↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Een moeizaam begin

Louise Cornelis Geplaatst op 2 april 2015 door LHcornelis9 april 2015  

In de Opzij van deze maand trof ik een alinea aan waar ik een tijdje op moest studeren om de interpretatie rond te krijgen. En dan vind ik het altijd interessant om te kijken hoe dat komt, dus wat heeft deze schrijver gedaan om mij als lezer een probleem te bezorgen? Dit is de alinea, het is de eerste van een interview met Sofie van den Enk (p. 18):

Een klassiek beeld: een man sluit iedere doordeweekse dag ’s ochtends vroeg het tuinhek achter zich. Zijn vrouw zwaait hem uit, twee kleine meisjes aan haar benen. Ze denkt rusteloos: dat wil ik ook. Dus volgde Sofie van den Enks (34) moeder nog een opleiding, klom op tot coördinator van de plaatselijke bejaardenzorg en misschien, peinst haar dochter, school er in haar wel een echte carrièrevrouw – als ze de kans had gekregen. Ware het niet dat op een dag een 14-jarige Sofie haar moeder verlamd in bed aantrof.

In de eerste plaats ben ik geneigd te denken dat een artikel over Sofie van den Enk zal starten met iets over Sofie van den Enk. Dus het was even schakelen om te beseffen dat deze hele alinea gaat over haar moeder. En dat schakelde gebeurde pas lezenderweg, en toen had ik dus al wat gemist c.q. niet begrepen. De essentie hiervan is dat het artikel mijn verwachtingen schaadt, en die verwachting is: aan het begin van een artikel waarin persoon X centraal staat, staat die persoon meteen ook al centraal’.

In combinatie met het volgende probleem gaf mijn verwachting een gekke interpretatie. Dat volgende probleem is dat dat in ‘dat wil ik ook’ een vage verwijzing is. Het verwijst zelfs helemaal nergens naar, niets concreets in de tekst. Vandaar dat ik het bij eerste lezing ‘ophing’ aan een klassiek beeld en dus interpreteerde als: een bestaan als thuismoeder met een werkende man en twee kleine kinderen. En aangezien ik daar bij eerste lezing dus nog dacht dat het over Sofie zou gaan, dacht ik: Sofie wilde dus zo’n klassiek gezin. Maar ten eerste gaat het dus niet over Sofie, en ten tweede verwijst dat naar buitenshuis werken, zo blijkt uit het vervolg van de alinea. Dat verwijst dus naar een impliciet idee achter ‘iedere doordeweekse dag ’s ochtends vroeg het tuinhek achter zich sluiten’.

Overigens is dat verwijzingsprobleem niet puur en alleen een kwestie van dat; het heeft er ook mee te maken dat een klassiek beeld voor mij iets nastrevenswaardigs heeft – als formulering dan, hè? Ik zie een mooi plaatje waarvan iemand zegt ‘dat wil ik ook’. Ook dat is een verwachtingenkwestie: ik verwacht dat het klassieke beeld een positieve en centrale rol gaat spelen in de tekst.

Dus: geschonden leesverwachtingen, een complexe verwijzing en nog wat lastige stijlzaken zoals dat ‘Sofie van denk Enks (34) moeder’ en deze paar zinnen kostten me enkele minuten. Mijn advies zou zijn: maak het je lezer wat makkelijker, vooral aan het begin!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Perspectiefbreuken

Louise Cornelis Geplaatst op 31 maart 2015 door LHcornelis29 maart 2015 1

Vanwege een aan onszelf verstrekte opdracht van mijn intervisiegroep van Tekstnet ben ik al een tijdje aan het letten op teksten die ‘zondigen’ tegen principes van goed schrijven. Niet dat ik er echt naar zoek, ik let erop bij het lezen. Het gaat ons vooral om twee zondes, namelijk tegen consequent zijn, en tegen concreet zijn – want ‘consequent’ (bijvoorbeeld: de hele tekst is duidelijk voor één bepaald publiek geschreven) en ‘concreet’ (zoals: beeldend, met voorbeelden, citaten e.d.) vonden we twee belangrijke vereisten aan een goed geschreven tekst. We willen enerzijds achterhalen wat een tekst ‘goed’ maakt, en anderzijds ook onderzoeken of dat überhaupt wel in het algemeen te formuleren is.

