↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

2023: een goed begin

Louise Cornelis Geplaatst op 6 januari 2023 door LHcornelis6 januari 2023  

Een goed 2023 gewenst jullie allemaal! Ik ben het nieuwe jaar rustig begonnen. Ik kon afgelopen week benutten met voorbereidingen, de tweede drukproef en het promotieplan van Optimaal blijven sporten en met het bijlezen van een stapeltje vakliteratuur.

Het meest opvallende daarin was een artikel uit Tijdschrift voor Taalbeheersing `(2022, no. 2) waarvan ik eerder op Neerlandistiek al een samenvatting las. Het gaat om onderzoek van Henk Pander Maat en Jet Gravekamp. Zij legden lezers verschillende versies voor van een brief van een bank en van een zorginstelling: een in makkelijke taal en een in moeilijkere. Belangrijkste conclusie: wees niet bang voor eenvoudige taal voor hoger opgeleiden. Die waardeerden de makkelijkere versies, vooral die van de zorginstelling, meer, en waren daarin uitgesprokener dan lager opgeleiden. Beide groepen begrepen de makkelijkere brieven beter – wat nogal wiedes is.

Ik heb daarnaast de laatste tijd veel gelezen over ChatGPT, nogal een hot topic in mijn vakgebied natuurlijk, omdat het voor het eerst zo is dat een computer redelijk schrijft. Ik heb er zelf nog geen ervaring mee, en kan dus ook geen duit in het zakje doen, maar ik heb me wel vermaakt met de pogingen om ‘Chattie’ moppen te laten tappen op Neerlandistiek.

Het was een prettig begin van het nieuwe jaar – waar ik zin in heb. Interessant werk voor de boeg, en ik kijk vooral uit naar 17 maart. Op die dag verschijnt Optimaal blijven sporten!

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Zelf geredigeerd worden

Louise Cornelis Geplaatst op 17 november 2022 door LHcornelis17 november 2022  

Ik zit alweer een week in de volgende fase van het nieuwe boek: ik ben de wijzigingen van de redacteur aan het verwerken. Dat is alweer druk, maar gepland en het is fijn dat ik er extra tijd voor kreeg: ik kreeg het eerder terug en mijn deadline blijft hetzelfde. Het is wel de derde keer dat ik het ‘afmaak’ sinds augustus, en dat gaat wel wegen, moet ik zeggen. Ik wissel een beetje tussen het zat zijn en blij dat het elke keer beter wordt.

Want beter geworden, ja, dat is het nu ook weer. De redacteur heeft me behoed voor een paar stomme dingen waar ik blind voor was geworden (zoals een metafoor die precies het omgekeerde uitdrukte van wat ik bedoelde) of sowieso ben. In het lijstje ‘fouten die ik wel eens maak’ kan ik onder andere bijschrijven dat en zo los moet, dat en/of beter of wordt als of de en al impliceert (dat is niet altijd zo, maar soms wel) en dat ik soms ooit met iets combineer waardoor ik een pleonasme veroorzaak (beter dan ooit tevoren/eerder).

Ik moet wel alles heel precies nagaan, want er zijn van die typische redactie-foutjes ingeslopen (eerste deel van de zin veranderd, tweede daar niet op aangepast) en spelling is niet de sterkste kant van de redacteur. Ergens vind ik dat troostrijk: het is onmogelijk om op dat gebied alles helemaal goed te doen, dat weet ik van mezelf ook. Die paar foutjes verbeter ik wel, en door er nog een keer secuur met de stofkam doorheen te gaan zag ik zelf ook nog een paar extra dingetjes. Wat overigens wel het gevoel geeft dat dat altijd zo zal blijven: perfect wordt het nooit. En dat is zo, zo werkt schrijven.

Het meeste werk heb ik echter aan de grijszones: de kwesties van smaak en mening. Ik heb wat frivole stilistische dingen teruggezet naar mijn origineel, bijvoorbeeld ergens iets uitdenken weer terug naar uitknobbelen. Dat is het speelsere woord, maar bovendien met een licht nuanceverschil in de betekenis. Hier en daar permitteer ik me een knipoog voor de goede verstaander en het verhaal waarmee het boek eindigt, geschreven door gastschrijver Nicole, bevat plat Rotterdams – dat blijft erin, ondanks de ?? die de redacteur erbij had gezet.

