↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Piramideprincipe: willen en kunnen

Louise Cornelis Geplaatst op 21 april 2016 door LHcornelis21 april 2016  

Nog een terugblik op het college: over hoe het de studenten is vergaan met het piramideprincipe. Ze hebben daarin aan het begin één keer een korte training (1,5 uur) gehad en op het college daarna in een presentatie ermee geoefend. Dat is ongeveer overeenkomend met wat ik elders in organisaties wel als basistraining doe. De eerste twee oefeningen in die korte training waren zelfs precies hetzelfde.

Vervolgens moesten ze het gaan toepassen, op drie schrijfopdrachten die het cijfer voor het vak bepaalden en waar ik het op dit blog ook telkens over heb gehad: een theorie-opdracht over de vraag wat een advies goed maakt, een praktijkopdracht over wat er terechtkomt van communicatie-advies en een reflectieverslag. Samen maakten die 90 procent van het cijfer uit, en dat vond ik achteraf te veel, niet zozeer vanwege zo veel piramideprincipe, maar omdat het allemaal schriftelijke communicatie was, alsof je als adviseur niet heel veel mondeling doet. Als ik het vak nog een keer zou geven, wat dus niet zo is want het houdt op te bestaan, zou ik dat anders doen; ik had het nu overgenomen van eerdere jaren.

Maar goed, schriftelijke piramides dus, en ik vond dat de studenten dat prima gedaan hebben. In het begin was er een beetje gepruttel vooral over de noodzaak tot die ene hoofdboodschap. Zo’n onderwerp als ‘een goed advies’ is heel breed, en dan lijkt zo’n eis beperkend. Dat is-ie niet, volgens mij, want een hoofdboodschap kan zelf ook breed zijn – zo komt er in die breedte wel een duidelijke kern. Om maar een reden te noemen waarom de eis geldt. Ik heb dat nog eens uitgelegd in iets wat ik FAQ’s ging noemen, zie hieronder.

Maar verder ging het goed en zag ik helder gestructureerde, logisch samenhangende teksten, in de tweede ronde alweer meer dan in de eerste. Dat ging dus hartstikke goed – veel beter dan in de gemiddelde organisatie die het piramideprincipe aanleert. De meeste studenten hadden er volgens mij ook wel lol in om eens zo anders te schrijven dan meestal op de universiteit, en ze zagen de relevantie voor de praktijk wel. Hoe komt het toch dat ik zo vaak ene andere houding aantref bij mensen die een paar jaar verder zijn?

Eén deel-antwoord op die vraag gaven de studenten indirect toch ook. Er was er één van wie ik geen goede piramide heb gezien en die zei, toen we erover spraken, het niet te zien zitten, dit type opdrachten zo structureren. Daar speelde meer mee, maar één ding leek me zeker te gelden: niet kunnen en niet willen gingen hand in hand, vormden een voor mij niet zomaar te ontwarren knoop. Bij één op 28 studenten is dat een incident; bij, zeg, acht van twaalf te trainen medewerkers gaat het om serieus verzet waarin met een beetje pech die andere vier ook worden meegetrokken. En dan moet ik dus eigenlijk acht of twaalf van die willen-kunnen-knopen gaan ontwarren!

—————————————————————————————————————————-

Uit de FAQ’s – Waarom die ene hoofdboodschap?

Vraag: Waarom moet je eigenlijk per se die ene, kernachtige hoofdboodschap formuleren? Het antwoord op de klantvraag kan toch ook uit een paar onderdelen bestaan? Die vraag heb ik gehoord, maar ik zie ook een aantal meervoudige hoofdboodschappen in jullie uitwerkingen van opdracht 1 – dus hoofdboodschappen met en of komma’s en/of andere voegwoorden erin, of zelfs bestaande uit meerdere zinnen.

