↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Houd het bij één simpele vraag

Louise Cornelis Geplaatst op 13 oktober 2017 door LHcornelis10 oktober 2017  

Ik zag laatst een mooi voorbeeld van hoe snel de goede intenties van een schrijver door de lezer niet begrepen worden. In een tekst stond de aankondiging van een grote verandering, ‘op drie fronten’, en daarna volgde deze opsomming:

  1. Wat: andere producten verkopen
  2. Hoe: verantwoordelijkheden anders beleggen
  3. Wie: personeelsbestand aanpassen

Ik snapte er niks van. Is dit nou één verandering met drie aspecten, of zijn het drie veranderingen (zo begrijp ik op drie fronten), maar dan valt 2 toch ook onder wie en ook aan 1 en 3 kleven hoe-aspecten (etcetera)?

De schrijver kon het uitleggen: het waren wel degelijk drie veranderingen. Hij had gedacht ze met die vraagwoorden duidelijker uit elkaar te halen, maar het tegenovergestelde was het geval. Voor de schrijver was het heel helder en logisch zo, maar ik vind het een typisch voorbeeld van een associatieve logica. Als lezer moet je daarvoor te veel meedenken met de schrijver; diens logica is niet altijd de jouwe.

Wat dan? Houd het zo simpel mogelijk! Drie veranderingen: aan de producten, aan de aansturing en aan het personeelsbestand. Klaar. Tussenliggende vraag is een simpele welke. Dat hoef je hier niet eens expliciet te maken. Eén vraag, met een eenduidig antwoord, dát kunnen lezers bevatten.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Tekstpraktijk bij het Rijk

Louise Cornelis Geplaatst op 10 oktober 2017 door LHcornelis5 oktober 2017  

In de meest recente editie van Tekstblad (jaargang 23, nummer 4) staat een goed artikel van mijn gewaardeerde collega Jeanine Mies over de ’tekstpraktijk’ bij het Rijk – over waarom goede schrijfintenties vaak sneuvelen, zo staat het als vraag in de ondertitel. Mies geeft daar vijf antwoorden op, een overzicht dat ik herkenbaar vind, en waar ze adviezen aan verbindt:

  1. Schrijven in een bubbel. Je gaat schrijven zoals gebruikelijk is in een organisatie en op een gegeven moment zie je niet meer wat ‘gek’ is. Dat burgers zichzelf zo niet noemen bijvoorbeeld, of dat andere mensen echt niet weten wat PPS is (publiek-private samenwerking). Om de bubbel te doorbreken moet je af en toe de blik van een buitenstaander organiseren. 
  2. Schrijven terwijl je nog denkt. Vaak is een tekst nodig om over de inhoud met anderen te kunnen overleggen, maar voor die ‘praatversie’ gaat dan de ‘wet van behoud van tekst’ gelden. Eigenlijk zou je dat praten moeten doen aan de hand van iets schematisch. 
  3. Blindstaren op B1. Alsof heldere taal alles is. Maar een tekst met allemaal goede en heldere zinnen en woorden kan toch de plank misslaan. Met inhoud en structuur is meer leesbaarheidswinst te boeken dan met formuleringen. 
  4. Iedereen mag reageren. Dan geldt wat Mies de Wet van Scholten noemt: de kwaliteit van een tekst is omgekeerd evenredig aan het aantal mensen dat eraan heeft meegeschreven. Het is belangrijk dat de regie bij één iemand rust!
  5. Onvoldoende ondersteuning. Weliswaar doet de overheid al veel, maar dat wordt niet altijd als hulp gezien, soms eerder als wijzend vingertje. Of soms mag beter schrijven niet van de leidinggevende. Goed schrijven vraagt om een goede schrijfcutuur. Overigens niet alleen bij de overheid, voeg ik er maar aan toe! 

Aanrader, dat artikel, voor iedereen die met schrijven en tekstkwaliteit in organisaties bezig is!

