Zo heel vaak heb ik dat nog niet gezien: een cursus zakelijk schrijven over een specifiek thema: leefstijl. De meeste cursussen en opleidingen zijn algemeen of voor een bepaald genre. Maar in deze cursus komen verschillende genres aan de orde. Bedoeld voor leefstijlcoaches. Ik ken één van de docenten, Yneke Vocking. Zij schrijft voor Fiets en dat is altijd grondig, relevant en genuanceerd. Dus zit het met die cursus vast wel goed!
Categorie archieven: Opvallend
Buitenkunst anders
Vorige week was ik naar Buitenkunst, iets wat ik elk jaar doe en steeds als inspirerend ervaar, voor het leven in het algemeen en mijn werk in het bijzonder. Dat is ongeacht of ik me met de kern van mijn zaak, schrijven, bezighoud, of andere kunsten. Het gaat zelfs niet alleen om wat ik zelf doe, maar ook om wat ik anderen zie (en hoor) doen. Ik schreef er vaker over op dit blog.
Ik ging voor de negende keer, maar anders dan eerdere jaren ging ik niet naar locatie Randmeer, maar naar de andere, in Drenthe. Daar kies je niet voor één themaweek, maar kun je per dag of zelfs maar dagdeel kiezen uit een breed aanbod, dat onder andere op dit bord wordt aangekondigd:

Zodoende kon ik me bezighouden met schrijven, maar ook met theater, zang en zelfs een middag percussie. Dat zou ik anders nooit gedaan hebben, dat is het voordeel van zo’n keuzeprogramma, maar ik miste wel de diepgang van Randmeer, zowel in het thema als in het contact met groepsgenoten. Daar stond tegenover dat het heerlijk weer was om te kamperen in de Drentse bossen, en zo kwam ik er toch weer net zo verfrist als altijd vandaan.
Geschreven heb ik maar één ochtend, aan korte toneelscènes rond het thema ‘grow up’. In onze workshop schreven we in een kleine groep volwassenen over onze ergernissen aan jongeren, en tegelijkertijd was er een omgekeerde workshop bezig waarin jongeren schreven over hun ergernissen aan volwassenen. ’s Middags hebben we een aantal scènes gespeeld, ook in omgedraaide rollen, dus met de volwassenen als pubers en omgekeerd. Dat was erg leuk om te doen, ook al was er geen scène van mij bij.
Mijn scène was namelijk niet gelukt. Dat is het nadeel van die korte programma’s: het moest ’s ochtends in één keer goed, zelfs meteen in leesbaar handschrift opgeschreven. Zo werkt het schrijfproces echter niet: het mijne niet; in het algemeen niet. Of het lukt of niet is dan een toevalstreffer, en ik vond het verbluffend dat er zo veel andere scènes wel in één keer goed waren, en nog grappig ook, want ook dat was de bedoeling. Mijn scène had stevig herschrijven nodig, en daarvoor ontbrak de tijd. In de lunchpauze heb ik toen een nieuwe, nog kortere scène geschreven, die ik hieronder zal plaatsen. Dat is versie 5: geschreven, herschreven, geredigeerd.
Toch was het leerzaam. Het idee voor onderstaande scène had ik namelijk tijdens de ochtend ook gehad, het schoot als eerste door mijn hoofd, maar ik had het verworpen omdat twee anderen ook al aan de slag gingen met het thema preutsheid. Achteraf gezien had ik er beter bij kunnen blijven. En waarom ook niet? Drie keer preutsheid – nou en? En mijn invalshoek was een andere, al was het alleen maar omdat ik me in een andere rol tot jongeren verhoud dan die van ouder, zoals in de andere scènes. Bovendien was ik er dichter bij mijn eigen ervaring mee gebleven dan met die uiteindelijk mislukte scène, en ook dat werkt beter.
Dus: meer bij mezelf blijven en bij mijn invallen, zeker als schrijven snel goed moet.
