↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: schrijftips

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Het is niet zeker dat deze korte tip werkt

Louise Cornelis Geplaatst op 18 februari 2026 door LHcornelis18 februari 2026  

Leuk stukje op Tekstblad.nl: vier onderzoeksresultaten over het communiceren van onzekerheid, in vier verschillende contexten. De tweede gaat over leiders in het bedrijfsleven. Als die onpersoonlijk formuleren (‘het is niet zeker’) komen ze als competenter over dan als ze dat persoonlijk doen (‘ik ben niet zeker’).

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Zware studiedag over schrijven met AI

Louise Cornelis Geplaatst op 9 februari 2026 door LHcornelis9 februari 2026  

Kort na het VIOT-congres had ik vrijdag alweer zoiets: de jaarlijkse NACV-dag voor docenten academische communicatieve vaardigheden waar ik graag heen ga (zoals vorig jaar). Op basis van het programma stelde ik me voor dat het dit keer een soort studiedag ‘schrijfonderwijs in tijden van AI’ voor me zou worden, en daar had ik wel zin in.

Nou, dat liep wat anders. Op de heenweg strandde mijn trein in Rotterdam in meervoudige storingen; een stuk Randstadrail, tram en bus via Zoetermeer later was ik uiteindelijk een uur te laat ter plekke. En dat viel nog mee: er vervielen een paar praatjes omdat de spreker zich gewonnen had gegeven in de treinenchaos. (Ik kon me dat voorstellen: ik had ook overwogen om te draaien, vooral toen ik opgepropt in een benauwde metro druk stond te hannesen met de relevante apps om uit te vogelen hoe ik misschien toch nog in Leiden kon komen – wat overigens wel verbondenheid gaf met de lotgenoten.)

Bovendien waren er zieken, en zo was het programma nogal op de schop gegaan, en het was al niet zo heel veel. Daarbij een praktische consequentie: met soms maar 2 in plaats van 4 parallelsessies was er niet genoeg plek in de zaaltjes voor alle belangstellenden. Dat betekende staan en op de grond zitten. Na die reis trok ik dat even niet, en zo liet ik nóg een ronde praatjes gaan, waarin mijn voorkeurslezing toch al was vervallen.

Tsja, en daarbij nog wat randzaken die me anders misschien niet zwaar waren gevallen, maar nu wel: de zalen door de drukte warm en benauwd, geen garderobe, dus lopen sjouwen met tas en jas, heel slechte koffie, een rij voor de lunch, eerst niet genoeg vegetarische broodjes (was foutje, het kwam later goed)… Overmacht speelde een grote rol en mijn verwachtingen op basis van eerdere NACV-meetings ook, maar toch: ik vond het ronduit armoedig en voor mij zelf werd het alles bij elkaar zo een best wel zware dag.  

Eerlijk gezegd: daar stond inhoudelijk niet genoeg tegenover. Ik heb uiteindelijk drie praatjes wel bijgewoond en die waren leuk, maar van het niveau: ‘dit is hoe wij in onze opleiding omgaan met AI’. Ik herkende vrij veel, vond af en toe een andere inkadering of werkvorm wel interessant maar ik hoorde weinig écht nieuws en ik miste overstijging van de ervaringen of iets van onderzoek of theorievorming.

Dat was jammer, maar het glas is beslist ook halfvol, zo concludeerde ik: ik ben wel goed bij, qua schrijven met AI. Ik bedoel: toen ChatGPT opkwam en ik ineens in trainingen vragen kreeg als ‘waarom moeten we zelf nog leren schrijven?’ wist ik me geen raad en ben ik me dus snel gaan verdiepen in het thema en ermee gaan experimenteren, zelf en in mijn trainingen. Dat heb ik echter niet heel erg veel gedaan: ik vind dat er aan het gebruik van generatieve AI dusdanig veel haken en ogen zitten dat ik er voor mezelf zeer terughoudend in ben. Daardoor is mijn ervaring ermee beperkt, vind ik zelf. Dat maakt me wel eens wat onzeker tegenover ‘heavy users’.

Maar vandaag stelde me gerust over wat ik weet over wat de opmars van AI betekent voor het leren schrijven voor hoger opgeleiden. Iedereen is nog aan het experimenteren kennelijk en echt vernieuwende inzichten zijn er niet. Ja, studenten moeten leren waarvoor ze AI wel en beter niet kunnen gebruiken, dat het het soms moeilijker dan wel slechter maakt, en dat het alleen maar belangrijker is geworden om zelf kritisch te kunnen lezen en denken én het schrijfproces goed te beheersen.

Dat wist ik allemaal al, zie mijn artikel in Tekstblad, maar de geruststelling dat ik niet ergens iets over het hoofd zie is de moeite waard. En gelukkig was het, net als in Antwerpen de week ervoor, wel gezellig en reed de trein terug naar huis gewoon in een keer door.