Welnu, de oogst is nog niet rijk, maar ik heb m’n eerste voorbeeld. Ik las het boek Los. Dennis van der Geest en de weg naar het succes van Gijs van Oosten en Jan Looman. Daarin trof ik op meerdere plekken een inconsequentie aan, namelijk: een perspectiefbreuk. Dit is een voorbeeld ervan; in de passage (p. 164) is Jan Looman aan het woord als ik:

Dennis en ik zijn een stap verder gegaan dan ‘de werkelijkheid beschrijven’. <knip> Cor heeft de topsportinstelling: ‘Als Mozes niet naar de berg komt, dan moet de berg maar naar Mozes komen.’
Cor vond in 1999 dat psycholoog Jan Looman meer moest zien van Dennis tijdens topwedstrijden.

Dat is gek: in die laatste zin schrijft Jan Looman, net daarvoor nog de ik in de tekst, over zichzelf als psycholoog Jan Looman. En dat zonder regel wit of andere indicatie van het verspringende perspectief. En dat gebeurt vaker in het boek. In het grootste gedeelte is de ik Dennis van der Geest, maar soms gaat het ineens zonder enige indicatie (witregel, aanhalingstekens) over hem als Dennis. Dat is dan meestal als er kennelijk iemand anders aan het woord is, maar dat kan niet zomaar, dat moet je als schrijver markeren.

Of liever gezegd: er moet helemaal niks, maar het is tegen de conventies om het aan het woord laten van een ander niet te markeren. Ik raakte er af en toe door in de war, niet heel ernstig, ik kon het altijd wel oplossen. In het voorbeeld moeten we dus kennelijk door de ogen van Cor (van der Geest, Dennis’ vader) naar ‘psycholoog Jan Looman’ kijken. Maar toch.

Zoiets heet een perspectiefbreuk, het gaat in tegen de eenheid van perspectief in teksten, en het is dus een zonde tegen ons principe van consequent zijn. Maar is het desalniettemin een goede tekst? Ik aarzel. Ik vond het boek matig geschreven. Vanwege de perspectiefbreuken, maar vooral vanwege het zondigen tegen show, don’t tell. Overal staat (= wordt verteld) dat Dennis ‘los’ ging door zijn eigen weg te volgen en dat dat een grote mentale en psychologische overwinning was (een ‘confronterend mentaal proces’ volgens de achterflap), waarbij hij hulp gehad heeft van Looman. Maar nergens ervaar ik wat die grote stap is geweest – de auteurs laten het niet zien, en ik zou hem dan ook niet kunnen beschrijven. Ook nog eens omdat het boek vooral beschrijft wat Dennis niet doet: vechten, diepgaan, kapotgaan en knokken. Maar wat doet hij dan wel? Ik zie er als lezer interessante contouren van, maar ik krijg het net niet helder. En dat is jammer, want ik denk dat het wel degelijk om iets interessants gaat.

 

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Het schrijfmisverstand

Louise Cornelis Geplaatst op 27 maart 2015 door LHcornelis27 maart 2015  

Afgelopen zaterdag stond er in NRC (Economie, p. 8/9) een stuk over de nieuwe accountantsverklaringen. Die worden langer en gaan meer uitleggen wat de accountant precies gedaan heeft. Ze zijn in het leven geroepen vanwege de vele schandalen die het vertrouwen in de beroepsgroep ondermijnden. Daarom komt onder andere aan de orde met welke foutmarge de accountant werkt, hoe hij naar welke bedrijfsonderdelen heeft gekeken en wat de speciale aandachtspunten zijn geweest. Dat moet een beter beeld geven van hoe de rest van het rapport en de goedkeuring van de jaarcijfers te interpreteren zijn.

Aan het eind gaat het over het schrijven van die nieuwe verklaringen. Geen makkelijk klusje, volgens de geïnterviewde accountants van KPMG en PwC, er gaat makkelijk dertig tot veertig uur in zitten Dan volgt dit slot:

Ondanks al die moeite nodigen de schrijfsels van de accountants nog steeds niet erg uit tot lezen. Het zijn taaie documenten vol technisch jargon. Wíllen ze wel gelezen worden? ‘Dat is wel de bedoeling’, zegt De Ridder [ die van PwC ]. Maar het is ‘best een kunst’, zegt hij, om alles ‘in janboerenfluitjestaal’ uit te leggen.

