↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Nog meer leuks in Tekstblad

Louise Cornelis Geplaatst op 6 mei 2015 door LHcornelis5 mei 2015  

In het nummer van Tekstblad waar ik zelf een artikel in had, staan nog meer interessante artikelen. Ik pik er twee uit:

  • Meteen na het mijne staat er een van Jos Pieterse over de rol van taal bij veranderingstrajecten. Dat is sowieso leuk, en er is duidelijk een bruggetje naar mijn artikel. Het mijne gaat over een verandertraject, althans, dat is mijn visie: dat beter schrijven in een organisatie een verandertraject is (of vergt). Ik beschrijf het weerbarstige daaraan, en Pieterses artikel roept dan ook de vraag op in hoeverre de taal daarbij een rol speelt. In mijn artikel gaat het daar een beetje over: tijdens het beschreven project kwam ik erachter dat ‘klantgericht’ en ‘lezergericht’ voor mij wellicht een positievere betekenis hebben dan voor mijn deelnemers.
  • In haar column beschrijft Xaviera Ringeling hoe deelnemers aan haar workshop over bloggen alleen maar geïnteresseerd zijn in de vlugge tips en trucs, niet in haar verhaal over ‘hard werken, veel schrijven, veel doen, veel lezen, nadenken over doelgroep en doel van je tekst’. Dat vind ik heel herkenbaar: ook ik zie wel glazige blikken als ik het heb over de inspanning en moeite van goed schrijven. Al merk ik ook wel eens het omgekeerde – vorige week nog. Toen zuchtte een deelnemer juist eens van grote opluchting: hij had altijd gedacht dat het aan hem lag dat schrijven hem zo veel moeite kostte!

 

 

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Flexibilisering – so what?

Louise Cornelis Geplaatst op 4 mei 2015 door LHcornelis4 mei 2015  

Deel columnIn de NRC van vorige week zaterdag staat een mooi voorbeeld van een controversiële so what: een als boodschap geformuleerde interpretatie van de data.

Randstad  hield een enquête over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Op de vraag ‘Hoe staat u tegenover een arbeidsmarkt met uitsluitend flexibele contracten?’ antwoordde tweederde van de respondenten negatief. Marike Stellinga, NRC-columniste, vindt dat een logisch antwoord: de meeste mensen hebben liever de zekerheid van een vast contract. Dat is dus haar interpretatie.

Maar Randstad concludeerde zorgelijk: ‘Nederland niet voorbereid op flexibele arbeidsmarkt van de toekomst’. Tsja, dat verrast mij ook. Maar het is inderdaad een mogelijke so what.

Twee dingen herken ik hierin van het formuleren van (hoofd-)boodschappen bij adviseren:

  1. Als je wilt dat je lezer een bepaalde conclusie trekt, moet je hem er luid en duidelijk in zetten, want jouw logica is zeker niet altijd die van de lezer. Zonder zo’n expliciete conclusie van Randstad waren Marike en ik niet op het idee gekomen dat dat zorgelijke de strekking is van de data.
  2. Een hoofdboodschap is controversieel: je steekt er je nek mee uit. Je lezer kan het ermee oneens zijn. Dat is omdat een goede hoofdboodschap de data overstijgt. Die interpretatie, die doe je zelf, die is niet per se objectief of neutraal. Je voegt er als het ware wat aan toe – in dit geval is Randstads belang duidelijk, en misschien is de kleuring dus wat te sterk. Maar zonder kleuring kan het niet!
Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

PROA: mooi hulpmiddel, maar schrijf liever piramidaal

Louise Cornelis Geplaatst op 1 mei 2015 door LHcornelis1 mei 2015  

Bij een van mijn huidige opdrachtgevers werken ze met PROA, een ‘krachtige en overtuigende adviesaanpak’ – althans, dat is de ondertitel van het boek erover dat ik maar eens gelezen heb, want ik was wel benieuwd. Ik kende het nog niet en ik hoorde dat het een model is voor adviserend schrijven.