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Zweedse koks in Antwerpen

Louise Cornelis Geplaatst op 2 februari 2026 door LHcornelis2 februari 2026  

Als het enigszins uitkomt, ga ik er altijd heen: het VIOT-congres, de wetenschappelijke conferentie op mijn vakgebied. Vorige week was het weer zover, in Antwerpen, op een mooie plek in de oude binnenstad. De keer daarvoor was twee in plaats van de gebruikelijke drie jaar geleden en dat is de nieuwe frequentie, begrijp ik. Van mij mogen ze over twee jaar wat kritischer kijken naar het programma, want dat ging wat mij betreft als een nachtkaars uit: de eerste dag was overladen, de tweede dag was nog tot half 3 interessant, en daarna was er voor mij te weinig om nog voor in Antwerpen te blijven en dat heb ik dan ook niet gedaan.

Die krappe twee dagen waren echter wel weer de moeite waard, als uitje, reünie (zo noemde een vakgenoot het terecht) en ook wel omdat ik het leuk vond om het deel van mijn hoofd dat zich graag bezighoudt met methoden van onderzoek weer eens aan te spreken. Punt. Wat er ontbreekt hier is dat het zakelijk nuttig en dus inhoudelijk relevant voor mijn werk was, en dat klopt. De trend die ik twee jaar geleden signaleerde, dat ‘schrijven door/teksten van professionals’ uit is, zet zich voort.

Er was slechts één lezing met misschien een link naar mijn praktijk: die van Henk Pander Maat over herschrijven. Die was echter wel behoorlijk theoretisch en aan het eind ontging me iets – het was tegen het einde van die volle eerste dag en mijn hoofd was een beetje klaar. Mogelijk ook doordat de CO2-meter in de ruimte tot diepdonkerrode waarden was opgelopen – ik had zicht op de meter en vroeg me af waarom die er hangt als niemand er iets mee doet. Nouja, Henk gaat me z’n Powerpoint sturen en dan ga ik er nog eens beter over nadenken.

Er was wel een duidelijke rode draad – natuurlijk ook wel ingegeven door mijn keuzes in de parallel-sessies, maar de trend was meteen al gezet in de plenaire openingslezing: de taalbeheersing moet naarstig op zoek naar nieuwe onderzoeksmethoden. In die eerste lezing ging Hans Hoeken nader in op wat hij al samen met Daniel O’Keefe in 2021 op de kaart zette: dat het effect van tekstontwerpkeuzes op de overtuigingskracht in experimenteel onderzoek niet aan te tonen is.

Het effect van tekstontwerpkeuzes is er niet, klein en/of onvoorspelbaar. Later drukte Carel van Wijk het in zijn lezing uit als de ‘Januskop’ van tekstontwerpkeuzes: wat voor de een levendig geschreven is, is voor de ander verwarrend. De een vindt een informele stijl aardig een vertrouwd overkomen, een ander neemt zo’n tekst niet serieus. Mij leert dat dat je goed moet weten voor wie je schrijft, en ook dat je bij het schrijven niet je best hoeft te doen op perfectie.

Voor een schrijvende professional is zo’n relativerende boodschap niet verkeerd, maar voor onderzoekers is het slecht nieuws. Hoeken noemde zichzelf daarom tegenover het publiek de ‘meest deprimerende collega’. Maar zo zwart is het eigenlijk niet, zei hij zelf, en inderdaad: als met behulp van de juiste ontwerpkeuzes een tekst wel heel erg overtuigend te maken is, worden onze overtuigingen rechtstreeks bepaald door zo’n tekst. Dan zouden wij allemaal speelballen zijn in de handen van tekstschrijvers. Zo makkelijk is overtuigen gelukkig niet. 

Toch is het ergens wel het ideaalmodel van de taalbeheersing, zo schetste Hoeken: dat er een recept zou zijn als, zeg: pak drie sterke argumenten voor, weerleg een zwak argument tegen, voeg er wat humor aan toe en een bepaalde dosis levendigheid, en klaar is je overtuigende tekst. Hij toonde daarbij een plaatje van een topkok. Maar, zo zei hij, wij taalbeheersers lijken eerder op de…

Zweedse kok van de Muppetshow (bron plaatje: https://nl.pinterest.com/pin/2251868552177727/)

Zo’n plaatje zat echt in Hoekens presentatie, heerlijk! Met als strekking: taalbeheersers-Zweedse-koks weten dus eigenlijk niet wat de succes-ingrediënten zijn van een overtuigende tekst. Hoeken liet zien wat dat voor de methoden van onderzoek betekent. Eén van de problemen is de vaagheid van de gemeten termen. Wat is ‘levendig’ bijvoorbeeld, als het om een tekst gaat? Hoeken bepleitte een stevigere fundering in de theorie, betere definities bijvoorbeeld.

Nou, de toon was gezet. In de rest van de conferentie werd ik heen en weer geslingerd tussen een soort vertwijfeling als er wéér een Zweedse kok op zoek ging naar een ingrediënt en op basis van weinig theorie, vage operationalisaties, twijfelachtige manipulatie van de onafhankelijke variabele* en wel een dikke dosis precisie-statistiek – steeds dikker, want dankzij een nieuwe methode kan iedereen aan de haal met mediërende factoren. Mij stoort dat al sinds ik als ‘buitenstaander’ (niet-wetenschapper) mijn vakgebied bekijk, dus al meer dan 25 jaar.