* * *
Douchen
Plaats: de kleedkamer van een sportschool, met twee douchecabines met afsluitbare deuren.
Spelers: 5 vrouwen van 16, 17, 25, 35 en 45 jaar oud (die oudste drie bij benadering). De twee jongsten zijn bloedmooi, de veertiger heeft een BMI van rond de 30.
(De deur van de kleedkaker zwaait open. Eerst komen de 2 jongsten binnen, daarna de andere drie, verhit. De twee jongsten pakken hun spullen en lopen meteen door naar de douche. De andere drie kleden zich uit, nog wat nahijgend en –puffend en –pratend.)
Vrouw van 25: Zo, dat was weer pittig.
Vrouw van 35: Ja, bij Carlo is het altijd zweten.
Vrouw van 45: Zeker! Maar we hebben weer lekker veel calorieën verbrand dames!
(Gelach. De twintiger begint met het aantrekken van haar gewone kleren, de andere twee pakken hun handdoek)
45: Ga jij thuis douchen?
25: Ja, tot volgende week, meiden!
(De vrouw van 25 vertrekt. De resterende 2 lopen naar de douchecabines.)
35: O, ze zijn allebei bezet. Dat wordt wachten dus.
(De twee vrouwen hangen wat rond, frummelen aan hun haar, tenen, nagels. De dertiger doet daarbij alle moeite om haar lijf onder haar handdoek te verbergen, de veertiger is een stuk nonchalanter.)
45: Het duurt wel lang he? Ik hoor ook helemaal geen water lopen. Zit er wel echt iemand in? Wacht, ik kijk even.
(Ze valt op haar knieën en gluurt onder de deur door.)
45: Hè, ik zie sokken en schoenen?!
(Dan gaan beide deuren open. De veertiger kan er een maar nauwelijks ontwijken. Ze blijft op de vloer. De twee jonge meiden komen eruit, helemaal aangekleed, opgemaakt en hun haar anders opgestoken dan net. Ze blijven van schrik stilstaan als ze de vrouw op de grond zien. Die kijkt naar hen op.)
45: Staan jullie je helemaal op te tutten onder de douche, zijn jullie nou helemaal betoeterd? En wij maar wachten. De douches zijn om te douchen, dames, de rest kan gewoon in de kleedkamer!
(De meiden kijken naar de vrouw aan hun voeten, dan naar elkaar.)
Meid 1 tegen de andere: Dikke billen, is dat eigenlijk besmettelijk?
Tekststructuur: over het boek en een ontdekking
Als een tijd geleden is het boek Tekststructuur. Efficiënter en effectiever schrijven uitgekomen, een boek waarover ik alleen al op basis van de titel zou moeten schrijven op dit blog. toch heeft dat tot nu toe geduurd, en dat ligt niet aan het boek. Het lag aan de ontdekking die ik deed naar aanleiding van het boek. Ik was lekker aan het lezen, en toen kwam ik op p. 30 en 31 twee voorbeelden tegen die me wel heel erg bekend voorkwamen. Dit is er één van:
Dat deed me heel erg denken aan dit voorbeeld uit mijn eigen Adviseren met Perspectief (p. 37):
Het is wat aangepast, redactioneel en inhoudelijk, maar de overeenkomst is frappant, zeker bijvoorbeeld dat voor mijn schrijfstijl nogal kenmerkende accentje op álle. De strekking is ook hetzelfde: de twee voorbeelden illustreren het verschil tussen hoofdboodschap voorop of achterop. Voldoende overeenkomst om te denken: hé, dat is aan Adviseren met Perspectief ontleend! Vind ik alleen maar leuk, als mijn voorbeelden bruikbaar zijn voor anderen. Maar dan wel met bronvermelding. En die stond erbij, in Tekststructuur, maar naar een syllabus van trainingsbureau Boertien uit 2007. Pardon?
