Ik breng het maar even onder de aandacht in een aparte post: mijn stukje van 27 augustus over schrijven tegen Alzheimer heeft enkele edits ondergaan, de laatste nogal uitgebreid. Van het bericht dat schrijven zou helpen tegen Alzheimer blijft (helaas?) niets overeind. Maar interessant is het wel.
Categorie archieven: Opvallend
Wat doet die Spanjaard nou met mijn column?
Ik meldde hier eerder het verschijnen van mijn 59e Fietsvrouwcolumn. Die column wordt hier (echt waar!) bekeken door een Spanjaard – die overigens een paar woordjes Nederlands spreekt, maar niet genoeg om een column te lezen. Wat is dat nou?
Welnu, deze meneer is de wielrenner Juan Antonio Flecha, en die komt in die column voor. ik ben al jarenlang fan van hem. Bij de start van de Tour de France heb ik kans gezien om hem een exemplaar van Fiets te geven met daarin mijn stuk met zijn naam erin. Hij vond het leuk – en ik al helemaal!
PerToNoWriMo. Oftewel: schrijven in juli
Nog even en dan begint de Tour de France – het is hier in de stad al goed merkbaar. De laatste jaren zijn die drie weken in juli voor mij een aanleiding om veel te schrijven – iets waar ik in die stille zomerperiode ook tijd voor heb. Vier jaar lang schreef ik ‘Vrouw kijkt Tour’-columns; de laatste twee jaar daarvan als weblog. Vorig jaar experimenteerde ik met Twitter (verslag).
De columns, dat weet ik nou wel en twitteren over fietsen doe ik sowieso al. Dit jaar is het dus tijd voor een ander schrijfexperiment. Ik heb me daartoe laten inspireren door de NaNoWriMo: een uit Amerika overgewaaid initiatief waarin het de bedoeling is dat je in een maand een korte roman schrijft (50.000 woorden) – of nouja, een eerste versie daarvan. Het is nadrukkelijk niet het idee dat je in zo’n korte tijd iets goeds, leesbaars of publicabels aflevert. Juist niet: om in zo’n tempo te kunnen schrijven, moet je geen al te hoge eisen stellen aan wat je schrijft. Anders gezegd: kwantiteit gaat voor kwaliteit.
Het nut van zo’n productiedruk is dat je je interne criticus de mond snoert (iets waar het op dit blog al vaker over is gegaan, hier bijvoorbeeld), in de hoop dat jezelf kunt verrassen met wat je onder die druk produceert. Wat daar eventueel bruikbaar van is, dat zul je later wel zien en het zal nog heel wat herschrijven vergen om er iets fatsoenlijks van te maken. Maar dat valt dus buiten die maand.
Het is bij NaNoWriMo ook niet de bedoeling dat je al een heel uitgewerkt plan hebt liggen dat je in die schrijfmaand alleen nog maar hoeft in te vullen. Niet voor niets heet hét NaNoWriMo-handboek No Plot? No Problem (ik heb daarvan de inleidende hoofdstukken gelezen en vond het leuk en nuttig; de rest mag ik pas gedurende de schrijfmaand lezen). Ik heb dan ook nog alleen maar een idee voor een verwikkeling tussen twee hoofdpersonages. Eén daarvan is een (fictieve) profwielrenner die meedoet aan de Tour de France. Zo vlecht ik er dus ook die actualiteit in, althans, dat hoop ik – geen idee hoe het gaat uitpakken natuurlijk.
De officiële NaNoWriMo is in november, maar je kunt er natuurlijk elke maand voor uitkiezen. Voor mij begint die donderdag. Dit weblog komt dan ook in juli (en ook in augustus overigens) op een wat zachter pitje te staan, al zal ik belangrijke dingen wel melden.
Over mijn NaNoWriMo-voortgang, mijn eerste serieuze experiment met fictie sinds de middelbare school, zal ik af en toe iets rapporteren op mijn Vrouw kijkt Tour weblog. Over mijn PerToNoWriMo: personal Tour novel writing month. Ik heb er zin in!