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Leuker of makkelijker maken ze het helaas niet meer

Louise Cornelis Geplaatst op 3 oktober 2017 door LHcornelis2 oktober 2017  

Toen ik in 1991 afstudeerde als Neerlandicus, was de Belastingdienst net bezig met het weliswaar niet leuker, maar wel makkelijker te maken, en daartoe nam ze een aantal van  mijn vakgenoten aan. Een tijdlang onderscheidde de Belastingdienst zich dan ook positief op het gebied van tekst- en formulierkwaliteit. Maar toen kwam de klad erin, ik heb dat als ontvanger van Belastingdienstpost zien gebeuren en ik weet er ook ietsje van van achter de schermen – van het tekstkwaliteitsteam is niet veel meer over. Nog wel wat, gelukkig. 

Ik moet zeggen: de achteruitgang van wat ooit ‘best practice’ was gaat me nog steeds aan het hart. Onlangs ontving ik weer een tekst van de Belastingdienst waarvan ik dacht: het zou met een klein beetje moeite zo veel beter kunnen.

Het betrof een reactie op BTW-suppletie: ik had vorig jaar te veel afgedragen en zou dus wat terugkrijgen. Het papier dat ik ter bevestiging daarvan ontving, heet ‘uitspraak op bezwaarschrift’, wat het veel groter doet klinken dan het volgens mij was. Bezwaarschrift? Ik ervoer het als ‘uitkomt van herberekening’. 

Rechts onder staat een blokje tekst dat begint met ‘U heeft het bezwaarschrift niet binnen de gestelde termijn ingediend’. Ook al staat er eerder al dat ik inderdaad het opgegeven bedrag terugkrijg, toch schrik ik dan. ‘O, shit, ik was te laat, ik krijg mijn geld niet’. De tekst gaat verder met iets over niet-ontvankelijk zijn in het bezwaar, geen beroep kunnen aantekenen, dat ik daar dan weer tegen in beroep kan gaan… hola zeg, waar gáát dit over? 

Pas onder de helft staat ‘De inspecteur komt aan het bezwaar tegemoet’. O, dus ik krijg mijn geld wél? Als je dat in de tekst gewoon zou omdraaien, dan scheelt dat enorm voor mijn leeservaring.

En als je gewoon krijgt wat je hebt aangevraagd, dan zou ik alles over bezwaren wel in ultra-kleine lettertjes of op de achterkant zetten. Of weglaten, maar dat zal van de juristen niet mogen. 

Hier is het tekstblokje:

Tekstje van Belastingdienst

Enne – waarom zou ik die achterkant moeten lezen eigenlijk? 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Adviseren is talig

Louise Cornelis Geplaatst op 18 september 2017 door LHcornelis18 september 2017  

Afgelopen vrijdag ben ik voor de tweede keer naar een SIOO masterclass geweest (verslag van vorige keer). Deze werd gegeven door Mark van Twist en ging over adviseren en veranderen als talige professie. Het onderwerp is voor mij aan alle kanten interessant en relevant: als geïnteresseerde taalkundige, als zelf adviseur en als iemand die adviseurs en veranderaars begeleidt bij hun talige werk. Het was ook weer erg leuk, en leerzaam!

De spreker was vooral heel sterk in het ene voorbeeld na het andere, en die voorbeelden waren geweldig: inhoudelijk relevant en vermakelijk. Ze kwamen soms ook dichtbij: de Rotterdamse gemeentepolitiek kwam voorbij, en een actie van Milieudefensie ooit hier in de wijk. Het grootste voorbeeld ging over het Groene Hart, en daar kom ik ook nogal eens. Dat maakte het allemaal extra aansprekend.