Mijn indruk van Wat is nu eigenlijk het probleem is dat PROA dat laatste niet is: ik vind het geen geschrikt model voor adviserend schrijven. Het lijkt me wel een nuttig analysemodel dat adviseurs kan helpen om helder te krijgen wat precies het probleem is dat ze helpen op te lossen. PROA staat voor Probleem-Risico-Oorzaak-Advies en door die stappen bewust te zetten kun je als adviseur het eigenlijke probleem opsporen en oplossen en voorkom je dat je bijvoorbeeld aan symptoombestrijding doet.

Ik vind het dus inderdaad een krachtige adviesaanpak, maar geen schrijfrecept – terwijl het dat wel wil zijn. Ik kijk natuurlijk door een bril die sterk is beïnvloed door het piramideprincipe. Die opdrachtgever wil daarnaar overstappen en dat lijkt me terecht. Daar zijn twee redenen voor:

  • Het piramideprincipe zorgt voor grotere lezergerichtheid. Door te presenteren met het advies aan het eind (de A van PROA) duurt het lang voordat de lezer/klant het antwoord op zijn adviesvraag te horen krijgt. PROA houdt de klant aan het lijntje, op dezelfde manier als de methodologische, academische volgorde dat doet. Klanten roepen een adviseur in om een probleem op te lossen, dus voor de A, en een adviseur moet het PRO-werk goed doen, maar geef die klant eerst maar de A, zou ik zeggen – daar help je hem mee. Het piramideprincipe heeft daarom een sterke voorkeur voor ‘hoofdboodschap voorop’ (zie verder paragraaf 2.2 van Adviseren met perspectief over de voors en tegens van ‘hoofdboodschap voorop’).
  • Het piramideprincipe zorgt voor stevigere argumentatie voor het advies. Het advies als zodanig is in PROA niet onderbouwd en ik vind het daarom ook niet altijd zo overtuigend. Het moet logisch voortvloeien uit de O, maar die logica is niet zichtbaar. Ik zie dat in de teksten van die opdrachtgever, en ook een voorbeeld op p. 90 vind ik op dit punt onvoldoende overtuigend.
    Het voorbeeld in het boek gaat om een probleem in de managementinformatie, waarvan de oorzaak is dat ‘de controllers niet vaardig genoeg zijn om de informatie te analyseren’. En dan volgt het advies: ‘Wij adviseren om de controllers een training aan te bieden, waarin zij leren de financiële informatie te vertalen naar de wensen van het management’. Ik denk dan: hoezo een training? Enerzijds denk ik dat omdat het mijn eigen vakgebied betreft, waardoor ik weet dat trainingen vaak een doekje zijn voor elk bloeden in een organisatie, met een twijfelachtig rendement. Anderzijds denk ik dat omdat ik als lezer behoefte heb aan onderbouwing van dit advies. Samen komt dat erop neer dat ik behoefte heb aan argumentatie voor het advies. Zijn er bijvoorbeeld andere organisaties die met een training dit probleem doeltreffend hebben verholpen? Dat zou me helpen te overtuigen. Nu denk ik: verkoopt deze adviseur soms ook trainingen?
    Voor mijn gevoel start het overtuigen pas bij het geven van het advies, terwijl het er bij PROA eindigt. Dat is onbevredigend, en PROA lapt zo bovendien eeuwen nadenken over overtuigingskracht (de oude Grieken begonnen daar al mee) aan zijn laars. Het piramideprincipe begint daar juist: op het advies volgt een waarom-vraag, en zo werk je aan de onderbouwende argumentatie.