Antwoord: Ik heb daar een aantal argumenten voor, die misschien wel op hetzelfde neerkomen: omdat dat je ‘dwingt’ je gedachten tot die ene kern ‘door te duwen’ (’to push your thinking’):

  • Omdat je zo de ‘sense of urgency’ uit kunt drukken, zie http://www.lhcornelis.nl/schrijftips/over-het-nut-van-de–hoofdboodschap/
  • Omdat je hoofdboodschap waarschijnlijk anders een samenvatting is van de rode draad, en niet iets overkoepelends zegt. Daarmee beantwoord je dan dus ook niet de so-what-vraag over de elementen van de rode draad: wat betekenen die samen? Dus als je bijvoorbeeld zegt, in opdracht 1: een advies is goed als de adviseur oprecht is en de stappen van het adviesproces goed zet, en paragraaf 1 is dan ‘oprechtheid’ en 2 ‘stappen’, dan herhaalt de hoofdboodschap alleen maar het niveau van de rode draad. Dat is trouwens ook gek in de tekst, die herhaling, alsof de tekst stilstaat. De lezer kan aan het eind blijven zitten met de vraag ‘dus?’
  • Omdat je bij een meervoudige (hoofd-)boodschap geen eenduidig startpunt hebt voor je logica. Zelfde voorbeeld als net: als je dan de waarom-vraag gaat beantwoorden, slaat dat waarom (en dus ook het antwoord) op het eerste deel van de HB, op het tweede deel, of op allebei samen?
  • Omdat een meervoudige hoofdboodschap er soms op duidt dat je nog net niet helemaal uitgedacht bent. Dat is dan vaak het geval als je in de hoofboodschap twee keer ongeveer hetzelfde zegt, waardoor de twee delen ervan overlappen, maar bijvoorbeeld in het tweede gedeelte preciezer (‘een advies is goed als de adviseur kwalitatief goed werk aflevert en de stappen van het adviesproces goed doorloopt’). Dat is een soort multiple choice: welk van de twee delen is het nou écht? Hak een knoop door, laat dat niet over aan de lezer!
  • Omdat het je hoofdboodschap moeilijker vindbaar maakt, vooral bij afzonderlijke zinnen. De lezer leest de eerste en denkt ‘m te pakken te hebben. Dan komt er nog één. En nog één? En nog één??? Lezers kunnen dat als ‘wollig’ ervaren. Een goede tekst ís kernachtig, en dat zit hem dus ook hierin.

En hoe doe je dat nou, zo’n eenduidige hoofdboodschap formuleren? Nou, dat is dus vooral een kwestie van nog langer, beter, dieper denken, er het beroemde nachtje over slape, eens met iemand over praten, enzovoort…. Zie verder hoofdstuk 4 van Adviseren met perspectief!

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Freewriting vaak ondergewaardeerd

Louise Cornelis Geplaatst op 11 april 2016 door LHcornelis11 april 2016  

In een recente blogpost beschrijft Alison Donaldson (schrijfadviseur met originele ideeën) haar denkproces in de aanloop naar een workshop voor studenten over het schrijven van een goed essay.  Ze komt erop uit dat ze drie dingen over wil brengen. De eerste twee daarvan liggen nogal voor de hand, zo zegt ze zelf ook: organiseer je denken en schrijf goede zinnen.

De derde is inderdaad een veel zeldzamer advies. Donaldson bepleit het bevrijden van je creativiteit, bijvoorbeeld door freewriting (’taking pen and paper and spending a few minutes handwriting whatever comes to mind on a particular subject without stopping or erasing anything’) en door te praten, bijvoorbeeld met een mede-student.

Over dit advies zegt ze dat het often underrated is. Ik ben het daarmee eens: het is een uitermate nuttig advies, en je hoort het inderdaad veel te weinig!  

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Adviseren is hartstikke relationeel

Louise Cornelis Geplaatst op 8 april 2016 door LHcornelis8 april 2016  

De studenten van het vak Adviseren over Communicatie hebben de afgelopen weken in duo’s een praktijkonderzoek gedaan. Ze gingen op bezoek bij een adviseur en diens opdrachtgever om te kijken wat er in de praktijk van een advies terechtkomt. Twee duo’s gingen naar een adviseur uit mijn netwerk, de andere twaalf naar een student uit het jaar ervoor die net klaar is met de stage en daarin een advies gegeven heeft. In de afgelopen week hebben mijn studenten er op college en op papier over gepresenteerd.

Het is niet in één term te vatten wat er van een communicatieadvies in de praktijk terechtkomt: dat is zeer divers. Wat wel duidelijk naar voren komt uit de presentaties is dat adviseren erg ‘hangt’ op de relatie tussen adviseur en geadviseerde. Als die goed is, kan het advies zelf soms best een beetje rammelen, en dan nog is de geadviseerde tevreden. Als de relatie minder goed is, lukte het mijn studenten soms niet eens om de geadviseerde te spreken te krijgen, zo weinig verbonden voelde die zich kennelijk.

