Al vaker over gehad: dat schrijven goed is voor de geestelijke gezondheid. Wordt binnenkort weer eens aangetoond, of liever gezegd: het is al aangetoond, de promotie volgt nog. http://applicaties.csc.uu.nl/uupona/bekijkpromotie.cfm?npromotieid=2783
Categorie archieven: Opvallend
Positief geluid
In de afgelopen weken verscheen er een artikel in de krant waarvan ik dacht: goh, dat zou ik op dit weblog wel letterlijk willen overnemen, zo leuk – eindelijk eens iets positiefs over de schrijfvaardigheid van ‘de jeugd van tegenwoordig’. Welnu, overnemen hoeft niet, want het staat online: http://www.nrcboeken.nl/nieuws/revolutie-iedereen-schrijft-nu-voor-de-lol
Lezen!!! Helemaal mee eens: ‘ze’ schrijven niet slechter dan wij, ze schrijven alleen ánders – ze kunnen dingen die wij niet kunnen, en zeker niet deden toen wij zo jong waren.
(Jammer dat er niet bijstaat welk artikel uit Reading and Writing bedoeld wordt; ik heb dat nu niet kunnen vinden. De Stanford Study of Writing wel.)
Nogmaals over de geboorte van jip-en-janneketaal
Er bleek zonder dat ik het wist een relatie te zijn tussen twee van mijn posts van de laatste weken, namelijk die van vorige week maandag over het interview in NRC Handelsblad met Peter Zuijdgeest en die van 7 september over de geboorte van de term jip-en-janneketaal: Peter Zuijdgeest is de geestelijk vader van die term!
Soms lijkt het een kleine wereld. Ik had, zoals ik op 7 september schreef, een ingezonden brief gestuurd naar de redactie van Onze Taal over dat ik jip-en-janneketaal al kende vóór 2002, dus voordat Bas Eenhoorn hem in de Tweede Kamer introduceerde. Een redacteur van Onze Taal had het interview met Zuijdgeest beter gelezen dan ik, of liever gezegd: hij had niet, zoals ik, het biografische kadertje over het hoofd gezien. Daarin staat:
Van 1987 tot 1991 was [Zuijdgeest] beleidsvoorlichter bij de gemeente Voorburg, waar Bas Eenhoorn (VVD) destijds burgemeester was. Voor zijn cursus Begrijpelijk Schrijven maakte Zuijdgeest reclame met een affiche: Burgemeester Eenhoorn schrijft begrijpelijk. Vindt hij. Maar begrijpelijk voor wie? Jip en Janneke of Einstein?
Ik heb het Peter Zuijdgeest even gevraagd, en inderdaad: hij bedacht die poster in 1988, de cursus werd een groot succes en kreeg landelijke bekenheid. De term ook, want in de jaren negentig had die zich van deze context losgezongen en leerde ik hem bij McKinsey kennen. De postertekst was bij Eenhoorn goed blijven hangen, en zo kon deze jip-en-janneketaal in de politiek introduceren. Inmiddels is het een staande uitdrukking. Lijkt me erg leuk, om als bedenker van zo’n postertekst je geesteskind jaren later een eigen leven te zien leiden!
Foto!
Zo heel veel foto’s die iets met werk te maken hebben, heb ik niet, en soms denk ik wel eens: voor iemand die met visuele middelen werkt (Powerpoint) bevat dit weblog eigenlijk te weinig beeldmateriaal.
Vandaar dat ik blij ben om eens een foto te kunnen plaatsen. Al is het amper werk te noemen: het is een foto van een vooral gezellige netwerk-ochtend.
Afgelopen zaterdag hadden we met de Vrouwelijke Ondernemers Overschie, een netwerkgroep waar ik lid van ben, ons jaarlijkse uitje. We doen dan altijd iets Rotterdams. Dit keer zijn we naar de Port Experience geweest. Daarna lunch in Grand Café Prachtig, daar vlak bij (onder de Erasmusbrug!).
De foto is bij de lunch gemaakt. Voor wie mij niet kent: ik ben die rechts vooraan, in roze t-shirt, met horloge. We waren met zijn tienen; het netwerk is veel groter en het biedt een mooie balans tussen nuttig en gezellig.
De geboorte van jip-en-janneketaal
In Onze Taal van deze maand staat een erg leuk artikel over de taal van Jip en Janneke. De échte taal van dat tweetal, zoals opgeschreven door Annie M.G. Schmidt. Jip-en-janneketaal is ook een uitdrukking geworden die staat voor eenvoudige, heldere teksten, en in die zin een ideaal voor zowel overheid als bedrijfsleven. Het artikel laat zien hoe goed geschreven de Jip en Jannekes zijn, dus dat ideaal is terecht.