Dat terugzetten is voor mij een soort omgekeerde wereld. In mijn werk vind ik dat de eigen stijl van de schrijver met wie ik werk door mag klinken, dus verander ik in principe alleen de dingen die echt moeten en een duidelijke verbetering zijn. Ik moest er bij het verwerken van deze correcties even aan wennen dat de rollen omgedraaid waren: ik hoef deze redacteur niet te honoreren, het is mijn eigen stem die door mag klinken.

De eigenaar van die stem, ondergetekende, is soms best een beetje eigenwijs ook, maar met onderbouwing. Er is één gebied waarop ik heel veel correcties heb teruggedraaid: de interpunctie. De regels daarvoor zijn niet zwart-wit, en er zijn in grote lijnen twee ‘scholen’:

  • Interpunctie wordt beregeld met goed-fout-principes op basis van de grammatica. Een deel hiervan is algemeen geaccepteerd, zoals: achter een zin staat een punt en bij bijvoeglijke bijzinnen maakt een komma uit voor de betekenis. Een ander deel is echter dubieuzer, bijvoorbeeld: voor en mag nooit een punt of een komma, een zin mag niet met een voegwoord beginnen, elke bijzin moet aan de hoofdzin vastgekoppeld staan. Dat zijn – minstens ten dele – ouderwetse schoolmeesterregels die ver af staan van het eigenlijke taalgebruik van ervan schrijvers. Ze zijn te vergelijken  met de moeten’s en mag-niet’s op formuleer-gebied: dogma’s. Kinderen moeten leren wat hoofd- en bijzinnen zijn en wat je daarmee doet, maar uiteindelijk mag je ermee spelen (vind ik).
  • Interpunctie voegt subtiele betekenis toe die te maken heeft met hoe de zinnen zich tot elkaar verhouden. Die verhouding werkt door op alinea-niveau. Bijvoorbeeld: twee hoofdzinnen met een komma of puntkomma met elkaar verbonden verhouden zich op andere wijze tot de zin erna dan als er een punt tussen staat. Zo van: 1a,b-2 is iets anders dan 1-2-3. Dat is de manier van interpungeren die ik heb geleerd uit het onvolprezen boek Formuleren (hoofdstuk 2 – ik kan het aanraden). Niet dat dat per se altijd speels is, maar het biedt wel die ruimte: met interpunctie kun je subtiele betekenissen uitdrukken. Ik ‘hoor’ die ook in mijn hoofd, in de vorm van pauzes en accenten. De interpunctie dient om de lezer datzelfde te laten horen.

Je voelt ‘m al aankomen: de redacteur komt uit de eerste school. En ik heb bijna alle wijzigingen die daaruit voortvloeien teruggedraaid volgens de tweede. Al was het alleen maar omdat er ineens een boel zinnen heeeeel lang geworden waren. Maar vaker vanwege die subtiele betekenisverschillen.

Hier is een voorbeeld. Dit is mijn originele tekst:

Henk is typisch zo’n hardloper die een broertje dood heeft aan oefeningen. Maar met die sleeppas van hem ging hij merken dat hij zo’n beetje over elk oneffenheidje op straat struikelde: zijn voeten kwamen nauwelijks meer van de grond. Bovendien kreeg hij steeds meer moeite om zijn been over zijn fietszadel te zwaaien (…)

Daar had de redacteur van gemaakt:

Henk is typisch zo’n hardloper die een broertje dood heeft aan oefeningen, maar met die sleeppas van hem ging hij merken dat hij zo’n beetje over elk oneffenheidje op straat struikelde: zijn voeten kwamen nauwelijks meer van de grond. Bovendien kreeg hij steeds meer moeite om zijn been over zijn fietszadel te zwaaien (…)

Die eerste zin is akelig lang geworden, en achter oefeningen eindigt een op zichzelf staande mededeling die je als lezer wat mij betreft eerst even tot je moet (mag) nemen. Het is bijna een definitie van Henk – zo’n Henk moet je eerst voor je zien. Daarna lees je verder. Dat alleen al zou voor mij voldoende reden zijn om die punt te zetten.