Het relationele karakter van adviseren viel vooral op in de context van zo’n stage. Want op de universiteit kun je best in je uppie goed onderzoek doen, en dan op de laatste avond er een paar aanbevelingen bij bedenken. Zo is het wel gegaan in die stages, en dat leidt mogelijk tot een goed stage-resultaat, maar de opdrachtgever vindt de aanbevelingen dan ‘leuke ideetjes’ en dat is niet echt een compliment.

Ik herken dat wel van de adviseurs met wie ik werk: zo lang hun rolopvatting die van expert is (vakinhoudelijk specialist, deskundige, onderzoeker), bungelt het adviseren er altijd een beetje losjes bij. Als je de rol van adviseur serieus neemt, streef je naar gezamenlijkheid, gelijkwaardigheid, gedeelde verantwoordelijkheid, partnerschap (de term van Block). Omdat dat tot een beter resultaat leidt (geen ‘leuke ideetjes’ maar iets waar de opdrachtgever daadwerkelijk mee aan de slag kan), maar ook omdat je zo gaandeweg commitment kweekt.

Als het relationele aspect bij adviseren zo belangrijk is, betekent dat dat je zelf als adviseur daar ook een belangrijke rol in speelt: jij bent de helft van die relatie. Met je hele hebben en houden, inclusief je vakkennis. Uit het praktijkonderzoek kwam naar voren dat opdrachtgevers vaak niet zo zitten te wachten op theorie. Maar anderzijds dus wel, want daarom laten ze zich adviseren. Ze zitten volgens mij niet te wachten op theorie-om-de-theorie, en dat snap ik wel. Maar ze hebben wel degelijk behoefte aan goede vakkennis.

En daar komt de link met het piramideprincipe. Iedereen kan feiten op een rijtje zetten, maar alleen een deskundige is in staat die te interpreteren in het licht van de belangen van de geadviseerde. En precies dat is wat je doet door (hoofd-)boodschappen te formuleren. In het praktijkonderzoek kwamen ook nog andere verschillen tussen schrijven en presenteren in de adviespraktijk en op de universiteit naar voren: opdrachtgevers willen het kort en bondig, ze willen wat kunnen met de resultaten, en ook schrijven doe je in de praktijk niet alleen.  

Het vak zit er nu bijna op; de studenten schrijven volgende week nog een reflectieverslag en we hebben een afrondend college. Als ze meenemen van dit vak hoe belangrijk de relatie is, dan vind ik dat winst. Zekere als ze zich realiseren dat ze zelf een heleboel kunnen en moeten doen om zo’n goede adviesrelatie tot stand te brengen. Het ging af en toe over de ‘klik’ die je al dan niet kunt hebben, en ja, die speelt een rol. Maar een klik kun je bevorderen. Dat begint met simpelweg investeren in die relatie. Hopelijk gaan ‘mijn’ studenten dat in hun stage én daarna doen!

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Waarom geleerd proza lelijk is

Louise Cornelis Geplaatst op 7 april 2016 door LHcornelis7 april 2016  

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een column van Harald Merckelbach met als titel ‘Waarom geleerd proza lelijk is’. Het stuk pleit in dezelfde richting als Willy Francissen en ik laatst al voor de tweede keer deden op een conferentie: laat studenten in het hoger onderwijs niet alleen maar schrijven voor de wetenschap. Dit zijn Merckelbachs slotwoorden:

Wees er vroeg bij en geef studenten veel schrijfopdrachten. En laat dan niet wetenschappers, maar journalisten aan studenten uitleggen wat een goed geschreven tekst is. Af en toe organiseren mijn collega’s en ik zo’n bijeenkomst, waarbij journalisten door studenten geschreven stukken van commentaar voorzien. De studenten vinden dat een nuttige oefening. Een vaak gehoorde opmerking is dat ze dan pas begrijpen waarom het makkelijk is om lelijk te schrijven. Want, inderdaad, schrijven is denken, mooi schrijven is helder denken en dat is waarom  het zo verdomd moeilijk is.