Maar aan de andere kant: er was ook hoop. Omdat het er nu eindelijk expliciet over ging. Meteen na Hoekens lezing verontschuldigden twee sprekers zich voor hun eigen verhaal, omdat ze moesten erkennen dat ze in de net door hem geschetste valkuil waren gevallen. En op donderdagochtend was een heel panel gewijd aan methoden voor het onderzoek naar het effect van stijl. Ook daar weer Zweedse koks, maar ook interessante discussie, overigens zonder duidelijke conclusie, hooguit iets over de waarde van ‘mixed methods’. 

Buiten deze rode draad heb ik eigenlijk niet eens zo heel veel gehoord. Nouja, een paar andere presentaties. Over stoken als taalhandeling, spelfouten van ervaren schrijvers (kom ik nog een keer apart op terug), over herschrijven dus, en tot slot (nouja, voor mijn vertrek) een plenaire lezing door Walter Daelemans over generatieve AI, inzoomend op de mogelijkheden en beperkingen van Nederlandse taalmodellen.

Mijn conclusie van de twee dagen was: dikke inhoudelijke crisis. En daar ligt zowel dreiging als kans. De kans is dat er echt iets gaat veranderen. Ik zou niet weten welke kant op en hoe, maar dat is ook niet aan mij. Wel stemt het me hoopvol. Bij de dreiging voegt zich echter dat het geen makkelijke tijd is voor de wetenschap in het algemeen en voor Letteren in het bijzonder. Als Zweedse kok kun je wel over het ingrediëntje dat je toevoegt publiceren, en als dat voorop staat, verandert er weinig. Sterker nog, dan dreigt fragmentatie en steeds dieper wegkruipen in het laboratorium, in de zin van: steeds verder af komen te staan van wat gewone taalgebruikers doen met tekst. Want dat was bij sommige experimenten wel heel ver.

Ik kijk al uit naar het volgende congres, want ik ben benieuwd hoe de taalbeheersing er over 2 jaar voorstaat. Dat is wel spannend. Niet alleen signaleerde ik die inhoudelijke crisis en het nachtkaars-programma, maar ook waren er maar weinig deelnemers. Toch wat zorgelijke ontwikkelingen, lijkt me. Gaat het vakgebied die trend keren?

 

* Onafhankelijke variabele: de tekst en de herschrijving die je in het experiment aan proefpersonen voorlegt om ze met elkaar te vergelijken – als dat bijvoorbeeld maar één tekst is, kan alles wat je vindt toevallig aan die ene tekst liggen

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Met een pro-drop naar de sportschool

Louise Cornelis Geplaatst op 30 januari 2026 door LHcornelis27 januari 2026  

Afgelopen maandag stond er op nos.nl een sportbericht met deze kop:

Uit het bericht begreep ik dat ik dat citaat moet lezen met ik erin: ‘Maar ik ga niet mee naar de sportschool’. Bij mij wringt dat. Ik kan ga eigenlijk niet anders lezen dan als gebiedende wijs, dus al advies of waarschuwing van Van der Vaart aan Van Barneveld dat Raymond maar beter niet met Rafael mee kan gaan naar de sportschool, want niet leuk, te zwaar of iets dergelijks. 

Maar dat is het dus niet. Ga is geen gebiedende wijs maar de eerste persoon tegenwoordige tijd van gaan, alleen zonder ik. Dat is een geval van pro-drop: weggelaten voornaamwoord. In veel talen is dat heel gewoon (Spaans, Latijn en Russisch zijn bekende voorbeelden), maar in het Nederlands niet. Op de Wikipedia-pagina wordt het als behorend tot ‘zeer informele registers’ bestempeld. ‘Is goed’ er een veelvoorkomend voorbeeld van, maar ik kan me nog herinneren dat dat opviel toen het oprukte rond de eeuwwisseling, in elk geval bij taalkundigen. 

Voor mij is een nieuwskop met pro-drop ergens toch onacceptabel, althans, dat leid ik af uit mijn verkeerde interpretatie van de kop. Manlief had er echter geen moeite mee. Hij baseerde wel zijn correcte interpretatie op de aanwezigheid van mee in de zin. Dus meer uit de inhoud afgeleid dan uit de vorm van ga.

Dus zou ik zeggen: doe maar niet, pro-drop in een kop.

 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Sprekend proefschrift

Louise Cornelis Geplaatst op 27 januari 2026 door LHcornelis21 januari 2026  

Ik heb het hier eerder gehad over het onderzoek van Geerke van der Bruggen naar begrijpelijkheid en acceptatie van rechterlijke uitspraken. Vorige maand promoveerde ze; haar proefschrift heet Sprekende uitspraken. We hadden elkaar net ervoor gesproken bij een bakje koffie in Utrecht en afgesproken proefschriften uit te wisselen. Ik heb het net gelezen, nouja, zeker niet alles. Dat is bij proefschriften sowieso niet helemaal realistisch, zal ik maar zeggen, en bovendien kende ik een deel van het boek al, want het is een verzameling van enkele andere publicaties van haar. Zo staat het cirkelmodel er ook weer in.