Inhoudelijk en theoretisch vond ik Van Twist minder verrassend. Ik wist veel al, bijvoorbeeld uit de metaforen– en framing-theorie, de kritische discoursanalyse en storytelling. De mix vond ik interessant, en hij voegde er ook nog een paar mooie dingen toe, zoals de drie P’s van reageren op een sterk geframede aanval, zoals bijvoorbeeld die van Wilders op Cohen, door hem de ‘bedrijfspoedel’ van het kabinet te noemen. Door dat te ontkennen, bevestig je het beeld alleen maar. De drie P’s zijn: je kunt vanuit Principe reageren (‘zo gaan we niet met elkaar om’), op de Persoon (‘dat is demoniseren’) of Pragmatisch (met een grap). PvdA’ers zijn sterk geneigd tot die eerste P.

Dat Groene Hart voorbeeld ging over hoe een woord wáár wordt. Iemand heeft die term ooit bedacht, maar het is geen hart en het is ook niet groen. Desalniettemin is het Groene Hart nu een realiteit. Zoiets gaat volgens Van Twist in negen stappen, en dat vond ik inzichtelijk.

Een praktisch handvat bood hij nog door te adviseren vragen te stellen die mensen verwarren, bijvoorbeeld ‘hoe ruikt verandering?’ Als ze niet meteen een pasklaar antwoord hebben, krijg je in elk geval ook niet de clichés waarmee verandering altijd omgeven is.

Het minst kwam Van Twist uit de verf op het gebied van interactie. Dat is duidelijk niet zijn ding. Hij stelde weliswaar een enkele vraag waar we dan twee-aan-twee even over mochten nadenken, maar tot discussie kwam het niet en we werden ook niet echt aangezet tot reflectie of toepassing op iets van onszelf. Dat was anders dan in de vorige masterclass, en dit was dan ook meer een lezing dan een masterclass, vond ik. Wel interessant om te zien hoe iemand zo’n klus, masterclass voor zo’n 100 mensen, aanpakt.

Maar het was dus wel erg leuk en inspirerend. Wat nou precies de hoofdboodschap was, heb ik niet helemaal scherp. Het was iets met: wees je bewust van de rol van (je eigen) taal als adviseur/veranderaar, en van het belang van framing, casting en scripting in het veranderproces, naast de ‘officiële’, beleidsmatige verandering. Die neem ik mee!

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Het nieuwe staat achteraan

Louise Cornelis Geplaatst op 13 september 2017 door LHcornelis13 september 2017  

ik heb de laatste tijd opvallend vaak stukjes zin zitten verschuiven, dus ik dacht: ik moet er maar eens een blogpost aan wijden om de schrijvers met wie ik werk uit te leggen waarom ik dat doe. Het waren namelijk allemaal gevallen van een volgordeprobleem voor wat betreft de nieuwswaardigdheid (ook wel: het links-rechtsprincipe).

Het links-rechtsprincipe

Het eiereneten is dat een zin het beste kan beginnen (links) met iets wat al bekend is, en aan het eind (rechts) pas het nieuwe brengen. Ik ken het principe zelf uit het nog steeds onovertroffen boek Formuleren (1993) en daarin staan deze drie fraaie voorbeelden van hoe het op dit punt mis kan gaan (p. 11):

  1. Osteoporose, verhoogde botafbraak, treedt op in de menopauze bij vrouwen.
  2. … dat als flippen een sportonderdeel van de Olympische Spelen zou worden, dit kabinet een gouden medaille moeiteloos voor ons land zou binnenhalen.
  3. [ voorafgaande tekst gaat over klachtafhandeling ] Zürich verzekeringen ziet het trainen van medewerkers daarom als een randvoorwaarde bij een succesvolle klachtenbehandeling.

Bij (1) denk je toch even: ja, dûh, niet bij mannen. (2) ervaar ik als een nachtkaars die uitgaat en (3) moet ik twee keer lezen om te snappen welk punt de zin maakt.