Uit mijn hart gegrepen! En de rest van de column lees ik ook met veel instemming. Dat wetenschappelijk schrijven zo lelijk is, ligt volgens Merckelbach aan twee oorzaken:

  • De kennisvloek, de curse of knowledge – hij verwijst daar naar Pinker, van wie ik dat ook heb geleerd en inmiddels al héél vaak dankbaar heb gebruikt: dat je je niet kunt voorstellen dat iemand anders niet weet wat jij wel weet. Daardoor wordt een tekst al gauw niet te harden voor oningewijden.
  • Al te veel nuance, leidend tot een krampachtige stijl. Merckelbach richt zich vooral op zombie-woorden: woorden die betekenisloos, maar wel een aura van diepgang bezitten, zoals framework, dimensie, model, proces, of in zijn eigen vakgebied: non-cognitieve processen bij leerlingen, maar ook chemische onbalans: een metaforisch begrip waarmee dubieuze aannames verdoezeld worden. Achter chemische onbalans zit de aanname dat depressies ontstaan door een serotonine-tekort, maar dat is helemaal niet bewezen en het doet mensen geloven dat een depressie net zoiets is als suikerziekte (insulinetekort), waarvoor je je hele leven medicijnen moet gebruiken. Kijk, dat lees ik niet alleen met instemming, daar leer ik nog wat van ook.

 

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Sommige passieven kun je beter wel vermijden

Louise Cornelis Geplaatst op 30 maart 2016 door LHcornelis22 maart 2016  

Voor de trouwe lezers van dit weblog is het geen nieuws dat ik het schrijfadvies ‘vermijd de lijdende vorm’ veel te ongenuanceerd vind, in het algemeen, maar zeker ook voor literaire teksten. Ik schreef in september bijvoorbeeld nog over een geslaagde passief in een boek van de toen net overleden Joost Zwagerman. Maar onlangs las ik een boek waarin de lijdende zinnen mij wel stoorden; volgens mij zijn ze daar niet functioneel.

Ik heb een passage ook nog even aan een andere lezer voorgelegd, want soms denk ik wel eens: ik heb last van beroepsdeformatie, ik ben immers op die constructie gepromoveerd. Maar ook die lezer vond dat er wat rammelde.

Het gaat om het boek Strak plan van Judy Westerveld. Sowieso geen heel geweldig boek: ik vond de verhaallijn ‘beveiliger neemt junk in huis en raakt dan uiteindelijk zelf verslaafd en aan lager wal’ vermakelijk maar ook ongeloofwaardig. En ik ergerde me dus aan de stijl. In het boek kijken we mee met die beveiliger, Roel, de hij in het boek. Vaak is dat probleemloos, zoals bijvoorbeeld op p. 20:

‘Nu mag jij iets zeggen,’ zegt Roel terwijl hij gaat zitten. Hij probeert vriendelijke te klinken, na zijn instructies moet hij de teugels een beetje laten vieren, correcties hebben alleen maar resultaat als iemand er ontvankelijk voo ris. Hij zoek naar woorden (…) Dan glimlacht hij maar een beetje.

Maar soms is die Roel/hij buiten beeld in een passief, zoals twee pagina’s verderop  na een witregel:

Onder uit de muurkast worden de dubbel lock-handboeien gevist die hij ooit bij zijn favoriete dumpzaak aan de Korte Hoogstraat kocht. Voor het eerst doet hij ze bij iemand om. Het is fijn, zo soepel als de sleuteltjes draaien en met voldoening hoort hij het klikgeluid…

Ik kan dat bijna niet anders lezen dan dat degene die dat ‘vissen’ doet, niet zomaar Roel is. Immers, Roel is de hele tijd Roel of hij in de tekst, terwijl de lijdende vorm hem juist buiten beeld zet. Maar het is Roel toch echt wel. Net alsof hij zich een beetje van zichzelf distantieert?

Nog een pagina verderop, ondertussen is Roel steeds weer hij-hij-hij geweest die boodschappen gaat doen, en dan staat er:

Twaalf minuten later worden niet alleen meel, melk en eieren, maar ook schenkstroop, appels en andere in de winkel haastig bij elkaar gegriste etenswaren op het aanrecht uitgestald. Ieder product wordt hardop benoemd.

Weer zo’n moment: hè, doet Roel dat niet zelf? Is die junk dan boodschappen gaan doen? Maar die zit met die handboeien vast. Of kijken we nu door de ogen van die junk? Maar nee, want de tekst gaat daarna weer gewoon met hij verder en dan blijkt dat we nog steeds ook een beetje in Roels hoofd kunnen kijken:

Dat gaat vanzelf, en nu hij er eenmaal mee begonnen is, kan hij niet meer stoppen.