Sommige dingen, zegt accountant Kort [ van KPMG ], zijn nou eenmaal ingewikkeld. Als voorbeeld noemt hij het boekhoudkundige begrip goodwill – het verschil tussen wat een bedrijf nu waard is en wat er in het verleden voor is betaald. De verklaring moet wel ‘recht doen aan die complexiteit’, vindt Korf. ‘We maken geen magazine’.

Ik lees daarin een groot en veelvoorkomend schrijfmisverstand: om een tekst aantrekkelijk te maken voor lezers, moet-ie in janboerenfluitjestaal/Jip-en-Janneketaal/B1 enzovoort geschreven worden. Oftewel: lezergericht schrijven is een kwestie van een eenvoudige stijl.

Nee – lezergericht schrijven, sowieso maar zeker in de zakelijke dienstverlening, begint met een besef van het belang dat de lezer heeft bij je tekst. Waarom leest-ie je tekst eigenlijk? Waarom zou die dat moeten dan wel willen? Daarover gaat het in dat hele artikel niet, en dat is het probleem: die teksten worden helemaal niet geschreven vanuit het belang van de lezer. Die nieuwe accountantsverklaring dient maar één doel: het oppoetsen van het bezoedelde blazoen van accountants, de schrijvers. Wat heeft een lezer eraan, wat koopt die ervoor? Niets. Zeker niet op korte termijn; misschien heeft zo’n verantwoording nut als er later gedonder komt. Maar dan is het waarschijnlijk algauw voer voor juristen.

Al schrijf je nog zo eenvoudig, als een lezer geen belang heeft bij de tekst, leest-ie ‘m niet. En dat is het ware probleem van de accountantsverklaringen. Want een béétje ingevoerde lezer heeft helemaal geen moeite met goodwill, een begrip dat dit stuk in nog geen twintig woorden uitlegt. Dus dat kan in die verklaring ook. En lezers van accountantsverklaringen zijn sowieso geen doetjes, hè, die zijn Jip en Janneke echt al lang ontstegen.

het probleem is dat er weliswaar zeker lezers zullen zijn die graag precies willen weten wat de accountant gedaan heeft, maar dat het de grotere groep weinig zal interesseren zo lang alles maar goedgekeurd is. En die zullen dus selectief lezen. En zelfs bij grote interesse en alles lezen geldt: papier is niet zo heel goed in het herstellen van vertrouwen. Ik vraag me daarom af of de dertig tot veertig uur gaan lonen.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Tweeluik goede boeken deel 2: het beste stijlboek

Louise Cornelis Geplaatst op 23 maart 2015 door LHcornelis8 juni 2016 4

Het tweede goede boek uit het tweeluik: The sense of style. TCover boekhe thinking person’s guide to writing in the 21st century is voor tweederde het beste boek over stijl dat ik ooit gelezen heb. Die andere derde, die gaat eigenlijk niet over stijl, maar over goed/fout-kwesties. Die heb ik doorgebladerd en dat was best leerzaam en vermakelijk, maar soms ook iets ver van mijn bed omdat het over Engels gaat. En correctheid vind ik sowieso minder interessant dan stijl in engere zin.

In de eerste tweederde van het boek benadrukt Pinker iets waar ik het zeer mee eens ben maar wat ik nooit ergens zo helder uitgelegd heb gezien: dat stijl lijdt onder de curse of knowledge, de neiging van mensen om aan anderen een te groot deel van onze eigen kennis toe te schrijven. Als iets voor jou dagelijkse kost is, kun je je bijna niet voorstellen dat een ander er niks van begrijpt. Voor schrijvers betekent dat dat zij geneigd zijn om hun lezers te overschatten. Vandaar dat ze hen overladen met lange, ingewikkelde, impliciete en abstracte zinnen. Voor henzelf zijn die geen probleem. En dat dat voor de lezer anders is, dat komt niet bij hen op. Voilà, het probleem van schrijven in een notedop. Niet alleen qua stijl, maar ook qua structuur en inhoud.

Pinker slaat de spijker op zijn kop, en doet dat op meeslepende, heldere, doortimmerde en humoristische wijze (leuke cartoons!). Hij laat daarmee ook zien waarom standaard schrijfadviezen en -oefeningen zo weinig effect hebben: je kunt daaruit wel leren dat je de lijdende vorm en de naamwoordstijl moet vermijden en verbindingswoorden moet gebruiken, maar waarom zou je, als je inschat dat de lezer je toch wel begrijpt? Het échte probleem zit dieper dan in het herformuleren van zinnetjes. Als je de lezer maar écht voor ogen hebt en niet overschat, lost veel zich op.