Maar er is meer: de punt tussen oefeningen en maar geeft een eenduidiger beeld van de relaties verderop in de alinea:

  • Het stuk achter de dubbele punt heeft duidelijker alleen betrekking op het gedeelte ‘Maar …. struikelde’ want het is zo alleen daarmee verbonden en met een punt gescheiden van het eerste stuk, waar het geen betrekking op heeft.
  • De bovendien-zin heeft betrekking op nauwelijks van de grond komen en niet op broertje dood hebben aan oefeningen. Als het eraan voorafgaande één zin is, is dat net wat lastiger om te zien.

Het is heel subtiel, maar ik wil het wel op mijn manier. Dat is even wat werk, maar dat levert op dat ik me veel bewuster word van hoe ik omga met interpunctie. Een heleboel hiervan doe ik gevoelsmatig natuurlijk, maar door te zien hoe iemand anders het doet, moest ik weer even nadenken over mijn eigen keuzes. Daardoor realiseerde ik me hoe schatplichtig ik ben aan Formuleren!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Nieuw: beeldschermbril

Louise Cornelis Geplaatst op 12 oktober 2022 door LHcornelis11 oktober 2022  

Sinds een paar weken heb ik een beeldschermbril, en dat was jaren te laat! Ik ben er erg blij mee, het maakt mijn werk achter de computer veel makkelijker.

Al een paar jaar had ik met mijn varifocus-brillen steeds dat ik alleen maar goed op het beeldscherm kon zien als die bril nieuw was. Na enkele maanden kreeg ik steevast problemen. Met de nieuwste bril ging het zelfs zo snel dat ik de indruk kreeg dat mijn ogen hard achteruit gingen.

Die problemen betekenden dat ik steeds meer door het leesgedeelte moest gaan kijken, waarvoor ik mijn hoofd iets achterover moest kantelen. Als ik niet uitkeek, leidde dat tot nekpijn. Ik zette mijn bril ook wel eens af, maar dan moest ik bijna in het scherm kruipen. Niet goed, met zo veel achter de computer zitten als wat ik doe. In normale tijden al, maar in de coronawinters helemaal.

Ik had mijn opticien al eens gevraagd of een beeldschermbril niks voor mij zou zijn, maar hem leek van niet. Aanpassing van mijn dagelijkse bril zou beter zijn. Dat stelde ik steeds uit tot het niet meer ging, want een nieuw glas kost een paar honderd euro en een heel nieuwe bril dik over de duizend.

Die opticien ging vorig jaar met pensioen. Zodoende kwam ik in de zomer bij de nieuwe. Die stelde me meteen gerust: aan mijn ogen was niet veel veranderd. En, zo zei hij, een beeldschermbril zou wél nuttig voor me kunnen zijn.

Ik vond het het experiment wel waard. Ik kocht een nieuwe bril voor dagelijks gebruik en hoefde toen maar voor één glas te betalen om mijn oude tot beeldschermbril om te bouwen. Een beeldscherm- of computerbril is ook varifocus, maar dan loopt het leesgedeelte als het ware door tot aan de bovenkant.

Het is dus een verademing. Ik kan nu mijn hoofd in de goede houding laten en dan nog steeds de bovenkant van het beeldscherm scherp zien. Vanochtend heb ik voor het eerst in Teams met een groep gewerkt, en dat ging qua zien ook makkelijker dan voorheen.

Het enige waar ik aan moet wennen, is het wisselen tussen brillen. Ik ben al een heleboel keer gaan pauzeren met die beeldschermbril nog op mijn neus, er pas beneden achter gekomen dat ik in de verte wazig zie!

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Verschenen: Tessa’s Tijd

Louise Cornelis Geplaatst op 4 oktober 2022 door LHcornelis3 oktober 2022 2

Vandaag (dierendag) verschijnt het boek Tessa’s Tijd van Eveline Sachs. Afgelopen zaterdag was ik uitgenodigd om het verschijnen mee te vieren in The Tea Lab, erg gezelllig!

Ik was jaren geleden een van de eerste mensen aan wie Eveline haar verhaal liet lezen. We wonen bij elkaar in de buurt maar ik kende haar daarvoor niet; de link was gelegd door de vrouwen van de voormalige boekwinkel hier in de wijk, B&B, nog steeds een groot gemis. Eveline zocht tekstadvies, vandaar.

Voor mijn gevoel heb ik Eveline niet eens zo goed kunnen helpen. Het is een nogal ander genre dan adviesrapporten natuurlijk, dus als schrijfbegeleider kon ik er alleen globaal wat over zeggen.

