapporten tref ik bijvoorbeeld wel eens een overgangszin aan als ‘In het volgende hoofdstuk gaan we nader in op wat we hiervoor hebben gezien’. ‘Nader ingaan op’ is een wel heel vaag verband tussen de hoofdstukken, veel vager dan: ‘Dit was het eerste argument, in het volgende hoofdstuk komt het tweede’. Je kunt dit ook verwoorden als: alleen zo komt de logica van de piramide rechtstreeks tot uitdrukking in de structuur van de tekst.

Belangrijkste aan het maken van de piramide is dat je de logica van je verhaal doordenkt. Hoe je de tekst dan vormgeeft, is een aparte keuze. Er is daarbij wel een duidelijke voorkeur: doe het verticaal. Omwille van je lezer.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Drie keer niks

Louise Cornelis Geplaatst op 13 maart 2015 door LHcornelis12 maart 2015  

Ik kreeg gister een e-mail-nieuwsbrief van NS Internationaal. In de eerste blik erop lees ik alleen dit:

Wij houden u graag op de hoogte.
Een paar keer per jaar delen wij nieuws dat voor u als reiziger van belang kan zijn. Zo blijft u goed geïnformeerd.

Komisch: daar staat drie keer niks. Tenminste, bij dat ‘wij houden u graag op de hoogte’ denk ik ‘o’, en de volgende twee zinnen voegen niks toe. En dan klik ik al weg.

Het is alsof de krant als kop zou hebben: ‘Wij brengen u vandaag het belangrijkste nieuws. Elke dag vertellen we u wat er is gebeurd in de wereld. Zo blijft u op de hoogte’. Maar dan weet je dus nog steeds niet wat dat nieuws is.

Moraal van dit verhaal: wil je vluchtige, ongeduldige lezer ter wille zijn, kom dan veel sneller ter zake!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Beginnen kan smaller dan je denkt

Louise Cornelis Geplaatst op 11 maart 2015 door LHcornelis11 maart 2015  

Ik had de afgelopen tijd een paar ervaringen met een beginzin die volgens mij vaker voorkomen. Altijd lastig, beginnen. De truc is: gewoon doorschrijven en ‘m later verbeteren.

Ik ben bezig met een artikel over zakelijk schrijven. In de eerste, handgeschreven versie begon ik met ‘In onze kenniseconomie moeten professionals veel lezen voor hun werk’. Ik wist meteen dat dat ‘m niet was, met dat moeten erin, en van die kenniseconomie kreeg ik ook een beetje jeuk.

Bij het overtypen, 2e versie dus, maakte ik ervan ‘In wat wel onze kenniseconomie genoemd wordt, besteden professionals veel tijd aan lezen’. Dat was hem nog niet, en dat zal hem vooral in die kenniseconomie. Ik wilde daar wat afstand van nemen, want het is zo’n algemene, abstracte term (als ik om me heen kijk, zie ik nergens ‘kenniseconomie’) die ook nog eens niet voor iedereen opgaat (de groenteboer bijvoorbeeld). Maar door afstand te nemen in de formulering, legde ik er alleen maar meer nadruk op, alsof er een verhandeling over het begrip zou volgen.

Het artikel vergde nogal wat schaafwerk, en ergens in al dat geschaaf zag ik het ineens: weg met die kenniseconomie! De begin zin is nu: ‘Veel werkende mensen besteden een groot deel van hun werktijd aan lezen’. Prima, dat was ‘m. Nog een boel versies later is daar niets meer aan veranderd.

Die kenniseconomie, die sloop erin vanwege een neiging om net iets te breed, globaal, algemeen te willen beginnen, met een algemene uitspraak over het tijdsgewricht of de maatschappij. Veel beginzinnen vind ik daarom clichématig (‘We bevinden ons in een tijd waarin verandering aan de orde van de dag is’) of ronken, bijvoorbeeld (bron):

We bevinden ons in een cruciaal tijdsgewricht waarin een oude en een nieuwe wereld tegenover elkaar staan, elk met eigen belangen.

Oja joh? Dat zegt vooral iets over het wereldbeeld van de schrijver, net zoals mijn ‘in wat wel de kenniseconomie genoemd wordt’.