Ik denk dat Pinker ook wel een beetje in zijn eigen valkuil stapt in hoofdstuk 4, als hij daar een stoomcursus generatieve grammatica geeft. Mij lijkt die niet te volgen voor lezers zonder taalkundige bagage, en het is ook niet nodig voor fatsoenlijk schrijven om precies te kunnen ontleden. Ik vergeef dat Pinker graag – daarvoor dacht ik te vaak ‘ja, precies, zó zit het’ tijdens het lezen.

En daarvoor leerde ik er ook te veel van. Om maar iets te noemen: ik weet voor mijn eigen schrijven dat ik op moet passen met voor elk bijvoeglijk naamwoord heel of zeer zetten. Dat geeft inflatie aan die termen, als niks gewoon ‘groot’ is, maar meteen ‘heel groot’. Pinker legt dat anders uit, dat was nieuw voor mij en het klopt, denk ik: als je ‘groot’ zegt, is dat absoluut; maak je er ‘heel groot’ van, dan is er ineens een schaal van grootheid. Dat maakt ‘heel groot’ dus relatief, en juist zwakker dan alleen ‘groot’. Want als iets ‘heel groot’ is, dan kan het vast ook nóg groter, maar bij ‘groot’ hoeft dat niet zo te zijn. Aha, vandaar dat een stijl zónder al die heel’s en zeer’s erin krachtiger is!

Met dat soort inzichten en lessen staat het boek vol. Het is geen makkelijke kost voor schrijvende professionals, maar als je je (heel) grondig wilt verdiepen in stijl, open staat voor een (zeer) genuanceerd en goed onderbouwd betoog over wat ‘goed schrijven’ is, en er niet tegenop ziet om 300 (alles behalve de noten e.d.), 185 (minus dat correctheidsgedeelte) dan wel 125 (minus het ontleden) Engelse pagina’s te lezen, dan raad ik het van harte aan!      

Geplaatst in Leestips, schrijftips | 4 reacties

De ene piramide is de andere niet

Louise Cornelis Geplaatst op 18 maart 2015 door LHcornelis19 maart 2015  

Eerder deze week had ik het over de vertaalslag van piramide naar tekst en bepleitte ik een ‘verticale’, inhoudelijke indeling. Nog even een PS nu, want precies dit punt onderscheidt het échte piramideprincipe volgens Minto waarop ik mij baseer zich van enkele alternatieve methoden voor het structureren van tekst die óók piramideprincipe of piramidaal schrijven heten, en soms zelfs ook naar Minto verwijzen. Maar die hebben dan dus één ding niet helder voor ogen, en dat is die verticale vertaalslag (en de daarbij horende hoge eisen aan de logica, want je kunt alleen maar verticaal indelen als de takken van je structuur kloppen, maar dat terzijde).

Die piramides zien er vaak zo uit:Driehoek met horizontale groene strepen

Het idee is dat je een hoofdboodschap formuleert, daar een vraag op hoofdlijnen over stelt, en daarna een verdiepende vraag (en eventueel nog meer), dus bijvoorbeeld eerst ‘wat zijn daar de argumenten voor’ en daarna ‘en hoe kun je die met data onderbouwen’ – maar andere vragen mogen ook, bijvoorbeeld eerst ‘welke maatregelen moeten we daarvoor nemen’ en daarna ‘en hoe ben je daaraan gekomen?’.

De hoofdstukindeling is dan wat ik horizontaal noem: je begint met de inleiding, daarin staat de hoofdboodschap (dat is de overeenkomst met Minto), en vervolgens behandelt elk hoofdstuk een niveau van de piramide, dus een vraag. Dat is echter juist niet wat Minto betoogt. Sowieso moet je bij haar structureren in antwoorden, niet in vragen. Per vertakking stel je één vraag, en daarop geef je een ‘uitwaaierend’ antwoord, waarbij elk deel-antwoord tot dezelfde categorie behoort. Bij een waarom-vraag komen er argumenten als antwoorden op het niveau eronder; bij een hoe-vraag maatregelen of acties. Als je die dan gebruikt voor de hoofdstukindeling, geeft dat één hoofdstuk per argument of maatregel, dus per tak van de structuur.