Van der Bruggen houdt zich bezig met een ander genre dan ik, maar er zijn wel overeenkomsten. Dat cirkelmodel herken ik bijvoorbeeld heel goed van mijn opdrachtgevers bij de overheid en ze onderzocht onder andere of ‘hoofdboodschap voorop’ de begrijpelijkheid bevordert. Desalniettemin moet ik oppassen om het proefschrift te lezen met mijn genre, adviesrapporten, in mijn achterhoofd, want dat zijn echt andere teksten. Toch ga ik er twee dingen uit op mijn eigen werk betrekken:

  • Geerke zei het al toen we elkaar spraken: als nou iets de begrijpelijkheid bevordert, is het extra uitleg van de vaktermen en andere moeilijke begrippen. Dat ga ik onthouden. Ik vind mezelf regelmatig terug in discussies over jargon, en dan ga ik dit onderzoeksresultaat in de strijd werpen: als je dan geen gewoner woord kunt bedenken, leg het jargonwoord dan tenminste uit!
  • De resultaten voor ‘hoofdboodschap voorop’ zijn niet eenduidig. In een experiment ging het om twee teksten; bij de ene verbeterde had vooropplaatsing van de conclusie een positief effect op het begrip van leken, bij de andere niet. Van der Bruggen geeft als verklaring (p. 152) dat bij die eerste tekst vraag en antwoord beter (meer intuïtief) op elkaar aansluiten dan bij de tweede. In die tweede staat de vraag centraal of de gedaagde een rekening moet betalen aan een derde partij. Het antwoord is dat de vordering van de derde partij ‘onvoldoende onderbouwd’ is. Daar zit een gat tussen, ja. Als het een adviesrapport zou zijn, zou ik zeggen: dat gat is te dichten door de ‘so what’ te expliciteren: wat betekent dat antwoord nou precies? Moet de gedaagde die rekening wel, niet of misschien later betalen? Als je die strekking verwoordt, sluit het antwoord wel goed aan, met mogelijk beter tekstbegrip als gevolg. Maar misschien kan dat juridisch niet. 

Dan nog iets wat te maken heeft met vorm en inhoud én met mijn eigen proefschrift. Aan het eerdere contact met Geerke hield ik verdiept inzicht over in de achtergrond van de tekstconventies die naast het juridische en adviesdomein ook het wetenschappelijke schrijven bepalen.  Ik schreef ook daar eerder over: eraan ten grondslag ligt het instandhouden van de modernistische mythe van objectiviteit. In Sprekende uitspraken gaat het daar ook weer over en ik las dat met plezier (paragraaf 3.5). Sprekende uitspraken doorbreekt zelf die mythe met een formuleringskeuze: voor een proefschrift staat er vaak ik in. Dat is nogal taboe, maar niet voor mij. Ik heb me in het vermijden van ik verdiept voor mijn proefschrift, want veel schrijvers kiezen dan maar voor lijdende vormen, een van de conventionele stijlkenmerken in de wetenschap. Daar wordt de tekst bepaald niet leesbaarder van, en het is ook weer zoiets dat die mythe in stand houdt: alsof je er als onderzoeker zelf niet toe doet. Ik heb zelf dus ook I gebruikt in mijn Engelstalige proefschrift, vooral in de rol van ‘regisseur’ van de tekst: ‘I will introduce/discuss… ‘ enzovoort. Daarnaast veel meervoud we, bijvoorbeeld als ik onderzoek samen met scriptiestudenten had gedaan. 

Van der Bruggen schrijft bijna overal ik als uitvoerder van het onderzoek: ‘Omdat… deed ik een vervolganalyse’ (p. 119) of ‘Voordat ik stellingen over de tekst aan de procespartijen voorlegde, vroeg ik ze om een rapportcijfer voor de tekst…’ (p. 123). Dat zijn heel willekeurige voorbeelden, zulke formuleringen staan overal. De tekst wemelt van ik. Dat is echt ongebruikelijk. Ik waardeer de doorbreking van de mythe.

Wel gaat dat me af en toe te ver: te veel ik. Nouja, de ik‘en zijn nog tot daaraan toe, maar ik zou mijn in bijvoorbeeld ‘Hiervoor heb ik mijn vier hypotheses (…) gepresenteerd’ en ‘Voor mijn experimenten gebruikte ik twee relatief korte rechterlijke uitspraken…’ (p. 136) vervangen door een lidwoord: de hypotheses/experimenten. Makkelijk te realiseren, en net wat neutraler. Naar mijn smaak staat anders te zeer de persoon van de onderzoeker centraal. Maar ik realiseer me wel: dat is dus een kwestie van smaak, en het kan ook gewenning zijn. Als meer wetenschappers zo zouden schrijven, zou het minder opvallen. Zou ik het dan wel okee vinden? Leuk als een proefschrift dat soort bespiegelingen oproept.