Neemt niet weg dat het goed kan zijn om een heldere analyse te maken van het probleem, alvorens een oplossing te bedenken. Veel oplossingen zijn immers voorbarig. Als je PROA ziet als stappen van een adviestraject, zou je voor de P, de R, de O en de A allevier een aparte piramide kunnen maken, die je op verschillende momenten bespreekt met de klant, zodat je de uitkomsten van de analysestappen gezamenlijk vaststelt. PROA is dus zeker een nuttig analysemiddel, maar schrijf en presenteer liever klantgericht dan analytisch.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

En in de derde druk

Louise Cornelis Geplaatst op 17 april 2015 door LHcornelis17 april 2015  

Zoals ik hier al eerder meldde, komt er een derde druk van Adviseren met Perspectief. Ik heb daar sinds november aan gewerkt, en ik ben nu klaar. Binnenkort ga ik de spullen (tekst, figuren en webmaterialen voor de docentenhandleiding) inleveren bij de uitgeverij, en dan ben ik erg benieuwd wat zij ervan gaan maken qua redactie en vormgeving enzo. Ik ben over mijn deel in elk geval nu dik tevreden.

Ik had wel nog even wat uit te pluizen. Eén van mijn laatste proeflezers zei op een gegeven moment dat ze nogal wat taalfouten in het boek had aangetroffen. Nou ken ik mezelf, en het kan zeker zijn dat er nog slordigheden in staan – daarom ben ik blij met een redacteur. Maar taalfouten? Enerzijds weet ik wel dat dat echt zal meevallen, en toch schrik ik op zo’n moment.

Het duurde nog even voor ik haar detail-commentaar kreeg, dus ik vond het toch een beetje spannend. Wat bleek? Die taalfouten betroffen vooral gevallen van en na een punt of komma, en aanverwante ‘fouten’. Dat zijn wat mij betreft geen fouten. En (!) ik sta daarin niet alleen: de Taalunie noemt het verbod op en na een komma een ‘oude schoolregel’.

Diezelfde Taalunie vindt en aan het begin van de zin wat minder geschikt voor ‘zakelijke schrijftaal’ en dat illustreert meteen het punt dat ik met die ‘fouten’ wil maken: schrijftaal mag van mij stukken informeler dat wat ik gemiddeld zie. Van vele (proef-)lezers van Adviseren met Perspectief heb ik in de loop der jaren gehoord dat ze het boek prettig leesbaar vinden, omdat het is alsof ze me erin horen praten. En (!) dat zit hem dus ook in de en-nen.

Geplaatst in schrijftips, verschenen | Geef een reactie

Nog een moeizaam begin

Louise Cornelis Geplaatst op 15 april 2015 door LHcornelis9 april 2015  

Laatst schreef ik over een moeizaam begin van een artikel in Opzij, dat te maken had met verwarring over wie de hoofdrolspeler was en wat daarover gezegd werd. Frappant: ik kwam net opnieuw zoiets tegen! In een heel ander blad: Voetbal International. Het gaat om de rubriek Balverliefd in het huidige nummer (8 april); de kop luidt ‘Verknocht aan kerk en Kuip’. Dit is het begin, namelijk de lead en de eerste alinea:

In Balverliefd elke week aandacht voor de gang van zaken achter de schermen van het voetbal en opvallende gebeurtenissen aan de rand van het veld. Deze week over Ed de Kever, pastoraal medewerker en fanatiek Feyenoord-fan.

De dokters hadden het tegen Diny de Kever gezegd: ‘Laat uw zoon maar veel over Feyenoord praten, dat is goed voor hem.’ En dus is de vermoedelijk kwiekste negentigjarige van Nederland blij met het bezoek van VI aan het Rotterdamse revalidatiecentrum Rijndam. Sinds een paar maanden is dat de thuisbasis van Ed, haar zoon die op 18 januari werd getroffen door een zware herseninfarct. Hij was op dat moment net bij zijn ouders, na zoals zo vaak een hele dag op Varkenoord te hebben doorgebracht.