Een ander te breed begin is te ver terug gaan in de geschiedenis: ‘Er was een tijd dat de informatiehoeveelheid nog niet zo groot was’. Ik noem dat wel eens de ‘In den beginne’-inleiding, of de ‘Adam en Eva’-inleiding.

Wat een inleiding moet doen, is de lezer focussen op de kern van de tekst. Niet minder, maar zeker ook niet meer dan dat. Die eerste zinnen moeten daartoe net genoeg doen om die kern te kunnen plaatsen. En dat is vaak minder dan de schrijver nodig heeft om op te kunnen starten.

Want dat is het: ik moest als schrijver zelf even op gang komen. Dat is prima. Kom op gang, schrijf de tekst, en keer later terug naar het begin. Kan dat wat sneller ter zake wellicht? Dat lukt met een ‘smaller’ begin. Daar heeft de lezer baat bij.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijven om jezelf te dwingen te denken

Louise Cornelis Geplaatst op 3 maart 2015 door LHcornelis3 maart 2015  

In de NRC van vorige week zaterdag (de 21e) stond een mooie column van Martijn Katan onder de titel ‘Stiekem ben ik een docent’. Hij schrijft over schrijven: eerst over dat van journalisten, later in vergelijking met wetenschappers zoals hij zelf ook is. Die zijn altijd geneigd om slagen om de arm te houden, daar waar journalisten de essentie eruit pikken. Veel wetenschappelijk proza is daardoor ‘in tienduizend moeilijke woorden niets zeggen’.

Zijn eigen doel bij zijn wetenschappelijk werk en in zijn schrijven is daarom ‘niet essentiële verschillen weglaten zodat de essentiële overeenkomsten overblijven en ik natuurwetten kunnen worden vastgelegd’. Oftewel, voor wat betreft schrijven: beslissen wat er weg kan en wat niet.

En dan komt de slotalinea die ik prachtig vind én uitermate herkenbaar:

Mijn columns moeten leuk zijn om te lezen, maar net als een goede journalist wil ik meer dan u vermaken, ik wil u iets laten zien, iets uitleggen, iets leren. En tijdens die moeizame pogingen om dat voor u op te schrijven groeit mijn eigen inzicht. Zo leer ik zelf nog het meest van mijn stukjes. Ik schrijf dus in de krant om mezelf te dwingen een onderwerp te doordenken, als sport dus, en een beetje uit ijdelheid. Maar stiekem hoop ik toch dat u er iets van leert.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Drogredenen inderdaad onredelijk

Louise Cornelis Geplaatst op 24 februari 2015 door LHcornelis24 februari 2015  

In de argumentatieleer kun je op basis van regels bepalen of een arumentatie deugdelijk is of niet, dus of je een geldige zet dus of een ongeldige, ook wel drogreden genoemd. Dat is zwart-wit: je argumentatie is redelijk of niet. De praktijk van taalgebruik is echter helemaal niet zo zwart wit: soms kom je weg met drogredenen, en een goede argumenteerder weet handig te manoevreren met zijn zetten.

Desalniettemin blijkt uit onderzoek dat gewone taalgebruikers wel degelijk drogredenen minder redelijk vinden. Dat leerde ik gister bij de taalbeheersingslezing* van Bert Meuffels. Hij doet al jarenlang onderzoek naar de beoordeling van argumentatie door gewone mensen, meestal scholieren. Het gaat dan om bijvoorbeeld de ad hominem (persoonlijke aanval), in deze voorbeelden steeds de laatste gespreksbijdragen:

Voorbeeld 1, okee:

A: Ik vind jou echt een onbetrouwbaar iemand

B: Hoe kom je daarbij?

A: We spraken af dat je het tegen niemand zou doorvertellen, en nou weet het hele dorp het al.

Voorbeeld 2: drogredelijk

A: Ik denk dat de koop van een occasion de beste keus voor ons is

B: Volgens mij moeten we een nieuwe kopen: het onderhoud is veel goedkoper

A: Kom nou toch! Wat weet jij daar nou van? Je hebt geen greintje verstand van auto’s!

