↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Niks mis met het passief?

Louise Cornelis Geplaatst op 23 januari 2019 door LHcornelis23 januari 2019  

Ik heb hier vaker geschreven over de moeite die ik wel eens doe om al te zwart-witte oordelen over de lijdende vorm wat te nuanceren. Die vermaledijde passief heeft echt wel eens nut, en de zin simpelweg actief maken is zeker niet altijd beter. Vorige week vond ik mezelf ineens terug in een omgekeerde discussie – ik wist niet wat me overkwam.

Ik begeleidde een stijlworkshop voor jonge consultants. Ik gebruikte daarbij de klassieker ‘Strunk & White’ (The elements of style). Eén van de adviezen daarin is ‘schrijf actief’ en gezien de teksten die ik wel eens zag van het bedrijf in kwestie leek dat me geen slecht advies. Tot mijn verbazing zagen de deelnemers geen enkel bezwaar tegen het passief, sterker nog: ze hadden zo leren schrijven, op de universiteit. Daar was hen nadrukkelijk verboden om bijvoorbeeld ik of we te gebruiken in verslag van onderzoek, dus niet ‘we hebben deze stappen gezet’ en ‘ik heb zus-en-zo gedaan’ maar ‘er werden stappen gezet en er werd zus-en-zo gedaan’. 

Ik legde uit dat dat wat mij betreft een jammere conventie is, die gelukkig niet in elke discipline even hardnekkig is. Dat er niets natuurlijker is dan schrijven vanuit het perspectief van de handelende persoon, zeker als jij dat zelf bent – iets wat ik kan beargumenteren op basis van mijn proefschrift, maar dat hoeft helemaal niet. Want helemaal niemand vertelt bijvoorbeeld over z’n eigen vakantie in termen als ‘en toen werd het vliegtuig genomen’ en ‘op de camping werd de tent opgezet’. 

Dat was niet het goede voorbeeld, want een zakelijke tekst is geen vakantieverhaal, vonden ze. Zo bedoelde ik het niet, ik bedoelde alleen maar dat de lijdende vorm een gezochte, gekunstelde keuze is als het gaat om te vertellen over wat je zelf hebt gedaan. 

Nou, dat ervoeren ze dus niet zo. Niks mis mee, met dat passief.

Ik liet ook nog een voorbeeld zin van een instructief bedoeld stukje tekst van vier zinnen met daarin zeven passieven, waardoor voor mij niet duidelijk was wie nu wat moest doen. Vonden ze ook geen probleem. Zo hoorde dat, zakelijk schrijven.

Aiai, wat leert de universiteit studenten toch een rare schrijfhouding aan. En wat is het moeilijk om jonge professionals daaruit los te weken. Wat ik heb aangeraden: vooral veel goede teksten lezen, liefst literaire. Om weer gevoel te krijgen voor wat goede schrijftaalzinnen zijn. 

Dat ze een beetje vervreemd waren van goed schrijven, dat wilden ze gelukkig wel van me aannemen.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Drie leuke dingen uit Schrijven

Louise Cornelis Geplaatst op 15 januari 2019 door LHcornelis15 januari 2019  

In de huidige editie van Schrijven Magazine (06-2018) staan een boel mooie artikelen. Dat valt me extra op, omdat het tijdschrift in mijn ogen best wel vaak in herhaling valt: heel vaak dezelfde soort schrijftips bijvoorbeeld, of weer een debutant aan het woord met in andere woorden gelijksoortige ervaringen. Zelf een boek schrijven, het thema van het tijdschrift, tsja, het houdt wel een keer op met wat je daar voor nieuws over kunt zeggen.

Of niet? In deze editie vond ik een paar dingen toch echt wel vernieuwend – ik houd m’n abonnement maar weer aan! Ik haal er drie dingen uit:

  • Een tamelijk filosofisch artikel van Ton Rozeman over hoe verhalen heel vaak gaan over verhalen, in de zin van dat onze persoonlijkheid uit verhalen bestaat, en zo ook de literaire personages. Verhalen die je jezelf vertelt, c.q. die de personages zichzelf vertellen of zouden kunnen vertellen, en die doorklinken in het boek.
  • Een mooie observatie van Hetty Kleinloog over hoe iets wat eerst alleen maar in haar hoofd bestond en op papier, uiteindelijk iets werd van vlees en bloed. Kleinloog is namelijk schenarioschrijver, en in een van haar scenario’s kwam een kameel voor. Ze had nog gedacht: dat wordt een probleem voor de producent, een  echte kameel in de studio halen. Maar nee hoor,  en zo stond haar idee ineens ‘levend, kauwend en poepend’ voor haar neus – aaibaar en riekend, met twee bulten (p. 33)! Dat lijkt me een geweldige ervaring!
  • Wel in herhaling, maar ik blijf het graag beamen: Rosita Steenbeek heeft als derde schrijfadvies ‘Ga wandelen’ (p. 65). Eerst een tijdje schrijven, dan lopen – om het lopen, niet om schrijfproblemen op te lossen. Maar dat gebeurt dan toch. Ineens valt er iets op z’n plek. En naderhand ga je met frisse ogen verder. En ja, dat geldt óók voor zakelijke schrijven! 

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Gekke zin: opgeroepen uitvoerder in beknopte bijzin

Louise Cornelis Geplaatst op 10 januari 2019 door LHcornelis10 januari 2019  

Op mijn bureau ligt al een tijdje een briefje met een zin erop die ik op de radio hoorde en zo opmerkelijk vond dat ik ‘m meteen heb opgeschreven. Het briefje ligt er al zo lang dat ik vergeten ben wanneer en in welk programma precies, het moet Radio 1 geweest zijn, voor de kerst.

Het gaat om een beknopte bijzin, en daar gaan wel vaker dingen mee mis. Het voorbeeld uit mijn leerboek van vroeger zit nog steeds in mijn hoofd:

Zwaaiend reed de auto met de koningin voorbij.

Dan zwaait dus de auto, niet de koningin. Zie uitleg en andere voorbeelden.

Nou de zin die ik opschreef:

Zeilend op een schip werd een experiment uitgevoerd.

Alleen naar de grammatica kijkend klopt deze zin niet: het onderwerp van de hoofdzin is een experiment en dat kan niet zeilen. Maar de hoofdzin is een lijdende vorm, en die roept standaard de gedachte op aan een handelende persoon, dus een de ‘uitvoerder’ van dat experiment (zie mijn proefschrift). Die uitvoerder ‘zweeft’ dus ergens boven de zin, en die is waarschijnlijk ook de zeiler. 

Ik vind de zin dus een extra argument voor wat ik in mijn proefschrift betoog: dat de lijdende vorm de handelende persoon oproept. Dat vind ik interessanter dan of de zin ‘fout’ is of niet. Ik snap ‘m in elk geval wel. In een tekst zou ik hem overigens wel corrigeren.

 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

… en met ‘geachte mevrouw’ beginnen

Louise Cornelis Geplaatst op 20 december 2018 door LHcornelis20 december 2018  

Gister verscheen een leuk en nuttig vervolg op waar ik het vorige week over had: Japke-d. Bouma over de aanhef. Beste optie voor een mail aan mij: ‘Geachte mevrouw Cornelis’ of ‘Beste Louise’. Ook weer best simpel eigenlijk. Mooi koppeltje adviezen zo! En dus nog leuk ook. 

Ik heb de laatste tijd een paar in mijn reply feedback gegeven op ‘L.S.’  als aanhef van een mail aan mij (zie punt 8). Ik ben geen oudere, witte heer, en ik vind ‘m echt niet kunnen. Niet zeer omdat-ie archaïsch is – ik houd wel van een archaïsme op z’n tijd. Maar ik vind hem alleen kunnen als de naam van de lezer onbekend is, en dat was in deze gevallen niet zo: het ging om toekomstige trainingsdeelnemers die schrijfwerk bij mij aanleverden en die wisten mijn naam, en daaraan kun je prima zien dat ik een vrouw ben (alhoewel… ook punt 5 komt me bekend voor – ‘geacht heer Cornelis’, grrrr…). 

Bovendien vind ik de afkorting storend, net zoals ik me inderdaad ook erger aan ‘m.vr.gr.’ (zie punt 5 van vorige week). Een aanhef is wel meer dan twee letters waard, vind ik. 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Gewoon: ‘met vriendelijke groet’

Louise Cornelis Geplaatst op 13 december 2018 door LHcornelis13 december 2018  

De rubriek van Japke-d. Bouma in de NRC (‘vraagt door’) vind ik altijd leuk om te lezen, zeker omdat ze nogal eens managementjargon op de hak neemt – ze wordt wel de ‘jeukwoordenkoningin’ genoemd. Die van gister (p. E9) is daarnaast ook nog eens nuttig.  Ze heeft op Twitter gevraagd wat mensen wel en niet geschikte manieren vinden om een mail te onderteken. Dat leidt tot een top 10: 9 manieren waarop het niet moet (onder andere: te informeel, ironisch, archaïsch, afgekort of automatisch gegenereerd), en tot slot de manier waarop wel.

