↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Besmettingen zijn mensen

Louise Cornelis Geplaatst op 14 oktober 2020 door LHcornelis14 oktober 2020 2

Uit de stortvloed aan deprimerende coronacommunicatie van de afgelopen dagen pik ik één dingetje dat me al een tijdje opvalt, maar dat vanochtend in mijn ogen een absurd hoogtepunt bereikte: de depersonificatie van besmette mensen.

Er wordt in het algemeen over besmettingen geschreven alsof het niet om mensen gaat. Gister meldde het liveblog van nos.nl bijvoorbeeld:

Het aantal bevestigde besmettingen is afgelopen week toegenomen met 60 procent. Er zijn 43.904 nieuwe positieve testen bij het RIVM gemeld.

Zo gaat het al maandenlang elke dag, en zoiets kun je ook nog uitdrukken in grafieken, ook heel abstract.

In datzelfde liveblog staat dan ook nog een kopje als:

De Jonge: nieuwste cijfers onderstrepen dat maatregelen nodig zijn

Het lijkt soms alsof het niet om mensen gaat – die elkaar besmetten, die ziek worden, soms ernstig of langdurig. Dat doet wat, lijkt me, in het beeld van mensen. Een heel beperkt leven – om  getallen, procenten en grafieken?

Het lijkt me in elk geval niet de framing die het verantwoordelijkheidsgevoel van mensen vergroot of ondersteunt, en dat hebben we hartstikke hard nodig. Niet voor niets hoor ik al een tijdje vanuit verschillende hoekjes (zo klein dat ik niet eens een linkje aan kan bieden hier – onlangs was het op de radio, maar ik viel erin, dus ik weet niet eens wie dat zei, wel een goeie) dat het de hoogste tijd wordt voor een narratief: een verhaal dat ons houvast en perspectief kan bieden. Verhalen gaan over mensen. Rutte deed gister aan het begin van de persconferentie een poging, denk ik, door het te hebben over zijn gesprek met zieken. Dat is nog lang geen narratief, maar misschien wel een aanzet.

Nou goed, deze overwegingen zitten al een tijdje in mijn achterhoofd stond ik vanochtend wel paf bij deze kop op nos.nl:

Een besmet geval? Een roeier is een geval? Bah, een besmet geval in de boot?
Dat is niet alleen maar depersonificatie, dat is zelfs onethisch, vind ik.

 

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Wat zakelijke schrijvers doen met tekst

Louise Cornelis Geplaatst op 13 oktober 2020 door LHcornelis13 oktober 2020  

Belofte maakt schuld… nu dan een blogpost naar aanleiding van het college Tekstgenres. Net deze week leent het onderwerp zich daar goed voor, want het ging vandaag over het genre zakelijke teksten, in contrast met wetenschappelijke teksten vorige week. In het boek stonden er twee paragrafen over, en die vond ik inhoudelijk goed: Biber en Conrad hebben oog voor het verschil in schrijven tussen de universiteit en de ‘buitenwereld’ – meer dan gemiddeld in de (taal-)wetenschap.

Ze schrijven onder andere (p. 160) dat in academisch schrijven het belang van de lezer niet zo centraal staat, minder dan in zakelijk schrijven:

Faculty (…) never brought up a specific concern about ease of reading. They wanted their ideas to be understood, but they never expressed concern for readers, again reflecting the less immediate audience and more general purpose of journal articles.

… en dat daarvoor in de plaats conventies een grote rol spelen die bij zakelijk schrijven in de weg kunnen gaan zitten (p. 162):

One faculty member, who instructs students to avoid first-person pronouns in their writing, commented that first-person pronouns “just don’t sound academic.” The analysis of journal articles bears this out. Unfortunately, students often generalize this to “first-person pronouns just don’t sound like civil engineering” – a damaging misconception for writing in the workplace.

Dat is voor mij heel herkenbaar. Als ik de deelnemers van mijn trainingen één ding hoop bij te brengen, is het wel meer oog voor de lezer, en dat leidt onder andere wel eens tot discussies over of je nou ‘ik’ mag schrijven of niet.