Maar één ding zei ik haar wel, als lezer en dierenliefhebber: dat boek moest er echt komen. Die vroege versie was nog ruw, maar ik was er zeer van onder de indruk. Ik vond het een prachtverhaal over wat hond en mens met elkaar kunnen hebben, voor elkaar kunnen betekenen.

Tessa komt bij Eveline als ‘probleemhond’. Als Eveline ernstige gezondheidsproblemen krijgt, wordt Tessa haar hulphond en steun en toeverlaat. Totdat Tessa’s leven erop zit. Het verhaal raakte mij, het gedeelte over Tessa’s dood zelfs tot tranen toe, terwijl ik niet eens een ‘hondenmens’ ben. Het verhaal is universeler dan dat, over liefde, trouw en vriendschap – maar ik dacht wel meteen ook: onder hondenliefhebbers is er vast een aardige markt voor zo’n boek.

Het heeft daarna nog jaren geduurd, maar nu is het boek er. Bij de boekpresentatie begreep ik van Eveline dat mijn woorden van toen een grote rol hebben gespeeld: zonder mijn geloof in het boek was het er misschien nooit gekomen. Ik vond dat een grote eer.

In het dankwoord achterin het boek word ik voor die ‘eerste aanzet’ bedankt. Ik kan alleen maar zeggen: graag gedaan. En ik hoop dat veel mensen over Tessa en Eveline gaan lezen!

 

Geplaatst in Leestips, verschenen | 2 reacties

Kwartet om mee door te pakken

Louise Cornelis Geplaatst op 6 september 2022 door LHcornelis25 augustus 2022  

Aanrader voor wie van taal houdt en gevoelig is voor kantoorjargon: het Krankzinnig Kantoor Kwartet. Het is een verzameling kaartjes waar je gewoon mee kunt kwartetten, en elk kwartet is een groepje verwante woorden uit de kantoortaal. Zo van: in de categorie ‘Vergezichten’ verzamel je ‘Houtskoolschets’, ‘Stip op de horizon’ (jeuk!), ‘Masterplan’ en ‘Kompas’. Elk kaartje heeft een cartoon erop en uitleg van de term die ‘m (althans, zo interpreteer ik het) in het absurde trekt. Bij ‘Stip op de horizon’ bijvoorbeeld zijn in het plaatje meerdere stippen te zien en de tekst luidt:

Maar welke stip is de juiste? Ik moet de dingen scherper zien. ik moet eindelijk eens leren forucssen.

En bij ‘Kompas’:

Ja hoor, we zijn verdwaald tijdens de customer journey. Met dit kompas slaan we wel de juiste piketpaaltjes.

Andere kwartetten zijn ‘In de lead zijn’, ‘Doorpakken’, ‘Sparren’ en ‘Krachten bundelen’. Kortom: een kantoortaalgevoelig kan er, uhm, ‘Handen en voeten aan geven’ (uit: ‘Doorpakken’).

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Zelazny’s waardige opvolger

Louise Cornelis Geplaatst op 16 augustus 2022 door LHcornelis16 augustus 2022  

Onlangs tipte een trainingsdeelnemer (thanks, Ramon!) me over het boek Storytelling with data. A data visualization guide for business professionals. Ik was eerst even sceptisch, omdat storytelling iets anders is dan storylining of werken met het piramideprincipe. Maar dat bleek onterecht: het is een geweldig boek.

Ik verwees hiervoor nog altijd naar de klassieker van Zene Zelazny op het gebied van visueel ontwerp en grafiekvormkeuze voor het zakenleven, maar ik ben blij dat er iets nieuws is – fris en actueel. Inhoudelijk komen de boeken sterk overeen, al doet dit nieuwe net wat meer: het plaatst de visuele middelen meer in de hele communicatie, door de rol van bijvoorbeeld de context en de structuur erbij te betrekken. Die structuur is dan wel inderdaad vooral narratief, maar goed, dat maakt eigenlijk voor de rest van het boek niet uit. Als je structureert met het piramideprincipe, is de hele rest van het boek hartstikke relevant.

Het boek gaat ook dieper in dan Zelazny op achterliggende ontwerpprincipes, zoals die van de Gestalt.  Dat is allebei fijn, want het stelt je in staat om zelf mee te denken over wat effectieve visuele middelen zijn. Dat alles is rijkelijk geïllustreerd natuurlijk – het is een mooi boek om te zien.