De lijdende vorm kán een bijzonder en sterk perspectiefeffect bewerkstelligen juist door die vervreemding van de handelende persoon, maar hier is dat alleen maar verwarrend. Hier zou ik zeggen: ga juist maar door met dat persoonlijke, identificatie-mogelijk-makende perspectief van het persoonlijk voornaamwoord. De hoofdpersoon is dan gewoon Roel of hij, en niet een onzichtbare handelende persoon van een passief.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Probleem #4: blijven hangen in fase 1

Louise Cornelis Geplaatst op 19 februari 2016 door LHcornelis11 april 2016  

Ik gebruik al jaren een handout over het schrijfproces die ik heb gebaseerd op het klassieke schrijfprocesonderzoek van Flower, in een versimpelde versie daarvan die ik ontleen aan Stukken beter schrijven. Het schrijfproces bestaat daar uit drie fasen, die 40-20-40 procent van de tijd innemen: voorbereiden (inclusief structureren), doorschrijven, redigeren. In een hoekje ervan staan ook al jaren dezelfde drie veelvoorkomende schrijfprocesproblemen, maar ik heb er net een vierde aan toegevoegd: blijven hangen in fase 1.

De drie problemen waren:

  1.  te weinig aandacht voor fase 1: meteen gaan schrijven en dan ergens stranden omdat je amper weet wat je wilt zeggen, of denkend schrijven en de lezer met dat onuitgekristalliseerde denkwerk opzadelen
  2. te weinig tijd voor fase 3: de deadline overvalt je en je levert een slordig product af
  3. fase 2 en fase 3 lopen door elkaar: de te alerte criticus blokkeert het schrijven, de schrijver doet z’n uiterste best steeds ‘perfecte’ zinnen af te leveren maar daardoor stagneert het proces en wordt het eindresultaat vaak ook houterig.

‘Blijven hangen in fase 1’ ken ik niet uit de literatuur, maar ik ken iemand die al jaren bezig is met het structureren van een boek en die al een ontelbare hoeveelheid inhoudsopgaven heeft, maar geen tekst. Bovendien hoor ik het probleem toch ook van andere zakelijke schrijvers regelmatig: blijven streven naar de ‘perfecte’ structuur. Maar die bestaat niet, en bovendien spoor je problemen in de logica van de structuur soms echt pas op op het moment dat je gaat schrijven. Niet voor niets is het schrijfproces grillig (‘recursief’): je springt er wat in heen en weer.

Ik ontdek regelmatig in de doorschrijf- en/of redigeerfase dat er iets niet klopt in mijn structuur. Geen probleem. Een klein probleem repareer ik wel (zoals in het schrijfproces met z’n tienen van laatst). Grote problemen kunnen wel eens dwingen tot een terugkeer naar fase 1. Hoe eerder je ontdekt dat je nog serieus reparatiewerk te doen hebt, des te beter.

Voorbereiden mag 40 procent van de tijd kosten, en zelfs wel wat meer in een complexe situatie, maar bij een goed schrijfproces houd je altijd in de gaten dat het op een gegeven ogenblik echt af moet, en ook af mag. Perfect hoeft niet. Ga lekker schrijven. Repareren kan altijd later nog.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijven met z’n tienen

Louise Cornelis Geplaatst op 18 februari 2016 door LHcornelis18 februari 2016  

Ik heb vorige week een leuk experiment gedaan, en het slaagde: schrijven met z’n tienen. Een groep van negen trainees had de laatste bijeenkomst over lezergericht schrijven. We hebben vrijdag met z’n allen een memo geschreven waarin zij een advies geven over wat hun organisatie verder kan met het piramideprincipe. Ze hebben gepracticet wat ze preachten: een piramidale memo geschreven. Want ze vonden het principe wel degelijk bruikbaar.

Voor mij was het een experiment omdat ik nog nooit met zo’n grote groep een schrijfproces heb doorlopen. Ik hoopte dat we de eerste twee fasen zouden kunnen doorlopen: voorbereiding (oriëntatie op de schrijftaak, inhoud bepalen, structureren) en eerste versie schrijven (die nog slordig en schrijvergericht mag zijn). Ik zou dan die eerste versie wel redigeren (fase 3: lezergericht maken). Maar dat was een gok, want ik weet maar al te goed dat schrijven niet helemaal strak te plannen is: we hadden drie uur, zou dat voldoende tijd zijn? Het structureren van een beetje complexe inhoud kan zomaar meer tijd kosten dan dat. In dit geval wilde ik ook nog eens streven naar consensus, en ook dat was spannend.