(3) maakt het meest duidelijk waar het probleem ‘m in zit: het gaat ervoor al over klachtenafhandeling, dus ‘bij een succesvolle klachtenbehandeling’ is niet het deel van de zin waar het meest nieuwswaardige in staat. Het nieuwe, dus dat stukje informatie dat deze zin hier toevoegt, zit ‘m in het trainen van medewerkers. Dat moet dan ook naar het eind, bijvoorbeeld zo:

  • Voor Zürich verzekeringen is een randvoorwaarde voor succesvolle klachtenbehandeling daarom het trainen van medewerkers

(1) is de eerste zin van een tekst die helemaal over osteoporose gaat. Het is dan vooral gek om daar meteen vooraan over te beginnen. Daar kan beter iets bekends staan, bijvoorbeeld:

  • Dit artikel gaat over osteoporose

En bij (2) moet het winnen van de gouden medaille naar achter schuiven, want dat is wat deze zin toevoegt:

  • … dat als flippen een sportonderdeel van de Olympische Spelen zou worden, dit kabinet  moeiteloos voor ons land een gouden medaille zou binnenhalen.

Dan nog een langer voorbeeld, ook uit Formuleren:

UEFA-cup
AC Milan, de ploeg van Ruud Gullit en Marco van Basten, heeft gisteren in Spanje voor het toernooi om de UEFA-cup met 1-0 verloren van Gijon. Voor 30.000 toeschouwers was Gullit een van de uitblinkers. De ex-PSV’er kreeg net als Van Basten een paar kansjes, maar kon die niet benutten. Trainer Sacchi van AC Milan, die de vaste centrale afweer Maldini-Baresi aan de kant liet, verving Van Basten twintig minuten voor het einde voor Virdis, ook een goalgetter. Van Basten kon in de harde ontmoeting weinig uitrichten tegen zijn bewaker Alblanedo
Op de benen van Gullit pleegden de Spanjaarden enige malen flinke aanslagen.

Huh? Probleem in die laatste zin is dat de benen van Gullit als bekend verondersteld worden. Maar Gullits benen kwamen nog niet eerder ter sprake en ze volgen ook niet zomaar uit de eerste alinea. Daar gaat het over de hele Van Basten. Eventueel zou ‘harde ontmoeting’ kunnen leiden tot een omgekeerde zin:

  • De Spanjaarden pleegden ook enige malen flinke aanslagen op de benen van Gullit.

Oorzaak: wat wel in schrijver z’n hoofd zit, staat niet op papier

Voor dit soort problemen zijn twee oorzaken:

  • Het links-rechtsprincipe bestaat in de schrijftaal, in de spreektaal hebben we andere manieren om elkaar te laten weten wat bekend is en wat nieuwswaardig. We doen dat vooral door nadruk, accent, klemtoon. Als een schrijver zijn eigen tekst leest, hoort hij de klemtoon die hij bedoelt in zijn eigen hoofd. Alleen, de lezer hoort dat niet en moet het doen met wat hij op papier voorgeschoteld krijgt. Als je volgordeproblemen hebt, laat dan eens een ander je tekst hardop voorlezen. Dan hoor je meteen welke andere accenten die legt en tot welke interpretatieproblemen die leiden.
  • Benodigde informatie zit wel in het hoofd van de schrijver, maar die is vergeten ‘m op papier te zetten. Vaak betreft die informatie een bepaald verband. Voor de schrijver van het voetbalstukje is de relatie tussen de eerste alinea en Gullits benen mogelijk heel logisch, alleen: wij zien het niet. Ook om gedachtesprongen op te sporen is veel feedback krijgen op je schrijfwerk onontbeerlijk!