Mijn uitgever heeft de syllabus opgevraagd, en inderdaad: hetzelfde voorbeeld, maar dan zonder bronvermelding. Freerk Teunissen, één van de auteurs van Tekststructuur en een bekende en gewaardeerde concullega van mij, had te goeder trouw gehandeld en zelfs nog toestemming gevraagd, begreep ik. Hem treft dus geen enkele blaam.
Ik was pissig, maar het auteursrecht op Adviseren met Perspectief ligt bij Coutinho, dus zelf kan ik niets. Coutinho heeft uiteindelijk, na maanden, deze reactie gekregen van BVO:
Dank voor uw e-mail over onze syllabus Piramidedenken, Piramideschrijven. We hebben deze direct aangepast en de bronvermelding toegevoegd.
Dat was alles. Ik vind het een beetje mager voor een situatie die acht jaar lang bestaan heeft, had daar niet minstens een excuus afgekund? Ik vraag me ook af of ik er in het omgekeerde geval zo makkelijk van af gekomen zou zijn, zo’n bureau versus een zelfstandige in dezelfde markt. Maar Coutinho laat het er verder bij, en ik dus ook.
Dat maakt de weg vrij om nu eindelijk eens iets over Tekststructuur te zeggen. Maar ondertussen is dat gras al voor mijn voeten weggemaaid, want ik trof elders een recensie aan die goed verwoordt wat ook mijn mening is, met ook nog een beschrijving van de inhoud. Dus ik verwijs graag naar De Taalprof. Kort gezegd: leuk boek, originele kijk op schrijven, verrassende oefeningen, mooie voorbeelden (niet alleen die op p. 30 en 31) – maar daar heeft de logica onder te lijden. Dat geldt in het algemeen, en in het bijzonder voor het piramideprincipe-gedeelte, dat is de minder strikt logische variant ervan (zie mijn eerdere blogpost over dat niet elk piramideprincipe hetzelfde is).
Nog twee vakantiefoto’s
De Ierland-foto’s nog eens doorlopen, en er zijn er nog twee leuk voor dit weblog. Wie van mij wel eens een training in slide design gehad heeft, weet dat ik bezwaar maak tegen (sommige) pijlen, zoals de BFA, de big f*cking arrow. Welnu, dan was dit pijltje langs de wandelroutes van Glendalough wel een nachtmerrie voor me natuurlijk:
En deze, ook van Glendalough, vind ik ook leuk, omdat lezen zo centraal is in mijn werk en ik toch maar weinig lezend op de foto sta. Terwijl ik op vakantie echt vaker zo aan te treffen ben:
Ierse observaties
Ik was de afgelopen weken op vakantie in Ierland – vandaar dat het stilletjes was op het weblog. Zoals gebruikelijk een paar vakantie-observaties. Ik heb me in Ierland vergaapt aan het Ierse Gaelic. Ik heb het amper gehoord, misschien maar één keer, in Dublin; we waren niet in het gebied waar het nog de native taal is. Maar gezien: te over. Het is immers officieel de eerste taal van de republiek, en alle officiële dingen zijn in twee talen. We wandelden de Wicklow Way, en dan zie je onderweg bijvoorbeeld:
En deze suikerzakjes vond ik ook fraai, met Ierse wijsheid in twee talen:

Verder kregen we onze eerste gestructureerde restaurantrekening ooit, op onze rustdag in een fijn restaurant vlakbij Glendalough. Althans, gestructureerd… de bedragen zijn gecategoriseerd, maar dat is een cruciale stap bij structureren. Het onderscheid tussen beverages en drinks is daarbij een aardige:
Het was lekker weg – en nu weer fris aan de slag dus!
Beren en andere beesten op de weg
Soms leer ik tijdens een training die ik geef zelf ook nog wel eens grappige dingen. Afgelopen vrijdag had een deelnemer het als voorbeeld van een metafoor over ‘leeuwen en beren op de weg’. Ik nam die over met alleen de beren. Toen zei hij: ja, en dan die leeuwen nog. Toen dacht ik: huh?