In m’n genen?
Vorige week hield ik een speech op een bijeenkomst waar ook bekenden van mijn broer waren. Na afloop werd deze erop aangesproken: ‘jouw zus kan ook al goed spreken in het openbaar’. Ze zagen een overeenkomst die inderdaad volgens ons tweeën niet toevallig is, en die we ook van geen vreemde hebben: pa’s genen werken door.
Iets erfelijks moet het wel zijn, als dat kan, want ik heb mijn vader nooit zien of horen speechen. Toen ik de leeftijd daarvoor had, was hij al ziek. Hij heeft mij dus niet persoonlijk het goede voorbeeld kunnen geven; ik moest het doen met zijn faam en de verhalen.
Toch weet ik dat ik op hem lijk als ik een groep toespreek. Ik herinner me nog één van de eerste keren dat ik hoorcollege gaf, iets uitlegde met een gebaar, en het door een hoekje van m’n hoofd schoot: ‘Net m’n vader’.
Maar hoe weet ik dat? Hooguit via het indirecte voorbeeld van mijn (veel oudere) broer. Die heb ik wel een aantal keren horen speechen, en hij kan dat inderdaad hartstikke goed. Of hij en ik daarin op elkaar lijken, kan ik slecht beoordelen, maar ik denk dat er zeker een overeenkomst te zien is. Dus dan hebben we het allebei van onze pa, maar ik via een tussenstap.
Alledrie geven we onderwijs: mijn vader was onderwijzer en hoofd van een school (zoals dat toen nog heette), broer Ko ook, maar toen heette dat al leraar en directeur. Inmiddels is hij onder andere auditor en assessor in het onderwijs. Ik geef trainingen en college. Ook dat is natuurlijk geen toeval.
Misschien is het simpelweg een geval van: het bloed kruipt waar het niet gaan kan?
In ieder geval: bedankt, pa!
En krachtig?
Poëzie-therapie
Leuk berichtje: http://www.schrijvenonline.org/nieuws/doktoren-schrijven-voor-lees-en-schrijf-poezie
(overigens: het zien van d/t-fouten verhoogd mijn welbevinden niet.)
Ik
Eén van die ‘onderzoekers’, dat ben ik. Ik ga iets vertellen over wat ik een tijd geleden ook al eens hier op dit blog aanstipte: het probleem van het gebruik van het woord ik in zakelijke brieven. Wie weet levert het nog wat op, mijn praatje en/of de andere. Zo ja, dan post ik erover op dit blog!
Edit, later: zie ook deze aankondiging met programma.
Want omdat doordat aangezien
De afgelopen weken kon ik steeds na het methodencollege het praktische advies uit het in die week behandelde artikel hier presenteren. Deze week lukt dat echter niet. We bespraken een artikel van Mirna Pit over de vier ‘causale connectieven’ (zoals dat heet) uit de titel van deze post. Want wanneer gebruik je want en wanneer (en waarom) omdat, om maar één keuzemogelijkheid te noemen?
De ‘gemakkelijke’ antwoorden daarop voldoen niet; anders gezegd: er is nog geen uitleg die het verschil tussen die twee woorden sluitend verklaart. In het artikel dat wij lazen, wordt een (tamelijk ingewikkelde) poging gewaagd in termen van ‘subjectiviteit’.
Maar daar heeft een taalgebruiker niets aan. Voor moedertaalsprekers is de afweging sowieso geen problematische. Voor leerders van het Nederlands als vreemde taal kan dat wel zo zijn. Maar dan is Pits uitleg te ingewikkeld.
En dan? Nou, je kunt erover twijfelen of het artikel dan nog wel taalbeheersing is, want die Letteren-discipline zou toch gericht moeten zijn op het oplossen van problemen die met talige communicatie te maken hebben. Nou is daar soms fundamenteel onderzoek voor nodig, dus het is niet ‘fout’ als een taalbeheersingsartikel eens niet zo praktisch is. Maar wel jammer voor dit weblog. Want geen tip vandaag.