Nog eentje dan. Mij valt ook nog op dat er af en toe juist wel een passief staat – iets wat mij ongetwijfeld veel meer opvalt dan een willekeurige lezer. Bijvoorbeeld op p. 112: ‘De constructen uit het model zijn in de vragenlijst geoperationaliseerd als sets van stellingen’. Dat is typisch academisch proza, zal ik maar zeggen – hoezo daar wel zo? Twee zinnen in dezelfde alinea later staat er wel weer ik – een alinea met een perspectiefbreuk dus. Net als waar het op p. 114 gaat over de brieven die bij de vragenlijsten stonden: het specifieke doel ‘werd niet vermeld’ en ‘in de brief werd gesproken’. Twee vage lijdende vormen: ze laten in het midden wie dat heeft gedaan. De versturende partijen, twee rechtbanken? Distantieert Van der Bruggen zich daar zo net een beetje van? Dat zou namelijk passen bij mijn visie op de lijdende vorm: dat geeft meer distantie ten opzichte van de handelende persoon (het is de opeenstapeling van distantie die teksten met veel passieven zo slecht te pruimen maakt). 

Maar goed, dat is wel erg in detail op een klein aspect van de vorm. Terug naar de inhoud van Sprekende uitspraken: dit boek inspireert mij om vraagtekens te blijven zetten bij de mythe van objectiviteit, in elk geval omwille van de lezer (ik denk dat het belang groter is dan dat). Hopelijk geldt dat voor meer vakgenoten.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Spelen bij Tekstblad

Louise Cornelis Geplaatst op 4 december 2025 door LHcornelis4 december 2025  

Vorige week was ik bij een bijeenkomst van de redactie van Tekstblad. Nogal mijn vak-lijfblad: ik ben abonnee sinds het tweede of derde nummer, 1995, en in 1996 al verscheen mijn eerste artikel erin. Er volgenden er meer en het einde is wat mij betreft nog niet in zicht. Maar al die jaren lang was dat als losse medewerker, en zodoende was ik nog nooit bij een redactievergadering ofzoiets geweest. Dat was dit ook niet echt: ze noemden het ‘brainstorm en borrel’ voor de redactie en de vaste medewerkers. Daar zijn ze een tijdje geleden mee begonnen. Het was nog niet uitgekomen om aan te schuiven, maar dit keer kon het wel. Dus op naar Utrecht. 

Ik vond het fijn om een aantal andere Tekstbladmensen te zien. Eén van de dingen waar we over brainstormden, was over de rol van spel/spelen in ons werk. Er was iemand bij om ons tot denken aan te zetten die Lego zakelijk inzet – helaas was dat donderdag niet het geval (en helaas ben ik zijn naam vergeten – dat ging nogal snel). Lego, daar speelde ik als kind erg graag mee. Het ging er rond ‘zakelijke Lego’ even over dat dingen vastpakken en voelen met je handen iets doet. Ik herinnerde me ineens een van mijn Tekstblad-artikelen: in 2001 schreef ik over de herontdekking van schrijven met de hand, en hoe anders dat is dan ‘hakken’ op een toetsenbord. Daar zat toen achter dat ik mijn hand gebroken had; die herontdekking was afgedwongen – maar leerzaam. Sowieso ervoer ik in die tijd hoe belangrijk het is om dingen letterlijk ‘in de hand’ te hebben. 

Dat was mijn eerste link tussen werk en spel. Ik ontdekte er nog vier meer:

  • De begeleider vroeg om na te gaan wat we als kind graag deden, en in hoeverre dat terugkwam in ons werk. Nou, dat wist ik wel: lezen! Ik was een kind dat graag ‘met een boekje in een hoekje’ zat, ik was een echt ‘leesbeest’. Lezen is nu de kern van mijn werk, meer dan schrijven. Het kritisch tegenlezen van adviesrapporten is misschien niet het meest speelse soort lezen, maar de overeenkomst is wel dat ik me ingraaf in de wereld van die tekst. En dat blijft fijn. (Nu ik dit zo opschrijf, zie ik me bij dat ‘ingraven’ ineens op het strand een kuil graven – ook een favoriete kinderbezigheid van me)
  • Ik gaf al jaren onderwijs en trainingen toen ik toneel ging spelen. De overeenkomst vond ik frappant. Zeker een hoorcollege is heel dichtbij wat een acteur op het toneel doet, althans, ik merkte dat ik uit hetzelfde vaatje tap daarbij. 
  • Ik ga altijd graag voor een sessie aan de slag moet met schaar, plakband, gekleurd papier en dergelijke. Soms doe ik het erom, dus dan bedenk ik expres een werkvorm waarbij ik me op dat punt kan uitleven. Al is het maar briefjes uitknippen voor een oefening! Ik ben er niet eens heel goed in – ik ben bijvoorbeeld een slordige knipper. Dat was ik als kind ook al. Het slaat mijn spel dood als ik al te precies moet zijn. Gelukkig bepaal ik dat nu zelf. Voor het doel van mijn oefeningen is een scheef stukje of een hapering niet erg.
  • Nogal voor de hand liggend is het ’taalspel’: van mooie zinnen maken via creatief schrijven tot me verwonderen over gekke bordjes!