Proefpersonen beoordelen de drogredelijke op een schaal van 1 (onredelijk) tot 7 (redelijk; 4 is dus neutraal) met een 3,08 gemiddeld, en de niet-drogredelijke met 5,08. En daarbij gaat het in dit onderzoek niet zozeer om de absolute getallen, maar om de telkens terugkerende rangorde: de drogredelijke zet scoort lager dan de niet-drogredelijke. Dat geldt ook in andere landen, en in verschillende domeinen: bovenstaande voorbeelden komen uit het huiselijk domein, maar in de politiek en wetenschap is de rangorde niet anders.

Dus: drogredenen zijn niet alleen onredelijk omdat ze niet mogen van de argumentatieregels, ze worden ook als onredelijk ervaren door gewone taalgebruikers.

 

 

* Die lezingen worden met enige regelmaat georganiseerd door de vakgroep Taalbeheersing in Leiden waar ik af en toe voor werk.

 

 

 

 

 

Geplaatst in Gesprek & debat, schrijftips | Geef een reactie

Beter woord voor ‘emergerend’?

Louise Cornelis Geplaatst op 19 februari 2015 door LHcornelis17 februari 2015  

Onlangs gebruikte ik in een binnenkort te verschijnen artikel (daarover t.z.t. meer) het woord emergerend. Dat is niet zo mooi, kreeg ik van de redactie te horen. Nee, klopt, maar ik weet echt niets beters als vertaling van het Engelse emergent, in de context van emergent change.

De woordenboekvertaling daarvan is verschijnend, te voorschijn komend of opkomend, maar ‘verschijnende’ of ’tevoorschijnkomende’ verandering. – urgh, dat is geen verbetering. ‘Opkomend’ vind ik bovendien te zeer een positieve bijbetekenis hebben. Ten slotte denk ik dat mensen die de Engelstalige literatuur over organisatieverandering en/of het werk van Thijs Homan kennen, die Nederlandse woorden niet herkennen, en dat is ook een gemiste kans.

Daarom: toch maar emergerend, eventueel met toelichting. Of weet iemand iets beters? Dat hoor ik dan graag.

Enne: lastig kan het soms toch zijn, hè, schrijven/vertalen!

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

‘So what?’ voor vrouwelijke sporters

Louise Cornelis Geplaatst op 10 februari 2015 door LHcornelis15 juni 2017  

In mijn favorieten-lijstje waar ik het gister ook over had, trof ik er nog eentje aan die ik had bewaard omdat ik er zo mooi mee kan illustreren waar mijn werk op neerkomt. Het is een tweet die in mijn Triathlon-twitter-kringen werd geretweet, afkomstig van van ‏@laurent_bannock. Die kondigt aan een “Overall take home message for female athletes with regards to nutritional considerations”, onder verwijzing naar deze slide*:

Slide met veel tekst

Wat mij betreft, staat die take home message er precies níet. Ik kan me niet voorstellen dat een vrouwelijke sporter de riedel eronder mee naar huis moet nemen namelijk. Ik denk dat ze zich afvraagt: ‘dus?’ (so what?).

Nou ben ik een vrouwelijke sporter, dus ik mag me dat zeker afvragen. Eigenlijk kom ik er niet uit, of althans, ik moet een beroep doen op wat ik weet, namelijk dat veel vrouwelijke sporters te weinig eten, vaak zelfs een eetprobleem hebben (ik niet hoor!). Dat kan ik relateren aan wat er staat, want dan is wat er staat argumentatie voor de boodschap ‘zorg dat je genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt’. Haar vervolgvraag is ‘welke’ en dat gaat om eiwit, koolhydraten en micronutriënten, zoiets (met behoud van jargon overigens):

Make sure your diet contains all necessary nutrients:

• Protein: needed for for the building and repair of muscle tissue
• Carbohydrates: needed for muscle glycogen replacement
• Micronutrients: needed for…

– Bones (calcium, magnesium, vitamin D)
– Energy production (B vitamins)
– Red blood cell and haemoglobin synthesis (iron, folate, B12)
– Immune function (zinc, antioxidants, iron)

Frappante boodschaploze slide is het origineel, omdat het wel een take home message aankondigt – aankondigt, maar niet geeft. En dat zie ik best wel vaak gebeuren, zeker in het werk van deskundigen: de kennis staat er, maar de betekenis ervan voor ‘gewone’ mensen net niet. Schrijvers en presenteerders helpen die boodschappen wél te verwoorden, is de kern van mijn werk.