Wat ik daarbij altijd benadruk is dat de relatie tussen schrijver en lezer in een zakelijk context anders is dan in een academische: als – bijvoorbeeld – schrijvende adviseur dien je de belangen van de lezer. Als het goed is, wil je het hem/haar dan ook zo makkelijk mogelijk maken. Om de tekst te begrijpen, dus qua taalgebruik, maar ook om specifiek te zijn: het gaat niet om een zaak in het algemeen, maar om het oplossen van het probleem waar de klant je voor heeft ingehuurd en straks betaalt.

Op college hebben we dat enerzijds kunnen bevestigen en anderzijds genuanceerd. De studenten hadden namelijk elk een zakelijk schrijver uit hun eigen kring geïnterviewd. Voor wat betreft de rol die de lezer speelt in de overwegingen van die schrijvers geldt:

  • Veel zakelijke schrijvers zijn zich inderdaad bewust van het belang van de lezer en zij passen hun teksten daar dan ook aan aan. Bijvoorbeeld door te streven naar beknoptheid, bondigheid en makkelijk te begrijpen, eenvoudige taal. En ja, dat is anders dan op de universiteit; één schrijver vertelde over het contrast met hoe daar wel eens een minimum aantal pagina’s goed.
  • Sommige schrijvers en hun organisaties maken ook weloverwogen onderscheid tussen lezersgroepen, bijvoorbeeld tussen overheid en particulieren (meer en minder formeel) en tussen het interne patiëntendossier en met de patiënt zelf (meer en minder jargon) en tussen de juridische akte zelf en een bijlage in gewonere taal.
  • De schrijver is niet altijd dienend; de lezer is niet altijd een klant. Denk bijvoorbeeld aan schrijven voor collega’s. In één geval was de lezer zelfs iemand die niet kan lezen, nouja, zo ongeveer: een gastouder schrijft een logboekje en dat wordt natuurlijk vooral door ouders gelezen, maar ze spreekt daarin het kind aan met ‘je’, dus alsof het voor het kind is. En dat is het óók, maar dan ergens in de toekomst.
  • Lezergerichtheid betekent niet dat het taalgebruik daarmee vanzelf informeel wordt, informeler dan in de wetenschap. Of denk maar aan juridische teksten. Voor sommige schrijvers spelen conventies ook echt nog wel een rol. In een hiërarchische organisatie hoort bijvoorbeeld wat formeler, ouderwetser taalgebruik. Daarin verschillen zelfs organisaties in dezelfde sector – omdat hun culturen verschillen. De andere organisatiecultuur zie je dus als het ware weerspiegeld in de teksten.

Wat ik zo op een rijtje zet, is één aspect van wat in het vak de situationele context heet: de lezer. Maar situationele context is breder. Hier nog wat aspecten, waarbij ik gebruik maak van het overzicht van situationele kenmerken in het boek (p. 40):

  • Schrijver: zakelijk schrijven gebeurt bijna altijd samen, in een team. Bovendien kan er ook nog een vertaler aan te pas komen. Over de rol van de organisatiecultuur schreef ik hierboven al. En tot mijn genoegen waren er wél schrijvers die in hun opleiding al met meer praktijkgerichte genres hadden kennisgemaakt. Ik maak heel vaak mee dat dat niet zo is, dus dat zakelijke schrijvers in hun werk veel schrijven zonder dat ooit echt geleerd te hebben.
  • Omstandigheden van verwerking: veel zakelijke teksten wijken af van het prototype van geschreven teksten, waarin de schrijver een tekst eerst helemaal af en definitief maakt en daarna netjes ‘ingepakt’ (gedrukt, mooi kaftje eromheen, enzovoort) overhandigt aan de lezer. E-mail is bijvoorbeeld vluchtig, een patiëntendossier is langdurig in bewerking omdat het steeds wordt bijgevuld, sommige teksten bestaan alleen digitaal en hebben als functie vastleggen (database) of copy-paste (herbruikbare tekstblokken). Sommige teksten zijn gebaseerd op formulieren die de schrijver invult. De teksten van de gastouder waren met de hand geschreven. Heel verschillend dus!
  • Kanaal: samenhangend met het vorige punt: veel zakelijke teksten zijn ook of zelfs alleen maar digitaal.
  • Setting: Vooral in het geval van het boekje van de gastouder zijn schrijven en lezen dan dus in de tijd gescheiden.
  • Communicatieve doelen: die zijn zeer gevarieerd. Een folder voor een museum bijvoorbeeld wil een bezoek aan het museum interessant maken: net genoeg informatie weggeven om de lezer naar het museum te lokken, maar niet zo veel dat die eigenlijk alles al weet.
  • Onderwerpen: zeer grote variatie natuurlijk. Ik schoot in de lach bij het voorbeeld van een schrijver die schrijft om een rolletje plakband te bestellen. Dat is nogal wat anders dan het voorbeeld waar ik over had verteld: grote ICT-projecten, bij mijn opdrachtgever het BIT. Er kwam van alles voorbij!