Er is één heel klein dingetje dat me opviel als afwijkend van Zelazny: Nussbaumer Knaflic heeft het niet zo op met taartdiagrammen: ‘Pie charts are evil’ (p. 51). Dat komt doordat je zo veel slechte ziet (in 3D) en doordat de grootte van de taartpunten slecht te vergelijken is. Ik zie dat wel, maar ik denk toch dat er een lans te breken is voor de suggestie van eenheid en totaliteit die er van een cirkel uitgaat. Wat mij betreft zijn taartdiagrammen dus niet evil, maar wel lastig goed te krijgen. Het boek waarschuwt terecht voor de valkuilen ervan.

Ik vind dit boek een aanwinst, voor mijn eigen boekenkast en zeker ook om in het vervolg aan te raden, aan iedereen die in zakelijke communicatie data visualiseert, en dat zo goed mogelijk wil doen.

 

 

Geplaatst in Leestips, Presentatietips, schrijftips | Geef een reactie

Wetenschap met de hoofdboodschap voorop

Louise Cornelis Geplaatst op 13 juli 2022 door LHcornelis13 juli 2022  

Een trainingsdeelnemer wees me eerder deze week op een paper van de econoom John Cochrane over academisch schrijven (bedankt, Thomas!). Het is erg de moeite waard!

Meteen aan het begin schrijft Cochrane:

Figure out the one central and novel contribution of your paper. Write this down in one paragraph.

Die ene, centrale bijdrage, daar moet je volgens Cochrane mee beginnen, in driehoeks- of krantenstijl, zoals hij dat noemt. Anders snappen lezers toch niet waar je mee bezig bent als je, bijvoorbeeld, andere literatuur bespreekt of je model uiteenzet.

Het formuleren van die ene, centrale bijdrage vergt wel denkwerk, zeker omdat die concreet moet zijn. Dus niet ‘er kwamen interessante resultaten uit’, maar het resultaat concreet maken.

Cochrane bepleit dus eigenlijk ‘hoofdboodschap voorop’ in wetenschappelijke teksten, en hij stelt aan die hoofdboodschap vergelijkbare eisen als het piramideprincipe. Hij practicet wat hij preacht en heeft dan ook nog af en toe een kwinkslag. Het is dus zelf een zeer leesbaar stuk.

In het wetenschappelijk schrijven is dit stuk – voor zover ik weet – uniek. Cochrane is een witte raaf. Het stuk is uit 2005 en krijgt – ook weer voor zover ik weet en zie, dus in mijn vakgebied – geen navolging. Helaas.

Misschien kan ik er zo een beetje reclame voor maken? Voor wetenschappelijke publicaties met de hoofdboodschap voorop dus. Maar vooral voor het grondige denkwerk dat het vergt om tot die ene, kernachtige formulering van de resultaten te komen.

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Bij het stoppen van De Dijk

Louise Cornelis Geplaatst op 8 juni 2022 door LHcornelis8 juni 2022  

Ik zit al dagen met muziek van De Dijk in mijn hoofd – nadat ze vorige week hun afscheid aankondigden. Alweer een afscheid in de muziek, al is dit anders dan de dood. Toch is er een overeenkomst: Henny Vrienten en Huub van der Lubbe zijn (waren?) de twee beste tekstschrijvers in het Nederlands. Over Van der Lubbe schreef ik eerder al op dit blog; ik ben later in een Buitenkunstweek met diezelfde tekst aan de slag gegaan.

Ten opzichte van Vrienten komt er voor mij nog wat bij: Van der Lubbes teksten komen dichter bij mijn ziel. Het meest tasbaar is dat in Mooier dan nu, waarin hij de plek bezingt waar ook ik gewoond heb: het Amsterdamse KNSM-eiland (ik heb hem daar toen een heel enkele keer voorbij zien fietsen). Het meest tot uitdrukking komt het in Heel andere wereld, tsjonge, wat heb ik dat vaak in mijn hoofd. Het gaat in beide teksten in wezen om een melancholische levenshouding van onvervuld verlangen (niet per se zwartgallig) – Van der Lubbe noemt zichzelf een jongen met droevige ogen (ook alweer zo’n gave tekst). Het is sowieso het levensgevoel van de blues.