Dit was leuk om over na te denken. Spelen is belangrijk, ik zei dat ook nog: het is voor mij al jaren een grotere uitdaging om mijn werk leuk te houden dan om genoeg te verdienen. Dat het voldoende speels is, speelt daar een rol in. 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Schemerengels

Louise Cornelis Geplaatst op 26 november 2025 door LHcornelis9 december 2025 2

In mijn werk heb ik veel te maken met wat ik ‘Schemerengels’ noem: Nederlands waar het Engels nog doorheen schemert. Ik weet meteen waar ik aan toe ben als er kritisch staat waar het kritiek (critical) moet zijn en opwindend voor spannend (exciting). Onlangs kon ik het niet laten om bij een redactionele ingreep waarin ik acteren door handelen verving in een opmerking iets te schrijven als: ‘acteren doe je op het toneel’.

Intrigerend vond ik onlangs een geval van sleutel: is dat het ding waarmee je een deur opent of iets cruciaals, zoals in key success factors? Op het symposium over digitale veiligheid van mijn opdrachtgever het Adviescollege ICT-toetsing afgelopen donderdag wist ik bij ‘gerichte aanval op sleutel ICT-beheerders’ niet hoe het zat. Nouja, het zal niet hun fysieke sleutel geweest zijn, maar er zijn ook digitale sleutels – in Vlaanderen is het een soort DigiD bijvoorbeeld, en ik kan me voorstellen dat ICT-beheerders ook zoiets hebben. Maar de aanval kan ook gericht zijn geweest op de belangrijkste ICT-beheerders, als in sleutelfiguren. 

Daar komt natuurlijk ook het probleem van de losgeschreven samenstellingen om de hoek kijken. Daar wemelt het bij Schemerengels van. Wat me daar de laatste tijd aan opvalt, is dat die samenstellingen soms heel lang zijn, en dat simpelweg de spaties verwijderen niet tot goed Nederlands leidt. Weer van het symposium: internet natiestaat interceptie capaciteiten. Internetnatiestaatinterceptiecapaciteiten – nee. Ik denk dat het iets moet worden als ‘de capaciteiten om het internet van een natiestaat te onderscheppen’, maar ‘het vermogen van een natiestaat om internet te onderscheppen’ kan ook. Net als bij de sleutel ICT-beheerders ontbreekt het me aan de benodigde vakkennis om te weten wat de juiste oplossing is.   

Vier zelfstandig naamwoorden op een rijtje, en zoek het verband maar uit. Het Engels is daarin, zo lijkt me, abstracter dan het Nederlands, door het impliciet laten van dat verband – het enige wat je hebt is de volgorde. Vier is een extreem geval, maar bij het redigeren heb ik er soms met twee of drie waar ik ook een voorzetsel voor nodig heb om er ‘echt’ Nederlands van te maken. Dat voorzetsel expliciteert de relatie. Bijvoorbeeld: de combinaties van eigennaam met iets: het EU leiderschap, het <bedrijfsnaam> management, de <bedrijfsnaam> aanpak, enzovoort. Die herschrijf ik met van. Het lijkt wel alsof het Nederlands dat explicietere verband afdwingt.

Nou zijn de meeste Schemerengelse samenstellingen wel te begrijpen, maar internet natiestaat interceptie capaciteiten vond ik een puzzeltje. Sterker nog, internet nation interception capabilities ofzoiets lijkt me óók puzzelen voor Engelstaligen. Althans, als het geen dagelijkse kost voor je is. Als je er elke dag praat of leest of schrijft, is het ongetwijfeld gesneden koek. Dat is een algemeen verschijnsel: experts communiceren abstract over hun eigen expertise. Onderling is dat geen probleem, maar voor buitenstaanders wel. Als relatieve buitenstaander heb ik me op het symposium prima vermaakt met dat puzzelen. 

 

Geplaatst in schrijftips | 2 reacties

Grammatica in het wild

Louise Cornelis Geplaatst op 14 november 2025 door LHcornelis14 november 2025 2

Gisteravond woonde ik online de Letter en Geest-lezing van Ronny Boogaart bij. Dat was leuk en interessant. Ronny (zeer gewaardeerde vakgenoot die ik al sinds mijn studie ken) had het over ‘grammatica in het wild’: interessante taalkundige fenomenen die je om je heen ziet, gewoon op straat bijvoorbeeld. Bordjes dus, en die interesse deel ik met hem – ik het het op dit blog ook graag over bordjes.

U wordt weggesleept

In het bijzonder gaat het Ronny om bijzondere relaties tussen vorm en betekenis. Het bordje uit de titel, ‘u wordt weggesleept’ is daar een mooi voorbeeld van: het is niet de u die wordt weggesleept en de betekenis van de korte boodschap (maar drie woorden) is heel rijk, namelijk iets als ‘parkeren is hier strikt verboden, dus als u uw auto hier parkeert, kan die door de bevoegde instantie worden weggesleept en dan zijn de kosten daarvan en van eventuele schade voor u’. Ter vergelijking liet Ronny Duitse bordjes zien met dezelfde betekenis, en die bevatten veel meer woorden, want daar is dat allemaal uitgeschreven. Duits is dus explicieter in dit soort situaties, dat is een heus cultuurverschil, daar had Ronny meer voorbeelden van.  