Maar het lukte precies in de tijd. Er kristalliseerde al gauw consensus uit en het structureren ging ook relatief vlot. Toen stond er een uitgetekende piramide op het bord. Ik heb vervolgens aan elk vakje een nummer gegeven en die nummers over de groep verspreid. Iedereen heeft dus een stukje tekst uitgeschreven. Mondeling hebben we een doorloop gedaan om te zien of het samen inderdaad ergens op sloeg, en dat klonk verrassend goed. We ontdekten wel nog één gaatje in de structuur, maar daarvan dacht ik: dat los ik bij het redigeren wel op.

Ik kreeg van iedereen het stukje tekst digitaal. Om te redigeren heb ik alles achter elkaar gezet, de structuur zichtbaar gemaakt (aankondigende zinnen, koppen), dat ene ontbrekende stukje in de structuur toegevoegd, daarna de zinnen nog wat beter op elkaar aan laten sluiten en afgewerkt – en klaas was Kees! Het memo ligt nu bij de opdrachtgever.

We waren verbaasd hoe makkelijk het ging, schrijven met zijn tienen, en ik kon niet laten om te benadrukken dat dat ligt aan het gebruik van het piramideprincipe: zo kun je samen nadenken over inhoud en structuur, en daarna de tekst in kleine stukjes verdelen voor het uitschrijven. Wat ik zelf ook verrassend vond, was dat enerzijds de zwakke plekken onderin de piramide zich in de uitgeschreven tekst vanzelf oplosten (ergo: je hoeft niet helemaal ‘hard’ logisch tot op de bodem door te structureren), en anderzijds dat er wel een gaatje in de structuur bleek te zitten dat we pas ontdekten in de uitgeschreven tekst. Allebei die ervaringen heb ik ook als ik zelf schreef, maar in zo’n groep komt het wat meer onder een vergrootglas te liggen.

Schrijven met z’n tienen, ik vond het voor herhaling vatbaar. Al is er ook een kans dat de volgende keer de tijd op is en er nog geen goede piramide is…

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Schrijven zoals je praat

Louise Cornelis Geplaatst op 9 februari 2016 door LHcornelis6 februari 2016  

Mooi stuk van Felix van de Laar op het weblog van Tekstnet: schrijfpraten. Herkenbaar: ik heb in de loop der jaren ook al vaak gehoord dat mensen mij in Adviseren met Perspectief als het ware horen praten, en ook ik vind dat een groot compliment!

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Recensie Het Snapgevoel deel 2: overdosis aankondigingen

Louise Cornelis Geplaatst op 4 februari 2016 door LHcornelis2 februari 2016  

Vorige week schreef ik deel 1 van een recensie, over de inhoud, hier deel 2 over Het snapgevoel. Hoe de illusie van begrip ons denken gijzelt over de vorm. Ik kondigde het al aan: ik vind het boek te lang. De auteurs hebben te veel woorden nodig om hun punt te maken. Dat punt had ik al grotendeels te pakken op die zondagochtend dat ik erover hoorde op tv. Maar het duurt het honderd pagina’s voordat het boek ter zake komt, en zelfs dan ervaar ik het af en toe nog als langdradig. Voor mij als schrijfadviseur altijd interessant waar dat ‘m in zit.

In de eerste plaats had er inhoud uitgekund. Het hoofdstuk wetenschapsfilosofie en kennisleer (hoofdstuk 2, 40 pagina’s) lijkt me een vlees-noch-vis-hoofdstuk: voor kenners overbodig en voor leken te kort en daardoor te moeilijk. Als het erin moet blijven, dan zou ik zeggen: kom eerst ter zake, en geef dan pas verdiepende achtergrond.