Dat kostte me toch ook weer echt even puzzelen. Wie is de ‘vermoedelijk kwiekste negentigjarige’? En is een negentigjarige pastoraal medewerker? Oh, wacht, het gaat om de móeder, en die heeft dus géén herseninfarct gehad, maar haar zoon wel, en dat is dus die Ed uit de lead, en die is pastoraal medewerker en Feyenoord-fan. Ook de andere lezer die ik het vroeg, moest puzzelen.

Want ik ging even twijfelen aan mezelf, omdat het zo leek op dat vorige voorbeeld, en dus dacht ik: misschien is dit wel gebruikelijker dan ik weet, en snappen andere lezers het wel. Maar niet dus. Met ‘dit’ bedoel ik dan: aan artikel waarin persoon X centraal staat beginnen vanuit het perspectief van persoon Y. In dit geval gaat het artikel over Ed, maar het begint vanuit het perspectief van zijn moeder. En net als bij het vorige geval speelt de inhoud een deuntje mee: het is logischer dat een 90-jarige een herseninfarct krijgt dan haar zoon.

Iets beter dan bij het Opzij-voorbeeld zie ik hier dat het een schrijf- en redigeerkwestie is:

  • Schrijf: Ik denk dat de schrijver te zeer zijn eigen ervaringen chronologisch heeft verteld – hij is waarschijnlijk eerst tegen ma aangelopen, misschien is de afspraak wel via haar tot stand gekomen. En dus begint hij te vertellen over haar, ook al is dat voor een lezer niet logisch.
  • Redigeer: Het begin van het artikel was misschien te redden geweest zonder die lead, die grotendeels standaard is voor de rubriek: de eerste zin en het aankondigende ‘deze week over’ staat er elke week. Daardoor presenteert de lead Ed nadrukkelijk als hoofdpersoon, en dat maakt het begin over iemand anders extra verwarrend.

Frappant, twee keer zo’n zelfde begin-puzzel in een artikel. Dus, ik herhaal: maak het je lezer makkelijk, vooral aan het begin!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Reflectieve leerstijl waardeert e-learning minder

Louise Cornelis Geplaatst op 9 april 2015 door LHcornelis9 april 2015  

Afgelopen dinsdag heb ik met mijn Leidse studenten een mini-experimentje uitgevoerd – ik geef daar weer een paar weken college over communicatie-onderzoek. De vraag was of er een relatie is tussen leerstijl en waardering van e-learning. Ik ben namelijk al een tijdje aan het uitzoeken of ik tijd zal gaan stoppen in het ontwikkelen van een e-learning als aanvulling op mijn trainingen en/of Adviseren met Perspectief, samen met Kriton (zie ook learning.nl). Ik zie het nut er wel van in, maar tot nu toe heb ik nog maar weinig mensen gesproken die enthousiast zijn over e-learning.

Dinsdag stond een artikel op het college-programma over de relatie tussen leerstijl en schrijf-e-learning. Mijn vraag sloot dus mooi aan en bood de studenten de gelegenheid even aan een e-learning te snuffelen.

Wat bleek? Mijn verwachting (‘hypothese’) kwam uit: de groep studenten met een reflectieve leerstijl (dromers en denkers) waardeerde de e-learning lager dan die met een actieve leerstijl (doeners en beslissers): rapportcijfer 6,5 om 7,5. Dat had ik verwacht omdat een computerprogramma nogal gericht is op handelen, en het bijvoorbeeld vervelend is om van beeldscherm te lezen als je behoefte hebt aan theoretische reflectie. Dat zeiden de reflectieven dan ook: we willen er liever een boek bij (ga ik onthouden – Adviseren met Perspectief ernaast dus!).