Simpel: ‘met vriendelijke groet’ vindt iedereen prima. Als je bekend met elkaar bent, kun je daar ‘hartelijke groet’ van maken. Maar niet ‘warme groet’ – dat vinden veel mensen vies. En ook niet iets met groeten – want hoe veel zijn dat er dan? 

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Symposium stijl (2): op de agenda

Louise Cornelis Geplaatst op 6 december 2018 door LHcornelis3 december 2018  

In mijn vorige post over het inspirerende symposium van vorige week kondigde ik het al aan: ik had in de aanloop bedacht wat voor soort stijl-onderzoek ik nuttig zou vinden voor mijn praktijk. Ik zou graag een oplossing zien voor de volgende drie praktijkproblemen:

  1. Ik zie schrijvers veel tijd besteden aan formuleringsdingetjes waarvan ik denk: het sop is de kool niet waard – en idem dito hun leidinggevenden, en daar klagen die schrijvers over. Dus dat hun leidinggevende hun tekst overneemt en verandert. Ze vinden het frustrerend en zien ook vaak het nut niet. En ik moet zeggen: ik soms ook niet. De leidinggevenden klagen wel eens over hoe veel tijd het redigeren kost. Ik denk dan wel eens: doe het dan niet. Maar dat nemen ze niet zomaar van me aan. 
    Dit vraagt om normatief stijlonderzoek. Ik heb vragen als: hoe scheid je hoofd- en bijzaken als je redigeert? Dus stel, je hebt als schrijvende professional of dienst baas een uur om een rapport van vijf pagina’s af te redigeren. Wat kun je dan het beste doen, en wat kun je laten? Wat zijn ‘must-have’s’ en wat zijn ‘nice-to-have’s’? Waar doe je de lezer echt een plezier mee? 
  2. Schrijvers maken in hun hoofd allerlei keuzes die resulteren in de zinnen. Wat doen ze dan eigenlijk precies, en hoe komt het dat er dan bij de een betere zinnen uitrollen dan bij de ander? En hoe kun je dat beïnvloeden? Ik weet bijvoorbeeld van onderzoek naar het effect op stijl van baan-onzekerheid en laatst las ik nog een introspectief blog over ego en stijl. Er zijn allerlei strategische en tactische overwegingen onderzocht, onder andere van beleidsschrijvers.
    Maar er is ook nog veel niet bekend. En dat vraagt dus om ‘productief’ stijlonderzoek: hoe formuleren schrijvers eigenlijk, en hoe leren ze dat?
    Ik zou bijvoorbeeld wel benieuwd zijn naar wat iemand bezielt die vindt dat hij niet altijd mag schrijver, er ten alle tijden van maakt en dan dus drie spelfouten maakt. Of: welke rol spelen alle mag-niet’s en moeten’s? 
  3. Ik zou graag meer nuance zien in het maatschappelijk stijldebat. Ik heb zelf als stokpaardje de lijdende vorm, en ik kan me groen en geel ergeren aan wat voor soort ongefundeerde en ongenuanceerde adviezen mijn vakgenoten daarover geven, in trainingen, op blogs en in handboeken. Er gaapt een kloof van jewelste tussen wetenschap en praktijk op dit gebied – het meeste schrijfadvies is in de verste verte niet ‘evidence based’. Deels is er nog onvoldoende evidence (daar gaan de vorige twee punten over), maar deels zal het veel praktijkmensen worst wezen.
    Alhoewel… worst wezen? Het is ook zo dat de wetenschap de praktijk onvoldoende bereikt. Ik heb vooral bij Tekstnet wel gezien dat er veel tekstschrijvers zijn met een enorme kennishonger. Een dankbaar publiek, lijkt me. En ik heb vrijdag ook nog gezegd dat wetenschappers ook wel wat vaker op zo’n blog mogen reageren. Iets meer ‘opvoeden’. In die zin is dit punt eigenlijk helemaal geen apart onderzoeksonderwerp. Maar het staat wel hoog op mijn wensenlijstje.