Nou mag iedereen iets driehoekigs natuurlijk piramideprincipe noemen, en zo’n horizontaal ingedeelde driehoek leidt niet per se tot slechte teksten. Maar als je écht goed wilt structureren en schrijven, dan baseer je je op Minto. En dat is dus geen massieve driehoek, maar een vertakkende structuur, met antwoorden in plaats van vragen in de vakjes, en een inhoudelijke tekstindeling, met één argument of maatregel per hoofdstuk. Dat is zowel goed voor de logica als voor de toegankelijkheid voor de lezer.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Verticaal van piramide naar tekst

Louise Cornelis Geplaatst op 16 maart 2015 door LHcornelis11 maart 2015  

Met deze blogpost wil ik een vaker voorkomend misverstand uit de wereld helpen, namelijk over de manier waarop je van een piramide naar tekst gaat. Daar zijn twee opties voor, waarvan er eentje duidelijk lezersvriendelijker is dan de andere.

Stel, je hebt een piramide met onder de hoofdboodschap drie argumenten, elk met wat uitwerking:

Piramide met 3 argumenten

Om van die piramide naar een opbouw van de tekst te komen, heb je in principe twee mogelijkheden. Je kunt hem als het ware horizontaal verdelen, wat leidt tot een hoofdstukindeling per niveau:

Piramide met groene strepen tussen de niveaus

De inhoudsopgave is dan iets als:

Inleiding (met hoofdboodschap)

1. Hoofdlijn/overzicht/samenvatting

1.1. Argument 1

1.2. Argument 2

1.3. Argument 3

2. Details/uitwerking/toelichting

2.1 Argument 1

2.1.1

2.1.2

2.1.3

2.2. Argument 2

2.2.1

2.2.2

2.3. Argument 3

2.3.1

2.3.2

2.3.3

 

De andere mogelijkheid is verticaal verdelen, wat leidt tot een hoofdstukindeling per argument:

Piramide met groene strepen tussen de takken, dus verticaal

De bijbehorende inhoudsopgave:

Inleiding met hoofdboodschap

1. Argument 1

1.1 Onderbouwing

1.2

1.3

2. Argument 2

2.1

2.3

3. Argument 3

3.1

3.2

3.3

De voorkeursindeling is de tweede, dus die met de verticale strepen, leidend tot een hoofdstukindeling per tak van de structuur, dus hier per argument. Deze indeling heeft de volgende voordelen:

  • Je ziet het in één oogopslag aan de twee inhoudsopgaven: de hoofdstukindeling is meer recht-toe-recht-aan, met minder niveaus, en als je naar de tekst zou kijken dus ook minder in hoeven leiden en terug hoeven grijpen. De tekst is dan ook korter, met minder herhaling, en overzichtelijker.
  • De lezer heeft inhoudelijk alles bij elkaar wat bij elkaar hoort. Stel dat een lezer alleen interesse heeft in argument 2, dan hoeft-ie alleen hoofdstuk 2 te lezen. Een lezer met globale interesse in alles, leest van alles het begin, want overal staat de hoofdboodschap voorop en treedt de tekst gaandeweg meer in detail. Zo komt de verticale indeling dus alle lezers tegemoet.
  • De hoofdstukindeling is inhoudelijk. Dat heeft twee voordelen: alleen zo leest de inhoudsopgave als een mini-samenvatting, en alleen zo heeft de lezer meteen inzicht in het verband tussen de hoofdstukken. De relatie tussen ‘hoofdlijn/overzicht’ en ’toelichting/details’ is een heel generieke. In zulke rapporten tref ik bijvoorbeeld wel eens een overgangszin aan als ‘In het volgende hoofdstuk gaan we nader in op wat we hiervoor hebben gezien’. ‘Nader ingaan op’ is een wel heel vaag verband tussen de hoofdstukken, veel vager dan: ‘Dit was het eerste argument, in het volgende hoofdstuk komt het tweede’. Je kunt dit ook verwoorden als: alleen zo komt de logica van de piramide rechtstreeks tot uitdrukking in de structuur van de tekst.