Ik had het bovendien verwacht vanwege de opzet van het experimentje: ik gooide de studenten er nogal voor. Dat past beter bij een actieve leerstijl, en inderdaad: die groep vond het wel leuk om een beetje te ‘spelen’ met het programma. Vandaar: helemaal geen wetenschappelijke pretentie bij dit onderzoekje. Grote beperking was ook de ongelijke verdeling van de studenten over de twee groepen: net als in eerdere jaren had de overgrote meerderheid van de studenten een reflectieve leerstijl. Dat is een conclusie die ik na vier jaar wel durf te trekken: van de Leidse studenten Nederlands en Taalwetenschap die het vak ‘methoden communicatie-onderzoek’ volgen, heeft een grote meerderheid (ongeveer driekwart) een reflectieve leerstijl.

En ikzelf? Ik ben een beslisser – actieve leerstijl. Ik speel ook wel graag met zo’n programma. Maar lezen doe ik ook liever van papier.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bied meer dan een antwoord op de historische vraag

Louise Cornelis Geplaatst op 9 april 2015 door LHcornelis9 april 2015  

Een tekst geeft een antwoord op een vraag. Die vraag, die heet ook wel de centrale vraag. Als je schrijft volgens het piramideprincipe, geeft de hoofdboodschap in één keer kernachtig antwoord op die centrale vraag, en de rest van de tekst werkt dat antwoord verder uit. Als je gaat schrijven, bepaal je vraag en antwoord in samenhang met elkaar, zo dat je de lezer het meest vooruit helpt.

Bij veel zakelijk schrijven speelt ook nog een andere vraag een rol, of meerdere zelfs: de onderzoeksvraag of -vragen. De opdrachtgever stelt aan het begin van het project een vraag, en vaak leidt de onderzoeker daarvan subvragen af om richting te geven aan het onderzoek. Soms, nee, váák, sluit de meest saillante hoofdboodschap daar niet op aan. Dat is een kwestie van voortschrijdend inzicht, of van pas weten wat de vraag ‘eigenlijk’ had moeten zijn als je weet wat het antwoord is – typerend voor adviseren.

Wat dan? Want je moet die historische vra(a)g(en) toch ook beantwoorden? Ja en nee:

  • Ja: in een piramidale tekst komen de antwoorden op de onderzoeksvragen terecht in de onderbouwing van de hoofdboodschap, dus ergens in de piramide, ergens in de tekst, maar niet noodzakelijkerwijs in de historische vorm of volgorde.
  • Nee: je bent als schrijver niet gebonden aan de historische vraag – het is geen proefwerk. zo lang je maar meer doet, voor de lezer/opdrachtgever: meer waarde toevoegen, hem verder helpen, zinvoller en nuttiger zijn. Het belang van de lezer/opdrachtgever op het moment van schrijven ‘overrulet’ de historische vraag. Als je gaat schrijven, bepaal je dus overnieuw welke vraag je tekst beantwoordt.

Een voorbeeld. In een organisatie gaat er op beleidsterrein X iets mis. De managers zijn daar verantwoordelijk voor. De hoogste baas huurt ene adviseur in voor een onderzoek naar het misgaan van X. De vraag die ze samen bepalen is: ‘Wat zijn de knelpunten voor het uitvoeren van X?’ De adviseur gaat aan de slag door vijf managers te interviewen (A, B, C, D en E). Die rapporteren in totaal zes knelpunten, zoals in de tabel.

Tabel met resultaten onderzoek; knelpunt 3 sprint eruit

Een keurig antwoord op de historische vraag is een opsomming van 1 t/m 6, of eventueel 3-1-2-4-5-6, op volgorde van belang. Maar je helpt de organisatie er meer mee als je hoofdboodschap luidt ‘Los knelpunt 3 op’ – althans, als dat oplosbaar is; die hoofdboodschap heeft minstens twee onderbouwende argumenten nodig: ‘het komt uit de interviews naar voren als veruit het belangrijkste knelpunt’ en ‘het is oplosbaar’.