De laatste dagen had ik, misschien mede door het weer, Door de modder veel in mijn hoofd. Die tekst vind ik bijna te concreet, te weinig ruimte voor eigen interpretatie – maar hij spreekt me toch erg aan. Ook vermeldenswaard is waar het bij mij allemaal mee begon: Onderuit. In een tijd dat ik ongelukkig verliefd was vond ik ‘doodgaan en opstaan in een t-shirt van haar’ (nouja, hem dus, voor mij) super romantisch. Sowieso kan Van der Lubbe zeer liefdevol over vrouwen zingen.

Ik heb De Dijk een aantal keren gezien, en daar waren memorabele concerten bij. Het laatste vond ik echter minder, wat ligt aan de veranderende sfeer bij popconcerten: de oude hits werden keihard meegezongen, door de nieuwe nummers werd keihard heengewauweld. De Dijk zelf heb ik zodoende amper gehoord. Ik hoef dat niet nog een keer, ik bewaar liever de herinnering aan daarvoor. En ik hoop Huub van der Lubbe in zijn toekomstige werk mee te maken.

Voor wie het gemist heeft: het gesprek met hem en drummer Antonie Broek vorige week in Khalid & Sophie vond ik zeer de moeite waard, voor hen beiden én het eerbetoon aan Solomon Burke.

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Een boel leestips

Louise Cornelis Geplaatst op 3 juni 2022 door LHcornelis3 juni 2022  

Als ik het goed zie, is mijn vorige overzicht van nuttige en leuke links al meer dan een jaar geleden. Hoogste tijd dus, en een hele waslijst, geordend in drie subcategorieën en een ‘overige’ tot slot:

  • Eerst de strategische schrijfzaken:
    • Voor iedereen die nog niet het klassieke werk van Lakoff & Johnson kent: hier een mooi artikel over hoe metaforen ons denken bepalen.
    • Een wetenschappelijk artikel van Hans Hoeken en Daniel O’Keefe dat vorig jaar verscheen heeft in mijn vakgebied nogal wat stof doen opwaaien. Hier wordt het besproken, het heeft al meer van mijn vakpublicaties gehaald. Het betoogt dat we eigenlijk niet op basis van onderzoek kunnen bepalen wat een tekst overtuigend maakt.
    • Aanverwant: tien lessen uit de coronapandemie over gedrag ondersteunen met communicatie, van de NCTV. Sommige dingen werken dus wel, in deze context althans, zoals op de envelop zetten waar de brief over gaat.
    • Marc van Oostendorp stelt hier een interessante schrijfkwestie aan de orde: kun je wetenschappelijk onderzoek wel voor een breed publiek samenvatten? Nee, zegt hij. Ik weet niet of ik zo stellig zou zijn, maar ik snap het probleem wel. Eén artikel los is vaak niet te plaatsen inderdaad.
    • Verheugend: in de juridische wereld is steeds meer aandacht voor tekstkwaliteit. In het Advocatenblad verscheen bijvoorbeeld een goed stuk over begrijpelijk schrijven
  • Over stijl en formuleren:
    • Een stuk waarin ik bevestiging zag voor iets wat me vaker opvalt (en niet alleen mij): stijladviezen gaan vaak over problemen die geen grote rol spelen in het schrijven.
    • Van het Taalcentrum-VU een advies dat ik van harte onderschrijf, ik zei het vanochtend nog tegen een opdrachtgever: doe toch niet, die museumstukken uit de schrijftaal.
    • Meer over een formuleringskwestie die vaker ter sprake komt: kun je om weglaten uit een zin? Niet te moeilijk over doen, zegt Wouter van Wingerden, en daar ben ik het mee eens.
  • In de categorie ‘leuk’:
    • Altijd leuk, en het blijft belangrijk om er aandacht aan te besteden: dat veelgebruikte grafiekvormen misleiden.
    • Is het nou vegan, veganistisch of plant-based – dat laatste voegde ik zelf toen in een reactie.
    • Over aanhalingstekens zoals je er vast nog nooit over hebt nagedacht.
    • Vanuit mijn interesse in bordjes en andere vormen van tekst in de openbare ruimte, twee ook leuke stukken:
      •  Herkenbaar: over soms onbegrijpelijke iconen.
      •  Geweldig: Oscar spaart het alfabet aan omleidingsborden bij elkaar.
  • En nog drie ‘varia’:
    • Heel herkenbaar voor mij: over dat geconcentreerd werken aan tekst na een uur of vier wel op is. Ik heb onlangs voor een opdrachtgever 7,5 uur gemaakt op één dag, en kon toen geen pap meer zeggen. Dat kan ik maar een heel enkele keer. Gelukkig zit er in mijn werk veel afwisseling.
    • Ik ontdekte pas onlangs dat een scriptie waar ik vaak naar verwijs online staat. Het gaat om die van Eveline Pollmann, over het betrekkelijke nut van schrijftrainingen.
    • Tot slot een gecombineerde schrijftip en troost: maak aan het einde van je schrijfproces in 30 minuten een samenvatting van de essentie. En troost je met de gedachte dat je al het eerdere werk nodig had om daartoe te komen.
Geplaatst in Leestips, Opvallend, schrijftips | Geef een reactie