Enkele andere voorbeelden betroffen de bijzondere betekenis van een samenstelling. De voorbeelden waren bordjes met Struikelgevaar en Voetgangersgebied. Voor taalgebruikers zijn dat geen ondoorgrondelijke boodschappen, maar het is wel frappant dat ze beide iets anders betekenen dan de meeste andere samenstellingen met diezelfde elementen. De meeste samenstellingen op -gevaar betreffen namelijk niet gevaar voor jezelf, maar voor iets anders, zoals instortingsgevaar. En in de meeste samenstellingen met -gebied betekent dat niet dat iets anders in dat gebied niet mag, terwijl je in een voetgangersgebied echt niet mag fietsen. (In de twee links hiervoor zie je trouwens hoe je dat zelf snel kunt onderzoeken: door gebruik te maken van jokers in de Woordenlijst).

Een andere vorm van grammatica in het wild betreft de ‘Pickwicktheevraag’. Op de labeltjes van thee van dat merk staan vragen. Ik vond online zelf deze:

Welke film heeft echt indruk op jou gemaakt?

Die zat niet tussen Ronny’s voorbeelden, maar hij doet wel precies wat Ronny liet zien: er zitten nogal wat presupposities (vooronderstellingen) achter de vraag. Bij deze bijvoorbeeld dat je films kijkt en die langs een indruk-meetlat legt, mogelijk ook nog met een onderscheid tussen echte en onechte indruk. Bovendien zijn het geen echte vragen, eerder suggesties om eens over na te denken of te praten. Er zitten ook wel eens gekke formuleringen tussen, zoals ‘Welke kruiden zijn niet te missen in jouw keuken?’, waar niet te missen wordt gebruikt waar onmisbaar de juiste term zou zijn. 

Om uit te drukken wat ‘Welke kruiden zijn niet te missen in jouw keuken?’ per ongeluk (ook?) betekent, had Ronny een plaatje van een keuken bomvol potjes met basilicumplantjes. De basilicum was in die keuken inderdaad niet te missen, in de zin van: niet over het hoofd te zien. Dat was een plaatje door AI gegenereerd, en zo illustreerde hij vaker dubbele of onbedoelde betekenissen, dat was vermakelijk. 

Ronny had het onder andere ook nog over ‘Alle gemeenten zijn uitgeteld’ (context: de verkiezingen), ‘(korting op) Alle korte baby- en kinderbroeken’ (Hema – sommige klanten menen dan dat je op lange kinderbroeken ook korting krijgt) en ‘Kom gerust/rustig binnen’ (dubbelzinnig). Alleen al vanwege de vele interessante en soms grappige voorbeelden was de lezing de moeite waard. Sommige voorbeelden kende ik al, want ik lees Ronny’s columns in Onze Taal (eerder in Vaktaal). Dat was misschien maar goed ook, want anders was het misschien wel véél geweest in een uur. Wat ook weer leuk was natuurlijk: lekker hoog tempo. En dan toch precies binnen het uur klaar.

Aan het eind deed Ronny de suggestie om een ‘grammatica in het wild’-landkaart te maken, analoog aan die voor straatpoëzie. Dat zou ik leuk vinden en ik zou er graag bijdragen aan leveren. Op die voor straatpoëzie moet het ontbreken van Kapelle gerepareerd, vind ik – als er hier niet ergens een gedicht van Annie M.G. Schmidt al hangt, dan moet dat er echt komen, en als ik iets vind, zal ik het melden. Haar proza hangt er zeer zeker wel. 

En tot slot nog iets frappants: als de lezing niet was geweest, had ik toch die avond aan Ronny gedacht. Hij is namelijk een van de schrijvers van Maar zo bedoelde ik het niet! Hoe we recht praten wat krom is. Net in de uren voor zijn lezing was informateur Wijers uitgebreid bezig met het aanleveren van een boel materiaal voor de tweede druk van dat boek. 

 

Geplaatst in Opvallend, schrijftips | 2 reacties

Het mag wel wat minder

Louise Cornelis Geplaatst op 12 november 2025 door LHcornelis10 november 2025 10

In verschillende situaties (werk, privé, politiek) heb ik de afgelopen dagen teksten onder ogen gekregen waarvan ik dacht: véél te lang. Het mag echt wel wat minder. 

Ik heb geen bezwaar tegen lange teksten. Maar mijn leesinspanning moet wel wat opleveren. Mijn probleem met de lengte van de zakelijke teksten van de laatste tijd was vooral dat er heel veel blabla in stond – inkt op de pagina maar weinig informatie, of wel informatie zonder betekenisvolle strekking voor mij of mogelijke andere lezers. 

Te lange teksten is een typisch symptoom van de mismatch tussen lezen en schrijven. Niemand zegt als lezer: goh, wat jammer dat dit rapport zo kort is, ik zat er net zo lekker in. Maar als die lezer gaat schrijven, wordt de tekst vaak toch onnodig lang. Het is een moeilijk te onderdrukken neiging die maar deels te maken heeft met pure schrijfvaardigheid. Het is meer een mentaliteits- en bewustzijnskwestie.