Maar ‘los knelpunt 3 op’ is geen antwoord op de vraag ‘wat zijn de knelpunten?’ Nou, wat let je dan om de centrale vraag van de tekst aan te passen tot iets als ‘hoe zorgen we ervoor dat X verbetert?’ Ergens in de inleiding of in de bijlage met de methode van onderzoek kun je de historische vraag wel noemen, en als onderbouwing van het eerste argument noem je de andere knelpunten ook. De baas krijgt dus ook een antwoord op die ooit gestelde vraag – maar hij krijgt meer. En wat mij betreft is dat altijd de moeite waard.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Een moeizaam begin

Louise Cornelis Geplaatst op 2 april 2015 door LHcornelis9 april 2015  

In de Opzij van deze maand trof ik een alinea aan waar ik een tijdje op moest studeren om de interpretatie rond te krijgen. En dan vind ik het altijd interessant om te kijken hoe dat komt, dus wat heeft deze schrijver gedaan om mij als lezer een probleem te bezorgen? Dit is de alinea, het is de eerste van een interview met Sofie van den Enk (p. 18):

Een klassiek beeld: een man sluit iedere doordeweekse dag ’s ochtends vroeg het tuinhek achter zich. Zijn vrouw zwaait hem uit, twee kleine meisjes aan haar benen. Ze denkt rusteloos: dat wil ik ook. Dus volgde Sofie van den Enks (34) moeder nog een opleiding, klom op tot coördinator van de plaatselijke bejaardenzorg en misschien, peinst haar dochter, school er in haar wel een echte carrièrevrouw – als ze de kans had gekregen. Ware het niet dat op een dag een 14-jarige Sofie haar moeder verlamd in bed aantrof.

In de eerste plaats ben ik geneigd te denken dat een artikel over Sofie van den Enk zal starten met iets over Sofie van den Enk. Dus het was even schakelen om te beseffen dat deze hele alinea gaat over haar moeder. En dat schakelde gebeurde pas lezenderweg, en toen had ik dus al wat gemist c.q. niet begrepen. De essentie hiervan is dat het artikel mijn verwachtingen schaadt, en die verwachting is: aan het begin van een artikel waarin persoon X centraal staat, staat die persoon meteen ook al centraal’.

In combinatie met het volgende probleem gaf mijn verwachting een gekke interpretatie. Dat volgende probleem is dat dat in ‘dat wil ik ook’ een vage verwijzing is. Het verwijst zelfs helemaal nergens naar, niets concreets in de tekst. Vandaar dat ik het bij eerste lezing ‘ophing’ aan een klassiek beeld en dus interpreteerde als: een bestaan als thuismoeder met een werkende man en twee kleine kinderen. En aangezien ik daar bij eerste lezing dus nog dacht dat het over Sofie zou gaan, dacht ik: Sofie wilde dus zo’n klassiek gezin. Maar ten eerste gaat het dus niet over Sofie, en ten tweede verwijst dat naar buitenshuis werken, zo blijkt uit het vervolg van de alinea. Dat verwijst dus naar een impliciet idee achter ‘iedere doordeweekse dag ’s ochtends vroeg het tuinhek achter zich sluiten’.

Overigens is dat verwijzingsprobleem niet puur en alleen een kwestie van dat; het heeft er ook mee te maken dat een klassiek beeld voor mij iets nastrevenswaardigs heeft – als formulering dan, hè? Ik zie een mooi plaatje waarvan iemand zegt ‘dat wil ik ook’. Ook dat is een verwachtingenkwestie: ik verwacht dat het klassieke beeld een positieve en centrale rol gaat spelen in de tekst.