Er staat een goed stuk in de ochtendkrant

Louise Cornelis Geplaatst op 24 mei 2022 door LHcornelis24 mei 2022  

Ik begon vandaag de dag met een goed stukje in de krant. Dat is sowieso bijzonder, en nog steeds een beetje wennen, want nog maar een paar weken geleden veranderde de NRC van een middag- in een avondkrant. In de rubriek ‘Woord’ achterop het eerste katern, schrijft Eva Peek over het woord er.

Ik herken wat ze schrijft: dat het een imagoprobleem heeft. Voor leerders van het Nederlands is het onbegrijpelijk (wat doet er in ‘er is iets ergs gebeurd’ of ‘ik heb er vijf’?) en onder journalisten heeft het ook slechte naam. Van journalisten wist ik dat niet in het bijzonder, maar het gaat er in mijn trainingen ook wel eens over: voor sommige zakelijke schrijvers is het een woord om te vermijden.

Het was mij altijd onduidelijk waarom. Het enige wat ik wist is dat er verschillen in dialect (regio), sociolect (klasse) en zelfs idiolect (individueel) zijn in het zeggen van er. Dus waar er voor sommige schrijvers een er moet, hoeft dat van anderen niet. Als je, zoals ik altijd aanraad, hiervoor blind vaart op je taalgevoel, kan het zijn dat je botst met je baas – met diens taalgevoel. Bijvoorbeeld. Maar meer wist ik niet.

Peek heeft twee andere verklaringen:

  • Er wordt vaak gebruikt in lijdende zinnen, in een vorm die niet past bij goede journalistiek. ‘Er wordt gezegd…’ door wie? Als voorbeeld geeft ze ook ‘er vallen doden’ – wie doodt, waar? Dat is geen passief, maar dat terzijde. Inderdaad is het goed kritisch te zijn op je passieven, maar er is hier niet de hoofdschuldige, zou ik zeggen. Tussen ‘politici zijn corrupt’ en ‘er zijn corrupte politici’ is een groot betekenisverschil.
  • Er past niet bij de tijdgeest omdat het leidt tot minder efficiënte zinnen, althans, dat zou je kunnen vinden. Er maakt het mogelijk op je gemakje ‘de zin in te glijden’ (schrijft Peek) doordat het het mogelijk maakt het nieuwswaardige in de zin aan het eind te zetten, daar waar het Nederlands dat wil hebben. Vergelijk ‘er staat een paard in de gang’ met ‘een paard staat in de gang’ dan wel ‘in de gang staat een paard’. Je wordt niet aan het begin van de zin meteen gebombardeerd met nieuwe informatie, dat duurt met er net heel eventjes. Daar hebben inderdaad sommig schrijvers moeite, of liever gezegd: ik hoor ook wel eens dat schrijvers ‘hoofdboodschap voorop’ willen doorvoeren tot op het niveau van de zin, en dan krijg je een informatievolgorde in de zin die verkeerd-om is. Ergens houdt het op, de efficiëntie van het meest informatieve voorop zetten. En dan heb je er soms hard nodig. Peek schrijft:

Mag dat nog in onze oververhitte op efficiëntie gerichte kapitalistisch samenleving? Het is geen verrassing dat juist een Nederlandse econoom trots een boek schreef zonder het woordje ‘er’. Als je er even bij stilstaat, past ‘er’ haast bij de slow food-beweging in een ideaal van ’trage taal’. Doe er je voordeel mee.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