Ik wist niet beter of de uitdrukking was ‘beren op de weg zien’. Volgens hem was het ‘leeuwen en beren op de weg zien’. We konden ter plekke zoeken, en de spreekwoordenboeken gaven hem gelijk, althans, naast die leeuwen vond ik ook wel ‘apen en beren’ en ‘wolven en beren’. Zie bijvoorbeeld hier en hier.
Buiten de woordenboeken vind je echter vooral alleen maar de beren op die weg, zonder andere beesten. Grappig: het officiële spreekwoord is duidelijk in het dagelijks taalgebruik een paar van z’n beesten kwijtgeraakt!
Dank, Jaap!
Samenvatten doe ik zelf wel
Vorige week hadden we een bijeenkomst van de Vrouwelijke Ondernemers Overschie, het netwerk waar ik enthousiast lid van ben, over moodboards, door binnenhuisarchitect Debora Reis. Dat zag er zo uit:

(ik ben de tweede van rechts, in het zwart en opzij kijkend).
Zo’n moodboard maak je als collage, en dus bladerden we door allerlei tijdschriften heen. Daarbij viel mijn oog op een exemplaar van Flow (ik weet niet van wanneer, ben ik vergeten op te schrijven), met daarin achterin iets wat me verraste:

Een samenvatting?! Wat me daaraan verbaast:
- Ik heb dat nog nooit gezien in een krant of tijdschrift. Dat is ook niet nodig, want journalistieke teksten zijn zo geschreven dat je als lezer je eigen samenvatting kunt maken. De krant koppensnellend lezen, daar kan geen samenvatting tegenop. Meer in het algemeen zeg ik dat wel eens, een beetje provocerend: een goed gestructureerde tekst heeft geen samenvatting nodig. Of: een samenvatting is een noodoplossing om een slecht leesbare tekst toch nog een beetje toegankelijk te maken.
- Ik vind het het raar dat je enerzijds een tijdschrift koopt en anderzijds klaagt dat er zo veel in staat (tenminste, dat begrijp ik uit wat er in het groene stukje staat). Koop het dan niet, zou ik zeggen. Of betaal je je geld om alleen die ene pagina te lezen?
- Ik vind het een rare gedachte dat een lezer de voor hem/haar belangrijke dingen zou vergeten. Sterker nog: wat voor mij belangrijk is, dus wat ik wil onthouden uit zo’n tijdschrift, dat bepaal ik zelf wel. Dat kan een ander helemaal niet voor mij doen, want ik lees eigenzinnig. Niet alleen ik: alle volwassen lezers. We lezen allemaal vanuit ons eigen leesdoel en -belang. Een representatieve en door een ander bedachte samenvatting is kunstmatig, schools.
Ach, het kan natuurlijk niet zoveel kwaad. Behalve dan dat het een pagina kost die met interessantere dingen gevuld had kunnen worden, en lezers het idee geeft dat ze representatief moeten lezen en onthouden. Daar gaan toch al veel volwassen lezers onder gebukt, onder dat ideaalbeeld van schools lezen. Vandaar dat ik toch blij ben dat mijn tijdschriften geen samenvatting bevatten.
De ene goede manier van lezen
Ik vind het altijd wel leuk om in deze tijd van het jaar iets te horen over het eindexamen Nederlands. Dit jaar valt me in de reacties op dat er kritiek is op de suggestie in het examen, of in de aanname erachter, dat er één juiste, objectieve manier van lezen zou zijn.