Overigens denk ik dat je dan nog niet veel bereikt tegen eetproblemen, maar dat is een andere kwestie.

————–

* Als je de slide op het plaatje slecht kunt lezen, dit staat er:

Overall take home message for female athletes with regards to nutritional considerations

Protein intake must be adequate for the building and repair of muscle tissues, while adequate carbohydrate intake is needed for muscle glycogen replacement. In addition, many of the micronutirents needed for bone (calsium, magnesium, vitamin D), energy production (B vitamins), red blood cell and haemoglobin synthesis (iron, folate, B12) and immune function (zinc, antioxidants, iron) must be present in the diet.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Alweer een inspirerende NACV-meeting

Louise Cornelis Geplaatst op 6 februari 2015 door LHcornelis4 februari 2015  

Zoals ik eerder aankondigde, was ik vorige week naar de Expertmeeting van het NACV. Net als de vorige keer dat ik er was, twee jaar geleden, vond ik het een leuke en nuttige dag. Ik ervoer hem wel ook als heel anders, deels omdat het contrast tussen wetenschap en ‘de praktijk’ dan wel de karikatuur van dat laatste me nu niet is opgevallen, en deels omdat ik zelf wat deed (daar kom ik zo op terug).

Wat hetzelfde was, was dat ik sommige presentaties inspirerend en nuttig vond voor mijn eigen praktijk. Marjolein Bolster-Van der Werff & Thea Mepschen van de Hanzehogeschool beschreven bijvoorbeeld een intensieve schrijfdag waarvan ik dacht: ‘zo zou ik een training ook aan kunnen pakken’ en Jacky van den Dikkenberg van de HvA beschreef een leesvaardigheidstraining die me onmiddellijk op ideeën bracht voor een leestraining voor professionals. Alleen al daarom was de dag goud waard (en de moeite van de reis, want ik ‘strandde’ met de trein in Driebergen door een kabelbreuk en kwam uiteindelijk 45 minuten te laat).

Verder was ook de lezing van Jacqueline van Kruiningen en Femke Kramer van de RUG interessant. Die ging over ‘schrijven over schrijven’ door eerstejaars studenten, en wat daarin aan de orde kwam, was dat studeren op de universiteit natuurlijk óók een socialisatieproces betekent: je aanpassen aan hoe de dingen daar zoal gaan, inclusief schrijven.

Dat was meteen een bruggetje naar onze eigen discussie, over dat wij (Willy Francissen en ik) in de praktijk ervaren dat we een boel van dat aangeleerde gedrag weer moeten ‘afleren’: de praktijk stelt andere eisen aan schrijfvaardigheid dan de wetenschap, en veel professionals vereenzelvigen schrijven met die ene manier die ze tijdens hun studie hebben geleerd. Ik vond het een leuke discussie, we hebben de deelnemers duidelijk wel geprikkeld en aan het denken gezet, dus doel bereikt.

Wel had ik de indruk dat we een beetje preekten voor eigen parochie, of liever gezegd: dat we geen representatieve dwarsdoorsnede van universitair docenten in de groep hadden. Dat schrijven uit meer bestaat dan alleen volgens de academische conventies, daar was iedereen het wel mee eens. Maar wat daar precies de consequenties van moeten zijn, daarover was meer discussie. Bijvoorbeeld: als je studenten ook iets anders wilt laten schrijven, moet dat dan vanaf het begin, of wil je ze juist eerst aan de wetenschappelijke conventies laten wennen voordat je er iets naast zet? Daar zou wat ons betreft mee geëxperimenteerd moeten worden.

Aan het slot vatte Albert Pilot de dag samen. Hij was ook bij onze discussie geweest en vatte die samen als: wat als de studenten moeten weten dat er andere genres, contexten en lezers zijn, maar ondertussen de hele omgeving ‘framet’ richting die ene manier, de wetenschappelijke? Dat vond ik wel een mooie samenvatting, dus dat deed me deugd. En toen ging de terugreis gelukkig ook een stuk vlotter dan heen, dus ik kwam tevreden thuis.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