In de tweede plaats neemt de tekst af en toe een gek aanloopje. . Een voorbeeld staat op p. 79, de inleiding tot hoofdstuk 3. Het gaat daar eerst over parasolmieren, die een soort landbouw ontwikkeld hebben. Dan volgt een zinnetje ‘Wij, mensen, hebben ook een landbouwtechniek ontwikkeld, maar die is afhankelijk van onze aangeboren capaciteit te leren. Daarin verschillen we van parasolmieren’. Vervolgens gaat de rest van het hoofdstuk over menselijk leren. Wat doen die parasolmieren er dan toe? Ik noem zo’n start de ‘and now, for something completely different’-inleiding: leuk bedachte anekdote, maar dan ineens een wending naar iets anders en dát is het eigenlijke thema.

Ten derde blíjven de auteurs maar aankondigen. Ik houd wel van een structuuraankondiging op zijn tijd, sterker nog: die zijn nodig om lezers op het juiste spoor te houden. Maar dit boek bevat een overdosis. P. 13/14 zijn twee pagina’s leeswijzer ‘van de argumentatie’ – maar het is geen overzicht van de argumentatie, maar een samenvatting van het boek. Op p. 37/38 alweer anderhalve pagina ‘vooruitblik’ en bijvoorbeeld op p. 173/174 ook nog eentje, vooruitblikkend op het slot van het boek.

Verder wemelt het van zinnetjes als ‘We leggen dit dadelijk, en in hoofdstuk  vier, nader uit’ (p. 91). Of van zinnen aan het eind van een paragraaf die alvast een opzetje doen naar de volgende, zoals verder op diezelfde pagina, de laatste zin in een stuk over de tweede manier van leren: ‘We kunnen dat begrijpen als we naar de derde manier van leren (…) kijken’ – gevolgd door een witregel, en dan een kopje ‘Leren: stadium 3’.

Het laatste type aankondigingen laat zien dat de manier van aankondigen kettingvormig is: de laatste zin van de eerdere alinea maakt een bruggetje met de volgende alinea. Net zoals die ‘vooruitblikken’ aan het eind van hoofdstukken vooruitblikken op het volgende hoofdstuk of de volgende hoofstukken. Ik houd meer van hiërarchische structuren en dito aankondigingen, en dan één keer goed en niet steeds opnieuw. Ik weet niet in hoeverre dat een kwestie is van persoonlijke smaak. Ik kom ook wel eens mensen tegen die een hekel hebben aan álle structuuraankondigingen, maar misschien zijn er ook wel voor wie het in Het Snapgevoel nog niet te veel is?

Ik ervaar de combinatie van wetenschapsfilosofie, die parasolmieren en de vele aankondigingen als arrogant: de schrijver wil veel kennis kwijt en schat mij als lezer als zo dom in dat ik veel aankondigingen en vooruitblikken nodig heb. Met een minstens 50 pagina’s dunner boek had ik het aardiger gevonden.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Eén-op-één

Louise Cornelis Geplaatst op 25 januari 2016 door LHcornelis25 januari 2016  

Afgelopen zaterdag stond er in de krant een advertentie voor een film met daarin een verschijnsel dat mij doet denken aan wat ik wel eens zien in presentaties en teksten: het ontbreken van een één-op-één-relatie tussen verwante opsommingen:

Reclame sportlight met 5 foto's en 6 namen

Ik zie daar vijf portretten maar ik lees eronder zes namen. Wie is nou wie? Dat is puzzelen, en dan nog ontbreekt er een foto. Ik zou het logischer vinden als de namen een één-op-één-relatie zouden hebben met de foto’s.

Dat doet me denken aan presentaties en teksten waarin bijvoorbeeld enerzijds vijf problemen staan en anderzijds bijvoorbeeld zes of vier oplossingen. Vooral met vier oplossingen denk ik dan: pak je dan wel vijf problemen aan? En sowieso is het een puzzeltje om uit te zoeken hoe de ene opsomming zich tot de andere verhoudt.

Het is het type logica dat over het algemeen door het toepassen van het piramideprincipe opknapt, omdat je daar de oplossing onderbouwt met ‘omdat het dit probleem oplost’. Je zet die twee inhoudselementen niet naast elkaar, maar hiërarchisch onder elkaar. Dat dwingt dus wel tot nadenken over hoe ze zich precies tot elkaar verhouden. Anders gezegd: dat puzzeltje los je dus als schrijver op, dan hoeft de lezer het niet te doen!

Met dank aan Henk voor het spotten van de discrepantie in de advertentie – ik had er zelf overheen gekeken, want zo gaat het ook nog eens een keer.

Geplaatst in Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