Waarom schrijven mensen toch zo veel? Ik kan de volgende redenen bedenken:

  • De schrijver is zelf nog niet uitgedacht en dumpt alles wat mogelijk relevant is op papier. Dit viel me recent echt op: het leek soms wel alsof de tekst een lange aanloop nam die dienst deed als warming-up voor de schrijver. Alle uitgangspunten, de historie, overwegingen, relevante andere ‘beleidskaders’…. in één geval was ik daarop afgehaakt en had ik niet gezien dat het interessantste gedeelte, jawel, in de bijlage stond, helemaal achteraan. Echt waar! Dit is het punt waar het piramideprincipe en ‘hoofdboodschap voorop’ op aangrijpt. Oftewel: dit is een schrijfvaardigheidskwestie, of kan dat zijn. Je kunt op dit punt goed beter leren schrijven, maar dan moet je dat nog wel willen en doen natuurlijk.
  • Het timmert de tekst juridisch alvast dicht, ook al is dat nog niet aan de orde.
  • De schrijver streeft naar volledigheid. 
  • De schrijver trekt er een rookgordijn mee op – het is stiekem niet de bedoeling dat de tekst helder en lezergericht is, of elke lezer kan er wel wat van diens gading in vinden. 
  • Het ‘hoort’ zo, ‘zo doen we het altijd’ – een beleidstekst hoort nou eenmaal een lange aanloop te hebben bijvoorbeeld. In sommige gevallen gaat het zelfs om copy-paste van een eerdere editie. 
  • Een kortere tekst zou voor het gevoel van de schrijver niet serieus genomen worden – hangt samen met statusangst, dus dat de schrijver zelf niet serieus genomen wordt dan.
  • Het maakt de tekst generiek en dus vaker bruikbaar: in verwante andere situaties kun je volstaan met alleen de kern te veranderen.
  • Het houdt zichzelf in stand in de zin van: als de tekst uitdijt, moeten er dingen bij om het behapbaar te maken, zoals een inhoudsopgave, inleiding en hoofdstukindeling. Dat zijn weliswaar manieren om de tekst toegankelijk te maken voor de lezer, maar als het allemaal al vrij nietszeggend is, voegt dat ook nietszeggend volume toe. Denk aan een hoofdstuk met als titel ‘Overige aspecten’ – en dat staat dan dus ook in de inhoudsopgave. Heb je niks aan.  

Als jullie nog andere redenen weten waarom teksten uitdijen, hoor ik ze graag.  

 

Geplaatst in schrijftips | 10 reacties

Een klap op de tekst

Louise Cornelis Geplaatst op 6 november 2025 door LHcornelis6 november 2025  

In mijn visie is een zakelijke tekst-in-wording onderdeel van het gesprek dat de betrokkenen voeren over het onderwerp. Een team van adviseurs praat over de oplossing van een probleem van de klant – de piramide brengt dat gesprek tot uitdrukking. De klant reageert op die oplossing – in de vorm van feedback op het conceptrapport. Leden en buitenstaanders praten over de koers van een politieke partij – het conceptprogramma ‘vangt’ dat.

Die tussenproducten zijn dus altijd in bewerking en net zo levend als een gesprek. Zo moet je die tussenversies ook zien: ze zijn niet in beton gegoten, je probeert eens wat, het kan altijd nog anders, en samen komen we verder. 

Maar op een gegeven ogenblik verandert dat. Dat gebeurt als er een klap op gegeven moet worden. Er komt een handtekening onder of de definitieve versie gaat via de partner van het adviesbureau de deur uit. In het geval van een partijprogramma stelt de algemene ledenvergadering het programma vast. Het is belangrijk dat dat besluit transparant is, dus dat de leden precies weten waar ze ‘ja’ tegen zeggen.

In die fase zitten we nu, GroenLinks-PvdA Kapelle, met mij als programmacommissievoorzitter. Het valt me op dat de overstap van ‘gesprek’ naar ‘besluit’ niet voor iedereen even logisch is. We hadden ons voorstel (= het definitieve concept, ter vaststelling) al rondgestuurd en toen kwam er nog feedback: terloopse, in contact met leden, maar ook nog wat formelere, dus in geschreven vorm. Die kunnen we niet meer verwerken, althans, niets inhoudelijks. Ik ben zo vrij geweest om een paar redactionele dingetjes nog wel aan te passen, maar ook dat zal ik op de ALV laten zien.

Er is nu nog maar één manier om tot veranderingen te komen: amendementen. Dat zijn concrete tekstvoorstellen waarover de leden kunnen stemmen: blijven we bij het origineel in het concept, of kiezen we voor de gewijzigde tekst in het amendement. Het verschil tussen feedback en een amendement bleek verwarrend. Zodoende heb ik meegeholpen om zinnige maar te late inhoudelijke feedback om te werken naar een amendement, waarover de programmacommissie dan ook positief gaat adviseren.

De amendementenprocedure lijkt wat onnodig formeel, maar transparantie is in deze essentieel. Stel je voor dat er na het besluit ineens toch andere inhoud in het programma staat – dat is raar. Of dat je in de ALV alleen zegt ‘we passen het  nog wel aan’. Hoe dan, wat dan precies? Dat soort gedoe voorkom je met zo’n procedure.

En oja, we doen ook nog af en toe wat verliesverwerking, na vorige week, maar dat terzijde.

 

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