De punten vonden weerklank, soms uit verrassende hoek, want vanuit het primair en secundair onderwijs werden de eerste twee herkend – of omgekeerd, dat ik herkende wat zij zeiden. Punt 3 heeft de belangstelling van het VIOT-bestuur, en dan ook in omgekeerde zin: de wetenschap zou graag meer horen wat voor vragen er leven in de praktijk. Zo kon ik dus mijn wensen wel kwijt. Er waren ook andere agendapunten natuurlijk – het onderzoek moet vooral ook zijn eigen weg gaan. Niet voor niets schreef ik maandag al over de onverwachte vruchtbaarheid van de meer theoretische bespiegelingen. 

Ik ben benieuwd hoe het verder gaat. Ik verwacht niet dat de wetenschap ‘even’ antwoord gaat geven op mijn vragen, en voor het derde punt geldt dat beide partijen het als liefhebberij moeten doen: voor de wetenschappers is het geen onderzoek en de praktijkmensen krijgen er niet voor betaald. Zeker niet in eerste instantie. Maar het levert vast wel wat op.

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Symposium over stijl (1): inspiratie

Louise Cornelis Geplaatst op 3 december 2018 door LHcornelis3 december 2018  

Afgelopen vrijdag ben ik naar de eerste bijeenkomst, een ‘mini-symposium‘, geweest van de werkgroep stijl, een nieuw samenwerkingsverband vanuit de wetenschap waarin onderzoekers samenwerken – en waarbij praktijkmensen welkomzijn. Ik was blij om uitgenodigd te zijn, ik neem aan op grond van mijn proefschrift over de lijdende vorm en omdat ik ook in de praktijk met stijl bezig ben – vorige week postte ik er nog over.

Ik vond alleen al de aanloop naar het symposium inspirerend, want op het programma stond agendasetting en daardoor ging ik nadenken over wwat voor soort stijl-onderzoek voor mijn praktijk nuttig zou zijn. Ik kon dat inderdaad op de agenda krijgen, het sloot aan bij andere ideeën – maar daarover een andere keer meer. 

Het symposium bestond uit vier lezingen, variërend van verslag van empirisch onderzoek naar de stijl van webcare tot meer meta-achtige beschouwingen over stijlonderzoek. Dat laatste klinkt nogal fundamenteel en theoretisch, maar frappant genoeg leverde het inzichten op waar ik in de praktijk wat mee kan. Het ging vooral om twee spijkers op hun kop, zal  ik maar zeggen, en die werden geslagen door Henk Pander Maat:

  • Er is geen rechtstreekse relatie tussen een tekstkenmerk en een bepaald effect op de lezer. Dat herken ik meteen – het is waar ik op doel als ik het heb over het ‘vermaledijde’ passief: het passief (tekstkenmerk) is niet altijd ‘slecht’ voor de lezer. Henk had een model waarin de relatie tussen tekstkenmerk en effect werd ‘gemedieerd’ door enerzijds een bepaalde voorstelling van de wereld (‘construal‘) en anderzijds door een voorstelling van de communicatiesituatie. Bovendien spelen bijvoorbeeld context en genre er ook een rol in. Dat is een abstract en theoretisch model, maar het drukt wel precies uit waarom zo veel schrijfadviezen (‘vermijd het passief!’) te ongenuanceerd zijn. 
  • Wat vaak stijl genoemd wordt, is eigenlijk inhoud. Henk zei dat dat vrij terloops naar aanleiding van de stijldimensie concreet versus abstract. Ik moest er even over denken – het is juist een dimensie die ik vaak aan de orde stel. Maar inderdaad: zodra ik me een paar voorbeelden herinnerde, realiseerde ik me dat het dan wel degelijk eigenlijk gaat over een concretere inhoud. Bijvoorbeeld: in een casus die ik regelmatig doe bij een opdrachtgever formuleren de deelnemers de hoofdboodschap wel als ‘Volgend jaar wordt de cash flow negatief’ en dat vind ik dan te abstract voor mensen op de werkvloer, maar eigenlijk bedoel ik dan dat de inhoud te ver van hun bed is: te bedrijfseconomisch. ‘Als er niets verandert, gaat het bedrijf failliet en raken jullie allemaal je baan kwijt’ is geschikter. 
    Zelfs voor het passief geldt dat er vaak inhoud in het geding is. Als ik het oneens ben met te simpele ‘maak actief’-adviezen is dat veelal omdat de inhoud dan verandert. Als je van ‘de kantine wordt gesloten’ maakt ‘de directeur sluit de kantine’, dan heb je ineens een zin die over de directeur gaat, en dat is andere inhoud. Ook een leuk voorbeeld, nog even aangehaald door Henk trouwens (die kent mijn proefschrift), is het verschil tussen ‘hij werd aangereden door een auto’ en ‘een auto reed hem aan’, waarvan de tweede zin meer klinkt alsof de aanrijding expres was. Dat is dus ook niet zomaar alleen een stijlverschil. 