* * *

Een voorbeeld met Van Basten en Gullit als voetballers van AC Milan, ja, zo oud is Formuleren al. Maar het links-rechtsprincipe is van alle tijden en nog altijd geldig. Bouw je zinnen op vanuit iets bekends naar iets nieuws – voor de lezer. Ja, ook als je met hoofdboodschap voorop wilt schrijven!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Ik hoor John Cleese

Louise Cornelis Geplaatst op 7 september 2017 door LHcornelis5 september 2017  

Ik heb het op dit blog al vaker gehad over het ‘and now for something completely different’-stijlverschijnsel dat vooral in inleidingen optreedt. Ik vond onlangs weer een mooie: in de rubriek ‘Thuiskok’ van Sam de Voogt in de NRC van 28 augustus (p. C6):

Onlangs ben ik verhuisd binnen Amsterdam; ik woon nu niet ver van de Amstel. De rivier en  haar oevers bieden eindeloze mogelijkheden om te sporten: roeien, zwemmen, hardlopen. Dat laatste doe ik graag en nu ik ben verhuisd kan ik vaker een van mijn favoriete rondjes rennen: langs de Amstel naar Ouderkerk en terug. Wie zich langs het water voorbij het Amstelpark begeeft, bevindt zich plotse tussen de weilanden van het Groene Hart. Met name in de zomer is het prachtig, met welig tierende bloemen, planten en kruiden aan de waterkanten.

Zou het hier zijn geweest dat Peter Lute op het idee kwam een eigen kruidenkas neer te zetten en zijn restaurant De Kruidfabriek te openen?

En vervolgens gaat de rest van het stukje, nog zo’n 75 % van het geheel, over Lute en zijn kruiden.

De eerste inleiding is een heel lekkere voor een stukje over hardlopen, zal ik maar zeggen. In combinatie met ’thuiskok’ denk ik dan mogelijk ook nog aan sportvoeding. Maar ik zit ernaast. Dus: bij de witregel hoor ik John Cleese.

Nouja, ik snap wel waar het vandaan komt: beginnen is sowieso lastig én mensen hebben geleerd dat een persoonlijke anekdote het goed doet als inleiding. Maar als een inleiding één ding goed moet doen, is het wel de verwachtingen van de lezer managen.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Beter schrijven: niet een-twee-drie

Louise Cornelis Geplaatst op 23 augustus 2017 door LHcornelis2 augustus 2017  

In mijn lijstje links van vorige week had ik het over die man van de Wereldbank die ontslagen werd omdat hij wilde dat zijn organisatie beter ging schrijven. Datzelfde nieuws is opgepikt door Ann De Cramer, columniste in Onze Taal (nr. 7/8 van 2017, p. 21). Zij kent het ook: verzet tegen helder taalgebruik. Ze werkte mee aan heldere-taalcampagnes voor ministeries en voor een bank, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Over die bank schrijft ze: 

Toen het de hoge heren bij de bank echter duidelijk werd dat lastige zinnen herschrijven niet een-twee-drie gebeurt, veranderden ze van toon. Wat een groots initiatief zou worden, werd gereduceerd tot één workshop binnen het bedrijf. Ik wilde niet langer meewerken, niet alleen omdat ik niet hou van gebroken beloftes, maar ook omdat mij ter ore kwam dat (…) het personeel zich verzette tegen het initiatief.

In dat kleine stukje zit wat mij betreft een grote les: beter gaan schrijven is voor een organisatie zeker niet dat ‘een-twee-drie’. Inderdaad is het niet iets wat je ‘even’ bereikt, met een workshopje. Al is het alleen maar omdat mensen zich ertegen verzetten.

Het zou mij hier, net als bij de Wereldbank, wel interesseren wat de aard is van dat verzet. Ik heb in de loop van de jaren daarin al heel wat meegemaakt. De aard van het verzet is niet eenduidig. In mijn ervaring heeft het niet zozeer te maken met het schrijven als zodanig. Niemand heeft écht bezwaar tegen helder schrijven. Het gaat meer om zaken in de organisatie of in het vak van de schrijvers.

Dus dan is het verzet tegen een ‘oekaze’ van bovenaf, wat die dan ook is – het had ook iets anders kunnen zijn dan helderder schrijven. Of angst dat je niet meer serieus genomen wordt. Of het idee dat je in je vak zo niet ‘mag’ schrijven. Of van dat alles een beetje. En dan voel je je ook nog onzeker omdat er ineens iets anders van je verwacht wordt, iets wat je nooit echt geleerd hebt. En je bent al overvraagd, eigenlijk. Weer zo’n training, weer zo’n project, weer zo’n initiatief. 