Teloorgang van lidwoord
Aardig stukje in Volkskrant van vandaag: http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5627/Wen_maar_vast_aan
Maar…. ik ben nog niet overtuigd. Dat over me moeder lijkt mij er niet op te duiden dat voornaamwoord verdwijnt; het is volgens mij spellingprobleem. Er is in spreektaal niet of nauwelijks hoorbaar verschil tussen me en m’n. Sowieso gooit ze in dat gedeelte te veel op één hoop. En ik wil data, niet alleen persoonlijke observaties! Theorie dat probleem in keuze van juiste lidwoord tot verdwijnen ervan leidt kan ik ook niet koppelen aan andere taalkundige theorieën.
Maar voor zekerheid oefen ik vandaag alvast in schrijven zonder lidwoorden.
Besluiten in vergaderingen
De meeste mensen vinden vergaderen niet het leukste onderdeel van hun werk, terwijl ze er wel veel tijd mee kwijt zijn – wel een kwart van hun werktijd! Vandaar dat het interessant is als een taalbeheerser zich over zakelijke vergaderingen buigt. Dat deed Marjan Huisman en ze publiceerde er in 2000 haar proefschrift Besluitvorming in vergaderingen. Organisaties, interactie en taalgebruik over. We bespraken dat boek gister op het taalbeheersingsmethoden-college waarvan ik elke week voor dit blog de praktische tips geef.
Alleen… als je Besluitvorming in vergaderingen leest met de verwachting dat je ervan leert hoe je nooit meer te lange en vervelende vergaderingen hoeft uit te zitten, kom je bedrogen uit. Huisman geeft geen pasklaar recept voor hoe je het beste kunt vergaderen, geen snelle tips & tricks. De beste manier van vergaderen verschilt namelijk per organisatie, omdat hij afhangt van de cultuur en de normen van de organisatie. Wat in de ene organisatie goed werkt, mislukt daarom in de andere.
Wat wel werkt, is de vergaderaars bewust laten worden van hun vergadergedrag door ze te laten kijken naar video-opnames of transcripten van vergaderingen (een gedetailleerde manier van uitschrijven van wat er gezegd wordt). Daar kan de gespreksanalyse, de tak van de taalbeheersing waar Huisman een representant van is, een rol in spelen. Maar niet als alwetende adviseur die zegt hoe het moet. De verbetermogelijkheden komen voort uit de reflecties van de vergaderaars zelf. De taalbeheerser speelt daarin een begeleidende rol.
Eén van de dingen waar vergaderaars zich dan wellicht bewust van kunnen worden, is het vluchtige karakter van besluiten. Mensen denken aan besluiten als aan concrete, bijna tastbare ‘dingen’ die je meeneemt als je de vergadering uitloopt. Maar uit Huismans onderzoek blijkt dat ze veel lastiger te ‘grijpen’ zijn dat dat. Ze noemt ze ‘virtuele toekomstige realiteiten vervat in taal’.
Ik las Besluitvorming in vergaderingen bijna tien jaar geleden, en sindsdien is me heel vaak opgevallen dat mensen in een vergadering gaan knikken, dat er een gevoel van overeenstemming is en een beweging naar afsluiting en het volgende punt, zonder dat echt heel glashelder is wát het genomen besluit is. Nooit wordt er expliciet gezegd: ‘Okee, we besluiten dus:’ en dan het letterlijke besluit. Het besluit hangt meer in de lucht dan dat het concreet is. Met alle risico’s op onduidelijkheden van dien. Soms, als ik denk dat het belangrijk is, vraag ik dus maar: ‘En wat besluiten we nu precies?’
Met andere woorden: de bewustwording heeft op mij wel enig effect gehad. En wie ook zoiets wil: Marjan Huisman werkt tegenwoordig als adviseur op het gebied van gesprekken en interactie. Ze begeleidt organisaties bij het ontwikkelen van een communicatiestijl die past bij de mensen en bij de taak.
Meer informatie op www.twinc.nl, en ook al is het bijna tien jaar terug, er is nog een aardig stukje te vinden op internet uit de tijd van Huismans promotie.