Ik raakte vandaag opnieuw onder de indruk van de variatie aan zakelijk schrijven – leuk toch, wat je allemaal kunt doen met tekst!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Vingeroefening adviserend schrijven

Louise Cornelis Geplaatst op 14 september 2020 door LHcornelis14 september 2020  

De Schrijfakademie is een site met schrijfoefeningen voor middelbare scholieren, een mooi initiatief van de universitaire opleidingen Nederlands, docenten, schrijvers en uitgeverijen. Er staat een ‘vingeroefening’ op in adviserend schrijven, en die is gebaseerd op mijn boek; ik heb er zelfs naar meegekeken. Erg leuk, en mooi om scholieren al zo te leren schrijven – dat gaat prima overigens, dat heb ik al vaker gehoord. Scholieren zijn immers nog niet ‘doorkneed’ met het academische stramien, en het hele idee van ‘hoofdboodschap voorop’ – een vraag beantwoorden meteen nadat die gesteld is – vinden ze dus nog heel logisch. Wat het ook is!

Geplaatst in schrijftips, verschenen | Geef een reactie

College over genres

Louise Cornelis Geplaatst op 9 september 2020 door LHcornelis9 september 2020  

Ik ben gister weer begonnen met het geven van college! Net als anderhalf jaar geleden geef ik in Leiden één vak, bij de opleiding Taalwetenschap; dit keer is het Tekstgenres. Nouja, ‘in Leiden’… voor de Universiteit Leiden weliswaar, maar het is online. Dat ging gister prima, met 13 studenten op camera aanwezig. Ik ga mijn best doen om dat online college geven in de best mogelijke banen te leiden, maar de studenten ‘live’ zien zou toch ook heel leuk zijn, wie weet kan ik daar een mouw aan passen.

Net als bij het vorige vak dacht ik bij het voorbereiden: wauw, dit vak had ik vroeger zelf wel willen volgen! Het is super relevant voor het werk dat ik doe met adviseurs en andere schrijvende professionals. Als mensen vragen wat ik doe, zeg ik meestal ‘ik leer adviseurs betere adviesrapporten schrijven’, maar dat laat nog in het midden wat ‘beter’ is. Het zou dan kunnen dat ik ze bijvoorbeeld leer om nettere zinnen te schrijven en foutloos te spellen. Maar dat is het dus niet, of nouja, dat is bijzaak. Waar het eigenlijk op neerkomt, is dat ik ze leer dat een adviesrapport een ander genre is dan een onderzoeksverslag.

In de termen van het vak zou ik kunnen zeggen: ik leer schrijvende professionals dat de ‘situationele context’ en de ‘communicatiedoelen’, van een adviesrapport maken dat je niet zomaar klakkeloos hetzelfde kunt doen als in schoolse en wetenschappelijke teksten. Althans, dat is niet optimaal. Dat geldt enerzijds voor de genre-zaken, zoals de structuur en de plek van de hoofdboodschap. Anderzijds geldt het ook voor de register-zaken: de formuleringen in de tekst en de koppen.