Dus: geschonden leesverwachtingen, een complexe verwijzing en nog wat lastige stijlzaken zoals dat ‘Sofie van denk Enks (34) moeder’ en deze paar zinnen kostten me enkele minuten. Mijn advies zou zijn: maak het je lezer wat makkelijker, vooral aan het begin!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Perspectiefbreuken

Louise Cornelis Geplaatst op 31 maart 2015 door LHcornelis29 maart 2015 1

Vanwege een aan onszelf verstrekte opdracht van mijn intervisiegroep van Tekstnet ben ik al een tijdje aan het letten op teksten die ‘zondigen’ tegen principes van goed schrijven. Niet dat ik er echt naar zoek, ik let erop bij het lezen. Het gaat ons vooral om twee zondes, namelijk tegen consequent zijn, en tegen concreet zijn – want ‘consequent’ (bijvoorbeeld: de hele tekst is duidelijk voor één bepaald publiek geschreven) en ‘concreet’ (zoals: beeldend, met voorbeelden, citaten e.d.) vonden we twee belangrijke vereisten aan een goed geschreven tekst. We willen enerzijds achterhalen wat een tekst ‘goed’ maakt, en anderzijds ook onderzoeken of dat überhaupt wel in het algemeen te formuleren is.

Welnu, de oogst is nog niet rijk, maar ik heb m’n eerste voorbeeld. Ik las het boek Los. Dennis van der Geest en de weg naar het succes van Gijs van Oosten en Jan Looman. Daarin trof ik op meerdere plekken een inconsequentie aan, namelijk: een perspectiefbreuk. Dit is een voorbeeld ervan; in de passage (p. 164) is Jan Looman aan het woord als ik:

Dennis en ik zijn een stap verder gegaan dan ‘de werkelijkheid beschrijven’. <knip> Cor heeft de topsportinstelling: ‘Als Mozes niet naar de berg komt, dan moet de berg maar naar Mozes komen.’
Cor vond in 1999 dat psycholoog Jan Looman meer moest zien van Dennis tijdens topwedstrijden.

Dat is gek: in die laatste zin schrijft Jan Looman, net daarvoor nog de ik in de tekst, over zichzelf als psycholoog Jan Looman. En dat zonder regel wit of andere indicatie van het verspringende perspectief. En dat gebeurt vaker in het boek. In het grootste gedeelte is de ik Dennis van der Geest, maar soms gaat het ineens zonder enige indicatie (witregel, aanhalingstekens) over hem als Dennis. Dat is dan meestal als er kennelijk iemand anders aan het woord is, maar dat kan niet zomaar, dat moet je als schrijver markeren.

Of liever gezegd: er moet helemaal niks, maar het is tegen de conventies om het aan het woord laten van een ander niet te markeren. Ik raakte er af en toe door in de war, niet heel ernstig, ik kon het altijd wel oplossen. In het voorbeeld moeten we dus kennelijk door de ogen van Cor (van der Geest, Dennis’ vader) naar ‘psycholoog Jan Looman’ kijken. Maar toch.

Zoiets heet een perspectiefbreuk, het gaat in tegen de eenheid van perspectief in teksten, en het is dus een zonde tegen ons principe van consequent zijn. Maar is het desalniettemin een goede tekst? Ik aarzel. Ik vond het boek matig geschreven. Vanwege de perspectiefbreuken, maar vooral vanwege het zondigen tegen show, don’t tell. Overal staat (= wordt verteld) dat Dennis ‘los’ ging door zijn eigen weg te volgen en dat dat een grote mentale en psychologische overwinning was (een ‘confronterend mentaal proces’ volgens de achterflap), waarbij hij hulp gehad heeft van Looman. Maar nergens ervaar ik wat die grote stap is geweest – de auteurs laten het niet zien, en ik zou hem dan ook niet kunnen beschrijven. Ook nog eens omdat het boek vooral beschrijft wat Dennis niet doet: vechten, diepgaan, kapotgaan en knokken. Maar wat doet hij dan wel? Ik zie er als lezer interessante contouren van, maar ik krijg het net niet helder. En dat is jammer, want ik denk dat het wel degelijk om iets interessants gaat.