Beide inzichten geven me handvatten om stijlverschijnselen uit te leggen aan ‘mijn’ schrijvers. Daar ben ik blij mee. Een leuke, nuttige en inspirerende middag dus, waarin ik ook weer eens een boel bekenden uit de wetenschap sprak. Ook nog eens op een mooie plek: de Sterrenwacht in Leiden (foto van hun website):

SterrenwachtWordt vervolgd – hopelijk. Die intentie was er in elk geval wel! 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Zullen zou overbodig zijn

Louise Cornelis Geplaatst op 28 november 2018 door LHcornelis28 november 2018  

Ik maak nogal eens mee dat een schrijver het werkwoord zullen niet mag of wil gebruiken, omdat dat overbodig is. Overbodig zou zijn.  

Pun intended.

Ik bedoel: als ik hierboven schrijf dat het werkwoord zullen overbodig is, lijkt het net alsof dat inderdaad zo is, alsof ik het ermee eens ben. Door er zou zijn van te maken, laat ik mijn twijfel doorklinken. En precies dat is de functie van zullen, naast het uitdrukken van de toekomst. Nouja, uitdrukken van de toekomst zit in dezelfde hoek, want over die toekomst zijn we nooit helemaal zeker. Zullen is meer een hulpwerkwoord van modaliteit dan van tijd. 

En ja, bij al te veel zullen klinkt er dus mogelijk al te veel twijfel en voorbehoud door in een tekst. Dan wordt het slappe hap. Maar dat wil niet zeggen dat je zullen nooit mag gebruiken. Het heeft een nuttige communicatieve functie.

Dit voorjaar zag ik een tekst waarin ik het tijdsverloop niet begreep. Het was een beleidsplan, ze waren al met sommige dingen bezig, maar andere dingen gingen ze beginnen. Dat stond allemaal in dezelfde recht-toe-recht-ane tegenwoordige tijd, en dus waren die twee soorten activiteiten niet goed van elkaar te scheiden. ‘Zet er zullen bij’, zei ik, maar voor de leidinggevende van de schrijver was dat woord absoluut taboe. Jammer-jammer. Zullen is een hartstikke nuttig werkwoord.

(Even terzijde – heb ik op dit weblog al eens verteld over die baas van een bedrijf van wie zijn mensen geen als mochten gebruiken? Groter als was er bij hem uitgeramd, en om zeker te zijn dat niemand van zijn medewerkers die ‘domme’ fout zou maken, had hij als maar helemaal in de ban gedaan. Zijn medewerkers moesten zich in bochten wringen om alternatieven te bedenken voor even groot als. Daar moet ik altijd aan denken als ik met dit soort schrijfdogma’s bezig ben.)

Vorige week besprak ik de kwestie zullen met een ander team, aan de hand van acht voorbeeldzinnen die ik uit een rapport van hen had gehaald. Mij hadden ze tijdens het gewone lezen niet gestoord, maar <control-F> speurde ze allemaal haarfijn op. In totaal nog wat meer, een stuk of twaalf, op 15 pagina’s tekst.

Wat mij betreft konden de meeste zullens wel weg, maar hoefde dat niet per se. Op zich is korter en krachtiger fijn, maar ik zei ook: jullie hebben met je tijd wel andere dingen te doen dan op dit niveau je tekst finetunen. 

We zagen inderdaad ook die disclaimer-achtige functie van zullen. Daarin schoten sommige zinnen mogelijk inderdaad wat door. Het ging namelijk om een raming van toekomstige aantallen van iets, en als er dan in één zin stond dat ‘de verwachting is dat het getal waarschijnlijk zal stijgen’, dan waren dat wel heel veel slagen om de arm: de verwachting, waarschijnlijk, en zal. Daarvan kan er dan echt wel minstens eentje weg. Maar niet allemaal, dat zie je meteen ook, dan doe  je een uitspraak over de toekomst die veel te stellig is: ‘het getal stijgt’.