Genre en register gebruik ik hier op de manier van het boek dat we gebruiken in het vak: genre-kenmerken zijn eenmalig in een tekst en grotendeels conventioneel bepaald (een wetenschappelijke tekst heeft ‘nou eenmaal’ de conclusie aan het eind); register zijn de talige kenmerken die door de hele tekst heen voorkomen, grotendeels functioneel bepaald (zoals de lange, complexe zinnen met veel abstracte woorden van de wetenschap). Genre en register zijn daarmee twee manieren van kijken naar de tekstsoort adviesrapporten – of enige andere tekstsoort.

Register is in die opvatting dan weer niet hetzelfde als stijl, want stijl gaat dan om de persoonlijke en esthetische variatie. Die definities zijn bij andere auteurs wel eens anders. Over stijl op die manier opgevat gaat het vak niet, maar het gaat naast genre wel ook over register. Oftewel: over typerende verschillen tussen tekstsoorten.

In zo’n eerste college als gister ging het vooral om dit soort dingen, dus definitie- en afbakeningskwesties. Dat is nodig om verder mee te kunnen. Wat is genre, wat is register, wat is een tekst eigenlijk (ook niet zo helder – bijvoorbeeld: is één krantenbericht een tekst, of de hele krant?), en waar gaat het vak over?

Over dat laatste: als taalgebruikers weten we allemaal een boel over tekstgenres, want we onderscheiden ze aan de lopende band, als we lezen en als we schrijven: we weten dat een nieuwsbericht er anders uitziet dan een WhatsApp-bericht en een persoonlijke brief anders dan wetenschappelijk artikel. Dat weten we impliciet; het vak draait erom die kennis te expliciteren, ook waar het gaat om nogal subtiele talige verschillen. 

De komende tijd zal ik weer regelmatig hier bloggen over de voor de schrijfpraktijk relevante zaken in het college. Die komen er zeer zeker aan!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Friese bordjes

Louise Cornelis Geplaatst op 3 september 2020 door LHcornelis3 september 2020  

Ik was een kleine week weg, met Leeuwarden en Ameland als bestemmingen en daartussenin gefietst. Zoals gebruikelijk heeft dat weer een aantal leuke of interessante bordjes opgeleverd. In het Fries natuurlijk:

Of actueel:

Maar ook met vijf woorden in vier talen (als je campus als Latijn opvat):

Of waar ik geen touw aan vast kon knopen:

Opvallend archaïsche (doch!):

Deze vond ik grappig, kijk hoe en omstreken is afgekort! En ja, een spatie te veel, of eigenlijk is zelfs het hele eerste woord overbodig.

Dit opschrift, op de voormalige Joodse school van Leeuwarden, ontroerde me zeer – hoe beknopt kun je zulk groot leed uitdrukken:

Het volgende bordje was voor ons persoonlijk een mijlpaal, want we zijn in 2008 in Buitepos, Namibië geweest, maar in het Friese Buitenpost eerder nog nooit. Dat is gek natuurlijk, dus dat hebben we dinsdag goed gemaakt:

Tot slot nog één grappig dingetje dat we zagen in de – overigens uitstekende! – B&B in Leeuwarden: kennelijk is bij Bolletje volkoren beschuit niet echt en ook niet bros, en zitten er in echt beschuit gene vezels – ofzoiets?

Kortom: een mooie week, ook op tekstgebied!

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Leuk streepje

Louise Cornelis Geplaatst op 25 augustus 2020 door LHcornelis20 augustus 2020  

Ik begon gister aan een nieuwe tube tandpasta – ik ben aan het experimenteren. Ik moest even gniffelen toen ik zag wat er op het doosje stond:

Natuurlijke bescherming tegen tandbederf zonder menthol

Zo slaat het zonder menthol op tandbederf. Ik dacht: ik zou daar een streepje tussen zetten:

Natuurlijke bescherming tegen tandbederf – zonder menthol

Ik haalde de tube uit het doosje, en verhips: op de tube staat het wél met streepje!