 

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Het schrijfmisverstand

Louise Cornelis Geplaatst op 27 maart 2015 door LHcornelis27 maart 2015  

Afgelopen zaterdag stond er in NRC (Economie, p. 8/9) een stuk over de nieuwe accountantsverklaringen. Die worden langer en gaan meer uitleggen wat de accountant precies gedaan heeft. Ze zijn in het leven geroepen vanwege de vele schandalen die het vertrouwen in de beroepsgroep ondermijnden. Daarom komt onder andere aan de orde met welke foutmarge de accountant werkt, hoe hij naar welke bedrijfsonderdelen heeft gekeken en wat de speciale aandachtspunten zijn geweest. Dat moet een beter beeld geven van hoe de rest van het rapport en de goedkeuring van de jaarcijfers te interpreteren zijn.

Aan het eind gaat het over het schrijven van die nieuwe verklaringen. Geen makkelijk klusje, volgens de geïnterviewde accountants van KPMG en PwC, er gaat makkelijk dertig tot veertig uur in zitten Dan volgt dit slot:

Ondanks al die moeite nodigen de schrijfsels van de accountants nog steeds niet erg uit tot lezen. Het zijn taaie documenten vol technisch jargon. Wíllen ze wel gelezen worden? ‘Dat is wel de bedoeling’, zegt De Ridder [ die van PwC ]. Maar het is ‘best een kunst’, zegt hij, om alles ‘in janboerenfluitjestaal’ uit te leggen.

Sommige dingen, zegt accountant Kort [ van KPMG ], zijn nou eenmaal ingewikkeld. Als voorbeeld noemt hij het boekhoudkundige begrip goodwill – het verschil tussen wat een bedrijf nu waard is en wat er in het verleden voor is betaald. De verklaring moet wel ‘recht doen aan die complexiteit’, vindt Korf. ‘We maken geen magazine’.

Ik lees daarin een groot en veelvoorkomend schrijfmisverstand: om een tekst aantrekkelijk te maken voor lezers, moet-ie in janboerenfluitjestaal/Jip-en-Janneketaal/B1 enzovoort geschreven worden. Oftewel: lezergericht schrijven is een kwestie van een eenvoudige stijl.

Nee – lezergericht schrijven, sowieso maar zeker in de zakelijke dienstverlening, begint met een besef van het belang dat de lezer heeft bij je tekst. Waarom leest-ie je tekst eigenlijk? Waarom zou die dat moeten dan wel willen? Daarover gaat het in dat hele artikel niet, en dat is het probleem: die teksten worden helemaal niet geschreven vanuit het belang van de lezer. Die nieuwe accountantsverklaring dient maar één doel: het oppoetsen van het bezoedelde blazoen van accountants, de schrijvers. Wat heeft een lezer eraan, wat koopt die ervoor? Niets. Zeker niet op korte termijn; misschien heeft zo’n verantwoording nut als er later gedonder komt. Maar dan is het waarschijnlijk algauw voer voor juristen.

Al schrijf je nog zo eenvoudig, als een lezer geen belang heeft bij de tekst, leest-ie ‘m niet. En dat is het ware probleem van de accountantsverklaringen. Want een béétje ingevoerde lezer heeft helemaal geen moeite met goodwill, een begrip dat dit stuk in nog geen twintig woorden uitlegt. Dus dat kan in die verklaring ook. En lezers van accountantsverklaringen zijn sowieso geen doetjes, hè, die zijn Jip en Janneke echt al lang ontstegen.

het probleem is dat er weliswaar zeker lezers zullen zijn die graag precies willen weten wat de accountant gedaan heeft, maar dat het de grotere groep weinig zal interesseren zo lang alles maar goedgekeurd is. En die zullen dus selectief lezen. En zelfs bij grote interesse en alles lezen geldt: papier is niet zo heel goed in het herstellen van vertrouwen. Ik vraag me daarom af of de dertig tot veertig uur gaan lonen.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