Belangrijkste aan het maken van de piramide is dat je de logica van je verhaal doordenkt. Hoe je de tekst dan vormgeeft, is een aparte keuze. Er is daarbij wel een duidelijke voorkeur: doe het verticaal. Omwille van je lezer.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Drie keer niks

Louise Cornelis Geplaatst op 13 maart 2015 door LHcornelis12 maart 2015  

Ik kreeg gister een e-mail-nieuwsbrief van NS Internationaal. In de eerste blik erop lees ik alleen dit:

Wij houden u graag op de hoogte.
Een paar keer per jaar delen wij nieuws dat voor u als reiziger van belang kan zijn. Zo blijft u goed geïnformeerd.

Komisch: daar staat drie keer niks. Tenminste, bij dat ‘wij houden u graag op de hoogte’ denk ik ‘o’, en de volgende twee zinnen voegen niks toe. En dan klik ik al weg.

Het is alsof de krant als kop zou hebben: ‘Wij brengen u vandaag het belangrijkste nieuws. Elke dag vertellen we u wat er is gebeurd in de wereld. Zo blijft u op de hoogte’. Maar dan weet je dus nog steeds niet wat dat nieuws is.

Moraal van dit verhaal: wil je vluchtige, ongeduldige lezer ter wille zijn, kom dan veel sneller ter zake!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Beginnen kan smaller dan je denkt

Louise Cornelis Geplaatst op 11 maart 2015 door LHcornelis11 maart 2015  

Ik had de afgelopen tijd een paar ervaringen met een beginzin die volgens mij vaker voorkomen. Altijd lastig, beginnen. De truc is: gewoon doorschrijven en ‘m later verbeteren.

Ik ben bezig met een artikel over zakelijk schrijven. In de eerste, handgeschreven versie begon ik met ‘In onze kenniseconomie moeten professionals veel lezen voor hun werk’. Ik wist meteen dat dat ‘m niet was, met dat moeten erin, en van die kenniseconomie kreeg ik ook een beetje jeuk.

Bij het overtypen, 2e versie dus, maakte ik ervan ‘In wat wel onze kenniseconomie genoemd wordt, besteden professionals veel tijd aan lezen’. Dat was hem nog niet, en dat zal hem vooral in die kenniseconomie. Ik wilde daar wat afstand van nemen, want het is zo’n algemene, abstracte term (als ik om me heen kijk, zie ik nergens ‘kenniseconomie’) die ook nog eens niet voor iedereen opgaat (de groenteboer bijvoorbeeld). Maar door afstand te nemen in de formulering, legde ik er alleen maar meer nadruk op, alsof er een verhandeling over het begrip zou volgen.

Het artikel vergde nogal wat schaafwerk, en ergens in al dat geschaaf zag ik het ineens: weg met die kenniseconomie! De begin zin is nu: ‘Veel werkende mensen besteden een groot deel van hun werktijd aan lezen’. Prima, dat was ‘m. Nog een boel versies later is daar niets meer aan veranderd.

Die kenniseconomie, die sloop erin vanwege een neiging om net iets te breed, globaal, algemeen te willen beginnen, met een algemene uitspraak over het tijdsgewricht of de maatschappij. Veel beginzinnen vind ik daarom clichématig (‘We bevinden ons in een tijd waarin verandering aan de orde van de dag is’) of ronken, bijvoorbeeld (bron):

We bevinden ons in een cruciaal tijdsgewricht waarin een oude en een nieuwe wereld tegenover elkaar staan, elk met eigen belangen.

Oja joh? Dat zegt vooral iets over het wereldbeeld van de schrijver, net zoals mijn ‘in wat wel de kenniseconomie genoemd wordt’.

Een ander te breed begin is te ver terug gaan in de geschiedenis: ‘Er was een tijd dat de informatiehoeveelheid nog niet zo groot was’. Ik noem dat wel eens de ‘In den beginne’-inleiding, of de ‘Adam en Eva’-inleiding.

Wat een inleiding moet doen, is de lezer focussen op de kern van de tekst. Niet minder, maar zeker ook niet meer dan dat. Die eerste zinnen moeten daartoe net genoeg doen om die kern te kunnen plaatsen. En dat is vaak minder dan de schrijver nodig heeft om op te kunnen starten.