Rechts (scherp) het doosje; links (wazig) de tube.

Ik ga de komende tijd mijn tanden poetsen zonder menthol maar met een streepje!

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Een advies hoeft niet gehandhaafd te worden

Louise Cornelis Geplaatst op 20 augustus 2020 door LHcornelis19 augustus 2020  

Eén klein dingetje nog naar aanleiding van de persconferentie van deze week. Volgens mij was wat Rutte zei over maximaal zes mensen thuis uitnodigen een advies. Direct erna zag ik op sociale media mensen vragen hoe dat dan gehandhaafd zou gaan worden.

Welnu, als het inderdaad een advies was, dan hoef je dat niet te handhaven, want aan een advies is geen macht gekoppeld; de geadviseerde is vrij om het naast zich neer te leggen. Ook al is het advies ‘zeer, zeer dringend‘. Dat is nog steeds toch vrijblijvend. En ja, dat was dan ook de kritiek erop.

‘Maatregel’ is daarin wat mij betreft minder duidelijk. Hetzelfde geldt voor een formulering als ‘Verder blijft ook onverkort gelden dat iedereen thuis blijft bij klachten en zich laat testen.’ Mogelijk speelt die verwarring over wat echt moet en wat vrijblijvend is ook een rol bij het niet meer opvolgen van de adviezen, maatregelen en regels?

Wat mij verder vooral opviel, was dat een paar uur eerder in het nieuws was dat het aantal besmettingen niet was gestegen. Dat leek me minder alarmerend dan de toon van de persconferentie rechtvaardigde. Voor mij ontbrak daar een bruggetje. Ook dat begreep ik als meer algemeen gedeelte kritiek: dat er op zo’n persconferentie te weinig kader (en te weinig perspectief) geboden wordt.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Houdt afstand

Louise Cornelis Geplaatst op 11 augustus 2020 door LHcornelis11 augustus 2020  

Ik had het hier al eens over een wel heel frequente spelfout: een onterechte dt bij een gebiedende wijs. Door de coronamaatregelen is-ie nóg frequenter geworden: ik heb al talloze malen in allerlei varianten ‘houdt 1,5 meter afstand’ gelezen. Soms ook in een opsomming met bijvoorbeeld ‘blijf’ (thuis bij klachten) en ‘was’ (je handen vaak), waarbij ik dan altijd denk: waar komt toch de neiging vandaan om dan achter houd een t te zetten als je het bij de andere gebiedende wijzen ook niet doet?

Zondag zag ik op het water in de buurt van Schipluiden ook een houdt afstand, maar dan in een heel andere context:

Dit is niet zomaar alleen maar een spelfout, deze zette me ook echt even op het verkeerde been. Ik las houdt echt even als gewone persoonsvorm, met beroepsvaart als onderwerp. Maar dan zou het een geruststelling zijn, terwijl let op duidt op het omgekeerde.

Die t moet daar écht weg. En dan zou ik ook nog zichtbaarder maken dat het niet gaat om een zinnetje, maar om iets als ‘Beroepsvaart! Houd afstand!’

(En nog even dit: het gaat op het blog de laatste tijd vaak over bordjes en minder vaak over adviesrapporten en aanverwanten. Dat is de tijd van het jaar, dat gaat na de zomer vast weer veranderen. Ik ben veel onderweg, op de fiets, of, zoals zondag, in de kajak – van de drie kleuren bordjes rechts op de foto was de groene van toepassing.)

 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Kernzin: smal of breed?

Louise Cornelis Geplaatst op 3 augustus 2020 door LHcornelis3 augustus 2020 1

In de actuele editie van het Tijdschrift voor Taalbeheersing (nr. 1 van jaargang 42, 2020) staat een artikel van Astrid van Winden e.a. met een overzicht van normen voor goede alinea’s zoals die in lesmethoden voor het voortgezet onderwijs staan. Het gaat om alle normen, dus van markeringen met witregel en/of inspringen via thematische samenhang tot samenhang tussen de zinnen ervan. De auteurs zijn voor elk van die normen nagegaan of er in de wetenschappelijke literatuur evidentie voor is, dus of de norm hout snijdt. Dat blijkt aardig het geval te zijn. Leuk artikel, waar ik wat aan heb: het geeft overzicht en het is fijn om te weten dat de bekende normen (die ik ook hanteer in trainingen) ergens op slaan.