Maar of dat bij deze bank en bij Anns overheid ook zo is – geen idee. Wel kun je pas goed interveniëren als je weet wat voor verzet er is. Een workshopje doet mogelijk meer kwaad dan goed.

Geplaatst in schrijftips, Veranderen | Geef een reactie

Een lezer is een DEL

Louise Cornelis Geplaatst op 30 juni 2017 door LHcornelis19 juni 2017  

Een tijdje geleden deed ik bij een opdrachtgever een train-de-trainerstraject. De deelnemers daaraan gingen dus zelf trainingen ‘pyramid thinking’ geven, en moesten zich als het ware mijn gedachtegoed eigen maken. Ze hoefden mij niet na te papegaaien maar er wel een een eigen draai aan geven. Die eigen draai vond ik heel leuk om te zien, en het gaf mij nieuwe ideeën om bijvoorbeeld oefeningen die ik al jaren doe, eens net een beetje anders te doen.

Eén zo’n eigen draai vond ik een geweldige vondst. Ik zeg wel vaker dat je er als schrijver van uit moet gaan dat je lezer dom, lui en egocentrisch is. Dat bedoel ik niet lullig, het is meer een soort principe: je hebt als schrijver nogal een kloof te overbruggen met die van toeten nog blazen wetende lezer die graag zonder al te veel inspanning wil weten ‘what’s in it for me?’. Let er maar eens op, bij je eigen lezen. Ik beken het in elk geval zelf meteen: ja, als lezer ben ik dom, lui en egocentrisch (zie ook deze column over lezers als nare mensen, en zie dit recente voorbeeld van Jan Schultink over cliënten die een grafiek niet snappen – dom – omdat ze de zes maanden durende ontstaansgeschiedenis niet hebben meegemaakt).

Van drie woorden en het feit dat het om een principe gaat, maakten die nieuwe piramide-trainers het DEL-principe. Met DEL als acroniem dus: dom, egocentrisch, lui. Een lezer is een DEL. Geweldig! Dat ga ik met veel dank ook gebruiken!

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Vlaamse juridische taal

Louise Cornelis Geplaatst op 27 juni 2017 door LHcornelis15 juni 2017  

Dat juridisch taalgebruik niet altijd even helder en begrijpelijk is voor gewone mensen, dat is niets nieuws – zie bijvoorbeeld dit stuk erover. Nu heb ik de laatste tijd om twee verschillende persoonlijke redenen af en toe te maken met brieven van Vlaamse advocaten, en ik moet zeggen: die maken het toch echt nog wel wat bonter. Het komt regelmatig voor dat ik werkelijk niet begrijp wat er staat. Dat ik denk: is dit eigenlijk nog wel Nederlands?

Hier is een voorbeeld van een zin waar ik een tijdje op heb moeten studeren om ‘m überhaupt ontleed te krijgen (zo van: hoe zit-ie in elkaar?):

Inzake onder hoofding werd de onroerende procedure gevoerd tot en met overschrijving van het beslag op het hypotheekkantoor.

Problemen:

  • Inzake onder – het begint al meteen moeilijk, want dat zijn toch twee voorzetsels achter elkaar? Dat is strijdig met de gewone grammatica van het Nederlands.
  • Ik ken het woord hoofding niet en ben geneigd het te lezen als iets werkwoordelijks, door die uitgang op -ing (zoals overschrijving verderop). Ik begrijp dat het Vlaams is voor briefhoofd, dus dat ‘inzake onder hoofding’ wil zeggen dat het gaat over het geval zoals vermeld in het briefhoofd – dat had ik ook wel geraden zonder te googlen.
  • Onroerende ken ik alleen met goederen als vaste combinatie, dus wat een onroerende procedure is…? Ja, het gaat om een onroerend goed. Maar ik betwijfel of dit niet juist eigenlijk te kort is.
  • Het passief – die procedure werd dus gevoerd. Door wie? In de brief blijkt het de ‘ik’ van de schrijver te zijn, maar het begint zo wel heel erg abstract en onpersoonlijk.
  • Beslag is voor mij toch vooral iets waar je lekkere dingen van bakt, dus die betekenis moet ik eerst opzijduwen. Hoe je zo’n beslag kunt overschrijven (en waarom) is me nog wel ook wat abstract.

