Even een geintje zo tussen de feestdagen door. We hebben ‘m al een tijdje in huis, gekocht bij Onze Taal: de d/t-doek!

Even een geintje zo tussen de feestdagen door. We hebben ‘m al een tijdje in huis, gekocht bij Onze Taal: de d/t-doek!
Ik ben deze week het jaar aan het afronden en dus blik ik ook terug. Het was financieel gelukkig weer een uitstekend jaar: na de twee slappe coronajaren heb ik in 2022 mijn streefomzet ruim overtroffen. Het was dus ook druk, bij vlagen op het randje van te druk. Dat zat hem in enkele pieken van het gewone werk (in oktober haalde ik een record-maandomzet), de combinatie met het afronden van het boek (ik ben alweer een stap verder: de eerste drukproef is net retour), wat zaken buiten het werk en in de extra belasting door de diverse maatschappelijke omstandigheden.
De drukte was zelfs op dit blog te merken: de gebruikelijke regelmaat van minstens elke week iets posten haalde ik sinds de zomer niet. Maar verder ging alles eigenlijk gewoon goed en met mij is het dat ook. Ik ben blij met die omzet, met de weer veel grotere dynamiek in mijn werkende bestaan na die taaie coronajaren, ik heb een boel mooie dingen gedaan, en ik ben blij dat mijn boek komend jaar gaat verschijnen, iets wat ik vorig jaar rond deze tijd nog amper durfde te hopen.
Inhoudelijk hebben vooral de laatste maanden twee dingen extra van mijn aandacht gevraagd:
Zo hangt dit punt dus samen met het vorige: ik ben in gesprek gegaan met de opdrachtgevers bij wie ik het piramideprincipe ondanks trainingen niet tot zijn recht zag komen. Dat heeft geleid tot uiteenlopende nieuwe plannen, en dat is precies zoals het moet: maatwerk. Ik kijk ernaaruit om daarmee in het nieuwe jaar aan de slag te gaan.
Aan het einde van dit jaar komt er ook een einde aan een internationaal project waar ik twee jaar aan heb gewerkt: een online training ‘executive summaries’ schrijven met het piramideprincipe. De basis ervan was een maatwerk-versie van mijn e-learning in het Engels, aangevuld met een opdracht om het geleerde toe te passen op een casus. Op al die casus-uitwerkingen gaf ik feedback, ik schreef daar eerder over. Ik ben in december vorig jaar begonnen en waarschijnlijk heb ik deze week de laatste inleveraar van feedback voorzien. Dat was de 107e, ze kwamen van over de hele wereld.
Ik vond het leuk om te doen en ik hoop dat de opzet van een maatwerk-e-learning navolging gaat vinden. Het werkte namelijk ook heel goed. Een van de laatste inleveraars, uit China, illustreerde dat met wat ze schreef over de training. Ik mag haar hier citeren:
This training helped me gain a useful and powerful technique to deliver my ideas clearly and more efficient communication with others (not only with the clients, but also with my colleague and leaders).
I’ve set up a 90-day plan to enhance these skills on storytelling through my daily work like emails, verbal briefing, meeting presentation. I think it will make a great difference on my job.
Met zo’n testimonial ben ik blij!
Ik wandelde vorige week door Spaarnwoude, en daar zag ik dit bord, met de strekking ervan treffend gevisualiseerd door de fiets ernaast:

Vorige week brachten wij een paar dagen door in een hotel met in de badkamer dit bordje:

Daar gaat een boel mis: het losse milieu vriendelijk, ontbrekende interpunctie tussen leggen en dit en de wat vreemde voorwaardelijkheid: als je schone handdoeken wilt, doen zij een verzoek? Dat kan op zich wel, op het randje: het is nogal spreektalig, vind ik.
Maar het meest in het oog springen twee eigenaardige verwijzingen: deze verwijst zo dat je kennelijk schone handdoeken op de grond moet leggen, en dat op de grond leggen doe je volgens dit kennelijk uit milieu( )vriendelijk oogpunt.
Ik denk dat dit een poging is tot te beknopt schrijven. Ik snap dit alleen maar omdat ik vaker in hotels ben geweest waar ze zoiets wilden.
Wij zetten in het nieuwe theaterseizoen de trend van voor de zomer voort. Afgelopen vrijdag zagen we Tim Fransen. Hij had goede grappen maar de lijn van het verhaal was niet uitgesproken vrolijk; ik zou aarzelen hem zomaar ‘cabaretier’ te noemen. Een aanrader is het weer wel. Als je er nog heen gaat, lees dan maar niet verder, qua spoiler.
Een woord trof me in het bijzonder: deze. Ik leg het uit. Fransen vertelt over een paar dromen waarin hij ruimtewezens ontmoet die hem vragen naar de aard van de mens. Die ruimtewezens zijn op het podium in de vorm van ronde lichten met een blikkerige stem. Op een gegeven ogenblik zeggen ze iets als: “We hebben al je voorstellingen gezien, ook deze’.
Deze verwijst naar het hier-en-nu van de voorstelling, en daarmee kan het ineens geen droom meer zijn waar Fransen over vertelt. Er ontstaat verwarring: waar zitten we nu precies naar te kijken? Dat is absurd, op een subtiele manier. Ik vind dat hartstikke knap – het is veel moeilijker dan de absurditeit er dik bovenop leggen.
Dit type verwarring kun je alleen in de kunst krijgen. Ik ben er dol op. Precies daarom bestaat kunst.
Je zou toch denken dat ik na 25 jaar trainingen piramideprincipe geven alle ins en outs ervan zó uit kan leggen. Maar de laatste maand stond ik twee keer met m’n mond vol tanden. Allebei de keren had te maken met de rol van de vragen erin. Wat voor vragen dat zijn, is maar globaal omschreven: je moet nogal bereidwillig zijn om de aard ervan te accepteren en zo mee te denken op de manier die het principe vereist. Hier ging het om:
Dit is nogal piramide-neuzelig, en voor het grote gros van de gebruikers en leerders daarvan totaal geen probleem. Voor mij was het verrassend om na zo veel jaren kort achter elkaar twee keer fiks uitgedaagd te worden. Dat is het leuke aan trainingen geven!
* Een nieuwsbericht is niet piramidaal, maar de kop is wel vergelijkbaar met de hoofdboodschap; ik maak die vergelijking in trainingen vaak.
Ik streef ernaar om minstens elke gewone werkweek iets op dit blog te posten. Vorige week lukte dat niet, en dat heeft een goede reden: ik maak een unieke werkmaand mee. Ik heb niet eerder in mijn bijna 23-jarige bestaan als zelfstandige zo hard gewerkt als deze maand. In de eerste week haalde ik een record aantal declarabele uren, en de maand als geheel is ook een record. Dat is fijn natuurlijk, dat is lekker verdienen.
De drukte zit hem er enerzijds in dat veel opdrachtgevers deze herfst iets van me wilden, vooral trainingen, terwijl ik in september op vakantie was. Ik ‘draai’ dus min-of-meer twee maanden in één. Anderzijds kwamen er twee spoedklussen bij: één bij een opdrachtgever en de ander met mijn boek. De uitgever vroeg of ik er deze maand nog een slag over wilde doen – daarover later meer.
Het is wel druk, maar niet te. Althans, niet voor een paar weken – voor langer zou dit wel degelijk te druk zijn. Dat zit hem niet in het vele werken als zodanig. Er komen twee dingen bij die veel zeggen over de huidige tijd en die het werken zwaarder maken dan anders:
Alles bij elkaar zijn het dus bijzondere tijden. Met mij gaat het eigenlijk gewoon hartstikke goed. Ik doe leuke dingen en ik verdien lekker. En vanaf half november heb ik ook weer meer tijd voor andere dingen!
Sinds een paar weken heb ik een beeldschermbril, en dat was jaren te laat! Ik ben er erg blij mee, het maakt mijn werk achter de computer veel makkelijker.
Al een paar jaar had ik met mijn varifocus-brillen steeds dat ik alleen maar goed op het beeldscherm kon zien als die bril nieuw was. Na enkele maanden kreeg ik steevast problemen. Met de nieuwste bril ging het zelfs zo snel dat ik de indruk kreeg dat mijn ogen hard achteruit gingen.
Die problemen betekenden dat ik steeds meer door het leesgedeelte moest gaan kijken, waarvoor ik mijn hoofd iets achterover moest kantelen. Als ik niet uitkeek, leidde dat tot nekpijn. Ik zette mijn bril ook wel eens af, maar dan moest ik bijna in het scherm kruipen. Niet goed, met zo veel achter de computer zitten als wat ik doe. In normale tijden al, maar in de coronawinters helemaal.
Ik had mijn opticien al eens gevraagd of een beeldschermbril niks voor mij zou zijn, maar hem leek van niet. Aanpassing van mijn dagelijkse bril zou beter zijn. Dat stelde ik steeds uit tot het niet meer ging, want een nieuw glas kost een paar honderd euro en een heel nieuwe bril dik over de duizend.
Die opticien ging vorig jaar met pensioen. Zodoende kwam ik in de zomer bij de nieuwe. Die stelde me meteen gerust: aan mijn ogen was niet veel veranderd. En, zo zei hij, een beeldschermbril zou wél nuttig voor me kunnen zijn.
Ik vond het het experiment wel waard. Ik kocht een nieuwe bril voor dagelijks gebruik en hoefde toen maar voor één glas te betalen om mijn oude tot beeldschermbril om te bouwen. Een beeldscherm- of computerbril is ook varifocus, maar dan loopt het leesgedeelte als het ware door tot aan de bovenkant.
Het is dus een verademing. Ik kan nu mijn hoofd in de goede houding laten en dan nog steeds de bovenkant van het beeldscherm scherp zien. Vanochtend heb ik voor het eerst in Teams met een groep gewerkt, en dat ging qua zien ook makkelijker dan voorheen.
Het enige waar ik aan moet wennen, is het wisselen tussen brillen. Ik ben al een heleboel keer gaan pauzeren met die beeldschermbril nog op mijn neus, er pas beneden achter gekomen dat ik in de verte wazig zie!
Eerder deze week las ik een leuk bericht op Omroep Zeeland. Er was net daarvoor iets misgegaan bij een plaatsnaambordje, een r te veel in Aagterkerke. Dit bericht geeft een overzicht van eerdere, vergelijkbare blunders. Meteen de eerste is al erg grappig: de Lidl die opent in Heinekenszand.
Het meest frappant vond ik het voorbeeld onderaan, uit 1974: Nieuw t. Jo en Sosland. Ik herinner me dat namelijk. Nouja, niet precies deze schrijfwijze, maar wel dat de plaatsnaam Nieuw en St. Joosland op een bord langs de snelweg was verhaspeld. Als ik het me goed herinner, heeft het toen zelfs het tv-programma ‘Hoe bestaat het’ gehaald (ofzoiets).
Mijn herinnering eraan is onderhouden doordat ik nog wel eens langs die afslag rijd, en dan dus soms wel eens denk: oja, die plaatsnaam was toen ooit verhaspeld. Maar toen ik het bericht las, dacht ik ineens ook: ik vond bordjes en schrijfwijzen op mijn achtste kennelijk al fascinerend!