Ik lees dat bijvoorbeeld bij Marc van Oostendorp en iets in diezelfde strekking stond in de NRC bij monde van hoogleraar Nederlands Anneke Neijt (krant van dinsdag, p. 6). In beide gevallen gaat het om een passage van de tekst waarin sprake is van een ‘samenraapsel’ van gebouwen, en daaruit moet je als lezer dan afleiden dat die omgeving het beste te karakteriseren is als ‘rommelig’. Het beste in de zin van: beter dan de andere drie multiple-choice-antwoorden.
Maar, zo zeggen de deskundigen dus, elke lezer is anders, met eigen ervaringen, interpretaties, associaties. Dus vanwaar het idee dat er op zo’n vraag maar één goed antwoord is?
Eerdere jaren viel me dit type kritiek niet zo op. Was die er niet, of komt het omdat ik zelf veel bezig met de grote verschillen tussen lezers? Binnenkort verschijnt mijn Tekstblad-artikel daarover, gebaseerd op de scripties van Dorien en Kiki die ik begeleidde. En het gaat er tegenwoordig vaak over in mijn trainingen. Steeds meer raak ik ervan doordrongen dat je als schrijver je lezer zo goed mogelijk moet leren kennen, en/of schrijven voor grillige, wispelturige, onvoorspelbare lezers.
En die lezers, die ‘moeten’ niets. Ook niet meer een voldoende zien te halen voor een eindexamen. Gelukkig.
Tekst-bloopers
Via Twitter bereikten mij deze week twee grappige tekst-bloopers. Allereerst via @erictiggeler deze gemiste onderkop, iets wat mij ook zou kunnen overkomen:
En daarnet van @theders (via @LoesMin via @AnnekeNunn) deze burgemeestersbrief met bijgehouden wijzigingen – dat zou bij mij toch echt niet de envelop ingegaan zijn, mag ik hopen:
Oeps!
Waarom is geen hoe
Afgelopen zondag schoot ik tijdens het kijken naar Studio Sport in de lach. Na de samenvatting van de wedstrijd van FC Utrecht werd trainer Rob Alflen geïnterviewd, en die deed iets wat ik uit adviesrapporten ken: een waarom-vraag beantwoorden met vertellen hoe het zo gekomen was. In het (langere) filmpje op de website is het de passage die na 1 minuut begint.
De journalist vraagt aan Alflen waarom Alflen Kali toch had opgesteld – die had in de week ervoor een mede-speler een gebroken kaak geslagen. Alflens antwoord beschrijft hoe ze bij de club tot de beslissing zijn gekomen. Dat is geen antwoord op de vraag. De journalist doet nog een poging, en zodoende komt er later dan nog iets van argumentatie doorschemeren, maar makkelijk gaat dat niet.
De vraag ‘waarom’ beantwoorden met een beschrijving van een proces, dat zie ik ook wel in adviesrapporten. De onderbouwing van het advies is dan: ‘we hebben dit-en-dat uitgezocht en zus-en-zo op een rijtje gezet en dat zorgvuldig afgewogen en toen kwam dit advies eruit’. Dat is geen argumentatie voor het advies. Het wordt nog een klein beetje overtuigend als je alle afwegingen heel expliciet maakt, dus vooral goed uitlegt aan welke criteria de oplossing moest voldoen. Maar dan nog is het geen argumentatie.
Argumenten beginnen met omdat. Zo kun je gauw zien dat een procesbeschrijving dan niet de bedoeling is: ‘beste klant, u moet X doen, omdat we het zus-en-zo hebben aangepakt’. En dat is het hele eiereneten: een goed andviesrapport beantwoordt vragen van de klant, zet dus de klant centraal, niet het eigen proces.
Tenzij je natuurlijk niet zo graag het echte antwoord wil geven. Ik denk dat dat Rob Alflen parten speelde. Een speler die net zoiets heeft uitgevreten gewoon opstellen, dat is wel heel erg opportunistisch. Het is nog opportunistischer dat FC Utrecht Kali nu alsnog heeft geschorst. En dan noemen ze het een ‘inschattingsfout’. Tsja.