En zo puzzel ik dus met wat moeite wel een betekenis van deze zin bij elkaar (‘Ik heb voor deze zaak de procedure voor de onroerende goederen uitgevoerd tot aan de overschrijving van het beslag’ ofzoiets) maar dan weet ik dus nog niet wat er staat.

Dit is een vrij extreem voorbeeld, maar bij lange na niet het enige. Nou ben ik in dit geval niet de beoogde lezer – de brief is gericht aan een advocaat. Die zal er wel soep van kunnen koken. Maar de gewone burger die dit betreft, krijgt de factuur die erbij zit. En die heeft dus ook geen idee waar hij voor betaalt. En dat is toch lullig.

In het andere geval, andere advocaat ook, hebben we moeten bellen voor opheldering omdat de brief volgens ons twee strijdige boodschappen bevatte. De persoon aan de andere kant van de lijn was niet de advocaat zelve, die krijg je nooit zomaar te pakken, en ze snapte het zelf ook niet. Ze zou het navragen, en we wachten nog op antwoord….

Het lijkt me toch dat ze daar echt wat aan moeten gaan doen! Want dit heeft mijns inziens niets met ‘juridische waterdichtheid’ te maken. Dit is gewoon slecht. Juristen doen het soms wel anders lijken, maar soms is iets gewoon vaag, krom of fout, ook als het in juridisch jargon is opgeschreven.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Aankondigen: leesteken maakt uit

Louise Cornelis Geplaatst op 23 juni 2017 door LHcornelis15 juni 2017  

Het begint hier op mijn blog een hobby te worden: problematische aankondigingen spotten. Zie de vorige, met daarin een verwijzing naar nog eentje. Ik heb weer een mooie! Uit Schrijven Magazine dit keer – nogalliefst, ben ik geneigd te zeggen, maar ook daar zit ongetwijfeld wel eens een redacteur niet op te letten.

Dit is ‘m, op p. 6 van het nummer 3 (jaargang 21, juni 2017), in een stukje met ‘Schrijfgedrag’ als titel:

De vijf meest voorkomende problemen van beginnende schrijver zijn het schrijfontwijkend gedrag: te weinig tijd om te schrijven, overmoedigheid, perfectionisme en onzekerheid.

De opsomming begint bij de dubbele punt, en dan zie ik maar vier problemen, die bovendien niet alle vier onder ‘schrijfontwijkend gedrag’ vallen. Ik denk dat het simpelweg zo is dat de dubbele punt een komma had moeten zijn, en dat ‘schrijfontwijkend gedrag’ dus het eerste probleem is:

De vijf meest voorkomende problemen van beginnende schrijver zijn schrijfontwijkend gedrag, te weinig tijd om te schrijven, overmoedigheid, perfectionisme en onzekerheid.

Nou zijn het er weliswaar vijf, maar dan heb ik nog het idee dat er iets niet klopt, omdat  oorzaak en gevolg door elkaar lopen – want veel schrijfvermijdend gedrag komt voort uit perfectionisme en onzekerheid.

En zo rammelt er wel meer aan het stukje. Maar dat ligt niet zozeer aan de aankondiging. Daarvoor geldt dat ik deze post ook ‘een leesteken maakt veel uit’ had kunnen noemen!

 

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid
  • Frieten zonder c

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (560)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (901)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