Tijdens het lezen viel me ineens wel wat op wat ik me niet eerder had gerealiseerd: de metaforen waarin we over de functie van de kernzin praten, conflicteren:

  • In de piramide-, zandloper of trechtermetafoor is de kernzin smal: het topje van de piramide (bij ‘kernzin voorop’), het het middelste stukje van de zandloper (‘kernzin in het midden’) of onderste stukje van de trechter (‘kernzin achteraan’). Het artikel gebruikt deze metafoor, en ik natuurlijk ook – het hele piramideprincipe berust erop.
  • In de paraplu-metafoor is de kernzin breed: die overkoepelt (koepel is overigens ook een metafoor) de hele alinea; de rest van de zinnen werkt ‘m uit. Het artikel gebruikt die niet, maar ik wel, niet alleen voor alinea’s, maar ook voor de hoofdboodschap van de hele tekst.

En zo realiseerde ik me dus dat ik tegenstrijdige signalen afgeef over of de kernzin smal of breed is – beide begrippen zijn overigens ook wéér metaforen, abstracte, ruimtelijke in dit geval. Het is echt lastig om over dit soort abstracte zaken als functies van zinnen te praten zonder metaforen te gebruiken. Dat is ook niet mijn doel, maar ik ga wel iets scherper letten op mijn eigen metaforen.

Dit staat dus niet in het artikel, maar dat het me tot zo’n inzicht inspireert, pleit ervoor!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | 1 reactie

Lekker schrijven

Louise Cornelis Geplaatst op 28 juli 2020 door LHcornelis28 juli 2020  

Ik zit eindelijk weer echt lekker te schrijven! Vorige week hebben zich twee fysieke problemen tegelijk opgelost die allebei al een tijdje sleepten:

  • Ik  moest mijn hoofd naar achter kantelen om scherp te zien op het beeldscherm. Ik dacht dat ik misschien baat zou hebben bij een beeldschermbril, maar volgens de opticien was het toch gewoon behoefte aan een nieuw varifocus brillenglas rechts: door die knak in mijn nek keek ik eigenlijk door mijn leesgedeelte naar het scherm. Vorige week kwam mijn nieuwe glas, en inderdaad: ik kan nu weer ‘gewoon’ scherp zien op het scherm. Fijn! Ik had het een tijdje uitgesteld omdat het nogal een uitgave is en mijn ogen soms wat heen en weer wiebelen qua sterkte. Maar dit wiebelde al een tijdje toch echt niet meer de goede kant op: het was de hoogste tijd voor dat nieuwe glas.
  • Van veel kortere duur maar acuter irritant was het probleem ‘stroeve spatiebalk’. Dat is zoiets wat sluipend vervelend wordt – ik zei een paar weken geleden al dat ik een nieuw toetsenbord nodig had. Vorige week was het echt vervelend geworden, toentypteikalleennogmaarzo en zette ik de spaties er later tussen, met harde meppen. Dat lukte dan nog wel, maar gewoon typen met tien vingers niet. Dus snel naar de winkel. Dat is een speciale, met ergonomisch verantwoorde kantoorspullen: ik heb een klein, plat toetsenbord zonder numeriek gedeelte. Op deze manier hoef ik niet ver naar rechts met mijn hand voor de muis, en dat scheelt veel in de belasting.

Belangrijke aanpassingen, zeker in een tijd waarin ik nog steeds veel meer doe vanaf mijn eigen werkplek dan anders. Bovendien ben ik als eigen baas verantwoordelijk voor mijn eigen arbozaken, en de valkuilen van beeldschermwerk zijn mijn grootste arbeidsgezondheidsrisico. Zo kan ik weer voort!

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