Want dat is het: ik moest als schrijver zelf even op gang komen. Dat is prima. Kom op gang, schrijf de tekst, en keer later terug naar het begin. Kan dat wat sneller ter zake wellicht? Dat lukt met een ‘smaller’ begin. Daar heeft de lezer baat bij.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijven om jezelf te dwingen te denken

Louise Cornelis Geplaatst op 3 maart 2015 door LHcornelis3 maart 2015  

In de NRC van vorige week zaterdag (de 21e) stond een mooie column van Martijn Katan onder de titel ‘Stiekem ben ik een docent’. Hij schrijft over schrijven: eerst over dat van journalisten, later in vergelijking met wetenschappers zoals hij zelf ook is. Die zijn altijd geneigd om slagen om de arm te houden, daar waar journalisten de essentie eruit pikken. Veel wetenschappelijk proza is daardoor ‘in tienduizend moeilijke woorden niets zeggen’.

Zijn eigen doel bij zijn wetenschappelijk werk en in zijn schrijven is daarom ‘niet essentiële verschillen weglaten zodat de essentiële overeenkomsten overblijven en ik natuurwetten kunnen worden vastgelegd’. Oftewel, voor wat betreft schrijven: beslissen wat er weg kan en wat niet.

En dan komt de slotalinea die ik prachtig vind én uitermate herkenbaar:

Mijn columns moeten leuk zijn om te lezen, maar net als een goede journalist wil ik meer dan u vermaken, ik wil u iets laten zien, iets uitleggen, iets leren. En tijdens die moeizame pogingen om dat voor u op te schrijven groeit mijn eigen inzicht. Zo leer ik zelf nog het meest van mijn stukjes. Ik schrijf dus in de krant om mezelf te dwingen een onderwerp te doordenken, als sport dus, en een beetje uit ijdelheid. Maar stiekem hoop ik toch dat u er iets van leert.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Drogredenen inderdaad onredelijk

Louise Cornelis Geplaatst op 24 februari 2015 door LHcornelis24 februari 2015  

In de argumentatieleer kun je op basis van regels bepalen of een arumentatie deugdelijk is of niet, dus of je een geldige zet dus of een ongeldige, ook wel drogreden genoemd. Dat is zwart-wit: je argumentatie is redelijk of niet. De praktijk van taalgebruik is echter helemaal niet zo zwart wit: soms kom je weg met drogredenen, en een goede argumenteerder weet handig te manoevreren met zijn zetten.

Desalniettemin blijkt uit onderzoek dat gewone taalgebruikers wel degelijk drogredenen minder redelijk vinden. Dat leerde ik gister bij de taalbeheersingslezing* van Bert Meuffels. Hij doet al jarenlang onderzoek naar de beoordeling van argumentatie door gewone mensen, meestal scholieren. Het gaat dan om bijvoorbeeld de ad hominem (persoonlijke aanval), in deze voorbeelden steeds de laatste gespreksbijdragen:

Voorbeeld 1, okee:

A: Ik vind jou echt een onbetrouwbaar iemand

B: Hoe kom je daarbij?

A: We spraken af dat je het tegen niemand zou doorvertellen, en nou weet het hele dorp het al.

Voorbeeld 2: drogredelijk

A: Ik denk dat de koop van een occasion de beste keus voor ons is

B: Volgens mij moeten we een nieuwe kopen: het onderhoud is veel goedkoper

A: Kom nou toch! Wat weet jij daar nou van? Je hebt geen greintje verstand van auto’s!

Proefpersonen beoordelen de drogredelijke op een schaal van 1 (onredelijk) tot 7 (redelijk; 4 is dus neutraal) met een 3,08 gemiddeld, en de niet-drogredelijke met 5,08. En daarbij gaat het in dit onderzoek niet zozeer om de absolute getallen, maar om de telkens terugkerende rangorde: de drogredelijke zet scoort lager dan de niet-drogredelijke. Dat geldt ook in andere landen, en in verschillende domeinen: bovenstaande voorbeelden komen uit het huiselijk domein, maar in de politiek en wetenschap is de rangorde niet anders.

Dus: drogredenen zijn niet alleen onredelijk omdat ze niet mogen van de argumentatieregels, ze worden ook als onredelijk ervaren door gewone taalgebruikers.

 

 

* Die lezingen worden met enige regelmaat georganiseerd door de vakgroep Taalbeheersing in Leiden waar ik af en toe voor werk.

 

 

 

 

 

Geplaatst in Gesprek & debat, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