Maar er staat in het artikel wel iets wat mijn in de pen deed kruipen. Super belangrijk is het niet, maar het is te leuk om te laten liggen. Ik heb inmiddels de volgende ingezonden brief gestuurd aan de redactie:
In het kader op bladzijde 246 (en overigens ook in het artikel zelf, p. 244) wordt de geboorte van de term jip-en-janneketaal in 2002 verondersteld, met Bas Eenhoorn als geestelijk vader. Het kan best zijn dat de term toen in de politiek is geïntroduceerd, en daarmee bekend is geworden bij een breed publiek. De uitdrukking bestaat echter al langer.
Ik hoorde hem voor het eerst in de laatste jaren van de vorige eeuw, toen ik werkte voor een gerenommeerd adviesbureau. Eén van de consultants met wie ik werkte, had een plaatje van Jip en Janneke bij zijn bureau hangen. Hij vond leesbaar schrijven voor zijn cliënten zeer belangrijk, en dit plaatje hield hem bij de les om dat schrijven toch vooral simpel te houden.
Misschien is het geen toeval dat juist een VVD’er de term in de politiek bracht. De VVD heeft immers van oudsher de nauwste banden met de top van bedrijfsleven. Voor Eenhoorn geldt dat zeker: hij werkte, in diezelfde tijd als ik, voor adviesbureaus. Wellicht heeft hij de uitdrukking daar opgepikt?
Het is in ieder geval niet het enige voorbeeld van een trend op schrijfgebied waarin het bedrijfsleven voorop loopt, en de politiek/overheid volgt. Even later gebeurde dat bijvoorbeeld met de drang tot korte stukken: ‘zet het maar op een A4’tje’.
De consultant met het Jip-en-Janneke-plaatje heeft het geschopt tot pagina 90 van mijn boek Adviseren met perspectief, over adviesrapporten. De eerste druk daarvan is weliswaar pas in de herfst van 2002 verschenen, maar neem van mij aan dat het manuscript naar de uitgever was voordat Eenhoorn het in de kamer over Jip-en-Janneke-taal had.
Vangalianisme
Ik hoorde vorige week op Studio Sport een mooi woord: Van-Gaal-iaans. Een Van-Gaal-iaanse uitspraak is er eentje van de strekking ‘Ben ik nou zo slim of zijn jullie nou zo dom?’ Heerlijk, dat soort knutselen met woorden. En als deze doorzet, is vangaliaans over een paar jaar een heel gewoon woord.
Zoveel korter of langer dan nodig?
Vorige week kreeg ik een leuk geval van hypercorrectie toegestuurd (dank, Titus!). Veel mensen weten dat er iets is met ‘groter als’. Dat mag niet, dat is fout, nouja, zo fout is het niet, maar volgens de officiële schoolmeesterregels van het Nederlands moet het ‘groter dan’ zijn (zie het genuanceerde advies van de Taalunie).
Aangezien velen van ons van nature ‘groter als’ zeggen, hebben ook velen de ervaring dat daar erg heftig op gereageerd kan worden: ‘je moet niet ‘groter als’ zeggen, het is ‘groter dan’, stommerd!’ Misschien is het daarom dat er mensen zijn die een soort als-allergie ontwikkeld hebben. Zij zeggen rustig ‘even groot dan’ – hypercorrect.
Ik heb één keer gewerkt voor een bedrijf waarvan de baas heel het woord als in de ban had gedaan: dat mocht niet in teksten voorkomen. Nee, ook niet in de betekenis wanneer of indien, want dan moet het door één van die woorden vervangen worden. Onzin, maar goed, sommige mensen hebben nou eenmaal sterke gevoelens over bepaalde taalverschijnselen.
Zo iemand schrijft kennelijk bij Dunea Duin en Water. Want in een ‘aan de bewoner(s) van dit pand’ gericht briefje staat:
In verband met werkzaamheden aan ons leidingnet wordt de toevoer van drinkwater afgesloten op woensdag 12 augustus van 9 tot 14 uur. Of zoveel korter of langer dan nodig. Wij raden u aan wat drinkwater voor consumptie in de koelkast te zetten.
Erg leuk: het drinkwater wordt korter of langer dan nodig afgesloten. Niet alleen hypercorrect, maar ook nog eens de betekenis precies verkeerd om. Knappe prestatie! En met als is echt helemaal niks mis…
(langerals laat het origineel zien; ‘kookadvies’ is ook niet de meest gelukkige titel, maar goed.)
Ik op BNR over Powerpoint
Ik kondigde ‘m vanmiddag al aan, en hier is-ie dan: ik aan het woord op BNR over Powerpoint (link naar BNR) of als MP3: bnr_nieuwsradio-20090820-17-38-0 (in beide gevallen begint het na een paar seconden). Ze hebben er iets leuks van gemaakt, alsof mijn woorden zijn ingebed in een presentatie, en de fragmenten doen goed recht aan wat ik heb verteld en waar ik voor sta. Erg leuk, dus!
Waar ik nog wel een boom over zou willen opzetten, is het commentaar dat er meestal ‘geen budget’ is om het maken van een belangrijke presentatie uit te besteden. Want dat is toch vaak een vertekening: stel dat je 20 duurbetaalde mensen een uur lang alleen maar zit te vervelen met een slechte presentatie – da’s 20 verloren manuren…
Ik ben vanmiddag op BNR, over Powerpoint
Powerpoint bestaat vandaag 25 jaar, en daar besteeds BNR aandacht aan in de uitzending van vanmiddag – met mij als één van de geïnterviewden. Als het goed is, ben ik dus tussen 4 en 7 een paar keer op de radio te horen!
Lezen met hindernissen
Gister was de dag van de kleine obstakels bij het lezen – van die dingen waar je even over na moet denken. Het gebeurde op vier plekken:
1. Op de site van Schrijven las ik een aankondiging voor een cursus Stipvertalen. Ik denk: stipvertalen, wat is dat? Ik ga lezen, en dan blijkt er een r in te ontbreken: het gaat om stRipvertalen. Aha! Blijft nog steeds beetje typisch woord, maar nu begrijp ik het wel. Inmiddels is de titel trouwens verbeterd, maar de oude schrijffout is nog zichtbaar in de URL: http://www.schrijvenonline.org/nieuws/elv-geeft-cursus-stipvertalen
2. Ik kreeg een nieuwsbrief van een groep coaches waarvan ik er één ken. BIj snel scannen wat zij doen, bleef ik twee keer haperen:
- Ik struikel over het woord empowerbility (p. 4). Ik ken employability en empowerment, maar deze combi ken ik niet. Moet het dan niet empowerAbility zijn? Ik begrijp de betekenis van het woord wel, al weet ik niet helemaal zeker wat het vermogen tot empoweren je oplevert, dus wat empowerbility meer is dan empowerment – en de woordvorming blijft lichte kortsluiting in mijn hoofd geven (terzijde: dezelfde kortsluiting die ik nog altijd ervaar bij verkeershinder: ik snap het wel, maar toch klopt het niet). Google kent overigens empowerbility noch empowerability.
- Verderop gaat het over een workshop over het doorbreken van het gekleurde plafond (p. 7). Opnieuw iets wat ik wel begrijp, maar wat toch niet klopt. Het kostte me enig denkwerk om precies te doorgronden wat de kortsluiting opleverde: ook voor ‘gekleurde’ mensen is dat plafond van glas. De onzichtbaarheid en daardoor onbespreekbaarheid ervan is juist de essentie van het verschijnsel. Gekleurd plafond is goed bedoeld, maar toch een rare term. Was het maar gekleurd!
Overigens begrijp ik dat de term vaker gebruikt wordt. Maar als het roze, zwarte en groene plafond bestaan, dan moet het voor vrouwen ook niet van glas genoemd worden. Wie (bij de overheid?) verzint zulke termen?
3. ’s Avonds las ik in de Vogelvrije Fietser, het blad van de Fietsersbond, een ingezonden brief over de kant van het fietspad waar voetgangers het veiligste kunnen lopen. Interessant onderwerp, maar wat de briefschrijver bedoelde, kon ik niet achterhalen, onder andere door deze zin:
Door het snelheidsverschil tussen fietsers en wandelaars/lopers heb je veel minder tijd om je te vergewissen van de mogelijkheid veilig voor die mensen uit te wijken in geval van links lopende tegemoet komende wandelaars las in het geval van rechts lopenden die je als fietser achterop komt en aan hun linkerzijde passeert.
Toen ik had bedacht dat las qua spelling als moet zijn en volgens de officiële regels dan (en dat kostte even wat tijd…), werd het ietsje makkelijker, maar nog steeds is het een ondoorgrondelijke zin die veel te veel gedachten in één keer probeert te verwoorden.
4. In het blad voor alumni van de VU staat een interview met cabaretier Hans Sibbel, genomineerd voor de poelifinario-prijs. Poelifinario, dacht ik, het is toch polifinario? Ik heb het inmiddels opgezocht, en nee, het is wel degelijk poelifinario. Doet me beseffen dat ik dat woord wel vaak heb gehoord, maar nog nooit geschreven had gezien.
Moraal van dit verhaal? De laatste is anders dan de eerste drie, want een soort persoonlijke hapering die niet ligt aan de schrijver of redacteur van de tekst en waarvan ik denk: okee, weer wat geleerd! De eerste drie laten zien dat ogenschijnlijk kleine verzorgingsdingen (spelling, woordkeus, lengte van zinnen) een lezer behoorlijk kunnen afleiden, op het verkeerde been zetten en zelfs doen afhaken.
Als het in mijn trainingen om dit soort lokale tekstverschijnselen gaat, lijkt dat vaak geneuzel. De eerste drie voorbeelden laten zien dat dat neuzelen toch belangrijk kan zijn.