En nogmaals: ja, er kunnen in zo’n zin één à twee disclaimers weg, Maar als het redigeren op dat niveau van 15 pagina’s tekst je een aantal uren kost, zou ik zeggen: laat maar. Zo belangrijk zijn zulke details van de formulering niet. 

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Formuleer weloverwogen

Louise Cornelis Geplaatst op 8 november 2018 door LHcornelis8 november 2018 2

Wat mij betreft zijn er voor stijl geen absolute moetens en mag-niets. Die vermaledijde lijdende vorm bijvoorbeeld – ik weet, wellicht als geen ander, dat die ook vaak functioneel is. Het gaat erom dat je goede keuzes maakt.

Laatst had ik nog z’n voorbeeld bij de hand. De officiële lezer van een adviesrapport is niet altijd degene die de adviezen uit moet voeren. Een adviseur schrijft bijvoorbeeld voor het MT of voor een bewindspersoon, de uitvoerders zitten lager in de hiërarchie of zijn de ambtenaren. Een gebiedende wijs gebruiken voor de adviezen is dan eigenlijk een beetje gek: je spreekt de lezer aan alsof die het moet doen. 

Voor die gebiedende wijzen zijn alternatieven. In een rapport stond bijvoorbeeld geadviseerd: ‘Werk de eisen uit’, ‘Onderzoek de alternatieve mogelijkheden’ en ‘Optimaliseer het systeem’. Daar kun je iets van maken als ‘

We adviseren u de volgende activiteiten te laten ondernemen: het uitwerken van de eisen, het onderzoeken van de alternatieve mogelijkheden en het optimaliseren met het systeem.

Dan zijn de gebiedende wijzen vervangen door naamwoorden (naamwoordstijl, ook vaak verguisd maar ook vaak functioneel). 

Ik besprak dit alternatief laatst met een groepje adviseurs en die merkten – terecht – op dat je zo wel twee dingen ten nadele verandert:

  • De formulering met de naamwoorden is minder krachtig dan die met de gebiedende wijzen
  • De zinnen met de naamwoordstijl zijn lastiger te begrijpen.

Klopt allebei. Wat je kwijtraakt door het veranderen van het werkwoord in een naamwoord is het werkwoord als ‘spelverdeler’ in de zin. Aan de hand van het werkwoord weet je wat wiens rol is in de zin: het onderwerp van het werkwoord is de handelende persoon, het lijdend voorwerp is het object van de handeling, eventueel is het meewerkend voorwerp de ‘ontvanger’ van de handelig, en de rest is ‘perifeerder’. Dat bepaalt het werkwoord en dat is fijn: krachtig en begrijpelijk.

Wat mij betreft is het dus een keuze: wil je krachtig en eenvoudig schrijven, kies dan voor gebiedende wijzen. Wil je de lezer alleen aanspreken op wat hij/zij echt moet doen, gebruik dan naamwoorden.

Wat je ook doet: formuleer weloverwogen.

 

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Ook welke verandert niet

Louise Cornelis Geplaatst op 1 november 2018 door LHcornelis1 november 2018 2

Vorige week schreef ik over de geringe veranderingen op het gebied van zakelijk presenteren. Wat ook amper verandert, is het gebruik van onnodige schrijftaal. Sterker nog: in mijn waarneming rukt die weer op. De laatste tijd valt het gebruik van welke in plaats van die me erg op (zie dit advies) – wat wel de ‘verwelking‘ genoemd wordt. Ik heb er in een maand tijd zeker vijf keer wat van gezegd, en dat was soms ook tegen jonge mensen. En meer dan eens ook nog eens omdat het niet alleen onnodig stijf en formeel was, maar ook ronduit grammaticaal fout, want verwijzend naar een het-woord….

Tsja, het is deftigdoenerij en dat is vast van alle tijden, maar als je dan fouten maakt, val je wel erg door mand. Net zoals te(n) alle(n) tijde(n) gebruiken in plaats van altijd en daar dan drie spelfouten in  maken… Schrijf alsjeblieft gewoner – zoals je het zegt! 

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